ALL YOU NEED IS A LOVE-IN

kinkspattismith

Ziehier de playlist van Zéro de conduite (uitgezonden op 7 juli op radio centraal, de Antwerpse onafhankelijke stadszender op 106.7 fm).  Het thema was de zogeheten ‘summer of love’ van 1967, nu veertig jaar geleden, met enkele songs die als aankondiging van dat tijdloze moment – of reële profetie – eraan voorafgingen. De ‘summer of love’ was een soort van vacuüm. Als je deze muziek beluistert in de gepaste sfeer en omstandigheden kun je daar voor even naar terugkeren. De popmuziek die toen verscheen was zeer verscheiden van aard, maar zelfs de zeer commerciële singles stonden open voor experiment en vernieuwing. In die periode werd de elpee overigens belangrijker dan de single. De muziek werd ernstiger, vaak bevatten de teksten een boodschap, of waren ze poëtisch getint; bovendien waren er vaak vrij lange solo’s op gitaar of orgel en zelfs op bas en drum, en daarom was er meer tijd nodig, vandaar het belang van de langspeelplaat.  1967 was het jaar van flower power, Timothy Leary, Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band, Are You Experienced, the Cream, Love-ins, Golden Gate Park en Haight-Ashbury in San Francisco, Carnaby Street in Swinging London, witte fietsen in Amsterdam, Jasper Grootveld, Simon Vinkenooog, Witheek, Mary Quant, Twiggy, Brian Jones, het Conscienceplein in Antwerpen, Ferre Grignard, Jazz Bilzen, Jean-Paul Belmondo, Ravi Shankar, Allen Ginsberg, Jefferson Airplane, the Doors en Grateful Dead. Iedereen moest bloemen in de haren dragen en de meisjes liepen allemaal in minijurk. Jongens hadden purperen fluwelen jassen aan en rookten marihuana. Sommigen gaven de voorkeur aan een LSD-trip. Oosterse wijsheid was in de mode. Er werd nootmuskaat gerookt en heel hip was ook het roken van gebakken bananenschillen. Veel jongeren dachten dat Donovans Mellow Yellow precies daarover ging. Later bleek dat de song een geelkleurige dildo bejubelde. Zeer weinigen wisten toen wat een dildo was, een doodgewone banaan lag meer voor de hand. Het was een naïeve en idealistische tijd. Toen Steely Dan zich begin de jaren zeventig naar een dildo uit William Burroughs’ Naked Lunch noemde, waren die naïviteit en idealisme letterlijk of figuurlijk in rook opgegaan.

 

  • The Times They Are A Changin’ – Bob Dylan – The Times They Are A-Changin’
  • It’s My Life – The Animals – The Complete Animals
  • In Our Time – Nancy Sinatra – The Essential Nancy Sinatra
  • Get Together – The Youngbloods – The Youngbloods
  • Love-In – The Morning Glories – A Whole Lot Of Rainbows
  • Are You Gonna Be There (At The Love In) – The Chocolate Watchband – Melts In Your Brain…Not On Your Wrist!
  • A Kind Of Love In – Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity
  • Our Day Will Come -Sharon Tandy- You Gotta Believe It’s Sharon Tandy
  • Run, Run, Run – Sly & The Family Stone – A Whole New Thing
  • Renaissance Fair – The Byrds – Younger Than Yesterday
  • Dance The Night Away – Cream –  Disraeli Gears
  • May This Be Love – Jimi Hendrix – Are You Experienced?
  • This Is What I Was Made For – The Grass Roots – Where Were You When I Needed You
  • I Can Hear The Grass Grow – The Move – Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1
  • All The World Is Love – The Hollies – At Abbey Road 1966 – 1970
  • There’s No Life Without Love – The Kinks – Something Else
  • The 59th Street Bridge Song (Feelin’ Groovy) – Harpers Bizarre – Feelin’ Groovy: The Best Of Harpers Bizarre
  • Talking To The Flowers – The Everly Brothers – A Whole Lot Of Rainbows
  • We Love – YouThe Rolling Stones – Singles Collection: The London Years
  • Our Love Was – The Who – The Who Sell Out
  • Smell Of Incense – West Coast Pop Art Experimental Band – My Mind Goes High: Psychedelic Pop Nuggets From The WEA Vaults
  • My White Bicycle – Tomorrow – Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1
  • Talkin’ About the Good Times – The Pretty Things – single
  • In My Own Time – Bee Gees – Bee Gees 1st
  • Apples and Oranges -Pink Floyd – 1967: The First 3 Singles
  • Mobius Trip – H.P. Lovecraft – Two Classic Albums From H.P. Lovecraft
  • Monterey – Eric Burdon & The Animals – The Twain Shall Meet
  • Flying High – Country Joe & The Fish – Electric Music For The Mind And Body
  • The Fat Angel – Donovan – Sunshine Superman
  • Plastic Fantastic Lover – Jefferson Airplane – Bless Its Pointed Little Head
  • Magic Of Love (Live) – Big Brother & The Holding Company – Cheap Thrills
  • Break On Through (Live) – The Doors – Essential Rarities

 

BOZE JONGEN

angry young mod

Er was eens een boze jongen… Een boze jongen die de liefde predikte. Nostalgische gevoelens in verband met de zogeheten summer of love in 1967 overweldigen me nu de zon op mijn elleboog schijnt. Ik heb al meermaals geschreven dat ik het niet zo heb voor herdenkingen en dergelijke, maar hier maak ik een uitzondering: het gevoel is sterker dan mezelf. Nee, juister nog, ik val samen met het gevoel. Nochtans betekende die zomer hier bij ons niet zo heel veel. Ik was veel liever in San Francisco of in Londen geweest, maar dat was niet mogelijk. Wij probeerden onze dromen hier dan maar waar te maken, en ten dele zijn we daarin geslaagd. Mijn vrienden en ik hebben in Tongeren en Hasselt van 1967 een heel bijzonder jaar gemaakt. Ik vrees – voor degenen die al genoeg gehoord hebben over die beruchte zomer – dat ik hier de volgende weken en maanden nog op zal terugkomen.

JAZZ BILZEN 1967 : SUMMER OF LOVE

where have all the flowers gone?

Het zal wel normaal zijn dat je terugverlangt naar idyllischer tijden als je zoveel slaaptekort hebt en je nog maar weinig echt kunt genieten van je ‘quality time’. Dit ben ikzelf als bloemenkind op jazz bilzen in 1967. De naam van het festival was niet echt goed gekozen omdat er naast jazz op zondag ook pop, blues en folk aan bod kwamen. De foto komt uit een aflevering van het BRT-programma ‘Tienerklanken’ (de VRT heette toen inderdaad nog BRT). Waarschijnlijk liepen er niet veel vreemde vogels zoals ik rond in België in die dagen van grijze middelmaat. Want hoe zag ik er niet uit! Was ik nu een jongen of een meisje, met die bloemen in mijn haar en die belletjes om mijn hals? Louis Neefs, de betreurde zanger van Jennifer Jennings, interviewde mij. Ik was ervan overtuigd dat bloemen in het haar en liefde en minirokken van de wereld in een paradijs zouden veranderen. Als iedereen zich de flower power-gedachte eigen maakte zou er geen geweld meer zijn, dacht ik. De oorlog in Vietnam zou meteen worden beëindigd. Mooie naïviteit, die me alvast in staat stelde goed te slapen. En we waren met zeer velen. Dat zou twee jaar later blijken met de Woodstock Nation. De bloemen die ik droeg kwamen uit de tuin van de ouders van een vriend van me. Procol Harum was die dag top of the bill. A Whiter Shade Of Pale was een hit, maar tegelijkertijd werd Procol Harum als een undergroundband beschouwd. Zo waren die tijden. Opeens leek alles te kunnen. De mensen van Bilzen waren buitengewoon vriendelijk en open. De mannen zagen de meisjes in hun minirokjes natuurlijk graag komen. Zo’n festival zorgde ook voor wat leven in de brouwerij, ook letterlijk. Misschien werd het evenement als een tweede carnaval beschouwd. Jazz Bilzen was een van de eerste grote popfestivals op het continent. De tijden zijn veranderd, beste vrienden. Het lijkt wel alsof weer de koude oorlog woedt. Alleen weet niemand goed wie de echte vijand is.

Foto: Martin Pulaski, Een jonger zelf.

VAN SPROOKJES EN DROMEN

pinkfloyd-piper

Marco vertelt me dat hij Pink Floyds The Piper At The Gates Of Dawn een vrij moeilijke langspeelplaat vindt. Dat zal wel zo zijn, maar het is vreemd omdat ik het zelf een heel ‘gemakkelijke’ elpee vind. Overigens, wat is moeilijk en wat is gemakkelijk? Maar ik ben natuurlijk met die muziek opgegroeid. Ik ben de elpee destijds gaan kopen in Nederland, omdat ze in België niet verkrijgbaar was. Pink Floyd was mij opgevallen door de eerste single, Arnold Layne, die op piratenstation Radio London grijs werd gedraaid.

The Piper At The Gates Of Dawn kwam uit in het magische jaar 1967 en maakte op mij een even sterke indruk als Strawberry Fields Forever, misschien de beste single ooit gemaakt, en A Day In The Life. Die plaat van Pink Floyd was zo sprookjesachtig; ze opende een geheel andere wereld dan degene waarin ik vertoefde, het internaat van het Koninklijk Atheneum in Tongeren. Ooit vertel ik het verhaal hoe ik daar verzeild ben geraakt. Het woord ‘zeil’ speelt er onrechtstreeks een rol in. In de liedjes van Syd Barrett zat een uitgesproken verlangen naar de onschuld van zijn kindertijd, toen zijn moeder hem sprookjes vertelde, oh mother, tell me more… Ik kende die teksten vroeger allemaal uit het hoofd. Nu helaas niet meer. Toen ik onlangs voorlas in de Muziekdoos in Antwerpen, een paar dagen na het overlijden van Syd, bleken er een paar toehoorders aanwezig te zijn die The Gnome nog van buiten kenden. We hebben toen stukjes ervan samen gezongen. Dat vond ik een heel mooi saluut aan Syd Barrett. Ik denk niet dat ik dat vlug zal vergeten.

Overigens heeft The Piper At The Gates Of My Dawn mij geïnspireerd tot het schrijven van een jeugdwerk, het toneelstuk De droom, dat we één keer hebben opgevoerd in datzelfde Atheneum, met vloeistofprojecties, net zoals de originele Pink Floyd. Het stuk durf ik niet meer herlezen, ik herinner me dat het over de strijd tussen goed en kwaad ging, er kwamen elfjes in voor en de Duivelse Avantokani – de jongen die deze rol speelde is nu ergens burgemeester. Ongetwijfeld was ik wat het thema betreft beïnvloed, niet door drugs, maar door de verplichte lectuur van Vondel. Het eindigde allemaal met een extatische dans op Interstellar Overdrive.
Die zomer ben ik ben op televisie geweest, in het programma Tienerklanken, met bloemen in mijn haar. Die had ik geplukt in de tuin van de ouders van mijn vriend Valère. Het waren mijn vijf minuten roem, helaas geen vijftien minuten. Ik werd op straat, tijdens Jazz Bilzen, geïnterviewd door Louis Neefs. Mijn vriend Jos had een video-opname van die aflevering van Tienerklanken. Ik had het tegen Louis Neefs over de oorlog in Vietnam en dat wij de wereld zouden veranderen. Ik zat wat uit mijn nek te kletsen, een jongen van zeventien. Later heb ik dat fragment nog eens teruggezien in een uitzending over de jaren zestig. Jos had het op video. Hij heeft ooit een foto van me gemaakt, in de jaren ’80, met een beeld van mezelf uit die video op de achtergrond. Van de sprankeling in mijn zeventienjarige ogen en van de uitdagende androgynie van mijn modstijl was niets overgebleven. Ik was mezelf geworden, een man zoals iedereen. De droom was over.

Foto: hoes van The Piper At The Gates Of Dawn, M.P.

WAAROM IK NOOIT EEN HIPPIE BEN GEWEEST

mods in tongeren

Nu ik terug ben uit Berlijn wil ik, voor ik wat vertel over de indrukken die ik daar opdeed, even verduidelijken waarom ik nooit een hippie ben geweest, wat verwanten, vrienden en kennissen – die het kunnen weten – nochtans beweren; een authentieke hippie zelfs, zeggen sommigen. Dat zijn degenen die me op televisie hebben gezien in een documentaire over Jazz Bilzen 1967. Ik was in hun ogen een hippie omdat ik toen kennelijk de uitspraak heb gedaan “ik houd van bloemen”. Er zaten ook bloemen in mijn haar. Die kwamen uit de tuin van mijn tante Berb in Neerharen. De interviewer, Louis Neefs, vroeg me waar ik van hield en waar ik tegen was. Ik was destijds tegen de oorlog in Vietnam. Ik heb die reportage zelf ook gezien, toch al weer een tijdje geleden, bij een derde herhaling. Ik had er bij mijn vriend Jos in Leuven al een fragment van gezien op video. Toen de documentaire een tweede keer werd uitgezonden heeft Jos dat fragment zeer toevallig en spontaan opgenomen, verrast zo opeens zijn vriend op televisie te zien. Hij heeft toen ik bij hem op bezoek was een foto gemaakt van me, zoals ik op dat ogenblik was, al enigszins verwelkt, met op de achtergrond het stilstaande beeld van mezelf in 1967 met die bloemen op mijn jas en in mijn haar. Het was duidelijk dat ik van bloemen hield. Ja, ik herinner me nu heel goed dat ik ook tegen die oorlog in Vietnam was en voor de vrede. De mensen moesten maar eens wat liever gaan worden voor elkaar. Er was al meer van voldoende haat in de wereld. Ik was helemaal weg van flower power en love-ins. Maar het spijtige was dat ik in Limburg nogal alleen was met zulke standpunten en gevoelens – en met lang haar. Was ik op mijn zeventiende dan toch een hippie? Ik heb altijd gevonden dat ik een mod was, zeker in 1967. Ik hield van modieuze kleren. Roze, turkooizen of gele fluwelen jassen, gestreepte broeken, hemden met bloemenmotieven… Mijn haar was geknipt – bij een kapper in Maastricht – zoals dat van Steve Marriott van The Small Faces, mijn favoriete Britse beatgroep in die dagen en een van de weinige die ik in die periode ook live heb gezien, in Diepenbeek. Een meisje dat ik die avond ontmoet had – veel gestreel en gekus – heeft mijn zonnebril als aandenken bewaard. Ik weet niet meer hoe ze heette. Wat zou er met haar zijn gebeurd? Ach, beter dat ik het niet weet. (En zo spring ik maar van de hak op de tak…)

Mijn muzikale helden waren dus die Engelse beatgroepen: Small Faces, Kinks, Who. Ik hield ook van The Rolling Stones. Between The Buttons vond ik een schitterende elpee. Je moet eens naar de foto op de hoes kijken: zijn dat hippies? Natuurlijk niet. En van Bob Dylan, heel zeker. Bob Dylan, dat is toch nooit een hippie geweest, hij was veeleer een anti-hippie.

Later, in 1970, na het debacle van Altamont en het bijna profetische lied Gimme Shelter, had ik als barman in de Dolle Mol in Brussel een afkeer van de hippies die er kwamen, vooral omdat ze stuk voor stuk aan bewustzijnsvernauwing leden. Ze waren nergens in geïnteresseerd als het niets met drugs, volle rijst, namaak-blues (door blanken gespeeld) en vooral Jimi Hendrix te maken had. Domme mensen vond ik hen. In De Dolle Mol weigerde ik platen van Jimi Hendrix te draaien. Maar de countrymuziek waar ik destijds zo van hield mocht niet, die was niet hip genoeg. Wat wel mocht – omdat nogal wat Vlaamsche schrijvers aan de toog hingen – was De Zotte Morgen van Zjef Vannuytsel, maar die haatte ik helemaal. Samen met Max dreef ik de spot met die naïeve hippies. Maar Max vond dat ik toch nog enigszins aan de verkeerde kant stond: ik ging naar films kijken als Jeremiah (een cowboyhippiefilm). En ik had contacten met Robert, een softdrugs-dealer. Robert was geen slechte jongen maar zeker niet mijn vriend. Ik hield vooral niet van de muziek waar hij van hield (Cat Stevens en kierewiete folk). Door mij heeft hij Lou Reed en The Velvet Underground en David Bowie leren kennen en is zijn smaak wat veranderd. Robert was een kennis van Sarah. Via Sarah heb ik eens wat Congolese wiet van hem gekocht. Ik dacht eerst dat hij een oplichter was: volgens mij zat er gewoon thee in het luciferdoosje. Bij nader inzien bleek het toch echte goede Congolese marihuana te zijn. Maar wist ik veel. Ik was een Limburgse mod, die nog nooit wiet had gezien.Ik geef toe dat ik een tijd lang van de roes van hasjiesj en – in mindere mate – van wiet heb gehouden. Het was zo prettig om onder invloed naar sommige muziek te luisteren. Vooral naar die van Jimi Hendrix!

Sinds 1967 was ik een absolute fan van The Velvet Underground. Dat was de volmaakte anti-hippie rock & roll band. White Light White Heat was een van mijn vijf uitverkoren elpees. Als ik die oplegde waren al mijn vrienden na vijf minuten de deur van mijn kamer uit. Niemand hield van die muziek. Letterlijk niemand. Tot in 1972 of 73, in die ellendige periode van de glam, toen Lou Reed met ruggensteun van David Bowie succes kreeg met Transformer. Ik heb ook nooit van The Grateful Dead gehouden (ik maakte wel een uitzondering voor hun countryplaten). Woodstock vond ik vreselijk vervelend. Santana was om te schreien. En dan al die Britse hippiegroepen zoals Third Ear Band, Edgar Broughton Band, weet ik veel wat nog allemaal. Bah! Nadat Syd Barrett Pink Floyd de rug had toegekeerd hield ik die groep ook voor bekeken. Van Syd Barrett hield ik enorm veel omdat hij surrealistische sprookjes schreef, en een heel eigenzinnige gitaarstijl had en zeker ook wel omdat hij zich heel goed kleedde. Ik bewonder Syd Barrett nog steeds. De intellectuele ‘goeroe’ en anti-psychiater Ronald Laing, die ik destijds vereerde, heeft hem niet kunnen genezen van zijn schizofrenie. Ronald Laing is nu dood, Syd Barrett zit waarschijnlijk ergens rustig te genieten van de bloemen in zijn Engelse tuin.

Nadat ik filosofie was gaan studeren kreeg ik een beter inzicht in waar het in feite allemaal om ging. Lang haar of kort haar was niet belangrijk. Er was niets mis met outsiders, met de tegen de stroom invaren, met de beat-generation of met pop art en dergelijke dingen. Er was niets mis met rock & roll. Maar wat heel duidelijk werd was dat de wereld moest veranderen en dat kon je niet door je op te sluiten in een subcultuurtje. De wereld kon je alleen maar veranderen als je deel werd van een gemeenschap. Je kon je leven zin geven door te lezen en te schrijven, of iets anders te doen, maar dat volstond niet als je het in je eentje bleef doen. En nog volstaat dat niet. De paradox waar ik moest uitgeraken was – en is – dat je je oorspronkelijkheid, je eigen-aardigheid, verliest als je deel wordt van de gemeenschap. Hoe moet je dat dan doen? Dat is de vraag.

Foto: Tongeren (het meisje van King & Queen, Luc Verjans, MP, Jan Depooter)