DOS EVANGELISTES

morales.jpg

Foto: Martin Pulaski, Sevilla, Februari 2011

“He who thinks he is bigger than the rest must go to the cemetery. There he will see what life really is: a handful of dirt.” Jim Jarmusch, The Limits Of Control.

Sevilla is voor mij vooral de Guadalquivir en het café Morales. Mijn wereld leg ik beperkingen op, grenzen, eenvoud. Al doe ik soms het omgekeerde en ga ik mezelf te buiten in een schijnbaar onbegrensde werkelijkheid. La Cartuja en Casa Pilatos mogen ook worden vermeld. De sinaasappelbomen. De warme, heldere lucht. En op de achtergrond, die soms voorgrond wordt, altijd weer de Giralda, als teken van de Islamitische cultuur, die ooit Europa verrijkte.

’s Avonds zit ik Fino van het huis te drinken bij Morales. Christine en Markus uit München zijn bij me aan tafel komen zitten, er was nergens anders plaats.

You don’t speak Spanish, right?

No.

Onze voornamen.

We zijn twee evangelisten en een christin, zeg ik.

Ik ben politieagent, zegt Markus.

We bestellen nog een rondje, luisteren naar het rumoer van de Andalousiërs, raken bedwelmd door de geur van de Sherry in grote eiken vaten achter ons.

Je moet naar Nieuw-Zeeland, of beter nog, naar Australië, zegt Christine.

Markus daarentegen wil alle hoofdsteden van Europa bezoeken.

Hoeveel landen is nu ex-Joegoslavië, zegt Markus.

Markus somt de hoofdsteden op, ik help hem, maar we komen er niet. Een stad blijft ons ontsnappen.

Als we afscheid nemen vraag ik Markus of hij me gaat arresteren.

Jou zal ik nooit arresteren, zegt Markus, wees daar maar zeker van.

Dan is het goed, zeg ik, dan kom ik een keer naar München naar de bierfeesten.

Na het omhelzen ga ik nog even zitten genieten van mijn bedwelming. Sevilla, dat is café Morales. Meer heeft een reiziger niet nodig. Of het zouden twee espresso’s op een zonovergoten terras moeten zijn.

 

Ω

Hoe goed weet Jim Jarmusch de sfeer van Sevilla te vatten in enkele beelden, in zijn film ‘The Limits Of Control‘. De eenvoud van de herhaling. Het verhaal van de herhaling. De Torre de l’Oro was ik nog vergeten. En de sporen van een ongeremde botellón, het debris dat ik daar op een zonnige zondagochtend aantrof, met het lied van Kris Kristofferson in mijn hoofd.

REIZEN EN THUISKOMEN: ZERO DE CONDUITE 5 MAART 2011

 P1030120(1).JPG

Sanlucar de Barrameda, februari 2011, Martin Pulaski

Ik ben terug van een reis naar Andalusïe. Twee weken rondreizen door een land waarvan ik de taal nauwelijks spreek, dat was een nieuwe ervaring voor mij. Ik was heel vaak alleen, maar voelde me zelden eenzaam. Alleen in Sanlucar de Barrameda, een stadje waar je niet veel meer kunt doen dan Manzanilla drinken en vis eten, voelde ik me soms verlaten en misplaatst. Het regende er bijna elke dag, en ik was er vijf dagen. Ik verbleef in een klein paleis, waar het heerlijk is in de zomer, maar nu regende het overal binnen, vanwege de open ruimtes, de patio’s, mooie vertrekken waar ik geen gebruik van kon maken. Koud en vochtig op de immense kamer. Maar in Cadiz kwam de zon tevoorschijn en voelde ik me soms zelfs goed. Het mooiste vind ik nog altijd Sevilla. Maar ik ga hier geen toeristische brochure van maken. Het is tijd voor muziek. Met die reis nog in mijn achterhoofd heb ik voor het thema ‘reizen en thuiskomen’ gekozen. Gewoon een aantal uitverkoren songs daarover. Veel luisterplezier. En een beetje melancholie. Zodra je weer thuis bent valt de eenzaamheid van je af, en herinner je je alleen nog de fijne ervaringen.

Magical Mystery Tour – Magical Mystery Tour –  The Beatles
The Big Country – More Songs About Buildings And Food – Talking Heads
Andalucia – Paris 1919 – John Cale
Spanish Caravan – Waiting For The Sun – The Doors
Blue Spanish Sky – Wicked Game – Chris Isaak
Another Green World – Another Green World – Brian Eno
Eastern Rain – What We Did On Our Holidays – Fairport Convention
This Wheel’s On Fire – Dr. Byrds & Mr. Hyde – The Byrds
Ballad Of Easy Rider – Easy Rider Soundtrack – Roger McGuinn
Girl From The North Country – The Freewheelin’ Bob Dylan
Everybody’s Talking – The Many Sides Of Fred Neil – Fred Neil

the_freewheelin_bob_dylan.jpg

Flying Shoes – Flying Shoes – Townes Van Zandt
Everytime You Leave – Blue Kentucky Girl – Emmylou Harris
Five Hundred Miles – Essential Bobby Bare – Bobby Bare
Don’t Give Your Heart To A Rambler – You Don’t Know My Mind – Jimmy Martin
Cross Road Blues – King Of The Delta Blues Singers – Robert Johnson
Mystery Train – Sunrise – Elvis Presley
Train Leaves Here This Morning – Doug Dillard & Gene Clark
Allons A Lafayette – Allons A Lafayette – Beausoleil
Travelin’ Man – Rick is 21 – Ricky Nelson
By The Time I Get To Phoenix – The Capitol Years 65-77 – Glen Campbell
Do You Know The Way To San José – The Look Of Love – Dionne Warwick
Farewell Ride – Guero – Beck
Down In Texas –  Gutbucket (Various Artistst) – The Hour Glass
Up On Cripple Creek – The Band – The Band
The Drifter – Gas Food Lodging – Green On Red
Carry Home – Miami – Gun Club
Find The River – Automatic For The People – R.E.M.
Call Me On Your Way Back Home – Heartbreaker – Ryan Adams
Across Yer Ocean – The Secret Migration – Mercury Rev
Feel Like Going Home – Satisfied Mind – The Walkabouts

Zéro de conduite is op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio beluisteren, of via de website van radio centraal: http://www.radiocentraal.be/Realescape/ or
http://streaming.radiocentraal.org/

 Research: Martin Pulaski
Presentatie: Sofie Sap & Martin Pulaski

 

PORTRET VAN EEN MOOIE VROUW

spanje,delegatie,luis mariano,strand,zelfmoord,jos d,vrienden,vriendin,herinnering,cadiz,schoonheid,vrouwen,heimwee,werk,woodstock,cafes,maria jesus,2000,50,verjaardag

Cadiz, in het Zuiden van Spanje, trekt me aan als geen andere Europese kleine stad. Ik heb het over het oude schiereiland, met de kleine straatjes en pleinen, en de kathedraal met de gouden koepel, en niet over het smalle, nieuwe gedeelte waar de flatgebouwen woekeren en hun schaduwen werpen op het mooie en uitgestrekte strand. Op het ogenblik dat mijn beste vriend zelfmoord pleegde, in oktober 1991, bevond ik me daar op dat strand. Ik was er toen gelukkig, euforisch, overweldigd door het licht van Cadiz. Aan de dood dacht ik niet. Pas twee weken later zou ik op de hoogte worden gebracht van die tragedie.

Sindsdien ben ik er vaak geweest, meestal voor mijn werk. Ik bezocht Cadiz dan telkens met een Vlaamse delegatie van een vijftal jongeren uit jeugdwerk. Onze opdracht was te gaan kijken wat de jeugd van Cadiz zoal deed in haar vrije tijd. Konden wij er iets van leren? Of waren de Vlaamse jeugdorganisaties toch superieur, zoals velen beweren. De superioriteitsdenkers konden en kunnen op twee oren slapen: er zijn weinig jeugdverenigingen in Cadiz. Er gebeurt niet zo veel dat echt georganiseerd is. Spontaniteit is er de regel. Anarchie, chaos, onduidelijke afspraken. Toen ik een keer werd ontvangen door mevrouw de burgemeester, een hoogdravend, inhoudelijk leeg mens van de Partido Popular, had mijn tolk een short aan die meer op een onderbroek leek. Zo stonden we de dag nadien op de voorpagina van Diario de Cadiz.
Er wonen veel jongeren in Cadiz en die maken vooral veel plezier, in de cafés, één ervan heet Woodstock, op de prachtige pleinen en, in de zomer, op het strand. De braafsten drinken tinto de verano, een afschuwelijke mix van wijn en bessensap. De anderen drinken whisky, wodka en gin.

In de jaren negentig ben ik in Cadiz bevriend geraakt met Menchu, wat een afkorting is voor Maria Jesus, een van de mooiste meisjes die ik ooit heb ontmoet. Ik ben met haar bevriend geraakt zonder echt met haar te converseren. Ik sprak maar een paar woorden Spaans, zij een beetje Engels. Yes en No en zo. Toch was er, onverklaarbaar, meteen die intense, zinderende vriendschap. Wellicht was er ook verliefdheid in het spel. En waarom ook niet: zoals je weet is dat gevoel brandstof voor mijn ziel, zoals kerosine voor een vliegtuig. In 2000 vierde ik in de oude straten van Cadiz mijn zoveelste verjaardag. ’s Avonds zaten Laura, Menchu en ik, samen met nog enkele vrienden die ik daar heb leren kennen, aan een eenvoudige tafel gefrituurde vis te eten en Cava te drinken. Eten heeft me nooit beter gesmaakt en ik heb zelden meer gelachen. Het was de mooiste verjaardag van mijn leven.

De voorbije vier of vijf jaar had ik niets meer gehoord van Menchu. Ik wist dat ze verhuisd was, maar ik had geen adres, e-mail of telefoonnummer. Tot gisteren. Menchu stuurde me via de mail haar nieuwjaarswensen. Het was alsof we elkaar eergisteren voor het laatst hadden gezien. Er zat een foto van haar bij haar mail. Een beetje ijdel is ze wel, de lieve Menchu. Maar dat is goed, want daardoor was ik opnieuw een gelukkig man. Menchu leeft en is nog altijd even prettig gestoord. Haar schoonheid blijft overweldigen. La belle de Cadix, zoals in het lied van Luis Mariano:

“La belle de Cadix
A des yeux de velours
La belle de Cadix
Vous invite à l’amour

Les cavaliers aussitôt
Sortent leurs sombreros
On apprend qu’elle danse
Et pour ses jolis yeux noirs
Les hidalgos le soir
Viennent tenter leur chance

Mais malgré son sourire
Et son air engageant
La belle de Cadix
Ne veut pas d’un amant
Chicaticati aïe aïe aïe
Chicaticati aïe aïe
Chicaticati aïe aïe
Ne veux pas d’un amant.”

 

DROMEN VAN ANDALUSIË

casa de pilatos

De voorbije nacht zag ik weer de dorre maar toch bekoorlijke landschappen van Andalusië. Wat ik hier op een rijtje zet deed zich aan mij voor als een experimentele film, waarbij narratieve structuur en logica plaats hadden gemaakt voor de eloquentie van de beelden. Alcohol, kerken, een flamencozangeres, meeuwen op het strand, twee kleine meisje in matrozenjurkjes, busstations, witte dorpen, het vloeide allemaal door een grote, meanderende rivier.

Een of andere busreis met Alsina Graëlls langs de verminkte Costa del Sol. Was het van Malaga naar het lelijke, charmante Almuñecar? In oktober, als er geen toeristen meer zijn, alle pretparken gesloten. En daarna, vermoeid van de lange reis, drink je Montilla en eet je wat ham en olijven. Later nog frisse Mahou en lauwe Osborne Brandy aan de toog tussen oude mannen.

Bar Fernando, vlak bij Campo del Principe in Granada. Het Alhambra, een begenadigd oord. Begenadigd? Je kunt er niets over zeggen, je moet het zien, ondergaan. Het Albaicin. De muzikaliteit van de inwoners van Granada. De sierlijkheid van hun bewegingen. Het meisje dat zo mooi stond te zingen terwijl ze de winkel schoonmaakte in het Cuesta del Gomerez, waar al de gitaarmakers hun zaak hebben.

Granada: het drukste gewoel dat ik ooit heb meegemaakt en een vreselijke stank van uitlaatgassen, maar wat hogerop, de rust van het Albaicin, de kleine straatjes waar nauwelijks auto’s komen, met de landelijke carmenes, die je vanop het Alhambra heel goed kunt zien liggen. Het ruisende water, overal in het Generalife, die prachtige tuin, een werkelijk paradijs. De Arabische cultuur heeft veel goeds met zich meegebracht naar Andalusië. In de brandende zon water drinken op een terras in het Juderia.

Misschien is Cordoba nog bedwelmender, nog muzikaler, nog religieuzer dan Granada. De Mezquita is een gigantische moskee, in het midden waarvan de katholieken een kathedraal hebben gebouwd, die er zelfs niet echt staat te storen. Voor de Mezquita ben ik totaal van slag geraakt van een tuin met sinaasappelbomen en een fontein. In Cordoba is er een lekker sfeervolle bar, die ook Mezquita heet. Je kunt er van de beste sherry drinken tot je scheel ziet. In de restaurants krijg je sherry bij het eten, een goede combinatie. Ik wil zeker nog terug naar Cordoba. Ook al om weer door het plantsoen met de duizenden duiven te wandelen, bij zonsondergang, op een gelukkige manier moe van de hitte en de toevallige goedheid van het leven.

Een van de allermooiste paleizen die ik ooit mocht zien is Casa de Pilatos (of Palacio de San Andres) in Sevilla. Sevilla is een bekoorlijke stad, met misschien de mooiste en de jongste vrouwen van de wereld. We komen er echter met teveel toeristen bijeen. We blijven er beter weg en laten die stad aan zichzelf. Dat geldt evenzeer voor Firenze en Venetië, door het toerisme versleten steden. Het is beter er over te lezen in romans van Henry James, Thomas Mann en E.M. Forster.

Iets helemaal anders is Jerez de la Frontera. Stilte, drank, paarden en flamenco. Dat lijken clichés, maar zo eenvoudig lijkt die stad. Iedereen slaapt er voortdurend zijn roes uit. ’s Avonds komen een paar kleine bars en tablao’s tot leven. Mannen drinken en zingen, vrouwen kijken toe of dansen met stevige benen en vurige ogen. Er zijn nog hoedenwinkels in Jerez. Tussen oleanders wandelen oude mannen met wandelstokken.

Cadiz leeft en is van lucht en licht gemaakt. Cadiz heeft mijn hart gestolen. Ik houd van alle havens en van de oude oceaan, die mijn verbeelding naar Amerika en naar het dichterbije Afrika leidt. Ik houd van Cadiz om tien uur ’s avonds, in de drukke calle San Francisco. Ik hoor de stemmen wandelen, poëtisch in hun onverstaanbaarheid. Ik houd van Cadiz, zelfs in een vermolmde jeugdherberg of in een luizig pension, bij wijze van spreken dan, want het is proper, ook al is het vervallen. In de oktobernamiddag schittert vanop het strand in de verte de beloofde stad: Cadiz. De kathedraal is dan een toekomstvisioen. Elk gebouw staat op zijn plaats, daar aan de horizon, in de beloofde stad. Het strand is immens en bijna geheel verlaten, alleen zie je af en toe iemand een eenzame sport beoefenen. Niets meer, niets minder. Of toch wel. Vijf meeuwen vliegen over onze hoofden, vijf jongens wagen zich in het water (19 graden), twintig of dertig mieren vervoeren een stukje deegwaar. Ze voelen zich al helemaal Italiaans en heffen met z’n allen O Sole Mio aan. In Cadiz eet je alleen maar vis en drink je veel Oloroso, of goedkope witte wijn uit Sanlucar de Barrameda.

Voor mij is de Costa de la Luz de mooiste streek van de wereld. Alleen al het horen van de plaatsnamen kan me in vervoering brengen. Cadiz, Chiclana, El Puerto de Santa Maria, Conil de la Frontera, Los Caños de Meca, en Tarifa. Nochtans zag ik op die stranden dode vluchtelingen aanspoelen terwijl in Tarifa de surfers ongestoord hun gang gingen. De onverschilligheid van de roes, van het geluk. Genoeg daarover.

Overmorgen sluit ik mijn boeken en vertrek ik opnieuw op vakantie, nog een keer naar La Palma, om er zuivere lucht in te ademen en tot rust te komen. Maar eerst moet ik genezen, en deze koortsige herinneringen aan Andalusië verjagen.

Foto: Casa de Pilatos in Sevilla, Martin Pulaski

KONING VAN MIJN KAMERS

jaen

Waarom heb ik mij de voorbije nacht zo opgewonden over Dirk Steenhaut? Hij en zijn schrijfsels zijn dat niet waard. Waarschijnlijk reageer ik zo intens omdat ik oververmoeid ben. Ik heb de voorbije twee weken gemiddeld vier à vijf uur geslapen, soms, zoals afgelopen nacht, maar twee uur. Ik ben niet moe en ik ben uitgeput. Neen, hij is het niet waard. Steenhaut niet, en al de anderen niet. Schrijven moet je over het goede en over het bijzondere, over het ongewone en het unieke, maar dat is veel moeilijker. Je vindt er heel vaak geen woorden voor, bijzondere, ongewone, unieke woorden. Een eigen taal, zoals Louis Paul Boon er een had, zoals James Joyce er een had, zoals Franz Kafka er een had. Jij hebt die taal niet. Daardoor verval je snel in boosheid en geklaag. De boze mens voegt niets toe aan de wereld, tenzij hij zijn boosheid verrukkelijk verwoordt of in beelden uitdrukt. Ik voeg niets toe aan de wereld, alleen maar lacunes, ongenoegen, twistvragen. Ook ik ken geen synoniemen voor bloemkool of kabeljauw.

Ik heb weer dertigtal foto’s op flickr gepost, van mijn studiereis naar Jaén, een provincie in Andalousië. En nu heb ik al zin om ze ongeveer allemaal weer te wissen, maar dat kan niet meer, want bezoekers hebben al hier en daar commentaren geschreven. Waarom wil ik ze weer wissen? Omdat ik ze niet uniek en ongewoon vind. Omdat iedereen die foto’s had kunnen maken. Je moet alleen maar een digitaal fototoestel hebben en klikken, klikken, klikken. Ja, ik voel me weer eens dom en waardeloos. Maar dat gaat wel weer voorbij en dan ben ik weer de koning van mijn kamers en weet ik over alles alles.

Foto: Jaén, 2005

TERUG UIT ANDALOUSIE

IMG_2076

Weer thuis. Terug uit het land waar de sinaasappels bloeien. De spannende avonturen die ik in Andalusië heb beleefd, kan ik nog niet uit de doeken doen. Later misschien? Nu ben ik moe, moe, moe. Moe van die avonturen natuurlijk (voornamelijk luisteren, praten, eten, drinken, weinig slapen), moe van ritten met taxi’s, wachten in luchthavens, turbulente vluchten, club sandwiches en Heineken pils, late aankomsten, Brussels by night en koffers uitpakken. Andalusië is een betoverende regio, vriendelijk en gastvrij, met een geschiedenis die wellicht nog rijker is dan de onze, en, belangrijkst van al, de mooiste vrouwen van de wereld. Maar wat hebben die Spanjaarden – of alleen maar de Andalusiërs? – een slechte smaak op gebied van populaire muziek! Hun verteltalent is dan weer ongeëvenaard; als ik in hun gezelschap ben schaam ik me telkens weer om mijn schraalheid. Ik ken geen enkel verhaal, tenzij dat ene, narcistische, het mijne. Wat dat betreft lijk ik op Rousseau en Montaigne. Maar dan zonder hun uitzonderlijke, bijna bovenmenselijke begaafdheid en gracieuze stijl, zonder hun grote geest.

Hoe zoet en leerrijk een reis ook is, het is nog zoeter om weer thuis te komen, bij de geliefde, en bij de boeken en de muziek. “Gee, it’s great to be back home!”

Foto: Martin Pulaski, Afscheid van Jaén, Andalusië

VERTREK NAAR JAEN

Morgen om kwart voor vijf op. Dat wordt moeilijk, vooral omdat ik moeilijk vroeg in bed kan en tot op het allerlaatste moment (maar wanneer is dat precies?) nog allerlei ‘belangrijke’ dingen wil doen.
Ik vertrek naar Jaén, een kleine en kennelijk toeristisch weinig aantrekkelijke stad in Andalousië. Het is een studiereis met wat in het officiële jargon een delegatie van de Vlaamse Gemeenschap wordt genoemd. Ik ga er met een groep jonge mensen bekijken hoe het met de jeugdhuizen in de provincie Jaén is gesteld. We zullen er ongetwijfeld veel mensen ontmoeten, ambtenaren en gewone stervelingen. (Ach, ambtenaren zijn natuurlijk ook gewone stervelingen.) Om 7 uur vertrekt het vliegtuig naar Madrid, daar moeten we twee uur wachten, dan vliegen we verder naar Granada en vandaar gaan we met de taxi naar het honderd kilometer noordelijker gelegen Jaén. De volgende dagen bezoeken we een aantal stadjes en dorpen en hun jeugdhuizen: Torredelcampo, Porcuna, Arjona, Baeza en Alcala La Real. Volgende zondag keren we terug via Granada en Madrid.

Ik betwijfel dat ik tijdens die drukke week iets zal kunnen posten, als we al een internetaansluiting vinden. Maar die schade haal ik dan wel in vanaf Allerheiligen. Misschien zal ik veel te vertellen hebben.
Mochten de mensen ginds mij tegenvallen heb ik nog altijd Het boek der rusteloosheid van Pessoa en TC Boyle’s The Inner Circle, een roman die zich afspeelt in het milieu van Dr. Alfred Kinsey. Bovendien heb ik mijn ipod volgestopt met mijn uitverkoren muziek. De nieuwe cd’s van Shelby Lynne, My Morning Jacket, Ryan Adams en Calexico staan erop. Maar jullie kennen mijn muzikale voorkeur al… Natuurlijk ontbreken Bob Dylan en Betty Lavette ook niet.

Afscheid nemen valt me altijd moeilijk. Ook nu weer. Maar het moet, en daarom maak ik van deze de laatste zin. Voorlopig.