DE ROBINSONS VAN HET MARXISME-LENINISME

la chinoise

“Tegenover de metafoor staan twee bekende representatieve procédés. In de eerste plaats is er het surrealistische procédé dat de metafoor letterlijk neemt. Sinds de oudheid hebben logici uitgelegd dat wanneer wij het woord ‘kar’ uitspreken geen voertuig van dat type tussen onze lippen passeert. (…) Volgens het surrealistische procedé echter, zou de kar (…) worden afgebeeld terwijl hij tussen de lippen passeert. (…) Godard laat zelden een gelegenheid voorbijgaan om het te gebruiken. Hij doet het expliciet wanneer Jean-Pierre Léaud rubberen pijlen met zuignappen afschiet op afbeeldingen van vertegenwoordigers van de burgerlijke cultuur, ter illustratie van het idee dat het marxisme de pijl is waarmee het doel van de klassenvijand onder vuur wordt genomen. Het wordt direct toegepast wanneer Juliet Berto het idee dat het Rode Boekje het bolwerk is dat de massa tegen het imperialisme beschermt, illustreert door achter een muur van rode boeken te verschijnen (…).”
De fabel van de cinema, Jacques Rancière

la chinoise 1

Ik ben niet altijd in de stemming voor een cerebrale film als La chinoise van Jean-Luc Godard. Hoewel het niet om een zuiver intellectueel werk gaat en het ook niet van streng maoïsme getuigt, is een helder hoofd toch een voorwaarde. Best wat zuinig zijn met de wijn en de cannabis voor je eraan begint, is de boodschap. Hoewel ik zelf al veertig jaar geen cannabis meer gezien heb, laat staan gerookt.

La Chinoise is een eerder vrolijke en soms grappige film, hoewel Godard het Rode Boekje van voorzitter Mao heel ernstig nam. Dat blijkt uit Anne Wiazemsky’s Une année studieuse, haar herinneringen aan haar jaren met Godard:  “Pourquoi filmer Le Petit Livre Rouge en noir et blanc? C’est absurde! Le rouge si éclatant de la couverture dit à lui seul la grande Révolution Cuturelle!” Omdat een film in kleur nogal duur zal uitvallen vat hij het idee op om in hun appartement in de rue de Miromesnil te gaan filmen. “Notre appartement sera l’appartement provisoire de mes chers petits “Robinsons du marxisme-léninisme”. Du coup, je le ferai repeindre entièrement comme je le veux et ce seront les producteurs qui payeront tout! Malin, non?”

Het ‘verhaal’ van La Chinoise is gebaseerd op De bezetenen van Dostojewski. Je kunt plezier beleven aan de talloze verwijzingen naar van alles en nog wat. De film is natuurlijk ingebed in de Franse cultuur van die dagen. In zekere zin is hij profetisch. Ik houd van het weinig professionele acteerwerk van Juliet Berto en Anne Wiazemsky. En Jean-Pierre Léaud is als altijd Jean-Pierre Léaud. Dat hij in elke film dezelfde rol speelt is een geruststelling. Jean-Luc Godard wordt dit jaar 89.

la chinoise 2

ADIEU ANNE WIAZEMSKY

anne wiazemsky 2.jpg

Gisteren was het de beurt aan Anne Wiazemsky om ons voor goed te verlaten. Ze was een van mijn geliefkoosde actrices, al zag ik haar maar in een tiental films. Maar wat voor films: ‘Au hasard, Balthazar’ van Robert Bresson, ‘La Chinoise’, ‘One Plus One’ en ‘Week-End’ van Jean-Luc Godard, ’Teorema’ van Pier Paolo Pasolini, ‘La semence de l’homme’ van Marco Ferreri, ‘Le retour d’Afrique’ van Alain Tanner en ‘L’enfant secret’ van Philippe Garrel. Ze schreef het scenario voor de ontroerende televisiefilm ‘US Go Home’ van Claire Denis.
Maar dat was niet alles. Ze was eveneens de auteur van schitterende autobiografische romans als ‘Une année studieuse, ‘Un an après’, ‘Un poignée de gens’, ‘Jeune fille’, ‘Mon enfant de Berlin’ en ‘Un saint homme’.

Anne Wiazemsky was de kleindochter van de katholieke schrijver en Nobelprijswinnaar François Mauriac en haar vader was de Russische prins Yvan Wiazemsky. Van 1967 tot 1970 was ze de echtgenote van Jean-Luc Godard. Dat laatste, “muze van Godard”, schijnt ongeveer het enige te zijn wat de Vlaamse pers over haar te melden heeft.

Adieu Anne!

GEDUCHT

le-redoutable-image-1.jpg

Vanmorgen luisterde ik naar ‘50’ van Michael Chapman, de mooiste plaat van het jaar. Hoewel ik me herinner dat ik nooit meer de adjectieven ‘mooiste’ en ‘beste’ zou gebruiken. Echter, jezelf tegenspreken kan geen kwaad.
Een paar weken geleden stapte ik na zijn optreden op Michael Chapman af. Een muzikant aanspreken doe ik maar zeer zelden, maar nu kon ik niet anders. Ik vroeg me echter meteen af wat ik hem dan wel te zeggen had. En is zoveel verdriet en zoveel pijn in de wereld en er zijn nog maar zo weinig dingen die er toe doen. Muziek biedt meestal troost, maar dat is een gemeenplaats.
‘I admire your albums since the early seventies’, zei ik.
Chapman keek me onderzoekend en nogal vrolijk aan – hij had rode wijn staan drinken –  en antwoordde: ‘Well, we all have our problems, haven’t we’.
Op weg naar huis dacht ik, humor is de grootste wijsheid.

De grote zaal in Cannes moest wegens bomalarm worden ontruimd. Dat gebeurde tijdens de vertoning van de film ‘Le redoutable’ van Michel Hazanavicius. Hij gaat over Jean-Luc Godard en Anne Wiazemsky en is gebaseerd op twee schitterende autobiografische werken van de actrice/schrijfster, ‘Une année studieuse’ en ‘Un an après’. Het tweede boek beschrijft onder meer de invloed van mei 1968 op het huwelijk van Godard en Wiazemsky. Godard was een van de regisseurs die het festival van Cannes in 1968 saboteerden. (François Truffaut, Jean-Luc Godard en Louis Malle verschansten zich in het Palais des Festivals in Cannes en vroegen de stakende massa: “Faut-il arrêter le festival?”. Het festival vond uiteindelijk plaats in een afgeslankte versie.) Zou het kunnen dat hij – of Anne Wiazemsky – nu een valse bommelding heeft gedaan? Gewoon voor het plezier of om, zoals wel vaker, dwars te liggen?
Overigens verwijst de titel van de film naar een uitspraak in ‘Une année studieuse’ die Godard en Wiazemsky als een soort van code gebruikten: ‘Ainsi va la vie à bord du Redoutable.’ Le Redoutable was de eerste nucleaire duikboot van het Franse leger.

MICHAEL CHAPMAN.jpg

 

VRIJE RADICALEN: ROBERT BRESSON, SAMUEL FULLER, MARGARETHE VON TROTTA

balthazar1.jpg

Vlucht ik weg in films of ga ik op zoek naar aanvullingen van mijn kleine werkelijkheid, naar verbeeldingswerelden die mijn ‘geestelijke’ woestijn vruchtbaarder zouden kunnen maken? Aan de groei van woestijnen valt evenwel niet te ontsnappen. Je brengt water naar de zee. De beelden die in je geheugen zitten opgeslagen, herinneringen, worden vervangen door die van filmkunstenaars als Robert Bresson, Samuel Fuller en Margarethe Von Trotta. Niet de verhalen blijven je bij (die vergeet je bijna meteen weer) maar de welsprekende beelden, en soms ook de associaties die ze oproepen, zoals de ogen van de ezel in Bressons ‘Au Hasard, Balthazar’ die van Jezus in ‘Het evangelie volgens Matteüs’ van Pasolini oproepen, en de verschijning van het meisje Marie, vertolkt door een betoverende Anne Wiazemsky, de verschijning in mijn leven van mijn jeugdvriendinnetje Henrietta. Zelden heb ik een fictief personage gezien dat meer indruk op me maakte. Twee personages eigenlijk: Balthazar de ezel en Marie het boerinnetje. Hoe is het mogelijk dat een film over niet veel meer dan een ezel zo mooi kan zijn, zo krachtig, ontroerend en ‘menselijk’ dat ik hem al na een eerste keer meteen een tweede keer wil zien?

shockcorridor12.jpg

Samuel Fullers ‘Shock Corridor’ is zowat het tegenovergestelde van een verhaal over een ezel. Bij hem ook de kracht van beelden, van licht en donker, al is zijn donker veel zwarter dan dat van Robert Bresson*. Fuller brengt het slagveld dat de Amerikaanse samenleving is in beeld. Een journalist die bereid is catatonisch te worden als hij maar de Pulitzerprijs wint; zijn geliefde, een prostituee, die in zijn verbeelding zijn zuster moet worden, om op die manier aan zijn incestverlangens tegemoet te komen; een blanke jongen uit het Zuiden, die in Korea verlokt wordt door het communisme maar zich daarna opnieuw ‘bekeert’ tot het kapitalisme en ten gevolge van die verwarring in een psychose terecht komt, waarin hij een Zuidelijke generaal is tijdens de Amerikaanse burgeroorlog; een psychotische zwarte man die denkt lid te zijn van de Ku Klux Klan en haatpropaganda tegen de zwarten verspreidt; een kernfysicus die zich gedraagt als een klein bang kind van zes; een bende nimfomanen die de ambitieuze journalist willen verslinden. Dwangbuizen, elektroshocks. En geen happy end.

bleierne-zeit1.jpg

Ook ‘Die bleierne Zeit’ van Margarethe von Trotta loopt niet goed af. Ook bij haar zijn de beelden belangrijker dan het verhaal. ‘Die bleierne Zeit’ vertelt een aantal episodes uit het leven van Gudrun Ensslin, nauwelijks gefictionaliseerd. Als ‘Balthazar’ ‘de idioot’ is, dan is dit ‘schuld en boete’. De film begint met een huiselijk tafereel, maar meteen daarop volgt de zelfmoord van Werner (in werkelijkheid Ensslins echtgenoot, Bernward Vesper, auteur van het verontrustende romanessay ‘Die Reise’). Vanaf dan zit je tot het einde, met de zelfmoord van Marianne Klein (in werkelijkheid Gudrun Ensslin) middenin de paranoia en de grauwheid van het Duitsland van midden de jaren zeventig en de terreur van de Rote Armee Fraktion. Die paranoia wordt niet op een hysterische manier getoond. Wat je ziet zijn sobere beelden. “De personages staan onbeschermd in een wereld die kaal is”, schreef Joyce Roodnat over ‘Die bleierne Zeit’. De terreur en de wraakroepende reactie daarop van de kleinburgerlijke Duitse politiek en media worden niet getoond. Je voelt die spanning in het dagelijks leven van Juliane Klein (vertolkt door een geweldige Jutta Lampe), de zus van Marianne, en zeker als de zusters elkaar ontmoeten in de streng bewaakte Stammheim-gevangenis.

Tijdens en na het zien van ‘Die bleierne Zeit’ zat ik te denken hoe moedig, sterk, waarachtig die twee vrouwen waren. In hun daden, in hun historisch bewustzijn, in hun woorden. Ongetwijfeld waren er veel meer zoals zij, ook mannen. Het werd me droef te moede dat er van al dat idealisme van die dagen – helaas soms verkeerd aangewend – zo weinig is overgebleven. Alleen al de kleinigheid dat de vrouwen het vanzelfsprekend vonden geen beha te dragen was in zekere zin revolutionair. Zeker bekeken met de ogen van iemand die in het heden leeft, tijd van de nieuwe preutsheid, de nieuwe zedigheid en de afschuw voor alles wat radicaal is.

Ja, films blijven ongetwijfeld aanvullingen van mijn kleine werkelijkheid, zoals mijn dromen correcties zijn van mijn dagen die ik abusievelijk kleurloos en vaak vervelend noem. Wat geschreven is,- ook door mij, die mezelf soms zo minacht, minderwaardig vind – is rijk, betekenisvol, zit vol lagen, verwijzingen, connotaties. Elk woord is een universum. Het komt erop aan het zien te schitteren in zijn tekstveld, in zijn tuin van tekens, veelkleurig of in de talloze nuances van zwart en wit en schuld en boete en verlossing.

GUDRUN ENSSLIN2.jpg

* Schitterend camerawerk van de Belgische cinematograaf Ghislain Clocquet