DE WRAAK VAN LUC TUYMANS, ETC.

kill bill uma thurman

Enkele opzienbarende uitspraken die ik aantrof in een interview [1] met Luc Tuymans.

Wraak

De visie van Luc Tuymans

“Er heeft bij mij altijd wel het idee van wraak meegespeeld. (…) Dat heeft met mijn jeugd te maken. Ik ben als kind zwaar gepest door de leerlingen van mijn klas. Ik heb altijd gedacht: jullie zullen nog wel zien. En daar ben ik nu mee bezig. Als je ouder wordt, is het belangrijk om je woede goed te beheersen. Maar woedend blijf ik. Milder of waardig ouder worden, is geen optie voor mij. Integendeel, ik word alleen nog woedender.”

jeff tweedy let's go

De visie van Jeff Tweedy

“I wanted to be me, punishing the popular kids with music. I wanted to publicly shame them, to shout at them in song, “How did you not realize when you looked down on me in school that I would become this famous and celebrated, singing song about how this small town couldn’t appreciate me and that’s why I left? Don’t you feel stupid now?”
It was a comforting fantasy as a preteen, but I’ve been disabused of the notion countless times over the years that music is in any way an effective means of revenge. The people in the crosshairs of my scorn, which I expected to respond with full-on biblical weeping and gnashing of teeth, didn’t care. Not only did they not feel punished by the song’s awesome and unforgiving power, they refused to recognize that my musical chastisement had been directed at them. They didn’t care in my third-grade class, and they didn’t care forty years later when we were all grown-ups and I had maybe accomplished enough to deserve a reaction beyond “Oh, you were that guy in French class that I never talked to.””

Sneakers

De visie van Luc Tuymans

“Dan komt er een tentoonstelling in Hongkong bij galerie David Zwirner. Maar die is uitgesteld tot maart 2020 omdat ik in mei aan mijn voet moet worden geopereerd. Er zijn ligamenten doorgescheurd, een gevolg van een aandoening die ik van mijn vader heb geërfd: platvoeten. Maar ik wilde me niet laten opereren vóór Venetië: ik zag het niet zitten om me in Venetië in een rolstoel te moeten verplaatsen. Dat is onmogelijk met al die bruggetjes. Daarom loop ik nu op sneakers, niet meteen een schoeisel dat ik normaal zou dragen. Maar zo is de pijn draaglijk.”

De visie van Andy Warhol

andy warhol

Misprijzen / Le mépris

De visie van Luc Tuymans

“Er zit iets megalomaans in die man [Curzio Malaparte, M.P.]. Zijn modernistische villa is gebruikt als setting voor de film Le Mépris die Jean-Luc Godard in 1963 maakte. Toen ik die onlangs opnieuw zag, was ik bijna gechoqueerd: dat soort epische film zal nooit meer gemaakt worden. De jonge Brigitte Bardot spreekt zinnen uit waar ze geen reet van snapte, de dialogen slaan nergens op maar de beelden zijn onvergetelijk. Daarna ben ik alles van Malaparte gaan lezen. La Pelle is zeker geen onvergetelijk boek. Kaputt is veel beter. De indrukwekkende schoorsteenmantel uit de villa van Malaparte heb ik geschilderd. Die hangt in de tentoonstelling.

le mepris 2

De visie van Martin Pulaski

“‘Le mépris’ van Jean-Luc Godard, een van de mooist in beeld gebrachte films ooit. (…) Een puzzel waarin Brigitte Bardot op haar mooist is, en voor een keer geloofwaardig, en Michel Piccoli op zijn elegantst en boordevol melancholie en onbegrip. Alles in technicolor-licht badend, zoals BB in de azuren zee. Maar de afwezigheid van de goden, even dood als de verstarde wereld van het profijt, de afgunst, de vernedering en het misprijzen. O, terugkeren naar Ithaka, naar Penelope, naar Telemachus, daar onder de olijfbomen rusten. Maar niets van dat alles: het eindigt met een crash.”

[1] Interview in Knack nr. 13 van 27 maart tot 2 april 2019

le mepris 1

NIETZSCHE ALS OPVOEDER

Friedrich-Nietzsche 5

Zodra ik naar de universiteit ging om er mij in filosofie te verdiepen, besefte ik dat ik mijn manier van lezen ernstiger en systematischer moest gaan aanpakken. [1] Op korte tijd probeerde ik zoveel mogelijk achterstand in te halen, niet alleen op gebied van wijsbegeerte maar ook van literatuur, poëzie, theater. Een aantal professoren, in de eerste plaats Leopold Flam, stimuleerden mij in mijn leeshonger en gaven mij een beter inzicht in wat essentiële boeken waren en wat bijkomstige of triviale. Ook tijdens gesprekken met vrienden en medestudenten ontdekte ik ‘nieuwe’ boeken en auteurs. (Het plezier in het triviale heb ik echter nooit opgegeven.)

Sinds mijn zesde levensjaar was ik vooral zoet geweest met stripverhalen en avonturenromans en was ik al gauw een dagdromer geworden. De ene dag was ik Buffalo Bill, de andere dag Sitting Bull, dan weer Ivanhoe, de Rode Ridder of Shane. Nadat ik de film Spartacus had gezien was ik, hoe kan het ook anders, zeker enkele weken lang Spartacus.
Ik las veel maar zonder systeem en zonder begeleiding. Mijn moeder had me leren lezen maar deed dat zelf nog maar nauwelijks. Het dagelijks leven als schippersvrouw eiste te veel van haar tijd en energie. In haar jeugd had ze vooral boeken van Abraham Hans gelezen, een schrijver van ongeveer honderdzeventig volksromans en massa’s kinderverhalen, en tevens journalist voor Het Laatste Nieuws en De Telegraaf. Mijn vader had nooit veel gelezen. Na de lagere school was hij in Eisden in de mijn gaan werken en daarna als scheepsknecht op binnenvaartschepen op de Zuid-Willemsvaart aan de slag gegaan, wat hij bleef doen tot hij mijn moeder ontmoette en zelfstandig schipper werd. In mijn kindertijd heb ik hem alleen oorlogsromans zien lezen en de krant Het Laatste Nieuws.
Omdat ik tot mijn achtste levensjaar meestal alleen was, kon niemand mij advies geven over wat ‘goede boeken’ en ‘slechte boeken’ waren. Mogelijk was dat een meevaller. Na de lagere school in het Kinderdorp Molenberg in de bossen van Rekem, waar ik voornamelijk Kuifje, Suske en Wiske, Nero en het tijdschrift Robbedoes las, belandde ik eerst in Eisden en daarna, voor de middelbare school, in Tongeren. Daarover had ik het al in eerdere teksten in deze reeks.

ecce homo - nietzsche 001

Een van de boeken die mijn eerste jaren aan de VUB het best markeren is Ecce Homo van Friedrich Nietzsche, al heeft hij uiteraard belangrijker werk geschreven, met name De geboorte van de tragedie uit de geest van de muziek, De vrolijke wetenschap, Voorbij goed en kwaad en Aldus sprak Zarathustra.
Het geloof in de eigen genialiteit, de grootheidswaanzin, de opgewonden stijl – eigenschappen die van Ecce Homo zo’n uitzonderlijk boek maken – vond ik als jonge, onzekere filosofiestudent vermetel en eigenlijk verrukkelijk. De toon van het werk riep herinneringen op aan Dali’s ‘Mijn leven als genie’ dat ik in mijn Tongerse periode had gelezen. De lectuur van Ecce Homo verrijkte mijn leven; ik besefte dat het niet altijd nodig is om bescheiden te zijn, wat gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Voor Nietzsche echter was het kinderspel: op bijna elke pagina van Ecce Homo voerde hij bewijzen aan voor zijn uitmuntendheid, zijn aardse verhevenheid. Op elke pagina las je waarom hij zo wijs was, waarom hij zo knap was en waarom hij zulke goede boeken schreef.

Talloos zijn in Ecce Homo de metaforen waarin lucht en bergen, sneeuw, hygiëne, gezondheid voorkomen. Deze filosofische autobiografie gaf mij het gevoel dat ik zienderogen beter kon ademhalen, dat ik gezonder werd, sterker, beter opgewassen tegen de vele fratsen die het noodlot nog voor mij in petto had. Het mag duidelijk zijn: ik identificeerde mij met de verteller-held-filosoof. Mijn twijfels en onzekerheden smolten weg als op de allerwarmste zomerdagen sneeuw in de Alpen. Sils-Maria in het Zwitserse kanton Graubünden, waar Nietzsche van 1881 tot 1888 zijn zomers doorbracht, heeft voor mij nog steeds een magische klank. Altijd al heb ik er naartoe willen reizen maar het zal er waarschijnlijk nooit van komen: koekoeksklokken en koebellen houden mij op een veilige afstand.
Nu ik het toch over sneeuw heb: nooit zal ik vergeten wat Nietzsche in dit late werk over ziekte en ressentiment schrijft. Nietzsche was fysiek zwak en vaak ziek. De remedie daartegen was volgens hem wat hij Russisch fatalisme noemde, “dat fatalisme zonder wrok, waarmee de Russische soldaat, voor wie de veldtocht te zwaar wordt, ten slotte liggen gaat in de sneeuw.” [2] Het komt neer op het reduceren van de stofwisseling. Gevoelens van ressentiment branden je sneller op. Ergernis, dorst naar wraak, dat “gifschijten in alle betekenissen” is voor iemand die aan het einde van zijn krachten is de meest nadelige manier van redeneren. “Ressentiment is voor een zieke het taboe bij uitstek, voor zijn geval het Kwaad: maar helaas zijn meest natuurlijke neiging.” De ziel bevrijden van het ressentiment is de eerste stap op weg naar gezondheid, want dat affect is voor niemand nadeliger dan voor de zwakke en de zieke zelf.
Ecce Homo bevat overigens niet alleen gezondheids- en hygiënemetaforen, het boek geeft ook tips om gezond te leven. Wat te eten (geen vet), wat te drinken (geen alcohol, geen koffie, weinig – en zeker geen slappe – thee, veel bronwater) en wat te doen met je lijf en leden (veel bewegen). Zitvlees is een zonde tegen de heilige geest, aldus Nietzsche.
Ecce Homo is meteen ook een goede inleiding tot het werk van Nietzsche omdat hij er zijn boeken in samenvat en in een samenhangend geheel plaatst. Na de lectuur van dit kleine meesterwerk ben ik de Duitse filosoof blijven lezen, zij het met oplettendheid en voorzichtigheid, wat echt wel een vereiste is. Zijn herenmoraal is explosief materiaal, gevaarlijk voor de onbevangen en weinig kritische geest.
Van Nietzsche leerde ik het lichaam te koesteren. Ik besefte dat creativiteit samenhangt met lust en levensbeaming, dat een goede conditie een voorwaarde is om een (kunst)werk van lange adem tot een goed einde te brengen, dat dansen misschien wel de essentie van het leven is en dat je in alles geduld moet hebben, hoe onrustig je ‘van nature’ ook mag wezen.

[1] De voorbije weken schreef ik in een reeks die ik geestelijke genealogie noem reeds korte beschouwingen over Edgar Allan Poe, Louis Paul Boon, Franz Kafka, dichters en poëzie, en Knut Hamsun. Dit is het zesde deel.

[2] Citaten uit Friedrich Nietzsche, Ecce Homo. Hoe iemand wordt wat hij is. Vertaald door Pé Hawinkels. In de reeks Privé-Domein, 1969.

NIETZSCHE 1

HET MYSTERIE KNUT HAMSUN

no-nb_sml_ 172

De voorbije weken schreef ik in een reeks die ik geestelijke genealogie noem reeds korte beschouwingen over Edgar Allan Poe, Louis Paul Boon, Franz Kafka en mijn ‘angst voor poëzie’. Dit is het vijfde deel.

Omstreeks 1975-76 begon ik Knut Hamsun te lezen. Het was in de tijd dat ik bij boekhandel Corman in Brussel werkte. De filiaalhouder, Charles Paron (1914-1986), zelf schrijver, verhalenverteller én maoïst, sprak vol bewondering over Hamsuns avonturenroman Zwervers (1927). Ik had de naam Knut Hamsun ook al in The Books In My Life van Henry Miller aangetroffen. In dat boekenboek schrijft Miller: “Hamsun, as I have often said, affected me as writer. None of his books intrigued me as much as Mysteries.  (…) the men I concentrated on were Hamsun first of all, then Arthur Machen, then Thomas Mann.” [1] Het duurde een tijdje eer ik een Nederlandstalige editie – in een vooroorlogse spelling – van dat werk te pakken kreeg. Al gauw raakte ik in de ban van August en Edevart, de weerbarstige en komische avonturiers die in Hamsuns mooiste roman tot leven kwamen. Niet veel later las ik de meeste van zijn in het Nederlands vertaalde boeken. De meeste ‘nieuwe’ vertalingen verschenen in de jaren ’70 bij uitgeverij De Arbeiderspers. Voor een vertaling in hedendaags Nederlands van Zwervers moesten we tot 2013 wachten.
Op latere leeftijd sympathiseerde de Noorse schrijver helaas met het nazisme, maar van die verwerpelijke ideologie – bijvoorbeeld van antisemitisme of van geloof in de suprematie van het ‘Arische ras’ – heb ik in zijn romans weinig of geen sporen aangetroffen. Een monster als de Noorse terrorist Anders Breivik zal in Hamsuns werk zeer waarschijnlijk geen inspiratie hebben gevonden voor zijn wandaden, eerder integendeel. De Nobelprijswinnaar bereikte de gezegende leeftijd van 92 jaar. Mogelijk was hij al seniel toen hij een bloed en bodem-aanhanger en bewonderaar van Goebbels en Hitler werd. Mogelijk verkeerde hij in de waan dat zij Nietzscheaanse übermenschen waren. Zelf heeft hij echter in zijn autobiografie, Langs overwoekerde paden (1949), ontkend dat hij aan waanzin ten prooi was gevallen. Zijn bewondering voor de kopstukken van het Derde Rijk heeft hoe dan ook een gitzwarte schaduw over zijn literair werk geworpen, wat naoorlogse potentiële lezers zeker zal afgeschrikt hebben.

Hamsuns personages zijn bijna altijd outsiders, tragikomische en vaak ook hypersensitieve figuren die niet thuishoren in de moderne wereld van consumptie en arrivisme – in de burgerlijke maatschappij. In Hitler-Duitsland zouden dergelijke antihelden meteen zijn opgepakt en opgesloten.
Knut Hamsun kreeg als kind van arme boeren weinig scholing: hij was een autodidact. Net als Haruki Murakami [2] was hij als knaap een verstokte lezer. Dat lezen en zijn avontuurlijk bestaan hebben hem ertoe aangezet zelf te gaan schrijven. Zijn eerste roman, Honger (1890), was meteen een baanbrekend werk en vind je nog steeds terug in veel lijsten van de honderd beste romans. Alleen al door de verhaaltechniek die stream of consciousness wordt genoemd was het boek radicaal anders dan wat er tot dan toe aan fictie was gepubliceerd en is het een voorloper van het twintigste-eeuwse modernisme.
Boeken van Hamsun die ik, als me voldoende tijd rest, zal herlezen zijn Honger, Pan, Mysteriën en Victoria. Zwervers wellicht niet, dat meesterwerk heb ik nog niet lang geleden opnieuw verslonden.
Ik blijf Charles Paron en Henry Miller dankbaar om mij de weg naar dit unieke oeuvre te wijzen.

[1] Henry Miller, The Books In My Life, New Directions, 1969, p. 40.
[2] Haruki Murakami, Romanschrijver van beroep, 2015/2019.

no-nb_bldsa_HA 057

OM NIET UIT DE GEHOORGANGEN TE VERDWIJNEN: SCOTT WALKER

scott walker 20

Vorige zaterdag brachten we  in Zéro de conduite een hommage aan Scott Walker (pseudoniem van Noel Scott Engel). Hij was in mijn tienerjaren samen met de andere Walker Brothers een van mijn prille pophelden; in mijn latere leven werd hij, en is hij nu meer dan ooit,  iemand om een voorbeeld aan te nemen, als integere kunstenaar en woordjuwelier. Als musicus en componist was hij dan weer exemplarisch voor een aantal van zijn muzikanten-tijdgenoten en voor jongere songschrijvers met een open geest en een luisterend oor.

Wat hier volgt zijn wat voorbereidende notities van die aflevering van Zéro de conduite. De playlist is aangevuld met wat meer details en een discografie. Voor een korte biografie en een in memoriam van Scott Walker vind je onder deze tekst enkele links.

“As a vocalist, at the height of his popularity, he was unsurpassable and influenced multiple generations as a result. His later work impacted many of the same artists whilst reaching newly receptive listeners who’d not hold him to the same standards of his earlier work. It was a real rebirthing of the artist that only a few manage to achieve in the world of popular music. The work Scott produced as a young man, and particularly that of his later years, will endure, as it is authentic, heartfelt, and visionary, produced in an environment, a genre of the arts, where such qualities are rarely encouraged or embraced.”
David Sylvian

Hoofdrolspelers

Scott Walker (of Noel Scott Engel): Walker Brothers
John Maus: Walker Brothers
Gary Leeds: Walker Brothers
Johnny Franz: producer (o.m. Walker Brothers, Dusty Springfield, Scott Walker)
Reg Guest: orkestleider en arrangeur
Ivor Raymonde: orkestleider / arrangeur (vader van Simon Raymonde: lid van Cocteau Twins en baas van platenlabel Bella Union)
Wally Stott (Angela Morley): arrangeur
Peter Knight: arrangeur
Peter Walsh: producer
The Quotations: backing band van the Walker Brothers
En enkele figuranten.

walker brothers 01

Walker Brothers discografie

Take It Easy with the Walker Brothers: November 1965
Producers: John Franz en Nick Venet
Met orkest onder leiding van Ivor Raymonde
Phil Spector-pop, blue eyed soul, barokpop

Portrait: Augustus 1966
Producer: John Franz
Met orkest onder leiding van Reg Guest en Ivor Raymonde
Phil Spector-pop, blue eyed soul, barokpop

Images: Maart 1967
Producer: John Franz
Orkest begeleid door Reg Guest
Phil Spector-pop, blue eyed soul, barokpop, drama

No Regrets: oktober 1975
Producers: Scott Walker, Geoff Calver
Covers, country
Geen composities van Scott Walker

Lines: oktober 1976
Producers: Scott Walker, Geoff Calver
Covers, country
Geen composities van Scott Walker

Nite Flights: juli 1978
Producers: Scott Walker en Dave MacRae
Vier nieuwe nummers van Scott Walker, de eerste sinds 1970
Laatste album van the Walker Brothers
Rock, synthpop

Scott Walker discografie

Scott: September 1967
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Reg Guest, Peter Knight
Existentialistische pop en chanson
Philips records

Scott 2: Maart 1968
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Reg Guest, Peter Knight
Existentialistische pop en chanson
Philips records

Scott 3: maart 1969
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Peter Knight
Existentialistische pop en chanson noir
Philips records

Scott: Scott Walker Sings Songs from his T.V. Series: Juli 1969
Producer: John Franz
Ballads, big band standards
Geen songs van Scott Walker
Philips records

Scott 4: November 1969
Producer: John Franz
Alle songs van Scott Walker
Existentialistische pop en chanson noir
Scott Walkers meesterwerk
Invloed op Bowie, Radiohead, Julian Cope, etc

Till the Band Comes In: December 1970
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Peter Knight
Pop, MOR, concept-elpee
Philips records

The Moviegoer: Oktober 1972
Producer: John Franz
Liedjes uit films: easy listening uit wat Scott Walker zijn wildernisjaren noemde
Philips records

Any Day Now: mei 1973
Producer: John Franz
Easy listening uit zijn wildernisjaren
Philips records

Stretch: November 1973
Producer: Del Newman
Covers-elpee, voornamelijk country
CBS records

We Had It All: Augustus 1974
Producer: Del Newman
Country, covers
Vier songs van Billy Joe Shaver
CBS records

Climate Of Hunter: Maart 1984
Producers: Scott Walker en Peter Walsh
Een soort van comeback van Scott Walker op het toen coole Virgin label.
Met “Blanket Roll Blues” van Tennessee Williams (uit de soundtrack van de film The Fugitive Kind)
Op kant 2: cijfers in plaats van songtitels
Virgin records

Tilt: Mei 1995
Producers: Scott Walker en Peter Walsh
Songs in een donkere, begrafenisachtige sfeer
Industriële en avant-garde muziek, geluidsblokken, repetitief
Fontana, Drag City Records

The Drift: Mei 2006
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Industriële en avant-garde muziek, geluidsblokken, repetitief
4AD

Bish Bosch: December 2012
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Industriële en avant-garde muziek, geluidsblokken, repetitief
4AD

Soused (with Sunn O))) ): 2014
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Samenwerking van Scott Walker met de experimentele metal band Sunn O)))
Avant-garde, experimentele rock, art rock, dreunrock
4AD

Scott Walker soundtracks / dansvoorstellingen

Pola X: Mei 1999
Soundtrack van de gelijknamige film van Leos Carax
Producer: Scott Walker
Avant-garde, experimenteel, filmmuziek
Barclay

And Who Shall Go to the Ball? And What Shall Go to the Ball?: oktober 2007
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Muziek voor het dansgezelschap CandoCo
4AD

The Childhood of a Leader (Original Soundtrack): Augustus 2016
Soundtrack van de gelijknamige film van Brady Corbet
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Klassiek, avant-garde, experimenteel
4AD

Vox Lux: December 2018
Producer: Scott Walker (gedeeltelijk)
Soundtrack van de gelijknamige film van Brady Corbet
CBS records

Box set

Five Easy Pieces: 2003
CD 1: In My Room
CD 2: Where’s The Girl?
CD 3: An American In Europe
CD 4: This Is How You Disappear
CD 5: Scott On Screen
Mercury records

scott walker 21

Programma 6/4/2019

Death Rides A Horse – Ennio Morricone – Da uomo a uomo (Death Rides A Horse) – Ennio Morricone – 3:22
De dood rijdt op een paard. Dat wisten Lee Van Cleef en Ennio Morricone al lang. Dit deuntje ‘komt’uit een Italiaanse western die uitkwam in 1967.  Het beeld van de dood als een wrekende ruiter was Scott Walker net zo genegen als het hele repertoire van de Italiaanse meester. Filmmuziek was van groot belang voor Scott, al denken we bij zijn songs meestal niet aan westerns.

Saturday’s Child – The Walker Brothers – Portrait – Scott Engel – 2:08
Een toepasselijke titel voor een zaterdagavond. Muziek voor een existentialistische swinging London-party.

Genevieve – The Walker Brothers – Images – Scott Walker – 2:52
In de reeks die Scott ‘ladies, love and loss’ noemde.

I Don’t Want To Hear It Anymore – Jerry Butler – In The Naked City – Randy Newman – 3:04
De eerste versie van deze vroege Randy Newman-compositie (1964). Gecoverd door the Walker Brothers op Take It Easy.

Windmills Of Your Mind – Barbara Lewis – The Many Grooves Of Barbara Lewis – Bergman/Legrand – 3:58
Muziek van Michel Legrand. De eerste versie is van Noel Harrison en komt voor in de film The Thomas Crown Affair van Norman Jewison, met Steve McQueen en Faye Dunaway. Gecoverd door onder meer Dusty Springfield. Hoewel the Walker Brothers het nummer niet opnamen zou het zeker in hun repertoire hebben gepast. Ook gedraaid vanwege het overlijden van Michel Legrand en van Agnès Varda (Michel Legrand speelt een kleine rol in Varda’s Cléo de 5 à 7).

Young Man Cried – The Walker Brothers – Take It Easy With The Walker Brothers – John Franz/Scott Walker – 2:34
Werd gesampled door Alex Callier / Hooverphonic op Sometimes (openingsnummer van de cd Jackie Cane, 2002).

The Sun Ain’t Gonna Shine (Anymore) – The Walker Brothers – Portrait –  Bob Crewe/Bob Gaudio – 3:17 –
De eerste versie was van Frankie Valli (1965). The Walker Brothers  nemen je mee naar hoogten – en diepten – waar Frankie Valli nooit een stap zou durven te zetten. Een mijlpaal in de geschiedenis van de popmuziek.

Walking In The Rain – The Ronettes – Phil Spector – Back To Mono (1958-1969) – P. Spector-B. Mann-C. Weil – 3:16.
De muziekstijl van the Walker Brothers is duidelijk schatplichtig aan de wall of sound van Phil Spector en fantastische sessiemuzikanten van the Wrecking Crew. Een matige cover van Walking In The Rain verscheen op single in 1967.

Ebb Tide – The Righteous Brothers – Phil Spector – Back To Mono (1958-1969) – Carl Sigman/Robert Maxwell – 2:50
Een van de mooiste voorbeelden van de wall of sound. Stonden the Righteous Brothers model voor de Walkers? Deze single op Philles was een hit in 1965.

All Strung Out – Nino Tempo & April Stevens – Phil’s Spectre I: A Wall Of Soundalikes – Nino Tempo/Jerry Riopelle – 3:01
Dit nummer uit 1966 was bedoeld voor the Righteous Brothers, maar die hadden geen zin om het op te nemen, dus deden Nino Tempo en April Stevens (Nino’s zus) het maar zelf. Phil Spector was niet de producer, wel Bones Howe, die ook met the Monkees en Tom Waits samenwerkte. Het strijkersarrangement is van Nick DeCaro.

Baby Make It The Last Time – The Walker Brothers – Images – Scott Walker/Kirk A. Duncan/Michael Nicholls – 3:07
B-kant van de single Walking In The Rain, 1967. Een dansnummer.

Mrs. Murphy – The Walker Brothers – Solo Scott, Solo John EP – Scott Walker – 3:20
Uit een Philips EP uit 1966 waaruit blijkt dat het toen al niet zo boterde tussen John en Scott.

I Need You – Chuck Jackson – Honey And Wine: Another Gerry Goffin & Carole King Song Collection – Carole King/Gerry Goffin – 3:10
Op het Wand label uitgebracht in 1965 – Gecoverd door the Walker Brothers op een EP in 1966. Chuck Jackson is vooral bekend van de singles Any Day Now en I Keep Forgettin’ (gecoverd door David Bowie).

Summertime – Al Green – Green Is Blues – George Gershwin/DuBose Hewayrd – 3:02
The Walker Brothers-versie van deze classic uit Porgy and Bess is terug te vinden op de elpee Portrait. Summertime and the living is easy, fish are jumping and the cotton is high…

People Get Ready – Curtis Mayfield & The Impressions – The Anthology 1961 – 1977 – Curtis Mayfield – 2:39
De bijzonder geslaagde versie van the Walker Brothers staat op Portrait. Ik heb het nummer in die versie leren kennen en waarderen. Maar niets gaat boven het origineel.

How Can I Be Sure – Dusty Springfield – Dusty In London –  Felix Cavaliere/Eddie Brigati – 2:48
Tijdgenote, stijlgenote. Oorspronkelijke versie op Groovin’ van the Young Rascals, 1967. The Walker Brothers namen deze classic helaas niet op. Had gekund.

Orpheus – The Walker Brothers – Images – Scott Walker – 3:27
Scott klasseert dit nummer in zijn reeks ‘bedsit dramas, including the kitchen sink’.

Archangel – The Walker Brothers – Single B Side – Archangel – 3:45
Met de klank van een oud orgel opgenomen in een bioscoop op Leicester Square. Invloed van Bach.  Inspiratie voor Procol Harum?

Salad Days (Are Here Again) – Procol Harum – A Whiter Shade Of Pale – Keith Reid/Gary Brooker – 3:41
Uit de eerste elpee van Procol Harum, die aanvankelijk geen titel had. Je hoort hier wel meer invloed van Bob Dylan / Highway 61 Revisited dan van the Walker Brothers.

Never Say Never Again – Bee Gees – Odessa – Bee Gees – 3:28
Tijdgenoten en geestverwanten. Odessa was een concept-box die vijftig jaar geleden werd uitgebracht.

When Joanna Loved Me – Scott Walker – Scott – Robert Wells/Jack Segal – 3:08
1ste solo-elpee, 1967
In de reeks ‘ladies, love and loss’. Het nummer was voordien al een hit voor Tony Bennett.

Montague Terrace (In Blue) – Scott Walker – Scott – Scott Walker – 3:31
Een hoogtepunt uit de eerste solo-elpee:
The girl across the hall makes love
Her thoughts lay cold like shattered stone
Her thighs are full of tales to tell
Of all the nights she’s known
Your eyes ignite like cold blue fire
The scent of secrets everywhere
A fist filled with illusions
Clutches all our cares

Wait Until Dark – Scott Walker – Scott 2 – Henry Mancini – 3:00
Uit de tweede solo-elpee, 1968. Wait Until Dark is een film van Terence Young uit 1967. Met Audrey Hepburn als een jonge, blinde vrouw.

Black Sheep Boy – Tim Hardin – Tim Hardin 2 – Tim Hardin – 1:56
Iets helemaal anders maar wel gecoverd door Scott Walker op Scott 2.

Duchess – Neko Case & Her Boyfriends – The Virginian – Scott Engel – 2:56
Een sublieme versie van een Scott Walker-compositie (op Scott 4).

Rhymes Of Goodbye – Scott Walker – Scott 4 – S. Engel – 3:04
Scott 4 is eigenlijk de 5de solo-elpee van Scott Walker, als je Scott: Scott Walker Sings Songs from his T.V. Series meerekent. Scott 4 is Scott Walkers grandioos meesterwerk.

Two Ragged Soldiers – Scott Walker – Scott 3 – S. Engel – 3:07
“Such amazing empathy for the human soul. He saw two men sitting on a park bench and imagined an entire life for them – full of suffering, joy and bitter longing for the lives they could have lived. It’s a miraculous work of art” schrijft Jim Oliver op YouTube. Inderdaad.

La valse des lilas (Once Upon a Summertime) – Toots Thielemans with Shirley Horn – The Real… Toots Thielemans – Eddie Barclay/Michel Legrand – 4:33
Vooral voor de melancholie van Toots, minder voor de stem van Shirley Horn. Een lied voor de eeuwigheid van Michel Legrand en Eddie Barclay.

La chanson de Jacky – Jacques Brel – Ces gens-là – Jacques Brel/Gérard Jouannest – 3:26
Barclay, 1965. Scott Walker nam negen nummers van Jacques Brel op, later verzameld op Scott Walker sings Jacques Brel.

The Seventh Seal – Scott Walker – Scott 4 – S. Engel – 4:58
Scott Walker hield van zoals reeds gezegd van film en filmmuziek en zeker van de films van Ingmar Bergman.

30 Century Man – Scott Walker – Scott 3 – Scott Walker – 1:29
“If anything lyrically Walker brilliantly anticipated the dystopian/supermen visions of his most famous fan David Bowie, touching on ideas of long life through ‘freezing’ – the kicker is the bizarrely audacious claim “Shame you won’t be there to see me shaking hands with Charles de Gaulle.” Musically the gentle acoustic guitar and Walker’s slightly twangy style of singing turns into a fusion of Bob Dylan and Jacques Brel, a dipping into a folk/cabaret style that becomes Walker’s own through and through, topped off with a short fragment from a music box” schrijft Ned Raggett op Allmusic.
Een documentaire uit 2006 over Scott kreeg dezelfde titel. (Ik heb hem nog niet gezien.)

The London Boys – David Bowie – The Deram Anthology 1966 – 1968 – David Bowie – 3:22
Geestverwant, stijlverwant en bewonderaar van Scott Walker.

The Electrician – The Walker Brothers – Nite Flights – Scott Engel – 6:11
Midge Ure  stelde dat “The Electrician” hem inspireerde voor Ultravox’s “Vienna”
De terugkeer van de ware Scott Walker, zou je kunnen zeggen. Nite Flights was de zwanenzang van de broers die geen broers waren.

Tilt – Scott Walker – Tilt – Scott Walker – 5:13
Scott Walker begeeft zich op het pad van de avant-garde en de experimentele muziek. Zijn teksten, die altijd eerst komen, worden hermetische gedichten. Hij maakt gebruik van massieve blokken geluid en stilte.

The Escape – Scott Walker – The Drift – Scott Walker – 5:19
Nog verder op de weg van de avant-garde.
Tilt, The Drift en Bish Bosch (zijn eindspel) vormen een nogal macabere trilogie. Liederen over onder meer de terechtstelling van Clara, de vrouw van Benito Mussolini, de moord op Pasolini, Jesse Garon Presley, de doodgeboren tweelingbroer van Elvis, drugdealers, het proces tegen Eichmann, 9/11, Srebrenica en andere aardedonkere onderwerpen. En dit:
If shit were music
La da da, la da da
You’d be a brass band
Know what?
You should get an agent, oh yeah, yeah
Why sit in the dark handling yourself?
Uit: ‘SDSS1416+13B (Zercon, A Flagpole Sitter)’ op ‘Bish Bosch’

Om maar te zeggen: Scott Walker is niet iemand om zomaar te vergeten. Of is iemand om voor eens en altijd te ontdekken. Hij is geen wrekende ruiter maar een bezeten en vreedzame jager op uitzonderlijke woorden en beelden en op geluiden die een verschil maken. Een verschil met de shit van het dagelijks leven. Zijn composities herinneren ons aan de mogelijkheden die datzelfde dagelijks leven ons biedt.

Interessante links

https://www.theguardian.com/music/2019/mar/25/scott-walker-obituaryhttps://www.theguardian.com/music/2019/mar/25/music-stars-pay-tribute-to-scott-walker-damon-albarn-cosey-fanni-tutti-david-sylvianhttps://www.filmcomment.com/blog/scott-walker-soundtracks-childhood-of-a-leader-pola-x/
https://focus.knack.be/entertainment/muziek/in-memoriam-scott-walker-1943-2019-van-tieneridool-tot-raadselachtige-kluizenaar/article-longread-1445153.html?fbclid=IwAR3nZoOx77cxcsAAVWgXPgRMYO4t5NYZtmWuOto0qLmsK2VxmXV42HOuInQ

scott-24-gq-20mar18_shutterstock

EEN GROOT MYSTERIE

Giorgione_-_Sleeping_Venus_-_Google_Art_Project_2

Je zegt ‘de maan’ maar je bedoelt ‘een maanlandschap’. Je zegt ‘de maangodin’ maar je bedoelt ‘een vrouw in een landschap’. Je zegt ‘Venus’ maar je bedoelt ‘vulva’ of het wisselvallige object van je verlangen. Soms stel je je voor dat je in een archaïsche wereld leeft. Een voorstelling is nog geen waarheid en zeker geen feit. Soms stel je je voor dat er nog geen taal is en evenmin muziek. Maar zolang er mensen zijn is er taal en is er muziek. En zelfs zonder mensen zijn er vormen van taal en muziek. Wat dacht je van de vogels, waar Olivier Messiaen en Franciscus van Assisi zo graag naar luisterden? Wat dacht je van de sterren aan de hemel, vertellen die niet de hele tijd al een verhaal, ook al kijken we er niet naar of zijn we afwezig?

Je schrijft over emoties maar weet niet goed wat je daarmee bedoelt. Wat zijn emoties? Is jaloezie een emotie? Om maar iets te noemen.
Ooit schreef je iets over primitieve mensen, alsof dat over anderen ging. Alsof als andere mensen primitief zijn jijzelf van die eigenschap geen sprankel in je meedraagt, in je lijf en leden. De ene primitieve mens is jaloers op wat de andere bezit (en vice versa), beweerde je. De primitieve mensen zijn verblind omdat ze niet beseffen dat je niets kunt bezitten. Je hoort het zo vaak in de blues: you can’t take it with you when you go.
Wat zijn emoties? Dat weet je niet zo meteen. Je weet wel dat het begrip ‘emoties’ slaat op iets wat wij mensen met elkaar gemeen hebben.[1] Emoties verbinden ons met elkaar en helpen ons om begrip voor elkaar te hebben en zelfs van elkaar te houden. Als je jaloers bent voel je je hart kloppen. Uit emoties ontstaan ritme en muziek. Volgens Nietzsche ontstaat uit muziek de tragedie, of van het besef van de tegenspraak tussen het verlangen naar eeuwigheid en het besef van de eindigheid. (Wat zal er veel gemusiceerd worden om zoveel tragedie voort te kunnen brengen.) Vraag me nu niet wat ik bedoel als ik ‘muziek’ zeg, als ik ‘ritme’ zeg, als ik ‘tragedie’ zeg. Het is allemaal een groot mysterie voor me. Mysterie?

[1] Waarmee ik helemaal niet wil beweren dat dieren – en zelfs planten – geen emoties hebben.

Afbeelding: Giorgione, Slapende Venus.

 

DE TAAL VAN DE CIRKEL EN DE SPIRAAL

Niet de afgematte blik, die doet verwelken en verstarren, die in de schaduw zwijgend afwacht, die schuw wegvlucht voor de harde zon in midzomer, is heilig.
Niet het zeeschip dat statig de haven binnenvaart, niet het geluid van de misthoorns, niet de drukte en de welriekende, uitnodigende geuren in de pakhuizen, niet de grote stalen vogels op de kade.
Niet de trein die het centraal station binnenrijdt, niet de weerspiegeling van zijn rechte lijn in het wijnglas op een tafeltje in de barokke restauratie, niet de bril van de dame die in de wachtzaal zit te lezen en daar straks haar magazine zal achterlaten, niet haar herinneringen aan de zee en het kuststadje waar zij van terugkeert, niet de aarzeling in de hand op weg naar het glas, dezelfde hand en dezelfde aarzeling waarmee zij gedachteloos abstracte vormen maakte in het warme zand.
Niet de nog wat in een achtervolging verzonken blik als ze mij sluiks aankijkt, het meisje dat naast me zit in de bioscoop, niet de duidelijke sporen van schaamte, van ongemak en lust tegelijk, van de verscheurdheid die ontluikende liefde begeleidt en evenmin het gestotter van de zanger die My Generation zingt, het lied – lang niet het enige – waar zij later op de avond naar luisteren zal.
Niet de groei van een schimmel, de uitzaaiing van een gezwel, de terugkeer van de oorspronkelijke gezondheid, de blijdschap bij het hervatten van het zoete leven, de vervulling, het tederste woord.
Niet de bevende haas gevangen in de koplampen van een snelle wagen, niet de reflex van de bestuurder (wat vertraagd ten gevolge van een glas wijn bij het avondmaal), niet zijn geweten, dat zoals zo vaak en bij zoveel mensen te laat komt, en evenmin de vergeefsheid van dit alles.
Niet het bloed op de wegen, het bloed in de huizen, het bloed in de rivieren en zeeën, het bloed in de woestijn, het bloed dat overal nutteloos en zinloos wordt vergoten, is heilig.

Hier en daar, nu en dan, verschijnt een duivel [1] of een tijdsgewricht, iets universeels of iets particuliers, hebben we een ontbinding of een synthese van al dan niet impliciete, al dan niet oppositionele paren.
In sommige gevallen, op sommige momenten, bij niet nader bepaalde configuraties, hebben sommige mensen deze of gene mogelijkheid. Een mogelijkheid om te benoemen of te beschrijven, om in te beelden of uit te beelden, om te verbeelden of zelfs te bedenken. Wat? Een onbepaalde, niet-specifieke, categorieloze entiteit of non-entiteit.
Wat zich hier en daar, nu en dan, voordoet is een verlangen, een entelechie, een vergetelheid, een geheugen. Soms gebeurt het dat zich een overgang voordoet, soms een breuk, soms gebeurt niets en doet zich niets voort, dat is dan een stilstand.

Versteende symfonische gedichten, metaforen van glas en staal en beton die tot hoog in de hemel reiken, smelten. Het drama ontwaakt uit de mythe. Noem dit met een Bijbels woord ‘anastasis’. Dansende paren komen in beweging. Is de tijd uit de dood opgestaan? Opnieuw opgestaan? (En was de tijd dan dood in de dood?) Bevolkingen dansen migrerend en plechtig op de akkoorden van instortende steden. Op het platteland dringt deze muziek door tot in de stilte van de witte huizen. De dorpelingen snellen naar buiten, rennen over niet langer vertrouwde pleinen, veldwegen, bereiken ten slotte de vlakte. Ja, allen bereiken ze de vlakte, allen staren ze met verwonderde ogen naar een ver mysterie. De ene verte die ze zien maakt de nabijheid gemeenschappelijk. Een ogenblik lang bekijken de inwoners van de dorpen elkaar. Nu zien ze elkaar. Nu zien ze dat ze elkaar zien. Alles is van wit licht en rond als een melodie. De bewoners van de dorpen spreken niet, ze zwijgen, verzadigd van alle talen. Het lijkt erop dat de bewoners van de dorpen net als de stedelingen in een cirkel draaien, maar dat is niet zo. Niemand draait in een cirkel, niemand vlucht weg van zijn middelpunt of keert er naar terug. Niemand keert terug naar zijn begin.

Oorspronkelijk gepubliceerd in Aurora, Jaargang 2, Nr. 8, 1977. Deze herwerkte versie werd vandaag beëindigd.

2017-05-19-andalusie2017 786

[1] (…) er was haast geen mens meer te vinden die in verloop van vier of vijf jaar tijd niet meer rampen had beleefd dan de knapste auteur in een eeuw zou kunnen beschrijven, en men diende dus de hel te hulp te roepen om nog aanspraak te kunnen maken op de belangstelling van de lezer, en men diende in het land van de fantasmagorieën iets anders dan de dagelijkse kost te zoeken die men al kende door slechts de geschiedenis van de mens uit die meedogenloze tijd te bestuderen.
Markies De Sade, Gedachte over de romans, in: Liefde’s misdaden, vertaald door Hans Warren.

Afbeelding: Capileira (520 inwoners), 16 mei 2017, Martin Pulaski.

EEN MAGERE DROMER (INTERLUDIUM)

SPEELPLEINC

De voorbije weken schreef ik – in een reeks die ik ‘geestelijke genealogie’ noem – reeds korte beschouwingen over Edgar Allan Poe, Louis Paul Boon en Franz Kafka. Voor ik aan het vierde deel begin, over dichters en in het bijzonder over de dichter Lucebert, wil ik eerst enkele mogelijke misverstanden over het schoolse leren uit de weg ruimen, in het bijzonder over hoe ik dat ervaren heb. Of beter: hoe ik mij herinner dat ik het ervaren heb, want de werkelijkheid zelf is voor goed weg, tenzij in documenten en die zijn in mijn geval eerder schaars.

Het is niet helemaal waar dat ik op de middelbare school niets leerde. Ik ervoer het leven in een internaat als een vorm van gevangenschap. Naarmate het besef daarvan toenam ging ik me er meer en meer tegen verzetten. Het was echter een rebellie die zich, zeker aanvankelijk, vooral tot mijn hoofd beperkte. Ik werd een mijmeraar, een dagdromer, een wat vreemde jongen. Maar ook weer niet zo vreemd dat ik geen vrienden had. In deze context wil ik het evenwel niet over die vriendschappen hebben, behalve dit, dat je ook van vrienden veel kan leren. Zij maken deel uit van wat ik de geestelijke genealogie van een mens noem.
Omdat ik mager was had ik ook wel wat vijanden. Kennelijk hielden in die tijd de meeste jongens, misschien omdat ze te dik waren, niet van mager vlees. Dat ik ‘knookske’ werd genoemd volstond om me nog meer op mezelf terug te plooien. Zo kwam het dat ik in de klas vaak niet aanwezig was: ik zat er wel, maar mijn gedachten waren ergens anders. Van de leraar wiskunde moest ik het in bijna elke les horen: Martin is weer aan het dromen. Wat maakte dat ik me nog meer in mezelf terugtrok en er voor wiskunde, waar ik aanvankelijk zeer ingenomen mee was, geen interesse meer overbleef. Hetzelfde gebeurde met de vakken fysica, scheikunde en biologie. Ik onderging ze als vormen van dwang, als een reeks abstracte formules die me niets bijbrachten over hoe ik moest leven. Alleen in de lessen Nederlands en Engels was ik helemaal mee, ja, was ik zelfs de beste van de klas. In wat mindere mate was ik ook aandachtig bij Frans en Duits (jammer dat dat een keuzevak was) en bij wat toen zedenleer werd genoemd. Het is duidelijk dat ik een andere richting had moeten kiezen dan de Moderne en de Wetenschappelijke A, maar toen die beslissing werd genomen had ik geen flauw benul van wat de verschillen tussen de Moderne en Latijns-Griekse afdelingen waren. Wat er de voor- en nadelen van waren, wat er het nut en de zin van was. Over mijn studierichting werd zonder mijn inspraak beslist. Ik prees me al gelukkig dat ik mocht doorleren.

Mijn gevoelige snaren werden bijgevolg alleen maar op een positieve manier geraakt in de lessen Nederlands en Engels. Nederlands betekende voor mij in de eerste plaats zinsontleding. In de tweede plaats wekte het vak mijn belangstelling op voor poëzie, vooral die van Guido Gezelle en Hendrik Marsman.
Onze leraar Engels was geen inspirerende man maar mijn kennismaking met die taal betekende liefde op het eerste zicht. Wat was het een mooie, rijke, veelzijdige taal – en niet moeilijk om te leren (dacht ik toen). Engels werd mijn tweede taal, mogelijk wel mijn eerste. In notities uit die tijd vind ik talloze Engelse uitdrukkingen terug. Ik weet niet wat het was met Frans, maar ik was er bang voor. Ik durfde de welluidende woorden niet uit te spreken. Ik vond dat ik belachelijk klonk als ik Frans sprak. Nochtans kregen we veel poëzie te lezen, zelfs van Baudelaire. Terwijl de Nederlandse en Engelse poëzie echter een passie werd, bleef de Franse niet veel meer dan leerstof.

atheneum4 (2)

Afbeeldingen: op de speelplaats in het Koninklijk Atheneum Tongeren met een studiemeester; klasfoto van enkele klassen samen, omstreeks 1966 (ik herinner me alleen nog de namen van mijn toenmalige beste vrienden).