NACHTMERRIE EN MUZIEK

dylan-parijs

Bob Dylan lijkt in zijn nieuw werk, Murder Most Foul, muziek als een mogelijkheid te zien om uit de nachtmerrie van de recente geschiedenis te kunnen ontwaken. Die hypothese roept bij mij nogal wat denkbeelden en associaties op. Ik laat ze hier als toevallig opgeraapte steentjes en schelpen op dit geschreven pad neervallen, als een Klein Duimpje verloren gelopen in de bloedhete straten van Laredo. Of was het Nuevo Laredo? Een Klein Duimpje onderhevig aan de blues.

In een nachtmerrie kijken duizenden toe op een tragische gebeurtenis, maar geen stervende ziel ziet iets. Alleman, Jan zonder Vrees, Judge Priest, Julia Dixon en Rhett Butler waren erbij; ze stonden dicht bij het podium, maar niemand onder hen ving van wat dan ook een glimp op. Het leek of deze toeschouwers – en wij met zijn allen, die het van ver maar op de voet volgden – blind geboren waren. In zekere zin doofstom. Niet moeilijk om zo je weg te verliezen. Te verdwalen, strompelend van paradijs naar hel, als in de nachtmerrie van een kamer vol donkere spiegels.

Uit enkele akkoorden en een eenvoudige melodie komen handen tevoorschijn; het zijn die van John, Paul, George en Ringo. Kijk hoe ze je nu vasthouden, meisje, hoe ze je de zo gemiste warmte schenken. Komm gib mir, gib mir. Een lang ogenblik lang omhelzen de vier jongens je. Nee, niet zijzelf, hun stemmen doen dat.

Een heel eind daarvandaan, in het verre Amerika, waar de paarden in onze dromen veel ruimte vinden voor hun galop, verandert een akelige lange zwarte limousine in een troostende melodie, vanuit de ziel in de richting van de hemel gezongen. Het geluid van de fatale schoten op de president wordt een zotte dans van Junior Walker & the All Stars. Shoot ‘em ‘fore he run now do the jerk baby do the jerk now. Vrijheid is niet langer iets om na te streven, als het dat al ooit was. Vrijheid is bedrog, mijn zoon. De enige echte vrijheid is de dood, verklaart Bob Dylan in zijn lied. Dat wisten de joden in de concentratiekampen maar al te goed. Rook naar de hemel. Another word for nothing left to lose, jongen.

De dag dat John Fitzgerald Kennedy stierf overleed ook de New Frontier. Talking stopped, someone shouted, what / I ran out to the street. Wat kun je in deze nachtmerrie nog doen voor je land? Heb je nog wel een land? Tenzij een land van duizend deuntjes en duizend dansen. Het land dat Patti Smith al bezong toen zij nog maar een wat schriele rijzende ster was. Het zorgeloze land dat Christophe Kenner in New Orleans aan de vooravond van de koningsmoord bedacht. New Orleans, het enige koninkrijk dat de Amerika heeft gekend, met de Zulu King dansend in de straten genaamd St. Claude en Dumaine, met de Voodoo Queen Marie Laveau en met de lekkere Lady Marmalade. Getcha, getcha ya, ya, da, da. Getcha, getcha ya, ya, here. Het land waar je in goede en kwade dagen over de grond rolt van het lachen. New Orleans, een heel ander rijk dan dat van de eenzame ster en de onheilspellende olievelden. Waar Lyndon B. Johnson het daglicht en JFK de ultieme duisternis zag. Waar Bob Wills nog steeds de koning is.

Met kleine Susanna in de cinema genaamd Texas Theatre in Dallas vind je maar tijdelijk vermaak. Het is niet veel meer dan een vlucht in een camera obscura, zoals die van Lee Harvey Oswald. Wat je nodig hebt zijn liedjes, gekke liedjes, mooie liedjes, wonderlijke liedjes. Ook al duren ze niet lang. Kijk maar naar het levenslied genaamd Patsy Cline. Een korte wandeling na middernacht, een beetje gek gedoe, maar de ochtend haalt ze niet. Buddy Holly, Otis Redding, zovele anderen. Ze halen de dageraad niet. Zij brachten soelaas maar redden het zelf niet. Jimi Hendrix, Duane Allman, Janis Joplin, Alan Wilson. Je kent de namen. Mozart, Schubert. Brandon DeWilde, die van Shane, vriend van de cowboy engel Gram Parsons. Luister nog een keer naar In My Hour Of Darkness.
Tommy is doof, stom en blind. Hij hoort je niet en ziet je niet. Nog zo een. Een andere koningin, mishandeld, niet uit New Orleans afkomstig, zit aan de acid. Haar door Pete Towshend aangereikt. De man in de witte katoenen overall, uitvinder van muzikaal gestotter, erfgenaam van de vuilnismannen, van surfende vogels. Het zijn maar woorden, mijn vriend, wees gerust. Het is nog altijd geen echte muziek. Nu hoor je opeens het wild geraas van Shots, opnieuw en opnieuw, in een oud lied van Neil Young. De aarde is nu bijna een wilde hemel. Bif Bang Pow!

Niemand bevindt zich ver van het graf. Het einde is altijd in zicht. Veel verder dan zes mijl is het niet. Zo dacht Hank Williams erover. Misschien nog een geluk dat een dode Kennedy geen gedachten heeft. Als hij die toch had, zouden het er wellicht over vers fruit en rotte groenten zijn, wormen, pulpfictie.

Wat dacht je van de dithyramben van Nietzsche, van zijn antichrist, zijn Dionysos, zijn geboorte van de tragedie uit de geest van de muziek? Hem is het niet om de zuivere schoonheid te doen maar om kunst die onthult. Zie je de naakte waarheid? Onmogelijk, dat kan niet. Nu gaat alles zo hard trillen dat het zwart voor de ogen wordt. Zie je Nietzsches Mansion on the Hill? Je hebt niet goed gekeken. Het is een gesticht in Bazel. Hoor je de leugens die zijn zuster Elisabeth over hem vertelt? Luister er niet naar. Luister naar zijn muziek. Hoe hij zijn piano te lijf gaat. Het lijkt wel John Cale, John Cage, John Lennon, een Beatle. Heeft een piano een lijf? Een lijf dat met zijn zwarte en witte vingers naar de eeuwigheid reikt.

Mooie liedjes duren niet lang? Bob Dylan denkt daar, geloof ik, anders over. De moderne ridder Wolfman Jack, de Ideale DJ, wijst de weg. Elke single die hij zinderend en sidderend de aardedonkere of vollemaanverlichte nacht instuurt biedt troost. Zelfs het eenvoudigste akkoord heft de tijd op en schudt het hart wakker.

In Junior Parker’s Mystery Train zien we nog steeds de betreurde doden zitten; zie je ze naar ons wuiven, Martin Luther King, Robert Kennedy, Malcolm X, Curtis Mayfield, Frances Farmer, Sister Rosetta Tharpe en Casey Jones? Er zitten nog veel meer reizigers in deze trein. Hobo’s, zwervers, swingende troubadours, componisten, parels van zangeressen, prinselijke zangers, muzikanten, hun koffertjes vol tekstvellen en partituren, vol demo’s en dromen. De mysterieuze trein die we zo goed herkennen is de trein van de lust die eeuwigheid wil. Kopen we een kaartje om daarmee samen aan deze nachtmerrie te ontkomen?

jimmorrison-graf

Foto’s: Martin Pulaski, Parijs. Boven: Bob Dylan, onder Jim Morrisons graf.

ZERO DE CONDUITE: SONGS OF THE SOUTH

01backtotheriver2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vooreerst wensen we alle luisteraars van Zéro de conduite een gelukkig, voorspoedig en gezond 2016.

Ook dit jaar zal in Zéro veel aandacht gaan naar populaire muziek uit de Verenigde Staten en naar wat wij Americana noemen. Vandaag, in het putje van de winter, maken wij een reis naar het Zuiden, naar Dixieland, in het bijzonder naar Memphis in Tennessee, naar Alabama en naar Georgia.
Zoals zo vaak was het weer moeilijk om een evenwichtige en relevantie selectie te maken, zeker voor Memphis, bakermat van blues, rock & roll (Sun) en soul (Stax). Alleen al de twee muzikale koningen uit Memphis, Elvis en B.B. King, verdienen eigenlijk een afzonderlijke aflevering. Dat is voor later. Ook andere Zuidelijke staten komen de volgende maanden aan bod. Denk aan Mississippi, Louisiana, Arkansas, Florida, North-Carolina, South-Carolina en Texas. En natuulijk zullen we ook Nashville in Tennessee niet vergeten.

De voor vandaag geselecteerde songs hebben Tennessee (Memphis), Alabama en Georgia als onderwerp of zijn er opgenomen of worden uitgevoerd door muzikanten uit de regio. Een groot deel van de soulliedjes die we vanavond draaien komt uit de voortreffelijke nieuwe box ‘Back To The River – More Southern Soul Stories 1961-1978’, op het Kent Soul-label.

Veel luisterplezier!

Dixieland

Dixie Lullaby – Leon Russell – Leon Russell

Clyde – J.J. Cale – Naturally

Down Along The Dixie Line – Gillian Welch – The Harrow & The Harvest

I Sang Dixie – Dwight Yoakam – Buenas Noches from a Lonely Room

Daybreak In Dixie – The Stanley Brothers – Riding That Midnight Train
Tennessee / Memphis

Going To Memphis – Johnny Cash – Murder

Night Train to Memphis – Jerry Lee Lewis – Jerry Lee’s Greatest!

Memphis Shakedown – The Memphis Jug Band – Harry Smith’s Anthology Of American Folk Music

Memphis, Tennessee – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry

Catfish Blues – B.B. King – My Kind of Blues

Free Me – Otis Redding – Back To The River – More Southern Soul Stories

This Love Won’t Run Out – Dee Dee Sharp – Back To The River – More Southern Soul Stories

Private Number – Judy Clay & William Bell – Back To The River – More Southern Soul Stories

Memphis in June – Nina Simone – Forbidden Fruit

Tuesday Night in Memphis – John Lurie – Mystery Train Soundtrack

Raining in Memphis – Dan Penn – Nobody’s Fool

After Loving You – Elvis Presley – From Elvis In Memphis

Memphis Train – Buddy Miles – Them Changes

Memphis Flu – The Felice Brothers – Yonder Is The Clock

Alabama

Alambama Bound – The Charlatans – The Amazing Charlatans

You Gotta Move – The Rolling Stones – Sticky Fingers

Angel From Montgomery – Bonnie Raitt ft. John Prine – Bonnie Raitt Collection

Sure As Sin – Jeanie Greene – Back To The River – More Southern Soul Stories

Give Me Back The Man I Love – Barbara West – Back To The River – More Southern Soul Stories

Think I’ll Go Somewhere And Cry Myself To Sleep – Joe Perkins – Back To The River – More Southern Soul Stories

The Road Of Love – Clarence Carter – The Fame Singles Volume 1: 1966-70

Alabama – Neil Young – Harvest

Birmingham Sunday – Richard Fariña – Singer Songwriter Project

Alabama Pines – Jason Isbell And The 400 Unit – Here We Rest

Mobile Blue – Dave Alvin & The Guilty Men – Frisco Mabel Joy Revisited

It’s Hard To Be Humble (When You’re From Alabama) – Phosphorescent – Here’s To Taking It Easy

Georgia

Maps And Legends – R.E.M. – Fables Of The Reconstruction

Hot Nights In Georgia – Jason & The Scorchers – Fervor

Georgia Pines – Link Wray – Beans And Fatback

Miller’s Cave – International Submarine Band – Safe At Home

Oh Atlanta – Emmylou Harris – Evangeline

Please Call Home – The Allman Brothers Band – Idlewild South

Georgia Morning Dew – Johnny Adams – Heart & Soul

Gonna Send You Back To Georgia – James Carr – Complete Goldwax Singles Vol. 3

I Washed My Hands in Muddy Water – Charlie Rich – The Complete Smash Sessions

Georgia Stomp – Andrew & Jim Baxter – Anthology Of American Folk Music

Georgia Crawl – Henry Williams & Eddie Anthony – The Story Of The Blues

Rainy Night In Georgia – Brook Benton – Back To The River – More Southern Soul Stories

Georgia On My Mind – Ray Charles – Definitive Ray Charles

The Night They Drove Old Dixie Down – The Band – Live At The Academy Of Music 1971

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

 

ZERO DE CONDUITE: CALIFORNIË

dav

Reizen lijkt me een van de fijnste manieren om tijd te verdrijven. Maar reizen is niet voor iedereen weggelegd en het is zeker niet altijd mogelijk. Veel mensen zitten vastgekluisterd aan hun woning, velen hebben niet eens een woning. Velen moeten vluchten voor oorlog en geweld. Dat is het tegenovergestelde van reizen.
Een groot geluk dan dat er het soelaas van films, boeken en muziek is. Zeker muziek heeft de deugdelijke eigenschap ons mee te kunnen nemen naar andere oorden, verre regio’s, opwindende steden; zij laat ons met ons innerlijk oog pittoreske landschappen zien, gevaarlijke donkere straten in achterbuurten (en toch zo veilig), bemoste oevers van rivieren en kanalen; in haar melodieën horen we de oceaan en ontdekken we Venus en Aldebaran. Reizen, dus. Maar in deze aflevering van Zéro de conduite gaan we het niet zo ver zoeken. Hoewel Californië toch ook niet om de hoek is. Voor mij is het altijd het beloofde land geweest. Van de allermooiste muziek komt er vandaan. En Hollywood met al zijn dromen en illusies: Californië.
Mijn Californië is er een van de geest. In werkelijkheid ben ik er maar één keer geweest. Dat mag volstaan. Want is wat zich in de geest voordoet, geholpen door  inspirerende kunst, zoals de popmuziek die we vanavond laten horen, niet veel rijker dan een echt landschap onder de echte zon? Des Esseintes in Huysmans’ ‘A Rebours’ zou hier ongetwijfeld ‘ja’ op antwoorden.

Hoewel het thema Californië is komen er nogal wat songs aan bod die daar niet rechtstreeks over gaan. In dat geval zijn het liedjes die er zijn opgenomen of die werden uitgevoerd door Californische muzikanten. Eigenlijk is het onbegonnen werk, dat thema. Alleen al over surfmuziek kun je een tiental programma’s maken. En hoeveel over de duizenden schrijvers, singer-songwriters, bands en producers die daar actief waren en zijn? Komen bijvoorbeeld niet aan bod: Jackson Browne, Phil Spector, Harry Nilsson, Warren Zevon, Quicksilver Messenger Service, Jefferson Airplane, Jan & Dean en Annette Funicello (bekend van meesterlijke films als Beach Party (1963), Muscle Beach Party (1964), Bikini Beach (1964) en How to Stuff a Wild Bikini (1965). Maar de playlist is desondanks goed gevuld. De titels op het einde zijn bonustracks, om je de kans te geven nog een tijdje met het thema door te gaan.

Veel luisterplezier!

California Blues (Blue Yodel #4) – Merle Haggard – Down Every Road 1962-1994 – Jimmie Rodgers

California – Rick Nelson – Rick Sings Nelson – Rick Nelson

Wheels – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons, Hillman

Back To California – Carole King – Music – Carole King

Luv N’ Haight – Sly & The Family Stone – There’s A Riot Going On – Sly Stone (Sylvester Stewart)

Gimme Shelter – Merry Clayton – Merry Clayton – Jagger, Richards

California Soul – Marlena Shaw – Chess Chartbusters Vol. 3 – Nickolas Ashford, Valerie Simpson

California Dreamin’ – Bobby Womack – The Minit Records Story – Michelle Gilliam, John Phillips

Laurel Canyon Home – John Mayall – Blues From Laurel Canyon – John Mayall

Los Angeles – Gene Clark – Flying High – Gene Clark

Bad Night At The Whiskey – The Byrds – Dr. Byrds & Mr. Hyde – Joey Richards, Roger McGuinn

California Saga/Big Sur – The Beach Boys – Holland / Mt. Vernon And Fairway (A Fairy Tale In Several Parts) – Mike Love

The Warmth Of The Sun – Gary Usher – Add Some Music To Your Day (A Symphonic Tribute To Brian Wilson – Brian Wilson

How Many Days Have Passed – Clear Light – Clear Light – Bob Seal

Hollywood – Michael Nesmith – Magnetic South  – Michael Nesmith

Bless You California – The Beau Brummels – Bradley’s Barn – Randy Newman

First Train To California – The Cryan’ Shames – Synthesis – James Fairs

San Francisco (Be Sure To Wear Some Flowers In Your Hair) – Scott McKenzie – Lou Adler: A Musical History

Twelve Thirty (Young Girls Are Coming To The Canyon) – The Mamas & The Papas – All The Leaves Are Brown: The Golden Era Collection – John Phillips

Transparent Day – West Coast Pop Art Experimental Band – Part One – Markley, Harris

Maybe The People Would Be The Times Or Between Clark And Hilldale – Love – Forever Changes – Arthur Lee

Riot On Sunset Strip – The Standells – Where The Action Is!: Los Angeles Nuggets 1965-1968 [Disc 1] – Various Artists –  John Fleck, Tony Valentino

Are You Gonna Be There (At The Love In) – Chocolate Watchband – Melts In Your Brain…Not On Your Wrist! – Don Bennett, Ethan McElroy

California Earthquake – Mama Cass Elliot – Dream A Little Dream Of Me: The Music Of Mama Cass Elliot – John Hartford

California – Joni Mitchell – Blue – Joni Mitchell

Pretty Girl Why – Buffalo Springfield – Buffalo Springfield Box Set – Stephen Stills

The Old Laughing Lady – Neil Young – Neil Young – Neil Young

Helplessly Hoping – Crosby, Stills & Nash – Crosby, Stills & Nash – Crosby, Nash, Stills

Laurel Canyon – Jackie DeShannon – Laurel Canyon – Jackie DeShannon

Venice U.S.A. – Van Morrison – Wavelength – Van Morrison

San Diego Serenade – Tom Waits – The Heart Of Saturday Night – Tom Waits

Goodnight, Hollywood Blvd. – Ryan Adams – Gold – Richard Causon

In California – Neko Case – Canadian Amp – Lisa Marr

California Bloodlines – Dave Alvin – West of the West – John Stewart

California On My Mind (LP Version) – Tony Joe White – Homemade Ice-Cream – Tony Joe White

Hollywood – Guy Clark – Somedays The Song Writes You – Guy Clark

Los Angeles – Phosphorescent – Here’s To Taking It Easy – Matthew Houck

California – Mazzy Star – Seasons of Your Day –  David Roback, Hope Sandoval

California Stars – Billy Bragg & Wilco – Mermaid Avenue – Woody Guthrie, Jay Bennett, Jeff Tweedy

(Postcard From California) – Richmond Fontaine – Post To Wire – Willy Vlautin

I Remember California – R.E.M. – Green –   Berry, Stipe, Mills, Buck

Techniek: Sofie Sap
Research & presentatie: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: AMERICANA

taos1993-4 001

Opgedragen aan Joost Zwagerman.

De term ‘Americana’ heeft meerdere betekenissen. Deze vond ik in de Wikipedia:
“Americana refers to artifacts, or a collection of artifacts, related to the history, geography, folklore and cultural heritage of the United States. Many kinds of material fall within the definition of Americana: paintings, prints and drawings; license plates or entire vehicles, household objects, tools and weapons; flags, plaques and statues, and so on. Patriotism and nostalgia play defining roles in the subject. The things involved need not be old, but need to have the appropriate associations. The Atlantic described the term as “slang for the comforting, middle-class ephemera at your average antique store — things like needle-pointed pillows, Civil War daguerreotypes, and engraved silverware sets.” The term may be used to describe the theme of a museum or collection, or of goods for sale.

The term can also be used to describe studies of American culture, especially studies based in other countries. Americana music is contemporary music that incorporates elements of various American roots music styles, including country, roots-rock, folk, bluegrass and blues, resulting in a distinctive roots-oriented sound.” In Zéro de conduite hanteren we de tweede betekenis, maar niet op een orthodoxe manier. Voor ons is Americana namelijk niet alleen maar hedendaagse muziek die elementen uit Amerikaanse rootsmuziek overneemt. Waarom zouden we ons daartoe beperken als die rootsmuziek zelf ook door en door Amerikaans is? Waarbij we er altijd rekening mee houden dat Amerikaanse cultuurfenomenen altijd onzuiver zijn, een mengelmoes van diverse culturen en stijlen. Wanda Jackson, David Bowie, the Rolling Stones, the United States of America, Frank Zappa en Furry Lewis zijn net zo goed Americana, maar niet altijd. Het hangt in de eerste plaats af van de songs, hun thema, hun stijl, hun geschiedenis. Voor ons is Americana geenszins begonnen met de band Uncle Tupelo, zoals vaak wordt beweerd. Americana is niet hetzelfde als alt.country en No Depression. Het is een veel rijkere vorm en sluit wat dat betreft meer aan bij pop art en de geschriften van onder meer Cormac McCarty, Flannery O’Connor, Gilles Leroy (een Fransman) en – uiteraard – Jack Kerouac, William Burroughs en Allen Ginsberg. De grootste Americana-kunstenaar is Bob Dylan, maar hij is veel meer dan dat. Terwijl Merle Haggard, Ry Cooder en Van Dyke Parks bijna samenvallen met het genre.

De lijst hieronder is niet zomaar een playlist. Het is een voorzichtig experiment. Ongevaarlijk grensoverschrijdend gedrag. Het is mogelijk dat niet alles wordt gedraaid, of in een enigszins gewijzigde volgorde. Onder aan de lijst staan enkele titels voor jullie eigen gebruik. Twee uur zendtijd is weinig, maar het zou moeten volstaan. De lijst lees je als volgt: titel, artiest, titel elpee of cd, componist.

Veel luisterplezier!

Once Upon A Time In America – Ennio Morricone – Movie Masterpieces – Ennio Morricone

Only In America – Jay & The Americans – The Leiber & Stoller Story – Volume 3 – Leiber & Stoller

Born A Woman – Sandy Posey – A Single Girl: The Very Best of the MGM Recordings – Martha Sharp

U.S. Male – Elvis Presley – Tomorrow Is A Long Time – Jerry Reed

Tupelo Blues – John Lee Hooker – The Country Blues Of John Lee Hooker – John Lee Hooker

Casey Jones – Furry Lewis – Fourth And Beale – Traditional

Strange Fruit – Nina Simone – Pastel Blues – Lewis Allan

March! For Martin Luther King – John Fahey – Best Of The Vanguard Years – John Fahey

Huntsville – Merle Haggard – Down Every Road 1962-1994 – Merle Haggard, Red Simpson

Dixie [Bob Dylan] – Bob Dylan – Masked & Anonymous [OST] – Traditional

Small Town Heroes – Hurray For The Riff Raff – Small Town Heroes – Alynda Lee Segarra

Guitar Town – Emmylou Harris – At The Ryman – Steve Earle

Born In The U.S.A. – Bruce Springsteen – 18 Tracks – Bruce Springsteen

Fourth Of July – Dave Alvin – Romeo’s Escape – Dave Alvin

Highway 61 – The Blasters – Testament: The Complete Slash Recordings – Traditional

Back In The USA (Single Version) – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry – Chuck Berry

Route 66 – The Rolling Stones – England’s Newest Hit Makers – Robert William Troup Jr.

Psycho – The Sonics – Here Are the Sonics – Gerry Roslie

Riot In Cell Block #9 – Wanda Jackson – Queen Of Rockabilly – Jerry Leiber, Mike Stoller

The All American Boy – Bobby Bare – Essential Bobby Bare – Bobby Bare

Amusement Parks U.S.A. – The Beach Boys – Summer Days (And Summer Nights!!) – Brian Wilson/Mike Love

House Un-American Blues Activity Dream – Richard & Mimi Fariña – Reflections in a Crystal Wind – Richard Fariña

Living In The U.S.A. – The Steve Miller Band – Sailor – Steve Miller

The American Metaphysical Circus – The United States Of America – The United States Of America – Joseph Byrd

American Is Waiting – Brian Eno & David Byrne – My Life In The Bush Of Ghosts – Brian Eno, David Byrne

The Message – Grandmaster Flash & Melle Mel – A Retrospective Garage: Volume 2 –  J. Chase, E. Fletcher, M. Glover, S. Robinson

Young Americans – David Bowie – Young Americans – David Bowie

Ashes Of American Flags – Wilco – Yankee Hotel Foxtrot – Jay Bennett

Flint (For The Unemployed And Underpaid) – Sufjan Stevens – Greetings From Michigan: The Great Lake State – Sufjan Stevens

Trucker’s Atlas – Sun Kil Moon – Tiny Cities – Modest Mouse

On the Banks of the Old Kishwaukee – Ryley Walker – Primrose Green – Ryley Walker

Thrice All American – Neko Case & Her Boyfriends – Furnace Room Lullabye –  B. Connelly, J. Trueblood, N. Case, S. Betts

I’m So Lonesome I Could Cry – Yo La Tengo – Stuff Like That There – Hank Williams

Lost Highway – Hank Williams – Lost Highway December 1948 – March 1949 – Leon Payne

I’m A Honky Tonk Girl – Loretta Lynn – Gold – Loretta Lynn

This Land Is Your Land – Woody Guthrie – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Woody Guthrie

Days Before Custer – Link Wray – Mordicai Jones – Link Wray, Steve Verroca

Checkout Time In Vegas – Drive-By Truckers – Brighter Than Creation’s Dark – Drive-By Truckers

America! – Bill Callahan – Apocalypse – Bill Callahan

America Drinks And Goes Home – Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Absolutely Free – Frank Zappa

Jack & Neal/California Here I Come – Tom Waits – Foreign Affairs – Tom Waits

Camptown Races – Ry Cooder – Primary Colors – Stephen Foster/Ry Cooder

An American Trilogy (An American Trilogy – Frisco Mabel Joy 1971) – Mickey Newbury – Frisco Mabel Joy – Traditional

American Without Tears – Elvis Costello – The King Of America – Elvis Costello

Rockin’ Shopping Center – Jonathan Richman & The Modern Lovers – Home Of The Hits: The Best Of Jonathan Richman & The Modern Lovers – Jonathan Richman

Bing Crosby – Van Dyke Parks – Discover America – Van Dyke Parks

winslow arizona 1993-09-14


Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

Foto’s:  Martin Pulaski

IRIS DEMENT SINGS THE DELTA

iris dement,muziek,soul,gospel,south,vertellen,country,songs,missouri,arkansas,rivier,familie,mensen,empathie,mededogen,schoonheid

Gisteravond voor het slapengaan luisterde ik nog even naar ‘Sings the Delta’ van Iris DeMent. Ik was verbluft. De plaat ligt hier al een tweetal jaren – aangeschaft ergens in 2012 – en nu pas hoor ik wat een schitterende verzameling songs dat is. Honderd procent oprechte muziek, spiritueel en lichamelijk tegelijk, gezongen met passie én berusting in het lot, met compassie, met mededogen. In de teksten veel aandacht voor waar mensen vandaan komen, voor het land en het landschap, voor de eenvoudige dingen van het leven, voor wat de mensen ermee doe, voor de manieren waarop ze vechten tegen hun lot, hoe ze weigeren erin te berusten. Ze zingt over god, een belangrijk personage in het Zuiden van de Verenigde Staten; hoe begrijpelijk maar ook dwaas het is te bidden. Begrijpelijk omdat de mensen daar opgegroeid zijn in dat geloof en omdat ze vaak eenzaam zijn en zich met hun zorgen en spijt vaak tot niemand anders kunnen richten. Dwaas omdat hij toch niet luistert en van zich laten horen doet hij evenmin.

Iris DeMent verwijst naar de negro spiritual ‘I shall not be moved’: “Like a tree planted by the water, I shall not be moved.” Op de hoes prijkt een foto, gemaakt door haar dochter Dasha, waarop twee cipressen midden in  de rivier staan. Tussen de twee bomen door loopt de grens tussen de staten Missouri en Arkansas. De vader van Iris DeMent is van Missouri afkomstig en wel van het eilandje in de rivier dat je achter op de foto ziet. Haar moeder komt uit Arkansas, net niet zichtbaar op de foto. Op de andere beelden ziet Iris Dement er vermoeid uit en in zekere zin even verweerd als de witte houten deur waar ze met de rug tegen leunt. Al is ze nog niet zo oud. Ze zit op een houten vloer, niet aantrekkelijk, onderhevig aan de zwaartekracht en je ziet dat de hitte haar het bewegen bemoeilijkt. Ze heeft een soort witte trouwjurk aan, maar van ‘normale’ lengte, en helemaal nieuw is hij niet. De blik in haar ogen heeft iets verslagens, haar mondhoeken iets verbitterds, maar in haar wat omhooggestoken rechterbovenarm met de vingers die haar kaak lichtjes raken zie ik, hoewel de elleboog op haar linkerknie steunt, trots en bevalligheid. Iris DeMent is een aantrekkelijke onaantrekkelijke vrouw. Zoals ze daar zit, sloom, met een schoen uitgeschopt, ziet ze er sexy uit. Al die eigenschappen zijn ook aanwezig in haar stem, in de manier waarop ze zingt. En de band die haar begeleidt voelt haar zo goed aan dat je niet anders kan dan besluiten dat die begaafde muzikanten haar beste vrienden zijn.

iris dement 001.jpg

HOTELS & MOTELS: DE LIJST

DSC_0209


Traveling Alone – Tift Merritt – Traveling Alone

Lone Star Hotel – Guy Clark – The South Coast Of Texas

Blue Hotel – Chris Isaak – Wicked Game

Hotel Room – Richard Hawley – Coles Corner

Elevator – Tindersticks – Les Salauds (soundtrack, film van Claire Denis)

Hotel – Mark Lanegan – Scraps At Midnight

Moonlight Motel – The Gun Club – The Las Vegas Story

On The Couch – Ry Cooder – Paris, Texas (soundtrack, film van Wim Wenders)

Entella Hotel – Peter Case – The Man with the Blue Post-Modern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar

Sitting in My Hotel – The Kinks – Everybody’s in Showbiz—Everybody’s a Star

Hotel Arizona – Wilco – Being There

Hotel Chelsea Nights – Ryan Adams – Love Is Hell, Part 2 [EP]

Chelsea Hotel No. 2 – Leonard Cohen – New Skin For The Old Ceremony

Third Week In The Chelsea – Jefferson Airplane – Bark!

Chelsea Girls – Nico – Chelsea Girl

Memory Motel – The Rolling Stones – Black And Blue

Blue Motel Room – Joni Mitchell – Hejira

A House Is Not A Motel – Love – Forever Changes

Roadhouse Blues – The Doors – Morrison Hotel

Heartbreak Hotel – Elvis Presley – The King Of Rock ‘n’ Roll: The Complete 50s Masters [Disc 1]

Apartment #9 – Tammy Wynette – Tears Of Fire: The 25th Anniversary Collection

I Don’t Care Anymore – Doris Duke – I’m A Loser: The Swamp Dog Sessions & More

Motel Matches – Elvis Costello & The Attractions – Get Happy!!

Hot Rod Hotel – Billy Bragg & Wilco – Mermaid Avenue, Vol. 2

Bell Boy – The Who – Quadrophenia

Hotel Chambermaid – Graham Parker & The Rumour – Heat Treatment

Sam Wong Hotel – Sun Kil Moon – Admiral Fell Promises

Grand Hotel – Procol Harum – Grand Hotel

Hotel Hell – Eric Burdon & The Animals – Winds Of Change

Constant Traveler – Leo Kottke – Dreams And All That Stuff

 

JEAN SEBERG: EEN AMERIKAANSE TRAGEDIE

jean-seberg-breathless4.jpg

Gisteravond zag ik een magnifieke documentaire over Jean Seberg, ‘Eternelle Jean Seberg’ van Anne Andreu. Hoewel ik haar levensverhaal ken was ik opnieuw verontwaardigd. Een geweldige actrice, een voorvechtster voor gelijke rechten, voor individuele en artistieke vrijheid, een idealistische vrouw die iedereen zou moeten bewonderen – kapot gemaakt door de paranoïde J. Edgar Hoover en zijn FBI-agenten en, ook dat verhaal klinkt vertrouwd, de gewillige media. Een vrouw die voor ons allen een voorbeeld had kunnen zijn, de ‘heldin’ van ‘A bout de souffle’, het eerste meesterwerk van Jean-Luc Godard, werd door hypocriete moraalridders zo lang opgejaagd en geïntimideerd dat er voor haar maar een uitweg meer bleef: zelfmoord. (Als het al zelfmoord was, want de mogelijkheid dat ze vermoord werd is nog altijd niet uitgesloten.)

Ik wil haar levensverhaal hier niet nog eens herhalen. Probeer de documentaire te zien, en zeker een aantal van haar films. Hieronder een kort stuk uit Wikipedia over de methodes van de FBI om iemand te ‘neutraliseren’.

“During the late 1960s, Seberg provided financial support to various groups supporting civil rights, such as the NAACP and Native American school groups such as the Meskwaki Bucks at the Tama settlement near her home town of Marshalltown, for whom she purchased US$500 worth of basketball uniforms. The FBI was upset about several gifts to the Black Panther Party, totalling US$10,500 (estimated) in contributions; these were noted among a list of other celebrities in FBI internal documents later declassified and released to the public under FOIA requests. The financial support and alleged interracial love affairs or friendships are thought to have been triggers to a large-scale FBI program deployment in her direction.

The FBI operation against Seberg used COINTELPRO program techniques to harass, intimidate, defame, and discredit Seberg.The FBI’s stated goal was an unspecified “neutralization” of Seberg with a subsidiary objective to “cause her embarrassment and serve to cheapen her image with the public”, while taking the “usual precautions to avoid identification of the Bureau”. FBI strategy and modalities can be found in FBI inter-office memos.

In 1970, the FBI created the false story, from a San Francisco-based informant, that the child Seberg was carrying was not fathered by her husband Romain Gary but by Raymond Hewitt, a member of the Black Panther Party.The story was reported by gossip columnist Joyce Haber of The Los Angeles Times and was also printed by Newsweek magazine. Seberg went into premature labor and, on August 23, 1970, gave birth to a 1.8 kg baby girl. The child died two days later. She held a funeral in her hometown with an open-casket that allowed reporters to see the infant’s white skin which disproved the rumors. Seberg and Gary later sued Newsweek for libel and defamation and asked for US$200,000 in damages. Seberg contended she became so upset after reading the story, that she went into premature labor, which resulted in the death of her daughter. A Paris court ordered Newsweek to pay the couple US$10,800 in damages and also ordered Newsweek to print the judgement in their publication plus eight other newspapers.

The investigation of Seberg went far beyond the publishing of defamatory articles. According to her friends interviewed after her death, Seberg experienced years of aggressive in-person surveillance (constant stalking), as well as break-ins and other intimidation-oriented activity. These newspaper reports make clear, that Seberg was well aware of the surveillance. FBI files show that she was wiretapped, and in 1980, The Los Angeles Times published logs of her Swiss wiretapped phone calls. U.S. surveillance was deployed while she was residing in France and while travelling in Switzerland and Italy. Per FBI files the FBI cross-contacted the “FBI Legat” (legal attachés) in U.S. Embassies in Paris and Rome and provided files on Seberg to the CIA, U.S. Secret Service and U.S. Military intelligence to assist monitoring while she was abroad.

FBI records show that J. Edgar Hoover kept U.S. President Richard Nixon informed of FBI activities related to the Jean Seberg case via President Nixon’s domestic affairs chief John Ehrlichman. John Mitchell, then Attorney General, and Deputy Attorney General Richard Kleindienst were also kept informed of FBI activities related to Jean Seberg.”

Jean Seberg was een unieke en moedige, maar soms ook wanhopige en rusteloze vrouw; over haar zou ongeveer hetzelfde kunnen geschreven worden als wat Antonin Artaud opmerkte in zijn ‘Van Gogh le suicidé de la société’: “Il y a dans tout dément un génie incompris dont l’idée qui luisait dans sa tête fit peur, et qui n’a pu trouver que dans le délire une issue aux étranglements que lui avait préparés la vie.”

SANTA FE

santa fe 003.jpg

Voetnoot bij ‘Winter In Antwerpen’.

Ja, die Santa Fe Railway staat daar niet zomaar. Begin jaren negentig, ongeveer tien jaar na de periode waarin ‘Winter In Antwerpen’ gesitueerd is, zag ik die legendarische trein voor het eerst, ik geloof in Flagstaff. In die stad, niet ver van de Grand Canyon, bevindt zich een knap treinstation, dat in nogal wat films voorkomt, onder meer in ‘The Getaway’ van Sam Peckinpah. De treinen in de VS zijn vaak traag, ik vermoed ook de Santa Fe. Precies vanwege die dubbelzinnigheid (traag-snel) heb ik  ervoor gekozen. De snelheid van de nacht is ook zo dubbelzinnig. Als je in zo’n roesachtige toestand zit zoals de personages in mijn verhaal gaat alles snel en traag tegelijk. Maar Santa Fe heeft ook iets onvatbaars, zoals een winternacht. En tegelijk is het een verwijzing naar Americana, zoals bijna alles in het verhaal. ‘Winter in Antwerpen’ is mijn poging om een Amerikaans verhaal te schrijven, maar dan wel op z’n Antwerps. Al gaat het over Limburgse immigranten die in Brussel bevriend zijn geraakt.


Foto: Martin Pulaski – Santa Fe-treinen, Flagstaff, Arizona, 14 september 1993.  

ZAND, ZOUT EN ZEEP

Kijk uit, zei hij.
Ze gooien met zand, zei hij. Fijn zand, in alle richtingen.
Gooien ze dat zand met opzet, denk je en komt het ook in hun eigen ogen terecht en zien ze dan nog meer niet meer, vroeg ze.
Het is wellicht de woestijnwind van de werkelijkheid die het zand doet opwaaien, zei hij. Hij had zijn stem teruggevonden. Kon niet meer zwijgen opeens. Een sprekend hoofd.
En ’s avonds komt zijn vertegenwoordiger veel te vroeg aankloppen, zei hij.
Wie bedoel je, vroeg zij.
De handelsreiziger uit de werkelijkheid, zei hij.

Zout is dan weer een heel andere zaak, zei hij. En dan hebben we het nog niet eens over zeep. Weet je dat er mensen bestaan die niet eens weten wat zeep is?
Zeep kan net zo goed een illusie zijn als al de rest, zei zij.
Er zijn illusies die je nodig hebt om te kunnen leven, zei hij. Zie Nietszche en Freud. Of kijk naar je eigen leven.Niet dat ik de illusie koester dat het beeld van zand, zout of zeep de werkelijkheid representeert, zei hij. Net zomin als de handelsreiziger.
Die is trouwens dood, zei zij.

Neem nu Amerika, zei hij. Eerst had je een Amerika dat iedereen min of meer kende. Coca Cola, Cowboys, Hamburgers, atoombommen, de Grand Canyon, Hollywood.  Maar dan dook Wim Wenders op met zijn Paris, Texas. Een nieuw Amerika, een Amerika van zand en eenzaamheid. Van zwijgende mannen en vrouwen.
En Raymond Carver, zei zij.
Precies, zei hij. En nu bestaat Amerika gewoonweg niet meer.
Wat je nog ziet zijn mensen met zand, zei hij. Ze gooien met zand.
Ik heb je gewaarschuwd, zei hij.

IN MY HEART I’M AN AMERICAN: FOR BARACK OBAMA

coney island 2
With my friends in Coney Island. September 2002. Photo taken by Inge Vande Walle.

In my heart I’m an American. Since I was a child I lived in an America of the mind. Some part of me stayed in Europe and loved it. But the fire burning in me was always American. For me there was and is no difference between whites, Afro-Americans, hispanics, natives – in my mind they were always one, even though reality contradicted that ideal. Maybe now the time has come to start making the dream come true. I wish I was a real American today. Well, I’ll be with you, anyway. Time for a change.

ZERO DE CONDUITE: DANCE TO THE BOP!

cof

Eén november, eerste zaterdag van de maand: tijd voor Zéro de conduite op radio centraal, zoals altijd van 18 uur tot 20 uur live beluisterbaar op 106.7 FM en op internet via de website van radio centraal. Vanavond geen afgebakend thema, wel een rode draad, die van de Amerikaanse alternatieve muziek, waartoe ik ook country en soul reken, omdat het genres van minderheden zijn, misschien niet echt cool, maar dat maakt niet uit. De weinige Britse muziek die aan bod komt is sterk beïnvloed door Amerikaanse punk rock, iets wat iemand als Joe Strummer heel goed wist, ook al zong the Clash ‘I’m So Bored With The USA’.

Een tweede draad is de emotie: als populaire muziek al een waarde heeft, behalve dat je er meestal op kunt dansen, is het die van het emotionele. Zangers, zangeressen, muzikanten drukken op min of meer eenvoudige wijze hun verdriet en hun vreugde uit, en alles wat daar tussen ligt. Als ze je niet ergens diep in de vezels van je ‘ziel’ raken, zijn ze fake. Dan gaat het waarschijnlijk alleen maar om roem en geld. Zero de conduite is een programma dat gekant is tegen muziek als middel voor het verwerven van roem en geld. ‘Sheena Is A Punk Rocker’ van The Ramones is een van de beste popsongs ooit gemaakt. Je moet het nummer heel luid draaien. Een goed idee voor vanavond, na acht uur?

Het eerste deel van het programma is toegespitst op elpees verschenen in 2008; het tweede deel gaat een heel stuk terug in de tijd. Veel luistergenot op deze sombere dag van de heiligen.

National Talk Like A Pirate Day – OH (Ohio) – Lambchop

Faraway From Cars – Snowflake Midnight – Mercury Rev

Tiger Mountain Peasant Song – Fleet Foxes – Fleet Foxes

For Emma – For Emma, Forever Ago – Bon Iver

The Great Deceiver – Pilgrim Road – Willard Grant Conspiracy

I Don’t Want To Die (In A Hospital) – Conor Oberst – Conor Oberst

Calling And Not Calling My Ex – The Stand Ins – Okkervil River

We Won’t Have To Be Lonesome – Micah P. Hinson & The Red Emire Orchestra – Micah P. Hinson

Jailhouse Tears ft. Elvis Costello – Little Honey – Lucinda Williams

Slowness – Carried To Dust – Calexico

Kern River – All I Intended To Be – Emmylou Harris

What Do You Do When You’re Lonesome – The Good Life – Justin Townes Earle

Steel Guitar Heaven – I, Flathead – Ry Cooder

High Desert – Slider – Ambient Excursions For Pedal Steel Guitar – Bruce Kaphan

Forever She’ll Be My Surfer Girl – That Lucky Old Sun – Brian Wilson

Only A Girl – Harps And Angels – Randy Newman

To Be Loved – To Survive – Joas As Police Woman

Drum And Bone – Momofuku – Elvis Costello & the Imposters

On Up The Mountain – Seeing Things – Jakob Dylan

Most Of The Time – The Bootleg Series, Vol. 8: Tell Tale Signs – Bob Dylan

Change Partners – Live In Brussels – Stephen Stills

Laughing – If I Could Only Remember My Name – David Crosby

Blue Water Blue – The Moonstone – Tommy Flanders

Tried So Hard – Sometimes You Eat The Bear – Ian Matthews

Can’t You Hear Me Calling – The Flying Burrit Brothers III – The Flying Burrito Brothers

Lookin’ Out My Back Door – Cosmo’s Factory – Creedence Clearwater Revival

$ 1000 Wedding – Songbird – Willie Nelson (with Ryan Adams & The Cardinals)

Lonesome, On’ry And Mean – Lonesome, On’ry And Mean – Waylon Jennings

After The Fire Is Gone – Duets – Tammy Wynette & George Jones

Hobo Bill’s Last Ride – The Songs Of Jimmie Rodgers: A Tribute – Iris Dement

Lonesome Hearted Blues – Sweethearts in Heaven: The Complete Dot Recordings – Don Reno & Red Smiley

Born To Be Wild – Juke Joint Boogie (Bear Family) – Jimmie Skinner

Mister Fire Eyes – Juke Joint Boogie (Bear Family) – Bonnie Guitar

Hard Time Ahead – Juke Joint Boogie (Bear Family) – Janis Martin

Dance To The Bop – Golden Age Of American Rock & Roll: Follow Up Hits – Gene Vincent

Betty Lou Got A New Pair Of Shoes – Golden Age Of American Rock & Roll: Follow Up Hits – Bobby Freeman

Some Kinda Fun – Golden Age Of American Rock & Roll: Follow Up Hits – Chris Montez

Kick Out The Jams – Joe Strummer: The Future Is Unwritten Soundtrack – MC5

White Riot (Alternate Demo Mix) – Joe Strummer: The Future Is Unwritten Soundtrack – The Clash

Teenage Kicks – An Anthology – The Undertones

Without People You’re Nothing – Joe Strummer: The Future Is Unwritten Soundtrack – Joe Strummer

That’s all folks!

LIEFDE IS VOOR DWAZEN : DE NIEUWE POPULAIRE MUZIEK IS VOOR IEDEREEN

ironwine

Het gaat goed met de jonge populaire muziek. Ik hoor geregeld mooie nieuwe songs, en luister op MySpace vaak verbaasd en verwonderd naar opnames van bands, zangers en zangeressen waarvan ik nooit eerder had gehoord. De echte ‘Americana’ (een term waar ik niet echt gek op ben, evenmin houd ik van de benaming alt.country) van bands als Drive-By Truckers, Gillian Welch & Dave Rawlings, Calexico en zo meer is nog altijd springlevend. Een band als Willard Grant Conspiracy wordt almaar beter door met nieuwe vormen te experimenteren. Dat kan ook wel eens tegenvallen, zoals bij Wilco (‘a ghost is born’) en Calexico (‘Garden Ruin’) in het verleden: wellicht kreeg het experiment meer aandacht dan de traditie, en zorgde dat voor een wanverhouding. Het is nu eenmaal een regel dat alle vormen van populaire muziek, ook jazz, op traditie zijn gebaseerd. Als daar te gretig van wordt afgeweken, zoals in bepaalde extreme vormen van Free Jazz, dan valt de spanning uit de muziek weg en haakt de luisteraar af. Het is dan alleen maar experiment, er is geen vaste grond, de luisteraar voelt zich duizelig worden of krijgt plotseling hevige hoofdpijn, zonder familiale voorgeschiedenis. Maar hoe dan ook moet populaire muziek het van experiment, van vernieuwing hebben om levendig te blijven en aan te spreken. Als je altijd maar hetzelfde herhaalt bloed je dood. Dat lijkt me voor alle kunstvormen een geldige analyse. Bij iemand als Dwight Yoakam lijkt me dat het geval te zijn.

Veel van wat ik op MySpace hoor en echt fascinerend vind lijkt me een verzoening te zijn van diverse soorten populaire muziek (folk, blues, country) en avant-garde. Junkie XL had het vorige zondag in Zomergasten nog over het belang van een avant-garde componist als Stockhausen. Frank Zappa verwees heel vaak naar Edgar Varèse. Je stuit ook vaak op John Cage, Gyorgy Ligeti en Luigi Nono. Allerlei experimenten met oude instrumenten gecombineerd met elektronica en meestal voorzien van een beat klinken nu vaak bijzonder boeiend. Experimenten met elektronica voor allerlei obscure soundtracks spelen een belangrijke rol, maar ook mainstreamfilmcomponisten als Henry Mancini, Ennio Morricone en Bernard Hermann leveren vruchtbare grondtonen. Er wordt bovendien weer veel aandacht aan de stem gegeven. Men zegt dan: die of die band grijpt terug naar Crosby, Stills & Nash. Maar heel wat van de jongere zangers en zangeressen zijn klassiek geschoold en kennen heel wat meer dan de pop en folk uit de jaren zestig en zeventig. De stemmen van Fleet Foxes bijvoorbeeld zijn even mooi als die van de Beach Boys, maar je hebt de indruk dat de Foxes ook goed naar Gregoriaanse muziek hebben geluisterd.

Om een kort verhaal kort te houden: ik heb op dit ogenblik de indruk dat 2008 een vruchtbaar jaar is voor de popmuziek, vergelijkbaar met 1956, 1965, 1977 en 1991. Ik hoop later dit jaar wat meer berichten uit de chaos van mijn muzikale microcosmos de wereld in te kunnen sturen. Muziek is tenslotte een van de weinige menselijke verwezenlijkingen die mij nog kunnen ontroeren en op die manier in leven houden.

Hieronder Bon Iver (een alias voor Justin Vernon) begeleid door the Bowerbirds met ‘Love’s For Fools’, live in the Bowery Ballroom in New York, een erg fijne concertzaal. Bon Iver treedt op in de Brusselse Botanique op 3 oktober later dit jaar.

RAINER PTACEK: HET INTEGERE HART VAN DE MUZIEK

 

 

Ik dank Sezaar voor het ontdekken van deze clip. Het leek mij onmogelijk dat er van Rainer Ptacek degelijke beelden te vinden waren, ook niet op YouTube. Rainer Ptacek was een van de beste gitaristen die ik ooit heb gehoord, jammer genoeg nooit live. Samen met mijn vriend Pat ontdekte ik Rainers magische muziek in 1986 op de elpee ‘Barefoot Rock With Rainer And Das Combo’.  Dat ‘das’ staat niet zomaar in de titel. Rainer Ptacek kwam oorspronkelijk uit Berllijn maar emigreerde op vijfjarige leeftijd met zijn ouders naar Chicago. Later vestigde hij zich in Tucson, waar hij bevriend raakte met Howe Gelb en in plaatselijke scene van zogeheten woestijnrockers werd opgenomen. Iedereen kent nu Giant Sand en Calexico, maar aanvankelijk waren dat undergroundfenomenen. Calexico was in het begin een hobbygroepje.

Toen Pat en ik die elpee voor de eerste keer hoorden, waren we met verstomming geslagen. In de jaren ’80 kreeg je niet vaak muziek van de duivel te horen, maar hier was hij dan… De duivel hoorde je zowel in Rainers stem als in zijn gitaarspel. Zijn covers van Robert Johnsons ‘If I Had Possession over Judgment Day’ en ‘Last Fair Deal’ waren bijna even intens als die van de meester. Ik gebruik het woord ‘duivel’ natuurlijk als een metafoor. Duivelse muziek is vurig, maar de mens Ptacek had meer van een engel dan van Satan, daar twijfel ik niet aan. Dat engelachtige kun je trouwens op al zijn latere platen horen, waarop hij vaak alleen en soms met ‘das combo’ te horen was. Een zeer menselijke engel, met een hevig brandend innerlijk vuur, dat was Rainer. Platen als ‘Nocturnes’, ‘Alpaca Lips’ en ‘Live At the Performance Center’ worden hier nog vaak uit het rek genomen.
Overigens valt het ook op dat Howe Gelb zijn oude vriend niet vergeet, geregeld neemt hij nog songs van hem op.
Rainer Ptacek was net als ik een tweeling (ik weet niet waarom ik dat vermeld, want ik geloof niet in astrologie), een jaar jonger dan ik. Hij stierf in 1997. Kort voor Rainers dood verscheen een mooie tribute-cd, ‘The Inner Flame’, met bijdragen van onder meer PJ Harvey, Robert Plant, Evan Dando, Emmylou Harris, Victoria Williams en Mark Olson.
Bekijk vooral deze buitengewoon ontroerende performance uit 1993.

LISTEN TO THE RADIO

Dit zijn de songs die ik vorige zaterdag draaide in Zéro de conduite. Deze keer was er geen thema; ik wilde een aantal recente releases aan bod laten komen en dat valt moeilijk te combineren met een thematisch programma. Er was wel bijzondere aandacht voor een aantal muzikanten en singer-songwriters: de veel te jong gestorven Rainer Ptacek, met enkele nummers uit de tribute-cd ‘The Inner Flame’, de soundtrack van de Dylan-film ‘I’m not there’, waar heel wat juweeltjes op staan, de producer T-bone Burnett, die al zo lang aan de weg van rootsmuziek timmert, de singer-songwriter Gene Clark, die eindelijk weer wat herkenning krijgt door de twee covers op ‘Raising Sand’ van Robert Plant en Alison Krauss, en de verrukkelijke Songbird-box van Emmylou Harris. Tot mijn spijt was er niet meer tijd om meerdere tracks van Bettye Lavette te draaien. Aan elk programma komt een einde. En niet alleen aan elk programma.

  • Winter – The Rolling Stones – Goats Head Soup
  • Child Of The Moon – Blanche – Little Amber Bottles
  • The Inner Flame – Giant Sand & Rainer – The Inner Flame
  • I Am A Sinner – Rainer & Das Combo – The Texas Tapes
  • Rudy With A Flashlight – Evan Dando – The Inner Flame
  • Tired Eyes – Cowboy Junkies – Like A Hurricane: A Tribute to Neil Young
  • Beautiful Bluebird – Neil Young – Chrome Dreams II
  • Señor (Tales Of Yankee Power) – Willie Nelson & Calexico – I’m Not There
  • The Man In The Long Black Coat – Mark Lanegan – I’m Not There
  • Goin’ To Acapulco – Jim James & Calexico – I’m Not There
  • Just Like A Woman – Calexico & Charlotte Gainsbourg – I’m Not There
  • A Sunday Smile – Beirut – The Flying Club Cup
  • Sky Blue Sky – Wilco – Sky Blue Sky
  • 5-22-02 – Golden Smog – Another Fine Day
  • When The Night Falls – T-Bone Burnett – Twenty Twenty: The Essential T Bone Burnett
  • Gone Gone Gone (Done Moved On) – Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand
  • Through The Morning, Through The Night – Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand
  • Polly – The Walkabouts – Satisfied Mind
  • One In a Hundred – Gene Clark – White Light
  • The Radio Song – Doug Dillard & Gene Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark
  • Buckskin Stallion Blues – Townes Van Zandt – At My Window
  • Snake Song – Emmylou Harris – Songbird
  • Snowin’ On Raton – Emmylou Harris – Songbird
  • Immigrant Eyes – Emmylou Harris – Songbird
  • The Better Part Of Life – Dolly Parton – My Tennessee Mountain Home
  • Cold Grey Ground – Diana Jones – My Remembrance of You
  • Turn Me Around – Mavis Staples – We’ll Never Turn Back
  • Still Want To Be Your Baby (Take Me Like I Am) – Bettye Lavette – The Scene Of The Crime
  • The Day John Henry Died – Drive-By Truckers – The Dirty South

 

ALS DE GODEN ZWIJGEN MOETEN WIJ DE VREDE STICHTEN

Elke keer als je uit je bed komt ’s morgens (of op een ander moment van de dag) stap je in een vreemde, chaotische wereld. Wetenschappers en filosofen hebben er logica en orde proberen aan op te leggen, maar je kan je alleen maar afvragen of ze daar enigszins in zijn geslaagd. Ze hebben zich vaak volledig ingezet, elk voor hun project, vaak in dialoog met andere wetenschappers en filosofen, maar de wereld is een chaos gebleven. Ook de wetgeving, waarover zo lang is nagedacht, door zoveel deskundigen, stelt weinig voor. Iemand stapt ’s morgens uit zijn bed, koopt een geweer en kogels, rijdt naar een school, en schiet er een tiental kinderen neer. Waarom? Hoe kan dat gebeuren? Waarom zijn er geweren? Hoe komt het dat je zomaar kogels kunt kopen? Hoe komt het dat mensen liever wapens hanteren dan muziekinstrumenten? Omdat het gemakkelijker is een mens te doden dan een lied te spelen? Waarom verandert een land van kameraden, zoals Joegoslavië, van de weeromstuit in een land van aartsvijanden? (Ik weet dat ik simplificeer, maar toch komt het daar op neer.) Wat is een vaderland? Moet je dat vaderland – de democratie, de vrijheid van meningsuiting, enzovoort – toch verdedigen, ook als je geweten bezwaren aantekent tegen het gebruik van wapens? Of moet je je familie en vrienden laten vermoorden, verkrachten en folteren door de vijand? Waarom is er überhaupt een vijand? Waarom ben ik zo boos op het Vlaams Blok? Waarom zijn Vlaams Blokkers zo boos op meisjes met hoofddoekjes op en bepaalde mannen met baarden. Weet jij het? Heb jij antwoorden? Waarom is er iets en niet niets?

Geef me water, geef me brood, geef me liefde, anders ga ik dood. Ik droomde de vorige nacht van tedere omhelzingen. Ik zwierf door Istanbul met twee van de mooiste meisjes van de wereld. Ik zag slangenbezweerders, grote diamanten, vervallen paleizen. Ik liep op een houten brug over een overstroomd kerkhof, waar tientallen lijken lagen te rotten. De tweede wereldoorlog heeft aan 25 miljoen inwoners van de Sovjet-Unie het leven gekost. Vijf miljoen Duitsers zijn omgekomen. Om maar iets te zeggen. Ik houd van Duitsland. Maar tijdens de tweede wereldoorlog was de mof de vijand van mijn vader. Mijn vader heeft tegen de Duitsers gevochten. Zij hebben hem gevangen genomen en op een boerderij in Oostenrijk doen werken. Daarna kwamen de Amerikanen chocolade uitdelen. Ik ontwaakte met hun rock & roll. Nog steeds luister ik bijna uitsluitend naar Amerikaanse muziek. Veel Texaanse blues, country en soul. T-Bone Walker, Janis Joplin, Townes Van Zandt. In Texas wonen bijzonder veel immigranten uit Duitsland afkomstig. Doug Sahm, veel te jong gestorven, een van mijn geliefde muzikanten, had Duitse wortels. Zie je, ik kom altijd bij de muziek terecht. Zo ben ik. Maar ik ben ook anders. Ik ben met zovelen. Probeer dat maar eens uit te leggen. Je est un autre. Et maintenant?

 

AMERIKAANSE INVLOEDEN

Mijn zin om over het Amerika van de geest te schrijven is groot, schreef ik enkele dagen geleden. Terwijl ik nu naar Hank Williams zit te luisteren bedenk ik dat ik bijna altijd over het Amerika van de geest schrijf. Ik was me daar niet zo bewust van, toen ik die zin noteerde. Maar nu denk ik dat het zo is. Als ik tijd heb en er niet voor terugdeins om  mijn eigen recent verleden onder de loep te nemen, zal ik het er eens op nalezen. Er zijn ongetwijfeld uitzonderingen, excursies als het ware, naar andere landen, echte en verzonnen, reële en kunstmatige. Want het is waar, ik converseer niet alleen maar met cowboys en indianen, maar ook met mezelf en mijn geschiedenis en met mijn vrienden, kennissen, collega’s, met toevallige passanten (in cafés, op recepties) en hun geschiedenissen en van die gesprekken blijven sporen achter in mijn zinnen.

(Ook van de stille dialogen met andere webloggers, vooral van ‘andere woorden’ of ‘evy’, ‘pam’, en van snelle intermezzo’s met flickers zoals Gary, John, Cristina, Agata, Rochelle, Seacater blijven sporen achter in mijn zinnen en in mijn beelden.)

AMERIKAANSE IKONEN

Sitting_Bull_and_Family_while_at_Fort_Randall_summer_or_fall_1881

Mijn zin om uitgebreid te schrijven over het Amerika van de geest is groot. Want eigenlijk ben ik daar opgegroeid: bijna voortdurend heb ik geleefd in een Amerika van de geest. Als kind was ik een pionier, een Amerikaan van de eerste generatie, die zijn grens bleef verleggen in de richting van het Westen, tot hij de Stille Oceaan bereikte. (Overigens is de Stille Oceaan helemaal niet stil, Jack Kerouac heeft zeer mooie pagina’s gewijd aan het geluid van die oceaan in Big Sur…). Als kleine jongen vocht ik samen met Davy Crockett tegen de onverbiddelijke natuur, tegen de vreemde machten van dat onpeilbare, moeilijk toegankelijke, immense land, en natuurlijk tegen de oorspronkelijke bewoners, de Indianen. Soms was ik zelf de Indiaan, op het jachtveld of in een reservaat: Crazy Horse, Sitting Bull, Geronimo, vooral Geronimo. En natuurlijk werd ik ook verliefd op Pocahontas, en op Grace Kelly in High Noon. Maar veel vaker was ik de onverschrokken blanke held: Kit Carson (in werkelijkheid een smeerlap, maar dat wist ik hoegenaamd niet), Buffalo Bill Cody, Wyatt Earp, Billy the Kid, Jesse James, enzovoort. Ik stelde mij deze helden en antihelden, deze sheriffs en outlaws, voor met de gezichten van Alan Ladd en Gary Cooper, met de lijzige stem en altijd wat verbaasde blik van James Stewart of met de onschuld van Gregory Peck. Nooit was ik – in mijn gedachten – een booswicht, bijvoorbeeld een veedief. Een psychopathische moordenaar als Billy the Kid was voor mij een held die de rijken beroofde en zijn buit onder de armen verdeelde, een ‘Robin Hood’. Heel uitzonderlijk was ik een Noordelijke soldaat. Ik hield echter niet zo van die uniformen. John Wayne kon me nauwelijks bekoren. Later, toen ik westerns beter begon te ‘begrijpen’, door bijna dagelijks naar het Filmmuseum te gaan en erover te lezen in Cahiers du Cinéma, werd the Duke voor mij een van de grootste acteurs, los van zijn politieke overtuiging natuurlijk. De beste western is zonder twijfel The Searchers van John Ford.

Het Amerika van de geest dus. En ik heb het nu alleen nog maar over de ‘cowboys’ en de ‘Indianen’ gehad, niet over al de rest, die immense cultuur die me nog dagelijks bezighoudt, en waar ook onze cultuur deel van uitmaakt. Zo beschouw ik Andy Warhol als een echte Europese kunstenaar en Paul Auster als een echte Europese auteur. Ik moet deze beschouwing nu beëindigen wegens de opkomende vermoeidheid. Het eeuwige gevecht, niet tegen de Indianen, maar tegen de ziekte. Ach ja, het verlangen Indiaan te worden…

Foto: Sitting Bull & familie

DIRTY DOZEN BRASS BAND

This is in English, for my American friends. Went to see the Dirty Dozen Brass Band, yesterday here in Brussels. Had great fun, dancing and singing songs of joy, like I’ll Fly Away. I don’t believe in the ‘sweet lord’ but the spirit was in the house and moved us all. The spirit and the soul. It was as if we were back in good old New Orleans watching Eddie Bo performing in a bar on Decatur Street. And then when the Dirty Dozen Brass Band played the last song, Do You Know What It Means To Miss New Orleans, I had tears in my eyes, once again. I don’t know what to call it? A happy sad voodoo concert?

EEN WEEK IN NEW ORLEANS (1992)

In september 1992 maakte ik met mijn levensgezellin een reis naar New Orleans. Het was tevens onze eerste reis naar de Verenigde Staten, een droom die eindelijk in vervulling ging. Bijna was dat niet gebeurd, want Hurricane Andrew had net door Louisiana geraasd. Toen we vertrokken was alles echter weer tot rust gekomen. Ik laat hier een stuk van een reisverslag volgen, dat helaas onbeëindigd is gebleven, zoals veel van mijn werk. Het zijn de impressies van een viertal dagen in New Orleans. Ik draag dit op aan alle inwoners van die stad, en vooral aan degenen die het nu zo hard te verduren hebben. Ik hoop ook met heel mijn hart dat George Bush nu zo spoedig mogelijk wordt afgezet.

WOENSDAG 02/09

I’m going to New Orleans
I’m going to see the Zulu King…

Na jarenlang dagdromen is het zo ver : we zijn in Amerika geland. Het doet toch wel iets als je voeten voor de eerste keer Amerikaanse grond raken. Wat nog niet betekent dat je het voorbeeld van de Poolse paus volgt. De luchthaven van Washington is overigens niet imponerend. Tenzij vanwege de verschillende rassen die hier door elkaar lopen of vanwege de uitheemse namen op de badges van het personeel. De douane is minder streng dan ik had verwacht. Ik koop de Rolling Stone met Bill Clinton, die ons van op de cover welkom heet. Mijn eerste Amerikaanse Pepsi Cola smaakt buitensporig zoet, zelfs met een massa ijs erin.

De service in het vliegtuig van Washington naar New Orleans is minder goed;, het eten is ronduit slecht. Voor een blikje bier (Budweiser, voortaan noemen we het zoals iedereen Bud) moet je drie dollar betalen.

Als je in Kenner, nadat je over het Lake Ponchartrain bent gevlogen, uit het vliegtuig stapt val je haast omver van de bijna tropische hitte. Je denkt : hier houd ik het geen dag vol. Een vreemde geur dringt zich meteen aan je op. Het is een zwoele mengeling van bloesems, schimmel, vocht en wierook, die zowel afstoot als aantrekt. Het is al donker als we in de shuttle stappen die ons naar het Lasalle Hotel op Canal Street zal brengen. Canal blijkt de ader van New Orleans te zijn. Het hotel blijkt in een haast volledig zwarte buurt te liggen. Ik heb heel sterk het gevoel dat ik in me in een Amerikaanse film bevind. Het ziet er allemaal niet echt uit. Ook in de lobby van het hotel worden we door zwarten ontvangen. De liftboy heeft een kaki bermudabroek aan, een beetje zoals in de ‘Tropen’. Maar hij ziet er, in tegenstelling tot het clichébeeld uit de Hollywood-films, veeleer trots uit dan onderdanig. In de kamer durven we niet meteen op het bed gaan zitten : de angst voor het vreemde. Aan de muren kleeft stof van jaren. De deur is zo stevig als bordkarton. Je kunt ook niet naar buiten kijken. Gelukkig is er airconditioning. De televisie doet het wel maar je hebt al snel door dat je niet veel meer te zien zult krijgen dan reclame, af en toe onderbroken door talkshows. Op de radio is er een station met niets dan rock & roll oldies; er is een goed jazz-station. Zo hoort het in New Orleans.

Uitgeput maken we nog een wandeling door Bourbon street. De neon-waanzin van strip-teasetenten, rhythm & blues-bars, T-shirtwinkels, ‘gift-shops’, toeristische voodoo-winkels, bierstandjes, hotdogverkopers (die me aan The Conspiracy Of Dunces doen denken), grote Amerikaanse auto’s, massa’s toeristen, alles in een wirwar door elkaar. We zijn in de USA. Een grote euforie maakt zich van me meester. Wat meteen opvalt is dat niets in Bourbon Street goedkoop is. Het is dan ook een van de beroemdste straten van Amerika en van de wereld.In ons hotel blijken alvast geen kakkerlakken te zitten. We slapen op een steenworp van Basin Street. Die straat was vroeger misschien even befaamd om haar nachtleven en haar muziek als Bourbon Street. Pooiers, prostituees, danseressen, messentrekkers, goochelaars, jazz- en bluesmuzikanten waren hier thuis toen deze wijk nog Storyville heette. De vroegere schittering van die straat leeft alleen in liedjes als Basin Street Blues voort, want er is niets van overgebleven, tenzij wat vervallen sociale woningen (Iberville Project). Waar zich vroeger het legendarische Congo Square bevond, is wel een nieuw park aangelegd, genoemd naar de beroemdste burger van New Orleans, Louis Armstrong.

Basin Street that’s the street
where everybody sooner or later’s gonna meet.
Ain’t you glad you went with me
way down that Mississippi…
We took a boat to the land of dreams…

DONDERDAG 03/09

Voor de eerste keer ontbijten we in de Verenigde Staten. In de French Quarter, bij Mena’s. Omelet en koffie naar hartenlust, maar hij is slap en smakeloos. Wel goedkoop en je wordt bijzonder vriendelijk bediend.
Daarna maken we een verkennende wandeling door de French Quarter. Wat me bovenal lokt is de roep van de Mississippi. Het is een rivier die mij altijd gefascineerd heeft. Ze heeft mythische proporties gekregen, door de films (zelfs in banale producties als ‘The River Rat’ met Tommy Lee Jones blijft ze indrukwekkend), de boeken (vooral Mark Twain natuurlijk) en de songs (‘Proud Mary’ ‘Miss the Mississippi And You’). Toch blijkt de Mississippi in New Orleans maar een stroom te zijn zoals de Schelde in Antwerpen. Hij is lang niet zo imposant als de Taag in Lissabon, bijvoorbeeld. Maar die raderboten, zoals de Cajun Queen, die nu aangemeerd ligt, hebben natuurlijk ook mythische kwaliteiten. Het water van de Mississippi is inderdaad bruin van de modder (vandaar Muddy Water). Ook de stalen brug, waarvan de naam voor mij onbekend zal blijven, over de Mississippi, naar Algiers, is mooi. De Huey P. Long Bridge schijnt nog heel wat mooier te zijn. Je moet natuurlijk van bruggen houden om ze mooi te vinden. Ik ben een groot bewonderaar van bruggen. Dat is misschien wel een atavistische trek van mij. Ik herinner mij dat ik mij echt verdrietig voelde toen ik als kleine jongen foto’s te zien kreeg van opgeblazen bruggen over de Rijn. Vaak heb ik er ook mijn verbazing over uitgesproken dat er geen bruggen zijn die Antwerpen met de linkeroever verbinden. Impliceert dat niet dat ‘die van over het water’ er niet welkom zijn ? Er zijn wel tunnels natuurlijk. “Als ze willen komen, moeten ze maar eerst onder de grond…”

Zowat alles is hier nieuw voor ons. En toch is het ons ook vertrouwd. Ik heb eigenlijk heel sterk het gevoel dat ik thuis gekomen ben. Dat Amerika mijn echte ‘thuis’ is, of Louisiana dan toch. In België (en dan heb ik het niet eens over Vlaanderen) heb ik mij altijd een beetje een balling gevoeld. België heeft een imitatiecultuur. Niets is er echt. De Vlamingen verwijten de Amerikanen dat ze geen cultuur hebben maar dat is lulkoek. De Vlamingen hebben alleen maar Rubens en Jan Van Eyck en zo en dat behoort allemaal tot het verleden. Iets origineels van nu is er niet. Tenzij misschien op gebied van dans en theater. Amerika bruist van levende cultuur. (Ik wil hierbij aantekenen dat ik dit heb genoteerd in 1992, inmiddels is er in België wel wat veranderd.)

Waar ik zeker nog moet aan wennen is aan die zwoele, doordringende moerasgeur en aan de hitte. Opvallend is dat de zwarten het straatbeeld bepalen. Hun leven lijkt zich voor een groot deel op straat af te spelen. Niet zozeer in de French Quarter, waar de toeristen heersen, maar wel in de andere wijken. Opvallend is ook de mooie, kleurige reclame en de rhythm & blues in het shopping center. Vanwege de jetlag ben ik erg moe, maar toch opgewonden.

We lunchen in de Gumbo Shop, in het hartje van de French Quarter. Ik eet gumbo, een soort dikke soep, die wat tegenvalt en Jambalaya. 36 dollar voor ons beiden, dat is bijna 1200 frank (terwijl ik voor lunch maar 600 frank had voorzien). Na de middag drinken we koffie in het Coffee Museum op Decatur Street, aan de French Market. Het is er ruim, er wordt degelijke koffie geschonken en er komen jonge, moderne mensen. Op de French Market kijken we naar de ‘alligator heads’ (kaaimankoppen) en kopen we carnavalsmaskers. Later zullen we vernemen hoe die koppen daar terecht komen. Dat is een minder fraai verhaal.

In een van de straten van de French Quarter wordt mijn aandacht getrokken door een koperen plaatje op een groene deur. “On this site in 1897 nothing happened” staat er op. Een raadsel en een grap tegelijk. In een modieus winkeltje op Jackson Square kan ik niet weerstaan aan een paar zwarte sokken met rode kreeftjes op. De mevrouw in het tourisme-bureau, waar ik tickets koop voor een ‘Plantation Tour, vindt dat ik goed Engels spreek. Ze is zoals zoveel mensen hier uiterst vriendelijk. Ze zegt dat Nottoway Plantation misschien niet zal kunnen worden bezocht. Tijdens de orkaan Andrew is een grote boom omgewaaid en op het huis terechtgekomen. Er schijnt veel schade te zijn. In de Woolworths op Canal St vind ik een CD van Brian Wilson voor $ 2.

’s Avonds gaan we naar Mulate’s, een bekend cajun-restaurant in 201 Julia Street. Je moet er vis eten en naar de live cajun-muziek luisteren. Vanavond spelen de Breaux Bridge Playboys de traditionele fais-do-do’s en two-steps,. Het is warme muziek die tot dansen aanzet. Heel wat mensen blijken niet aan het aanstekelijke ritme te kunnen weerstaan. Ik hoor ook bij die soort. Maar we gaan ons toch niet belachelijk maken, zegt Laura. Nadat ik lang heb aangedrongen, en de pret er eigenlijk af is, wagen we ons toch even op de dansvloer. Het is echter duidelijk tegen de zin van mijn partner. Natuurlijk begrijp ik dat wel : ik ben namelijk niet te vertrouwen op de dansvloer, zeker niet als het op ‘traditioneel’ dansen aankomt. De cajuns dansen een soort two-step. Dat is dus in twee maten, maar ik kan niet tot twee tellen als ik dans. Ik beweeg maar wat op de maat van mijn ziel. Voor iemand anders is dat niet zo gemakkelijk om te volgen, zelfs voor mijn levensgezellin niet.

Niet alleen het dansen maar ook het eten valt wat tegen. Ik heb een enorme schotel vol ‘gefrituurde’ vis. De cajuns eten zeer veel vis, dat weet iedereen. Wat ik niet wist is dat zij die vis meestal in kokende olie gooien. Op die manier krijgt alles dezelfde smaak. Maar of dat echt erg is ? Crawfish is een soort moddergarnaal, die van zichzelf al geen bepaalde smaak bezit. De catfish is ook niet echt heel lekker, met zijn lichte petroleumsmaak. Catfish wordt op industriële manier geproduceerd. Het schijnt heel moeilijk te zijn om lekker smakende catfish te ‘kweken’. Toch wordt in het Zuiden zeer veel catfish gegeten. Waarschijnlijk moet je er aan wennen. En je moet ook niet te moeilijk doen. Wij vinden catfish niet lekker. En Amerikanen zullen zeker geen paardenvlees lusten, wat wij wel lekker vinden. Het is allemaal relatief.
Alles bij mekaar is ons avondje uit bij Mulate’s een teleurstelling geworden. Nochtans had ik er veel van verwacht. $ 46 is niet echt veel (1500 fr.) voor zoveel eten en een optreden erbij.

De wandeling over Canal Street terug naar het hotel maakt alles weer goed. Het blijft altijd even heet, ook ’s nachts. Je bent hier op vijf minuten druipnat van het het zweet. De mensen op Canal Street zijn kleurig gekleed. Behalve de toeristen zijn het allemaal zwarten. Maar dat schreef ik hierboven al, geloof ik. Naast ons hotel is een zwarte club gevestigd, The Saenger Performing Arts Center. De O’Jays zijn aangekondigd in rode plastic-letters op een witte achtergrond.

VRIJDAG 04/09

Ik lees de Times-Picayune, die ’s morgens voor de deur van onze kamer ligt. Een dikke krant, met interessante artikels. Er staat behalve het plaatselijke nieuws (vooral over de nasleep van Hurricane Andrew, die niet alleen in Florida maar ook in Acadia, hier niet ver vandaan, lelijk huis heeft gehouden), eveneens heel wat over muziek. Vandaag vindt hier in New Orleans het alternatieve Lollapalooza-festival plaats. Op de affiche staan o.m. Pearl Jam, Soundgarden, Ice Cube en Red Hot Chili Peppers. Spijtig dat we niet kunnen gaan. We hadden kennis kunnen maken met de nieuwere Amerikaanse popmuziek. Maar we hebben al gereserveerd voor de plantage-tour. Zaterdag is er dan ook nog een zydecofestival in Plaisance (in de buurt van Opelousas, dat is echt Cajun-land). Met het openbaar vervoer is dat onbereikbaar. Je moet eerst naar Baton Rouge en van daaruit naar Lafayette en dan moet je het maar uitzoeken. Heel jammer want Rockin’ Dopsie en Boozo Chavis treden er op. Tickets kosten maar $ 8. Zondag is er een cajun marathon in Westwego, aan de overkant van de Mississippi. Dat ziet er eveneens veelbelovend uit. Als we nog eens naar New Orleans komen moeten we volleerde automobilisten zijn. In de stad New Orleans zelf is natuurlijk heel wat te beleven op muzikaal gebied : Eddie Bo, Sam Myers en Anson Funderburg, maandag een blues- en jazz-festival in Armstrong Park, enzovoorts.

Omdat we gehaast zijn ontbijten we snel bij Woolworths. Hier zitten alleen maar zwarten. Wat we krijgen is waarschijnlijk ook echt uit de ‘soul kitchen’, eieren met ‘grits’ en ‘sweet potatoes’, en van die smakeloze koffie. De uitstap naar de Houmas en Nottoway plantation is toeristisch, maar loont toch zeker de moeite. We rijden weer in de richting van de luchthaven, langs Metairie en Kenner en over de wereldberoemde Highway 61 naar Baton Rouge. Op 18 mijl van die veelbezongen stad ligt Nottoway House, vlakbij Donaldsonville.
De chauffeur is een vriendelijke kerel. Hij vertelt wat over de geschiedenis van Louisiana, hoe het land werd gekocht van de Fransen, over de Indianen, over Huey P. Long (die naam hoor je hier om de haverklap), over de plantages en hij wijst ons ook op de kaaimannen in het water aan weerszijden van de weg. We vernemen eveneens dat hier geen katoen maar suikerriet wordt verbouwd. De orkaan heeft de oogst grotendeels vernield.

Gelukkig zitten we voor in de bus, zodat we alles heel goed kunnen zien. Links van ons zit een stel dat geloof ik uit Texas komt. De man heeft een radde tong. Hij wil heel veel weten maar heeft zelf ook allerlei dingen te vertellen. Op een gegeven moment hebben ze het over Elvis. ‘Did you see Elvis ?’ vraagt de chauffeur ? ‘Yes we did’ zegt het Texaanse koppel. Wij hebben Elvis ook gezien, gisteren, toen we onze tickets gingen kopen. Hij stond wat te babbelen en dronk een kop koffie. Blijkbaar rijdt Elvis tegenwoordig met een bus van de Gray Line in New Orleans. Hij heeft twee kinderen, zegt de chauffeur, die ook allebei Elvis heten.

Hoe korter we bij Baton Rouge komen hoe meer muskieten en ‘love bugs’ er tegen de voorruit te pletter vliegen. Laura is bang voor de muskieten. Nu moet ik toegeven dat de beestjes er niet vriendelijk uitzien. Er schijnt ten gevolge van de orkaan Andrew een plaag te zijn. Er zijn veel meer muskieten dan normaal. Nottoway Plantation ligt aan de Mississippi. Hier herken ik de rivier van mijn dagdromen, de mythische ‘Ole Man River’. Nottoway is in 1849 in opdracht van John Hampden Randolph, een welvarend rietsuikerplanter, opgetrokken in neo-Griekse stijl. Wat opvalt is dat de Amerikanen graag over afmetingen en hoeveelheden spreken. De dame met de bril die ons door het huis leidt maakt daar geen uitzondering op. In het huis zijn vierenzestig kamers. Dat is wel wat veel voor één familie. In de grote witte balzaal zijn zes van de Randolph-meisjes in het huwelijk getreden. Tijdens de burgeroorlog werd het Nottoway huis gespaard dankzij de tussenkomst van een Noordelijk officier op een oorlogsschip, een man die meermaals bij de Randolphs had gelogeerd. De cipressen op het landgoed zien er even oud uit als de tijd zelf. Toch blijken ze ook kwetsbaar te zijn. Sommige hebben heel wat van hun takken verloren. Eén boom is inderdaad omgewaaid en is op de zijkant van het huis gevallen. De boom ligt als een dood dier op de hete grond. Zwarte arbeiders zijn bezig hem in stukken te zagen. Ik ga even in zo’n typische schommelstoel zitten
op de ‘front porch’ en denk aan de song van The Band, “Rocking Chair”:

“Slow down Willy boy
That big old rockin’ chair won’t go nowhere…”

Op de oever van de Mississippi, de ‘levee’ noemen ze dat hier, staat een aantal houten kruisen, waarschijnlijk ter herinnering aan verongelukte bemanningsleden van de rivierboten. In ‘Life On the Mississippi’ van Mark Twain wordt daar uitvoerig over verteld. Vaak vonden die mannen de dood ten gevolge van hun eigen roekeloosheid.

We zitten met de hele bus aan tafel voor het middagmaal. Ik eet kip op de manier van Iberville. Dat valt best mee. Alleen weten we niet wat zeggen tegen onze tafelgenoten. Tegenover ons zit een Italiaans stel. De vrouw heeft iets aan haar ogen. Zij spreken Italiaans en zijn even in zichzelf gekeerd als wij. Voor de rest zijn het allemaal Amerikanen.
Na het middagmaal rijden we over de River Road naar het Houmas huis in Burnside. Dat huis, eveneens in neo-Griekse stijl, heeft zijn naam van de Houmas Indianen, die hier oorspronkelijk woonden. We worden verwelkomd door dames in de klederdracht van de Southern Belles zoals ze in ‘Gone With the Wind’ te zien zijn. Het meisje dat ons door de kamers leidt spreekt met een heel mooi Zuiders accent. “Wij zijn niet zo ouderwets als je wel zou denken”, zegt ze. Om dat te bewijzen tilt ze haar lange jurk een stukje op, wat ontegenzeggelijk een erotisch gebaar is, zodat we een blik kunnen werpen op haar Reeboks. Ze vertelt de geschiedenis van het huis. Tijdens de burgeroorlog bleef het Houmas huis het lot bespaard dat zoveel andere antebellum huizen te beurt viel doordat zijn eigenaar, de Ier John Burnside, op basis van zijn Brits staatsburgerschap onpartijdigheid kon inroepen. Vermeld moet nog worden dat het huis als decor diende voor de film ‘Hush Hush, Sweet Charlotte’ met Bette Davis en Olivia de Havilland. Op het landgoed om het huis vallen vooral de magnolia’s op, met het Spaanse Mos dat aan de takken hangt. Voor we weer vertrekken vraagt ze of we ook allemaal naar het Zydeco-festival gaan, hier in de buurt. Zij gaat er zeker naar toe. Ik had haar graag gezegd dat wij er ook naartoe willen gaan , maar dat we er niet kunnen geraken. Op de of andere manier was ik daar niet toe in staat. Wellicht had ze het heel vreemd gevonden dat wij niet kunnen rijden. En de afstand die ik moest overbruggen om met iemand uit de 19de eeuw met Reeboks aan te kunnen praten was ook wel wat groot.
Op de terugweg laat de chauffeur ons met rust. Zo kunnen we de indrukken verwerken die we hebben opgedaan. Amerikanen praten graag, maar deze Amerikaan weet alvast wanneer hij moet zwijgen.
Terug in New Orleans eten we een ijsje van bij Haagen-Dasz op een bank aan het Jackson Square en luisteren naar de blues van een paar straatmuzikanten. Recht voor ons staat de weinig imposante St.Louis kathedraal.

Voor we naar de Storyville club gaan, eten we vlug iets bij Frank’s, een onopvallend Italiaans eethuisje. Zeker zo goed als het cajun-eten en zeer goedkoop. In Storyville, aan Decatur St. treedt vanavond Eddie Bo op. Ik kan het haast niet geloven. Een maand geleden hebben we Eddie Bo in Brussel aan het werk gezien voor een uitverkochte AB en nu gaat de man zijn ding doen voor welgeteld zeven aanwezigen. Vijf daarvan zitten aan de bar, de andere twee, wij dus, aan een tafeltje. Na een tijdje is er een achtste, die in de deuropening postvat. Hij draagt een zwart alpinopetje en heeft een grijze baard. “Dat is Eddie Bo”, zegt Laura. Dat is inderdaad Eddie Bo. Hij lijkt het helemaal niet erg te vinden dat hier zo weinig volk is. Er is een voorprogramma : een blanke blueszanger met een lange baard à la ZZ Top die luistert naar de naam Coco Robicheaux. Ik geloof dat de ‘echte’ Coco Robicheaux een legendarische figuur is in New Orleans. Tijdens de weinig opvallende set van deze man probeer ik voldoende moed te vergaren om naar de Eddie Bo toe te stappen, die nu aan de bar staat. Na een drietal Corona’s (Laura drinkt Amaretto) durf ik het aan. Ik vertel hem dat ik uit Brussel kom, dat ik van zijn concert in de AB heb genoten. “All the way from Brussels, to see me,” roept hij uit, “man, ain’t that something!” Ik stel hem een aantal vragen over de muziekscene in New Orleans, over Johnny Adams, of die toch niet wat te zeer crooner uithangt, over Willy Deville, over Doctor John en vooral over Little Richard. Ik vraag Eddie Bo of hij ‘Slippin’ and slidin’ werkelijk heeft geschreven. “Jazeker,” zegt hij. Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Eddie Bo’s nummer heet ‘I’m Wise’. Dat heeft model gestaan voor ‘Slippin’ and Slidin”. Het beste wat Eddie Bo ooit heeft gemaakt is ‘Check Mr. Popeye’. Eddie Bo zegt me dat we zeker eens naar Tipitina’s moeten gaan. We moeten daarvoor de tram nemen in Magazine Street. En maandag moeten we naar Louis Armstrong Park komen.

Het optreden van Eddie Bo is echt heel bezield. Zijn pianospel is vrij beperkt, maar het gaat om het ritme. Zijn stem klinkt warm. Hij overloopt ongeveer zijn volledige repertoire : ‘Slippin’ and Slidin”, ‘Land Of 1000 dances’, ‘Big Chief’, ‘Check Mr. Popeye’. Af en toe draagt hij een nummer aan ons op. Dat gaat dan van “this song is for Martin and Laura, who came all the way from Brussels to see me… enzovoorts.” In sommige songs wordt zelfs opeens naar Brussel verwezen. Eddie Bo heeft een pot op zijn piano staan. Daar moeten de aanwezigen geld in stoppen. Dat is iets typisch voor hier. De pot staat jammer genoeg een beetje in de weg. Je ziet de muzikant bijna niet zitten. Eddie Bo heeft zich in de jaren ’80 een tijdje teruggetrokken uit de muziek. Tijdens die periode heeft hij zijn brood verdiend als timmerman. Men heeft hem ook vaak door Broad Street zien lopen waar hij religieuze pamfletten uitdeelde aan de voorbijgangers. Ik denk dat die fase nu voorbij is. Maar ik heb het hem niet gevraagd. Ik heb hem zelfs niet gevraagd of hij nog altijd een moslim is. De man interesseert mij alleen maar voor zijn muziek. En daar is hij nog altijd goed in.

ZATERDAG 05/09

Ik heb een lichte kater van al die Corona’s. Laura heeft last van de Amaretto’s (achteraf blijkt er iets anders aan de hand te zijn). Vandaag gaan we het rustig aan doen. We ontbijten op een binnenkoertje in Royal Street ($ 7). Daarna lopen we naar het Greyhond busstation (tegelijk ook het Amtrak station) om tickets te kopen. Het is moordend heet en Laura voelt zich elke minuut slechter. Ze heeft een zware kou gevat, heeft last van een lopende neus en haar ogen zijn al helemaal rood. Op deze brede lanen, zoals South Rampart Street en Loyola Avenue is nergens schaduw. New Orleans ziet er hier niet mooi uit. Het lijkt wel een gebombardeerde stad. Overal leeggeslagen ruimtes en hier en daar een nieuw gebouw, zoals het Postkantoor of City Hall. En altijd op de achtergrond de reusachtige Louisiana Superdome. In het busstation zie je meteen dat vooral arme mensen (dus zwarten, moet je helaas vaststellen) van de busdiensten gebruik maken. De tickets voor Memphis zijn iets minder duur dan mij was verteld ($ 43 per persoon). Om wat af te koelen stappen we even bij Macy’s binnen.

‘s Middags eten we heel lekker en gezond, met een glaasje verfrissende Californische witte wijn erbij, in café Madeleine, aan het Jackson Square. Daarna slenteren we rond in de French Quarter. We drinken een ‘screwdriver’ in het Old Absinth House op Bourbon Street. Tegen de muur hangen duizenden bankbiljetten met een of andere boodschap erop. Laura blijft snotteren. Ook de screwdriver is geen afdoend middel. Ze is bang dat ze vanavond niet naar Tipitina’s zal kunnen gaan. Er is ontzettend veel volk op straat. Maandag is het Labor Day. Dit is dus een weekend van feest, muziek, drinken. In Decatur Street zie en hoor ik eindelijk zo’n marching band. Heel kleurrijk, dat koper en dat rood van de uniformjasjes. In het Café du Monde, dat 24 uur open is, kost alles 80 cent. We eten lekkere beignets en zelfs de koffie smaakt uitstekend. Bourbon Street is in een kermis veranderd. Men loopt er in shorts bier te drinken uit plastic bekers. Hier en daar zie je een zwarte man met plastic zak waarin hij lege blikjes stopt. Voor elk blikje krijgt hij een paar cent (ik weet niet precies hoeveel). Er zijn niet alleen topless maar ook bottomless bars. Sommige clubs hebben hun deuren openstaan. In spiegels kunnen de voorbijgangers de ‘exotische’ meisjes hun act zien opvoeren. Ik heb een ontzettend mooie rode taxi gezien. Daar moest ik absoluut een foto van maken.

In Magazine St. wachten we op bus 11 naar Napoleon Avenue, waar het legendarische Tipitina’s, de vroegere thuishaven van Professor Longhair zaliger, zich bevindt. Omdat we bang zijn dat we te laat zullen komen nemen we na een tiental minuten wachten maar een taxi. De zwarte chauffeur spreekt een patois dat je moeilijk verstaat. Hij vertelt over Tipitina’s. Dat hij als zijn dienst erop zit daar vaak nog iets gaat drinken. Hij heeft met Aaron Neville in de klas gezeten, zegt. New Orleans is trots op the Neville Brothers, zegt hij. Wij rijden door een wijk die mij aan voodoo doet denken. Ik ben er toch niet helemaal gerust in. Je ziet alleen maar houten huizen. Er is nauwelijks verlichting. Ik denk aan slangen en krokodillen en zo. Natuurlijk zijn we veel te vroeg in Tipitina’s. Ik ben ook niet goed geïnformeerd. De film ‘The Big Easy’ had mij ervan overtuigd dat je hier goed kon eten, dat Tipitina’s niet alleen een concertzaal maar ook een restaurant was. Je moet films nooit au sérieux nemen. Er staan wel een paar gammele tafeltjes achter in de zaal, maar eigenlijk kun je alleen maar iets uit het vuistje eten. Er is nog geen mens. Pas over twee uur begint het concert (22.30 u). We gaan aan een tafeltje zitten en wachten. Maar we zijn zo moe dat het wachten vreselijk lang duurt. En Laura voelt zich ellendig. Na een tijd komt er iemand rond die tickets verkoopt voor Sam Myers ($ 14). Dat is het enige wat er gebeurt gedurende die twee uur. Tenzij je de muziek van Professor Longhair (en van niemand anders, twee uur lang) meerekent. Om een uur of tien komen de eerste mensen binnen, vooral hippe jongeren. Sam Myers is nochtans een oude blinde bluesman uit Chicago. Het wordt een zompig concert, met Anson Funderburg op gitaar en Sam Myers zelf op mondharmonica. Hij is tevens een ongepolijste, authentieke blueszanger, die ondanks zijn handicap stevig met zijn voeten op de bühne staat. Na elk nummer reageert het publiek erg enthousiast. Tijdens de pauze zie ik dat Doctor John in de zaal zit. Er wordt veel gerookt en voldoende gedronken. Het bier is nochtans niet goedkoop. Aan het begin van de tweede set voelt Laura zich zo ellendig dat ze het niet meer kan uithouden. We moeten terug naar het hotel.