HERACLITUS EN DE VERANDERING

heraclitus,verandering,geluk

Alles verandert. De ene dag is iets zo, de volgende dag is het helemaal anders: je herkent het niet meer. Met mensen is dat zeker het geval, ze veranderen, ze komen, ze gaan – ze zijn onberekenbaar. In de lente sluit je vriendschap met iemand, in de zomer gaat hij op reis, wanneer je hem terugziet, in de herfst, is hij een vreemde geworden. Eigenaardig is het dat je nooit verwacht dat zoiets zal gebeuren. Je bent er nogal zeker van dat alles zal blijven zoals het is, zoals het was. Misschien is dat geluk: niets, niemand verandert? Onbeweeglijkheid. Misschien zijn we daardoor zelden gelukkig, er is immers altijd iets dat verandert, iets dat ons daardoor stoort. Als ik bijvoorbeeld de meubels in onze woning verplaats, ben ik daarna een tijd lang zeer ontstemd, bijna als een muziekinstrument.
Daarom is het beter verandering te aanvaarden. Ik moet mijn mentaliteit wijzigen, leren inzien en accepteren dat niets bestendig is, dat alles verandert, dat alles vloeit. Uit verandering moet ik nieuwe energie putten, en geestdrift. De verandering is, om het paradoxaal te zeggen, de grond van mijn bestaan, van ieders bestaan. In onze geschiedenis tekent zich onze toekomst af, een toekomst die eruitziet als een impressionistisch schilderij. Of zou het expressionistisch kunnen zijn?
Lang geleden schreef de Griekse filosoof Heraclitus het volgende:
“Op wie in dezelfde rivieren treden stromen steeds nieuwe wateren toe; ook zielen dampen immers uit het vochtige op.”

Foto (Verandering), Martin Pulaski.

ALLES WAT HET GEVAL IS?

Vandaag was de wereld zoals hij was. Een verzameling feiten, alles wat het geval was. Wie haalt het in zijn hoofd om daar nog iets aan te toe te voegen? Aan de wrede hemel, de mooie hemel, de wind die het zaad van de bomen verspreidt over de aarde en die jonge en zeer oude bomen uit de grond rukt. Mensen die elkaar liefhebben en vernietigen, of beide relaties combineren. Molshopen, mos, klavertjes, hallucinogene paddenstoelen, hongersnood. Alle talen die wij spreken, en alle woorden van die talen. Het ongezegde laat je ongezegd. Je kijkt naar de beelden van de storm. Wat heeft de storm aangericht. De mensen zijn weggereden, daarna zijn ze teruggekeerd. Ik ben een tijdje wakker geweest, ik heb een tijdje geslapen. Op de achtergrond was er muziek van Art Pepper – en veel stilte. Het is halfacht, boven Brussel kleurt de hemel rood.