VAN DE WREEDHEID EN DE TROOST

puinvrouwen 1

Een van de weinige lezers van hoochiekoochie die af en toe nog commentaar geeft (het is ooit anders geweest) vond mijn beschouwingen van enkele dagen geleden over De roverbruidegom en Friedrich II wreed. Wat zeker het geval is. Waarom schrijf ik soms zulke naargeestige teksten? Het zou kunnen dat ik mezelf, en zo ook mijn lezers, gerust wil stellen. Dat de wrede wereld waar we nu in leven nog wel meevalt, dat de menselijke werkelijkheid vroeger veel erger, veel gruwelijker was.
Omdat ik zelf vond dat zoveel bloedvergieten in het echte leven (geschiedenis) en zoveel gruwelijks in een sprookje (verbeelding) nogal ver ging heb ik er op het einde het droomstukje in conversatievorm aan toegevoegd. Ik houd niet van horror in film en literatuur, al zijn er enkele uitzonderingen, waaronder The Shining van Stanley Kubrick en Sisters van Brian De Palma, en wil mij ook niet aan dat genre wagen. Maar bij het herlezen van mijn tekst vond ik de dialoog van de prins van Homburg en zijn geliefde Natalie een beetje artificieel. Die hele droomscène was er met de haren bijgesleept. Heinrich von Kleist komt wel vaker op de proppen als ik hem niet echt nodig heb. Je zou hem een obsessie kunnen noemen. Nu is hij mijn kroniek binnengeslopen omdat ik net een Italiaanse filmversie van zijn geniaal stuk had gezien, Il principe di Homburg van Marco Bellocchio, waarin de romantische droomwereld van Kleist en zijn personages waarheidsgetrouw wordt geëvoceerd. Een paar dagen eerder had ik voor het eerst de heel bijzondere film Deutschland, bleiche Mutter van Helma Sanders-Brahms gezien. Het toeval wil dat deze enigszins miskende regisseuse debuteerde met een biografie van Heinrich von Kleist én zijn verhaal Das Erdbeben in Chili verfilmde. Dat had ik als Kleist-bewonderaar moeten weten, maar ik wist het niet. Ik vond het vooral een mooi toeval. Twee films gekocht in Berlijn, allebei met een Kleist-connectie. Terwijl ik dit jaar niet eens zijn graf aan de Wannsee ben gaan bezoeken.
Maar je laten leiden door het toeval is niet altijd wenselijk. Als je ziek bent laat je je toch ook niet door het toeval leiden om de juiste arts te vinden? Je zou een tekst als een soort van ziekte kunnen beschouwen. Die heeft de juiste geneeswijze nodig, in dit geval is dat het einde. Er moet over nagedacht worden, gewikt en gewogen, gekozen.

homburg 3

Het einde behoorde de bomen van het volkspark in Friedrichshain toe. De meeste bomen daar zijn recent, de overgrote meerderheid werd tijdens de tweede wereldoorlog verwoest. Wat overbleef werd opgestookt tijdens de barkoude winters na de oorlog. Hetzelfde lot ondergingen de bomen van Tiergarten en andere Berlijnse parken en bossen. De dappere Trümmerfrauen [1] is het allang vergeven dat ze niet wilden doodvriezen. Ze stonden voor ongeveer alles alleen, hun mannen waren gedood aan het front of in krijgsgevangenschap afgevoerd.
De torens en bunkers die zich in het park bevonden werden opgeblazen, de gaten met puin gevuld en met aarde toegedekt. Het zijn nu heuvels, geschiedenisbergjes noem ik ze. Om eerlijk te zijn lijken de bomen helemaal niet op die van het bos dat ik me bij De Roverbruidegom voorstel. Maar zoals zoveel in Berlijn groeien ze op bloed doordrenkte grond. Als ik de geschiedenis laat rusten herinneren de heuvels mij vooral aan wat in de Maasvallei ‘de kip’ werd genoemd, de heuvels aan weerszijden van de Zuid-Willemsvaart, waar ik als kind zo vaak heb gespeeld en gedroomd. Ik was een romanticus lang voor ik wist wat dat woord betekende. Hele zomerdagen zat ik daar in de bomen met mijn pennenmes figuren te snijden uit boomschors en boeken van Alexandre Dumas en Victor Hugo te lezen. Zo reis ik in mijn gedachten van een eerder gruwelijke omgeving naar het pastorale landschap van mijn kinderjaren en vind ik tegelijk troost voor de verschrikkingen van deze tijd.

monte cristo dumas

[1] De puinruimsters worden ook getoond in Deutschland, bleiche Mutter. Helma Sanders-Brahms gebruikte voor haar film échte actualiteitsbeelden.

Afbeeldingen: Trümmerfrauen (puinruimsters); Il principe di Homburg van Marco Bellocchio; De graaf van Monte Cristo van Alexandre Dumas, een kopie van de uitgave die ik in een boom in Neerharen las.

DE ROVERBRUIDEGOM

deutschland bleiche mutter 5

Met onze broodjes terug naar het park op zoek naar een bank. Veel schoolkinderen en joggers, stedelingen op zoek naar frisse lucht, want ook Berlijn heeft te kampen met fijn stof en andere luchtvervuiling. We lopen door een heuvelachtig stuk van het park dat bijna op een bos lijkt. Een beetje op dat van De roverbruidegom. Na een korte afdaling vinden we eindelijk een plek waar we rustig onze broodjes kunnen opeten.
Recht voor me zie ik het standbeeld van Friedrich II. Geen sprookjesschrijver, die man. Hoewel bijvoorbeeld De roverbruidegom toch heel wreed is. Ja, ik heb het niet kunnen laten. Ik heb toch wat over die sprookjes van Jacob en Wilhelm Grimm opgezocht op mijn smartphone… Een van hun sprookjes, De roverbruidegom, heb ik zelfs helemaal gelezen. De roverbruidegom en zijn trawanten komen een huis midden in een donker bos binnen, alwaar de bruid zich verscholen heeft. Hun plan is de bruid op te eten, het water staat al te koken. Maar ze hebben een ander jong meisje meegebracht, het voorgerecht. “Ze lieten haar wijn drinken: drie glazen vol, een glas witte wijn, een glas rode wijn en een glas gele wijn, en daarvan brak haar hart. Toen rukten ze haar de mooie kleren af, legden haar op een tafel, hakten haar mooie lichaam aan stukken en strooiden er zout over.” [1]
Omdat ik toch al over de sprookjes van Grimm had zitten lezen heb ik Friedrich II ook maar eens opgezocht. Ergens in mijn achterhoofd zat de idee dat hij een verlichte vorst was, bevriend met Voltaire en Casanova en andere ‘grote mannen’. Het is heel goed mogelijk dat hij een verlichte heerser was, maar hij was net zo goed een bloeddorstige tiran.
Het verhaal van Friedrich II begint voortreffelijk. Als kind van soldatenkoning Friedrich Wilhelm I wilde hij niet met tinnen soldaatjes spelen maar liever met zijn zuster. In de barkoude Pruisische winters mocht de jonge Friedrich geen handschoenen dragen. Al gauw had hij genoeg van dat leven en vooral van de tirannie van zijn vader en probeerde naar Engeland te vluchten. Daarbij werd hij geholpen door zijn adjudant, Hans Hermann von Katte. De vluchtpoging mislukte. De achttienjarige Friedrich moest van zijn vader toekijken hoe zijn vriend von Katte voor zijn ogen onthoofd werd. Het lijk van de adjudant moest voor het raam van de jonge Friedrich blijven liggen. Roept deze scène geen herinneringen op aan Griekse tragedies, meer bepaald aan Antigone? En aan sommige toneelstukken van Heinrich von Kleist? Eenmaal koning nam Friedrich een aantal toe te juichen beslissingen: hij stelde godsdienstvrijheid in en schafte ondervraging met foltering af. Maar hij voerde ook oorlog met Frankrijk, Rusland en Oostenrijk. De Zevenjarige Oorlog kennen we nog uit de geschiedenisles. Na de slag bij Kunersdorf (nu Kunowice in Polen) op 12 augustus 1759 bleven er van zijn leger van 50.000 soldaten nog 3.000 over. De lange oorlog putte Pruisen volkomen uit. Op het einde ervan had een half miljoen soldaten en burgers, ongeveer tien procent van de bevolking, het leven verloren.
De lectuur van deze geschiedenis had mij in een droomtoestand gebracht. Was ik nu wel wakker? Waren deze bomen echt? Wie had mijn broodje opgegeten?
Hoe zit het, Arthur, ben je er nog, vroeg de vrouw die naast me op de bank zat.
Hoezo, vroeg ik. Wie ben jij?
Herken je me niet, ik ben toch Natalie, zei ze.
Natalie, de prinses van Oranien, vroeg ik. Maar je lijkt ook wel wat op Jeanne Moreau. En waarom noem je mij Arthur?
Ik houd niet zo van je andere voornaam, zei Natalie.
Nu begrijp ik het, zei ik, ik ben Friedrich Arthur von Homburg.
Eindelijk word je wakker uit je droom, zei Natalie. Zullen we eens de stad ingaan? Misschien is de rij bij ‘Wanderlust’ vandaag wat minder lang.
Laten we het hopen, zei ik.
Toen ik van de bank opstond was ik weer een gewone sterveling, een man met de vreemde naam Martin Pulaski. We liepen naar tram 4 die ons naar de Hackesche Markt zou brengen. Van daar was het nog een tiental minuten lopen tot aan de Alte Nationalgalerie. Ik was nu helemaal wakker. De gebroeders Grimm had ik weer diep in mijn onbewuste weggeduwd, waar ze thuishoorden. Friedrich II mocht hen daar gezelschap houden.

[Dit was het tweede deel van mijn avonturen in Volkspark Friedrichshain in Berlijn.]

 

[1] Weer thuis in Brussel zag ik de film ‘Deutschland, bleiche Mutter’, die ik in Berlijn bij Dussmann had gekocht. In dit verhaal over een moeder en haar dochtertje in Duitsland tijdens de tweede wereldoorlog vertelt de moeder dit sprookje als ze door een verlaten huis dolen. Duitsland is dan al grotendeels verwoest. De vader is afwezig, want aan het front.
Waarom is de regisseuse van dit meesterwerk, Helma Sanders-Brahms, veel minder beroemd dan haar tijdgenoten Werner Herzog, Rainer Werner Fassbinder en Wim Wenders?

Foto: Deutschland, bleiche Mutter, Helma Sanders-Brahms, 1980.

ZERO DE CONDUITE: UNDERGROUND!

king&queen (3)

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

the-rock-machine-turns-you-on

Vanavond draaien we underground [1]. Muziek die behoorde tot de tegencultuur, tot het kleine stukje van mijn generatie waar ik deel van uitmaakte. Van dat kleine stukje of groepje, bedoel ik, dat zich afzette tegen de moraal, politiek, mode en kunst van zijn tijd, de jaren vijftig en zestig. Wanneer precies die underground tot stand kwam valt moeilijk te zeggen. Ik denk dat de stad San Francisco met zijn beat generation een belangrijke rol speelde, maar ook swinging Londen, het Parijs van de bohémiens en surrealisten, en de provo’s in Amsterdam. Wie er meer over wil weten van iemand die die opwindende periode niet zelf meemaakte maar er toch met veel kennis van zaken en veel empathie over schrijft raad ik het schitterende boek ‘De jaren zestig’ van Geert Buelens aan.
Voor mij is deze aflevering van Zéro de conduite vooral een emotionele aangelegenheid, een reis terug in de tijd en de ruimte. Een reis terug naar Tongeren, naar mijn vrienden Jan De Pooter, Henry Janssen, Guy Bleus en Luc Verjans. Daar waar het voor mij allemaal begon. En naar Maastricht waar ik de platen en de wierook kocht. En naar Neerharen waar ik veel van deze undergroundmuziek beluisterde en waar ik droomde van een mooie toekomst – een droom waar vandaag alleen maar vlijmscherpe scherven van overblijven. Het lijkt erop dat de dromen die we toen koesterden naïef en kortzichtig waren. Dat er niets van verwezenlijkt is. Maar niets is wat het lijkt. Ook deze sombere, walgelijke tijd gaat voorbij en er komen betere dagen. Veel van het goede dat er nu nog overblijft is in de periode die ik die van de underground noem ontstaan. Met die grondstof kan vandaag ook nog een betere toekomst worden opgebouwd.
De muziek van de vroegere betere dagen, die van de jaren zestig, zit nog altijd vol leven en belofte.

Opgedragen aan Joop Roelofs en Marty Balin.

Veel luisterplezier.

jefferson_airplane

Break On Through (To The Other Side) [Live] – The Doors – Essential Rarities – Jim Morrison, Robert Krieger, John Densmore, Raymond Manzarek – 4:44
Trouble Every Day – Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Freak Out! – Frank Zappa – 5:50
Hard Coming Love – The United States Of America – The United States Of America – Dorothy Moskowitz, Joseph Byrd – 4:41
Dropout Boogie – Captain Beefheart & The Magic Band – Safe As Milk – Don Van Vliet, Herb Bermann – 2:32
Save Yourself – Soft Machine – The Soft Machine: Volume One – Robert Wyatt – 2:25
Eyes of Amber – Buffy Sainte-Marie – It’s My Way! – Buffy Saint-Marie – 2:18
Fly High – Bridget St John – Thank You For… – L. Stevenson, Bridget St John – 3:23
I Couldn’t Get High – The Fugs – The Fugs First Album – Ken Weaver – 2:08
Mountain Song – Insect Trust – The Insect Trust – The Insect Trust – 2:57
Summer Thoughts In A Field Of Weed – Q’65 – Revolution – Wim Bieler, Frank Nuyens, Jay Baar – 2:25
Zsarrahh – The Outsiders – C.Q. – Outsiders- 3:28
Down Is Up – Moondog – Moondog 2 – Moondog – 1:10
Why? (The King Of Love Is Dead) – Nina Simone – Nuff Said – Eugene Taylor – 5:45
Never Too Far – Gandalf – Gandalf – Tim Hardin – 1:56
Goin’ Down Slow – Electric Flag – Old Glory: The Best of Electric Flag – James B. Oden – 4:47
The Red Wind – Tucker Zimmerman – Ten Songs By Tucker Zimmerman – Tucker Zimmerman – 3:35
Vegetable Man – Pink Floyd – The Early Years 1965-1967: Cambridge St/ation – Syd Barrett – 2:32
Balloon Burning – The Pretty Things – S. F. Sorrow – May, Taylor, Waller, Povey – 3:50
Dawn of Majic – Twink – Think Pink – Twink – 1:45
Dino’s Song – Quicksilver Messenger Service – Quicksilver Messenger Service – Dino Valenti – 3:10
Section 43 – Country Joe & The Fish – Electric Music For The Mind And Body – Country Joe McDonald – 7:28
Cosmic Charlie – Grateful Dead – Aoxomoxoa – Jerry Garcia & Robert Hunter – 5:44
Corrina, Corrina – Rising Sons – Rising Sons – Traditional – 2:58
Sitting By The Window – Moby Grape – Moby Grape – P.S. Lewis – 2:48
I Need A Man To Love – Big Brother & The Holding Company – Cheap Thrills – J. Joplin, S. Andrew – 4:55
Comin’ Back To Me – Jefferson Airplane – Surrealistic Pillow – Marty Balin – 5:23
Cripple Creek – Skip Spence – Oar – Skip Spence – 2:16
Sisters Of Mercy – Leonard Cohen – Songs Of Leonard Cohen – Leonard Cohen – 3:37

country joe

Bonus Tracks

Soapstone Mountain – It’s A Beautiful Day – Marrying Maiden – David Laflamme – 4:17
Gave My Love An Apple – Dr. Strangely Strange – Heavy Petting – Tim Booth – 6:08
Face Behind The Sun – The Plastic Cloud – The Plastic Cloud – The Plastic Cloud – 4:51
Mountain In The Clouds – Miroslav Vitouš – Infinite Search – Miroslav Vitouš – 1:52
Folk Tale – Ornette Coleman Quartet – This Is Our Music – Ornette Coleman – 4:45
Sun Watcher – Albert Ayler – New Grass – Albert Ayler – 7:30
Miss Free Spirit – Herbie Mann – Stone Flute – Herbie Mann – 12:41

Research & presentatie: Martin Pulaski.
Techniek: Sofie Sap

Uschi-Nerke-rotes-Kleid

Foto’s: In King & Queen in Tongeren (het meisje van King & Queen, Luc Verjans, Martin Pulaski, Jan De Pooter); The Rock Machine Turns You On; Jefferson Airplane; Electric Music For the Mind and the Body; Urschi Nerke, presentatrice van Beat-Club.

[1] The term “underground music” has been applied to various artistic movements, for instance the psychedelic music movement of the mid-1960s, but the term has in more recent decades come to be defined by any musicians who tend to avoid the trappings of the mainstream commercial music industry otherwise it tells only truth through the music. Frank Zappa attempted to define “underground” by noting that the “mainstream comes to you, but you have to go to the underground.” In the 1960s, the term “underground” was associated with the hippie counterculture of young people who had dropped out of college and their middle class life to live in an off-the-grid commune of free love and cannabis.

[2] Enige uitleg bij de hoes van The Rock Machine Turns You On (1968): “The Rock Machine Turns You On influenced a generation of music fans. At the time, what was then called “underground music” was starting to achieve some commercial success in Europe, bolstered by new radio and TV programmes such as John Peel’s “Top Gear”. CBS competed actively for this new market against other “progressive” labels such as Elektra, Island, Immediate, and the EMI subsidiary Harvest, who followed with similar samplers of their acts. Although some of the featured artists were already stars, others such as Leonard Cohen and Spirit were only starting to become known in Europe, and the album made a major contribution to their success.”
Uiteraard speelde voor ons niet alleen Top Gear een rol, maar zeker ook tv-programma’s als Beat-Club, Vibrato, het radioprogramma Superclean Dream Machine, de tijdschriften Teenbeat, Hitweek en Aloha, en zo meer.

IN VOLKSPARK FRIEDRICHSHAIN IN BERLIJN [1]

dav

In september logeerde ik [1] in Berlijn in een hotel met uitzicht op het Volkspark Friedrichshain, het oudste gemeenschappelijke parkgebied van Berlijn. Mooi is het park niet. Het is geen Jardin du Luxembourg of Hyde Park; het is tenslotte een volkspark. Maar er is veel te zien, vooral veel geschiedenis (die je niet meteen opvalt). Het mooiste stuk van het park heet Märchenbrunnen, een bronnen- en tuinencomplex dat in het teken staat van de gebroeders Grimm, met een dozijn of zo personages uit de wonderlijke sprookjes van Grimm, vooral meisjes. Die beelden geven je meteen zin om de sprookjes te herlezen. Het verfrissende geluid van de fontein brengt je vanzelf al in een sprookjesachtige sfeer (maar niet in de grimmige en gruwelijke sfeer van heel wat van die sprookjes). Je wilt de sprookjes herlezen om hun betoverde wereld die de tijd heeft vervaagd weer nieuw leven in te blazen. Wie was toch ook weer Repelsteeltje, was Tafeltje dek je een sprookje van Grimm, hoe heetten de zeven dwergen? Je zou het terwijl je daar wat op adem zit te komen van de voorbije, overweldigende dagen in Berlijn op je smartphone kunnen opzoeken, maar dat doe je niet, dan is de magie weg. Je wacht liever tot je weer thuis bent.
Terwijl ik me die sprookjes trachtte te herinneren zat mijn eigen Roodkapje de hele tijd te lezen in een roman van Philip Roth. Ik heb een beetje honger, zei ik. Zullen we op de hoek van de Greifswalder Strasse weer broodjes met geitenkaas kopen met Bionade erbij om ze door te spoelen, stelde ze voor. Heel goed Roodkapje, zei ik. En dan kunnen we ze hier in het park komen opeten. Waarom heb je zo’n grote ogen, vroeg Roodkapje. Grote ogen, dat zal van de gedachte aan die broodjes zijn, zei ik. Kom, laten we gaan.

sdr

sdr

[1] Hoewel deze kroniek meestal in de ik-vorm wordt verteld ben ik zelden alleen. Soms eenzaam, maar zelden alleen.

Foto’s, Martin Pulaski, september 2018

EEN FRAGMENT UIT ULYSSES VAN ALFRED TENNYSON

alfred-tennyson-

Lezend in Een Odyssee van Daniel Mendelsohn werd ik herinnerd aan deze regels uit het beroemde gedicht Ulysses van Alfred Tennyson:

(…) Come, my friends,
‘T is not too late to seek a newer world.
Push off, and sitting well in order smite
The sounding furrows; for my purpose holds
To sail beyond the sunset, and the baths
Of all the western stars, until I die.
It may be that the gulfs will wash us down:
It may be we shall touch the Happy Isles,
And see the great Achilles, whom we knew.
Tho’ much is taken, much abides; and tho’
We are not now that strength which in old days
Moved earth and heaven, that which we are, we are;
One equal temper of heroic hearts,
Made weak by time and fate, but strong in will
To strive, to seek, to find, and not to yield.

Je blijft alleen maar écht leven als je niet zwicht, als je niet berust maar blijft zoeken, als je keer op keer vertrekt naar elders en zo lang mogelijk onderweg blijft. Als je je nestelt in je behaaglijke, vertrouwde omgeving word je een sufferd en is het figuurlijke en zelfs letterlijke einde nabij. Kom vrienden, het is niet te laat om nog een nieuwe wereld te vinden!

VAARWEL JOOP ROELOFS

q65 revolution 2

Nu is ook Joop Roelofs dood. Joop Roelofs was de gitarist van Q65, een geliefde Nederbeatgroep uit Den Haag. Altijd als iemand overlijdt die ik in mijn tienerjaren met volle overgave bewonderde voelt het alsof een stuk uit mijn lijf wordt weggerukt. Ook al was de gitarist een vreemde voor me, ook al heb ik hem nooit gekend en zag ik Q65 maar twee keer optreden.
Het was vooral hun langspeelplaat Revolution uit 1966 die me vele uren in de buurt van mijn kleine gele platenspeler deed doorbrengen. Er bestond voor mij geen meer opwindende muziek dan die van Q65, met uitzondering van die van the Rolling Stones, the Pretty Things en the Outsiders.
Toen ik gisteren Revolution nog een keer beluisterde werd ik meteen teruggevoerd naar dat zalige jaar 1966. Alle twaalf songs op de elpee zaten nog in mijn geheugen gegrift. Niet de teksten want die waren altijd al onverstaanbaar (“Haags Engels”, noemde iemand het taaltje van Q65), maar wel de melodieën en bovenal de sound. Om een onverklaarbare reden vind ik dat in dit geval ‘sound’ meer zegt dan ‘geluid’. Het gitaarspel van Joop Roelofs was een essentieel ingrediënt van die magische, zowel tedere als wilde sound. Vaarwel Joop.

q65 1

WONDERLIJKE VISVANGST

boek paul rigaumont 001

“With haunted hearts through the heat and cold
We never thought we could ever get very old
We thought we could sit forever in fun
But our chances really was a million to one”
‘Bob Dylan’s Dream’

Het was een wonderlijke visvangst. Want waren we niet stuk voor stuk wonderlijke vissen gevangen in het net dat Paul gedurende een groot deel van zijn leven met zijn lyrische kleuren en met zijn hersens en geest verzoenende vormen geweven had? Mooi is het om op een zondagochtend zo in hechtenis te worden genomen door de Geest van de vrijheid. Want het visnet – of was het een web? – gaf ons precies dat, vrijheid, in plaats van gevangenschap. Pauls labyrint leidde ons niet naar de Minotaurus maar naar de Geest van de vriendschap. Die hele zondag heeft mij ook in een lyrische toestand gebracht. Dat verklaart meteen waarom ik Geest met een hoofdletter schrijf.
In het atelier waar Paul Rigaumont al die jaren zijn zowel melancholische als vrolijke oeuvre bij elkaar geschilderd had waren wij nu bij elkaar gebracht door een boek waarin dat voorbeeldige werk eindelijk de aandacht krijgt die het verdient. Paul heeft nooit veel aandacht gewild. Hij schilderde liever in de schaduw. Schaduw bij wijze van spreken want net als elke andere schilder had hij meer licht dan schaduw nodig. Dat hij niet in de belangstelling wilde staan betekent niet dat hij – of zijn werk – die niet verdient. Van alle kunstenaars die ik persoonlijk ken verdient hij die het meest. Paul is al drie jaar dood, daar valt niets aan te veranderen. Maar zijn schilderijen zijn springlevend. Omdat zij zo springlevend zijn waren wij, gasten, dat zondag opeens ook. Al waren de akelige dood, de bespottelijke aftakeling en het giftige verdriet eveneens van de partij. Ik denk dat die schamper lachten met mijn idee van vrolijke vissen in een veelkleurige bokaal. Of dat van gelukkige bezoekers badend in het licht van Pauls abstracte doeken. Terwijl op het dak van zijn atelier de regen neerviel en aan onze schoenen nog stukjes geplette kastanjes kleefden.

Oude vrienden die elkaar terugzien – soms na vele jaren omzwervingen, avonturen, verzoekingen, en wat niet nog allemaal – in een warme omgeving: dat is heftig. Ieder van ons heeft zoveel meegemaakt. Talloze herinneringen komen daar binnengewandeld, bijna tastbaar of anders zeker toch latent. Alle mooie momenten, alle pijn, alle verdriet, elke seconde van extase. De muziek van de wereld die in onze hoofden zit. De schoonheid van elke steen en elke bloem die we zagen. De burgeroorlogen die ons woest maakten, die ons tot hoopjes verdriet herleidden, tot niemendalletjes. De nieuwe burgeroorlogen die eraan zitten te komen. Het is niet allemaal schoonheid wat in die hoofden van ons zit. Niet allemaal Tintoretto, Mapplethorpe, Aretha Franklin en Bach. De namen van het lelijke en van het kwaad wil ik nu evenwel niet noemen.
Mijn oude vriend Guillaume Bijl zegt sorry, net als Ronald Gipharts Phileine. Met een glimlach en de mogelijkheid van een verwijzing als resultaat. Ria Pacquée drijft de spot met wat ons ketent en blijft er heel kalm bij, een vrouwelijke Gary Snyder. Een soort van dichter en zenboeddhist was dat, die ik ontdekte in The Dharma Bums van Jack Kerouac. Veel humor bij de andere kunstenaars, en veel raadselachtigheid. Menno Meewis, Michel Kolenberg, Fred Michiels, Anne Niveau, Tamara Van San, Christian Van Haesendonck. Christian, die ik altijd Chris heb genoemd en die Gottfried van Salzburg heette toen we samenwerkten aan ons boek ‘Kamertjeszonden’. Salzburg, nota bene de stad waar mijn vader een jaar lang heeft vastgezeten als krijgsgevangene. Samen hebben we dingen gedaan, Gottfried en ik. Niet alleen maar gepraat, wees daar maar zeker van. We hebben woorden opgespoord en zijn brutaal geweest, onder meer. Chris heeft  vorig jaar samen met Olga, de weduwe van Paul, het initiatief genomen voor het sublieme boek dat ons hier nu samenbrengt: Retrospectief Paul Rigaumont. Bij de opening van deze tentoonstelling in het atelier waar soms ook wild werd gedanst, bij weer een andere voorstelling, bijvoorbeeld van een van de achttien delen Anekdota van Paul Rigaumont, want die boeken waren er ook nog. Of op een nieuwjaarsparty of iets anders dat moest gevierd worden. Of ik ook een bijdrage wilde leveren aan het boek, vroegen Olga en Chris mij. Dat heb ik graag gedaan. Zoveel herinneringen aan Paul. De mooiste en de meest frappante heb ik neergeschreven. Terwijl ik zat te schrijven kwam Paul weer even tot leven. Maar toen het werk af was is hij opnieuw gestorven. Er is niets aan te doen. Zondag leek Eddy Borms zijn lieve vriend met zijn poëtische invocatie heel even uit de dood te kunnen opwekken, maar toen de adem van zijn laatste woord verdampt was, was ook Paul weer weg. Niemand van ons is Jezus, niemand Lazarus. En zoals Eddy later tegen me zei in een kort gesprek over Patti Smith: niemand sterft voor onze zonden.

Menno Meewis overleed plots in Montréal in 2012, alweer zes jaar geleden. Hij is nog altijd aanwezig in de ogen van Liliane, een van die oude vrienden die we al zo lang niet meer zagen. Maar wel alsof de laatste keer gisteren was. Zo is het zo vaak met goede vrienden. Met Ginette hetzelfde. Ook dat waren avonturen. Zij woonde een tweetal seizoenen bij ons, in de Dolfijnstraat in Antwerpen, in de periode dat Agnes en ik met Paul samenwerkten in de Filosofische Kring Aurora. Dankzij de vrienden van Ginette hadden we altijd lekkere verse groenten in huis. Aan de overkant in diezelfde legendarische Dolfijnstraat woonden Leo en Flor, eeuwenoude vrienden. Leo heb ik altijd Job genoemd, ik weet niet of hij dat weet. Net als in 1969 toen hij in mijn testfilmpje voor het Ritcs de Nowhere Man speelde (met een van zijn schilderijen als rekwisiet) gelooft hij nog steeds in de Verwondering. En vooral in de Geest. Flor of Flora, geboren in Congo, is net als Paul drie jaar geleden gestorven. Twee of drie dagen voor haar dood was ze nog springlevend. Verontwaardigd over Wolfgang Schäuble en geestverwanten, over de geldwolven en machtsslaven die de Grieken vernederden en uithongerden. En dan geen woord meer. Gedaan met de flamenco, haar lievelingsdans.

En toch is het waar dat die hele zondag een feest was en dat we gelukkig waren. Zelfs onze vriendin Guche, die er eerst ongelukkig en ontdaan uitzag, ging stralen. Haar levensgezel Wout Vercammen ging er begin dit jaar voor altijd vandoor. Manneke minder, noemde mijn moeder de dood soms. Wat een mooie, poëtische uitdrukking voor zoiets akeligs! Guche die ook Gislinde heet kan buitengewoon goed schrijven; zij heeft een stijl die je nergens mee kunt vergelijken. Absurd, prettig gestoord… geen enkel adjectief is hier toepasselijk. Zij is een fan van mijn werk, maar dat is niet de reden waarom ik haar graag zie. De reden is Guche zelf.
Nu ik fotograaf Marc Schepers terug voor me zie (en op een foto die Agnes van ons maakte) herken ik Theseus in hem. Ongetwijfeld had hij zondag de Minotaurus kunnen doden, maar dat was niet nodig, dat zei ik al, er was geen Minotaurus. En hoewel ik hier lijk te treuren om de doden is dat niet zo, zij waren er allemaal, levend in ons aanwezig, in onze woorden en in onze blikken. Ik heb ze allemaal gezien.
Met mijn oude vriend Jan Van Veen, over hem zou je meerdere boeken kunnen schrijven, dat is in zijn geval helemaal waar, met hem gaat het niet goed. Hij is slecht te been, heeft erge rugproblemen, astma, bronchitis. Roken is nergens goed voor. Maar het is nu te laat voor lesjes moraal. Straks ga ik hem bellen. Hij was zo vlug weg dat ik niet eens met hem heb kunnen praten. Heel even overviel mij een immense tristesse. Maar kort daarna zaten wij, opnieuw vrolijke vissen, in een pizza-aquarium met onze vissenmonden wijn te drinken en te praten en te lachen, alsof we nog altijd met zijn allen in die kamer van onze prille jaren zaten, waar Bob Dylan over zingt in ‘Bob Dylan’s Dream’, terug te vinden op het meesterwerk The Freewheelin’ Bob Dylan, dat ook over ons gaat, over onze generatie, over de mensen die we toen waren en die we nu zijn.

2018-09-23-paul rigaumont opening 005 (2)
2018-09-23-paul rigaumont opening 006 (2)2018-09-23-paul rigaumont opening 015 (2)

Foto’s: Agnes Anquinet / Martin Pulaski