EENZAAMHEID, ETCETERA

fototoestel

“’Een zweetdruppel van een boer die neervalt op het veld in de zomer…’, is dat een goede zin”, vraagt hij.
“Het is niet helemaal duidelijk of de boer of de zweetdruppel neervalt op het veld”, zegt zij.
“Ja, dat dacht ik ook al, maar als ik schrijf ‘Een zweetdruppel die neervalt in de zomer van een boer op het veld’ is er ook iets mis, vind ik”, zei hij.
“Nee, dat is ook niet goed…”, zegt zij, “literaire zinnen bouwen lijkt me geen lachertje”.
“Je moet maar iets anders bedenken”, vervolgt ze, “het is nu toch geen zomer, waarom schrijf je niets over kerstmis?”
“Toch niet over de herders? Of de stal? Die staat al op de Grote Markt, daar moet ik niet meer over schrijven. En herders zou ik ver moeten gaan zoeken”, zegt hij.
“Je zou je in de leefwereld van een dakloze kunnen verplaatsen”, zegt zij.
“Aan zoiets naturalistisch begin ik niet”, zegt hij, “bovendien staat het allemaal al in de Humo”.
“Kun je dat kerstverhaal uit ‘Smoke’ niet navertellen en doen alsof het van jou is”, zegt zij, “dat is toch al iedereen vergeten.”
“Welk kerstverhaal bedoel je”, vraagt hij.
“Dat van Augie Wren”, zegt zij.
“Van Paul Auster steel ik niets”, zegt hij, “die is te bekend. Bovendien kan ik me het verhaal niet goed herinneren. Ging het niet over een fototoestel?”
“Er kwam een fototoestel in voor, maar daar ging het niet over”, zegt zij.
“Waarover dan wel”, vraagt hij.
“Over de eenzaamheid geloof ik, maar ik weet het ook niet meer zeker”, zegt zij.
“Goed, ik zal dan maar iets over de eenzaamheid schrijven”, zegt hij.
En hij gaat voor zijn computer zitten en begint te schrijven.
‘Nodig eens een eenzame uit’, schrijft hij.
‘Nodig eens twee eenzamen uit’, schrijft hij.
‘Etcetera’, schrijft hij.