ZERO DE CONDUITE: EEN WANDELING IN HET PARK

Serralves, Porto. 11 november 2012


Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: It’s just a rumour that was spread around town / Somebody said that someone got filled in / For saying that people get killed in / The result of this shipbuilding / With all the will in the world / Diving for dear life.

Bij de samenstelling van deze aflevering van Zéro de conduite stelde ik me voor dat ik in een mooi park wandelde, Hampstead Heath in Londen bijvoorbeeld, en dat de gedachten, dagdromen en invallen die er tijdens die wandeling in mijn hoofd zouden opkomen begeleid zouden worden door songs. Of dat ze mijn gedachtestroom – zeker in het geval van gepieker over armoede, ziekte en dood – zouden doorbreken. Van welke liedjes ik in mijn denkbeeldig park tijdens mijn fantasmagorische wandeling graag wilde horen maakte ik een lijst: liedjes voor een wandeling in het park. Het is geen platonische lijst geworden met daarin de absoluut allermooiste liederen voor zo’n promenade; dat zou onmogelijk geweest zijn. Niemand kan vrijblijvende lijsten maken. We leven in onze eigen tijd en worden of we het nu willen of niet op elk ogenblik beïnvloed door wat ons omgeeft. Een uitgesproken inspiratiebron was een interview met de begenadigde bass explorer Danny Thompson – uit Battersea, waar het romantische Battersea Park met de London Peace Pagoda is gelegen – in het maandblad Mojo. Danny Thompson is 83 maar zijn geest (brain) is nog 18, zegt hij. Hij speelde contrabas bij talloze legendarische muzikanten en bands, waaronder John Martyn, Pentangle, Tim Buckley, Nick Drake, Richard Thompson, Incredible String Band, Paul Weller en Kate Bush. Op die manier zijn er nogal wat nummers waarop Danny Thompson de contrabas hanteert in de lijst binnengeslopen. Met dank aan interviewer Tom Doyle. De meeste songs voor deze wandeling mogen met enige ironie easy listening worden genoemd, al zijn ze dat soms op een wat perverse manier. En er is natuurlijk op de achtergrond – die soms voorgrond wordt – de oorlog. Vandaar de traditional Oh Death, Elvis Costello’s en Clive Langer’s Shipbuilding, Jeff Tweedy’s War on War en zelfs All The Neon Lights Are Blue van de o zo miskende zanger en componist Mickey Newbury. Tim Buckley’s The Earth Is Broken (live in Londen) spreekt dan weer boekdelen over wat wij met de aarde hebben gedaan. Dat stel je zelfs vast als je in het allermooiste park je zorgen probeert te vergeten, luisterend naar het gekwinkeleer van de vogels of plots oog in oog staand met een prerafaëlitische engel. Wandelend in een park kun je verlangen naar een andere wandeling in een ander park, of in een paradijselijke tuin, zoals die van Serralves in Porto. Wat in deze pastorale aflevering zeker niet mocht ontbreken is Walk in the Park van Victoria Legrand en Alex Scally, beter bekend als Beach House.

Veel luisterplezier.

Opgedragen aan Danny Thompson. Long may you run.

Hampstead Heath, Londen. 25 juni 2014

The Earth Is Broken – Tim Buckley – Dream Letter: Live In London 1968 – Tim Buckley

Summer Dress – Ryley Walker – Primrose Green – Ryley Walker

Absinthe – Beth Orton – Comfort Of Strangers – Beth Orton

Sleeping Me Awake – James Elkington – Ever-Roving Eye – James Elkington

Summer Heat – Bert Jansch – When The Circus Comes To Town – Bert Jansch

Lord Franklin – Pentangle – Cruel Sister – Trad. arr. B.Jansch/J.Renbourn/D.Thompson/T.Cox/J.McShee

In A Crowd – The Modern Jazz Quartet – The Sheriff – John Lewis

Solid Air – John Martyn – Solid Air – John Martyn

River Man – Nick Drake – Five Leaves Left – Nick Drake

Os Dias São À Noite – Madredeus – O Paraíso – Pedro Ayres Magalhães

Shipbuilding – Robert Wyatt – Panic – Elvis Costello/Clive Langer

In Florida – Jake Xerxes Fussell – Good And Green Again – Jake Xerxes Fussell

The Mad Hatter’s Song – Incredible String Band – The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion – Robin Williamson

Alabama Bound – The Charlatans – The Amazing Charlatans – Traditional

Oh Death – Kaleidoscope – Side Trips – John William Reedy

All The Neon Lights Are Blue – Mickey Newbury – Blue To This Day – Mickey Newbury

Journey in Satchindananda – The Third Mind – The Third Mind – Alice Coltrane

Never Learn Not To Love – The Beach Boys – 20/20 – Dennis Wilson/Charles Manson

Sylvia Said [1995 Remix] – John Cale – Fear – John Cale

In My Other World – Julee Cruise – The Voice Of Love – Julee Cruise/Louis Tucci

Walk In The Park – Beach House – Teen Dream – Alex Scally/Victoria Legrand

Constellation – Calexico – El Mirador – Joey Burns

Mount Airy Hill (Way Gone) – Kurt Vile – (watch my moves) – Kurt Vile

Listen To Me – Micah P Hinson – All Dressed Up And Smelling Of Strangers – Charles Hardin/Norman Petty

Surfin’ USA – The Jesus And Mary Chain – Darklands [Disc 2] – Chuck Berry/Brian Wilson

Little Honda – Yo La Tengo – I Can Hear The Heart Beating As One – Mike Love/Brian Wilson

War On War – Low – Wilco Covered – Tweedy

End of the Season – The Kinks – Something Else by the Kinks – Ray Davies

Edie Sedgwick – Turn The Whole World On Just For A Moment… – Ciao! Manhattan – Edie Sedgwick

Hampstead Heath, London. 25 juni 2014


Research, samenstelling en foto’s: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: BURNING HELL

Little Walter

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Well, my temperature rises and my feet don’t walk so fast / Yes, my temperature rises and my feet don’t walk so fast / Well, this Arabian doctor came in, gave me a shot / But wouldn’t tell me if what I had would last.

De hel is geplaveid met goede voornemens en je hoort er naar het schijnt alleen maar blues uit het midden van de twintigste eeuw (en ouder). Bovendien loop je daar louter anderen tegen het vege lijf. Mijn goed voornemen was om vandaag de trein naar Antwerpen te nemen en eindelijk weer live aan de slag te gaan. Aan de slag? Ik ben echter thuis gebleven. Waarom? Vanwege nothing but the blues, maar je mag het ook uitputting noemen. Einde van het Latijn. Ik neem aan dat ik op een dag het licht weer zie, maar die dag is zeker nog niet vandaag. Van de nood heb ik een deugd gemaakt, van de blues een programma, al zit in mijn selectie ook heel wat zogeheten bluesrock. De echte blues, of wat je zo zou kunnen noemen, heb ik pas laat leren kennen. In mijn jeugd had ik maar één zwarte bluesplaat, een live album van B.B. King. De rest van mijn blues was allemaal wit. Ik geloof niet dat het een geval van jeugdig racisme was. De eerste single die ik ooit aanschafte – in 1962 – was er een van Ray Charles. Het probleem was vooral, meen ik mij te herinneren, dat je geen oorspronkelijke blues op de radio hoorde, je vond weinig of geen zwarte blues in de platenwinkels, er werd ook slechts incidenteel over geschreven, tenzij in gespecialiseerde blaadjes (die ik niet kende). Zoals zoveel van mijn generatiegenoten heb ik de blues leren kennen van de langspeelplaten en singles van the Rolling Stones, the Pretty Things en Them. En ik moet hier zeker ook Cuby & the Blizzards vermelden. Harry Muskee had een authentieke bluesstem, Eelco Gelling was een voortreffelijke gitarist. Je had natuurlijk ook John Mayall & the Bluesbreakers, the Yardbirds, Fleetwood Mac, Chicken Shack en wat later Led Zeppelin, en nog een hele resem andere rockbands van wie het repertoire gebaseerd was op de blues. Al deze witte bands, zangers, muzikanten, maakten mij warm voor de oorspronkelijke muziek uit Chicago, Memphis, de Mississippi Delta, New Orleans en talloze andere steden en dorpen in de VS. En zo kwam het dat ik uiteindelijk toch op zoek ging naar platen van Muddy Waters, Little Walter, Howlin’ Wolf, John Lee Hooker en andere giganten. Inmiddels waren de jaren zeventig begonnen en had ik een soort van baard. (Best mogelijk dat ik dit verhaal al eerder heb verteld.)

If I’m feelin’ tomorrow
Like I feel today
I’m gonna pack my suitcase
‘Cause I’m troubled
I’m all worried in mind
And I never been satisfied
And I just can’t keep from cryin’


Bij de keuze van de onderstaande songs ben ik snel en intuïtief te werk gegaan. Op een andere dag had mijn lijst er waarschijnlijk helemaal anders uitgezien. Op nog een andere dag had ik helemaal geen blues gekozen, maar liedjes over filmsterren, aardbeien, wolkenkrabbers, zeilboten of Rock Werchter. Stemming bepaalt ons leven.

Veel luisterplezier.

Cuby (Harry Muskee), Eddie Boyd, John Mayall

This Land Is Your Land – Woody Guthrie – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Woody Guthrie

Long Road To Travel – Lonnie Johnson – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Lonnie Johnson

Mean Old World – T-Bone Walker – T-Bone Blues – Michael Goldsen/T-Bone Walker

I Can’t Be Satisfied – Muddy Waters – Hard Again – M. Morganfield

Come Back Baby – Little Walter – Blues With A Feeling  – Walter Jacobs

Done Somebody Wrong – Elmore James – The Sky Is Crying – Elmore James

The Sky Is Crying – Cuby + Blizzards – Trippin’ Thru’ A Midnight Blues – Robinson/Lewis/James

Stop – Mike Bloomfield, Al Kooper, Steve Stills – Super Session – J.Ragovoy/M.Shuman

Mellow Down Easy – Butterfield Blues Band – The Paul Butterfield Blues Band – Willie Dixon

Sitting On a Barbed Wire Fence (Take 2) – Bob Dylan – The Best of The Cutting Edge 1965-1966: The Bootleg Series, Vol. 12 – Bob Dylan

Rollin’ And Tumblin’ – Canned Heat – Cook Book – McKinley Morganfield

I Need A Man To Love – Big Brother & The Holding Company – Cheap Thrills – J.Joplin/S.Andrew

Bring It On Home – Led Zeppelin – Led Zeppelin II – Willie Dixon

Dimples – Johnny Jenkins – Ton-Ton Macoute! – James Bracken/John Lee Hooker

Statesboro Blues – Taj Mahal – Taj Mahal – W. McTell

Two Headed Woman – Junior Wells – Walkin’ The Blues – C. Weaver/W. Dixon

Sit And Cry The Blues – Buddy Guy – Walkin’ The Blues – Willie Dixon/Buddy Guy

Sittin’ Drinkin’ And Thinkin’ – Little Junior’s Blue Flames – Sun Records: The Blues Years 1950-1958 [Disc 7] – Herman Parker

Move On Down The Line – Earl Hooker – Sun Records: The Blues Years 1950-1958 [Disc 5] – Earl Hooker

Penitentiary Blues – Lightnin’ Hopkins – Lightnin’ Hopkins (Folkways, 1959) – Lightnin’ Hopkins

Burning Hell – John Lee Hooker – Burning Hell – John Lee Hooker


Don’t Start Cryin’ Now – Slim Harpo – The Best Of Slim Harpo – Moore/West

Left Handed Woman – Jimmy Reed – At Soul City – Jimmy Reed

Who’s Been Talking? – Howlin’ Wolf – The London Howlin’ Wolf Sessions – Chester Burnett

Who Do You Love – Ronnie Hawkins & The Hawks – The Best Of Ronnie Hawkins & The Hawks – Bo Diddley

Stingy Little Thing – Hank Ballard – Singin’ and Swingin’ – Henry Ballard

Finger Poppin’ Time – Lou Ann Barton – Old Enough – Henry Ballard

Light My Fire – Etta James – Call My Name – The Doors

You Shook Me – Jeff Beck – Truth – Jeff Beck

Hound Dog – Paul Burlison – Train Kept A-Rollin’ – Leiber/Stoller

Broke Down Engine – Johnny Winter – The Progressive Blues Experiment – Johnny Winter/A. Fernback

Shake ‘Em on Down – Tarbox Ramblers – Tarbox Ramblers – Traditional

Cold Day In Hell – Lucinda Williams – Down Where The Spirit Meets The Bone – Lucinda Williams

I’m Gonna Kill That Woman – Nick Cave & The Bad Seeds – Kicking Against The Pricks – John Lee Hooker

Long Snake Moan – PJ Harvey – To Bring You My Love – Polly Jean Harvey

Could We – Cat Power – The Greatest – Chan Marshall

Lou Ann Barton

Samenstelling en research: Martin Pulaski

KRETEN EN GEFLUISTER

©Martin Pulaski

We zitten de hele middag al te drinken, mijn vriend Alfred en ik. Zoals wel meer van mijn vrienden en kennissen is Alfred het leven beu. Optimisten, zelfverklaarde levensgenieters en carrièreplanners hebben mij om een of andere reden al meerdere jaren geleden de rug toegekeerd. Bestel nog een glas wijn, is Alfreds leuze, want het leven is niets en de wereld heeft niets aan mijn bestaan.

Die avond in café De Kat laat ik Alfred even aan zijn lot over om Ronald dag te gaan zeggen. Ronald is een architect die in de jaren zestig zijn laatste huizen heeft ontworpen. Zijn radicale visie op architectuur, geïnspireerd door de bevindingen van Internationale Situationniste, sloeg echter niet aan in dit platte land van ons. Ik wijs – niet al te opvallend – naar Alfred en leg uit dat hij diep in de put zit. Ronald haalt de schouders op.
“Niemand mag sterven, Ronald”, zeg ik.
“Laat ze er toch allemaal een eind aan maken”, zegt Ronald. “En trek het je niet aan, als ze het willen doen ze het toch. Niemand houdt hen tegen”.

Terwijl Ronald en ik zitten te praten loopt Alfred De Kat uit en roept, met een stemgeluid dat je nauwelijks horen kan, “ik wil dood, ik wil dood”. Ik ga hem achterna, grijp hem bij de mouw en trek hem weer de kroeg in. Ondanks zijn duidelijke afkeer van alles wat hij nu een tweede keer ontwaart gaat hij gewillig op een enigszins wankele stoel zitten.
“Ik laat Lydia heel gauw een taxi bellen”, zeg ik. “Eerst bestel ik nog een rondje voor Ronald en zijn vrienden”.

“Ben jij wel van Antwerpen?” vraagt de pooier van een blondje (ongeveer negentien, groene ogen). Waarschijnlijk is hij geen pooier, maar ik vind het prettig hem zo te noemen. Had hij maar niet dat glimmend blauwzijden hemd moeten aantrekken. En dat hij het meisje behandelt alsof ze zijn poedel is kan ik helemaal niet hebben. Na een halve minuut ongeveer haat ik deze man al en heb ik zin om hem een vuistslag te geven. Jammer dat ik niet sterker ben. Ik doe niets om fit te blijven, draag een bril en ben aan de magere kant, allemaal zaken die niet in mijn voordeel zijn als het op vechten aankomt. Een goedgeplaatste vuistslag zou nochtans veel oplossen. Maar nee. Ook al omdat ze mij in de Kat voor een intellectueel houden. Van het soort dat niet vecht.
“Ik ben van Brussel én van Antwerpen”, antwoord ik zo vriendelijk als ik kan.
“Daar heb ik ook gewoond, in Brussel”, zegt het blonde meisje.
“In Brussel was alles beter dan hier”, voegt ze eraan toe.
“Overal was altijd alles beter”, zeg ik.
Ze kijkt me boos aan. Heb ik iets verkeerds gezegd?
“Ik wil zelfmoord plegen”, kreunt Alfred.
“Laat hem toch zeuren”, zegt Ronald, “het is nog te vroeg voor je taxi”.
“Overal was altijd alles beter”, zeg ik, “overal ter wereld.”.

Een Indiër met bloemen komt het café binnen. Niemand is geïnteresseerd in zijn koopwaar. Ik wel: het tafereel roept een vaag gevoel van herkenning in me op, het is alsof ik gedwongen word de man aan te spreken, om op die manier te weten te komen welke woorden en mogelijk zelfs zinnen ik zal gebruiken.
“Hoeveel voor zo’n roos?”, vraag ik.
“Een euro”, zegt hij.
“Vijftig cent”, zeg ik. Ondertussen vraag ik me af: voor wie?
“Negentig”, zegt de Indiër.
“Vijftig”, houd ik vol.
“Tachtig”, zegt de Indiër.
“Vijftig”.
“Zeventig”.
“Vijftig”.
“Zestig”.
“Vijftig”.
“O.K.”, zegt de Indiër, “vijftig cent voor deze mooie roos”.
Gesterkt door deze overwinning vraag ik me af of ik de pooier toch maar niet in zijn gezicht zal slaan. De rode roos geef ik aan Lydia. Aan wie anders? Lydia is verbaasd, of wat had je gedacht? Al die jaren dat ik in haar café kom heb ik nauwelijks het woord tot haar gericht, laat staan haar iets gegeven, en nu dit.
“Waarom geef je mij een roos?” vraagt ze.
“Omdat ze in mijn weinig gastvrije hand verwelkt”, zeg ik. “Lydia, weet je, ik woonde graag in Antwerpen. Dit is altijd mijn heilige stad geweest. Je had al veel meer bloemen van mij moeten krijgen, al was het maar om de tijd te verzachten”.

Pieter De Zwaan komt naar me toe. We begroeten elkaar.
“Je bent dik geworden”, zeg ik.
“Vind je?”, vraagt hij.
“Wel zeker”, zeg ik, “erg dik. Als ik ooit een acteur zoek voor mijn versie van Pere Ubu, weet ik bij wie ik terecht kan. À propos, ken jij die pretentieuze vent die daar zit, met dat brilletje op zijn neus? Ik heb zin om die man een pak slaag te verkopen. Vooral vanwege dat zijden hemd dan”.
“Je moet dat doen”, zegt Pieter. “Het is een klootzak. Een regelrechte chauvinist. En hij is niet eens van Antwerpen!”
“Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan”, zeg ik. “Maar kan ik die man in mekaar rammen, terwijl mijn vriend Alfred zelfmoord wil plegen? Zie de man daar zitten, Pieter.”
“Wil Alfred zelfmoord plegen?” vraagt Pieter.
“Ja”, zeg ik. “Ik breng hem meteen naar huis, met de taxi. En daarna neem ik in Berchem de junkietrein die van Amsterdam komt. ”
“Je moet nooit bang zijn”, komt Ronald ertussen “Dat is nergens goed voor. In Brussel moet je ook niet bang zijn. Je moet brutaal zijn. En brullen. Als je brult, weten ze dat je niet bang bent. Je moet brullen zoals je hier in Antwerpen hebt gedaan toen die biker je vriend omver wilde rijden”.
“Ja, dat is waar”, zeg ik, “die sonofabitch is wel even geschrokken”.
“Nooit bang zijn,” zegt Ronald nog een keer.

(Toen we van café de Volle Maan naar De Kat liepen had een macho op een Yamaha geprobeerd Alfred omver te rijden, zij het op trage wijze. Mogelijk hield hij zich wat in vanwege de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Ik ben luidkeels beginnen te brullen, verdomde klootzak en van die uitdrukkingen, je kent ze wel. Meer was niet nodig om de samoerai op de vlucht te doen slaan. Alfred had me enigszins verrast aangekeken.)

Alfred staat op, neemt een aantal briefjes van twintig uit zijn jas en werpt die op de vloer. Ik raap ze op en geef ze hem terug. Nu is het de hoogste tijd voor de taxi.

Als we aan het station van Berchem aankomen heb ik nog twee minuten voor de trein naar Brussel vertrekt. Mogelijk is Alfred vergeten dat hij dat geld in zijn jaszak heeft zitten, dus geef ik hem nog eens twintig euro, zodat hij zich tot voor zijn deur kan laten voeren. Hij geeft het geld meteen aan de taxichauffeur en stapt ook uit.
“Zal het gaan?”, vraag ik.
“Tuurlijk”, zegt hij”, het is maar een steenworp ver”.
“Een worp met de dobbelsteen”, zeg ik.
“Precies”, zegt Alfred.

Op de junkietrein zitten geen junkies, zo te zien. Er wordt zelfs geen joint gerookt. Jammer, want ik houd van die geur. Ik zet mijn koptelefoon op en luister naar Townes Van Zandt:
“To live is to fly high and low…”.

Een uurtje later hang ik op een barkruk in een proletariërskroeg nabij het Zuidstation. Het bier smaakt er bitter maar de mensen die er rondhangen zien er tevreden uit, eerder zoet dan bitter. Een paar oudere echtelieden, of stiekeme geliefden, dat kan ook, dansen op de muziek van de jukebox. “Pepito Mi Corazon”, zingt de zangeres van Los Machucambos. Ik ken dat lied. Het herinnert me meteen aan een gedicht dat ik schreef naar aanleiding van de dood van mijn vader. Daarin zie ik hem met een schipperspet op het hoofd een danspasje doen op “Pepito Mi Corazon”. En zo herinner ik me ook weer mijn vader zelf, zijn laatste jaren, toen ik tederheid voor hem ging voelen. Toen ik een zoon werd. Het wordt tijd om op te krassen. Dit is mijn verleden. Mijn ware leven is elders. Ik moet bellen naar mijn vriend. Hij mag niet sterven.

In de taxi naar huis heb ik een discussie met de chauffeur, een uitgesproken racist met een Limburgse tongval.
“Die Marokkanen moeten terug naar hun land”, zegt hij. “Ze maken hier alles kapot”.
Ik word niet boos, probeer hem zelfs enigszins te begrijpen. De man evenwel tot een inzicht brengen dat mij moreel juister lijkt, dat lukt mij niet. Om nog wat door te kunnen gaan met onze discussie zet de taxibestuurder voor mijn woning aangekomen de teller af. We praten nog een goed half uur. Mijn argumentatie is gebaseerd op één idee: als de Marokkanen weg zijn, dan zullen het de Limburgers zijn die alles verpesten. Want dat zijn ook geen echte Vlamingen, echte Vlamingen zingen namelijk niet.
“Alleen Limburgers zingen, dat weet je toch,” zeg ik. Mensen kiezen altijd een vijand uit. Dat is altijd al zo geweest. Het probleem van de vijandigheid in ons hart los je niet op met de Marokkanen of wie dan ook naar huis te sturen. Hun huis is nu hier.
“De mensen moeten met elkaar leren leven”, zeg ik, “dat geldt net zo goed voor jou als voor mij.” Maar luistert de Limburger nog? Hoort hij wat ik zeg? Hij zal denken dat het dronkenmanspraat is.
“Geloof me”, zeg ik, “net als jij heb ik van die negatieve gevoelens. Haat, intolerantie, vijandigheid. Ik ken het allemaal. Maar ik probeer er op een evenwichtige manier mee om te gaan.”
Zal hij hierover nadenken? Ik betwijfel het. Mijn ervaring is dat je een racist uiterst moeilijk op andere gedachten kunt brengen. Toch geven we elkaar de hand en wensen elkaar zonder hardheid in onze stem een mooie zondag.

Het is vier uur in de ochtend. Ik bel terstond Alfred op. Gerinkel. Zou hij slapen? Of is hij dood? Wat maakt het voor hem uit? Het leven is niets. Alleen wij die blijven zullen treuren en elkaar met schroom of tegenzin in de ogen kijken. Op reis gaan naar plaatsen waar iedereen al geweest is, en geeuwen bij al die schoonheid. Alleen wij zullen elkaar en onszelf leugens vertellen. Anders is het leven niets. Alfred kan tegen een stootje. Mijn vriend zal nog lange tijd met zijn dobbelstenen blijven werpen.

Dit is een grondig herwerkte versie van het verhaal Geeuwen bij al die schoonheid, dat ik in 2005 op dit blog publiceerde. Aan de personages heb ik nauwelijks iets veranderd, wel aan de stijl en de woordkeuze. En ik heb de verteller wat meer mededogen gegund.

De foto is van mezelf. Dit is niet in De Kat en niet in een café aan het Zuidstation in Brussel.

ZERO DE CONDUITE: HAPPY DAYS

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Mister Sun, you’re so far / Please help me find my wishing star / Only you understand / How lonely I am on the sand / You take me far away from noisy crowds / When I just watch you play, I’m on the clouds.

Dit wordt een verjaardaguitzending. Gisteren werd ik nog maar eens een keer een oudere man. Bovendien debuteerde ik veertig jaar geleden samen met Max Borka als DJ bij deze unieke radio. Zodoende selecteerde ik achtendertig grotendeels vrolijke songs in zowat alle genres die in mijn diverse programma’s aan bod zijn gekomen. Dit is geen selectie van mijn favoriete liedjes, al vind ik ze natuurlijk wel goed; het is mij voornamelijk om de variatie en de sfeer te doen. Hoewel het niet allemaal dansmuziek is kan en mag er gedanst worden. En gedronken, en meegezongen of geïmproviseerd. Je mag bijvoorbeeld een tekst bedenken bij Dat mistige rooie beest, of bij Tea for Two. Een andere mogelijkheid is: een gedicht schrijven over Napoleon Solo en Ilya Kuryakin. Of striptease op Brigitte Bardots Mister Sun. Je ziet maar. In ieder geval moet ik bekennen dat ik van je houd.

Veel luisterplezier!


Good Dog, Happy Man  Bill Frisell – Good Dog, Happy Man – Bill Frisell

Old Man – Neil Young – The Archives Vol. 1: 1963-1972 – Neil Young

Lo And Behold – Bob Dylan & The Band – The Basement Tapes – B. Dylan

One Night Of Love – Karen Dalton – In My Own Time – J. Tate

Loving Cup – The Rolling Stones – Exile On Main Street [Deluxe Edition] – Keith Richards/Mick Jagger

Drinkin’ Wine Spo-Dee-O-Dee – Taj Mahal & Ry Cooder – Get On Board – The Songs Of Sonny Terry & Brownie McGhee – Granville McGhee/J. Mayo Williams

I’m Your Hoochie Coochie Man – Junior Wells – Best Of The Vanguard Years – Willie Dixon

I Love the Life I’m Living – Slim Harpo – The Excello Singles Anthology – J. Moore

High And Lonesome – Jimmy Reed – I´m Jimmy Reed – Jimmy Reed

Wild Man Blues – Louis Armstrong & His Hot Seven – The Best of The Hot 5 & Hot 7 Recordings – Armstrong/Morton

Careless Love Blues – Bessie Smith – The Essential Bessie Smith – W.C. Handy

They Can’t Take That Away From Me – Billie Holiday & Her Orchestra – Lady Day: The Best Of Billie Holiday – Ira Gershwin/George Gershwin

You’d Be So Nice To Come Home To – Coleman Hawkins & Ben Webster – Coleman Hawkins Encounters Ben Webster – Cole Porter

Tea For Two – Art Tatum – Art Tatum baptisé “Chopin Fou” – Youmans/Caesar

Maybe I Should Change My Ways – Duke Ellington – The Duke: The Columbia Years 1927-1962 – J. Latouche/D. Ellington

Let Me Go Home – Sam Cooke & The Soul Stirrers – The Last Mile Of The Way – Unknown

Black Is The Color Of My True Love’s Hair – Nina Simone – Nina Simone At Town Hall – Nina Simone

Save The Children – Gil Scott-Heron – The Revolution Will Not Be Televised – Gil Scott-Heron

Sun King – The Beatles – Abbey Road [2009 Stereo Remaster] – John Lennnon/Paul McCartney

De Vrienden Van Vroeger – Boudewijn de Groot – Voor de Overlevenden – Boudewijn de Groot

Dat Mistige Rooie Beest – Rogier Van Otterloo – Turks Fruit soundtrack – Van Otterloo

Moon River – Victoria Williams – Sings Some Ol’ Songs – Mancini/Mercer

Mister Sun – Brigitte Bardot – Vol. 2 – Eileen/G. Bourgeois/J.-M. Rivière

Oui Parle Français – Compay Segundo – Las Flores De La Vida – Francisco Repilado Muñoz

Menino Das Laranjas (The Orange Selling Boy) – Elis Regina – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms, Vol. 2 – Theo De Barros

I Had The Craziest Dream – Astrud Gilberto – Non-Stop To Brazil – Mack Gordon/Harry Warren

Illya Kuryakin – Ike Bennett & The Crystalites – Guns Of Navarone – Henry Mancini

One Scotch One Bourbon One Beer – Alfred Brown – Ride Your Donkey – Rudolph Toombs

Too Much Too Young – The Specials – Specials – Jerry Dammers/L.Charmers

Throw Down Your Arms – Burning Spear – Dry And Heavy – Winston Rodney

That’s How Strong My Love Is – O.V. Wright – The Complete Goldwax Singles, Volume 1: 1962-1966 – Jamison

I Just Want to Make Love to You – Etta James – At Last! – Willie Dixon

Try Matty’s – Aretha Franklin – Spirit In The Dark – Aretha Franklin

Save Me – Wilson Pickett – The Rock & Soul Sounds Of Muscle Shoals, Alabama – George Jackson/Dan Greer

I Can’t Turn You Loose – Otis Redding – The Complete Stax/Volt Singles: 1959-1968 – Otis Redding

I’m Confessin’ (That I Love You) – Marc Ribot – Saints – Daugherty/Reynolds/Neiburg

Coney Island Baby – Tom Waits – Blood Money – Tom Waits/Kathleen Brennan

Three Chords for Senga – Martin Pulaski – Rusty Strings (unreleased) – Martin Pulaski


Samenstelling en research: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: DOMINO

The Bangles and Leonard Nimoy


Zéro de conduite is in essentie een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Amerikaanse folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Hangin’ out in L.A. / And there’s nowhere to go / It ain’t Christmas if there ain’t no snow / Listening to Sheena on the radio / Oh-ho oh-ho.

Deze episode van Zéro de conduite is een hommage aan het roemruchte en mogelijk beste Nederlandstalige rockprogramma uit de jaren tachtig, Domino. Vanavond besteden we aandacht aan het eerste deel van die radioshow. Arnold Rypens stelde dat op ingenieuze wijze en met kennis van zaken samen en Guy De Pré was er de gepaste presentator van. (Er was natuurlijk ook het tweede deel, van Luc Janssen, zeker niet onverdienstelijk, wel integendeel. Maar dat zetten we, vanavond althans, tussen haakjes).
Voor Domino bleven we met plezier een paar uur langer thuis en ontdekten op die manier dat er zelfs in de ellendige jaren tachtig nog boeiende en springlevende rock-‘n-roll muziek werd gespeeld en op plaat gezet. Er werd zelfs op echte instrumenten gespeeld. Als beginnende radiomaker van het wekelijks programma Shangri-La, op Radio Centraal, vond ik veel inspiratie in Domino. In het programma van Arnold Rypens, mogelijk meer bekend van zijn boek en website The Originals, leerde ik vooral jonge Amerikaanse bands kennen. Wat we te horen kregen was een genre dat later americana en alt.country zou worden genoemden. Veel van de bands die in Domino de revue passeerden grepen terug naar de wortels van rock-‘n-roll: blues, country en de sound van de Sun records in Memphis. Het was deze muzikanten evenwel niet om een nostalgietrip te doen, het ging niet om slaafse reconstructies. De songs die ze opnamen sprankelden van leven en drukten net zo goed de tijdsgeest uit als de prefab van groepjes als Haircut 100, Duran Duran en Spandau Ballet. Er werd niet alleen opgekeken naar de Sun sound – en niet te vergeten: the Velvet Underground – en dergelijke meer, er was tegelijk een revival van psychedelische pop van de sixties aan de gang, vaak geïnjecteerd met een flinke dosis punk. Ook de powerpop van groepen als Big Star kwam aan bod. Ongeveer alles wat we in Domino hoorden (ook in deel twee), schudde ons wakker uit onze muzikale winterslaap. De opera’s van Wagner konden weer de kast in.

Veel luister- en dansplezier!

Domino – Cramps – Off The Bone – Sam Phillips

Rock And Roll Till The Cows Come Home – The Tail Gators – Swamp Rock – Tail Gators

If I Had Possession Over Judgement Day – Rainer & Das Combo – Barefoot Rock With Rainer & Das Combo – Robert Johnson

Take It Off – Alex Chilton – High Priest – Eve Darby

Little Honey – The Blasters – Testament: The Complete Slash Recordings – John Doe/Dave Alvin

Saint Behind The Glass – Los Lobos – Kiko – David Hidalgo/Louie Pérez

Sweet Misery Blues – Violent Femmes – Hallowed Ground – Gordon Gano

Still Holding On To You – Dream Syndicate – Medicine Show – Steve Wynn

Here Comes A Regular – The Replacements – Tim – Paul Westerberg

Don’t Toss Us Away – Lone Justice – Lone Justice – Lone Justice/Bryan Maclean

Still Tied – Jason & The Scorchers – Are You Ready For The Country – Jason Ringenberg

They’ll Never Take Her Love From Me – The Coward Brothers – King Of America – Leon Payne

Sad Lovers Waltz – Camper Van Beethoven – II & III – Chris Molla/David Lowery/Greg Lisher/Jonathan Segel/Victor Krummenacher

Change Is Now – Giant Sand – Selections Circa 1990-2000 – Chris Hillman/Roger McGuinn

Tried So Hard – Yo La Tengo – Fakebook – Gene Clark

Still Get By – Long Ryders – Native Sons – Stephen McCarthy

Where Were You When I Needed You – The Bangles – Eternal Flame: The Best Of The Bangles – P.F. Sloan/Steve Barri

Danny Says – The Ramones – End Of The Century – Ramones

She’s a Diamond – Opal – Happy Nightmare Baby – David Roback/Kendra Smith


Talking In My Sleep – The Rain Parade – Emergency Third Rail Power Trip – David Roback/Matti Piucci

Halah – Mazzy Star – She Hangs Brightly – Roback/Sandoval

Stars Are in Your Eyes – Kendra Smith – The Guild of Temporal Adventurers – Liqueure/Corey

Raining Pleasure – The Triffids – Beautiful Waste And Other Songs – D. McComb/J. Patterson

Dream Lover – Big Star – Third/Sister Lovers – Alex Chilton

Mother Of Earth – The Gun Club – Miami – Jeffrey Lee Pierce

Commodore Peter – The Silos – The Silos – Salas-Humara

Drive – R.E.M. – Automatic For The People – R.E.M.

Bad Karma – Warren Zevon ft. R.E.M. – Sentimental Hygiene – Warren Zevon

I’m Sorry (But So Is Brenda Lee) – Marshall Crenshaw ft. T-Bone Burnett – Downtown – Ben Vaughn

Hey Jack Kerouac – 10,000 Maniacs – In My Tribe – Buck/Merchant

Let’s Go – The Feelies – The Good Earth – Bill Million/Glenn Mercer

Can’t Go On This Way – The Windbreakers – Terminal – Bobby Sutliff

This I Know – Green On Red – Gas Food Lodging – Green On Red

Send Me A Postcard – Danny & Dusty – The Lost Weekend – Daniel Gordon Stuart

Train Around The Bend – True Believers – Hard Road – Lou Reed

Samenstelling en research: Martin Pulaski

TAMELIJK BETAMELIJK GEDRAG

Senga, Dolfijnstraat, omstreeks 1977.

[Nachten aan de Kant 62]

Die dag in augustus werd ik pas omstreeks het middaguur wakker. Beneden in het Groot Vertrek zat Senga aan de keukentafel te lezen in Film en Televisie. Wat lees je, vroeg ik. Een boeiende recensie van Ronnie Pede over Renaldo & Clara, zei Senga. Je hebt in de oude tijdschriften zitten neuzen, zei ik. Zo oud is dit nu ook weer niet, zei ze. Toch wel een jaar, zei ik. De tijd gaat snel, zei Senga. Je hebt ze toch weer niet allemaal door elkaar gehaald, zei ik. Ik heb die oude Photo van jou weer bovenop de stapel gelegd, zei ze. Senga zag er verrukkelijk uit, in haar lila T-shirt met de expressieve kop van Jim Morrison erop afgebeeld. In de zomer liep Senga graag in haar blote kont rond, maar nu Gabriëlla bij ons woonde was ze wat betamelijker geworden. Ik kwam wat dichterbij om te zien welke zedige oplossing ze voor vandaag gevonden had. Het was een kort dun rokje in wit katoen, dat wat meer aan de verbeelding overliet dan een blote kont, maar niet zo heel veel meer. Senga leek ervan uit te gaan dat mijn voorstellingsvermogen eerder klein was. Daarin vergiste ze zich.
Gabriëlla was het andere uiterste. Ook in de zomer liep ze gekleed alsof het elk moment zou kunnen gaan vriezen. Steevast droeg ze een jeans, een T-shirt en daarover meestal nog eens een slobbertrui. Nooit zag het zonlicht haar blote benen. En toch had ze iets, maar om dat te zien moest je over een bijzondere gave beschikken. Verbeelding volstond niet.

Ik had Lost in the Ozone van Commander Cody & His Lost Planet Airmen op de platenspeler gelegd. Het concert van die countryrock band, de onwaarschijnlijke opener voor Elliott Murphy op de Brusselse Grote Markt, was bij mij in de smaak gevallen, maar in vergelijking met de blonde rockdichter zag het er allemaal wat vulgair uit en klonk het ook zo. Toch kon ik nog altijd genieten van songs als Seeds and Stems (Again) en Lost In the Ozone. Ondertussen had mijn verrukkelijke Syngala de tafel gedekt. Je moet weten dat ik haar af en toe met veel plezier een andere naam gaf. Syngala paste klankmatig goed bij Bengaals vuur, vond ik Net als mijn geliefde kon dat lang, rustig en toch fel branden.

Ik dronk drie koppen van Senga’s sterke koffie, want ik voelde me erg moe. Van wat kon dat zijn? In de Mort Subite hadden we niet meer dan twee of drie glazen bier gedronken… Van schrijven zou er niets meer in huis komen vandaag. Ik vroeg Senga of ik haar wat uit De triomf van het leven mocht voorlezen. Dat vond ze een prima voorstel.

We gingen in de bruine zetels zitten, Senga en Jim Morrison tegenover me, en ik begon te lezen.

Triomf van het leven

Het leven is het leven. Rampzalige tautologie, die alles omvat en toch niets betekent. Bestond zij maar niet, of had ik ze maar meteen geschrapt. Wekenlang houdt die uitspraak me nu al in haar ban. ’s Nachts kan ik er niet van slapen, overdag belet ze mij te werken. Aan niets anders kan ik nog denken dan aan het leven dat het leven is.

Sinds het ogenblik dat deze tautologie mij een van die prachtige vondsten leek heb ik al twee cahiers volgeschreven. Geen woord van mezelf. Uitsluitend fragmenten van bekende en minder bekende denkers en dichters. Gedachten, beschouwingen, uitspraken over de zin, de oorsprong, het doel en zelfs de absurditeit van het leven. Tijdens dit voorbereidend werk, van krampachtig associatieve aard, was me opgevallen dat zowat alle auteurs het vooral en steeds weer over de dood hadden, of op zijn minst over de vervlechting van leven en dood.

Ik wierp een steelse blik op Senga, haar bevallige blote benen gekruist. Ze zat met de ogen toe en leek aandachtig te luisteren. Mijn tekst verveelde me. Veel liever had ik lekker met haar gevrijd. Haar lijf nog getaand door de zon van de Camargue. Maar zelfs de gedachte aan al die opwinding putte me uit.

De volksmond leert ons dat het leven een strijd is. Charles Darwin heeft die wijsheid wetenschappelijk onderbouwd. Ook bij Hegel, Marx en zelfs Nietzsche vinden we ettelijke passages over strijd, oorlog, destructie, volstrekte negativiteit terug. Arthur Schopenhauer, voorloper van de Weense School en inspiratiebron voor Samuel Beckett, ziet het leven als één lange ontgoocheling.
“Wat ligt er toch een afstand tussen het begin en het einde van ons leven: het begin met de waan van de begeerte en de verrukking van de wellust, het einde met de vernietiging van alle organen en de stank van rottende lijken…” De wereld is een boeteoord, een strafkolonie, vindt hij. Schopenhauers epigoon Sigmund Freud is niet minder fatalistisch. Het levenloze (steen) was eerder aanwezig dan wat leeft (adem) en alles wat leeft neigt naar deze oorspronkelijke toestand. Het doel van het leven is de dood.
Ik weet dat ik de psychoanalyse hiermee geweld aandoe.

Freuds belangstelling voor de klassieke tragedie bracht me op het spoor van Sophocles:
Niet geboren zijn is ’t allerbeste,
dan, als tweede, dat wie in het licht verscheen
snel daarheen weer keer’, vanwaar hij kwam,
want wanneer de jeugd verdwijnt met haar onbezonnenheid,
wat plaag van smart is ’s mensen lot dan vreemd?

Het klinkt allemaal nogal somber, zei Senga. Ja, zei ik, ik weet het. Maar het blijft niet alleen maar kommer en kwel. De weg naar het licht begint in duisternis. Wil je dat ik voor vandaag ermee ophoud? Nee, hoor, zei Senga, lees maar door. Ik wil liever met je vrijen, zei ik, zoals je daar nu zit, zo’n lekkere vrucht. Dat is pas leven. Senga stond op, stapte blootsvoets naar me toe, bukte zich en kuste me lang op de mond.

Een paar uur later zaten we in alle rust Winstons te roken en een glas Gewürztraminer te drinken. De smaak van die wijn deed mij altijd aan onze eerste kus denken. Tijd voor Tim Buckleys Happy Sad, met daarop het magnifieke Buzzin’ Fly. Weet je wat, Senga, morgen lees ik alleen mijn bevindingen voor, of een aantal ervan, boeiende tekstfragmenten die ik over het thema heb gevonden. Want mijn essay is beslist nog niet af; het is nu nog erg onevenwichtig. Lang niet zo geslaagd als Taferelen van onverschilligheid. Wat erg dat Guy zich bij het lezen van dat verhaal herkend heeft in Ergo Verdussen, of was het in Jacky Avontuur, zei Senga. Heel erg en heel onterecht, zei ik. In wie van die twee idioten, die de verteller met een roestig zwaard dreigt te zullen onthoofden, weet ik eigenlijk niet. Ik heb Guy een brief geschreven om hem op het hart te drukken dat ik hem hoegenaamd niet als model heb genomen. Mogelijk zit hij hem nu al te lezen en komt alles nog goed tussen ons.

Photo, juli 1979
Guy Bleus, You Can Never Go Home Anymore!

EINDE VAN HET SEIZOEN

Een manifestatie van de filosofische kring Aurora, circa 1980.

[Nachten aan de Kant 61]

De zomer van 1979 liep langzaamaan ten einde. Het was het jaargetijde waarin de weemoedige song Summer’s Almost Gone van the Doors mij onvermijdelijk te binnen schoot, ook nu weer, nu de band van Jim Morrison tot een relict uit een begraven tijdperk was herleid. Spoedig zou ik een flinke klap krijgen, een waarschuwing dat ik mijn leven grondig zou moeten veranderen. Vandaag was het nog niet zo ver. Het waren drukke zomerdagen geweest.  De haast routineuze nachtelijke escapades naar de Dageraadsplaats en naar de Stadswaag begonnen een zware tol te eisen. Al wilde ik dat maar al te graag ontkennen. Ook in 1979 al was zelfbedrog mij niet vreemd.
Overdag was er werk aan de winkel: filosofie en literatuur. Bij Aurora vertaalde ik samen met Paul Rigaumont De dans van de filosofie, een essay van de Parijse filosoof Claude Roels. Wat met die tekst uiteindelijk is gebeurd, weet ik niet. In 1982 heb ik de filosofische kring Aurora de rug toegekeerd, en ik heb er lange tijd niet meer naar omgekeken. Al ben ik met Paul tot aan zijn dood goed bevriend gebleven. Claude Roels ontmoette ik vele jaren later een paar keer. Paul en zijn vrouw Olga waren de filosoof als een intieme vriend gaan beschouwen. Maar op een dag verdween hij zomaar zonder een spoor achter te laten uit hun leven. De hele geschiedenis leek een beetje op een van die raadselachtige verhalen van Patrick Modiano.

In de Dolfijnstraat werkte ik aan mijn tekst De triomf van het leven, geïnspireerd door een gedicht van Percy Shelley. Ik dweepte nog altijd met de romantiek, vooral de Britse versie ervan. Al hield ik ook van Novalis en Kleist. Kleist zou ik nu hoegenaamd geen romantische auteur meer noemen. Hij behoort tot de klassieken. Waarschijnlijk heb ik De triomf nooit afgewerkt en heel zeker niet naar een uitgever verzonden. Ik was ervan overtuigd dat niemand mijn werk zou willen publiceren. Ik wantrouwde uitgevers, ik wantrouwde de literaire wereld, ik wantrouwde de meeste schrijvers. Je hoort nergens bij, jongen, zei ik, je staat er alleen voor. Alleen in outsiders herkende ik iets van mezelf. Ik was een twijfelaar, altijd onzeker, was mijn werk wel goed genoeg, hoe zat het met mijn grammatica, met mijn woordenschat? Had ik originele ideeën?

Louis Edouard Fournier, De begrafenis van Shelley

De triomf van het leven is dat je volhardt, dat je in jezelf blijft geloven, in je mogelijkheden, dat je weet dat je kunt veranderen. De triomf van het leven is dat je kunt liefhebben en liefde terugkrijgt. Waarbij je nooit uit het oog mag verliezen dat liefde op maar weinig vragen een antwoord geeft. Daarin had John Lennon, en met hem heel wat van zijn generatiegenoten en kompanen, het verkeerd voor. Liefde is niet het antwoord, het leven is veeleer strijd. Love is a battlefield, zong Pat Benatar een paar jaar later. Dat lijkt me realistischer.

Senga en ik waren arm, zonder dat we onszelf zo zagen. Of, het maakte niet veel uit. De weinige waardevolle dingen die we bezaten moesten we verkopen. Voor een nikkelen servies uit de 18de eeuw kregen we tweeduizend frank. Een mooi bedrag voor wat oude prullaria. Met de opbrengst konden we wat van onze schulden in winkels en bars en aan onze vrienden aflossen.

Op de Grote Markt in Brussel zagen we Elliott Murphy optreden. Hij was in die tijd een van mijn muzikale helden. Hij had een romantisch aura, droeg een wit pak, schreef literaire liedjesteksten, verwees in zijn interviews naar F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway. Hij leidde een leven dat de muziekpers decadent noemde. Ik zag hem als een Amerikaanse versie van Kevin Ayers. De verbluffend mooie Grote Markt was een ideaal decor voor de songs van Elliott Murphy. Was hij een van the last of the Rock Stars? Na het optreden zagen we in Au mort Subite Freddie Bleus terug. Al pratend reisden we terug naar de Waterkrachtstraat in Sint-Joost-ten-Node, waar alles begonnen was. Het prille begin van onze liefdevolle veldslagen. Toen Senga voor mij Daphne was, mijn romantische muze. Al zag ik mezelf niet als Apollo en wilde ik haar zeker niet in een laurierstruik veranderen. Daarvoor verlangde ik te zeer naar haar vlees en bloed, of liever, naar haar huid en haar. Met Freddies broer Guy was er iets vreemds aan de hand. Ik had in Aurora mijn verhaal Taferelen van onverschilligheid gepubliceerd. Daar kwamen twee onsympathieke personages in voor. In een van de twee had Guy zich herkend. Dat was pure paranoia van hem geweest. Guy was mijn vriend, ik zou hem nooit belachelijk maken, in een tekst noch in het echte leven. Mijn verhalen waren verzinsels, geen autobiografische notities zoals deze hier. Ik schreef hem hierover om hem duidelijk te maken dat hij zich hierin vergiste. Zou hij me geloven?

Gian Lorenzo Bernini, Apollo en Daphne, 1622-1625

Met Senga en Gabriella ging ik die zomer meermaals naar de bioscoop. Veel indruk maakte op mij opnieuw Last Tango in Paris met Marlon Brando en Maria Schneider. Ik had de film al drie of vier keer gezien. Die nacht schreef ik er een lang, psychoanalytisch geïnspireerd stuk over. Af en toe hield ik op met schrijven om te horen of er niets onheilspellends in de kamer van Gabriëlla gebeurde. Mogelijk zat ze weer aan de morfine, ze was al enkele dagen bleek en verzonken in gedachten of dagdromen. Terwijl ze toch met zoveel goede voornemens bij ons was ingetrokken. Ik probeerde me er niet te veel kopzorgen over te maken en beëindigde de tekst. Ook daarmee deed ik niets. Het was een onderdeel van één groot werk voor niemand.

ZERO DE CONDUITE: BLOED

Grave, Julie Ducorneau

Zéro de conduite is in essentie een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ‘geperst’. Woekerende chaos wordt enigszins overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Amerikaanse folk, blues, country en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier.
Het motto van deze aflevering is
You bit your lover in the bed, / Come here I`ll break your lousy head / Our nation must be saved and freed / You been accused of murder, how do you plead?

I Spit On Your Grave, Meir Zarchi

Op 10 april begint de Goede Week. Voor wie het nog niet of niet meer zou weten: dan worden het lijden, sterven en de verrijzenis van Jezus herdacht. Ik heb altijd meer interesse gehad voor de wederopstanding dan voor het lijden en sterven maar in deze tragische tijd kan ik niet aan de dood voorbijgaan. Aan gewonde en stervende mensen en dieren, aan bloed. Hoewel we er liever niet aan denken of naar kijken is het er altijd. Bloed. Vaak wordt deze vloeistof in één adem met zweet en tranen genoemd. In elk tijdperk, in elk leven, in elk gezin, in elke woning wordt er gebloed. Elke dag vloeit her en der bloed. Op sommige dagen en in sommige periodes – zoals nu – is de hoeveelheid bloedverlies groter dan anders. (We kunnen ons het volume ervan zelfs niet meer voorstellen.) Dan zijn we triest en bang en voelen we ons hulpeloos. We zoeken naar middelen om het bloeden te stelpen maar vinden er geen. Het lijkt erop dat sommige bloedingen vanzelf moeten ophouden. Hopen en bidden en en beven veranderen niets aan deze situatie. Het is een schaakspel dat niemand kan winnen. Ook de koning en de koningin hebben gapende wonden. Al begrijp ik dat zelfs gebeden die niet worden verhoord toch troost kunnen bieden, vooral als ze in delicate tempels, kerken, synagogen en moskeeën worden gezongen of in stilte uitgesproken. Eveneens begrijp ik dat kunst, ook die waarin bloedige taferelen worden afgebeeld, het Martelaarschap van de heilige Agatha door Giovanni Batistta Tiepolo bijvoorbeeld, of Saturnus verslindt zijn zoon door Francisco de Goya, ons kunnen helpen de ogen te sluiten voor het afschuwelijke, voor de horror. Zelfs bloederige horrorfilms als Trouble Every Day van Claire Denis, Grave (Raw) van Julie Ducorneau en La reine Margot van Patrice Chéreau kunnen ons afleiden van wat ginds, niet zo heel ver van hier, gaande is. Misschien kunnen ook deze 31 bloederige songs dat?

Ondanks alles veel luisterplezier en dat er gauw vrede mag komen.

Trouble Every Day, Claire Denis

The Blood – The Zion Travelers – Down By The River – L.C. Cohen

I Know His Blood Can Make Me Whole – Blind Willie Johnson – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson

I’ve Got Blood In My Eyes For You – Mississippi Sheiks – Honey Babe Let The Deal Go Down: The Best Of Mississippi Sheiks – L. Carter

Bloodshot Eyes – Wynonie Harris – King R&B Box Set Vol. 1 – Penny Hall

Blood Is Redder Than Wine – Little Willie Littlefield – Going Back To Kay Cee – Leiber/Stoller

Lust Of The Blood – Jerry Lee Lewis – Theme Time Radio Hour, Show 80: Blood – Jack Good/Ray Pohlman/William Shakespeare

Bleeding All Over The Place (Alternate Mix) – Randy Newman – Guilty: 30 Years Of Randy Newman – Randy Newman/Goethe/Milton

It’s About Blood – Steve Earle & The Dukes – Ghosts Of West Virginia – Steve Earle

Pay In Blood – Bob Dylan – Tempest – Bob Dylan

Let it Bleed – The Rolling Stones – Let It Bleed – Mick Jagger/Keith Richards

Hot Blood – Lucinda Williams – Sweet Old World – Lucinda Williams

Blood, Sweat and Murder – Nick Cave & Warren Ellis ft. Scott Biram – Hell Or High Water (OST) – Scott Biram

Sleeping In Blood City – The Gun Club – Miami – Jeffrey Lee Pierce

Heroin – The Velvet Underground – The Velvet Underground & Nico 45th Anniversary [ Deluxe Edition Vol.1] – Lou Reed

Blood – Tindersticks – Tindersticks – Alistair McAuley/David Boulter/Dickon Hinchliffe/Mark Colwill/Neil Fraser/Stuart A. Staples/Tindersticks

Blood Never Lies – Thurston Moore – Demolished Thoughts – Thurston Moore

Taste Of Blood – Mazzy Star – She Hangs Brightly – David Roback

Drawn To The Blood – Sufjan Stevens – Carrie & Lowell – Sufjan Stevens

Black Arrow, Bleeding Heart – Whiskeytown – Faithless Street – Steve Grothman/Caitlin Cary/Eric Gilmore/Phil Wandscher

Bloody Hands – Mark Olson & Gary Louris – Ready for the Flood – Mark Olson/Gary Louris

Flesh And Blood – Johnny Cash – Man In Black: The Very Best Of Johnny Cash – Johnny Cash

Are You Washed In The Blood – The Louvin Brothers – Nearer My God To Thee – Traditional

Blood Red Bird – Smog – Red Apple Falls – Bill Callahan

O Haupt voll Blut und Wunden (Matthäus Passion) – De Nederlandse Bachvereniging, Jos Van Veldhoven – Johan Sebastian Bach

Jesus’ Blood Never Failed Me Yet – Gavin Bryars with Tom Waits- Jesus’ Blood Never Failed Me Yet – Bryars

Blood of Tin – Lydia Lunch – Queen Of Siam – Lydia Lunch

Romeo Is Bleeding – Tom Waits – Blue Valentine – Tom Waits

Desert Blood – Albert Ayler – The Last Album – Mary Parks

Five Nights Of Bleeding – Poet & The Roots – Dread Beat An’ Blood – Linton Kwesi Johnson

Blood And Fire – Niney The Observer – Trojan Explosion – Winston Holness

Brother Blood – Neville Brothers – Brother’s Keeper – Charles Neville/Ron Cuccia

La reine Margot, Patrice Chereau

Samenstelling en research: Martin Pulaski

LIEFDE EN GELUK IN DE DOLFIJNSTRAAT

[Nachten aan de Kant 60]

Bij het lezen van mijn dagboeknotities van 1979 valt mij op hoe vaak daar klaagzangen te horen vallen. Opnieuw en opnieuw voel ik me eenzaam, ellendig en in de nabijheid van de dood. Herhaaldelijk maak ik melding van allerhande kwalen en vage vormen van depressie en andere psychische stoornissen. Senga en ik konden nauwelijks rondkomen, waardoor we weinig bewegingsvrijheid hadden. Weliswaar reisden we die zomer naar de Provence en de Camargue, maar dan wel op de meest primitieve manier denkbaar. In het dagboek worden de lamento’s over diverse aandoeningen, eenzaamheid en armoede afgewisseld met ellenlange verslagen van allerlei bizarre dromen en nachtmerries, meer dan eens van apocalyptische aard.

Was ik in werkelijkheid inderdaad zo ongelukkig en eenzaam? Helemaal niet, denk ik nu, meer dan veertig jaar later. Nagenoeg iedere dag waren er ontmoetingen met vrienden, met verwante zielen. Dan hadden we diepgaande en vaak ook grappige, soms ronduit krankzinnige gesprekken. Af en toe deden zich boeiende conflicten voor. Meer dan eens wonden we ons op over filosofen, linguïsten, structuralisten en dergelijke meer. We bejubelden De vrolijke wetenschap van Nietzsche, stelden ons vragen bij de ideeënleer van Plato en vroegen ons af hoe dat nu eigenlijk zat met de wil en de voorstelling bij Schopenhauer. We gaven ons over aan allerlei theoretische bespiegelingen over poëzie, nouvelle vague, free jazz. Onze discussies leken op middernachtelijke jamsessies, meanderend als ze waren. Ons enthousiasme over wat er in de kunstwereld gebeurde was groot. Performance, conceptuele kunst, nieuwe wilden, maar net zo goed Tintoretto, Caravaggio en Max Beckmann. Mijn vrienden en ik leken in een eeuwig nu te leven, ook al beseften we telkens weer dat het om een nu van korte duur ging. Bruisend leven noemden we het niet: de tijdsgeest was immers nihilistisch. We hadden drank, peppillen, af en toe een joint. Het leven was goedkoop. In de kroegen en de buurtwinkels kregen we krediet. Popmuziek was weer even opwindend als in de sixties. Daar schreef ik in mijn dagboeken maar weinig over. Over de kicks die we voelden als we This Year’s Model van Elvis Costello, Forces of Victory van Linton Kwesi Johnson, Muse van Grace Jones en Broken English van Marianne Faithfull beluisterden. In het Filmhuis, de Monty en Cartoon’s waren altijd wel geestverruimende films te zien, al beseften we dat toen waarschijnlijk onvoldoende. [1]

Senga en ik woonden in een bescheiden maar stijlvol huis, waar veel zonlicht binnenviel, gelegen in de Dolfijnstraat in Zurenborg, een van de prettigste buurten van Antwerpen. De huur was er betaalbaar, zelfs voor ons. Vrienden van ons woonden op enkele minuten loopafstand. Elke avond viel er wel iets te beleven, in de wijk, bij vrienden of bij ons thuis. Overdag werkte ik in een behaaglijke kamer met mijn lievelingsboeken binnen handbereik. Dat vertrek, voor mij een soort van baarmoeder, lag aan de achterkant, waar het altijd rustig was, met uitzicht op de tuintjes en verderop de spoorweg. Ik schreef alsof mijn leven ervan afhing, van negen tot vijf, soms langer.

Senga en ik hadden iets bijzonders. Iets wat liefde wordt genoemd. Al kan ik moeilijk beweren dat we gelukkig waren. Wat is dat, geluk? Is het iets wat je overkomt, of hangt het samen met een actief leven? Als geluk alleen maar neerkomt op het verwerven van bezit of de bevrediging van lustgevoelens, houdt het niet lang stand. Dan wil je al gauw iets anders, iets nieuws.
Meestal voelden Senga en ik elkaars verlangens en wensen goed aan. Als we vrijden bereikten we een aards equivalent van de zevende hemel. Mocht ik hierover gedetailleerd schrijven, zou dat al gauw op pornografie gaan lijken. Daarom liever niet. Onze seks was een beetje zoals die van Sada en Kichizo in Het rijk der zinnen, de erotische film van Nagisa Oshima, maar zonder het sadomasochisme en het bloed. Er was echter niet alleen maar seks. Zo lazen we elkaar voor uit romans van Thomas Mann, Miguel de Cervantes, Knut Hamsun. Soms maakten we ruzie. Onder invloed van sterkedrank en amfetamine had ik wel eens aanvallen van jaloezie. Conflicten werden echter altijd meteen weer bijgelegd. Ik vermoed overigens dat Senga net zo jaloers was als ik. Ik was tenslotte altijd verliefd. Maar zij was sexy en kreeg veel aandacht. Soms wat te veel naar mijn zin.

Wie ik in dat bijna idyllisch verhaal miste was mijn zoontje. Hij was nu acht en woonde ver weg in Brussel, een stad waar ik haast nooit meer kwam. Alsof ik het bitterzoete leven dat ik daar geleefd had wilde vergeten. Met de mantel der liefde bedekken. Ik hield zielsveel van hem maar zag hem veel te weinig. Altijd wel in de vakantieperiodes, maar dan nooit langer dan een of twee weken. Gelukkig kon ik in die tijd goed opschieten met zijn moeder, en met haar nieuwe vriend, een kunstenaar die niets dan rust en goedheid uitstraalde. Later, in een veel kleiner appartement in de Lamorinièrestraat, zou ik mijn jongen vaker zien. Maar tot eind jaren tachtig zou ik nog in armoede moeten leven en kon ik hem veel minder materiële steun geven dan ik wilde. In mijn dagboek schrijf ik met tederheid over de dagen dat we samen waren. Af en toe gingen we tezamen bij mijn ouders logeren, die toen nog aan de boskant in Neerharen woonden. In de Dolfijnstraat had mijn zoontje een vriendinnetje. Hij kende Vera al van toen hij nog een kleuter was en mijn ex en ik filosofie studeerden. Terwijl zijn hippieouders joints rookten of shitcake aten en papa in de huizen aan de overkant Mexicanen zag en ze vrolijk hoorde musiceren, speelden de kinderen poppenkast. Nu waren ze groter geworden en hielden een winkel met voedingswaren open.

Waarom dan al die jeremiades in mijn dagboeken? Veel overbodige zinnen en paragrafen, de uitdrukking van toestanden die ik me verbeeldde maar die voor mij écht zullen geweest zijn. Zijn hersenspinsels niet even echt als het reële? Vandaag zie ik dergelijke fragmenten als onderdelen van een ritueel om tot het echte werk te komen. Eerst moest ik van die fysieke ballast af. Waarna een taal moest ontstaan die veel verder reikte dan het lichaam met niets dan pijnlijke organen gevuld. Een taal in dienst van de schoonheid, ver weg van maagzuur en hartritmestoornissen.

[1] Ik denk nu aan films van Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Peter Handke (De linkshandige vrouw), Chantal Akerman, Werner Herzog, Margareta von Trotta, Andrzej Żuławski, Peter Lilienthal, Bertrand Blier, Luis Buñuel, André Téchiné, François Truffaut, Roman Polanski, Jerzy Skolimowski (en ik beperk me hier dan nog tot Europese regisseurs).

EEN ONVERWACHT BEZOEK

Senga, Brussel, 1976. Op de achtergrond Het land van de grote belofte van Andrzej Wajda. Een film die we pas veel later zouden zien. Foto: M.P.

[Eerste helft augustus 1979]

Enkele dagen na het etentje bij Giuseppe. De kater was weggeëbd, ik had de doodsbrief van Barbara Welkenhuyzen gelezen en vervolgens in een la gelegd. Later zou hij in een schoendoos worden opgeborgen. In 1979 was het oude Neerharen en de hele Maasvallei voor mij een verzonken wereld. De vrienden van toen waren schimmen geworden die alleen in mijn dromen soms nog een wat grotere rol kwamen opeisen. Dat laatste wees erop dat weinig van wat ik daar had beleefd uit mijn geheugen was gewist.

Omstreeks vijf uur ging de deurbel: het was Ria. We waren aangenaam verrast; het was de eerste keer dat ze bij ons op visite kwam. Ze stak meteen een sigaret op, waarbij haar handen een beetje beefden. Zij maakte een wat bedremmelde indruk. Ria kwam drie dingen vragen: 1° een tang (er scheelde iets aan haar fiets); 2° of ze één van haar werken nog eens mocht bekijken (“de hand met de genagellakte vingers”); 3° of we geen Captagon, één pilletje maar, konden missen. Jammer genoeg zaten we zelf zonder. Ik hoopte dat Ria me geloofde. Gebruikers van medicinale speed of amfetamine zijn vaak zuinig op hun voorraad. Dokters schrijven het middel met grote tegenzin voor. Apothekers die de pillen illegaal verkopen zijn op een hand te tellen. Senga kende er een in een buitenwijk van Gent, maar je mocht je daar maar één keer per maand komen bevoorraden. Mij gunde de man helemaal niets. Mogelijk omdat ik er minder sexy uitzag dan Senga. Nochtans gebruikte ik die pillen niet als drug maar als hulpmiddel, omdat ik me al sinds mijn kinderjaren moeilijk kon concentreren. Boeken lezen ging wel altijd vlot. Mogelijk omdat daar plezier en genot mee gepaard gingen. Studeren was moeilijker. Schrijven kon ik uitsluitend als ik in een soort van trance kon geraken. Met het ouder worden is het concentratieprobleem alleen maar verergerd. Lezen gaat nu moeizaam en uiterst traag. Artsen hebben daar geen enkel begrip voor. Antidepressiva, zware pijnstillers en zelfs verslavende kalmeermiddelen als bromazepam schrijven ze met gulle hand voor. Op medicatie om de concentratie te verscherpen schijnt een taboe te rusten, tenzij het om tieners gaat die aan ADHD lijden. Ik vermoed dat er daardoor nogal wat mensen in de handen van onbetrouwbare dealers zijn gevallen. En welke dealer is betrouwbaar? Gelukkig ben ik altijd voorzichtig geweest en is me dat nooit overkomen.

Ria was inmiddels een goede vriendin geworden. Als kunstenaar en performer was ze nog haar weg aan het zoeken, maar wat ze nu al deed sprak me erg aan. Vooral de ernstige humor van haar werk beviel me. Nu ze bij ons in de grote keuken zat gingen we echter helemaal anders met elkaar om dan op café, op een party of bij de opening van een tentoonstelling. We moesten door een muur heen om elkaar te bereiken. Ze kwam van de Wolmolen in de Lange Leemstraat, zei ze. Ze had er voor een habbekrats twee sjaals en een jasje gekocht. Senga bekeek de kledingstukken met veel aandacht. Fantastisch koopje, Ria, zei ze. Die Captagon had Ria graag geslikt omdat ze erg moe was en toch heel graag naar het optreden van de Kommeniste in de King Kong wilde gaan.

Om de stilte te verdrijven vertelde ik wat over Andrzej Wajda’s Het land van de grote belofte, die we nog maar pas in het Filmhuis hadden gezien. Het is een epische film over een keerpunt in de geschiedenis van het kapitalisme. De opkomst van de met machines uitgeruste fabrieken. Het verhaal van drie Poolse industriëlen speelt in de Poolse stad Lodz. Voor mij was de film een soort van commentaar bij Het Kapitaal van Marx, hoewel ik dat boek nooit helemaal heb kunnen uitlezen. Voor mij was het te saai; bovendien heb ik geen affiniteit met economie. Het land van de grote belofte is echter verre van saai en veel meer dan wat voetnoten bij een buitengewoon invloedrijk economisch-filosofisch werk. Wajda en zijn team hanteren een eigen, authentieke filmtaal. Er zijn overeenkomsten met het mythische boerenepos Novecento van Bernardo Bertolucci, maar terwijl die laatste film zich vooral tot het gevoel richt, spreekt Wajda de rede aan. Het directe en soms zelfs ruwe van de beelden en de montage hangt samen met deze intentie. Hoewel ik mijn kijk op de film slechts met horten en stoten kon verwoorden zag ik Ria toch aandachtig luisteren.  Zelf zei ze weinig.

Senga had ondertussen bier op tafel gezet. Daar dronken we van terwijl we met één oor naar Bob Dylan at Budokan luisterden. Ria rookte nog een sigaret en vertrok. Het was tijd voor de Kommeniste. Aan de hand met de genagellakte vingers hadden we niet meer gedacht. Nu ik dit neerschrijf zou ik er graag nog een keer naar kijken.

Werk van Ria Pacquée, gescand.

[Nachten aan de kant 59]

ZERO DE CONDUITE: MARK LANEGANS JUKEBOX

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur in songs op Radio Centraal (106.7 FM) in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Het motto van deze aflevering isSome jack of diamonds kicked her heart around / Did they know they were walking on holy ground? / Almost called it a day so many times / Didn’t know what it felt like to be alive.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. (En hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers).

Vanavond geen songs over oorlog en evenmin over vrede, al is vrede het enige waar wij – die de aarde nauwelijks hebben beroerd en de zon nauwelijks hebben gezien – op dit ogenblik naar verlangen. Vanavond draait alles rond Mark Lanegan, die op 22 februari in het Ierse stadje Killarney plots overleed. (Dat ‘Kill’ in de plaatsnaam valt mij nu pas op.) Tot de oorlog uitbrak werd er veel meer over Mark Lanegan geschreven, en vaak met liefde, dan ik had durven te verwachten. De waanzin van de tiran Poetin en het agressieve, militaristische antwoord daarop van veel Europese en Amerikaanse politici, zetten een punt achter deze mooie treurnis. Opgeblazen kortzichtigheid, opportunisme en winstbejag alom. Er wordt over oorlog gepraat alsof het drinkwater is. Wie van hen denkt aan onze acht miljard soortgenoten en aan de talloze dieren en planten die de aarde bewonen?
Zelf schreef ik ook over de voortreffelijke zanger en songschrijver. Ik verwijs naar die tekst in plaats van hier een nieuwe inleiding te schrijven. De songs die aan bod komen zijn in de eerste plaats die van hemzelf en van een aantal van zijn samenwerkingsverbanden (Soulsavers, Isobel Campbell, the Gutter Twins, Duke Garwood), met daarnaast werk van muzikanten, componisten en zangers die hij bewonderde, die voorbeelden voor hem waren. Je ziet de namen hieronder staan. Mogelijk was Jeffrey Lee Pierce voor Lanegan de muzikale held bij uitstek. Hij was echter niet de enige: de zanger uit Ellensburg in de staat Washington had een ruime blik en een open oor. Zijn coverplaten I’ll Take Care Of You (1999) en Imitations (2013) horen bij de allerbeste op dat gebied. Zijn interpretatie van klassieke pop- en folksongs moet niet onderdoen voor de manier waarop Elvis Presley, Billie Holiday, Otis Redding en Frank Sinatra dat deden. Toch heb ik er de voorkeur aan gegeven om van die liedjes de originele versies te draaien, niet omdat ze beter zijn, maar om het mij niet te gemakkelijk te maken. Wie I’ll Take Care Of You niet in zijn/haar bezit heeft raad ik aan om meteen naar de platenwinkel te lopen of te fietsen en dat sublieme meesterwerk aan te schaffen. Hopelijk is het in voorraad.

Ondanks alles veel luisterplezier!

The Gun Club, Miami
  1. One Way Street – Mark Lanegan – Field Songs – Mark Lanegan – 4:19
  2. Pill Hill Serenade – Mark Lanegan – Field Songs – Mark Lanegan/Mike Johnson – 3:27
  3. Can’t Catch The Train – Soulsavers – Broken – Ian Glover/Rich Machin/Mark Lanegan – 3:34
  4. Carry Home – The Gun Club – Miami – Jeffrey Lee Pierce – 3:12
  5. Kingdoms Of Rain – Mark Lanegan – Whiskey For The Holy Ghost – Mark Lanegan – 3:24
  6. Last One In The World – Mark Lanegan – Scraps At Midnight – Mark Lanegan/Mike Johnson – 4:24
  7. Sometimes – Pearl Jam – No Code – Eddie Vedder – 2:41
  8. Polly – Nirvana – Nevermind – Kurt Cobain  – 2:57
  9. Blues Run The Game – Jackson C. Frank – Blues Run The Game – Jackson C. Frank – 3:34
  10. Some Misunderstanding – Gene Clark – No Other – Gene Clark – 8:10
  11. Man In The Long Black Coat – Bob Dylan – Oh Mercy – B. Dylan – 4:35
  12. Strange Religion – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan – 4:08
  13. Free To Walk – Isobel Campbell & Mark Lanegan – We Are Only Riders – Jeffrey Lee Pierce – 2:54
  14. Lonely Street – Patsy Cline – Sweet Dreams: Her Complete Decca Masters (1960-1963) – Stevenson/ Belew /Sowder – 2:34
  15. Ba-De-Da – Fred Neil – The Many Sides Of Fred Neil – Fred Neil – 3:38
  16. Little Sadie – John Renbourn – Faro Annie – Trad. – 3:19
  17. Snake Song – Townes Van Zandt – Flyin’ Shoes – Townes Van Zandt – 2:37
  18. Constant Waiting – Mark Lanegan – We Are Only Riders – Jeffrey Lee Pierce – 3:41
  19. Cripple Creek – Skip Spence – Oar – Skip Spence – 2:16
  20. Brompton Oratory – Nick Cave & The Bad Seeds – The Boatman’s Call – Nick Cave – 4:07
  21. I’m Not The Loving Kind – John Cale – Slow Dazzle – John Cale – 3:08
  22. The False Husband – Isobel Campbell & Mark Lanegan – Ballad Of The Broken Seas – Isobel Campbell – 3:54
  23. Wedding Dress – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan – 3:08
  24. Bete Noire – The Gutter Twins – Saturnalia –  Mark Lanegan – 3:51
  25. Like Little Willie John – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan – 3:53
  26. No More In Life – Little Willie John – The King Sessions 1958-1960 – Bill Doggett/Regina Adams/Ace Adams – 2:36
  27. I’ll Take Care of You – Bobby “Blue” Bland – Two Steps From The Blues – Brook Benton – 2:26
  28. Red Balloon – The Small Faces – The Autumn Stone – Tim Hardin – 4:17
  29. Shiloh Town – Tim Hardin – Simple Songs Of Freedom: The Tim Hardin Collection – T. Hardin – 3:12
  30. Needle Of Death – Bert Jansch – Bert Jansch – Bert Jansch – 3:21
  31. In The Pines – Lead Belly – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Arranged by H. Ledbetter – 2:10
  32. You Will Miss Me When I Burn – Palace Brothers – Days In The Wake – Will Oldham/Palace Brothers – 3:19
  33. Death Rides A White Horse – Mark Lanegan & Duke Garwood – Black Pudding – Mark Lanegan/Duke Garwood – 3:59
  34. She Done Too Much – Mark Lanegan – Field Songs – Mark Lanegan – 1:29
  35. Dollar Bill – Screaming Trees – Sweet Oblivion – Lanegan/Conner – 4:35

Samenstelling en research: Martin Pulaski

DE STEM VAN RITA

Rita Plettinx. Foto: M.P.

Dit is geen grafsteen. Dit zijn wat vluchtige woorden. Ik schreef ze voor jou, Rita. En voor jou, Jules.
Ik herinner mij nu de blik van Rita, haar ogen zoals ik ze voor het eerst zag, in de zomer van 1975. Ogen met een glimlach in het midden, open voor wat haar vertrouwd en wat haar vreemd was. Haar blik was onbevangen en sprak niet gauw een oordeel uit. Ik leerde Rita kennen in boekhandel Corman in Brussel, waarvan zij de ziel en het hart was. Wij vertrouwden elkaar meteen. Haar ogen stonden geen wantrouwen toe. En dan was er haar stem, even ontvankelijk als haar blik. In elke zin die ze uitsprak hoorde je dat ze plaats liet om er jouw gedachten aan toe te voegen. Rita gaf je altijd denktijd, ademruimte. Bij nogal wat mensen voelde ik mij niet zo goed in mijn vel, geremd, aan mezelf overgelaten. Nooit bij Rita.

Rita en Jules werden al gauw onze vrienden. Met de jaren zijn ze onze beste vrienden geworden. Het gaat om jaren die je niet kunt tellen. Elke mooie vriendschap heeft iets magisch, iets betoverends. De tijd lijkt er niet te bestaan. Dat vriendschap de tijd opheft wordt wel vaker gezegd. En het is waar. Ik heb het met Rita en Jules meegemaakt. Wij hoefden elkaar niet met regelmaat te zien om te weten dat we er voor elkaar waren. Natuurlijk was er veel water naar de zee gestroomd als we elkaar na drie maanden, een half jaar weer eens terugzagen. Er waren allerlei dingen gebeurd. Waarover hadden we anders kunnen praten? We waren veranderd maar tegelijk waren we dezelfde Rita, Jules, Agnes en Matti gebleven. Voor mij had de periode tussen twee ontmoetingen maar een oogwenk geduurd. Voor Rita zal dat niet anders geweest zijn. We waren elkaar altijd nabij.

Hoe kun je zulke goede vrienden worden en blijven? Je kunt gemeenschappelijke interesses hebben, in ons geval onder meer literatuur, boeken en reizen. Maar dat volstaat niet. Er moet iets meer zijn. Er moet zielsverwantschap zijn. Die was er, is er, tussen Rita en mij, tussen Jules en mij. Tussen Rita en Jules en Agnes en mij. Wij, vier vrienden in en buiten de tijd. De ruimte tussen ons in is er een van genegenheid, warmte en begrip.

Als ik nu aan Rita denk, denk ik aan empathie, aan mededogen, aan gemeenschapszin. Zo asociaal als ik ben, zo sociaal was Rita. Zo sociaal zal ze ook altijd blijven in de gedachten en herinneringen van iedereen die haar heeft gekend. Zij was al zo sociaal in 1975 in die legendarische boekenwinkel en dat is ze altijd gebleven. Hoewel Rita zo van boeken hield was zij toch geen vrouw om na haar pensioen thuis te blijven, bijvoorbeeld om zoveel mogelijk te kunnen lezen, wat je logischerwijs had kunnen verwachten. Rita wilde actief blijven, zich tussen de mensen ophouden. Zij werd vrijwilliger. Ze ging werken in musea in Brussel, onder meer in het Muziek Instrumenten Museum, en in de fijne concertzaal De Roma in Borgerhout. Op die manier bracht zij altijd weer leven mee naar huis en naar onze gesprekken. Altijd had zij iets wonderlijks in een of ander klein voorval of ding opgemerkt. Er viel haar altijd iets boeiends op, iets om een typisch Rita-verhaal over te vertellen. Haar stem liet telkens weer horen dat zij begaan was met het lot van al die ‘kleine’ (en soms ‘grote’) mensen. Haar stem verraadde haar ziel. Het is die stem van Rita die ik nu nog hoor. De echo ervan. Ik denk dat veel mensen die haar hebben ontmoet, die met haar hebben gesproken, zich die warme stem van haar nog lang zullen herinneren.
Ik herinner mij nu weer hoe intens we met zijn vieren genoten van kleine uitstapjes naar Sint-Amands aan de Schelde, om er te wandelen, om er paling te eten, om er te praten. Het was altijd mooi weer als we in Sint-Amands waren. We wandelden langs het water, keken naar de fraaie bocht in de rivier, bleven even staan, in stilte, droomden van de vele dagen in het verschiet. Stiltes tussen ons waren altijd licht. Het waren rustpauzes. Punten op het einde van een lange zin. Waarna weer een volgende begon. Of een nieuw hoofdstuk.

Ik herinner mij nu weer hoe we elkaar in Praag tegen het lijf liepen. We hadden daar pas een dag later afgesproken, maar het toeval maakte dat onze wegen zich al vroeger kruisten. Een moment van grote euforie daar op het Oude Stadsplein in die heerlijke stad. Hé Agnes, hé Matti, riep Rita in blijdschap uit. De warme, begripvolle glimlach van Jules in harmonie met Rita’s woorden. Dat was nog voor de fluwelen revolutie. We vierden ons weerzien met veel frisse wijn van de streek op een terras op het Wenceslausplein. Het leek erop of dergelijke momenten zich nog vaak zouden voordoen. Het leek erop alsof de tijd niet bestond en dat het leven geen einde kent. Het leek erop dat Rita er voor altijd zou zijn. Dat is niet het geval. Dromen zijn bedrog. En toch. En toch hoor ik haar stem, zal ik haar stem blijven horen. En zullen Jules en Agnes haar stem altijd blijven horen. De gloedvolle stem van Rita.

Brussel, 19 januari 2022

Naschrift

Rita Plettinx werd geboren te Wilrijk op 8 mei 1949 en overleed te Antwerpen op 17 januari 2022. Ze was de echtgenote van Jules Van Camp. Rita werkte vele jaren bij de meertalige boekhandel Corman in de Ravensteinstraat in Brussel. Na de sluiting van Corman Brussel ging ze aan de slag bij boekwinkel Het Landschap in Antwerpen.
Tijdens haar pensioen deed Rita vrijwilligerswerk in het Brussels Muziek Instrumenten Museum en het Museum voor Kunst en Geschiedenis, daarna in het Museum voor Oude Kunst. Bovendien was ze bedrijvig in de legendarische concertzaal De Roma in Borgerhout.

ZERO DE CONDUITE – BOYS (AND SOME GIRLS)

Veronica Bennett (Ronnie Spector) with Phil Spector

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur in songs op Radio Centraal (106.7 FM) in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Het motto van deze aflevering isYou’re just a bastard kid, / And you got no name / Cause you’re living with me, / We’re one and the same.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. (En hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers).

13th Floor Elevators

De voorbije dagen wilde ik om diverse redenen nog een keer vluchten naar een tijd waarin alles eenvoudiger en intenser leek, naar een vorm van popmuziek die je meteen warm maakte en altijd opwindend was. Ik bedoel de beat, soul en vroege punk van circa het midden van de jaren zestig. Hoewel het een periode van verandering en revolte was, van provocatie, lijkt het nu of er in die dagen toch grote eensgezindheid bestond over hoe de nieuwe wereld er moest gaan uitzien.
Om geen andere dan escapistische redenen koos ik 43 exemplarische songs uit dat tijdsgewricht. Mijn enige criterium daarbij was dat ze meteen genot moesten verschaffen, je vanaf het eerste akkoord moesten laten vergeten waar en wie je bent. Eerst wilde ik een jongensprogramma, omdat we in de sixties zo vaak jongens onder elkaar waren, maar songs van alleen maar van en voor jongens vond ik wat triest. Toen al en nu nog meer. Vandaar de toegevoegde waarde van de meisjes. (In werkelijkheid was en is de waarde van meisjes helemaal niet toegevoegd maar onschatbaar. Ik heb het over de naïeve spirit van lang vervlogen dagen.)

Opgedragen aan Ronnie Spector (Veronica Bennett), aan alle Veronica’s van toen en nu, aan Monica Vitti, aan the Yardbirds zoals ze te zien waren in Michelangelo Antonioni’s Blow-Up. Aan Michael Caine in de film Alfie, aan Rita Tushingham in Smashing Time, aan Riot On Sunset Strip en aan Barbarella. Aan Cathy McGowan van Ready Steady Go!, aan Uschi Nerke van Beat-Club. Met dank aan de televisieprogramma’s Moef Ga Ga, Fenklup, Tienerklanken, Hoepla!, Hullaballoo, Shindig en Pop Shop.

Veel luister- en dansplezier!

Moby Grape

Boys – The Beatles – Please Please Me – Dixon/Farrell – 2:28

Leaving Here – Eddie Holland – Motown Nuggets – Dozier/Holland – 2:26

Ain’t That Peculiar – Marvin Gaye – Moods Of Marvin Gaye – Robinson/Moore/Tarplin/Rogers – 3:01

I’m Ready For Love – Martha Reeves & The Vandellas – Watchout! – Brian Holland/Eddie Holland/Lamont Dozier – 2:57

Danger Heartbreak Dead Ahead – The Marvelettes – The Definitive Collection – Stevenson/Hunter/Paul – 2:32

Is This What I Get For Loving You? – The Ronettes featuring Veronica – Presenting The Fabulous Ronettes – Goffin/King/Spector – 3:22

Pain In My Heart – The Rolling Stones – The Rolling Stones, Now! – Aaron Neville/Naomi Neville – 2:15

But I Ain’t Got You – Remains – Barry & The Remains – V. Miller Jr. – 2:12

From a Buick 6 – Bob Dylan – Highway 61 Revisited (2010 Mono Version) – Bob Dylan – 3:10

Don’t Start Crying Now – Them – The Story of Them Featuring Van Morrison – Van Morrison – 2:06

I Can Only Give You Everything – The Troggs – Trogglodynamite – Scott/Coulter – 3:26

I’m Not Like Everybody Else – The Kinks – Face To Face – Ray Davies – 3:29

Circles (Instant Party) – The Who – My Generation – Pete Townshend – 3:13

E Too D – The Small Faces – Small Faces – The Decca Years 1965 – 1967 – Ronnie Lane/Steve Marriott – 3:04

How Does It Feel To Feel – The Creation – How Does It Feel To Feel – Garner/Philips – 3:08

Give Him A Great Big Kiss – The Shangri-Las – Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story – George Morton – 2:14

Younger Generation Blues – Janis Ian – Janis Ian – Janis Ian – 3:13

Your Good Girl’s Gonna Go Bad – Cookie Jackson – Behind Closed Doors – Billy Sherrill/Glenn Sutton – 2:46

Sticks And Stones – Mitch Ryder – Mitch Ryders Sings the Hits – Glover/Turner – 2:35

Get Outta My Life – Syndicate Of Sound – The Hush Records Story – Baskin/Gonzalez – 2:41

Walk Upon The Water – The Move – The Move – Roy Wood – 3:15

Stone Free – Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced? – Jimi Hendrix – 3:36

Mr Farmer – The Seeds – A Web Of Sound – Sky Saxon – 2:51

Fire Engine – 13th Floor Elevators – The Psychedelic Sounds Of The 13th Floor Elevators – R. Erickson/S. Sutherland/T. Hall – 3:22

I’m Not Talking – The Yardbirds – For Your Love – Mose Allison – 2:36

Kick Out The James – MC5 – Joe Strummer: The Future Is Unwritten Soundtrack – MC5 – 3:01

Real Cool Time – The Stooges – The Stooges – Iggy Pop – 2:33

Seven & Seven Is – Love – Da Capo – Arthur Lee – 2:19

I’m Gonna Make You Mine – Shadows Of Knight – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 2 – Carl D’Errico/William Carr/Carole Bayer – 2:34

(I’m Not Your) Steppin’ Stone – The Monkees – The Monkees Greatest Hits – Boyce/Hart – 2:23

Ups & Downs – Paul Revere & The Raiders – The Essential Ride: ’63 -’67 – M. Lindsay/Terry Melcher – 2:53

Medication – Chocolate Watch Band – The Inner Mystique – Ben DiTosti/M. Alton – 2:09

Mud In Your Eye – Les Fleur De Lys – Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1 – Phil Sawyer/Chris Andrews – 3:03

Gonna Find Me A Substitute – The Pretty Things – Get The Picture? – Turner – 2:58

I Got Nightmares – Q’65 – Revolution – Vink/ Bieler/ Roelofs/ Baar – 2:28

Lying All The Time – The Outsiders – Strange Things Are Happening –  R. Splinter/W. Tax – 3:15

I Ain’t No Miracle Worker – The Brogues – The Hush Records Story – Tucker/Mantz – 3:01

Omaha – Moby Grape – Moby Grape – Spence – 2:45

Why Don’tcha Do Me Right? – Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Absolutely Free – Frank Zappa – 2:37

Who Do You Think You’re Fooling? – Captain Beefheart & The Magic Band – Legendary A & M Sessions –  Van Vliet – 2:10

Everybody’s Got to Change Sometime – Taj Mahal – Taj Mahal –  Sonny Boy Williamson – 2:56

Captain Of Your Ship – Reperata And The Delrons – The Best Of Reperata And The Delrons – Ben Yardley/Kenny Young – 2:29

You Can’t Put Your Arms Around a Memory ft. Joey Ramone – Ronnie Spector – The Very Best of Ronnie Spector – Johnny Thunders – 3:51

Love, L-R: Michael Stuart, Ken Forssi, Arthur Lee, Bryan MacLean, Johnny Echols

Samenstelling en research: Martin Pulaski

EEN AVOND BIJ TRIMALCHIO

Senga en Giuseppe’s scienfiction-tv. © Martin Pulaski.

Men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping.
Willem Elsschot, Kaas

Antwerpen, 7 augustus 1979

Vandaag is er weer dat oude verlangen naar orde, zowel in mijn onmiddellijke omgeving als in mijn denken en werkmethode. Mijn dagindeling moet afgebakend zijn. Om negen uur moet ik aan deze werktafel zitten, voor vijven mag ik alleen naar de keuken om ’s middags wat te eten en koffie te drinken. De rest van de tijd moet ik lezen en vooral schrijven. Dagboeknotities, indien mogelijk gedichten, proza: liefst in die volgorde. De orde die ik bedoel heeft geen politieke of maatschappelijke betekenis. Een chaotische samenleving lijkt me ondoenbaar maar liever dat nog dan de orde van de tirannie, de orde van het duizendjarige rijk, zoals we die kennen uit de propagandafilms van Leni Riefenstahl. Ik heb orde nodig als antidotum tegen de chaos in mezelf. Het is de orde, de helderheid van de dag tegenover het troebele, onoverzichtelijke van de nacht. Alleen als er orde is en alles op zijn plaats staat kan ik schrijven. Toch mag ik geen tijd verliezen met boeken klasseren. De zucht naar orde en classificatie kan immers pathologische vormen aannemen.

Als ik het goed begrepen heb houdt deze drang van me verband met wat Claude Lévi-Strauss in zijn werk La pensée sauvage [1] voor ogen heeft.  “Deze behoefte aan orde vormt de grondslag van wat wij het wilde denken noemen, maar alleen in zoverre dat het de basis is van alle denken”.

Vanwege de connotaties gebruik ik het woord orde niet graag. Ik noem het liever indelen, klasseren, onderbrengen, rubriceren, enzovoort.


Opeens was het avond. Giuseppe had ons geïnviteerd. Er zat een briefje van hem in de bus. Het leek bijna een formele uitnodiging. Het is al zeker een maand geleden dat we elkaar nog gezien hebben, las ik. Ik heb een verrassing voor jullie. En zijn jullie niet nieuwsgierig naar de lotgevallen van het poesje? Jullie moeten vanavond naar de Vinkenstraat komen. Waarom had hij niet aangebeld; of hadden we de deurbel weer niet gehoord?

Wat zag het er ordelijk uit bij mijn vriend. Hij weet dat ik zelden lang bij hem blijf hangen. Bijna altijd krijg ik er vanwege het stof dat zich gedurende maanden, misschien wel jaren heeft opgestapeld een hevige niesbui, soms zelfs een astma-aanval. Nu echter was alles comme il faut. Nergens bespeurde ik een stofje. Giuseppe had zelfs de keuken geschilderd. Zijn potjes met kruiden stonden daar mooi naast elkaar op alfabet gerangschikt. Ik heb me altijd afgevraagd hoe mensen in vuile, slecht verluchte en verlichte kamers kunnen nadenken en werken. Voor Giuseppe was dat kennelijk geen probleem. Het was voor ons, voor mij en Senga, dat hij zich zo had afgesloofd. Toch leek het mij ook voor Giuseppe een verbetering. De huidige staat van zijn woning  zou zijn vrijetijd heel wat aangenamer maken, dacht ik.

Giuseppe had allerlei lekkers in huis gehaald. Jullie lusten toch Franse kazen? Hij duidde ze  voor ons aan: Ami du Chambertin, Beaufort de Savoie, Boule des Moins, Brébis d’Oleron, Brie de Melun, Camembert de Normandie, Cantal, Caprice des Dieux, Chaumes, Emmentaler, Explorateur, Fromage de Coucouron, Gruyère de Savoie, Mâconnais, Munster, Pavé du Berry, Persillé de Sainte-Foy, Petit Montagnard, Rambol, Rigotte de Sainte-Colombe, Roquefort, Saint-Aubin, Saint-Paulin, Suprême des ducs, Tomme de Montagne, Vieux de Lille. Italiaanse kazen liggen mij niet zo, maar ik heb er toch maar wat van in huis gehaald, vervolgde hij: Bastardo del Grappa, Caciocavallo, Caprino della Val Brevenna, Crema del Friuli, Dolcezza d’Asiago, Furmaggitt di Montevecchia, Gorgonzola, Maiorchino di Novara di Sicilia, Montasio, Murazzano, Ostrica di montagna, Pecorino, Provola delle Madonie, Santo Stefano d’Aveto, Taleggio, Tumazzu di vacca en Zufi.

Hij had nog meer lekkers voor ons: dadels, garnalen, olijven, salami en vijgen. Duvels voor hem, rode wijn voor ons. Twee flessen Old Grand-Dad bourbon, mijn favoriet merk. Mogelijk was dat ook al voor John Steinbeck het geval. De whisky uit Kentucky is een trouwe metgezel op diens Travels With Charley. Raymond Chandler moet er ook van gehouden hebben, waarom anders zou hij in zijn meesterwerk The Long Goodbye zijn personage, de detective Philip Marlowe, die bourbon hebben laten aanbieden aan diens vriend?

Zoals zo vaak met Giuseppe hebben we die avond veel gepalaverd. Er zijn me alleen maar vage echo’s van die conversatie bijgebleven. Dat Giuseppe het poesje niet lang bij hem thuis had gehouden maar al gauw aan zijn Brusselse vriend Bert V. had meegegeven, had Gabriëlla ons al verteld. Giuseppe deed daar wat geheimzinnig over. Mogelijk had hij het naar een verlaten terrein in Mortsel Oude-God gebracht en daar aan zijn – of was het haar? – lot overgelaten. Senga noch ik konden ons er boos over maken. Het poesje was onze verantwoordelijkheid geweest. Als iemand zich schuldig moest voelen was ik het. Terwijl ik al jaren aan het verkondigen was dat het maar eens gedaan moest zijn met al die schuldgevoelens.

Zeker zullen Lowell George en Herbert Marcuse ter sprake zijn gekomen. De zanger van Little Feat, die nog maar pas zijn eerste en enige solo-elpee Thanks I’ll Eat It Here had uitgebracht, was een paar dagen tevoren aan een overdosis cocaïne overleden. Giuseppe was van in het begin een fan geweest van Little Feat. Hij had er bij mij vaak op aangedrongen om hun platen te beluisteren. Inmiddels was ik erg gaan houden van nummers als Brides of Jesus, I’ve Been the One, Truck Sop Girl en vooral Willin’. En wat te denken van Fat Man in the Bathtub? Waarschijnlijk was het niet de cocaïne die Lowell George de das omdeed, zei Giuseppe. Het was vraatzucht en obesitas. Op het einde woog hij bijna 150 kilo. De titel van zijn elpee laat aan duidelijkheid weinig te wensen over, zei ik. Dixie Chicken ook niet, meende Senga. Er viel even een stilte. Dan kwam Marcuse aan de beurt. Ik vertelde nog een keer dat ik op het Ritcs voor professor Kruithof aan een werk over De eendimensionale mens was begonnen. Maar dat ik er al gauw de brui aan had gegeven. Die mislukking, je mag het ook weigering noemen, had ertoe bijgedragen dat ik maar ineens met mijn hele filmstudie was gestopt. Te veel eendimensionale mensen op die school, zei ik. Marcuse is op dezelfde dag gestorven als Lowell George, zei Giuseppe. We waren toen net terug uit de Provence, zei Senga. Ons gesprek ging daarna over onze verregaande vervreemding. Jazeker, ook die van ons, ons gebrek aan kritisch bewustzijn, hoe wij onze eigen repressie bijna omhelzen. Kijk maar, ik ben al er best tevreden mee dat ik als een slaaf met de tram mag rijden. En wij met het bestaan van dat autoritaire Bijzonder Tijd Kader. Inmiddels waren we al aan onze tweede fles Old Grand-Dad begonnen.

Giuseppe bezat een klein wit tv-toestel. THX 1138, de eerste film van George Lucas, wordt uitgezonden, zei hij. Zullen we eens kijken? Ik houd niet van sciencefiction, zei Senga. Ik ook niet, zei ik. Ach, zei, Giuseppe, wat zijn jullie vervreemd van de werkelijkheid. Laten we toch even kijken. Dat deden we, en we waren danig onder de indruk. Met mijn dronken kop moest ik aan La passion de Jeanne D’Arc denken. Dat kwam waarschijnlijk door die kale koppen. Iedereen is kaalgeschoren in die film. Seks is verboden, drugs zijn verplicht. Wat betekent toch THX 1138, vroeg Senga. Dat moet toch iets betekenen? Het zal het kenteken van Lucas’ nummerplaat geweest zijn, zei Giuseppe. Zet je nog een plaatje van Little Feat op, vroeg ik, het geluid van je sciencefiction tv stelt niets voor. Terwijl Giuseppe een langspeelplaat oplegde slikte THX zijn drugs en keek naar holobroadcasts. Dat is toch Robert Duvall, riep Senga uit. Jazeker, en SEN 5241 is Donald Pleasence, zei Giuseppe. Of vice versa, zei ik.

Opeens zakte je ineen. Je leek wel comateus, zei Senga de dag nadien, nadat ik mijn roes had uitgeslapen. Giuseppe heeft een taxi gebeld. De chauffeur wilde je eerst niet in zijn auto. Hij was bang dat je zijn mooie wagen zou onderkotsen. Zijn woorden. De zak. Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om hem ervan te verzekeren dat je niet zou overgeven, ha ha. Dat je dat nooit doet, ha ha. Alsof het ‘s nachts niet vaak zatte mensen zijn die een taxi laten opbellen, zei ik. Het is de enige legale mogelijkheid om je op zo’n uur dronken te verplaatsen. Je hebt hier dan nog tot negen uur op de grond gelegen. Ik kreeg je niet de trap op, je leek wel van lood. Heb je bij me zitten waken, vroeg ik. Wat dacht je, zei Senga. Wat ben je toch een engeltje, zei ik, kom eens wat dichter bij me. Heb je zin, vroeg ik. Wat dacht je, zei Senga.

Graf Herbert Marcuse. © Martin Pulaski, 2005.

[Nachten aan de kant 58]

[1]  Claude Lévi-Strauss, Het wilde denken, Meulenhoff, Amsterdam, 1968, p. 21.

GESCHIEDENIS VAN HET KONIJN

Antwerpen, 29 juli 1979

Om vijf uur blijft er van ons niet veel meer over dan schaduw. Geraamten met vlees rond, in de woorden van Senga. Dronken en tegelijk nuchter, dat heb je soms met speed, loop ik de trap van Cinderella’s Ballroom op, gevolgd door Gabriëlla en Senga. Naar de Schelde, hoor ik mezelf roepen, ik heb licht en lucht nodig. Ik wil zien hoe de dag daar begint. Geweldig idee, zegt Gabriëlla. We lopen aan de linkerkant over de Raapstraat, de Predikerinnenstraat, Klapdorp, de Lange Koepoortstraat en de Zirkstaat tot aan de Jordaenskaai. Gabriëlla is uitgelaten, Senga volgt zwijgend op korte afstand. Ik kijk even om. Wat ziet ze er bleek uit. Al haar energie is op de dansvloer achtergebleven. Ja, we zijn nu niet veel meer dan drie schaduwen in het nieuw ontstane licht.

Aan de stroom die maar stroomt en stroomt, rusteloos en gevaarlijk en sereen, blijven we staan. Na het urenlange gedreun, de wilde extase en de nauwelijks verdrongen lustgevoelens, heb ik behoefte aan contemplatie. Aan de Schelde lijk ik tot rust te zullen komen. De Schelde, mijn stroom. De sleepboten in de verte herinneren me aan mijn kinderjaren op het schip. Ja, dat kind is altijd in mij aanwezig, zeker hier, aan de weidse rivier. De meeuwen, wit en grijs, laten zich gelaten als wrakhout op het water meedrijven. Het water zelf in vele tinten grijs en bruin, en de wolken daarboven. Dat alles daar buiten, dichtbij en toch ver, en dan ook nog mijn hart dat klopt en het bloed, het bloedrode bloed.

Dan kijk ik weer om en zie Gabriëlla tussen de duiven. Wat doe je, roep ik. Ik voer ze Librium, antwoordt ze, ze maken zo’n kabaal. Opeens bespeur ik beneden op de kade een groot uitgevallen konijn. Dat wil ik van dichterbij zien. Ik loop ernaartoe. Het konijn verroert niet. Is het dan niet bang voor me? Nu weet ik wat me te doen staat. Ik ga dat vet konijn vangen. Ik probeer het knaagdier zo dicht mogelijk te naderen. Dat is natuurlijk het lot tarten: het konijn maakt zich uit de voeten. Toch geef ik het nog niet op, ik loop erachter aan. Tot ik helemaal buiten adem ben. Gabriëlla staat luidkeels te lachen. Wat verderop overziet Senga de hele situatie en zegt nog altijd niets. Later, in bed, nadat we gevrijd en daarna geslapen hebben, vertelt ze me hoe ze zich had voorgesteld dat we circusartiesten waren. Jullie moeten een circus beginnen en daarmee de wereld rondtrekken. Ik zal jullie manager zijn, zegt ze. Het wordt een gigantisch succes. Een Rolling Thunder Revue op zijn Ensors, zegt ze. Met een konijn in de hoofdrol, zeg ik. Staat die pot yoghurt weer aan jouw kant, vraagt Senga.

[Nachten aan de kant 57]

ZERO DE CONDUITE: VAN GEBOORTE TOT DOOD

Nanci Griffith, 2004. Foto: Julie Jacobson.

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Verruim je geest en stem af op Radio Centraal 106.7 fm. Waarom zou je hem blijven vernauwen? Het motto van deze show is Blood spilled out from the hole in your heart / Over the strings of your guitar / The worn down places in the wood / That once made you feel so good.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. (En hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers).

Voor vanavond selecteerde ik een reeks songs die uitzonderlijke momenten in het leven als onderwerp hebben. Dat gaat van geboorte tot dood, met daartussenin de kinder- en adolescentietijd, school, verliefdheid, rebellie, geweld en oorlog, huwelijk, conflict en echtscheiding, alcoholisme, gevangenis, herinneringen en epifanieën, ouderdom en – onrechtstreeks – de troost van kunst (waaronder deze songs zelf), religie en filosofie. Vreemd genoeg zag ik achteraf, toen het al te laat was, dat ik werken en reizen niet had opgenomen in mijn overzicht van belangrijke levensmomenten. Mogelijk omdat ik nooit echt graag heb gewerkt om in mijn levensonderhoud te voorzien? André Breton wist al dat het echte leven elders was (dan op de werkplek).
Met veel tegenzin heb ik een groot aantal mooie en relevante songs moeten weglaten. Ik noem er enkele: My Old School, Steely Dan; From Hank to Hendrix, Neil Young; Starting a New Life, Van Morrison; Young and Innocent Days, the Kinks; L’enfance (The Double Life Of Veronique), Zbigniew Preisner; Death of a Salesman, Low; Teenage Lobotomy, the Ramones; A Life (1895 – 1915), Mark Hollis; Life and Times on the Beach, David Kauffman & Eric Caboor; Rehab, Amy Winehouse; Country Death Song, Violent Femmes; Just Like Tom Thumb’s Blues en Boots of Spanish Leather, Bob Dylan; Life Will Pass You By, Kaleidoscope en The Last Rose of Summer van Tom Waits.
Maar ook ver weg van de graanetende mensen moet je keuzes maken. En gedane zaken nemen geen keer.

Deze aflevering van Zéro de conduite draag ik op aan Nanci Griffith, Don Everly, Charlie Watts en de vrouwen en kinderen van Afghanistan.

Veel luisterplezier.

Born Under A Bad Sign  – Albert King – The Very Best Of Albert King – William Bell/Booker T. Jones

Child Of Mine – Carole King – Writer – Carole King

My Only Child – Nico – Desertshore – Nico

Whenever A Teenager Cries – The Jeans – Laurie Records Story Vol 3  – Ernie Maresca

I’m Not Angry – The Everly Brothers – The Golden Hits Of The Everly Brothers – Jimmy Howard

School Day (Ring Ring Goes The Bell)  – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry – Chuck Berry

The Biggest Night Of Her Life – Harpers Bizarre – Anything Goes – Randy Newman

Sugar Mountain – Neil Young – Decade  – Neil Young

Love At The Five & Dime – Nanci Griffith – The Last Of The True Believers – Nanci Griffith

Pictures Of Lily – The Who – Thirty Years Of Maximum R&B – Pete Townshend

Me And Julio Down By The Schoolyard – Paul Simon – Paul Simon – Paul Simon

Teenage Kicks – The Undertones – An Anthology – John O’Neill

Spanish Bombs – The Clash – London Calling – Joe Strummer/Mick Jones

Children Of The Revolution – Kirsty MacColl – Electric Landlady – Kirsty MacColl

In Germany Before The War – Randy Newman – Little Criminals – Randy Newman

There Is A War – Leonard Cohen – New Skin For The Old Ceremony – Leonard Cohen

Seasons Come, Seasons Go – Bobbie Gentry – The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters  – Bobbie Gentry

Charlie Watts

Single Girl, Married Girl – The Carter Family – Can the Circle Be Unbroken – A. P. Carter

Old Wedding Song – Muzsikás – Blues For Transylvania – Arranged by Sándor Csoóri

Wedding Dress – Pentangle – Reflection [2017 Remaster] – Traditional arranged by Jakcie McShee/Bert Jansch/John Renbourn/Danny Thompson/Terry Cox

Suspicious Minds – Elvis Presley – From Elvis In Memphis – Mark James

D-I-V-O-R-C-E – Tammy Wynette – D-I-V-O-R-C-E – Bobby Braddock/Curly Putman

Prison Grove – Warren Zevon – The Wind – Zevon/Calderon

Cattle And Cane – The Go-Betweens – 1978 – 1990 – Robert Forster/Grant McLennan

Goin’ Back – The Byrds – The Notorious Byrd Brothers – Carole King/Gerry Goffin

I’ll Remember – The Kinks – Face To Face – Ray Davies

Summer’s Almost Gone – The Doors – Waiting For The Sun – The Doors

Thirty Summers – Cowboy Junkies – The Caution Horses – Michael Timmins

Drunken Angel – Lucinda Williams – Car Wheels On A Gravel Road – Lucinda Williams

Where Will I Be – Emmylou Harris – Wrecking Ball – Daniel Lanois

Will The Wolf Survive? – Los Lobos – How Will The Wolf Survive? – David Hidalgo/Louie Perez

100 Years Ago – The Rolling Stones – Goats Head Soup – Mick Jagger/Keith Richards

‘Til I Die – The Beach Boys – Surf’s Up – Brian Wilson

Death Is Not the End – Bob Dylan – Down In The Groove (Remastered) – Bob Dylan

Death Of Queen Jane – Bascom Lamar Lunsford – Ballads, Banjo Tunes, And Sacred Songs Of Western North Carolina – Arranged By Bascom Lamar Lunsford


Don Everly


Samenstelling en research: Martin Pulaski

HET VERTREK (NAAR DE CAMARGUE)

Les valseuses, Bertrand Blier

[Nachten aan de Kant 43]

Na veel feestgedruis bij Ercola, een vrolijk kunstenaarscollectief in de Wolstraat, en – haast traditiegetrouw – bij Robert en Maryse in Cinderella’s Ballroom en na menig vriendenbezoek zijn we dan toch naar Frankrijk kunnen vertrekken. Naar de Camargue zijn we op weg gegaan. Dat is voor ons dat jaar een soort van bestemming, hoewel onze kennis van de regio schaars is. Alleen maar dat het een uitgestrekt moerasgebied is, weten we met zekerheid, de delta van de Rhône, en dat er wilde paarden en roze flamingo’s in het wild leven. In reisgidsen hadden we meer informatie kunnen vinden maar daar waren we tegen. We wilden ons geen toeristische bezienswaardigheden laten opdringen. Welbeschouwd weten we niet wat de hoedanigheid van ons reisdoel is. Veel meer dan een plaatsnaam, Camargue, is het niet. Hoe we ernaartoe moeten reizen is evenzeer een groot vraagteken. Het is een tijd dat we nog van verrassingen houden. Still love remains in some strong heart, keep your mind open, die woorden uit een song van Kaleidoscope, waren al lang een soort van credo voor mij.

Rond het middaguur vertrekken we uit ons hoofdkwartier in de Dolfijnstraat. Om te liften valt het weer goed mee; warm met een koele bries. Eerst tot Sint-Niklaas met een handelsreiziger, dan naar Gent met een zo te zien wat gestresseerde liefhebber van Ierland en Ierse folkmuziek. Spraakzaam is de man niet, tenzij wat die Ierse folk betreft. De Baai van Galway en Ierse folk, dat is mijn lust en mijn leven, zegt hij. De hele rit lang moeten we dat gefiedel aanhoren en een paar klaagliederen van Johnny Cash er nog bovenop. Ook een Ier? Of toch eerder van Engelse komaf? Zijn betovergrootmoeder een hoer uit Covent Garden? Zijn overgrootvader een unfortunate lad? Ik word er al gauw chagrijnig van.
De volgende halte is Kortrijk, bekend van de Guldensporenslag, al was ik daar op dat moment niet eens zo zeker van. Mogelijk was het hele verhaal over Jacob van Châtillon, Gwijde van Dampierre en Willem van Gulik, heer van de elf heerlijkheden van Sint-Servaas, wel helemaal verzonnen. Sinds ik De leeuw van Vlaanderen had gelezen had ik heel wat echte slagvelden gezien, vooral die van liefde en vriendschap. Hendrik Conscience was alleen nog maar de naam van een Antwerps plein in de nabijheid waarvan onze nachtelijke avonturen zich voltrokken. Toevallig komt daar in Kortrijk Willy Boy in zijn vrachtauto voorbijrijden. We hadden de avond tevoren in onze keuken nog Tripels met hem zitten te drinken. Tijd om wat te praten hebben we niet, hij moet dringend naar Brussel terug; leverde pas nog materiaal bij een bedrijfje ergens aan de Franse grens en liep daar vertraging op.

In Menen, net voor die grens, duurt het wachten lang. Maar altijd stopt er dan toch wel een barmhartige ziel in een deux chevaux of een Renault 4. Dit keer is de verlosser een vriendelijke maar zwijgzame jongeman. In zijn kleine rammelkar van een bestelwagen voert hij ons tot in het centrum van Parijs. De jongen is al even schuchter als wij. Hij lijkt wat op Claude Faraldo in zijn film Les fleurs du miel. Voor wie de film heeft gezien: Paul, de drankleverancier. Omdat het wagentje zo rammelt, staat de muziek erg luid. Bij songs die onze chauffeur leuk vindt draait hij de volumeknop naar rechts. Dat is onder meer het geval bij Satisfaction in de versie van Otis Redding en Venus van Shocking Blue. Well, I’m your Venus, I’m your fire, what’s your desire? Dat is ook een vorm van communicatie, en wel een die me nauw aan het hart ligt. Mijn hart overvol te wantrouwen verlangen.
We passeren Villeneuve, en dat is het ook echt, een volledig nieuwe stad, met een indrukwekkende architectuur, maar wat betekent toch cité scientifique? Hoe kon ik daarover nooit iets hebben gelezen? Als we door Arras rijden heb ik opeens een soort van visioen. Als ik op een keer Arras zal bezoeken en er door de straten slenteren, zal ik daar alles herkennen, niet alleen elk huis en elk gebouw en elke straat maar ook alle inwoners en zelfs hun huisdieren. In Arras zal ik een vrouw ontmoeten die Sarra heet. Ze drijft een theehuis en draait platen van John Coltrane, Miles Davis en Don Cherry en is helemaal weg van Waltz for Debby van Bill Evans. Ze heeft lange rode haren en lijkt sprekend op de vrouw op het schilderij I lock my door upon myself van Fernand Khnopff. Als ik weer bij mijn positieven kom voel ik me wat schuldig. Heb ik Senga in mijn visioen al niet voorgoed verlaten?

Voor de rest zie ik een monotoon landschap: het Noorden van Frankrijk. Op de radio klinkt de nieuwslezer overdreven opgelucht: “Skylab, c’est fini!”. Het ruimtestation was een onbestuurbaar projectiel geworden en verbrandt nu in de atmosfeer. Brokstukken ervan komen in de Indische Oceaan en op Australië terecht. Niemand hoeft zich nu nog zorgen te maken. Het bidden om bescherming kan ophouden, bange mensen in Afghanistan en India mogen hun grotten weer verlaten. De verkoop van de Skylabrestanten kan dra beginnen [1].

Het is nu 18.30 uur en snikheet. We naderen Parijs. De jongen vraagt waar we precies moeten zijn. Ergens in het centrum, zeg ik. En daar brengt hij ons heen, naar het hart van deze wonderlijke stad, naar de Opéra. Van de verkeersdrukte tijdens het spitsuur krijg ik meteen een astma-aanval. Maar die krijg ik klein met enkele inhalaties Berotec.

Hier staan we dan, verloren in de zonovergoten lichtstad. Besluiteloos, zoals zo vaak. Quo vadis, Senga? Naar het Quartier Latin, de enige wijk waarmee we wat vertrouwd zijn? We lopen over de Boulevard Saint-Germain en zoeken in de zijstraten naar een betaalbaar hotel. Alles lijkt te zijn volgeboekt. Het is al na achten. Een zenuwinzinking nabij nemen we een kamer in een luizig en nogal duur tweesterrenhotel: Hôtel de Lisbonne. Hoe komt het dat slechte hotels vaak naar andere steden zijn genoemd? In de kamer krijgt Senga een hevige hoestbui waarbij ze zelfs bloed opgeeft. Zou het tuberculose zijn? Na ons wat opgefrist te hebben gaan we op zoek naar een restaurant. In de Rue Jacob kondigt de schemering de nacht aan, ons vertrouwde element. Ik zou nog door een ellenlange nacht van depressie en jaren aanslepende psychoanalyse moeten gaan om in te zien dat alleen de dag verlossing brengt.

Parijs

 [1] Op 13 juli vond de Australiër Stan Thornton een paar kleine stukjes van het Skylab in Esperance.

ZERO DE CONDUITE: INSECTEN

Them!

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 fm en verruim je geest. Waarom zou je hem blijven vernauwen? Het motto van deze show isThe caterpillar hood / Won’t cover the head of you / Know you should / Be home in bed.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. (En hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers).

Mocht ik mij alle insecten uit mijn jeugd herinneren, en alle voorvallen die ermee verband houden, en die op papier zetten, met vanzelfsprekend heel wat zijsprongen en meanderende associaties, dan zou ik al gauw voldoende materiaal hebben voor een boek, bestaande uit meerdere delen; een boek dat vast een ware bestseller zou worden. Maar ik begin er niet aan. Ik ben liever een krekel en zing – niet bepaald toonvast – mee met de songs die ik hier heb verzameld. Overigens heb ik nu ik oud en nog steeds niet wijs ben niet veel meer over insecten te vertellen. Het zijn kleine diertjes die wel eens hinderlijk kunnen zijn, die me soms flink doen schrikken – en hun aantal is groot. Veel meer valt er wat mij betreft over insecten niet te melden. Ik ben Jean-Henri Fabre niet. Ik laat dan liever de insectenkenners Tom Waits en Kathleen Brennan aan het woord: hun song Army Ants is werkelijk subliem:

“The Whirligig Beetles are wary and fast with an organ to detect the ripples
The Arachnid Moths lay their eggs inside other insects along the borders of fields
Or roads in clusters of white cocoons
The Ribbed Pine Borer is a longhorn beetle
Their antennas are half the length of their body and they feed on dead red pine
Robber Flies, with their immobile heads, inject a paralyzing fluid into their prey
That they snatch from life in mid-air
The Snow Flea’s mode of locomotion, strange and odd
With a spiny tail mechanism with hooks and a protracted tube from the abdomen
To enable moisture absorption
The female Praying Mantis devours the male while they are mating.
The male sometimes continues copulating even after the female has bitten off his head
And part of his upper torso
Every night wasps bite into the stem of a plant, lock their mandibles into position
Stretch out at right angles to the stem and, with legs dangling, they fall asleep
If one places a minute amount of liquor on a scorpion
It will instantly go mad and sting itself to death
The Bombardier Beetle, when disturbed
Defends itself by emitting a series of explosions
Sometimes setting off four or five reports in succession
The noises sound like miniature popgun blasts
And are accompanied by a cloud of reddish-coloured, vile-smelling fluid
It is commonly known that ants keep slaves
Certain species, the so-called Sanguinary Ants in particular
Will raid the nests of other ant tribes and kill the queen and then kidnap many of the workers
The workers are brought back to the captor’s hive where they are coerced into performing menial tasks
And as we discussed last semester, the Army Ants will leave nothing but your bones
Perhaps you’ve encountered some of these insects in your communities
Displaying both their predatory and defense characteristics
While imbedded within the walls of flesh and passing for
What is most commonly recognized
As human.”

Daaraan kan ik geen gebenedijd woord meer toevoegen. Veel luisterplezier!

Bobbie Gentry

Bugs – Bobbie Gentry – Ode To Billie Joe – Bobbie Gentry

Junebug Waltz – Hurray For The Riff Raff – Hurray for the Riff Raff – Alynda Lee Segarra

The Bed Bug Song – Brownie – Soul Jazz Records Presents: Calypso: Musical Poetry In The Caribbean 1955-69 – Richards

Os Grilos (Crickets Sing For Anamaria) – Marcos Valle – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms, Vol. 2 – Marcos Valle/Paulo Sérgio Valle

My Cricket – Leon Russell – Carney – Leon Russell

Day Of The Locusts – Bob Dylan – New Morning – B. Dylan

A Worm Is At Work – Slapp Happy & Henry Cow – Desperate Straights – Blegvad/Moore

Diet Of Worms – This Heat – This Heat – This Heat

Hey Worm! – “Little” Jimmy Dickens – Early Rock ‘n’ Roll And Rockabilly – Allison

Fly Trouble – Hank Williams – I’m Satisfied With You – Biggs/ Rose/Wilds

Human Fly – Cramps – Off The Bone – The Cramps

The Spider And The Fly – The Rolling Stones – Out Of Our Heads [USA] – Mick Jagger/Keith Richards

Flyswatter – Eels – Daisies Of The Galaxy – E

Fly On The Wall – XTC – English Settlement – Colin Moulding

I Am the Fly – Wire – Chairs Missing – Lewis/Newman

Ant Man Bee – Captain Beefheart & The Magic Band – Trout Mask Replica – Don Van Vliet

Army Ants – Tom Waits – Orphans: Brawlers, Bawlers & Bastards – Tom Waits – Kathleen Brennan

I Got Ants In My Pants – James Brown – Star Time – James Brown

The Caterpillar Crawl – The Strangers – Golden Age of American Rock & Roll – Vol 7 – Joel Hill/Ron Lynch

Caterpillars – The Handsome Family – Wilderness – Brett & Rennie Sparks

Mosquito Dance – Béla Bartók – 44 Duets For Violins On The Nyckelharpa – Béla Bartók

I’m Nature’s Mosquito – Jonathan Richman & The Modern Lovers – Home Of The Hits: The Best Of Jonathan Richman & The Modern Lovers – Jonathan Richman

Here Come The Fleas – White Noise – An Electric Storm – Vorhaus/McDonald

Maggots – Kendra Smith – Five Ways of Disappearing – Kendra Smith

Kendra Smith

Insecticide – Frank Tovey (Aka Fad Gadget) – The Fad Gadget Singles – Fad Gadget

Boris The Spider – The Who – A Quick One, While He’s Away – John Entwhistle

Black Widow Spider – Dr. John – Babylon – Dr. John Creaux

My Tiny Butterfly – Moondog – Moondog 2 – L. Hardin

Butterfly Dance – Kevin Ayers – Shooting At The Moon – Kevin Ayers

The Butterfly Collector – The Jam – The Jam Collection – Paul Weller

Butterfly Mornings – Hope Sandoval & The Warm Inventions – Bavarian Fruit Bread – Richard Gillis

Southern Butterfly – Tim Hardin – Bird On The Wire – Tim Hardin

Butterfly – Scott Walker – Scott 3 – S. Engel

Lady Bird – Nancy Sinatra & Lee Hazlewood  – Nancy Sinatra & Lee Hazlewood – Lee Hazlewood

Firefly – American Music Club – California – Mark Eitzel

Dragonfly – Shack – Waterpistol – Michael Head

Muzzle Of Bees – Wilco – A Ghost is Born – Wilco

Outro With Bees (Reprise) – Neko Case – Blacklisted – Neko Case

The Predatory Wasp Of The Palisades Is Out To Get Us! – Sufjan Stevens – Come On Feel The Illinoise! – Sufjan Stevens

Research & samenstelling: Martin Pulaski

HOOFDKWARTIER ZURENBORG

[Nachten aan de Kant 42]

Van 1977 tot 1980 woonden we in een pand in de Dolfijnstraat in de wijk Zurenborg in Antwerpen. Een fijne buurt met een mooi plein, de Dageraadplaats, een naam die me nauw aan het hart lag omdat ik het ochtendrood (Aurora) nooit méér gekoesterd heb dan in die dagen. Dat hield zeker verband met filosofie en poëzie, maar niet minder met de nachten, die mij toen zo dierbaar waren. Je weet hoe indrukwekkend een zonsopgang is als je de hele nacht bent opgebleven. Op de Dageraadplaats was toen nog een uitstekende boekwinkel en de plaatselijke slijterij viel evenmin te versmaden. Ons stamcafé was de Cereus; later tot Het Zeezicht omgedoopt. Ook Dolfijnen liggen mij nauw aan het hart, ook al omdat ze in twee van mijn favoriete songs voorkomen, The Dolphins van Fred Neil en Dolphin’s Smile van the Byrds.
Daar, in Zurenborg, ontstond het plan om ooit mijn Antwerpse nachten een tweede leven te geven. Maar dat kon ik slechts verwezenlijken door ook de dagen van werk en studie in beeld te brengen. Nu, zovele jaren later, blijkt dat er veel meer komt bij kijken dan alleen maar het reconstrueren van een specifieke tijd en plaats. Honderden dromen (en nachtmerries) en talloze herinneringen hebben sindsdien het verhaal aangevuld. In literatuur, films, muziek, kunst, op websites ontdek ik nuanceringen en nieuwe revelaties.

De foto’s hierboven maakte ik in 1977 aan de Draakplaats. De heel bijzondere torentjes op de achtergrond hebben mij altijd gefascineerd. Ze staan naast de spoorwegberm en maken deel uit van een watervoorzieningssysteem van de spoorwegmaatschappij. Mijn model is zoals zo vaak Senga, minder bekend dan de heilige Agnes, beschermheilige van verloofde stellen, van de kuisheid, van jonge meisjes en maagden en van slachtoffers van verkrachting.

EEN SIAMESE KAT

[NACHTEN AAN DE KANT 41]

Waar waren we ook alweer gebleven? In de beste tijd en in de slechtste tijd, in de mooiste stad en in de lelijkste stad, met de liefste vrouwen en de meeste verachtelijke, met de voortreffelijkste vriend en de minst betrouwbare. Het was aan de vooravond van een reis naar de Camargue, meer bepaald naar een bedevaartsoord van de zigeuners, Saintes-Maries-de-la-Mer. Al zou hun trip geen bedevaart worden.
Keren we na dit lange oponthoud terug naar die stad aan de stroom en naar dat jaar, keren we terug naar de Nachten met een droom? In dromen krijgt de werkelijkheid andere, mogelijk wel duidelijkere contouren. Het kan gebeuren dat de dromer verneemt hoe het nu echt zat met zijn verleden en wat hem verder in dit ondermaanse nog zoal te wachten staat.

Ik zie Martin de trappen aflopen naar de Pussycat, een obscure nachtclub in een vochtige kelder. Er is een party van bijzondere en ook wel onaangename zaken aan de gang. In het clair-obscur herkent Martin enkele vrienden en kennissen. In een hoekje zit een groepje Engelsen met akoestische gitaren uit Nazareth in Pennsylvania; mannen met baarden. Ze spelen hun idee van een cover van Lucifer Sam, een wonderlijke song die Martin en mij al in 1967 wist te betoveren.

Na een lang gesprek kan Rina mijn oude vriend zo ver krijgen dat hij met haar naar bed gaat. Het voorwerp waarnaar die daad is genoemd staat in het midden van een klein vertrek dat deel uitmaakt van de club. Martin voelt zich wat ongemakkelijk omdat hij niet weet wat Rina precies van hem verwacht. Maar de gedachte dat hij met haar gaat vrijen, dat zij hier zo helemaal naakt en wellustig bij hem ligt, zij aan de linkerkant, hij aan de rechterkant, windt hem op. Zeker het gevaarlijke van die situatie geeft hem een kick; dat om het even wie hier zomaar kan binnenstappen, zelfs Sandra. Rina giechelt en schijnt te genieten. In haar blik iets triomfantelijks. Ze heeft een overwinning behaald. Tell mama what you need, gilt ze niet al te luid. Hij komt klaar, maar veel stelt het niet voor. Hij heeft zin in meer. Rina ook, zegt ze. Ze spreken af: om zo laat in café X, op een paar minuten van de Pussycat.

Het verdomde feestje loopt ten einde. Alleen de Engelsen zitten nog in hun hoek Lucifer Sam ten gehore te brengen. Sandra heeft al haar kleren uitgetrokken. Bijna helemaal naakt ligt ze op een laag tafeltje in een andere hoek van de club. Alleen haar slipje heeft ze nog om haar knieën, haar benen zijn een beetje gespreid. Om het even wie mag haar nemen, roept ze met woede in haar stem. Martin kan de pot op. Ik wil je niet meer, brult ze. Hoor je dat, ik wil je niet meer.

Wat een ellende dat mijn vriend zijn schoenen niet terugvindt. Op blote voeten moet hij zich op de vuile, glibberige vloer wagen. Overal liggen glasscherven en ander afval. Erger nog is dat hij blootsvoets onmogelijk naar dat café X kan lopen. Een portier is naar hem toe gekomen; het is genoeg geweest met dat psychodrama van hem en Sandra en Rina. Ze moeten eruit en vlug wat. Martin probeert Sandra haar slipje weer aan te trekken en slaat haar één of ander kledingstuk om en zo vluchten ze naar buiten, de warme zomernacht in.

De volgende dag (of enkele dagen later). Sandra kan hem niets maar dan ook helemaal niets vergeven. Ik voel niets meer voor je, zegt ze. Zij gaat nu schilderen bij mijnheer Z. Natuurlijk is Martin jaloers, of ze nu schildert of komedie speelt of nog iets anders doet. Ze kijkt hem uitdagend aan als ze het over dat schilderen bij die Mijnheer Z heeft. Al gauw moet hij toegeven dat ze echt schildert: hij ziet het met zijn eigen ogen. Ze werkt aan een doek van ongeveer 1,50 op 2 meter, met olieverf, alles nagenoeg zo zwart als een winternacht. Ontwaart hij in dat donker geen twee contouren van lichamen, een links en een rechts?
Als Sandra die avond thuiskomt, vraagt hij hoe dat nu zit met dat doek. Welk doek? vraagt Sandra. Dat zwarte schilderij, zegt hij. Ze weet niet waarover hij het heeft. Of doet alsof? Martin heeft me al zo vaak verteld hoe goed Sandra kan liegen. Komediespelen noemt hij dat liever.

Die vrijdag gaat Martin nog eens een kijkje nemen in de studio van mijnheer Z, gelegen in de Offerandestraat, waar ooit cinema Festa was gevestigd. In de jaren vijftig zag ik er samen met mijn ouders westerns en oorlogsfilms. Later werd de cinema gebruikt als atelier voor het vervaardigen van calicots. [1] Hij ziet de Meester en zijn leerling voor een grote, langwerpige tafel staan, Z links, Sandra rechts. En inderdaad zijn ze ook nu druk in de weer. Maar van het zwarte doek geen spoor. Wel is Sandra aan het werken aan een aquarel, niet groter dan 27 op 36 centimeter. Het is een portret van Gabriella, haar hoofd afgebeeld in een mandorla. In de vier hoeken heeft Martins geliefde waar je meestal de evangelisten aantreft vier kleine zwarte kittens geschilderd.

[1] Calicots “zijn de grote geschilderde borden aan de gevel of inkompartij van de bioscoop, waarmee de lopende films werden aangekondigd. Deze calicots werden vervaardigd op doek of panelen en steeds overschilderd, waardoor er weinig originele bewaard bleven. Voor het vervaardigen van de doeken projecteerde men een beeld op het te schilderen doek of paneel. Een oude bioscoopzaal beschikte over de mogelijkheid tot projecteren van een beeld en kreeg daarom een tweede leven als atelierruimte voor het vervaardigen van calicots.” Ann Malliet

De Festa werd ontworpen door architect Leopold Van Den Broeck.

Foto’s: Martin Pulaski