DE GEEST VAN ROCK & ROLL

marina

Tequila als medicijn tegen nostalgie en afgrijzen. De dagen na 1956, na Hongarije, na de wereldhonger van de twee verbeten broeders. Het groene loof en de dennen lachten hem toe toen hij met zijn jonge bruid de paden plat trad. Maar het sprookje bevatte ook een beproeving: verbanning in een oneindig woud. Lang voor het midden van het leven vond hij al geen uitweg. Mission Impossible. Kuifje in de hel, tussen de vijanden in nonnenkleren, die hem nog het liefst van al dood hadden geknuppeld.Een wildernis, nog zonder beschaving. Tenzij die van de zoetere huid van de jonge vrouwen voor wie hij danste als een bosgod. Je had zijn grimassen moeten zien, zijn rubberen gewrichten. Allemaal voor de witgejurkte bosmeisjes. Zij vonden hun orgasme uit tijdens zijn ontdekking van de rock & roll. Graag hadden ze hem in hun bed genomen. Maar er waren hindernissen, heilige en schijnheilige normen. Was hij niet veel te jong?

Overigens droomde hij zelf van een andere, zuivere liefde voor een meisje even ongeschonden als hij. Zo bestonden er volgens hem twee, de ene een Griekse, de andere half Hongaars. Veronica S en Henriëtte P. Was hij een vriend van de vreemden? Ja. Het kon ook niet anders. Hij was zelf een vreemde.Hij dacht, laten we maar eens écriture automatique proberen. Zoals in de naïeve tijd na 1956. Maar hij denk teveel na. Keer terug in de tijd… De tijd dat hij gekweld en gelukkig was. Een heilige die de wereld van goud zou maken, dacht hij. Hoe? Dat zou hij onderweg wel zien. Mission Impossible. Voorlopig was er toch al het lichaam, zacht en hard als koorts. Vrouwen werden zwanger en bevielen…

Niet dat alles gesmeerd liep. Ze waren geen machines, liepen niet op wieltjes. Voorlopig waren er boeken. Hendrik Conscience, Dostojewski, Tolstoj, Alexandre Dumas. Voorlopig was er rock & roll. Wat hij rock & roll noemde. Elvis Presley. Het verdriet van Connie Francis en het wild genot van Wanda Jackson. Fats Domino met zijn platte kop en New Orleans funk. The Land Of 1000 Dances. Little Richard’s oerschreeuw. De geboorte van de soul en meteen ook van de zwarte country in de stem van Ray Charles. Alles moest nog beginnen: weelderige angsten, tulpensnijdend lachen.

Weet je wat je bent? Een benevelde agrariër. Armand zei dat, en hij had gelijk. En alles wat je zegt ben je zelf. Uit rock & roll geboren. Was dat Nietzsche, die dat zei?

 

DAGEN ZONDER ZORGEN

Slapeloze nachten en dagen zonder dromen. Boeken blijven toe, poriën gesloten. Je vraagt me iets nieuws te schrijven, maar er is niets nieuws. Alleen maar klachten, zoals je ziet. Ik denk dat het beter is de dingen op hun beloop te laten; het water in de rivieren stroomt zo ook wel naar de zee. We kunnen er wel eens in zwemmen of pissen of vissen, maar veel meer is niet mogelijk. Je kunt natuurlijk net zo goed een wijsje fluiten als zwijgen of een blues aanheffen in plaats van over maagkwalen en muffe slaapkamers te zaniken. Dat kan allemaal, maar ook dat zal geen renaissance veroorzaken. Sommige mensen zijn voor kleine nachtmuziekjes geboren, anderen, zoals Matthew Barney, waar S. en ik het deze middag over hadden, voor schetterende trompetten en paukenslagen. De ene mens houdt het bij schaarste, de andere plooit zich naar overvloed.

Deze morgen hoorde ik Ray Davies nog eens zingen:You worry ‘bout yourself /What’s the use of worrying now you’re almost grown / You worry ‘bout your own / What’s the use of worrying ‘cause you’ll die alone / Times will be hard, rain will fall / And you’ll feel mighty lowBut the world keeps going round / The world keeps going round / You just can’t stop it / The world keeps going round (uit: The World Keeps Going Round). Troostende woorden zijn dat, uit de mond van een eenvoudige Britse jongeman.

FREUD EN DE MARTELAERE

Het is een mooie lentedag. Je zou kunnen gaan denken dat alles is zoals het hoort te zijn. Je hebt niet echts iets te melden, maar je voelt dat er iets smeult. Je bent niet echt tevreden en zeker ben je niet gelukkig. In cafés zoek je vreemden op om hen niets te melden en ook hier op deze vreemde plaats heb je niets te melden, tenzij misschien via een omweg, met de betekenisvolle woorden van anderen.

Bij Freud lees ik: “Ik herinnerde mij indertijd in de kliniek van Charcot te hebben gezien en gehoord dat bij personen met hysterisch mutisme het schrijven plaatsvervangend optrad voor het spreken. Zij schreven vlotter, sneller en beter dan anderen en dan voordien. Hetzelfde was bij Dora het geval geweest. Tijdens de eerste dagen van haar afonie was haar ‘het schrijven altijd bijzonder gemakkelijk afgegaan’. Deze eigenaardigheid vereist als uitdrukking van een fysiologische substituutfunctie, die door de behoefte wordt gecreëerd, eigenlijk geen psychologische verklaring; het was evenwel opmerkelijk dat een dergelijke verklaring toch gemakkelijk kon worden gevonden. (…) Het was dus mogelijk Dora’s afonie op de volgende wijze symbolisch te duiden: wanneer de man van wie zij hield afwezig was, zag zij van het spreken af; het had zijn waarde verloren omdat zij niet met hem kon spreken. Daarentegen kreeg het schrijven betekenis als het enige middel om met de afwezige in contact te komen.” Uit: “Ziektegeschiedenissen 2, Fragment van een analyse van een geval van hysterie.” (pagina 61 ev.)

Freud heeft het wat verder over de bedoeling van het ziek worden. Bijvoorbeeld een kind dat ziek wordt om de liefde van zijn ouders te krijgen, een vrouw omdat haar man te weinig naar haar omkijkt en geen geld aan haar wil uitgeven. Het klinkt eigenlijk toch allemaal geloofwaardig.

Bij Patricia De Martelaere, over de narcistische objectkeuze, de objectkeuze op grond van affiniteit met het ik. Voor Freud is het van doorslaggevend belang “omdat het, gezien de genetische prioriteit van het narcisme onvermijdelijk meespeelt in elke (ook niet narcistische, in enge zin) objectkeuze. Bovendien is ook het voor het psychisch welbevinden van de mens zo belangrijke zelfgevoel wezenlijk afhankelijk van de narcistische libido. En Freud merkte het al op: de libidobezetting van een object (het beminnen, om het wat mooier te zeggen) verhoogt het zelfgevoel niet, integendeel, de afhankelijkheid van het liefdesobject werkt bepaald vernederend voor het ik; uit een buitengewoon grote libidinale objectbezetting volgt een even buitengewone ikverarming. Wat betekent dit? Het betekent dat het ik – het narcistische ik dat we allemaal zijn – eigenlijk liever niet zou beminnen, nooit, omdat het dan in zijn zelfgenoegzaamheid wordt bedreigd en een stuk van zichzelf verliest. Maar blijkbaar is er geen ontkomen aan: we hebben objecten nodig, we moeten beminnen, ondanks onszelf. De enige mogelijkheid om althans een relatieve toestand van zelfgenoegzaamheid te herstellen (…) bestaat erin ons zo snel mogelijk door het beminde object terug te doen beminnen, en liefst in dezelfde mate als we zelf beminnen, zodat we precies evenveel van het object terugkrijgen als we erin verliezen (…). Bemind worden, wat een geruststellende zaligheid – zonder de kwellingen en onzekerheden van het beminnen erbij.” (Een verlangen naar ontroostbaarheid, pag. 86-87. )”De melancholicus is deze desperate verliefde, de minnaar die maar één keer wil beminnen en die dus, zelfs in het fortuinlijke, maar hoogst onwaarschijnlijke geval van een exclusieve wederliefde, wel compleet verlamd moet worden door de gedachte aan het mogelijke verlies van zijn object. Door de radicaliteit van zijn investering loopt hij immers het risico op een even radicaal zelfverlies, zodat hij niet anders kan dan het beminde object met al zijn kracht haten, al was het alleen nog maar omdat het zou kunnen weggaan.” (pag. 89)

DE MELANCHOLIE VAN LILIUM

Het sluimerende bewustzijn bij het begin van de lente is iets om te koesteren. Die dierlijke loomheid waarbij het verlangen naar het hart van de wereld toch al op de loer ligt. Je zal geen revolutie ontketenen, maar voor de rest is alles mogelijk. De film Sideways heeft je enigszins verzoend met je mislukkingen en heeft je heel veel zin gegeven om naar Californië te reizen en er wijn te gaan drinken. Cool jazz, zonneschijn, vriendelijke mensen en zinnenstrelende wijngaarden. Nu nog een rijbewijs halen.Ik heb de voorbije dagen met bijzonder veel genoegen geluisterd naar Short Stories van Lilium (het project van Pascal Humbert en Jean-Yves Tola uit 16 Horsepower). Zeker het nummer Sorry met gastzangers Tom Barman en Kal Cahoone klinkt aangrijpend. Tijdloze melancholie en grenzeloze begeerte op muziek gezet. Ja, woorden schieten altijd tekort als je iets over muziek wil uitdrukken.

WILHELM REICH VERNIETIGT HET KARAKTER

reich_artist_01

De eerste echte lentedag. Maar voorlopig toch een dag die weinig om het lijf heeft. Een zieke vriend met wie ik het bureau deel, met als gevolg veel geklaag, ook van mijn kant, want als hypochonder ben ik daar zeer bedreven in. Ooit was ik een wandelende encyclopedie van huidziekten. Die zijn nu al lang allemaal verdwenen, op miraculeuze wijze zou je bijna denken, want ik heb er niets tegen gedaan. Nu heeft de vijand zich geconcentreerd op mijn darmen: irritable bowel syndrome, noemt hij zich nu al een hele tijd. In deze gedaante bestrijd ik mijn vijand wel, maar nog altijd zonder resultaat. Het is een pijnlijke zaak en zeker niet prettig als je graag lekker eet en drinkt. Gisteren ben ik, door wanhoop gedreven, bij de acupuncturist geweest, in de hoop dat de naalden soelaas zullen bieden. Als dat niet werkt zal ik moeten berusten. Het is allemaal de schuld van de economie. Als we het niet druk druk druk hebben bestaan we niet voor de anderen. Die levenswijze wordt ons opgedrongen door de spektakelmaatschappij, het ‘empire’ zo je wil. Wij moeten produceren en consumeren. Dat is onze enige rol en velen onder ons denken daarin de zin van hun bestaan te kunnen vinden. Geloof het maar. We zullen pas de zin van ons bestaan vinden als we ons aan het spektakel onttrekken, het ons opgedrongen masker (of karakter) vernietigen (Wilhelm Reich) en onze identiteit heropbouwen als een nieuwe stad van liefde en vriendschap. Waar wachten we op? De toekomst lacht ons toe: het is de eerste lentedag.

FAMILY LIFE

family life - ken loach 4

Vorige zaterdag zag ik op televisie Family Life van Ken Loach. Ik was vergeten hoeveel indruk die film destijds (1971) op mij had gemaakt. Samen met de boeken van Ronald Laing, David Cooper, Gilles Deleuze) en Félix Guattari heeft Ken Loach mijn manier van leven en denken veranderd. Ik heb in die periode begrepen dat het gezin vaak een rampzalige invloed had op de kinderen, dat waanzin, schizofrenie (of wat men zo noemde), enzovoort, vaak het gevolg was van familiale omstandigheden, met name van de double bind (wat in Family Life uitstekend wordt aangegeven in de relatie moeder-dochter). De double bind-theorie is afkomstig van Gregory Bateson. Het gaat eigenlijk over paradoxale communicatie. De ouders geven een bepaalde boodschap aan hun kind, maar tegelijk beletten ze het om wat gevraagd wordt ook uit te voeren. Als het kind doet wat de ouders vragen, doet het iets verkeerd. Doet het dat niet dan doet het ook iets verkeerd. Het gevolg is dat het niets meer doet en apathisch wordt. Ronald Laing en David Cooper zijn inmiddels dood en vergeten, de anti-psychiatrie wordt afgedaan als een kortstondige trend die geen blijvende invloed heeft gehad en Ken Loach maakt saaie ‘realistisch’ films. That’s life?

family life - ken loach

DONDERSLAGEN BIJ BEWOLKTE HEMEL

1. Als puntje bij paaltje komt ben ik eigenlijk weg. Een lastig parket. (Uitleg na de ijstijd. Als je dan nog bereid bent om onzin te lezen).

2. Op artistiek vlak ben ik een soort van nihilist geworden. Filosofisch ben ik nog altijd op zoek naar een zin. Dat ik er geen vind zal wel invloed hebben op dat artistieke nihilisme. Hoe kun je er een schrijven als je er geen vindt?

3. Goede zinnen vind ik alleen nog bij Musil en Proust. Maar je moet er je tijd voor nemen. Een lange treinreis bijvoorbeeld. Een jaar op de kale berg.

4. Een paar jaar geleden hadden we een literair tijdschrift, getiteld Brutaal. Een vriend van me stelde voor om opnieuw iets gelijkaardigs te gaan doen. Maar dat kan niet. Don’t look back, is de titel van een film van D.A. Pennebaker over Bob Dylan (en een citaat uit een van z’n songs). Dan liever een ander tijdschrift. Rumhoer of zo (humolezers zullen dat waarderen).

5. We kennen het klappen van de zweep.

6. De mensen zijn geen wolven, Los Lobos daargelaten.

7. Weg met de metaforen (en mijn beide oren). Ha! Ha!

8. Alle macht aan de weerzin.

9. Vanavond sardientjes uit blik.

 

GUN CLUB EN WOVEN HAND

gunclubmiami2

Op de achtergrond David Eugene Edwards en Woven Hand. Troost voor de eenzame vent verloren gelopen op de Vlaamse kermis. Ik spits mijn oren voor de stem van een man die kennelijk definitief aan het gewauwel is ontsnapt. Iemand die de tragedie van het bestaan en de onverbiddelijkheid van het lot heeft aanvaard maar toch niet gaat liggen in de sneeuw. Een geestesgenoot van de betreurde Jeffrey Lee Pierce, aanvoerder en bezieler van the Gun Club, wellicht de beste rockband in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Een aanrader is hun tweede album Miami, onlangs heruitgebracht. Luister toch eens naar Mother Of Earth: het is een klacht, een gebed, maar de zanger weet dat het allemaal geen zin heeft, want natuurlijk is er geen god, zoals Hölderlin, en na hem Nietzsche, al zei. Jeffrey Lee Pierce, bijna negen jaar geleden gestorven (31 maart 1996). De Vlaamse kermis vervult mij met afgrijzen. Wat willen al die leeuwtjes toch bereiken. Eigenlijk zijn het haantjes maar dat beseffen ze niet eens. Je wordt er zo moedeloos van. Brussel, Halle, Vilvoorde, jongens toch, lees eens een boek of ga naar de cinema. La chair de l’orchidée, als ik jullie een film mag aanraden, van Patrice Chéreau. (Aan die man zou het Blok nooit subsidies geven, ze zouden hem nog eerder beroven!) Of eens lekker neuken, daar is ook niets mis mee. Maar stop met het geleuter over splitsen en barsten. Stop al jullie energie liever in België, maak daar een mooi land van. Ruim al de rotzooi op. Vriendelijke mensen hebben we nodig, bezieling, verlangen, amour fou. En af en toe the blues, het maakt niet uit in welke taal, het mag zelfs die van Themroc zijn. Het land behoort aan iedereen. Woody Guthrie had gelijk.

Foto: Agnes Anquinet

ONGEWOON VERTREK

vertrek

Dit zijn mijn eerste notities op Hoochiekoochie. Heb ik iets mee te delen? Over het gevecht met duivel van de verveling. Over kopen om aan die Lucifer te ontsnappen. Vandaag gedichten van Pindaros (de uitverkorene van mijn uitverkoren Hölderlin, dat zit wel goed); nog meer gedichten, van Coleridge en Oscar Wilde; Het seksuele leven van Cathérine M. Dat laatste zal ik waarschijnlijk niet lezen. Ik heb er al fragmenten van gehoord in een voorstelling van Needcompany: No comment. Een onvergetelijke ervaring, om dat te horen en te zien, maar het heeft geen zin gegeven om het boek te lezen. Waarom koop ik het dan? Omdat ik niet goed wijs ben, zeker? Boeken zijn trouwens geen cent meer waard. Ik ben het bij De Slegte gaan vragen. Zelfs voor vijfhonderd boeken komen ze niet meer bij je thuis, vooral niet als het om romans en verhalenbundels gaat. Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier.

Gisteren ben ik op zoek geweest naar de oude tijd, dit keer in de muziek. Dat gebeurt wel vaker. Robert Nighthawk, een nogal gespleten bluesman, Earth Opera (met Peter Rowan, Richard Greene en David Grisman) en de eerste elpee van the Allman Brothers Band, uitgebracht in september 1969. Op die dag begon voor ons luisteraars de southern rock. Van Dreams heb ik altijd kippenvel gekregen, gisteravond is gebleken dat dat nog altijd het geval is.  Het nummer roept steevast herinneringen op aan een wandeling in het Zoniënwoud met mijn oude vriend E.. We hebben een kleine cassettespeler bij en opeens weerklinkt dat bijna dreigende en toch dromerige jazzy orgel en even later de machtige stem van Gregg Allman: “Just one more mornin’ / I had to wake up with the blues / Pulled myself outta bed, yeah / Put on my walkin’ shoes, / Went up on the mountain,: / To see what I could see, / The whole world was fallin’, / right down in front of me. Kippenvel en tranen van ontroering.

Toch leef ik niet voortdurend in het verleden, gelukkig maar. Een paar weken geleden zag ik Rilo Kiley en Bright Eyes in de Botanique (hoewel een paar weken geleden: dat is ook al verleden). Ook die twee bands hebben mij behoorlijk van m’n stuk gebracht, vanwege hun lyrische kracht en hun authenticiteit. En Jenny Lewis is natuurlijk een heel mooi meisje.

Foto: François Brouns