SPRAKELOOS

goya1.jpg

Francisco Goya, Saturnus die zijn zoon verslindt.

Niet veel dingen maken je nog sprakeloos. Misschien alleen de dood van een vriendin of vriend, van een familielid, van iemand die je goed kende, van iemand die je zeer bewonderde. De dood, altijd de dood. En dan zijn er die omineuze gebeurtenissen zoals de bomaanslag tijdens de marathon in Boston – ooit liep je door dezelfde elegante straten – en de aardbeving in Iran.

Sprakeloos. Je zou iets willen zeggen, iets willen schrijven. Iets om het monsterachtige mee weg te jagen. Maar je begint er niet aan. Je gedachten gaan naar een lied van Bob Dylan, Changing Of The Guards, en een schilderij van Goya, Saturnus die zijn kinderen verslindt. En dan wacht je op nieuwe dagen, vrolijke uren, momenten van verrukking.

LONDEN / MECCA

come dancing

Opnieuw een aanslag in Londen, terwijl wij hier de nationale feestdag vieren. De terreur is overal, wordt gezegd, waarom meer drukte maken over Londen? Ik kan daar niet op een rationele basis op antwoorden, zeker niet zo laat in de nacht. Maar in Londen ben ik spiritueel geboren, in 1967, in de summer of love, toen Are You Experienced en Sgt. Peppers in de platenwinkels lag en Carnaby Street het beloofde land was. Naïef misschien, maar toen werd wel de basis gelegd voor wat nu jeugdcultuur heet. Naïef heel zeker, want die jeugdcultuur is niet meer en niet minder dan een miljardenbusiness. Allemaal terzijdes. Talking trash, never say anything. Ik heb er mijn hart verloren, en nu ben ik eens te meer bedroefd. Terwijl ik met feest in mijn hoofd zit, echte Belg die ik ben. Bad news, bad news! Overigens heb ik in Londen mijn eerste schuchtere danspasjes gezet in een dancing die Mecca heette. Talking leads to touching and touching leads to sex. Toch nog blij kunnen zijn, in weerwil van de tragiek. Hoe kan dat? Door Rilo Kiley, waar ik al de hele tijd zit te luisteren.

 

PANIEK IN LONDEN EN ELDERS

Was ik gisteren al sprakeloos, of toch bijna, was ik gisteren alleen maar tot stamelen in staat, ja, hoe zit het dan vandaag? Zomer in Londen, 7 juli 2005. Terrorist attacks. Mijn goede vrienden Paul en Olga wonen tijdens de vakantieperiodes in die mooie stad. Ik kan alleen maar hopen dat ze ongedeerd zijn. Nee, ik weet niet wat gezegd.

Mijn notitie van gisteren klonk misschien nogal negatief, maar in mijn mijmeringen was er meer aan de hand dan negativiteit. Het is een geluk voor ons dat er zoveel voorhanden is, voorwerpen waaruit we kunnen kiezen. Het is een voorrecht om van die overvloed te kunnen genieten. Maar dat kun je niet altijd, niet voortdurend. Er zijn momenten (die dagen, weken kunnen duren) waarop je niets meer kunt ‘incorporeren’, verinnerlijken. In het lichaam, in de geest. Dat je niets meer kunt combineren met de letters van het alfabet. Momenten waarop je overvol bent. Wat ook kan gebeuren is dat zich onder of achter wat voorhanden is de leegte toont. Memento mori! Eens te meer dringt het tot je door dat niets blijft duren. Ooit worden je verzamelingen betekenisloos. Etcetera. Etcetera. Dat is echter niet iets om de hele tijd over te treuren. Meestal sta je er zelfs niet bij stil.

Paniek wordt stilaan een normale toestand. Dit kan niet blijven duren. Wat kunnen we doen? Wat te doen?