IN EUROPA EN ELDERS

isabelle huppert

Gisteren heb ik van mijn vrienden Brecht en Bart een mooi en interessant boek als verjaardagscadeau gekregen: ‘In Europa’, van Geert Mak. Afgelopen nacht heb ik er al wat zitten in lezen, onder meer las ik een treffend hoofdstuk over de verwoesting van Brussel en over het provincialisme van de eentaligheid van mijn stad. Brusselaars scoren zeer slecht op meertaligheid, maar ook op vriendelijkheid en gastvrijheid. Overigens hebben we gisteren – naar aanleiding van Brechts en mijn verjaardagen – met z’n drieën bijzonder lekker geluncht in een Italiaans wijnrestaurant aan de Naamse Poort. (Waar ik hier geen reclame voor wens te maken.) De spijzen en dranken uit Italië waren een genot, en ik besef maar al te goed wat een voorrecht het is op deze manier te kunnen leven. Ook de conversatie met mijn vrienden gaf me weer meer zin om mijn leven van de zonnige kant te bekijken!

Na het lezen in Geert Mak en een nogal middelmatige psychologische film op televisie (K-Pax, met Kevin Spacey en Jeff Bridges) heb ik me teruggetrokken op mijn kamer. Mijn dokter heeft me aanbevolen veel water te drinken maar ook zoveel mogelijk zaad te lozen: dat is goed voor mijn gezondheid. Het probleem is nu dat mijn levensgezellin wel begrip heeft voor die medische adviezen, maar niet elk uur van de dag bereid is om een handje te helpen bij het nastreven van dat doel. Ik mag niet zo afhankelijk zijn van anderen in mijn pogen om gezonder te worden. Ik heb dan maar wat op het internet zitten surfen met het oog op wat opwindend materiaal. Wat ik tijdens mijn traject de revue heb zien passeren tart zeker niet de verbeelding, maar ligt zeer voor de hand. Ik heb een zwak voor mooie vrouwen, ook zonder kleren en zelfs in opwindende poses. In uiterste nood kan ik het nog wel hebben dat ze worden gepenetreerd, maar dat moet dan toch in een voldoende esthetisch kader gebeuren. Wat ik echter zag was van een zeer uitsprekelijke goorheid, platheid en wanstaltigheid, zodat ik mijn toevlucht gezocht heb bij wat foto’s van Isabelle Huppert. Dat is puur esthetisch genot. Het was dan al twee uur in de nacht. In onze straat was alles stil en donker. Iedereen leek te slapen. Ook ik ben dan maar naar bed gegaan, want ik had slaap nodig.
Maar mijn lichaam blijft gespannen, mijn geest actief. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik ben extreem onrustig. Wat is er met me aan de hand? Ik voel me niet slecht, drink liters water, ben moe en toch kan ik de slaap niet vatten. Ik probeer dan nog wat te lezen, maar kan me niet meer concentreren. Dat alles heeft voor gevolg dat ik vandaag als zombie naar de Delhaize stap en later met een verward hoofd de krant doorneem. Daarin lees ik een interview met Geert Mak (ook toevallig). Hij heeft het daarin onder meer over de jaren zestig van de vorige eeuw. Volgens Mak werd toen (in Nederland dan toch) het begrip ‘nationale identiteit volledig’ gebagatelliseerd. “Dat werd weggewuifd. Wat logisch was, na de opgeblazenheid van de jaren dertig en het sombere polderse nationalisme van de jaren vijftig. Maar daardoor ontstond er wel een leegte. Bijna niemand wist nog wat het betekende Nederlander te zijn. Wie zijn wij met z’n allen? Dat wijgevoel is door de generatie van de jaren zestig – mijn generatie – volstrekt verwaarloosd. Dat terrein is helemaal aan rechts en ultra-rechts overgelaten.” Ik denk dat hij gelijk heeft, en dat het ook voor België en zeker voor Vlaanderen opgaat, ondanks het studentenprotest en de betogingen voor Leuven Vlaams. Mijn vrienden en ik gaven het streven naar afsplitsing, Vlaamse onafhankelijkheid en dergelijke meer, van nationale identiteit al, al gauw op. Dat had allemaal zijn tijd gehad, en vooral voor veel ellende gezorgd. Ook de oude cultuur hadden wij opgegeven. Toch hadden wij wel een identiteit, er ontstond niet echt een leegte, er ontstond een tegencultuur, een beweging tegen het establishment. Daar hadden wij onze hoop op gesteld. Ik zal maar niet dieper ingaan op de tragische gevolgen van ons naïef en bijna a-politiek idealisme. De verbittering en treurnis van veel van mijn generatiegenoten (en van mezelf in de eerste plaats) spreekt boekdelen. Overigens zijn de besten van mijn generatie al lang dood, of ze zitten in psychiatrische instellingen en denken dat ze K-Pax of zo zijn. Neen, ik wil er niet verder op ingaan en ik ben er ook veel te moe voor. Hoe sterk echter het verlangen naar een nieuwe, betere wereld, zonder onderdrukking en uitbuiting was, kun je nalezen in ‘1968’ van Mark Kurlansky, een zeer spannend en meeslepend boek.

OP ZOEK NAAR MIJN SCHADUW

hc andersen

Vandaag ging ik op zoek naar mijn schaduw. Soms denk ik dat het de enige ware vriend is die me nog rest. Maar wellicht is dat een combinatie van verblinding, ijdelheid en narcisme. Verblind door te lang in de spiegel te kijken? Mijn schaduw heb ik niet gevonden. Het verbaast me niets dat hij het hazenpad heeft gekozen. Voortdurend mijn geweeklaag aanhoren, ook al is het voortreffelijk geformuleerd, moet op den duur moedeloos maken. Dat kan niet anders. Verblind, daarom, liep ik door het centrum van Brussel met niets dan muziek in mijn hoofd. Al het andere was in het niets verzonken; zelfs de politie in de buurt van de Amigo bracht me niet aan het schrikken. En zo gebeurde het dat ik bijna de bijbel kocht, terwijl ik hier thuis al een flink uit de kluiten gewassen exemplaar heb liggen. Net op tijd ontwaakte een heldere gedachte. Dit gaat te ver, leek ze te zeggen. Die sprekende gedachte werd net niet overstemd door Vic Chesnutt, die een klaagzang over jong sterven had ingezet. Dankzij dat lied rees er een andere gedachte op, of veeleer een herinnering aan een overleden broer en vriend, Ludwig, en het overweldigende van die herinnering deed de wereld weer opengaan, de wereld van de levenden en de doden. Zink niet weg in de rampspoed, jongen, laat je niet vernietigen door bijkomstigheden. Schud de platvloerse en onbeschofte mensen, het crapuul met messen in de zakken en geld in de ogen, van je af en omhels degenen die in liefde leven. Of zoals Robin Williams zei: Carpe Diem. Later, in de metro, las ik een interview met Crispin Glover, die treurt over de afwezigheid van een tegencultuur. En ik dacht, zijn treurnis is al een bewijs van het bestaan van een tegencultuur. Met die tegencultuur, die de echte cultuur is, wil ik me opnieuw vereenzelvigen. Daar ligt de toekomst. Ooit is het met liefde en de absolute zekerheid van de authenticiteit van de eigen stem begonnen. Als je de weg terugvindt, met of zonder Ariadne, naar die oorsprong, dan raak je weg uit dit labyrint van tegenslag, mislukking en verdriet. Opnieuw de schittering zoeken, het sublieme, niet zozeer in je spiegelbeeld, maar vooral in de andere mensen, die je tegemoet treden als je dat het minst verwacht. Treed jij hen nu ook maar tegemoet. Maar wees voorzichtig, man!

“‘Weet u wie daar woonde in het huis van de overbuur?’ zei de schaduw, ‘dat was de verrukkelijkste van allen, dat was de poëzie! Ik was daar gedurende drie weken en dat werkt net zo in, alsof men gedurende drieduizend jaar leefde en alles las wat er gedicht en geschreven was, want dat zeg ik en dat is waar. Ik heb alles gezien en ik weet alles!'” H.C. Andersen, De schaduw.

DE SLAPERIGE OGEN VAN CHARLOTTE RAMPLING

posing_0064

Een tijdje geleden wilde ik het nog hebben over de slaperige ogen van Charlotte Rampling, maar dat lukte niet meer omdat ik in slaap viel. Ook nu lukt het niet, wegens gebrek aan inspiratie. Misschien bestaan de woorden die je daarvoor nodig hebt niet eens. Ik zal het eens aan Patrick Conrad moeten vragen. Charlotte Rampling speelde mee in Conrad’s ‘Mascara’.
Om mij te troosten zet ik hier dan maar een foto, waarop Charlotte Rampling’s ogen heel goed te zien zijn.

Zo zijn we allemaal tevreden en kunnen we van onze welverdiende rust gaan genieten.

TOEVALLIG PATTI SMITH’S BIRDLAND?

orgone

Ik luister al de hele middag naar mijn persoonlijke jukebox. Ik heb de voorbije maand of zo heel precies 2335 songs op mijn harde schijf gezet. Mag ik het herhalen? Ik ben geen dief. Die songs komen allemaal uit mijn eigen cd-collectie. Overigens weet ik niet of mensen die liederen van het internet halen (zonder ervoor te betalen) wel dieven zijn. Ik wil dat hier buiten beschouwing laten, er is al voldoende over gediscussieerd en er zal nog veel over gediscussieerd worden. De indruk die ik heb is dat mensen die muziek kopiëren vaak ook heel veel muziek kopen en zodoende veel te veel geld uitgeven aan modieus geneuzel op een dwaze beat. Where have all the good times gone, met andere woorden.

Terwijl de muziek op de achtergrond weerklonk zat ik wat te lezen op een website gewijd aan Wilhelm Reich. Ik was daar nog maar een paar minuten mee bezig toen zomaar opeens de woordenvloed die Birdland heet (van Patti Smith, en op een wijze beat) uit de luidsprekers golfde. En over wie gaat die song? Over Peter Reich en over zijn vader, Wilhelm. Patti Smith roept in Birdland de vreemde wereld van Wilhelm Reich op en vertelt onder meer hoe hij zijn zoon een nachtelijk bezoek brengt aan het stuur van een UFO:

“It was if someone had spread butter on all the fine points of the stars’
Cause when he looked up they started to slip.
Then he put his head in the crux of his arm
And he started to drift, drift to the belly of a ship,
Let the ship slide open, and he went inside of it
And saw his daddy ‘hind the control board streamin’ beads of light,
He saw his daddy ‘hind the control board,
And he was very different tonight’
Cause he was not human, he was not human.”

Een vreemd toeval toch wel dat mijn jukebox uit 2335 songs heel precies Birdland kiest. Wat heeft dit te betekenen? André Breton spreekt van “verbijsterende coïncidenties”, over “bepaalde samenlopen van omstandigheden die ons begrip verre te boven gaan en die het ons slechts mogelijk maken terug te keren tot een beredeneerde activiteit indien we, in de meeste gevallen, het instinct tot zelfbehoud te hulp roepen.” Het is zeer zeker een verbijsterende coïncidentie dat Wilhelm Reich’s ontregeling van de zinnen (denk maar aan zijn theorie van de orgonen en zijn karakteranalyse) nogmaals wordt verweven met de verheven razernij van Patti Smith.

Foto: Wilhelm Reich en de orgonen-accumulator

EEN DEFINITIE VAN DE ZIEL

green on red

Er is geen bepaalde reden waarom ik almaar terugkom op de ziel. Ik denk alleen dat er een verband is met mijn liefde voor soulmuziek. In een boek van Michel Onfray las ik iets over het sublieme in verband met de ziel (en zoals je weet was ik zo vol van ons subliem anders-zijn voor ik – nu bijna een week geleden – een toontje lager ben gaan zingen). Onfray schrijft dat het sublieme een vreugde is “die aangrijpend werkt op de ziel, ofwel op hetgeen in de materie de impulsen wekt waardoor je geschokt wordt – het door de cultuur gevormde zenuwstelsel, dat op zijn beurt vormgeeft aan de beschaving.” Hier heb ik dan eindelijk een sluitende definitie van de ziel. Misschien kan ik er voortaan over zwijgen, er van uitgaande dat iedereen weet waarover ik het heb als ik me aan metafysische uitspraken te buiten ga, terwijl ik me tot de rock & roll zou moeten beperken.

Op dit ogenblik luister ik overigens naar een oude plaat van Green On Red, een van de betere bands uit de jaren tachtig, een van de weinige die toen nog gitaar durfde spelen en songs maken over het werkelijke bestaan. Als er iemand is die weet wat er met Dan Stuart is gebeurd: je kent mijn adres. That’s what dreams are made for.

WAARDE VAN ZIEKTE

ziekte,nietzsche

Vandaag te slap en leeg in de ziel om wat dan ook te verzinnen. Dan maar bij Nietzsche te rade gaan. “Waarde van ziekte. De mens die ziek in bed ligt, komt er soms achter dat hij gewoonlijk aan zijn beroep, zijn bezigheden of zijn gezelschap lijdt en door hun toedoen alle voorzichtigheid met zichzelf verloren heeft: hij doet deze wijsheid op uit de ledigheid waartoe zijn ziekte hem dwingt.” (Menselijk al te menselijk [289]).

TROOSTENDE ENGEL

filippino lippi tobias en de engel

Een heel goede vriendin was boos op me omdat ik me zaterdagnacht doelbewust in een onveilige situatie had begeven. Ze zegt dat ik zoals de hindoes moet vertrouwen op God maar wel een paraplu meenemen. Voor een atheïst als ik, zegt ze, komt dat neer op vertrouwen op het leven maar niet dansen op dun ijs. Ze heeft natuurlijk gelijk en nog belangrijker is dat ik me getroost voel door haar bezorgdheid, die volkomen in tegenspraak is met wat ik schreef over het egoïsme van de mensen. Er zijn toch nog lievelingen in deze hel die wij zelf maken. Mensen die we graag engelen zouden noemen en lang in onze armen houden om hun warme te voelen, het vibreren van hun ziel. Toch zou ik nog altijd de vrijheid willen hebben om te kunnen dansen wanneer ik dat wil, ijs of geen ijs. En als je geen risico’s neemt verandert er ook niets en blus je na een tijdje uit. Dat dreigt nu te zullen gebeuren. Wat aanbreekt is een periode van aangename zomeravonden met vrienden, thuis of op terrassen, een gezellige babbel, een paar glazen wijn en dan naar bed. Gedaan met onverwachte ontmoetingen en ‘the kindness of strangers’. Maar wie bepaalt ons lot en hoe weten wij waar wij naartoe gaan? Waar zijn wij eigenlijk? En wie zijn wij?

Foto: Filippino Lippi, Tobias en de engel