BEGRAFENISMUZIEK

vaneyck_lamgods_engelen

Onlangs reageerde een zekere Peter Pleyte op een oude tekst van me (“Op zoek naar een originele manier om de geest te geven?”, over de dood van de filosoof Francis Bacon en de varkensgriep) met de vraag welke songs ik graag bij mijn begrafenis zou ‘horen’. Een merkwaardige en enigszins macabere vraag, zeker zo kort na de dood van mijn lieve schoonbroer, die zijn muziek niet zelf heeft kunnen kiezen.

Toch schrikt zo’n vraag me niet af. Alleen stond in de becommentarieerde tekst al dat – als mijn tijd gekomen zou zijn, liefst niet voor 2050 – ik ‘Dress Sexy At My Funeral’ van Bill Calahan zou willen ‘horen’. Dat was natuurlijk ironisch, maar niet helemaal. Het is gewoon een mooi lied, een buitengewoon aantrekkelijk idee.

In 2005 heb ik al eens een begrafenismuzieklijst gemaakt, maar ik geloof dat ik daar bij mijn verscheiden niet veel van zou overhouden. Die zag er zo uit:

“Bob Dylan – Going To Acapulco
Johnny Ace – Pledging My Love
Elvis Presley – Long Black Limousine
Irma Thomas – I Wish Someone Would Care
Aretha Franklin – Ain’t No Way
Sam Cooke – A Change Is Gonna Come
Hank Williams – It Just Don’t Matter Now
Ivory Joe Hunter – Since I Met You Baby
Soul Stirrers – The Last Mile Of The Way
Shangri Las – I Can Never Go Home Anymore
Beth Orton – I Wish I Never Saw The Sunshine
Townes Van Zandt – To Live Is To Fly
Rolling Stones – Love In Vain.”

“Geen klassieke muziek, geen instrumentale muziek, geen kitscherige pianostukjes en vooral geen synthsizergepriel” had ik er nog aan toevoegd.

Nu zou ik klassieke muziek niet langer uitsluiten (Schubert, Richard Strauss), en ik kan me niet voorstellen dat er geen muziek van Hope Sandoval, Neko Case, R.E.M. (‘Let Me In’) en Sonic Youth zou worden gedraaid. En waar zijn James Carr en Neil Young (‘Don’t Cry, No Tears’)? Nee, ik moet dringend een nieuwe begrafenismuzieklijst maken.

Ω

Afbeelding: Jan Van Eyck, Het Lam Gods, (fragment, De Zingende Engelen).

HELDEN EN HYPOCHONDERS

john lennon

België is een goed land voor hypochonders. Hier is altijd wel iets wat je ziek maakt of je het gevoel geeft dat je ziek bent of binnenkort ziek zal worden. Gisteren hoorde ik dat we binnenskamers voortdurend formaldehyde, een kankerverwekkende stof, inademen en vandaag las ik in de krant dat de lucht buitensporig vervuild is. Ik had al net zo goed mijnwerker kunnen worden… Van mijnwerkers gesproken: ik heb een paar dagen geleden beslist dat Working Class Hero – in de originele versie van John Lennon – op mijn begrafenis ten gehore zal worden gebracht. Ik ben bezig aan een nieuwe lijst begrafenisliedjes… Dat is een lastige onderneming. Er is zoveel keuze. De requiems kan ik natuurlijk al elimineren, want die liggen te zeer voor de hand (ook al is het requiem van Berlioz zeer opwindend). Het is overigens de tijd van de helden: de media zijn koortsachtig op zoek naar grote Belgen, waarschijnlijk omdat er geen grote Belgen meer zijn of niemand nog durft zeggen dat hij of zij een Belg is. Ik ben alleszins een echte Belg, maar dan wel een kleine. (Tenzij na middernacht, onder invloed van voldoende wijn, of soms ook wel overdag en nuchter, maar dan in het diepst van mijn gedachten). Er is een tijd geweest dat er geen helden meer waren; het was in ieder geval niet cool en niet politiek correct om aan heldenverering te doen. Zelfs Thomas Carlyle werd om die reden fascisme – avant la lettre – aangewreven. Alleen met kunstenaars en filmsterren mocht nog gedweept worden, maar ook dat deden alleen naïeve mensen. No more heroes anymore, zoals the Stranglers al zongen. Ik heb me daar nooit om bekommerd. Voor mij zijn er altijd helden geweest, grote historische figuren, lichtende voorbeelden, kunstenaars, filosofen, schrijvers, songschrijvers… Van Alexandre Dumas, Edgar Allen Poe en Elvis Presley in mijn kinderjaren via Jean Eustache, Virginia Woolf en Friedrich Nietzsche in mijn studententijd tot Paul Auster en Gillian Welch in deze prachtige tijd waarin we nu leven. En honderden anderen natuurlijk. Lijstjes volgen later. Lijstjes maken, een mooie obsessie.