DE POSTMODERNE POSTBODE EN DE EINDELOZE NACHT

[Nachten aan de Kant 30 – April 1979]

De voorbije weken hielp ik Guy Bleus met voorbereidingen voor zijn nieuwe tentoonstelling/performance in het Pannenhuis: Smell Art/Mail Art. Je zou kunnen beweren dat Smell Art – ook olifactory art genoemd – geen nieuwe vondst is, onder meer Marcel Duchamp en Benjamin Péret gingen hem daarin voor. Maar voor mijn vriend is het in elk geval een nieuw avontuur en voor de toeschouwers en ook voor mezelf een soort van openbaring. Opeens besef je dat de reukzin in vergelijking met de andere zintuigen altijd al als minderwaardig werd beschouwd, zeker in de klassieke kunst. Is dat vanwege het verband van de reukzin met basale gevoelens als angst, seksuele drift en honger? [1] Ik heb de indruk dat nogal wat kunstliefhebbers dit nieuwe aspect in de ontwikkeling van Guy Bleus als kunstenaar niet erg au sérieux nemen. Dat is op zich niet zo erg, want smell art is inderdaad speels. Tegelijk is het esthetische kritiek op de esthetica, in de lijn van het dadaïsme en het surrealisme.

Op avond van de performance/voorstelling was het aantal aanwezigen eerder schaars. Waar waren de vaste klanten van het Pannenhuis? Guy heeft maar vijf van zijn diploma’s kunnen uitreiken. Ja, zijn roemruchte diploma’s waren er ook. Overigens is uitreiken niet helemaal correct, je moet er immers voor betalen. Zelf heb ik een diploma van doctor in de neuropsychiatrie, zo echt dat ik er meteen mee aan de slag zou kunnen gaan. Ik heb al wat ideeën voor de inrichting van mijn praktijk, nu nog een geldschieter vinden. Of ik maak er een filosofisch kabinet van, in Nederland bestaan die al, dat las ik onlangs in een of andere krant. Het viel me opnieuw op hoe sierlijk de fake handtekeningen van Guy Bleus zijn. Autogrammen als die van Rimbaud geven zijn diploma’s zoveel meer cachet dan de echte exemplaren. Wat is mijn handtekening in vergelijking daarmee onvolwassen, lelijk zelfs.
Guy zei me dat ik ook maar eens moet tentoonstellen; waarom doe ik niet eens iets met mijn gedichten? Ik twijfel nog. Gedichten dienen niet om naar te kijken, of ze zouden er als de Calligrammes van Apollinaire moeten uitzien. Maar hij heeft gelijk dat ik mijn werk op de een of andere manier moet tonen. Dat ik er aandacht moet voor vragen. Want mijn werk, dat ben ik.

Bij Guillaume en Renée zagen we La Notte van Michelangelo Antonioni. Ook dat was een openbaring. Waarom heb ik die modernistische film nooit eerder gezien en wel Blow-Up en Zabriskie Point? In La Notte heeft de regisseur uit Ferrara meerdere thema’s verwerkt. Een strak verhaal is er niet. Helemaal in het begin daalt de camera af van ergens boven in de Pirelli Toren in Milaan en laat je zo een blik werpen op de stad in wederopbouw. Je wordt een stille getuige van een huwelijk, dat van de romanschrijver Giovanni Pontano en zijn vrouw Lidia, dat niet meer te redden valt. Je kijkt mee door de ogen van Lidia en ontdekt Milaan als een poëtisch-architecturaal universum. Terwijl de nieuwe, moderne stad ontstaat voorvoel je al haar verval. Het volume van de wolkenkrabbers, het alomtegenwoordige beton en staal, het op hol geslagen, letterlijk verstikkende verkeer, werken de vervreemding in de hand. Je voelt aan dat niemand het hier honderd jaar zal volhouden, tenzij als ongelukkige slaapwandelaars. In de buitenwijken word je samen met Lidia lyrisch, maar niet lang. Want ook daar rukken de betonboeren op en waar tot voor kort weideland was is er nu wasteland. Dat woord van TS Eliot staat hier niet zomaar. Daar ontwaren we een groepje mannen die vuurpijlen de lucht in schieten, ze lijken op kleine raketten, met als grootste verschil dat ze geen doel hebben. Ze gaan in rook op. Deze randmensen verdrijven de schrikbarende tijd met zinloze handelingen en gestes. Je voelt Lidia’s ontreddering. Niet alleen haar huwelijk is gedoemd, de hele mensheid lijkt van zin verstoken. Toch lijkt haar verwarring niet te beletten dat ze ook nog prettige herinneringen heeft. Soms verschijnt er zelfs een glimlach op haar gelaat. Maar hoe hevig haar emoties ook zijn, ze blijven ingehouden. Het moet gezegd: Jeanne Moreau is voor deze rol de perfecte actrice.

De teleurgestelde romanschrijver Giovanni Pontano personifieert het probleem van de moderne literatuur, de betekenis van de schrijver en van de kunstenaar in het algemeen. Is het beroep van schrijver, een soort van subliem ambacht (Pontano als “il miglior fabbro”) niet achterhaald in het tijdperk van de technologie en een mogelijke nucleaire Dag des oordeels? Hoort iemand als Pontano ondanks zijn succes niet in een museum thuis? Waartoe nog gekunstelde zinnen bouwen die over de werkelijkheid gaan? Een ondernemer laat echte huizen en echte bruggen bouwen, laat echte schepen varen, echte vliegtuigen vliegen, echte arbeiders arbeiden.
De taperecorder van Valentina, de dochter van de rijke industrieel Gherardini, maakt de schrijfmachine als attribuut van de creatieve schrijver al bijna overbodig. De macht van een industrieel overschaduwt elke macht die een schrijver eventueel zou kunnen uitoefenen.

La Notte is doordrongen van de filosofie van het absurde. Het existentialisme van Albert Camus bepaalt in 1961 de tijdsgeest, ook bij de Italiaanse kunstenaars en intellectuelen. Het leven heeft geen zin en het spel heeft geen regels. “Je moet toch iets doen,” zegt Lidia als motivatie om naar een feestje van Gherardini te gaan.
Er wordt veel gezwegen in de films van Antonioni, en in La Notte mogelijk het meest van al. Iedereen in en rond de villa van Gherardini is eenzaam, niemand slaagt erin om tot de andere door te dringen. Niemand zegt wat hij of zij voelt, de taal is ontoereikend. Niemand kent de regels van het spel. Het luxueuze zwembad lijkt een uitvinding van aliens.

Je krijgt als toeschouwer niet één keer de kans om de tijd te vergeten. De nacht duurt lang, het is loden tijd. Hij wil maar niet wijken voor de dag. Je gaat zo hopen dat de film niet te lang meer zal duren. Je wilt uit die eindeloze nacht weg. Je bent er te zeer aan je lot overgelaten, ‘moederziel alleen’. Ik heb geen inspiratie, zegt Pontano tegen zijn vrouw Lidia, alleen maar herinneringen.

Ook in de salon van onze vrienden werd er na afloop van La Notte nog lang gezwegen. Met behulp van een glas bier en wat flauwe grappen brak uiteindelijk het ijs. Het was maar een film. Niets had ons beschadigd.

*

April 1979 – oktober 2020 [1] “Tips voor je eerste date: zorg dat er geen vieze luchtjes om je heen hangen, was je kleren goed, ga eens naar de mondhygiëniste, ”  aldus Iris Sommer, auteur van De zeven zintuigen, Over waarnemen en onwaarnemen.

VADER, ZOON, VRIEND

[NACHTEN AAN DE KANT 29. MAART 1979]

Venez, venez vite
Je veux tout, mais tout de suite
Entrez dans ma danse
Moi je me balance, Georges Moustaki
[1]

Paul Rigaumont kwam ons een schilderwerkje brengen. Het heet De angst voor de verkorzeling en het is mooi en expressief, hoewel nog altijd een beetje in de stijl van Paul Klee. De schilder zegt dat het koude romantiek is. Ik weet niet goed wat hij daarmee bedoelt, maar als ik nog een keer, nu wat aandachtiger, kijk weet ik het wel. Paul gebruikt graag woorden als verkorzeling. Heeft het belang of dat woord niet bestaat in de Nederlandse taal? Nee, dat heeft geen belang. Het is een handschoenwoord. En wat dat dan is, een handschoenwoord? Dat moet je maar aan Paul vragen.

We verbleven drie dagen bij mijn ouders in Lanaken. Carnaval is het minst geschikte moment om daar naartoe te gaan. Al het lelijkste in de mens komt dan naar boven. Ik heb slechts één aangename herinnering aan dat verblijf. Ik herinner mij namelijk met genoegen de film La fiancée du pirate, een bescheiden maar giftig juweeltje (“poésie amère”) van Nelly Kaplan met in de hoofdrol één van mijn meest geliefde actrices, de sprankelende Bernadette Lafont. Marie, de dochter van een ‘dorpsheks’, besluit prostituée te worden. Ze verandert de hut waarin ze met haar moeder woont in een magisch bordeel en wreekt zich met de middelen die de natuur haar geschonken heeft, en de natuur is zeer mild geweest, op de dorpelingen, met hun hypocriete moraal.

Met mijn vader voel ik minder verwantschap dan met mijn schilderende koud-romantische vriend. Ik wil niet op hem lijken. Ik wil elke band met hem verbreken, zelfs de genetische. Mooie fantasie! Onmogelijk dat je niet op je vader lijkt, hoezeer je je ook inspant om volstrekt van hem te verschillen. Maar mogelijk kun je met een krachtige, volgehouden inspanning van de wil er geleidelijk aan toch minder gaan uitzien als hij en uiteindelijk een andere mens worden. Over tien, twintig jaar nog eens in de spiegel kijken. [2]

Vandaag ging ik even bij de dokter langs om iets over de toestand van mijn longen te vernemen. Die is erbarmelijk, maar het gaat al beter, meneer Pulaski, zei de welwillende dokter Clerckx. Beter, het zal wel zijn als ik nacht op nacht in rokerige kroegen en vochtige punkkelders zit, waar het stinkt naar pis en zweet – en soms bloed.
Thuis zat Paul Luyten op me te wachten. We hadden elkaar sinds december niet meer gezien. Paul heeft nu een dikke snor, waardoor hij enigszins op Nietzsche lijkt. In Pauls leven is er op die drie of vier maanden veel veranderd. Hij woont nu in Gent, waar hij een boekwinkel heeft overgenomen. Zijn plannen voor een loopbaan als acteur of als regisseur heeft hij opgegeven. Hij beweert dat hij onvoldoende talent heeft, waar ik het niet mee eens ben. Hoewel ik hem nooit heb zien acteren of regisseren. Het is intuïtie. Ik herken me in dat soort van zelfonderschatting en wegvluchten in bescheidenheid. Die is helemaal niet gespeeld of vals. Paul is uitermate intelligent en een van de meest integere mensen die ik ken. Ik weet niet wat ik van deze beslissing moet denken. Welke toekomst staat hem te wachten? Wordt hij een kleine zelfstandige, een zakenman? Hij klinkt niet erg enthousiast. Maar beter boekhandelaar dan slager of klaploper – of eeuwige amateur en grote belofte zoals ik. Veel geluk Paul, het komt allemaal goed.


[1] Een liedje uit de soundtrack van de film La fiancée du pirate, gezongen door Barbara.
[2] Deze aanmerkingen over mijn vader dateren van 1979. Later is mijn verhouding met hem beter geworden. Sindsdien heb ik al lang aanvaard dat ik op hem lijk en dat daar niets mis mee is.

STAMGASTEN

[NACHTEN AAN DE KANT 28. MAART 1979]

Een paar dagen na de openbaring van Charles Bukowski zat ik met enkele vrienden in het Pannenhuis. Dat was nu een vertrouwd toevluchtsoord geworden. Senga en ik waren eerst in de Cartoons, een kleine bioscoop voor cinefielen in de Kaasstraat, naar The General, het meesterwerk van onze uitverkoren komiek Buster Keaton gaan kijken. Het is tot op vandaag een van mijn meest geliefde films. Na de voorstelling liepen we in stilte over de Grote Markt, die ik altijd al zoveel mogelijk probeerde te vermijden omdat de onregelmatige vorm ervan me neurotisch maakt. De Brabofontein van Jef Lambeaux leidt me evenwel soms in bekoring, en dan kan ik maar moeilijk aan de neiging weerstaan om erop te klimmen. Dat deed ik niet: we sloegen de Kaasrui in en liepen via de Wijngaardstraat naar het Conscienceplein, het hart van de Kant.

In het café van Greta en Toulouse troffen we Guillaume en Renée aan, haar zus Chantal en haar vriend Gazoe. We waren met z’n allen in een ernstigere stemming dan meestal het geval is. Senga vertelde wat over The General, hoe teleurgesteld Buster Keaton was geweest over de negatieve reacties. De film had destijds helemaal geen succes gehad, recensenten vonden er niets grappigs aan. Mijn vriend Guy Bleus had bij hem thuis in Wellen een grote poster van Buster Keaton hangen. Buster was voor hem een lichtend voorbeeld. Na een paar glazen bier en wijn werd de sfeer wat losser, zoals dat wel vaker gebeurt. Gazoe was onder de indruk van Voyager 1, die net Jupiter had bereikt. Renée merkte op dat die raket sneller op Mars geraakt dan Gazoe met zijn bestelwagentje van in de Wolstraat tot aan de Dageraadsplaats. Gazoe had gelezen dat de Voyager muziek aan boord had, maar wist niet meer wat precies. Ik had er een lijstje van gezien en had een nummer van Chuck Berry, Dark Was the Night van Blind Willie Johnson en een van de Brandenburgse concerten van Bach onthouden. Renée vroeg zich af of er geen Jupitersymfonie was meegestuurd. Gazoe stelde zich de Jupitermannetjes en -vrouwtjes voor, luisterend naar No Particular Place to Go. Senga zat nog met Buster Keaton in het hoofd. Die zag ze nog niet meteen dansen op de rock and roll van Chuck Berry. Zelf dacht ik opeens aan Worstenman VDB: die vetzak heel zeker niet. Chantal wees erop dat er nog een stel varkens losliepen aan de Franse grens. Of die varkens al dan niet konden dansen, dat wist Guillaume, die al een hele tijd had gezwegen, nog zo maar niet. Hij vond dat Bruce Springsteen erbij moest zijn in die raket, een hedendaagse versie van Chuck Berry. Onlangs, tijdens een televisieavond bij Guillaume en Renée, hadden Senga en ik de zanger uit Asbury Park voor het eerst live gezien. Ik had hem geweldig gevonden. Springsteen was inderdaad, zoals Jon Landau beweerde, de herboren ziel en de toekomst van rock & roll. Hij laat het poppeloton ver achter zich, hij is een Fausto Coppi, een Eddy Merckx, niemand haalt hem nog in. Guillaume herhaalde nu hoe fantastisch hij hem vond, een blanke James Brown, en dan nog eens die briljante E-Street Band met hun aanstekelijke jive. Dat ritme, tsjak tsjak tsjak! Ik kwam helemaal op dreef. Ik zag in hem een positieve held, iemand die ons zowel opwinding als moraal brengt. Hij houdt zijn publiek voor wat een goed leven is. Je kunt niet zomaar als een blinde leven, je moet een droom hebben, een ideaal dat je moet proberen te verwezenlijken. Guillaume vreesde dat ik te ernstig werd. Voor hem was de zanger net zo goed een hansworst, een poesjenel, een clown, een rondreizende predikant en een verleider. Ja, een gunslinger bovendien, voegde ik eraan toe. Guillaume was in zijn nopjes nu Bo Diddley ter sprake kwam. Bo Diddley was een van zijn oude helden. Die rechthoekige rode gitaar van hem, dat was voor Guillaume pure popart. Niet toevallig dat Peter Blake hem heeft geschilderd, vond hij. Fantastisch werk, beaamde Renée. Bij de uitvoering van Rosalita deed hij me aan Dean Martin in Rio Bravo denken. Waarom weet ik eigenlijk niet en hij heeft al helemaal niets van een borrachón. Gazoe riep uit dat hij, Gazoe, hier de borrachón was. Renée was dan weer van mening dat Springsteen niet alleen maar een held en een moralist was maar in de eerste plaats een vuile rock & roller. Daar waren we het allemaal mee eens.
Senga vertelde dat François en Astrid hun schip hadden verkocht en nu aan de wal woonden. Ze hebben in Hoeselt een café overgenomen. Chantal vroeg zich af waar dat ergens was, Hoeselt. Ik wees naar een onzichtbare kaart van België en zei dat Hoeselt een stadje in Limburg is, niet ver van Bilzen. Die Derby, dat komt door mijn schoonzus, een meisje van de wal. Ze was het leven aan boord zo beu als koude pap. En nu zitten ze daar in dat dorpscafé. Als dat maar goed afloopt. Het lijkt me zo’n typisch stamcafé voor leeglopers en zatlappen. Borrachóns, riep Gazoe uit. Senga merkte op dat er toch maar een jukebox stond, een Seeburg nog wel, en dat wij er onlangs een keer geweest waren en hadden gedanst op Da Ya Think I’m Sexy. Rod Stewart!, lachte Renée. Guillaume, de ware familieman, dacht dat het allemaal wel goed zou komen met Astrid en François en zei dat hij ons bij een volgende gelegenheid wat reproducties van Peter Blake zou laten zien. Vervolgens liep hij, statig en als altijd geheel in het zwart, naar de toog en bestelde bij Greta, die in een pocket zat te lezen, waarschijnlijk misdaad, nog een rondje.

Het was al laat toen ik aan diezelfde toog in gesprek raakte met Maria Mentens. Eigenlijk was het voornamelijk luisteren wat ik deed. Maria vertelde over haar vader, Michel Mentens. Hij was ambtenaar van beroep maar had eigenlijk acteur willen worden. Hij had een zwak voor kunstenaars, meer nog als ze jong en idealistisch waren. Geborneerde types vervullen hem met weerzin. Dat eerste had ik een paar jaar eerder zelf ervaren in Doorndal, een jeugdhuis in Sint-Pieters Woluwe, waar we mijn toneelstuk Dr. Jekyll & Friedrich Nietzsche hadden opgevoerd, met Senga in de rol van de Egyptische buikdanseres en prinses Mumie Ma. Ik had haar willen inwikkelen in witte linnen zwachtels. Daar zouden we haar tijdens het hoogtepunt uit bevrijd hebben, om het publiek met haar naakte Egyptische schoonheid uit het veld te slaan. Daar was niets van terecht gekomen: Senga was te schuchter geweest en bovendien heb je voor zo’n inwikkelproces 375 vierkante meter stof nodig en duurt het ongeveer veertien dagen. We moesten realistisch blijven: het stuk ging niet eens over een Egyptische prinses. Michel Mentens was erg enthousiast geweest en had me aangemoedigd. Mijn vader heeft veel respect voor acteurs en alles wat met theater te maken heeft, zei Maria. Voor hem maakt het niet uit of je beroemd bent of niet. Hij ziet meteen of wat je doet uit het hart komt. Heb je hem nooit bezocht in het huis aan Mooi Bos, vroeg ze. Helaas niet, zei ik. Senga en ik zijn kort na die voorstelling naar hier verhuisd. Misschien waren we toch beter in Brussel gebleven. Nee hoor, zei Maria, hier is het veel beter. Alleen al voor deze kroeg zou ik naar Antwerpen verhuizen. In Brussel staan ze nu uren voor jou in de kou, zei ik. Zot, zei Maria. Opeens kreeg ik zin om haar te kussen. Maar we hingen aan de toog en Toulouse en Greta hadden er duidelijk genoeg van. Tijd om te vertrekken uit de Kant.

LIEFDE IS EEN HELLEHOND

LIEFDE IS EEN HELLEHOND

[NACHTEN AAN DE KANT 27]

Waarom die lange nachten zonder slaap? Vrees je dat je anders te weinig uit het leven zal halen? Het moet angst voor de dood zijn, of de vrees voor een te kort leven. Je wilt elk ogenblik bewust ervaren. Zelfs tijdens een roes wil je je hoofd niet verliezen. To be alive is to be awake, stelde Henry David Thoreau lang geleden al vast. Slaap is niet de broer van de dood, het is de dood zelf.
Je was niet de enige die dacht dat je op je 27ste aan je einde zou komen. In 1969 Blankenberge lag je tezamen met vijf of zes hippies op de grond of op een bed in een voor de rest lege kamer boven een café. Een van je Brusselse kameraden lachte toen hij je een joint doorgaf. Jij hebt toch astma, Martin, ha ha, jij eindigt nog zoals Brian Jones. Brian Jones was kort tevoren, en niet lang nadat Mick Jagger en Keith Richards hem zijn ontslag als Rolling Stone hadden gegeven, op zijn 27ste overleden. Brian Jones, die the Rolling Stones had opgericht en de groepsnaam had bedacht. Je lachte zelf ook. Het was de eerste keer dat je hasjiesj rookte. Je verdween in een droom, daartoe ook nog eens aangespoord door A Saucerful of Secrets van Pink Floyd. Behalve een bed, of mogelijk twee bedden, stond er in die Blankenbergse kamer dus ook een platenspeler, en mogelijk zelfs een kastje, waar die platenspeler op rustte.

Hoe moe ik ook ben, toch kom ik uit bed: ik moet werken, schrijven. Gisteren ben ik met Giuseppe naar de bioscoop geweest. We zagen, een beetje tegen mijn zin, Sisters van Brian De Palma. Ik ben niet meteen een liefhebber van het horrorgenre, een van de weinige smaakverschillen met mijn vriend. Voor mij was het een merkwaardige ervaring. De film was meeslepend en mysterieus maar ik vond hem ook wat amateuristisch. Heb je werkelijk zoveel referenties naar andere films – in dit geval naar die van Alfred Hitchcock – nodig als je zelf een authentiek regisseur bent? Ook het thema van de Siamese tweeling / schizofrenie vond ik vergezocht. Na de film liepen we zwijgend naar Giuseppe’s flat in de Vinkenstraat. Hij zal ongetwijfeld geweten hebben dat ik niet zo had genoten van de film en ik had geen zin om mijn bedenkingen uit te spreken. Je moet elkaars voorkeuren en afwijkingen respecteren. Bij hem thuis dronken we een paar glazen bier. Giuseppe is een bewonderaar van Charles Bukowski. Ook daarin verschillen we enigszins van smaak. Bukowski is een uniek dichter en schrijver maar zijn directe stijl ligt me niet zo, al vind ik hem als vieze oude man wel een fascinerend personage. Giuseppe nam het bijzonder mooi uitgegeven boek Love is a dog from hell van de salontafel en las enkele fragmenten voor.

there’s no chance
at all:
we are trapped
by a singular
fate.

nobody ever finds
the one.

Hij las meer dan dat. Hij las het grappige cockroach, het bitterzoete who in the hell is Tom Jones en het trieste 462-0614 en hij las zo lang tot ik er niet meer onderuit kon: Charles Bukowski is niet alleen een dirty old man maar ook een erg begaafde en inventieve dichter. Met de echo van zijn eenvoudige veelzeggende woorden en beelden in mijn hoofd keerde ik naar huis terug waar mijn geliefde zeker al lag te slapen.

BORDEEL

1980agnestrap2

[NACHTEN AAN DE KANT 23]

Het mag een raadsel zijn waarom ik gisteravond ging luisteren naar een voorlezing over reclame en massacultuur. Valt over dat onderwerp nog iets interessants te zeggen? Ik was echter niet de enige op het appel daar in het gemeentehuis van Borgerhout. Er waren in filosofie geschoolde vrienden van me, enkele kunstenaars die ik ken en twee individuen die zonder twijfel Geheim Agenten waren. Verder dan hun Burberry regenjassen en sjaals moet je niet kijken. Toevallig of niet kwam een van die lieden naast me zitten. Tijdens de lezing zat hij ijverig in een groen Atoma schrift te noteren. Ik las onder meer de woorden onbenullig, ergerniswekkend en hoofdpijn. Er kwam inderdaad maar geen einde aan die vervelende voordracht. Je zou van minder een migraineaanval krijgen. Tot slot volgde een epiloog van de Professor, onze gastheer en binnenkort zelfs mijn baas, of wordt dat Guy Spittaels, de bevoegde minister, of een van zijn BTK-inspecteurs? Ik wierp nog een blik op het groene boekje van de Geheim Agent naast mij. Manische spreekdrift, stond er, en verbaal sadisme. Wat hadden die bijtende woorden – en vooral die drie sissende s’en te betekenen? Wel was het waar dat mijn oren waren gaan fluiten, was dat het begin van een oorontsteking? Of tinnitus misschien? Met die luide muziek in de Cinderella zou dat wel eens kunnen. Bordeel, schreef de Geheim Agent, en stront in de mond. Wat een gezeik, dacht ik. Toen ik eindelijk buitenkwam voelde ik mij een beetje zoals toen ik in de tijd dat ik nog met tegenzin naar de Heilige Mis ging eindelijk de kerk mocht verlaten.

In café de Raadszaal bespeelde zoals daar steeds het geval is de plaatselijke artiest het Hammondorgel. Vandaag meende ik Green Green Grass of Home en A Man Without Love te herkennen. Tom Jones en Englebert Humperdinck waren hier nog niet vergeten. Mijn in filosofie geschoolde vrienden en ik kwamen er wat nakaarten: de altijd terugkerende symbolische moord op de vader. Ik zat er naar oude gewoonte stilzwijgend bij en bedacht dat de Professor wat leek op de makelaar Anton Saitz in Fassbinders film In einem Jahr mit 13 Monden. En ook wel wat op Fischerle, de pooier en schaakkampioen uit Die Blendung van Elias Canetti. Maar dat hield ik voor mezelf. Er werd al voldoende met giftige pijlen geschoten. En dan te denken dat ik op dat zelfde ogenblik in het Filmhuis naar Samuel Fullers Shock Corridor had kunnen zitten kijken. Het heeft dertig jaar geduurd eer ik die film dan toch te zien heb gekregen.

Middernacht. Graag had ik nog wat gelezen in De vrolijke wetenschap, maar je kunt niet alles hebben in het leven. Of zoals de Engelsen zeggen: You can’t have your cake and eat it too. We hadden een mooie avond met behoorlijk wat rode wijn en de heerlijke couscous die Senga met liefde had bereid. Overdag was ze gaan shoppen. Ze heeft twee mooie pullovers gekocht. De ene is doorzichtig en de andere diep uitgesneden. Vanavond had ze de diep uitgesneden versie aan, die ze als minijurk draagt. Na het eten hebben we platen beluisterd van Poet & the Roots en Mink Deville. Wat een schitterend album toch weer, dat Return to Magenta, in het bijzonder Just Your Friends, met die bezeten mondharmonica. Onder invloed van de wijn deed ik pogingen om voor Senga Big Joe Turner’s TV Mama te zingen:

Every time she loves me, man, she makes me scream
She just tastes like candy, boys, I really go for sweets
I love her from her head down to her little bitty feet

Het leven in het Dolfijnhuis is stukken minder vervelend dan in het gemeentehuis van Borgerhout, zei ik zomaar tegen Senga. En Geheim Agenten zie ik hier ook niet, voegde ik eraan toe. Geheim Agenten, vroeg Senga. Laat maar zitten, zei ik, we zijn hier veilig. Met mij aan het roer valt op dit schip niets te vrezen.

Foto: Martin Pulaski

 

 

DE BEKLIMMING VAN BRABO

4-29-2013_074janvv

[NACHTEN AAN DE KANT 22]

WERELDVREEMDE LIJST VAN MERKWAARDIGE GEBEURTENISSEN IN HET JAAR 1979  2de deel: 1 juli tot 31 december.

7 7 1979 Nosferatu: Phantom der Nacht van Werner Herzog. Drinken en roken. Jan V. en Bie zonderen zich af. Ik blijf enkele dagen in bed.

9 7 1979 Over Badlands van Terrence Malick.

10 7 1979 Aankoop van stiletto’s. Voorbereidingen voor een reis naar de Provence en de Camargue. Bezoek van Willy Boy en Paul Luyten. Verhaal van het poesje.

29 7 1979 Terug in Antwerpen. Geschiedenis van het konijn.

5 8 1979 Blackout in het appartement van Giuseppe.

7 8 1979 In Brussel. Days of Heaven van Terrence Malick. Country en rock op de Grote Markt in Brussel: Commander Cody and His Lost Planet Airmen en Elliott Murphy.

8 8 1979 Een hongerloon. Het Land van de Grote Belofte van Andrej Wajda.

9 8 1979 Drie vragen van Ria Pacquée. De kleine Elias.

14 8 1979 Over Ernst Jünger.

16 8 1979 Verkeerde interpretatie van ‘Taferelen van onverschilligheid’.

24 08 1979 Jean-Paul Dollé. Beschouwingen over Last tango in Paris van Bernardo Bertolucci.

25 8 1979. Een merkwaardige brief van Guy Bleus. Waanzin? Gevoel van leegte na het vertrek van Jesse.

1 9 1979 Een horrordroom. H.C. Ten Berge.

2 9 1979 Doodservaring. Een lijk in de kelder bij de Filosofische Kring Aurora.

4 9 1979 Bob Dylans Slow Train Coming.

5 9 1979 Over Rainer Maria Rilke. Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge en Duineser Elegien. Immanuel Kant en Thomas De Quinceys Last days of Immanuel Kant.

6 9 1979 Céline et Julie vont en bateau van Jacques Rivette. De dubbelganger.

7 9 1979 De hartspecialist.

7 9 1979 L’année dernière à Marienbad van Alain Resnais en Alain Robbe-Grillet. Een avond met Max en Ginette.

8 9 1979 Enkele beschouwingen over Talking Heads en enkele andere jonge bands.

11 9 Over de negatieve aspecten van benzodiazepines.

12 9 Over ziekte en vergankelijkheid. Jobs identificatie met Jezus Christus.

13 9 1979 De huisarts dokter Debaene. Effi Briest van Rainer Werner Fassbinder, een meesterwerk. Café De Volle Maan. Herinneringen aan de eerste dagen en nachten met Senga. Hilde Van M. In café de Cereus met Giuseppe.

14 9 1979 Cultiveer ik het schrijverschap? Over Een brief lezen in de metro in het NVT.

15 9 1979 Over Chinesisches Roulette van Rainer Werner Fassbinder.

16 9 1979 Seks, angst en dood.

19 9 1979. Dokter Clerckx, longarts.

20 9 1979 Zoeken naar iets in plaats van niets (Find myselfs a city to live in).

26 9 1979 Verkoop van het Dolfijnhuis.

1 10 1979 Over Engelen, Emmanuel Swedenborg en William Blake.

2 10 1979 In het Rivierenhof. Samuel Becketts Murphy. Verkoop van de zwarte leren jas van Senga. Een nacht in Cinderella’s Ballroom. Captagon.

4 10 1979 Droom over Charles Gounod en andere muziek.

8 10 1979 Beschouwingen over Mes petites amoureuses van Jean Eustache, Proust en Rimbaud.

10 10 1979 Southside Johnny & the Asbury Jukes in AB Brussel.

11 10 1979 Bezoek van mijn ouders en broer. De erfenis van tante Ellie.

14 10 1979 Utamaro’s wereld.

17 10 1979 Een droom. Op het kerkhof. In het labyrint van Orpheus en Renée.

18 10 1979 Violette Nozière van Claude Chabrol. Oedipus. Gedichten van André Breton, Benjamin Péret en Paul Eluard. Bij Aurora voorbereiding van een poëziemanifestatie.

violette3

19 10 1979 Op zoek naar een nieuwe woonst. Een bezoek van dokter Debaene.

20 10 1979 ‘Huwelijksparty’ (performance) van Guy Bleus in het Pannenhuis. Tequila. Wat is lijden?

24 10 1979 Met Paul R. naar een lezing van Marcelin Pleynet. Théorie de l’art moderne. Een avond van bezinning in het Pannenhuis.

25 10 1979 Lamorinièrestraat 213: Een nieuwe woning gevonden. Jammen met Jimi Hendrix.

27 10 1979 Poëziemanifestatie van Aurora in het Filmhuis. Lovende woorden van de dichter Eldert Willems.

30 10 1979 Jesse op vakantie bij ons. Jesse en Vera organiseren een feestje. Een cheque van mijn moeder. Pannenkoeken eten. Voorlezen uit Jack London.

11 1979 Met Jesse naar Abba in Vorst Nationaal. Een bizarre rit met de taxi.

6 11 1979 De kleine Paul eet verf. Over Die linkshändige Frau van Peter Handke.

linkshandige frau

8 11 1979 Droom van de zwarte zon. Gesprek met Eddy Devos over de zon van Vincent Van Gogh, psychotherapie en over Wozzeck van Alban Berg en Büchner.

9 11 1979 Over mijn moeilijke vriendschap met Job. Gesprek over filosofie en literatuur.

10 11 1979 Annie Reniers over het nihilisme. De tijdelijkheid.

12 11 1979 Senga en ik nodigen Giuseppe en zijn nieuwe vriendin Anna uit voor een etentje. Om 4 uur ’s nachts met zijn vieren naar Cinderella’s Ballroom.

13 11 1979 Over Cul-de-sac van Roman Polanski en Days of Heaven van Terrence Malick.

15 11 1979 Teleurstelling en woede. Zwaar aan de drank in het Pannenhuis, met Wout Vercammen en Walter Van Rooy. Verzoening met Wout Vercammen.

16 11 1979 De Staat als grondslag van de Vrijheid, voordracht van Leopold Flam. Performance van Ria Pacquée in Ruimte Z. Een nieuwe beat generation? Met Guy Bleus naar Pannenhuis en Cinderella.

17 11 1979 The Kinks in Vorst Nationaal. Beschouwingen over The Kinks, massa en agressie.

23 11 1979 Euforie met Giuseppe, Anna en Senga in de Muze en de Kroeg. Oeuvres Complètes van Antonin Artaud.

29 11 1979 Verhuis naar de Lamorinièrestraat. Ware Vriendschap.

1 12 1979 Opening tentoonstelling van werk van Guy Bleus bij Filosofische Kring Aurora.

12 12 1979 Over Apocalypse Now van Francis Ford Coppola.

13 12 1979 De geschiedenis van een tafel. Het leven een droom. Een cadeau van Senga: Something Else by the Kinks.

kinks-something2

14 12 1979 Paul Rigaumont over De verwijdering. Met ons groepje en Flam naar café des Arts. Later een heerlijke nacht in Cinderella’s Ballroom met schitterende muziekkeuze van Maryse.

18 12 1979 La Luna van Bertolucci. Senga slikt een hoge dosis efedrine (Alfavit), een middel tegen astma.

20 12 1979 Dwaze nacht in het Pannenhuis en de Skipper. Met Walter Van Rooy en Guillaume Bijl. De beklimming van Brabo.

31 12 1979 Herinneringen aan de laatste dag van 1969. Wedergeboorte. De beste albums van het afgelopen decennium.

98 antwerpen1978horizontaal

LOOKING FOR MS. AND MR. GOODBAR

Buster-Keaton-Marion-Mack-The-General

[NACHTEN AAN DE KANT 21]

WERELDVREEMDE LIJST VAN MERKWAARDIGE GEBEURTENISSEN IN HET JAAR 1979. 1ste deel: 1 januari tot 30 juni.

““’He could not live with himself.’ It was just a phrase, but an exact one. Under the pressure of Power, the self cracks and splits. The public coward lives with the private hero. Or vice versa. Or, more usually, the public coward lives with the private coward. But that was too simple: the idea of a man split into two by a dividing axe. Better: a man crushed into a hundred pieces of rubble, vainly trying to remember how they – he – had once fitted together.”
Julian Barnes, The Noise of Time

Om mijn terugblik op onze eerste jaren in Antwerpen en vooral op de nachtelijke zijde daarvan meer samenhang en context te geven volgt hier (en in de volgende afleveringen) een beknopte opsomming van relatieve hoogtepunten van 1979 – die ook in dit geval dieptepunten konden zijn. Ik probeer de aandacht vooral op het Pannenhuis te richten maar net als voor 1978 moeten sommige voorvallen bij ons thuis of op andere plaatsen ook worden vermeld. Vergeet daarbij niet dat er geen nacht is zonder dag en dat alle herinneringen tegelijk waarheid en verzinsel zijn. Wat jij zegt had ik zelf net zo goed kunnen zeggen, en vice versa.

4 1 1979 Huiselijke taferelen in het Dolfijnhuis. Op droog zaad. Robert Falcon Scott.

7 1 1979  Ziekte van Senga. Bezoek van moeder, Guillaume Bijl en Anton. Een nacht in café De Gnoe.

12 1 1979 Opening in het Pannenhuis van de tentoonstelling Termen, werk van Leo Steculorum. Gesprek met Paul Rigaumont over kunst en kunstkritiek. Ontmoeting met Wout Vercammen.

17 1 1979 Met Guy Bleus naar Quick en Pannenhuis. Gesprekken met Luc Van Tendeloo en Ria Pacquée over Jabberwocky en Aguirre, der Zorn Gottes. Een droom over een hels concert en Geheime Agenten.

24 1 1979 Opgeklaarde hemel. Project van de Filosofische Kring Aurora goedgekeurd voor het Bijzonder Tijdelijke Kader. Kleuren tegen die bleierne Zeit.

29 1 1979 Laatste nieuws (over amokmakers): John Travolta, Patricia Hearst, Brenda Spencer. Stijl. Droom van Marina di Pisa.

8 2 1979 Dwepers. Bij Wim Meewis de zachtmoedige schrijver. Café Tivo. Een nacht in de kroegen met Giuseppe. Warren Oates, Monte Hellman en Sam Peckinpah. Millie Perkins. Ervaring van stilstand en het opene in het Stadspark.

monte_hellman_Shooting_07_blu-ray_

14 2 1979 De dood van Jean Renoir. Lectuur van Nietzsches De vrolijke wetenschap en van Die Blendung (Het Martyrium) van Elias Canetti.

17 2 1919 Kunstfilms van James Scott. Over popartkunstenaar Richard Hamilton.

19 2 1919 Droom van een tentoonstelling in het Pannenhuis: EAT ART.

22 2 1979 Met Giuseppe naar Sisters van Brian DePalma. Giuseppe’s fascinatie voor horror. Giuseppe leest voor uit Charles Bukowski’s The Days Run Like Horses Over The Hill.

26 2 1979 Mijn broer François en mijn schoonzus Astrid zeggen de scheepvaart vaarwel en openen café Derby in Hoeselt. Jukeboxmuziek. Dansen op Do Ya Think I’m Sexy van Rod Stewart.

28 2 1979 Bij Pax Christi voor een job. Wat is polemologie? Wandeling in oude Antwerpse straatjes. De schoonheid van straatnamen.

2 3 1979 In Cartoons The General van Buster Keaton. Nacht in het Pannenhuis met Chantal Strubbe, Renée Strubbe, Gazoe en Guillaume Bijl. Maria Mentens vertelt me uitgebreid over haar vader, de mensch Michel Mentens. Ongewild parasitisme.

6 3 1979 Bezoek van mijn vriend uit Sint-Joost, Paul Luyten. Paul woont nu in Gent en runt een boekwinkel (Walry). VDB is formateur en heeft een Plan. Aan de Franse grens lopen massa’s varkens op straat. Voyager 1 bereikt Jupiter.

11 3 1979 Televisieavond bij Guillaume en Renée. Bruce Springsteen live: Eddy Merckx/Fausto Coppi van rock & roll. La Notte van Michelangelo Antonioni. Problemen van de hedendaagse literatuur.

23 3 1979 Shoppen met stijl. Regenjassen van De Wolmolen. Met Paul Luyten naar de film Sybil van Daniel Petrie. In het Pannenhuis en Gard Sivik.

1979-1980-aurora 5 001

27 3 1979 In het Pannenhuis tentoonstelling/performance van Guy Bleus: Diploma’s/Smell Art/Mail Art. Diploma’s te koop.

2 4 1979 Een vervelend misverstand. Mislukte voordracht over Dantes Paradijs. Een probleem genaamd ironie.

4 4 1979 Tentoonstelling Frans Gentils in Pannenhuis. Rhythm & Blues Party. Dans als ziekte en als doodsverlangen. Marcia Trionfale van Marco Bellocchio.

24 4 1979 Opening van Guillaume Bijls tentoonstelling ‘Autorijschool Z’ in Galerij Z. Met Senga, Bie DM en Giuseppe. In St-Katelijne Vest geknield en gebeden voor het beeld van Jezus Christus.

25 4 1979 Televisieavond bij Guillaume Bijl en Renée Strubbe. Patti Smith in Rockpalast: hogepriesteres van rock & roll. So You Want To Be a Rock and Roll Star?

01  Rock ‘n’ Roll Star
02  Hymn
03  Rock ‘n’ Roll Nigger
04  Privilege
05  Dancing Barefoot
06  Redondo Beach
07  25th Floor
08  Revenge
09  Wave
10  Pumpin’ My Heart
11  7 Ways Of Going
12  Because The Night
13  Frederic
14  Jailhouse Rock
15  Gloria
16  My Generation

28 4 1979 Met Giuseppe in café Pallieter op het Mechelseplein. Gesprek over muziek en literatuur, Sartre, schrijven onder invloed van amfetamine. In het Pannenhuis ruzie met Job.

8 5 1979 Paul Rigaumont toont me werk van een uitzonderlijk schilder, Vladimir Veličković, geboren in 1936 in Joegoslavië (nu Servië). Margaret Thatcher is de eerste vrouwelijke premier van Groot-Brittannië.

Vladimir VELIKOVIC2

10 5 1979 De dood van Louis Paul Boon.

16 5 1979 Gedachten over punk, onverschilligheid en gemeenschap. Eenzaamheid als wapen. Nog meer  Vrolijke Wetenschap.

17 5 1979 Achterhaald radicalisme van enkele kameraden. Schranderheid die domheid blijkt te zijn.

20 5 1979 Moeilijkheden met conversatie en het formuleren van ideeën.

23 5 1979 Droom over de dood van David Bowie.

30 5 1979  Genereuze vrienden – Nieuw Vlaams Tijdschrift – Wim Meewis revisited.

1 6 1979 Enkele woorden over Ezra Pound. Mijn verhaal ‘Een brief lezen in de metro’ gepubliceerd in NVT.

11 6 1979 De blijde intrede van Bie De Meulenaere.

12 6 1979 Over boeken en schoenen.

15 6  Met Senga en Bie naar Looking for Mister Goodbar van Richard Brooks. Paul Rigaumont begint met olieverf op groot doek te schilderen. Zelfmoord van Jean-Louis Bory.

21 6 1979 Dood van Nicholas Ray. Verhalen van Eddy Devos uitgegeven door Aurora. Gedichten van Tonko Brem alias Antoon Van den Braembussche.

27 6 1979 Met Senga en Bie DM naar Dylans Renaldo en Clara (opnieuw).

29 6 1979 Opening van tentoonstelling van Walter Van Rooy in Pannenhuis. Met Bie en haar zus Leen in het Pannenhuis, de Muze, de Mok en de Kroeg. Poesjes ontdekt in de kelder van het Dolfijnhuis.

goodbar2

 

DWEPERS

1978-1980-AURORA 14 001

[NACHTEN AAN DE KANT 20]

Inmiddels is het februari geworden. Vanmorgen kwam de huisbaas vragen hoe het zat, komt er nog wat van, van die huishuur. We zullen wel zien. Het is nog maar de achtste. Waar maakt die lieve man zich druk om? Zijn vrouw zal hem wel aanporren. Neen, door huisbazen laat ik me niet opjagen. Vandaag wil ik rust in mijn hoofd.

Een paar dagen geleden vergaderden we met de redactie van Aurora bij de schrijver Wim Meewis. Een beminnelijk man, iemand die ik ten zeerste waardeer. Ik heb de indruk dat het wederzijds is. Hij heeft me al meermaals gezegd dat hij mijn teksten graag leest. Wim en zijn vrouw wonen in een ruime flat op de elfde verdieping van een groot gebouw met een adembenemend uitzicht op de Schelde, de stroom van gelukkige momenten en persoonlijke tragedies. Mijn broer en schoonzus zijn er bij een schipbreuk bijna in verdronken. Een voorbijvarende sleepboot kon hen op het laatste moment nog redden. Toen ik nog een kleine jongen was is een van mijn neven, Louis Costers, tijdens mistig weer overboord gesukkeld. Pas weken later werd zijn levenloos lichaam op een oever een heel eind van Antwerpen teruggevonden. Sindsdien worden de verheven gevoelens die de stroom bij me oproepen soms verdrongen door huiveringwekkende herinneringen.

Na de vergadering met enkele redactieleden gingen we nog wat ‘napraten’ in café Tivo op de Bolivarplaats. Veel gezeur en negatieve gevoelens ten aanzien van Leopold Flam, onze ‘leider’. Daar doe ik liever niet aan mee. Wat een contrast met de poëzie die de Schelde bij me oproept. Toen Job was uitgeraasd over professor Flam moest Van Morrison het ontgelden. Het leek wel of Job het over een gewetenloze schurk had, zo wond hij zich op. Van Morrison, die vent  heeft volstrekt geen talent, riep hij uit. Een oplichter, vervolgde hij. En zo ging hij nog een tijd door. Job weet goed dat de Ierse zanger en songschrijver een van de weinige echt stralende sterren aan het rockfirmament is. Hij weet dat Astral Weeks en Moondance meesterwerken zijn. Het is de drank die hem zo dwars doet liggen, denk ik. Job heeft wel vaker een kwade dronk. Het is naar het schijnt iets in zijn frontale kwab, of anders zal het zijn amygdala wezen, de details ken ik niet, het is een delicate kwestie. Ik keek op mijn horloge, wat ik zelden doe in fijn gezelschap. Round midnight, dacht ik, tijd om hier op te stappen.

monte_hellman_Shooting_09_blu-ray_2

two_monte_hellman_Shooting_06_blu-ray_3

Gelukkig was Giuseppe thuis. Zo is het toch nog een genoeglijke nacht geworden. Volgens mijn wat buitensporige maatstaven van de laatste jaren hebben we zelfs niet al te veel gedronken. We zijn naar een volkscafé bij hem in de buurt gegaan, een plek waar we wel vaker zitten. Er valt helemaal niets te beleven, maar wat maakt ons dat uit? Met Giuseppe ga ik niet op café  omdat daar iets te beleven is. Terwijl Giuseppe was gaan plassen heb ik op een bierviltje een ontwerp voor een gedicht over de Schelde geschreven. Mogelijk kan ik daar nog iets mee aanvangen, later, als ik ouder en wijzer ben. Kitsch schittert in de smoelen van het schone volk, en meer van dat. Haast onleesbaar.

We hebben uren over film gepraat, wat we wel vaker doen. Giuseppe dweept met Montgomery Clift. Hij heeft net zijn biografie gelezen en wil dat ik dat ook doe. Je moet, zei hij. Oké, zei ik, dat zal ik doen. Je weet hoe gehoorzaam ik ben. Eigenlijk wil ik mij Monty liever herinneren zoals ik hem ken uit Red River, maar dat zei ik niet. Giuseppe houdt teveel van levens. Hij verslindt dagboeken, biografieën en autobiografieën. Ik heb hem het werk van regisseur Monte Hellman aangeraden; een drietal van zijn films worden dezer dagen tijdens Film International vertoond. In het Filmmuseum in Brussel was ik beslist onder de indruk van The Shooting en Ride in the Whirlwind, niet eens zo lang geleden. Vooral van die eerste, die een raadselachtig verhaal vertelt over een opdracht in de woestijn, met Warren Oates en Jack Nicholson. Paarden, dubbelgangers, cocaïne, het land van Cocagne. Giuseppe was een even grote bewonderaar van Warren Oates als ik. Van het een kwam het ander. Het ander was Bring Me the Head of Alfredo Garcia. De beste film van Peckinpah, zei Giuseppe. De beste rol van Warren Oates, zei ik. In The Shooting speelt ook een mij verder onbekende actrice mee, Millie Perkins. Van haar ben ik nog altijd aan het dromen, zei ik, ze ziet er even mysterieus uit als het personage dat ze vertolkt. Ik geloof dat zij het liefje van Elvis was in Wild in the Country, zei Giuseppe. Beroemd is ze er niet mee geworden, zei ik. Ze was meer een beatmeisje, zei Giuseppe. Ze had zangeres moeten worden, zei hij. Misschien kan ze niet zingen, zei ik. In Wild in the Country zingt ze alvast niet, zei Giuseppe. Ken je dit, vroeg hij. Hij toonde mij het Duitse tijdschrift Filmkritik. Nee, zei ik. Uit de bibliotheek meegenomen, er is toch geen kat die het leest, zei hij. Hij liet me een stukje van een interview met Wim Wenders lezen. Wat Wenders daarin vertelde was zo hartverwarmend dat ik hem meteen als een verre vriend ging beschouwen. Je mag het hebben, zei Giuseppe, je hebt er meer aan dan ik. Trouwens, Martin, ik heb Bobby Bland ontdekt, zei hij, wat een geweldige zanger. Ik ken alleen zijn Turn On Your Lovelight en dan nog voornamelijk in de versies van Van Morrison, met Them, en die van The Grateful Dead, zei ik. Ik zal voor jou zijn elpee His California Album eens meebrengen, zei Giuseppe. Opgenomen begin jaren zeventig. Fantastisch album, vooral het nummer Up and Down World.

De ochtend was aangebroken. We bestelden onze laatste glazen bier in café de Balie, tegenover het Justitiepaleis. Ze smaakten bitter en overbodig, maar ze stonden daar voor ons op tafel met een bedoeling. We hadden al lang weg moeten zijn, naar huis, we hadden meer dan voldoende pils naar binnen, maar we wilden zo lang mogelijk bij elkaar blijven, in die betoverde cirkel van vriendschap. Daarom stonden die glazen daar. Zo was er een uiterlijke reden om onze roes in stand te houden: demon alcohol, ons noodlot.

Naar huis dan maar, waar Senga op me wachtte. De dag is helder, zoals hij alleen in februari helder kan zijn. Antwerpen is een geheel van lichtblauwe, scherp afgetekende vormen. Veel net niet verblindend wit zie ik ook. In het Stadspark zitten de meeuwen en de eenden stil op het ijs. Het is een merkwaardig zicht. Deze versie van de werkelijkheid zie je alleen maar als je een hele nacht bent opgebleven. De vogels zijn nu in het opene gekomen, ze hebben de gewichtloosheid van marionetten, de tijd heeft geen vat op ze. Zelfs het ijs laat je niet onverschillig. De wereld is tot stilstand gekomen. Er is nog niets begonnen. Welke andere stad is zo doordrenkt van deze sfeer? Stilstand, jazeker, en toch weet ik dat er tegelijk beweging is. In de verte worden de grote zeeschepen gelost en geladen. De dokwerkers zijn druk in de weer. Ik herinner mij uit mijn kinderjaren de immense kranen, de zeeschepen uit de hele wereld, de geur van sinaasappelen en bananen. De geur van hout uit Brazilië, het immense woud daar dat ik ooit met mijn broer zou ontdekken.

Bijna middag toen ik thuis kwam. Weer een Antwerpse nacht in mijn kleren en onder mijn huid gekropen.

1979-1980jos-flam

Foto’s: met Wim Meewis, circa 1979; The Shooting van Monte Hellman; met Leopold Flam en Giuseppe (regenjasbrigade).

OPGEKLAARDE HEMEL

1979-1980-aurora 6 001

[NACHTEN AAN DE KANT 18]

Januari 1979 loopt ten einde. Af en toe klaart de hemel op en dan schijnt de zon zo fel naar binnen dat ik een ogenblik verblind ben, wat mij, zeker omdat het maar van korte duur is, een prettig gevoel geeft. Op een kille winterdag zo onverhoeds de zon je huid voelen strelen, je verrukt voelen door haar unieke warmte: plots weer blij zijn dat je leeft. Het donkere seizoen heeft je niet klein gekregen. Om een dergelijke vreugde uit te drukken bestaan geen adequate woorden, er is muziek voor nodig, een wijsje dat wordt gefloten of geneuried, of gescat in de stijl van Louis Armstrong.

Gisteren kwam Paul Rigaumont ons goed nieuws brengen in verband met de filosofische kring Aurora en ons tijdschrift. Ons BTK-project is goedgekeurd [1]. Je zal je misschien afvragen wat dat was, een BTK-project. BTK was het acroniem voor Bijzonder Tijdelijk Kader. Het ging om een plan van de socialistische politicus Guy Spitaels, toenmalig minister van Arbeid en Tewerkstelling, dat in leven was geroepen om de toenmalige gigantische werkloosheid te bestrijden. Deze BTK-projecten hebben niets te maken met de BTK-moordenaar Dennis Rader, een man die tussen 1974 en 1991 onder het motto Bind, Torture en Kill in Wichita in de staat Kansas minstens tien mensen vermoordde. In brieven aan burgers en aan de politie beschreef hij zijn moorden in detail. Aangehouden werd hij pas in 2004.
Voor Senga, Paul en mij is het net een levensbevestigend project. Binnenkort zullen we, alvast gedurende een jaar, uit de ellende van de werkloosheid ontsnappen (en uit de statistieken). Voor die duur zullen we een vast inkomen hebben en niet meer dagelijks op een ander uur een stempeltje moeten gaan halen in het stempellokaal in de Lange Kievitsstraat. Het betekent vooral dat we voltijds kunnen gaan werken aan een project dat ons na aan het hart ligt. We zullen er onze eigenheid niet voor moeten opgeven, integendeel, onze zelfverwezenlijking [1] zal deel uitmaken van het project. We zullen zowel de kwaliteit van het driemaandelijks tijdschrift Aurora kunnen verbeteren als een echt en levendig centrum voor filosofie, kunst en literatuur worden. Naast het tijdschrift zullen we andere filosofische en literaire werken kunnen uitgeven, we zullen lezingen, performances, tentoonstellingen en poëziemiddagen organiseren.

Vorig jaar, op een donkere herfstdag, had Paul ons in ons Dolfijnhuis al eens met een bezoek verrast. We hadden al vaker over een wat minder amateuristische aanpak van de activiteiten van de filosofische kring Aurora gediscussieerd. Amateuristisch waren we omdat we geen geld hadden, geen subsidies, niets. We hadden alleen maar een huis in de Lange Leemstraat 58, dat ons gratis ter beschikking werd gesteld door een zekere dokter Stienlet. Onze kleurrijke verbeeldingskracht was ons enige wapen tegen het antraciet van de crisistijd [2]. Die dag was Paul ons komen meedelen dat de situatie mogelijk zou verbeteren. Paul had de ambtenaren van de RVA kunnen overtuigen van de culturele en maatschappelijke waarde van ons Aurora-project. Hij had kunnen bewerkstelligen dat we met zijn drieën een bediendencontract zouden krijgen.

Die dag had Paul nog een andere verrassing: hij zou opnieuw gaan schilderen. Zijn ogen kregen een vrolijke uitdrukking toen hij ons dat toevertrouwde. Tot dan had ik hem altijd als een ernstige jongeman gezien, nu kreeg hij iets speels over zich. Dat vrolijke, speelse zou ik later, als hij stond te schilderen of gewoon maar wat met me praatte, vaak terugzien. Als bewijsmateriaal, als wilde hij duidelijk maken dat hij het meende, had hij een klein schilderijtje op papier voor ons meegebracht. Achteraf besefte ik dat het al grotendeels een Paul Rigaumont was geweest terwijl ik op dat ogenblik vooral de invloed van Paul Klee ontwaarde.

Gisteren dan dit opbeurende nieuws. Alle redenen zijn goed om feest te vieren, maar een betere dan deze, dat onze praktische levens zo’n positieve wending krijgen, kan ik me niet voorstellen. Senga is een fles Jim Beam gaan kopen. Deze middag was Guy hier even om mij zomaar een cadeautje te brengen, een Greatest Hits-album van Del Shannon, een zanger die ik al sinds mijn elfde, toen ik voor het eerst zijn Runaway hoorde, uitermate bewonder. Jammer dat Guy geen tijd had om wat langer te blijven. Giuseppe, die ons toevallig ook even kwam begroeten, is wel gebleven. Met hem hebben we er een feestelijke Del Shannon- en BTK-avond van gemaakt. Giuseppe zat Stranger in Town mee te zingen, met zijn mooie, gevoelige stem waarmee we hem destijds in Brussel songs van Neil Young hadden horen coveren. Daarna kwamen Armed Forces van Elvis Costello & the Attractions en Street Hassle van Lou Reed nog aan de beurt, elpees die ik enkele dagen geleden heb aangeschaft. Ik denk dat Street Hassle tot op vandaag de meest geslaagde soloplaat van Lou Reed is. Alleen al dat nummer Dirt:

You remember that song
by a guy named Bobby Fuller?
It goes like this:
I fought the law
and the law won
I fought the law
and the low won.

Wij waren die avond echter lang niet zo pessimistisch. Voor een keer hadden wij de wet  aan onze kant. Ook al was dat maar voor een jaar.

[1] Zelfverwezenlijking: een begrip van de humanistische psycholoog Abraham Maslow.

[2]  De film ‘Die bleierne Zeit’ van Margarethe von Trotta was in die dagen in de Cartoons of in het Filmhuis te zien. Het was een drama over Gudrun Ensslin en haar zus Christiane. Gudrun Ensslin was vanaf 1970 lid van de eerste generatie van de Rote Armee Fraktion, werd in 1972 gearresteerd en opgesloten in de Stammheim-gevangenis in de buurt van Stuttgart. Ze ging talloze malen in hongerstaking tegen het strakke gevangenisregime. In 1977 hing ze zichzelf op in haar isoleercel. ‘Bleierne Zeit’ (loden tijd) is inmiddels een gevleugelde uitdrukking die naar de jaren van de links-radicale terreur in Duitsland en Italië verwijst. Margarethe von Trotta vond de woorden in een elegisch gedicht van Hölderlin, ‘:
“Trüb ists heut, es schlummern die Gäng und die Gassen und fast will
Mir es scheinen, es sei, als in der bleiernen Zeit.”

1979-1980-aurora 11 001

Foto’s: Tijdens een evenement van de filosofische kring Aurora; Senga aan het werk bij Aurora.

POP 1979: DANS, LUST EN NIEUWE INZICHTEN

DESCLOUX

Bij mijn tekst Voorbeeldige modellen en de lijst van mijn uitverkoren langspeelplaten van 1978 schreef Peter Cnop op facebook het volgende commentaar: “De periode half ‘76 tot half ‘78 was een bosbrand van talent, en in tegenstelling wat sommige linkse opiniemakers er van gemaakt hebben, allesbehalve negatief. Er was kracht, er was energie, niks zelfbeklag, geen schroom, niks terughoudendheid. Het was dan ook logisch dat in 1978 veel muzikanten ook naar funk en dans begonnen te neigen, en hun publiek ook. Ik ben daar altijd blij om geweest.
En natuurlijk was er politiek, de eerste pogingen om de sociale zekerheid onderuit te halen. Maar dat heeft niemand belet om te blijven feesten. In je begeleidend artikel vat je die tijdsgeest perfect samen. Zoals Dylan al veel vroeger zong: far from the twisted reach of crazy sorrow, yes, to dance beneath the diamond sky, with one hand waving free. Nog altijd.”

Nu ik mijn lijst van meest geliefde popalbums van 1979 bekijk heb ik de indruk dat deze woorden van Peter nog beter bij dat jaar passen. Popmuziek was volwassen geworden en tegelijk kinderlijk gebleven. Je hoorde de makers zowel teruggrijpen naar het (recente) verleden als zichzelf en hun kunst vernieuwen. Hun albums en songs getuigden zowel van intelligentie en bewustzijn als van onbewuste verlangens, lustgevoelens en onbestemde opstandigheid. Je hoorde in een adem brutale woede en verfijnde kunstzinnigheid. De meeste platen die dat jaar te horen vielen gaven je zin om te dansen, om naar de impulsen van je lichaam te luisteren. Tegelijk werd je opgeroepen om met dat lichaam iets te maken, om iets aan de wereld te geven, om de wereld ten goede te veranderen. Dat was en blijft een gigantische opdracht. Dansen betekent je zorgen en de zorgen van de wereld vergeten. Maar je bent ook toeschouwer en ziet op de dansvloer de anderen dansen. Wat drukken zij dansend uit? Wat ervaar je als je hen ziet dansen op muziek van Joy Division, the Slits of David Bowie? Het kan zijn dat je terwijl je hun dans observeert al tot conclusies komt, maar het kan ook later gebeuren, de dag nadien, terwijl je in je werkkamer zit te peinzen. Waar komen je zorgen vandaan, waarom is het met de wereld gesteld zoals het ermee gesteld is? De antwoorden op die vragen zag je in de nieuwe dansvormen. Mogelijk niet even helder als de antwoorden van een rationalistische filosoof of politieke denker, maar toch antwoorden. Via de dans heldert deze muziek op. Sommige makers verkondigen expliciet een of andere boodschap, wat dan een kunstmatige, geforceerde indruk maakt. Interessanter lijkt me een onderhuidse of impliciete boodschap, bijvoorbeeld “air can hurt you too” in Air van Talking Heads. Maar ook zonder duidelijke woorden – of met helemaal geen woorden – kan deze opnieuw weer eenvoudig gemaakte muziek je met een voorheen ongehoorde geestdrift opladen. Dat is wat in 1979 gebeurde.

LINTONKWESI

  1. Fear Of Music – Talking Heads
  2. London Calling – The Clash
  3. Tom Verlaine – Tom Verlaine
  4. Broken English – Marianne Faithfull
  5. Lodger – David Bowie
  6. Rust Never Sleeps – Neil Young & Crazy Horse
  7. Cut – The Slits
  8. Unknown Pleasures – Joy Division
  9. The Undertones – The Undertones
  10. Forces Of Victory – Linton Kwesi Johnson
  11. Squeezing Out Sparks – Graham Parker and The Rumour
  12. Sabotage – John Cale
  13. Metal Box – Public Image Ltd
  14. Slow Train Coming – Bob Dylan
  15. The Bells – Lou Reed
  16. Pretenders – Pretenders
  17. Specials – The Specials
  18. Press Color – Lizzy Mercier Descloux
  19. Setting Sons – The Jam
  20. Buy – James Chance & The Contortions
  21. Off White – James White And The Blacks
  22. Armed Forces – Elvis Costello & The Attractions
  23. New Picnic Time – Pere Ubu
  24. Wave – Patti Smith Group
  25. Recent Songs -Leonard Cohen
  26. Rickie Lee Jones – Rickie Lee Jones
  27. Like Flies On Sherbert – Alex Chilton
  28. Live At The Witch Trials – The Fall
  29. Damn The Torpedos – Tom Petty & The Heartbreakers
  30. Three Imaginary Boys – The Cure
  31. Muse – Grace Jones
  32. A Different Kind Of Tension – Buzzcocks
  33. Labour Of Lust – Nick Lowe
  34. Into the Music – Van Morrison
  35. Entertainment! – Gang Of Four
  36. 154 – Wire
  37. Inflammable Material – Stiff Little Fingers
  38. A Trip To Marineville – Swell Maps
  39. Eskimo – The Residents
  40. In Style – David Johansen

2020-07-30-ELPEES1979 004-FAITHFULL

In 1979 verschenen ook deze uitstekende albums: Down On The Farm – Little Feat, You’re Never Alone With A Schizophrenic – Ian Hunter, Flying Doesn’t Help – Anthony Moore, Manifesto – Roxy Music, Thanks I’ll Eat It Here – Lowell George, Pink Cadillac – John Prine, Havin’ A Party With Southside Johnny – Southside Johnny And The Asbury Jukes, A Can Of Bees – The Soft Boys, Alchemy – Richard Lloyd, Down On The Drag – Joe Ely, Blue Kentucky Girl – Emmylou Harris, Serving 190 Proof – Merle Haggard, Teenage Jesus And The Jerks – Teenage Jesus & The Jerks, American Boy & Girl – Garland Jeffreys, The Flying Lizards – The Flying Lizards, Bop Till You Drop – Ry Cooder, Soldier Talk – The Red Crayola, Lubbock (On Everything) – Terry Allen, Chewing Hides The Sound – Snakefinger, Low Budget – The Kinks, International Thief Thief – Fela Kuti & Africa 70, At Budokan – Bob Dylan.

2020-07-30-ELPEES1979 006_UNDERTONES