EEN GESPREK MET STUART STAPLES

amputees

Een week geleden zat ik aan een tafeltje in Coffee & Vinyl in Antwerpen te praten met Stuart Staples, zanger en componist van de band Tindersticks. Ik had hem al enkele keren ontmoet na concerten in Gent, Brussel en Antwerpen, maar nooit met hem geconverseerd. Te schuchter. Nu kwam hij naast me zitten en heel spontaan ontstond een gesprek. (Mijn goede vriend Neil Fraser, gitarist van de band, had me even tevoren opnieuw aan de zanger voorgesteld.) Tijdens onze conversatie sneden we diverse onderwerpen aan, maar het is onze liefde voor muziek die ons met elkaar verbindt. Of wat dacht je?
Op de achtergrond, een half uur tevoren nog voorgrond, ’No Treasure But Hope’, de in Parijs opgenomen nieuwe elpee van Tindersticks, die op 15 november uitkomt. Het zou wel eens de meest bij de strot grijpende en gloedvolle langspeelplaat van de Britse groep kunnen zijn, al is het moeilijk om hun oudere werk te overtreffen (vanaf hun debuut uit 1993, Tindersticks, tot The Waiting Room uit 2015). We komen van ver, zegt Stuart. Onze eerste elpee kwam zesentwintig jaar geleden uit. Dat lijkt een eeuwigheid geleden. Ik was een andere man, jong, romantisch, vol bewondering voor mijn muzikale helden, onder meer Scott Walker, Leonard Cohen, Townes Van Zandt, Joy Division en Nick Cave.

tindersticks-colour-

The Amputees, de single die samen met foto’s van het hoesontwerp [1] voor de nieuwe elpee die avond in Coffee & Vinyl werd voorgesteld, is net afgelopen. Ik vraag me af over wie het lied gaat. Want het klinkt net zo triest als de donkerste songs van Townes Van Zandt of James Carr. Denk aan Still Looking For You of That’s The Way Love Turned Out For Me, hoewel de muziek van Tindersticks daar qua stijl niet meteen op lijkt.
Er klinkt wanhoop in Stuart Staples’ stem, schrijnend verdriet, dat verhevigt naarmate het lied vordert en dat een hoogtepunt bereikt als hij op het einde wel twaalf keer de woorden I miss you so bad herhaalt. Je hoort de pijn van een amputatie die plaatsvindt in de ziel. De zanger heeft het wel vaker over gedoemde relaties maar slechts zelden heb ik hem met zo’n intense droefheid over het einde van een liefde horen zingen. Gaat de song over iemand die Stuart kent, een vriend of vriendin, een van de bandleden? Over hemzelf? Dat laatste lijkt me onwaarschijnlijk: hij en zijn vrouw, de kunstenares Suzanne Osborne, zijn al heel lang samen en als hij haar naam uitspreekt is dat met veel tederheid. Ik dacht even dat het over de brexit ging, mompel ik, om een pijnlijke stilte te doorbreken. Al is dat gedoe evenmin iets om vrolijk van te worden. Nee, het gaat niet over de brexit, zegt Stuart. Al is dat een mogelijke interpretatie: als gevolg van de brexit moet ik afscheid nemen van heel wat Engelse vrienden. Ik weet niet of ik nog vaak zal teruggaan. The Amputees gaat niet over één bepaalde persoon. Een huwelijk of een relatie verloopt met ups en downs, dat zal je wel bekend zijn, als je al zo lang getrouwd bent als jullie. Je hebt zo van die wanhopige momenten, échte dieptepunten. Wat betekent je huwelijk nog? Opeens zie je jezelf terug in het verleden, toen je liefde nog pril en onaangetast was. Opeens mis je de vrouw die zij toen was. Het jonge meisje. Je zou willen dat je kon terugkeren, wat niet mogelijk is. Het lijkt op een scheiding. Maar zo’n ogenblik van wanhoop is natuurlijk niet het einde. Nadien sta je weer met je voeten op de grond. Je verzoent je met wie jullie nu zijn. Maar het resultaat van dat moment van vertwijfeling is The Amputees.

kicking

Voor waardevolle muziek moet je online gaan, op YouTube of elders gaan zoeken, zegt Stuart. Op de radio valt niets meer te beleven. Bewonderenswaardig aan België, aldus de zanger, is onze diversiteit, zeker op cultureel en muzikaal gebied. Dat zegt hij omdat hij een groot stuk van de dag naar Radio Centraal heeft geluisterd. Daar hoor je wél nog andere muziek. De radiomakers van Centraal zijn niet bang voor experiment, mislukking, onzuiverheid, kunst. Dat is natuurlijk wel een geval apart, meer dan die zender kun je niet afwijken van de aanvaarde radiofonische concepten.
Je hoort vandaag opnieuw uitstekende muziek, zegt Stuart. Dat vond hij tien jaar geleden niet. Het was toen gedaan met betere rock, indie, r&b, noem maar op. Maar nu staan de zaken er weer beter voor. Kendrick Lamar bijvoorbeeld is fantastisch.
Nick Cave, die van Kicking Against the Pricks, was voor Stuart een openbaring. Tindersticks is het stadium van bewondering al een poos ontgroeid. Je hoort geen de duidelijke invloeden meer in hun composities, in hun sound. De songs van Tindersticks zijn door en door van Tindersticks. Maar destijds waren Nick Cave & the Bad Seeds invloedrijk. De manier waarop Nick Cave composities aandurfde die eigenlijk buiten zijn vocaal bereik lagen is bewonderenswaardig. Hoe hij Something’s Gotten Hold Of My Heart van Gene Pitney aanpakt, dat is subliem. Je moet veel moed hebben om zo’n moeilijke song aan te durven. Gene Pitney was een geweldige zanger, vind je niet? Jazeker, zeg ik, ik heb altijd zielsveel gehouden van I’m Gonna Be Strong en I Must Be Seeing Things. Fantastische zanger, beaamt Stuart. Nick Cave heeft een jongere generatie ertoe aangezet om naar Elvis Presley, Roy Orbison en Mickey Newbury te gaan luisteren, zeg ik. Ja, dat is een grote verdienste van hem, zegt Stuart. De Nick Cave van nu boeit me niet meer zo, gaat hij verder. De bezieling is een beetje verdwenen.
Wat denk je van Alex Chilton? Ook hij heeft zo’n ‘pedagogische’ rol gespeeld. Rockabilly, country, soul, jazz, het kwam allemaal bij hem aan bod. Ook hij wees naar grote voorbeelden uit het verleden. Ook hij zong liedjes die hij niet aankon, maar deed het toch met verve. Jammer, dat hij er maar weinig erkenning voor kreeg. Ach, zegt Stuart, ik denk niet dat hij daar wakker van lag. Hij deed het voor de muziek, succes maakte hem niet veel uit. Hij was trouwens een buitengewoon songschrijver. Holocaust is een van de mooiste liedjes die ik ken, zegt Stuart. Townes Van Zandt is ook zo iemand, en er zijn er nog. Muzikanten die het niet voor de roem deden, maar for the sake of the song.
Ik vraag hem of hij Hurray for the Riff Raff kent, de band van Alynda Lee Segarra. Nee, maar ik zal er naar luisteren, zegt hij.

We praten over Claire Denis. Stuart Staples en Tindersticks maakten de soundtracks voor bijna al haar films sinds Nenette et Boni (1996). Ze is een heel bijzondere vrouw, zegt Stuart. Je maakt haar niets wijs. Ze is al redelijk oud, zeker in de zeventig, maar ze laat zich door niemand doen, ze gaat altijd haar eigen weg. Beau Travail, over het Franse vreemdelingenlegioen, is mijn favoriete film van haar, en Trouble Every Day. Die twee zijn inderdaad subliem, maar op dit ogenblik gaat mijn voorkeur naar 35 Rhums, zeg ik. (De titel wil mij eerst niet te binnen schieten, en ik plaats het verhaal per abuis in Marseille, terwijl het in een Parijse banlieue van Parijs speelt. Stuart weet meteen welke film ik bedoel, noemt de titel maar corrigeert me niet wat betreft de plaats van handeling. Een echte gentleman.)

claire denis

Wat klinkt de nieuwe plaat toch geweldig. Opvallend is het gitaarspel. Ik hoor opeens een echo van the Velvet Underground, meer bepaald van Pale Blue Eyes. Stuart glimlacht even. Neil heeft nooit beter gitaar gespeeld dan op deze plaat, zeg Stuart.

Stuart en Suzanne wonen al lang in Frankrijk. Ik dacht dat ze daar tevreden waren met hun leven, maar nu blijkt dat hij naar Griekenland wil verhuizen. De Grieken hebben iets anarchistisch, vindt hij. Zeker nu. Ze aanvaarden geen gezag meer. Je voelt bij hen een immens verlangen naar vrijheid. Waar in Griekenland? In Ithaka, het kleine eiland waar Odysseus vandaan kwam en naar waar hij na zijn omzwervingen terugkeerde. Dan wordt Suzanne je Penelope die op je zal wachten tot je terugkeert van een tournee. Suzanne zal niet lijdzaam zitten wachten, neem dat maar van me aan. Ik vertel hem het tragische verhaal van mijn schoonbroer, Bruno, op het eiland Mykonos. Stewart luistert aandachtig. Die moderne tragedie zal hem echter niet tegenhouden om als het ogenblik gekomen is naar Ithaka te verhuizen. Het is maar een klein eiland, 96 vierkante kilometer. Er wonen slechts drieduizend mensen. Het is er veilig.
Je zou net zo goed in Portugal kunnen gaan wonen, nog een Europees land dat zich op positieve wijze onderscheidt van de rest van ons continent. Ja, Portugal is ook een mogelijkheid. We hebben er vaak met veel plezier opgetreden. Portugezen zijn fijne mensen. Maar het wordt er erg druk. Grote Franse bedrijven investeren nu in Portugal. Er is heel veel toerisme in Lissabon en Porto. Ik houd van de platen van Madredeus, voegt hij eraan toe. Ik heb de groep leren kennen in de film van Wim Wenders, Lisbon Story (1994), ik werd meteen verliefd op Teresa Salgueiro, zeg ik. Om te rusten leg ik nogal eens hun plaat O Paraiso op. Dat bedoel ik niet negatief, eerder als lof. Soms val ik erbij in slaap, soms bereik ik er de grenzen van het paradijs mee. Soms word ik er voor enkele minuten toegelaten. Stuart glimlacht. Ik begrijp wat je bedoelt, zegt hij. Je kunt er bij wegdromen.

dav

[1] Foto’s van de videoclip voor de single The Amputees. Regie en knipwerk: Stuart Staples. Foto’s: Neil Fraser. Art direction: Suzanne Osborne.]

Afbeeldingen: The Amputees, foto’s tegen de wand in Coffee & Cigarettes, Martin Pulaski; Tindersticks, 2019, Richard Dumas & Suzanne Osborne; Nick Cave & the Bad Seeds, Kicking Against the Pricks; Claire Denis, fotograaf onbekend; Stuart Staples en ik in Coffee & Vinyl, Agnes Anquinet.

KOPENHAAGSE BEELDEN

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 012

Soms zegt één beeld meer dan duizend woorden, zeg je. Soms ben ik het met je eens. Onze tijd is gek van fotografie, maar kijkt onze tijd ook nog naar foto’s? Zijn er niet te veel om ze nog aandachtig en van dichtbij te kunnen bekijken? Om ze te zien? Wat is dat toch met al die foto’s, met al die fotoboeken op salontafels? Wat is dat met het verschuiven van onze aandacht van plastische kunst naar fotografie? Al die bedevaarten naar fototentoonstellingen, waar zijn die goed voor? Wat heeft onze tijd eraan? Wat doet hij ermee? Volstaat het moment niet langer? De belevenis? De ervaring?
Al dat treuren om overleden fotografen, ook nu weer om Robert Frank, Peter Lindbergh en Fred Herzog, wat betekent dat toch? Want ik weet het niet. Ik maak ook maar wat foto’s. Snapshots zijn het, meer niet.

In juni reisde ik per trein naar Hamburg en van daar naar Kopenhagen. Hoewel ik nog zwak was van een lange ziekte beleefde ik er mooie en intense momenten. Tijdens de reis had ik te weinig energie om wat dan ook te noteren, maar ik wilde toch een aantal indrukken onthouden. Het geheugen gaat er niet op vooruit, hoor ik je zo vaak zeggen. En dat stel ik nu ook aan den lijve vast. Deze foto’s zijn een soort van dagboeknotities. Maar ze hebben minder moeite gekost dat die in woorden. Zeggen ze ook meer?

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 074

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 078

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 088

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 098

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 103

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 106

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 151

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 158

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 181

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 196

crosby 2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 253 b

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 201

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 223

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 242

Beelden: van Puttgarden naar Rødbyhavn; Kierkegaards graf; een groepje Italianen aan Kierkegaards graf; Ben Websters graf; Christiansborg (x3); Louisiana; Pipilotti Rist; Yayoi Kusama; Karel Appel; Njideka Akunyli Crosby; zwemmers in Louisiana; Louisiana; hotelkamer ’s ochtends.

HAMBURGSE BEELDEN

In juni reisde ik per trein naar Hamburg en van daar naar Kopenhagen. Hoewel ik nog zwak was van een lange ziekte beleefde ik er mooie en intense momenten. Het heeft weinig zin die hier op te sommen. Tijdens de reis had ik te weinig energie om wat dan ook te noteren en om de hoogtepunten nu vanuit het geheugen te gaan reconstrueren, dat is niets voor mij. Ik zou zeer waarschijnlijk in clichés vervallen. Daarom liever een reeks foto’s.

IMG_20190618_163219

IMG_20190618_175727IMG_20190619_113500 franz radziwillIMG_20190620_215038

IMG_20190621_183813

Afbeeldingen: in Speicherstadt; aan de Elbe; een schilderij van Franz Radziwill; restaurant Fischerhaus; een café in Sankt-Pauli (heel wat rustiger dan in Der goldene Handschuh.)

VERKOELENDE REGEN

magritte__lapleinedel'air

Zelden heeft de regen me zo in verrukking gebracht als vandaag. Toen ik weer thuis was van de supermarkt, nog nagenietend, dacht ik aan Hölderlins “verkoelende regen” en het water in de mystieke songs van Van Morrison. Vier dagen lang heb ik moedig weerstand geboden aan de hitte. Maar de verleiding om op de houten vloer te gaan liggen was groot. Wat me dan weer te fatalistisch leek. Om het half uur de handen en armen en soms ook het hoofd onder het koude water houden bracht geen soelaas. De dagen gingen nooit zo traag voorbij als de afgelopen week. Bijna wanhopig wachtte ik op het einde van die genadeloze hittegolf. Ik zal niet de enige zijn. En het ondergaan van een dergelijke hitte heeft ook iets orgastisch, als een kleine dood. Als dat een troost mag zijn.

Ik weet niet hoeveel graden het in ons appartement was, maar ook met alle ramen en gordijnen dicht in het donkerste hoekje van de minst hete kamer was het te heet en kon ik maar met moeite ademhalen.

Naar de dichtstbijzijnde metrohalte is ongeveer een kwartier lopen. Ik heb het drie keer gedaan;  het lijkt wel of je door een oven loopt. Na enkele uren koelte in de bioscopen Palace en Toison d’or en het Magritte Museum en in de koele galerijen aan de Naamsepoort moet je toch weer opnieuw de hitte trotseren. Weer de metro in en een kwartier via een omweg door een verschroeid park naar huis lopen, een slapeloze nacht tegemoet.
Maar wat een luxe dat wij deze regen hebben. Dat ons op het einde toch nog ten deel valt waar we gedurende die oeverloze dagen zo naar hebben uitgekeken.

Afbeelding: René Magritte, La plaine de l’air (1940)

SIRENENZANG IN BRUSSEL

IMG_20190701_093324

Altijd weer als je terugkeert uit het buitenland valt het je op hoe smerig Brussel is. Je hoeft maar enkele stappen buiten het Zuidstation te zetten om al meteen te willen terugkeren naar de plek waar je vandaan komt. Brussel moet zowat de vuilste en lawaaierigste stad van Europa zijn. Bovendien blijft het een erg gevaarlijke stad. Een paar dagen geleden las ik op facebook nog dat Tom Hox, een muziekliefhebber die ik soms in de AB tegen het lijf loop, enkele dagen geleden werd overvallen, pal in het centrum van de stad. Dat is zo erg dat ik er sprakeloos van word. Bij dergelijk nieuws word je geconfronteerd met je machteloosheid, met je woede die zich niet kan manifesteren, die zich op niets concreets kan richten. Zelf ben ik in het centrum van Brussel ook meermaals overvallen en beroofd, in de jaren negentig meer dan daarna. Twee of drie keer ben ik zo in het ziekenhuis beland. Gewond, werkonbekwaam, posttraumatische shock.
Kennelijk is er niet veel veranderd. Komen ‘onze’ politici niet buiten? Maken zij de vergelijking niet met steden als Berlijn, Stockholm, Kopenhagen, Sevilla? Worden zij met hun chauffeurs van de ene vergadering naar de andere gevoerd, en tussendoor bij de escortes? Hebben zij geen oog voor de realiteit? Ruiken zij de urinestank niet? Denken zij alleen maar aan goedbetaalde postjes? Ook het vervuilende en soms dodelijke verkeer wordt geen halt toegeroepen. Nergens is het zo druk als in Brussel en in de wagens zie ik voornamelijk eenzame mannen (en wat vrouwen).

Ik hoopte dat dank zij de mooie uitslag (dacht ik) van de voorbije verkiezingen de ergste pijnpunten heel snel zouden worden aangepakt. Maar ik zie helemaal niets veranderen. Integendeel: tijdens mijn wandelingen ontwaar ik overal vuilnis en voel dreiging op elke staathoek. “Everybody on the street / has murder in his eyes”, zong Steely Dan op ‘Can’t Buy a Thrill”, zo lang geleden. Overdreven, dacht ik, maar nu denk ik er anders over. Na zonsondergang haast ik mij meestal naar huis, want mijn leven is me lief. Soms echter kan ik de lokroep van de stad niet negeren: Brussel is ook zo’n mooie stad en heeft op elke dag zoveel te bieden, ook ’s avonds en ’s nachts. Dan wil ik de sirenenzang horen en hoop ik dat ik na afloop van het laatste lied net als Odysseus ongeschonden weer naar mijn eiland zal kunnen terugkeren.

IMG_20190701_093355

Foto’s: Martin Pulaski, Brussel, juni 2019

OP VOORSCHRIFT VAN DR. JOHN

dr john 5

De stem, de muziek, de songs en de persoonlijkheid van Malcolm John Rebennack, beter bekend als Mac en beroemd als Dr. John, bezitten voor mij en mijn vrienden en waarschijnlijk voor iedereen die van muziek houdt een magische, bijna bovennatuurlijke kracht en schoonheid. Wat ergens wel vreemd is want het ritme dat het leeuwendeel van Dr. Johns songs en van zijn beste albums zo veerkrachtig en aanstekelijk maakt is honderd procent van de aarde, van het lijf, van het kloppende hart. Maar als je daar even bij stilstaat is dat toch weer niet zo vreemd: aarde, lichaam en geest vormen een magisch geheel en muziek is transcendentie van de natuur in de mens. Een mooie vaststelling op deze dag van Pinksteren, al hoef je niet echt in de Heilige Geest te geloven, om door de grooves van Dr. John geroerd te worden (en als de sterren in de juiste constellatie staan, uit je verkrampt lichaam te treden en op te gaan in iets wat ons met elkaar en met het één-en-al – of  Ἓν καὶ Πᾶν in het Grieks – verbindt).
Overigens denk ik dat de dokter bij al deze metafysica eens flink zijn wenkbrauwen zou optrekken. Je hoeft mij ook helemaal niet te geloven. Luister gewoon naar zijn platen, in je luie zetel, in een donkere kamer, in de keuken, op een boot, in de trein, op de dansvloer, in de weide, boven op een berg of op het strand. Altijd zal geluk en betovering je deel worden. Je bent tenslotte een mens en een mens is vooral zwak. De allergrootste componisten en muzikanten kunnen je sterker en beter maken, kunnen je zelfs genezen. Malcolm Rebennack is een van die allergrootsten.  Dat schrijf ik in de tegenwoordige tijd.

dr-john-2

Got many clients come from miles around, running down my prescription. I got my medicine, to cure all your ills. I got remedies of every description. Aldus Dr. John Creaux, die mij sinds 1968 tot zijn trouwe en gehoorzame cliënten mag rekenen. Dit is een lijst van de heilzame middelen die hij me sinds mijn achttiende verjaardag voorschreef:

Gris-Gris Gumbo Ya Ya
Danse Kalinda Ba Doom
Mama Roux
I Walk on Guilded Splinters
Gris-Gris (1968) (Atco, 33-234)

Glowin’
The Lonesome Guitar Strangler
Babylon (1969) (Atco, SD 33-270)

Loop Garoo
What Goes Around Comes Around
Remedies (1970) (Atco, SD 33-316)

Black John the Conqueror
Where Ya at Mule
The Sun, Moon & Herbs (1971) (Atco, SD 33-362)

Blow Wind Blow
Junko Partner
Dr. John’s Gumbo (1972) Atco, SD 7006)

Right Place Wrong Time
I Been Hoodood
Cold Cold
In the Right Place (1973) (Atco, SD 7018)

Quitters Never Win
Mos’ Scocious
(Everybody Wanna Get Rich) Rite Away
Desitively Bonnaroo (1974) (Atco, SD 7043)

Wild Honey
City Lights (1979) (Horizon/A&M, SP-732)

Mac’s Boogie
Saints
Dr. John Plays Mac Rebennack, Vol. 1 (1981) (Clean Cuts, 705)

Marie La Veau
Your Average Kind Of Guy
The Brightest Smile In Town (1983) (Clean Cuts, 707)

Black Night
In a Sentimental Mood (1989) (Warner Bros., 25889)

Milneburg Joys
Didn’t He Ramble
I’ll Be Glad When You’re Dead , You Rascal You
Cabbage Head
Goin’ Back to New Orleans (1992) (Warner Bros., 26940)

Television
Limbo
Witchy Red
Television (1994) (GRP/MCA, 4024)

There Must Be A Better World Somewhere
I’m Confessin’ That I Love You
Afterglow (1995) (Blue Thumb/GRP/MCA, 7000)

Voices In My Head
John Gris
I Don’t Wanna Know
Anutha Zone (1998) (Point Blank/Virgin/EMI, 46218)

I’m Gonna Go Fishin’
It Don’t Mean a Thing
Satin Doll
Duke Elegant (2000) (Blue Note/Parlophone/EMI, 23220)

Holdin Pattern’
Take What I Can Get
One 2 A.M. Too Many
Creole Moon (2001) (Blue Note/Parlophone/EMI, 34591)

Marie Laveau
Dis, Dat or D’Udda
Chickee Le Pas
I Ate Up the Apple Tree
Time Marches On
N’Awlinz: Dis Dat or d’Udda (2004) (Blue Note/Parlophone/EMI, 78602)

Calm in the Storm
Sippiana Hericane (2005) (Blue Note/Parlophone/EMI, 45687)

Locked Down
Revolution
Ice Age
Locked Down (2012) (Nonesuch/WEA, 530395)

Nobody Knows the Trouble I’ve Seen
When You’re Smiling (The Whole World Smiles With You)
Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch (2014) (Concord/UMe, 35187)

Bad Neighborhood – Ronnie & the Delinquents
Morgus the Magnificent – Morgus & the Ghouls
Storm Warning – Mac Rebennack
Good Times In New Orleans – 1958-1962 (Soul Jam, 2016)

dr john 3

Andere zaligmakende middelen laat ik voorlopig buiten beschouwing. Al hebben de brouwsels van  Mac’s collega’s en assistenten mij meermaals van een gewisse (zielen)dood gered. Daarvoor dank ik onder meer John Hammond Jr., Mike Bloomfield (Triumvirate), the Band, Levon Helm, Rickie Lee Jones (Makin’ Whoopee), Doug Sahm, Bob Dylan (Wallflower), the Rolling Stones (Exile On Main Street), Van Morrison (A Period of Transition), Ringo Starr, Jimmie Vaughn, Canned Heat, Leon Redbone, B.B. King, Willie Nelson, Snooks Eaglin, the Meters, Allen Toussaint, Greg Allman en David Bromberg.

dr john 4

You gotta pull together, go hand in hand. You really got to do your best.
Wouldn’t it be a perfect sight to see: the whole world filled with happiness.
Everybody let’s sing, sing, sing? (Let freedom ring)
(Everybody let’s sing, sing, sing?)
Let’s all pitch in to do our thing, make a better world to live in.
Earl King

ROLL ON DR. JOHN

sdr

Mac Rebennack has left us
Doctor John the Night Tripper is gone to the Eternal Bayous
He was and always will be a musical hero
A subtle subversive role model
A guiding light
Very early in my life he showed me the way to New Orleans
Where some of the best music in the world was concocted
Where some of the best music in the world is still being played
Jazz blues voodoo funk soul rhythm and blues and so on
Doctor John’s spirit will keep on haunting me in a positive way
Danse Kalinda Ba Doom & Let’s Make a Better World!