1969: MUZIEK VOOR SCHOOIERS

HENRY 2

Niet alleen voor de inwoners van Parijs en van zowat alle grote steden van de wereld maar ook voor mezelf was 1968  een uitermate boeiend jaar. Over hoe het er in de grote wereld aan toe ging bestaan een aantal interessante boeken, waarvan ik er twee wil aanbevelen: 1968: The Year that Rocked the World van Mark Kurlansky en There’s a Riot Going On: Revolutionaries, Rock Stars and The Rise and Fall Of ‘60s Counter-culture van Peter Doggett  [1]. Toch sla ik in deze korte beschouwingen over een aantal van mijn geliefkoosde popalbums dat woelig jaar voorlopig over. Ik wil hier niet alles nauwgezet en chronologisch, als een popboekhouder, onder de loep nemen. Overigens heb ik er al meermaals over geschreven; dat is allemaal terug te vinden op deze blog.
Mijn verhuis naar Brussel in 1969 en mijn (zinloze) studies aan het Ritcs heb ik ook al uitvoerig behandeld, hier en hier. Het is sowieso niet mijn bedoeling om in dit bestek al te diep op mijn biografie in te gaan, al zijn aan mijn ervaringen met muziek zeker wel (auto)biografische elementen verbonden. Op zowel persoonlijk als muzikaal vlak was mijn kennismaking (en al gauw vriendschap) met Marc Didden in september 1969 een mijlpaal. De ontmoeting met mijn eerste vrouw zou mijn leven ingrijpend veranderen.

De periode tot september 1969 was er een van nieuwe – soms vluchtige –  vriendschappen, verliefdheden, zoeken maar moeilijk of helemaal niet vinden. Van dromen van een leven weg uit de hel van het internaat, van herwonnen vrijheid. De vrijheid die ik had gekend als kind op het schip en als adolescent tijdens de lange zomervakanties. Is vrijheid niet bijna altijd kinderlijk en sensueel en vaak ook erotisch? Is muziek niet ook bijna altijd kinderlijk en sensueel en vaak erotisch?

Hoewel ik het internaatleven in Tongeren als iets infernaals beleefde, waren er ook stralende dagen. Dat heb ik aan die fijne vrienden te danken over wie ik het in de vorige notitie al had. Op mijn eentje kon ik wegvluchten in boeken en in beginnend dichterschap. Samen gaven we ons over aan popmuziek en de mode die daar mee samenhing. Tegen het grijs van die tijd kwamen wij in opstand met de vele kleuren in onze garderobe en met onze lange haren.

De zomer van 1969 was anders dan alle andere zomers. In de opwinding van de eerste dagen van onze ‘vita nuova’, was al iets bitters geslopen. Alleen en met mijn vrienden hing ik rond in de straten van Neerharen, Hasselt, Maastricht en Blankenberge. Later vond ik het woord dat onze levensstijl van toen goed omschreef: schooiers, in het Engels bums. De uitdrukking had een positieve inhoud gekregen, maar het negatieve aspect zat er nog altijd aan vastgekleefd. Die negatieve component maakte zich ook meester van mijn adolescente psyche. De verrukkelijkste dagen werden gevolgd door weken van donkere twijfels en angsten. Vooral was ik bang voor seks. In tegenstelling tot de jongens in de dorpen, zij die niet opgesloten zaten in een internaat, wist ik er niets van. Een meisje kussen was al een goddelijke ervaring. Wat moest de rest dan zijn? Maar ik wist ook niet wat ik met mijn leven moest aanvangen. Wat zou de toekomst brengen? Op de eindexamens aan het Atheneum in Tongeren volgde een lange, mooie, moeilijke zomer en dan de ingangsproeven aan het Ritcs in Brussel. Waar heel even alles openbloeide.

Meestal was het wegvluchten in muziek. 1969 was daar een uitermate geschikt jaar voor. Ik was er bij op het First International Pop Event op 21 juni, georganiseerd door Louis de Vries en Jo Dekmine. Louis de Vries was de baas van café het Pannenhuis in Antwerpen [2] en Jo Dekmine directeur van Théâtre 140 in Brussel. Op dat popevent in Deurne raakten we bedwelmd door de muziek van The Pebbles, Yes, The Nice, Colosseum en vooral Peter Green’s Fleetwood Mac. Peter Green behoorde op dat ogenblik tot ’s werelds meest vooraanstaande bluesgitaristen, op gelijke voet met B.B. King en Elmore James. Het festival duurde tot lang na middernacht. Tot we een trein weer naar huis konden nemen zaten we in een kroeg in de Wolstraat. We hoefden er niets te consumeren maar mochten ons hoofd niet op de tafel laten rusten voor een ogenblik slaap. Overigens was dat typisch in die dagen, op café gaan zonder iets te drinken, alleen maar voor het gezelschap en de muziek.

De sfeer op Jazz Bilzen was in 1969 niet meer die van een love-in en ook lang niet meer zo braaf als in ’67. Er werden sterke drank en hoestsiroop (Romilar) gedronken, allerlei pillen geslikt, het regende, we hadden het koud en kwamen ten val in de modder. Claudi kwam niet opdagen, Monique evenmin. Mijn vrienden en ik wisten het allemaal niet meer zo goed. We sliepen in een kamer in het huis van de ouders van Paul Vrijens, de basgitarist van the Scrub, met wie we in Blankenberge kennis hadden gemaakt.
De muziek op de Bilzense weide was beter en gevarieerder dan ooit. Er traden voor ons op: Humble Pie met de fantastische zanger Steve Marriott, een betoverende en sexy Marsha Hunt & White Trash, the Soft Machine met Robert Wyatt in bloot bovenlijf, Aynsley Dunbar Retaliation, the Bonzo Dog Band, Shocking Blue, Taste en Ornette Coleman. Stuk voor stuk avontuurlijk en vaak grensoverschrijdend. De set van Ornette Coleman was mijn eerste kennismaking met jazz. Nog altijd zie ik hem daar op dat podium musiceren, zijn lyrisch en dissonant saxofoonspel ten hemel stijgend.

Een ander memorabel counter-culture-evenement vond op 11 oktober in Londerzeel plaats: de Island Show. Er traden drie progressieve Britse bands op die platen uitbrachten op het Island-label en die we al een tijdje bewonderden: Spooky Tooth, Free en Jethro Tull. Live klonken ze nog stukken beter dan op plaat. Ik woonde toen al op een kamer in de Karmelietenstraat in Brussel. De nacht brachten we door in een bouwwerf in Londerzeel. De rest is kleine geschiedenis en een lijstje [3].

  1. The Gilded Palace of Sin – The Flying Burrito Brothers
  2. Let It Bleed – The Rolling Stones
  3. The Band – The Band
  4. Nashville Skyline – Bob Dylan
  5. Everybody Knows This Is Nowhere – Neil Young & Crazy Horse
  6. Led Zeppelin II – Led Zeppelin
  7. Liege & Lief / What We Did On Our Holidays / Unhalfbricking / – Fairport Convention
  8. Oar – Alexander “Skip” Spence
  9. Abbey Road – The Beatles
  10. The Velvet Underground – The Velvet Underground
  11. Dr. Byrds & Mr. Hyde / Ballad of Easy Rider – The Byrds
  12. Free – Free
  13. Dusty In Memphis – Dusty Springfield
  14. Mendocino – Sir Douglas Quintet
  15. From Elvis in Memphis – Elvis Presley
  16. Ummagumma / More – Pink Floyd
  17. Happy Trails – Quicksilver Messenger Service
  18. Nick Drake – Five Leaves Left
  19. Pickin’ Up The Pieces – Poco
  20. Bayou Country / Willy and the Poor Boys / Green River – Creedence Clearwater Revival
  21. Then Play On – Fleetwood Mac
  22. Happy Sad – Tim Buckley
  23. 20/20 – The Beach Boys
  24. Scott 4 – Scott Walker
  25. Hollywood Dream – Thunderclap Newman
  26. Stooges – The Stooges
  27. Tons of Sobs – Free
  28. Volume II – The Soft Machine
  29. Crosby, Stills & Nash – Crosby Stills & Nash
  30. Trout Mask Replica – Captain Beefheart And His Magic Band
  31. Stand! – Sly & the Family Stone
  32. Blind Faith – Blind Faith
  33. Stand Up – Jethro Tull
  34. Live/Dead – The Grateful Dead
  35. Second Winter – Johnny Winter
  36. Ssssh – Ten Years After
  37. Testifyin’ – Clarence Carter
  38. Bless Its Pointed Little Head – Jefferson Airplane
  39. Barabajagal – Donovan
  40. Brave New World / Your Saving Grace Steve Miller Band

[1] Het boek van Peter Doggett beslaat de jaren 1965-1972.

[2] Over het Pannenhuis heb ik vorig jaar al uitvoerig bericht, maar dat verhaal moet zeker nog een vervolg krijgen.

[3] Niet alle elpees uit deze lijst waren in ons bezit. Sommige ervan, met name die van Elvis Presley, Nick Drake en Clarence Carter, kregen wij pas later te horen. Aanvankelijk hield ik niet van Nick Drake. Uiteraard hadden de elpees die vanaf 1965 waren uitgekomen nog niets van hun magie verloren.

 

monique3

Afbeeldingen: boven: mijn vriend Henry als schooier, circa 1968; onder: lachende jongen met Monique, circa 1968.

POP 1967: GROOVY

king&queen (3) tongeren1967

1967 was, wat de hele wijde wereld nu wel weet, het jaar van flower power en van wat de ‘summer of love’ wordt genoemd. In het midden van dat jaar werd ik zeventien. Zoals ongeveer alles in die tijd veranderde mijn leven razendsnel. Wilde ik tot voor kort nog leider van een jongerenbende worden, wat ik zelfs een beetje was geweest, ontpopte ik mij nu in een mum van tijd tot dichter en liefdeskind. Van een potentiële Arthur ‘Cody’ Jarrett (“Made it, Ma! Top of the world!”) [1] naar een ware beat-jongen, als het ware voor POP in de wieg gelegd. Jan Depooter, Luc Verjans, Henry Janssen en Guy Bleus, mijn vrienden in het internaat in Tongeren,  hadden samen met mij de magie die dat jaar in de lucht hing aangevoeld en waren er bezeten van geraakt.

“If you believe in magic, come along with me / We’ll dance until morning ‘til there’s just you and me”, had John Sebastian van The Lovin’ Spoonful in 1965 gezongen. Twee jaar later kon je moeilijk anders dan geloven in die magie, in een caleidoscoop  van wijnkleurige bloemen, geurige kruiden, oranje hemels, elektrische bananen, frêle dromerige meisjes, ongeziene juwelen en love-ins. [2] Je moest wel beamen dat liefde van een hogere orde is dan oorlog. Moest je dat? Natuurlijk niet. Het lijkt wel vergeten dat de meerderheid van de jongeren van toen helemaal niet in dergelijke idealen en in verandering geloofde. Zij die dat niet deden waren wat de Nederlandse protestzanger Armand het klootjesvolk noemde. Dat jaar werd de tot dan nog latente tegenstelling wij-zij manifest.

Alsof het psychedelische bloemen waren of magische paddenstoelen die we zomaar konden plukken waren er overal om ons heen opeens elpees die in geluid, woord en beeld de magische boodschap verkondigden. Langspeelplaten werden op ons losgelaten en ze brachten ons in verrukking. Ons Tongers groepje ging zich Sunshine World noemen. We begonnen met een provo-achtig tijdschrift dat eerst Testament heette, later Subterranean. (Trouwe lezers van hoochiekoochie kennen deze kleine geschiedenis al).
De magische elpees maakten helaas deel uit van de echte wereld waar voorlopig nog zaken werden gedaan en niets gratis was. Elk van ons afzonderlijk kon onmogelijk al die mooie platen aanschaffen, dus maakten we keuzes. Als jij Mr. Fantasy koopt en jij Surrealistic Pillow dan ik Bee Gees 1st, enz. We bestelden heel wat van onze albums via een leerling wiens pa beroepsmilitair was in Duitsland. Hoe heette hij ook alweer? Ik geloof dat platen in de BSD, wat de tiende provincie van België werd genoemd, ongeveer de helft goedkoper waren dan in het vaderland. Op die manier kwam ons groepje in het bezit van bijna alle langspeelplaten die later zo belangrijk zijn geworden. In de kelder van het Atheneum hielden we tijdens de ‘speeltijd’ luistersessies. Lichamelijke opvoeding hoefde voor mij niet meer. Dat was te militaristisch. Ik luisterde dan naar platen of werkte aan een experimenteel toneelstuk. We werden lekker high van al die muziek uit de hogere sferen, zonder drugs of wat dan ook. We stegen supersonisch op, tot hoog boven de wolken, reisden naar Jupiter en Pluto en vooral Venus, maar bleven weg van de donkere kant van de maan. Waar wij kwamen was geen sterveling ooit geweest. Het was een mooie droom, waaruit we maar niet wilden ontwaken. Maar ook hier was er weer de rumoerige realiteit, er waren grenzen, er waren normen, er was fatsoen. Dat lange haar moest geknipt.

In die droom beleefde ik een tweede droom: Jazz Bilzen, het eerste popfestival waar ik bij aanwezig was. Voor de eerste keer zag ik een buitenlandse beatgroep optreden, Procol Harum, die een hit had met A Whiter Shade Of Pale. Nu is dat natuurlijk een fait divers, maar toen was het iets waar je extatisch van werd. Zeker als je er de sfeer van flower power bij denkt. Louis Neefs, die voor de Belgische televisie werkte, zag me daar met een groepje vrienden op de grond zitten, met bloemen in mijn haren en op mijn saffraankleurig fluwelen jasje vastgespeld, en zal gedacht hebben, merkwaardige snuiter, goed voor een babbeltje. Dit is hier allemaal fantastisch, zei ik, want hier gebeurt anders nooit iets. En het moet maar eens gedaan zijn met die oorlog in Vietnam en met alle andere oorlogen. Het is tijd voor eeuwigdurende vrede. Toen het interview werd uitgezonden, in het programma Tienerklanken, zat ik alweer op internaat. Tienerklanken, zei de studiemeester? Niets van. Hier wordt alleen naar voetbal gekeken.

Informatie over nieuwe platen was nauwelijks te vinden. De Vlaamse kranten leken van het bestaan van popmuziek niet af te weten. Alleen het tijdschrift voor radio en televisie Humo was een beetje op de hoogte. In Nederland was het stukken beter. Daar had je Muziek Express, Teenbeat, Tiq en vooral Hitweek, dat al gauw onze muziekbijbel werd. Hitweek, later omgedoopt tot Aloha, zocht de underground op en wij gingen mee met die verwante droomreizigers. Zo ontstond de beruchte tegencultuur. (Ik sla enkele stappen over. Het moet vlug gaan. Er zijn andere tijden gekomen, man.)
We bleven van revoluties en bevrijding dromen. Alles moest radicaal veranderen. We werden bozer en bozer en riepen met luide stem Up against the wall, motherfuckers, ook al wisten we niet wie de echte Motherfuckers waren en zelfs niet dat ze bestonden. Iedereen weet hoe uit die woede en razernij terreur is ontstaan. Er zijn duizenden boeken over geschreven, dat van Geert Buelens [3] alleen al telt duizend bladzijden. Heb je het gelezen? Alles staat erin, tot in de kleinste details, met massa’s lijstjes erbij.

Ik besef dat ik ondertussen ben teruggekeerd van die reis naar de sterren, het is al bijna Watergate, en dan moeten Reagan en Thatcher en het neokapitalisme nog komen. Nee, laten we nog even in het jaar van de liefde verwijlen, wild en jong en groovy. “Do you believe in Magic? It’s like telling a stranger about rock and roll…”

7

  1. Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
  2. John Wesley Harding – Bob Dylan
  3. The Piper at the Gates of Dawn – Pink Floyd
  4. The Velvet Underground & Nico – The Velvet Underground & Nico
  5. Absolutely Free – The Mothers of Invention
  6. Bee Gees 1st – Bee Gees
  7. The Who Sell Out – The Who
  8. I Never Loved a Man the Way I Love You – Aretha Franklin
  9. Between the Buttons – The Rolling Stones
  10. Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band – The Beatles
  11. Younger Than Yesterday – The Byrds
  12. Forever Changes – Love
  13. Moby Grape – Moby Grape
  14. Buffalo Springfield Again – Buffalo Springfield
  15. Their Satanic Majesties Request – Rolling Stones
  16. Safe As Milk – Captain Beefheart & His Magic Band
  17. Outsiders – The Outsiders
  18. Chelsea Girl – Nico
  19. Disraeli Gears – Cream
  20. Something Else – The Kinks
  21. One Nation Underground – Pearls Before Swine
  22. Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
  23. The Doors / Strange Days – The Doors
  24. Smiley Smile – The Beach Boys
  25. Mr. Fantasy – Traffic
  26. Procol Harum – Procol Harum
  27. Mellow Yellow – Donovan
  28. Electric Music for the Mind and Body – Country Joe and the Fish
  29. Goodbye and Hello – Tim Buckley
  30. Tim Hardin 2 – Tim Hardin
  31. The Resurrection Of Pigboy Crabshaw – Butterfield Blues Band
  32. Songs of Leonard Cohen – Leonard Cohen
  33. Song Cycle – Van Dyke Parks
  34. Feelin’ Groovy – Harpers Bizarre
  35. The Time Has Come – Chamber Brothers
  36. Ode to Billie Joe – Bobby Gentry
  37. Trogglodynamite – The Troggs
  38. The Blues Alone – John Mayall & The Bluesbreakers
  39. Tim Rose – Tim Rose
  40. You’re A Big Boy Now – The Lovin’ Spoonful

[1] Arthur ‘Cody’ Jarrett is het hoofdpersonage uit de misdaadfilm White Heat (1949) van Raoul Walsh. “Made it, Ma! Top of the world!” is de uitroep van Cody net voor zijn tragische dood.
[2] The Byrds maken er een mooie opsomming van in Renaissance Fair, terug te vinden op het album Younger Than Yesterday, 1967.
[3] Do You Believe in Magic, The Lovin’ Spoonful, op hun gelijknamige elpee uit 1965.
[4] Geert Buelens, De jaren zestig, Een cultuurgeschiedenis, 2018. 1024 pagina’s.

Foto’s: Boven: In de King & Queen in Tongeren, meisje van de King & Queen, Luc Verjans, ik, Jan Depooter; Onder: Jan Depooter en ik.

EEN AANGENAAM TIJDVERDRIJF

IMG_20200409_112112-anderlecht

Waar houd ik van? Wat is me het liefst? Dat verschilt van jaar tot jaar, van dag tot dag, zelfs van uur tot uur. Zoals Johnny Winter houd ik soms van alles, soms van niets. [1] Daarom is het nogal absurd om de (pop)muziek die mijn voorkeur geniet in lijsten onder te brengen en op die manier het ene album, de ene artiest, zoveel waarde toe te kennen en de andere zoveel.

Nu is het ongeveer iets dergelijks wat ik de voorbije twee maanden (of hoe lang duurt het al?) – op vraag van mijn vriend en muziekminnaar Roen Hetzwoen en uit behoefte aan enige orde en duidelijkheid in mijn leven – heb gedaan. Het was, en blijft nog even, een mooi tijdverdrijf. Zo’n lijstje is geen Dafalgan noch een pepmiddel, maar het proces, het maken, heeft me goed gedaan. Soms voelde ik de adrenaline stromen. Ik meen dat de verteller in Lou Reeds Kicks al een moord moet plegen om iets dergelijks te voelen. Dan toch liever een lekkere opsomming.

Ik kon me al een hele tijd moeilijk concentreren waardoor lezen en schrijven quasi onmogelijk werden. Dat was al het geval na mijn ziekte in december maar is verergerd als gevolg van de pandemie. Als ik niet kan lezen en schrijven ben ik ongelukkig. Het gebeurt wel vaker dat ik het gevoel heb te verstikken in de dagelijkse herhaling, het altijd maar opnieuw moeten beginnen. In het verleden maakte ik dan een reis, om mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe ervaringen, geluiden, landschappen, beelden van mensen onderweg. Wat nu zoals je weet onmogelijk is.
Bezig zijn met muziek en met deze lijstjes bood me, een beetje als reizen, een mogelijkheid om te ontsnappen, om niet de godganse dag aan dat virus, aan besmetting, aan ziekte en dood te denken. Om al die vormen van voorzichtigheid, al die nieuwe leefregels waar we ons moeten aan houden uit respect voor onszelf en voor elkaar, enkele uren per dag te vergeten.

Mijn bedoeling was niet om bij die lijstjes voor Roen veel uitleg te schrijven. Aanvankelijk hield ik het ook zo, gaf ik alleen een opsomming van wat ik van bijvoorbeeld R.E.M. of Marianne Faithfull de beste albums vind. Gaandeweg vond ik dat dat niet volstond, dat er wat commentaar nodig was. Nog later ben ik op het idee gekomen om die stukjes uit te werken voor hoochiekoochie. Ook Roen was van mening dat ik dat moest doen. Als ze hier – vanaf morgen – verschijnen is dat mede te danken aan zijn toewijding en overtuigingskracht.

Het was me vaak een genoegen om lijstjes van andere vrienden van Roen – duidelijk stuk voor stuk melomanen – te bestuderen en hun verhalen over deze of gene elpee, dit of dat concert te lezen. Ik besef dat we veel gemeenschappelijk hebben, hoe verschillend we ook mogen zijn in smaak en karakter. Ik heb veel bijgeleerd en vooral heb ik zin gekregen om muziek die ik nog niet ken te gaan ontdekken.

De cursiefjes en anekdotes die ik als uitleg bij mijn lijstjes heb geschreven zijn in tegenstelling tot sommige van mijn literaire teksten niet voor de eeuwigheid gemaakt. Soms echter is een dag een eeuwigheid.

[Morgen de eerste lijst: de beste albums van 1967.]

[1] Op Johnny Winters elpee Second Winter staat een nummer dat I Love Everybody en een dat I Hate Everybody heet.

Foto:  Een coronawandeling in Anderlecht. MP, 9 april 2020,

DITA EN MARIUS OVER LITTLE RICHARD

Millie Small

Ring ring ring (ringtone)
Marius: Hallo, dag Dita, hoe gaat het?
Dita: Dag Marius. Je hebt het toch gehoord van Little Richard? De Quasar of rock, aldus zijn biograaf Charles White…
Marius: Hoe vertaal je dat eigenlijk, Quasar? Ach wat maakt het ook uit, dood is dood. Paul McCartney noemde hem one of the greatest kings. Wat een verlies, Dita. Samen met Chuck Berry was hij toch wel de grootste van allemaal, ook al was hij eerder klein van gestalte.
Dita: Een paar dagen geleden ontvielen ons ook al Florian Schneider en Millie Small.
Marius: Het is godgeklaagd. Zeg Dita, heb je al opgemerkt dat er een diepere verwantschap bestaat tussen Little Richard, Florian Schneider en Millie Small?
Dita: Bedoel je hun dada-achtige poëzie, hun repetitieve stijl?
Marius: Ja, dat bedoel ik. Luister maar eens naar Little Richards True Fine Mama. Dat pareltje is tekstueel niet veel meer dan dit: Honey, honey, honey, honey, honey / Honey, honey, honey, honey, honey / Honey, honey, honey, honey / Honey, honey, honey, honey / Honey, honey, honey, honey / Honey, honey, honey /Honey, honey, honey / Honey, honey, honey / Honey, honey, honey / Honey, honey, honey / Honey, honey, honey / Honey, honey, honey.
Dita: Perfect. En Autobahn van Kraftwerk dan, dat gaat zo: Wir fahren, fahren, fahren auf der Autobahn / Wir fahren, fahren, fahren auf der Autobahn
Marius: En dan hebben we My Boy Lollipop nog niet gehad:  Oh, my boy lollipop / Oh, my boy lollipop / My boy lollipop.
Dita: Tschernobyl, Harrisburgh / Sellafield, Hiroshima /Tschernobyl, Harrisburgh / Sellafield, Hiroshima.
Marius: Radioactivity… Hoe absurd. Ik zocht de tekst van Tutti Frutti.  Wat nu… Een nummer van Pat Boone, staat er. Kun je dat geloven? Pat Boone? Ze hadden er even goed Charlton Heston of Ben Hur van kunnen maken. Maar goed, de tekst ken je wel, denk ik. Die gaat zo:
A-bop-bop, a-loo-mop, a-lop-bop-bop / Tutti Frutti, all rootie / Tutti Frutti, all rootie / Tutti Frutti, all rootie / Tutti Frutti, all rootie / Tutti Frutti, all rootie / A-bop-bop, a-loo-mop, a-lop-bop-bop.
Dita: Geweldig, een van de indrukwekkendste dadagedichten ooit geschreven. Maar ik vraag me al heel lang af hoe je dat awopbop etcetera moet spellen. Bestaat daar consensus over, een draagvlak bedoel ik.
Marius: Dat kan ik je via de telefoon moeilijk verklappen. Ik stuur je wel een mailtje. Zelf baseer ik me op Nik Cohns onovertroffen boek Awopbopaloobop Alopbamboom: Pop From the Beginning, uit 1969. Ken je dat?
Dita: Wat dacht je, Marius? Over the Rolling Stones schreef hij “if they have any sense of neatness they’ll get themselves killed in an air crash, three days before their thirtieth birthdays.”
Marius: Dat geloof ik niet.
Dita: Dat ik dat uit het hoofd ken? Nee, ik heb het boekje hier niet zo toevallig liggen. Ik wilde nog eens nalezen wat Nik Cohn over Little Richard schrijft. Zo spel jij dus Awopbopaloobop Alopbamboom?
Marius: Ja. Dat is de eenvoudigste manier, vind ik. Zeg Dita, wat vind je van deze oefening in Dada: It’s not because the money you have is only chicken feed / It’s because I know I’m not the only chicken you feed / I don’t care if a boy has barely enough to feed me /I just wanta know that I’m the only chicken he feeds.
Dita: Van wie is dat?
Marius: Een single van Millie, maar wie de auteur is weet ik niet. Een kennis van me schreef naar aanleiding van haar dood nogal denigrerend over Millie. Hij vond dat de openbare omroep daar geen aandacht aan had moeten besteden.
Dita: Wat! Dat kan toch niet. Millie heeft ons destijds zoveel plezier bezorgd. Die kennis van jou zou toch moeten weten dat zij in de UK en ook bij ons de bluebeat heeft geïntroduceerd en op die manier een wegbereider voor ska en reggae is geweest.
Marius: Wind je maar niet zo op, Dita. Maar je hebt natuurlijk gelijk.
Dita: Wil die kennis dan nog wat meer sport op de openbare omroep? Fuck sporza, zeg.
Marius: Nee, de man is echt wel oké. Ik denk dat hij Millie niet goed kent. Dat is alles.
Dita: Weet je wat ik ook schitterend tekstregels vind? Niet helemaal dada, maar toch. Ze zijn van Big Joe Turner: Now flip, flop and fly / I don’t care if I die / Now flip, flop and fly / I don’t care if I die /Don’t ever leave me, don’t ever say goodbye.
Marius: Geweldig. Zullen we het hierbij laten, Dita? Ik wil graag nog wat in het boek van Charles White lezen.
Dita: En ik ga platen van Little Richard beluisteren. Las net dat zijn album The Rill Thing zo goed is. Het was een soort van comeback uit 1970 op Reprise.
Marius: Little Richard op het label van Frank Sinatra?
Dita: Dat is toch niet zo uitzonderlijk. Captain Beefheart zat daar toch ook een tijdje op?
Marius: Captain Beefheart! De allergrootste dadaïstische rocker… Alleen al Beatle bones and smokin’ Stones:  The dry sands fall /  The strawberry mouth; strawberry moth; strawberry caterpillar / Strawberry butterfly; strawberry fields / The winged eel slither on the heels of today’s children / Strawberry feels forever.
Dita: Wanneer zou onze favoriete wijnbar weer opengaan?
Marius: Het zal nog wel even duren maar ik kijk er naar uit. Mondmasker of geen mondmasker.
Dita: Halsreikend?
Marius: Halsreikend.

florian-schneider

little richard

ZERO DE CONDUITE – FANTASTIC VOYAGE

sneeuw

Zéro de conduite is een (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum. Het motto van de show is atmosphère, zoals uitgesproken door Arletty in Hôtel du Nord, de meesterlijke film van Marcel Carné.

Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Là, tout n’est qu’ordre et beauté,
Luxe, calme et volupté.
Charles Baudelaire, L’Invitation au Voyage

Alles wat in deze moéilijke tijd gebeurt is uitzonderlijk, ook weer deze aflevering van Zéro de conduite, die ik hier thuis op voorhand monteerde. Het is de eerste keer dat ik iets dergelijks doe. Vorige maand heeft Jay Van Loon dat werk gedaan en ook deze keer heb ik van hem veel hulp gekregen om de computerprogramma’s die ik hiervoor nodig had onder de knie te krijgen. Omdat ik toch nog altijd een beetje een amateur ben is er vandaag ook alleen maar muziek te horen, zonder uitleg. Luisteraars die op zoek zijn naar informatie kunnen op mijn blog, hier dus, terecht. Het voordeel van deze beperking is dat ik met alleen maar muziek, zonder gesproken onderbrekingen, een mooie sfeer kan opbouwen. Of dat hoop ik althans.

Maar wat is nu het thema? Omdat we allemaal nog in deze verduivelde universele lockdown zitten dacht ik aan muziek als middel om te ontsnappen. Ik ben altijd al een beetje een escapist geweest. Toen ik besefte dat wij in lange tijd nergens meer naartoe zouden kunnen gaan, zelfs niet naar een theatervoorstelling van Mrs Dalloway hier in Brussel en zeker niet naar Radio Centraal in het verre Antwerpen, postte ik als troostprijs op facebook The Inner Light van the Beatles, een esoterisch lied van de hand van George Harrison.  “Without looking out of my window / I could know the ways of heaven / The farther one travels / The less one knows” zingt George daarin. De daaropvolgende weken zag ik tientallen covers van dat lied op Instagram verschijnen. Wat mooi, dacht ik eerst, maar op den duur ging het mij al gauw vervelen en vergat ik die hele geschiedenis. Toch is het thema waar ik nu voor koos van dezelfde aard.

We gaan in onze verbeelding en met de hulp van inventieve muzikanten en componisten, waaronder Kraftwerk, Pharoah Sanders, Gabor Szabo en Patti Smith, het hele universum bereizen. Hopelijk wordt het een onvergetelijke trip, een voyage waar we met heimwee aan zullen terugdenken als deze nare periode achter de rug is.

Veel luisterplezier!

water

Fantastic Voyage – Lodger – David Bowie – Brian Eno

Space – The Sorcerer – Gabor Szabo – Gabor Szabo

Tarkovsky (The Second Stop Is Jupiter) – Banga – Patti Smith – Sun Ra/Patti Smith

Journey in Satchindananda – The Third Mind (First Edition) – The Third Mind – Alice Coltrane

To Travel The Path Unknown – Commune – Goat – Goat

Juju Space Jazz – Nerve Net – Brian Eno – Brian Eno

Spacelab – The Man Machine – Kraftwerk – Hütter/Karl Bartos

Planet Claire – Time Capsule – The B-52’s – Fred Schneider/Keith Strickland

Eyes On Mars – Red Exposure – Chrome – Damon Edge & Helios Creed

Mars – Television – Television – Television – Tom Verlaine

Animal Space / Spacier – Return of the Giant Slits – The Slits – The Slits

Astral Traveling – Thembi – Pharoah Sanders – Lonnie Liston Smith

I am the Cosmos – Blood – This Mortal Coil – Chris Bell

Stars – New Favorite – Alison Krauss & Union Station – Dan Fogelberg

Vein Of Stars – At War With The Mystics – The Flaming Lips – Wayne Coyne/Steven Drozd/Michael Ivins/Dave Fridmann/Greg Kurstin

A Thousand Stars – You Better Move On – Arthur Alexander – Gene Pearson

I’ve Told Every Little Star – Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles – Linda Scott – Hammerstein-Kern

Stars Fell On Alabama – The Sound – Toots Thielemans – Hines

Stargazer – Stargazer – Shelagh McDonald – Shelagh McDonald

Space Girl – Rocket Along – Shirley Collins – Unknown

No Stars – Twin Peaks: Music From The Limited Event Series – Rebekah Del Rio – David Lynch/John Neff/Rebekah Del Rio

Lonely Planet Boy – New York Dolls – New York Dolls – JoHansen

Planet Queen – Electric Warrior – T.Rex – Marc Bolan

Big Eyed Beans From Venus – Clear Spot – Captain Beefheart & The Magic Band – Don Van Vliet

Following The North Star – Freedom Highway – Rhiannon Giddens – Rhiannon Giddens

Stars Of Leo – Hold Time – M. Ward – M. Ward

The Stars Shine In The Sky Tonight – Blinking Lights And Other Revelations – Eels – Jim Lang

Across The Universe – Past Masters, Vol. 2 – The Beatles – Lennon/McCartney

sunset
Research, samenstelling, montage en foto’s: Martin Pulaski

JOHN PRINE IS DAN TOCH DOOD

sdr_vivi

De dood van John Prine was aangekondigd, maar tegen alle verwachtingen in waren we blijven hopen dat hij het zou halen. Toen ik vanmorgen het nieuws las in een bericht van Rosanne Cash was ik sprakeloos. We spreken sowieso al niet veel meer en als we dan toch iets zeggen gaat het maar al te vaak over de dood. Over het virus, over mondmaskers, over deurklinken en kraantjes ontsmetten. Beter zwijgen dan maar.
Nu sneed de dood nog dieper in het vlees. Ik had gisteravond al gelezen dat Hal Willner overleden was, en voor ik slapen ging keek ik nog een keer naar de hoes van Marianne Faithfulls ‘Strange Weather’. Om aan haar te denken heb ik ze op een ereplaats gezet. Zo’n mooie foto op die hoes. John Prines ‘Aimless Love’ heeft ook een ereplaats gekregen. Hal Willner is de producer van ‘Strange Weather,’ die sublieme elpee, maar dat was ik vergeten. Ik kende hem van de Nino Rota-hommage, ‘Amarcord  Nino Rota’ (1981), ‘Lost in the Stars: The Music of Kurt Weill (1985)’,  ‘Stay Awake: Various Interpretations of Music from Vintage Disney Films (1988)’ en ‘Rogue’s Gallery: Pirate Ballads, Sea Songs, and Chanteys (2006)’. Marianne Faithfull is sterk en zal het gevecht winnen, dacht ik nog voor ik het licht uitdeed.

Het lijkt erop dat dit het einde is van mijn generatie, en van ongeveer al mijn (anti)helden. En er waren er al zoveel dood, antwoordde ik op facebook op een empathische opmerking van mijn vriend Roen Hetzwoen. Op sociale media zie ik geliefde muzikanten met de moed der wanhoop liedjes zingen en spelen. Alsof hun leven ervan afhangt. Hun leven hangt ervan af. Al die gespannen ijver doet denken aan De vertellingen van Duizend-en-een-nacht en aan Decamerone van Giovanni Boccaccio.
Terwijl de Onzichtbare Vijand ons in bibberende wezentjes verandert – die nauwelijks nog weten waar ze vandaan komen, waar ze zijn en waar ze naartoe gaan – moeten we sterk zijn, volhouden, kalm blijven, mogen we de moed niet opgeven.

Over John Prine kan ik vandaag niets vertellen. Morgen evenmin, denk ik. Hij is dood en is vast al aangekomen in een door hemzelf met een lach en een traan verzonnen hilarische hemel. Als we zijn songs beluisteren kunnen we ons zonder veel moeite een beeld vormen van hoe die eruitziet.  Zijn eerste elpee, verschenen in 1971, was een nieuwe ster aan de hemel, een ster die altijd maar feller is gaan schijnen. Een monument voor John Prine oprichten is niet nodig: die langspeelplaat is al een monument. Daar bleef het niet bij. Mogelijk heeft hij dat meesterwerk nooit overtroffen, maar veel van zijn werk kwam toch dicht in de buurt. Veel van zijn ongeëvenaarde songs zullen nog lang voortleven, beluisterd en gezongen worden. Zolang er mensen zullen zijn. En honden.

Om het verdriet van mij af te schudden heb ik een chronologische lijst gemaakt van wat voor mij de mooiste songs van John Prine zijn.

Illegal Smile
Hello In There
Sam Stone
Paradise
Far From Me
Angel From Montgomery
Donald and Lydia
John Prine (1971)

Souvenirs
The Late John Garfield Blues
The Great Compromise
Diamonds in the Rough (1972)

Please Don’t Bury Me
Christmas In Prison
Dear Abby
Blue Umbrella
A Good Time
Sweet Revenge (1973)

Come Back To Us Barbara Lewis Hare Krishna Beauregard
He Was In Heaven Before He Died
Common Sense (1975)

Fish and Whistle
Sabu Visits the Twin Cities Alone
If You Don’t Want My Love
The Hobo Song
Bruised Orange (1978)

Down By The Side Of The Road
Automobile
Pink Cadillac (1979)

Slow Boat To China
Unwed Fathers
The Bottomless Lake
People Putting People Down
Somewhere Someone’s Falling In Love
Aimless Love (1984)

Speed of the Sound of Loneliness
Sailin’ Around
Linda Goes To Mars
Out of Love
German Afternoons (1986)

The Sins of Mephisto
All the Best
Jesus the Missing Years
The Missing Years (1991)

Lake Marie
Day’s Done
Same Thing Happened to Me
Lost Dogs and Mixed Blessings (1995)

In Spite of Ourselves
In Spite of Ourselves (1999)

Long Monday
Some Humans Ain’t Human
Crazy As a Loon
Safety Joe
Fair & Square (2005)

Knockin’ On Your Screen Door
I Have Met My Love Today
Egg & Daughter Nite, Lincoln Nebraska, 1967 (Crazy Bone)
Summer’s End
When I Get To Heaven
The Tree of Forgiveness (2018)

Foto: MP

 

ZERO DE CONDUITE: ALL IN YOUR MIND

porto november 2012 (2)

Zéro de conduite is een (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum. Het motto is atmosphère, zoals uitgesproken door Arletty in Hôtel du Nord, de meesterlijke film van Marcel Carné.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Alles wat in deze uiterst moeilijke tijd gebeurt is uitzonderlijk, ook deze aflevering van Zéro de conduite, die vanwege de gekende voorzorgsmaatregelen op voorhand werd ingeblikt. Omdat mijn kennis van programma’s voor montage van muziek en stem en dergelijke eerder beperkt is, krijg je vandaag alleen maar songs te horen, non-stop, geen uitleg erbij. Wie meer over de liedjes en de performers wil weten, kan natuurlijk hier terecht. Het onderliggende thema vanavond is melancholie. Ik heb al lang het gevoel dat melancholische muziek troost biedt. Vermoedelijk ben ik niet de enige die daar zo over denkt en de muziek op die manier ervaart. Als ik klassieke muziek zou draaien, zou ik voor Gustav Mahlers Kindertotenlieder gaan, in het geval van jazz zou ik voor Kind of Blue van Miles Davis kiezen. Maar ook al ben ik geen schoenmaker blijf ik toch bij mijn leest: bij wat ik bij gebrek aan een betere uitdrukking populaire muziek noem.

In zekere zin is het thema dus troost. Weemoed, verdriet, de nabijheid van de dood – maar dan in muziek omgezet, in kunst gesublimeerd. Ik wil echt wel benadrukken dat wij ons niet overgeven aan mistroostigheid en al zeker niet dat wij plezier beleven aan de kwellingen, het verdriet en de pijn van andere mensen. Het feit dat op een empathische manier over pijn en verdriet wordt gezongen, dat lijden sublieme muziek wordt, daar gaat het om. Dat is iets magisch.

Zowat alle liedjes die vanavond de revue passeren bezitten de kracht om ons de ellende waarin we ons bevinden al is het maar voor even te helpen vergeten. Een mooi voorbeeld is I Feel Too Young To Die uit The Carlton Chronicles van South San Gabriel, de band van Will Johnson. Alle songs op die elpee zijn geschreven vanuit het standpunt van de kat Carlton. Ze zijn stuk voor stuk aangrijpend, ze maken je zeker wel verdrietig maar doen ook goed omdat je terwijl je luistert het verdriet van Carlton kunt voelen en het voor een deel van hem overnemen. Je voelt mededogen. De melancholie en het verdriet van anderen meebeleven en begrijpen, geeft je een positief gevoel. In de versie van Sea of Heartbreak door Rainer Ptacek willen we geloven dat als hij zingt: Oh what I’d give just to sail back to shore / Back to your arms once more dat het hem zal lukken. Het verdriet is zo groot dat het niet anders kan dan dat er een groot geluk op zal volgen. De smeekbede Polly Come Home van Robert Plant en Alison Krauss (oorspronkelijk een song van Gene Clark) is zo aangrijpend dat je erop vertrouwt dat Polly terug zal keren.

The River van Brian Eno en John Cale heeft een beetje een omgekeerd effect. Het nummer straalt zoveel gelukzaligheid uit dat je er tranen van in de ogen kunt krijgen. Geluk kan iets droevigs hebben, kan een vorm van melancholie zijn. De rivier is in deze song een pastorale plek, maar in werkelijkheid is ze is net zo goed een oord van tragische gebeurtenissen. Elke zijde heeft een keerzijde en er zijn altijd schakeringen. Dat geldt net zo goed voor melancholie en troost, verdriet en geluk.

Deze aflevering van Zéro de conduite is opgedragen aan David Roback, die op 24 februari overleed. Als hommage lassen we enkele songs in van bands waar hij een rol in speelde, waaronder Rain Parade, Opal en Mazzy Star.

Met veel dank aan Jay Van Loon, zonder wiens hulp dit programma niet tot stand had kunnen komen. Veel luisterplezier!

jewish school for girls in auguststrasse - all the girls were killed by the nazis - berlin september 2015

All In Your Mind – Beck – Sea Change – Beck – 3:06

I See A Darkness – Bonnie “Prince” Billy – I See A Darkness – Will Oldham – 4:50

I Feel Too Young to Die – South San Gabriel – The Carlton Chronicles: Not Until the Operation’s Through – Will Johnson – 4:57

At My Window Sad And Lonely – Billy Bragg & Wilco – Mermaid Avenue – Wilco, Woody Guthrie – 3:28

Miss The Mississippi And You – Sid Selvidge – The Cold Of The Morning – B. Haley – 3:13

Black Eyed Dog – Nick Drake – Made To Love Magic – Nick Drake – 3:35

Something On Your Mind – Karen Dalton – In My Own Time – Dino Valenti – 3:23

When The Sun Comes Up – Bert Jansch and Beth Orton – The Black Swan – Bert Jansch – 3:54

Carolyn’s Song – The Rain Parade – Emergency Third Rail Power Trip – David Roback – 4:05

Holocaust – Kendra Smith ft Steven & David Roback – Rainy Day – Alex Chilton – 3:56

Fell From The Sun – (Opal) – Early Recordings – Kendra Smith – 4:37

Disappear – Mazzy Star – Among My Swan – Hope Sandoval and David Roback – 4:05

Still – Great Lake Swimmers – Lost Channels – Tony Dekker – 2:51

Sea Of Heartbreak – Rainer Ptacek With Joey Burns & John Convertino – Roll Back The Years – Don Gibson – 4:20

Polly Come Home – Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand – Gene Clark – 5:39

The River – Brian Eno & John Cale – Wrong Way Up – Eno, Brian & Cale, John – 4:20

Down Where The Valleys Are Low – Judee Sill – Heart Food – Judee Sill – 3:52

Tennessee Blues – Bobby Charles – Bobby Charles – Bobby Charles  – 5:01

Just Someone I Used To Know – Emmylou Harris – Thirteen – Jack Clement – 3:01

Long Time Gone – The Everly Brothers – Songs Our Daddy Taught Us – Trad. arr. Frank Hartford – 2:27

Time Changes Everything – Bill Monroe & His Blue Grass Boys – Anthology – Tommy Duncan – 2:15

Alone And Forsaken – Hank Williams – Alone and Forsaken – Hank Williams – 2:01

Old Joe’s Dulcimer – Richard Farina & Eric Von Schmidt – Farina & Von Schmidt –  – 2:58

Tell Old Bill – Dave Van Ronk – Down In Washington Square: The Smithsonian Folkways Collection– Williams C. Mitchell – 4:31

Waiting Around To Die – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt – 2:43

Train Leaves Here This Morning – Dillard & Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark – Bernie Leadon, Gene Clark – 3:52

Guilty – Bonnie Raitt – Bonnie Raitt Collection – Randy Newman – 3:00

I Think It’s Going To Rain Today – Judy Collins – In My Life – Randy Newman – 2:52

Sail Away – Randy Newman – Sail Away – 1972 – Randy Newman – 2:52

All I Think About Is You – Nilsson – Knnillssonn – Harry Nilsson – 4:05

À quoi ça sert? – Françoise Hardy – Comment Te Dire Adieu ? – Françoise Hardy – 3:31

Leaving Song – Meg Baird – Don’t Weigh Down The Light – Meg Baird – 1:03

Leavin’ – Shelby Lynne – I Am Shelby Lynne – Shelby Lynne – 3:12

keats house2

Research & samenstelling: Martin Pulaski
Foto’s:  Melancholie in Porto, Berlijn en London (Keats House)