MEISKES EN JONGENS

meiskes en jongens

Arne Sierens en Alize Zandwijk hebben me niet teleurgesteld. Ik heb genoten van Meiskes en Jongens. Gelachen heb ik en ik ben ook wel geschrokken van die liefdeloze wereld en dat onderhuids geweld. Ik ben ook geschrokken van Katelijne Damen als jong meiske. Jongen toch, hoe speelt ze het klaar. Ze is kennelijk ook zeer bedreven in het tot scherven herleiden van (waarschijnlijk) dure serviezen. Haar zou ik niet op een feestje durven vragen, zeker niet samen met een kolonel. Niet dat ik ooit een kolonel zou uitnodigen, zeker niet een met een snor. Wat is dat toch met die snorren? Op een gegeven moment hadden alle Beatles snorren. Kijk maar eens naar de hoes van Sergeant Peppers. Maar ik wijk af. Zonder dat ik het doorheb zit ik al bijna in Hongarije. Trouwens, ik bezit niet eens een duur servies… Wat ik hier neerschrijf betekent natuurlijk niet echt veel voor de lezer die Meiskes en jongens niet heeft gezien. Ik wou alleen maar zeggen dat ik nogal opgetogen en gelouterd de KVS heb verlaten. Met dank aan de auteurs en de acteurs. En aan de buschauffeur die me zo snel naar huis voerde. Voor het slapengaan lees ik dan nog wat in Edward Bunkers Hoe word ik misdadiger, een verbluffende autobiografie. En dan gezellig de nacht weer in met Marina Yeah Yeah, omdat het kind een naam moet hebben. In die donkere landschappen van de blues zwoeg ik en zwijg ik tussen de andere benevelde agrariërs.

DIEFSTAL EN RELIGIE

supermarkt,diefstal,slechte mensen,kassa,hope sandoval,religie

Er valt weinig te zeggen. De mensen in je omgeving stellen je teleur. Waarschijnlijk stel jij hen ook teleur. De verschillen tussen jou en hen zijn zo klein dat we elkaars dubbelgangers zouden kunnen zijn. Zolang we niet in de spiegel kijken of elkaar niet horen zingen. Een paar dagen geleden had ik nog eens een paniekaanval; even dacht ik te zullen sterven. Maar een half uurtje later werd ik weer rustig en wist ik dat ik mij veel te druk had gemaakt om zeer kleine dingen. Terwijl er al een god is die zich daarover ontfermt. ’s Avonds ging ik boodschappen doen in de Delhaize. Terwijl ik naar geschikte wijn liep te zoeken – Pinot Noir uit de Elzas – besefte ik dat er toch nog iets anders aan de hand was. Je hebt van die momenten waarop de wereld plots onheilspellend wordt, zonder dat daar een bepaalde reden voor is. Wat later werden mijn vlees, brood en paddenstoelen gestolen. Ik had het plastieken zakje met daarin een deel van mijn aankopen aan de kassa laten liggen. Niet langer dan een minuut. Het kassameisje – een veel te mooi woord voor de onbeschofte sloerie – trok de schouders op en keek me beschuldigend aan. Het was haar verantwoordelijkheid niet dat ik mijn boodschappen onbewaakt achterliet. Je moet het maar durven, scheen ze te willen zeggen. Vervolgens schrapte ze me uit haar bewustzijn. Ik bestond niet langer. De vraag is of ik eigenlijk wel besta. Weet jij het, mijn dubbelganger? Maar ook al besta ik misschien niet, ik laat me door de kleine mensen niet meer van mijn stuk brengen. Ook zonder te bestaan beteken ik veel en geef ik veel betekenis. (Ook aan minuscule dingen, die mijn aandacht niet verdienen.) De kleine, slechte mensen mogen mijn vlees, mijn brood en mijn paddenstoelen hebben. Ik heb jou, aan wie ik dit vertel, en ik heb de troost van de eenzaamheid en af en toe een “mensch” die in mijn woning binnenkomt. En als al die metafysica niet helpt, leg ik een plaatje op van Hope Sandoval, of ga ik naar de cinema, of naar het theater, zoals vanavond naar de onvolprezen KVS waar Arne Sierens me ongetwijfeld zal weten te boeien en vermaken. Hij zal mijn vlees, mijn brood en mijn paddenstoelen niet stelen. Religie geeft hij mij, maar van een soort die geen enkele god en geen enkele paus me kan geven. Nu ga ik de regen in, jou tegemoet, mijn legende.

ADOLESCENTIE IN LIMBURG

gris gris

Eergisteren vertelde ik Laura nog een paar dingen over mijn adolescentie in Limburg. Er waren, zoals bij Marcel Proust, twee kanten : de kant van Hasselt (mijn vrienden Jan en Luc) en de kant van Neerharen (mijn vrienden Valère, Jean-Pierre, Martin, Jean en mijn vriendinnen Anita, Linda en Sylvia). Die twee werelden liet ik niet met elkaar in aanraking komen. Er is veel te vertellen over die periode, het midden van de jaren ’60. Je had de lokroep van de ‘misdaad’ – meer bepaald spionage – ontstaan uit fantasieën over James Bond met zijn Lüger en zijn goudgelakte vriendinnetjes. In Eisden Cité toonden wat oudere, gevaarlijkere jongens mij hun fonkelende knipmessen. Zelf had ik een luchtkarabijn en een luchtpistool, waarmee ik soms wel eens op vogels en zelfs op kippen schoot. Die kakelden dan alleen maar even en dan zochten ze weer verder naar iets eetbaars in de ondankbare aarde. Gaia bestond toen natuurlijk nog niet. Dan waren er ook de verlokkingen van de Congo Bar en de Paddock waar je gin fizz en zelfs pure Gordon’s Gin kon drinken. Ik was altijd de leider van de groep in Neerharen. Maar leiders worden verraden, dat moet je erbij nemen, ook al ben je Napoleon Solo II. En toen kwam 1967: flower power en een nieuwe wending in het leven van talloze jongeren. Weegaloze jaren braken aan. Mijn achttiende verjaardag. De twee kanten kwamen voor het eerst samen: Luc, Henri, Jan, Anita en nog een ander meisje (haar naam voor altijd weg, nee, die staat wellicht in een dagboek uit die tijd). De meisjes uit Neerharen waren welkom op mijn feestje, de jongens kwamen uit Hasselt. Doctor John the Nighttripper, zoals hij toen nog heette. Die voodoo had nog nooit iemand gehoord. En niemand maar dan ook echt niemand kende White Light White Heat. Hoe dat in 1968 klonk, dat kon je aan geen mens vertellen. It’s like telling a stranger about rock and roll. Daar dansten we dan op: Doctor John, the Velvet Underground… En op Vincebus Eruptum van Blue Cheer. De vader van Anita was rijkswachter, geloof ik, of toch politieagent, Anita zelf een fan van Engelbert Humperdinck. En waarom ook niet. Op Anita’s zus Linda, een onderwijzeres, was ik verliefd, maar zij had al een verloofde. Slechts één avond heeft ze mij gegund, meer niet. Waarom maar één avond en geen twee of helemaal geen, las ik ergens. Je bent natuurlijk nooit origineel in deze tijden van walging en afgrijzen. Wist je al dat de paus dood is?

Op 7 juni vind je mij in het Koninklijk Circus, bij Mercury Rev. Er is nog niet veel veranderd. Vorige zaterdag luisterden we in Antwerpen naar liedjes van the Mamas en the Papas en the Searchers en dansten we in Gent op Jackie DeShannon en Big Star. De bruid danst nog steeds rock & roll of struikelt, blind van dronkenschap, en valt in een ondiepe put. De taxichauffeur wacht stoïcijns, of is het onverschillig, tot het stof is weggewaaid. Over de vreemde gebeurtenissen van gisteren vertel ik morgen of later, veel later. Je moet de dingen doseren. De weinig slaap die je is gegund moet je als was het een vrouw of een grote teddybeer knuffelen tot je ervan in slaap valt!

HEIMWEE NAAR ANTWERPEN

Mooi is de Schelde met de Mamas en de Papas. Boys and Girls Together. Een gelukkige verjaardag voor Koperke. En de volgende keer weer wat filosofie. Antwerpen is een fantastische stad. Hier enkele uren aanwezig zijn is een groot genot. De zon boven de rivier. Leve! Leve!

Maar straks de terugkeer in ballingschap, omringd door onverschillige en vaak gevaarlijke mensen. In the streets where everyone walks.

MR. NATURAL

mr natural 1

Met naïeve heldenverering is niet echt iets mis. Maar het gaat wel meestal over mensen die iets hebben willen bewijzen, die iets hebben willen veranderen, die iets nieuws hebben willen maken, die iets hebben willen toevoegen aan de wereld. Terwijl de wereld laten zijn misschien het allerhoogste is. De mens die niets verwezenlijkt, niets verandert, niets toevoegt aan de wereld is dan de grootste held. Dat doet me denken aan Mr Natural van Robert Crumb. Die blijft rustig zitten toekijken terwijl rondom hem steden worden gebouwd en weer vergaan tot woestijn. Mr Natural kent het geheim van de stoïcijnse ataraxie, wat christenmensen waarschijnlijk interpreteren als rust van de ziel.

HELDEN EN HYPOCHONDERS

john lennon

België is een goed land voor hypochonders. Hier is altijd wel iets wat je ziek maakt of je het gevoel geeft dat je ziek bent of binnenkort ziek zal worden. Gisteren hoorde ik dat we binnenskamers voortdurend formaldehyde, een kankerverwekkende stof, inademen en vandaag las ik in de krant dat de lucht buitensporig vervuild is. Ik had al net zo goed mijnwerker kunnen worden… Van mijnwerkers gesproken: ik heb een paar dagen geleden beslist dat Working Class Hero – in de originele versie van John Lennon – op mijn begrafenis ten gehore zal worden gebracht. Ik ben bezig aan een nieuwe lijst begrafenisliedjes… Dat is een lastige onderneming. Er is zoveel keuze. De requiems kan ik natuurlijk al elimineren, want die liggen te zeer voor de hand (ook al is het requiem van Berlioz zeer opwindend). Het is overigens de tijd van de helden: de media zijn koortsachtig op zoek naar grote Belgen, waarschijnlijk omdat er geen grote Belgen meer zijn of niemand nog durft zeggen dat hij of zij een Belg is. Ik ben alleszins een echte Belg, maar dan wel een kleine. (Tenzij na middernacht, onder invloed van voldoende wijn, of soms ook wel overdag en nuchter, maar dan in het diepst van mijn gedachten). Er is een tijd geweest dat er geen helden meer waren; het was in ieder geval niet cool en niet politiek correct om aan heldenverering te doen. Zelfs Thomas Carlyle werd om die reden fascisme – avant la lettre – aangewreven. Alleen met kunstenaars en filmsterren mocht nog gedweept worden, maar ook dat deden alleen naïeve mensen. No more heroes anymore, zoals the Stranglers al zongen. Ik heb me daar nooit om bekommerd. Voor mij zijn er altijd helden geweest, grote historische figuren, lichtende voorbeelden, kunstenaars, filosofen, schrijvers, songschrijvers… Van Alexandre Dumas, Edgar Allen Poe en Elvis Presley in mijn kinderjaren via Jean Eustache, Virginia Woolf en Friedrich Nietzsche in mijn studententijd tot Paul Auster en Gillian Welch in deze prachtige tijd waarin we nu leven. En honderden anderen natuurlijk. Lijstjes volgen later. Lijstjes maken, een mooie obsessie.

STEMMEN, ACTRICES EN ZANGERESSEN

anne alvaro,bottelarij,pj harvey,agnes jaoui,pop,muziek,film,fernando pessoa,stemmen,andromache,le gout des autres
Anne Alvaro

Eindelijk nog eens genoten van een Franse film: Le goût des autres van Agnès Jaoui. Een subliem moment is de scène waarin Castella (Jean-Pierre Bacri) geraakt wordt door de ziel van het theater en tegelijk ook in vuur en vlam schiet voor de actrice Claire (Anne Alvaro). De ‘goede smaak’ wint het voor een keer van de onverschilligheid en de botte zakelijkheid. Ik denk dat het de stem van Claire is die zulke verstrekkende gevolgen heeft, de stem van Bérénice, de stem van Anne Alvaro. Deze film getuigt van veel liefde voor het theater; hij geeft je alvast zin om de werken van Racine te (her)lezen en indien mogelijk te gaan zien. Ik herinner me dat ik een tweetal jaar geleden nog zeer genoten heb van de Andromache-voorstelling van Paul Peyskens in de Bottelarij (KVS). Ik dacht toen dat ik me erg zou moeten inspannen om zo’n klassiek stuk te kunnen appreciëren, maar dat bleek helemaal niet het geval te zijn. Tragische heldinnen liggen mij wel. Eigenlijk heb ik een zwak voor zowat alle actrices en zangeressen kunnen voor mij ook niet veel verkeerd doen. De voorbij dagen heb ik nog geboeid zitten luisteren naar Uh Huh Her van PJ Harvey. Ook zij heeft iets van een tragische heldin, ook al is ze dan een 50 ft. Queenie.Voor dronken nachten word ik te oud, ook al heffen wij het glas (de tientallen glazen) op de verjaardag van een radicale breuk in onze persoonlijke geschiedenis en vieren wij ineens ook de mooiste dag van het jaar. De ellendige nasleep van zo’n feest duurt ettelijke dagen. Misschien is de tijd aangebroken van soberheid, van abstinentie, van water en eenvoudig brood. Misschien… Maar terwijl ik dit schrijf hoor ik al de belletjes rinkelen van het carpe diem. Zal ik dan toch in de voetsporen van Fernando Pessoa moeten gaan? Dat getuigt dan wel van weinig persoonlijkheid, van weinig karakter. Ja, ik weet het, ik bijt in mijn eigen staart, ik ben een oeroboeros… Voilà, zo is het weer goed geweest.