EEN BEKENTENIS IS GEEN EXHIBITIONISME

rousseau

Wat ik gisteren bekendmaakte over mijn geneesmiddelengebruik is geen uiting van exhibitionisme. Het viel me erg moeilijk om hierover openhartig te zijn. Mijn vrienden, mijn collega’s, bijna niemand wist van de ernst van mijn toestand af. Ik zelf had ook meestal de neiging dat allemaal te verdringen, te doen alsof er niets aan de hand was, of toch niets ernstigs. Ik wilde voortgaan met leven zoals iedereen, alles doen wat de anderen doen, als ik daar zin in had, bedoel ik – en hen soms zelfs overtreffen. Alsof ik onkwetsbaar was, ben. Alsof ik een ander was. Zo’n lijstje had ik nooit eerder gemaakt; ik ben er gisteren zelf van geschrokken.

Ik heb de knoop doorgehakt om dit publiek te  maken, na me nog eens voor de geest te hebben gehaald waarom ik aan deze onderneming – dit elektronisch boek dat de werktitel ‘hoochiekoochie’ meekreeg, een titel die mijn ‘verachting’ van mijn zwaktes verraadt – ben begonnen (op 8 maart 2005). En ik herinnerde me nog heel goed, ook al had ik het niet met veel zoveel woorden gezegd, waarom ik eraan begon.

De basis van al wat ik zou schrijven, het uitgangspunt van hoochiekoochie, liep gelijk met dat van Rousseau in zijn ‘Bekentenissen’. Denk nu niet dat ik me met de grote filosoof wil vergelijken. Ik heb het slechts over zijn uitgangspunt, waarmee hij zijn opzienbarende boek begint. En in het Nederlands staat er dit:
“Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.
Enkel en alleen ik zelf. Ik ervaar mijn eigen innerlijk en ik ken de mensen. Ik ben niet gemaakt als enig ander mens die ik heb ontmoet. Ik durf zelfs te geloven dat ik niet gemaakt ben als enig ander mens ter wereld. Ook al zou ik niet beter zijn, ik ben op zijn minst anders. Of de natuur er goed of slecht aan heeft gedaan de mal te breken waarin ik gegoten ben, daarover kan men alleen oordelen als men mij gelezen heeft.”
Zijn onderneming zal door geen mens worden nagevolgd, schrijft Rousseau. En ik denk dat het waar is, ook al lijkt het niet zo. Mijn uitgangspunt is hetzelfde maar de onderneming is anders.
Plastic Ono Band(Ik ken maar een kunstenaar die even ver is gegaan in het zichzelf blootgeven en dat is John Lennon, op zijn John Lennon/Plastic Ono Band elpee, uitgebracht in 1970, dat wonderlijke jaar.)
Zelf voel ik mij nu naakt en zeer kwetsbaar, alsof ik droom dat ik opgesloten zit in een glazen ruimte. Iedereen kan mij in mijn naaktheid en kwetsbaarheid bespieden en ik kan aan geen blik ontsnappen. Maar dat is mijn ‘opdracht’ en het is niet mijn bedoeling de strijd nu op te geven. Want ik voel me behalve zwak ook sterk en vertrouw erop dat wat ik schrijf en hoe ik leef waardevol is. Ook geloof ik dat ik soms wat schoonheid voortbreng.

Het is geen gemakkelijk leven. Maar dat had ik niet eens verwacht. Ik was van bijna in het begin gewaarschuwd. Ik maak mezelf niets wijs: het wordt niet gemakkelijker, het wordt niet beter, ik bedoel voor mezelf, niet voor de anderen, want dat weet ik niet.