TRANSFORMATIES UIT DE ONDERGROND

Notities augustus-september 2011.

Wat ben ik soms toch een idioot. Ik heb de hele voormiddag tijd zitten verspillen met kijken en luisteren naar clips op youtube. Niets gelezen, niets geschreven. Ik voelde me leeg (hoewel fysiek beter dan ooit, nee beter dan de voorbije weken en maanden). Hoe komt dat? Die leegte? Waarschijnlijk van hier altijd maar binnen te zitten en, vicieuze cirkel, niets te doen.

Gisteravond heb ik naar enkele soulplaten geluisterd, maar ze deden me weinig, waarschijnlijk omdat ik niet in die groove kan komen: ik kan er niet op dansen. Westerns waar de protagonisten elkaar de kop afschieten vind ik wel leuk, zoals The Proposition. Scenario en muziek van Nick Cave. Een Australische western, met aboriginals in plaats van Indianen.

Straks laat ik mij een half uurtje radbraken door de kinesist, dan voel ik me pas echt goed.

Op 8 november ga ik naar Gillian Welch en Dave Rawlings, als ik aan kaartjes geraak (en voldoende hersteld zal zijn).

Nu en dan ben ik radeloos, weet niets meer, kan niet spreken, niet handelen, niet bewegen.Maar ik heb me voorgenomen om nog weinig rekening te houden met alles wat vijandig is aan het leven. Ik moet mezelf beschermen, mijn vrijheid, mijn openheid, mijn vermogen tot liefde.

Nog een maand misschien eer ik weer werkelijk buiten kan, niet alleen die tien minuten tot bij de kinesitherapeut en terug.

Ik denk dat ik nogal wat negatieve gevoelens en gedachten krijg door altijd maar alleen te zijn. Ik mis de aanwezigheid van geliefde vrienden. Ik vind het erg dat ik niet in de stad kan flaneren, naar de boeken en platen kan kijken, in de Pêle-Mêle binnenspringen, enzovoorts. Soms mis ik zelfs kamer 428, daar waren ten minste nog verpleegsters, sommigen van hen zelfs heel menselijk en vriendelijk.

Nu op een terras zitten, met een koffie. En nog een koffie. Is dat niet iets om naar te verlangen?

Achterdocht, paranoia, afgunst. Wat een lelijke karaktertrekken.

Voor de machine van de Grote Vader ben ik bang. Wat zou hij bij mij niet allemaal detecteren! Ik geloof dat er in mijn hele lichaam niets meer behoorlijk werkt, zeker niet sinds 24 mei (al zo lang geleden). Zelfs mijn penis weigert dienst, al begint hij toch weer wat van zich te laten horen. Of misschien beeld ik me dat maar in? Hij zou wel wat meer groeikansen moeten krijgen. Nu doet hij me aan de kleine Oskar denken, het kind dat weigert te groeien. Je weet wel, het jongetje met de blikken trommel. Wat een voorbeeld van een weigeraar. Ik denk nog vaak aan Charles Aznavour in de filmversie van dat boek. En hoe zou het met Volker Schlöndorff gaan?

EENZAAM OF ALLEEN

holsbeek1973

Soms kom ik terug op thema’s die me bezig houden. Waarom zou ik ook niet? Het is geen herhalingsdwang. Als puntje bij paaltje komt zijn er niet zo gek veel onderwerpen om over te praten. Eenzaamheid is er wel een. Eenzame mensen hebben altijd nogal veel indruk op mij gemaakt. Er is ongetwijfeld een – wellicht subtiel – verschil tussen eenzaamheid en alleen zijn. Eenzaamheid lijkt mij iets positiefs; je kiest er zelf voor. Alleen zijn impliceert verdriet en lijden, je kunt je niet herkennen in iemand anders, je maakt geen deel uit van een gemeenschap, je bent ‘alleen op de wereld’.

Ik kan niet tegen alleen zijn. Ik ben in vroeger dagen nooit alleen geweest. In 1969 ben ik als filmstudent in Brussel komen wonen. Al na een paar weken logeerde Reinhard bij me. Die jongeman wilde dringend van huis weg, want hij dreigde daar te verstikken. Zijn vader was een ex-nazi, die nog steeds zijn zwarte laarzen droeg en Reinhard ’s morgens bevelen toesnauwde. Geen ex-nazi maar een volbloed 1969-nazi… Voor hem was ’69 geen ‘année érotique’ maar een (imaginaire) tijd van definitieve Endlösung.
In mijn gezelschap leek Reinhard gelukkig, zeker als zijn Hollands liefje Josefien erbij was en zij zich in Breda van voldoende rode Libanon hadden voorzien. Hij kon buitensporig genieten van de boeken van Jan Wolkers en Henry Miller. Tegen het einde van het jaar begon ik een relatie met Sarah, die mijn eerste vrouw zou worden, moeder van mijn zoon, mijn enig kind. Voor Reinhard was er vanaf dan geen plaats meer op mijn kamer. Nog een paar dagen mocht hij op de sofa logeren, maar we vonden het niet leuk hem erbij te hebben als we vrijden. Reinhard heeft die laatste dagen toch nog gauw de dichtbundel ‘De val van de tandenloze kanunnik’ geschreven, waarna hij naar Gent is verhuisd, waar hij in de gevangenis werd opgesloten vanwege een dagboeknotitie over hasjiesj. Een dagboeknotitie, kun je je dat voorstellen? Je moet nu al een container vol shit laten aankomen in de haven van Antwerpen om nog gerechtelijk vervolgd te worden. Nog later is Reinhard in psychiatrische instellingen verder geestelijk verwoest. Zijn zus Reinhilde is op het einde van de jaren ’70 verongelukt op de weg. Een broer van hem is tijdens zijn legerdienst in een keuken ontploft. Wat er met Reinhard uiteindelijk is gebeurd, weet ik niet, ik vermoed dat hij nog wat leeft.

Met Sarah heb ik het vijf jaar volgehouden, tot mijn studie filosofie was voltooid. In mijn thesis behandelde ik het einde van het burgerlijke gezin. (Ik ben een licentiaat in de geschiedenis van de filosofie. Wat betekent dat nu nog? Ik ben niet eens een master…)
Op eigen initiatief, zonder de aantrekkingskracht van iemand anders, zou ik nooit van mijn eerste echtgenote weg zijn gegaan, denk ik, hoe hard het er tussen ons soms ook aan toe ging. Sarah was een lieve, intelligente en sterke vrouw, maar onze karakters pasten niet bij elkaar. Wij waren nog veel te jong toen we trouwden, onze ouders hadden ons daar voor gewaarschuwd, maar natuurlijk hadden wij niet willen luisteren naar hun raad, integendeel, het was veeleer een stimulans geweest voor ons. Wij spiegelden ons aan John en Yoko. Gelukkig ben ik verliefd geworden op Laura, wat het vertrek minder zwaar heeft gemaakt.

Nee, ik ben nooit echt alleen geweest. De jongste jaren begin ik er wel last van te krijgen, maar daar wil ik nu niet dieper op ingaan. Ben je niet altijd eenzaam uit vrije keuze? Is het geen (gemoeds)toestand die je moet koesteren, iets wat je zolang het duurt enige vrijheid schenkt?

Foto: Martin Pulaski, Holsbeek 1973.