SIRENENZANG IN BRUSSEL

IMG_20190701_093324

Altijd weer als je terugkeert uit het buitenland valt het je op hoe smerig Brussel is. Je hoeft maar enkele stappen buiten het Zuidstation te zetten om al meteen te willen terugkeren naar de plek waar je vandaan komt. Brussel moet zowat de vuilste en lawaaierigste stad van Europa zijn. Bovendien blijft het een erg gevaarlijke stad. Een paar dagen geleden las ik op facebook nog dat Tom Hox, een muziekliefhebber die ik soms in de AB tegen het lijf loop, enkele dagen geleden werd overvallen, pal in het centrum van de stad. Dat is zo erg dat ik er sprakeloos van word. Bij dergelijk nieuws word je geconfronteerd met je machteloosheid, met je woede die zich niet kan manifesteren, die zich op niets concreets kan richten. Zelf ben ik in het centrum van Brussel ook meermaals overvallen en beroofd, in de jaren negentig meer dan daarna. Twee of drie keer ben ik zo in het ziekenhuis beland. Gewond, werkonbekwaam, posttraumatische shock.
Kennelijk is er niet veel veranderd. Komen ‘onze’ politici niet buiten? Maken zij de vergelijking niet met steden als Berlijn, Stockholm, Kopenhagen, Sevilla? Worden zij met hun chauffeurs van de ene vergadering naar de andere gevoerd, en tussendoor bij de escortes? Hebben zij geen oog voor de realiteit? Ruiken zij de urinestank niet? Denken zij alleen maar aan goedbetaalde postjes? Ook het vervuilende en soms dodelijke verkeer wordt geen halt toegeroepen. Nergens is het zo druk als in Brussel en in de wagens zie ik voornamelijk eenzame mannen (en wat vrouwen).

Ik hoopte dat dank zij de mooie uitslag (dacht ik) van de voorbije verkiezingen de ergste pijnpunten heel snel zouden worden aangepakt. Maar ik zie helemaal niets veranderen. Integendeel: tijdens mijn wandelingen ontwaar ik overal vuilnis en voel dreiging op elke staathoek. “Everybody on the street / has murder in his eyes”, zong Steely Dan op ‘Can’t Buy a Thrill”, zo lang geleden. Overdreven, dacht ik, maar nu denk ik er anders over. Na zonsondergang haast ik mij meestal naar huis, want mijn leven is me lief. Soms echter kan ik de lokroep van de stad niet negeren: Brussel is ook zo’n mooie stad en heeft op elke dag zoveel te bieden, ook ’s avonds en ’s nachts. Dan wil ik de sirenenzang horen en hoop ik dat ik na afloop van het laatste lied net als Odysseus ongeschonden weer naar mijn eiland zal kunnen terugkeren.

IMG_20190701_093355

Foto’s: Martin Pulaski, Brussel, juni 2019

DOOR DE TUIN NAAR DE HEL

odilon redon afdaling in de hel

 

Zaterdagavond keek ik door het raam naar de grote, verwilderde tuin. Het was bijna donker, de bomen en struiken zwiepten in de felle wind.
Er was een gat in de tuinmuur geslagen. In de richting van dat gat, bijna niet meer zichtbaar, zag ik Peter De Roover, Jan Jambon, Bart De Wever en een tweetal naamloze figuranten, zich uit de voeten maken. Ze liepen gebukt, met angstige passen, alsof ze zich schaamden. Bijna al waren ze opgeslokt door het donkerste donker, het grote en ultieme Niets. Nog enkele seconden in de schaduw en dan weg, voor altijd. Dat is het lot van landvernietigers, dacht ik.
Zondagochtend ging ik even poolshoogte nemen. Van de hopelijk voor goed verdwenen vluchtelingen geen spoor. Mogelijk had de felle regen hun voetafdrukken uitgewist. Maar ook het gat in de muur was er niet langer. Goed, dacht ik, dan zijn we veilig, dan kunnen ze niet meer terugkeren. En zeker niet via deze tuin. Nimby!

Afbeelding: Odilon Redon, Afdaling in de hel, 1873.

MINISTERS VAN ANGST

brussel nacht

De bedenkingen hieronder schreef ik vorige week, enkele dagen na de verkiezingen van 26 mei. Ik ben geen politiek denker, geen politiek essayist, nauwelijks een politiek observator. Dat belet niet dat ik wel degelijk oog heb voor de wereld rondom me, voor de samenleving waarin ik toevallig ben beland (“geworpen”), voor de politieke omstandigheden die mede mijn reilen en zeilen bepalen (ook als ik ‘veilig’ in de haven blijf).
Ik geloof dat dit in korte tijd mijn derde politieke tekst is. Heel goed mogelijk is het ook mijn laatste. Omdat ik niet zo vertrouwd ben met de taal en de stijl van het politieke discours zou het kunnen dat ik verkeerd begrepen word. Mijn reacties op wat ik een catastrofale stand van zaken wens te noemen, met name de uitslagen van de verkiezingen, zijn voornamelijk emotioneel van aard. Al denk ik dat ik toch ook altijd enigszins redelijk blijf. Scheldproza is niet mijn uitverkoren stijlmiddel.
Sommige lezers vonden mijn vorige notitie, ‘Over domheid en verblinding’, van arrogantie getuigen. Ik vermoed dat drie boze zinnen tot dat oordeel hebben geleid. Te emotionele uitspraken, die ook weer tot verblinding leiden, waardoor je mijn verontwaardiging niet meer ziet, net zomin als mijn mededogen en verdriet. Toch heb ik die paragraaf laten staan: ik wil niet aan zelfcensuur doen, ik moet zo eerlijk mogelijk blijven.

De verkiezingen zijn nog maar net achter de rug en daar is BDW al met zijn angstdiscours. België wordt onbestuurbaar, er is een grondige staatshervorming nodig. De enige juiste oplossing is confederalisme. Ik ken weinig of geen mensen die weten wat die obsessie van BDW (en van andere leden van de Nieuwe Vlaamse Alliantie) precies betekent. Wat is dat, confederalisme, hoe werkt het, zijn er voorbeelden van te vinden, en waarom zou het een betere staatsvorm dan federalisme zijn?
De splitsing van België en de stichting van een onafhankelijke Vlaamse Staat, dat begrijpen we natuurlijk wel. Is het niet precies dat, wat BDW wil? Terwijl zijn partij net het tegenovergestelde eist van Brussel: dat de negentien deelgemeenten en de zes politiezones een geheel gaan vormen. (Wat me ingegeven lijkt door gezond verstand.)
Door de uitslag van de verkiezingen is België onbestuurbaar geworden, is nu het angstmantra van BDW. Onbestuurbaar omdat in het Vlaamse gedeelte van het land overwegend rechts werd gestemd en in het Waalse en Brusselse gedeelte (zowel door Franstaligen als Nederlandstaligen) overwegend links. Hoezo? Behoort het dan niet tot de spelregels van de democratie dat er anders mag en kan gestemd worden, en dat de uitslagen van verkiezingen grote verschillen en tegenstellingen kunnen vertonen? En dat daar bij een regeringsvorming rekening mee wordt gehouden? Dat pogingen worden ondernomen om de tegenstellingen met elkaar te verzoenen? Getuigt net dat niet van groot staatsmanschap (of -vrouwschap)?
Uiteraard betreur ik de winst van Vlaams Belang in Vlaanderen. Maar daar heb ik het nu niet over. Ik heb het over goede wil en kwade trouw. Over het verschil tussen theater en politiek. Ik heb het over de opkomst van angstpolitici en de neergang van verkozenen die regeren op basis van gezond verstand, emotionele intelligentie en empathie.
België davert helemaal niet op zijn grondvesten. In de samenleving heb je verschillende stromingen die met elkaar botsen, in sommige gevallen hard, in sommige gevallen minder hard. Maar België heeft veel woeliger momenten gekend dan nu. Ik denk aan de Koningskwestie (1945-1950), de tweede Schoolstrijd (1950-1958) en de grote stakingen tegen de Eenheidswet (1960-1961). Als België toen niet moest gesplitst worden, waarom zou dat dan nu wel moeten gebeuren? De politici van de Nieuwe Vlaamse Alliantie (hoe nieuw zijn ze, hoe Vlaams en met wie zijn ze eigenlijk geallieerd?) moeten maar eens ophouden met te proberen ons bang te maken. Dat liedje duurt nu lang genoeg. Ze moeten maar eens ophouden met het verleden te verheerlijken. Ze moeten maar eens hun blik gaan richten op een toekomst waarin elke inwoner van dit land redelijke kansen krijgt. De zogenaamde politieke visie van de Nieuwe Vlaamse Alliantie is inderdaad grotendeels op het verleden gericht. Een verleden dat op een verblindend-romantische manier geïdealiseerd wordt. Het is een langetermijnvisie in de omgekeerde richting: ze gaat terug tot de veertiende eeuw en verder, mogelijk zelfs tot de Eburonen en de Menapii. Het is een visie met de ogen gesloten voor de rijke dwarreling van het nu, voor de kansen die deze boeiende tijd te bieden heeft. In die partij hoor ik voornamelijk holle woorden. Ik zie haar geen oplossingen aanreiken voor migratie, stadsvernieuwing, milieu, klimaatproblematiek, armoede, veroudering, eenzaamheid, globale cultuur, et cetera.

Ik noemde in mijn vorige tekst de mensen die voor Vlaams Belang hebben gestemd dom. Ik weet dat dat een harde uitspraak is en dat ze polariserend wordt genoemd. Het zij zo. Wat ik inmiddels heb begrepen is dat de grote meerderheid van die groep niet voor het Vlaams Belang en voor de Nieuwe Vlaamse Alliantie heeft gestemd omdat ze nationalistisch is en per se een onafhankelijk Vlaanderen wil en zo graag de Vlaamse Leeuw zingt, maar omdat ze boos en bezorgd is. Deze mensen vrezen voor hun toekomst en de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen. Ze stellen vast dat ze in een keiharde, onzekere en erg ongezonde wereld leven en dat ze met hun zorgen niet meer terecht kunnen bij de politieke klasse waar ze in het verleden wel – in mindere of meerdere mate – op konden rekenen. Tot niet zo lang geleden waren we in dit deel van de wereld met zijn allen nog zeker van de sociale zekerheid. Als zelfs die bedreigd wordt, slaan mensen gemakkelijk op hol.

Foto: Martin Pulaski, Brussel

OVER DOMHEID EN VERBLINDING

PARDON MY HEART

Je mag ze niet dom noemen. Je moet naar ze luisteren, begrip opbrengen voor hun problemen. Beseffen dat ze soms – of vaak zelfs – gegronde redenen hebben om voor een fascistische partij te stemmen. Maar zijn ze dan niet dom? Ben je niet dom als je je ophangt aan het touw dat je door je grootste vijand wordt aangereikt? Ben je niet dom als je op het glimlachend bevel van je grootste vijand ten strijde trekt tegen degene die als puntje bij paaltje komt in hetzelfde schuitje zit als jij?
Het spijt me, maar ik noem die mensen dom.
Mensen die beweren dat ze het moeilijk hebben, en dat wil ik best geloven, dat hun lonen te laag zijn om behoorlijk van te kunnen leven, dat hun pensioenen te laag zijn, dat het werk dat ze doen te hard is en te zenuwslopend, dat ze slecht behuisd zijn, enzovoort, zouden toch moeten weten hoe dat komt. Hoewel het in België en zeker in Vlaanderen nogal meevalt, is het overal ongeveer hetzelfde: de kleine groep die het geld, het bezit en de macht heeft bepaalt de arbeidsvoorwaarden. De extreemrijken, die we best van al uitbuiters en parasieten zouden noemen, zijn verantwoordelijk voor de miserabele situatie waar de harde werkers, de armen, de zieken, de werklozen terecht over klagen. Het is waar dat deze kleine groep van parasieten nogal onzichtbaar is en bijna nooit gestraft wordt voor haar misdaden, er zelfs niet voor aangeklaagd wordt. Maar anderzijds valt er niet naast te kijken. De horrorverhalen waarin personages uit die schaduwwereld opduiken zijn legio (in romans, films, theater, games, songs, krantartikels, essays, cafépraat). Het kan niet dat degenen die zo schandelijk worden uitgebuit dat niet weten. Ik kan niet geloven dat de mensen die we niet dom mogen noemen dat niet weten.
Stemmen deze mensen echter voor een partij of sluiten ze zich aan bij een beweging die voor hun belangen opkomt? Stemmen ze voor een partij die iets wil doen aan de armoede, aan het harde werk, aan het lage pensioen, aan de minuscule uitkeringen, aan de slechte behuizing, enzovoort? Nee, de meesten doen dat niet.
Zij stemmen liever voor een racistische, elitaire partij. Voor een groepje mannen in dure maatpakken van Italiaanse couturiers met overvloedig veel exquise brillantine in de haren, hun schoenen blinkend als destijds het koper in mijn moeders keuken. Voor een bende leugenaars, hun ogen vochtig van het grijnzen achter de schermen, van kijk, we hebben die dwazen weer goed liggen gehad. Zij stemmen voor ideologen van de Apocalyps, voor krijgsheren die onze samenleving willen vernietigen in naam van een verzonnen ideaal, het Arische Utopia. Deze met ‘smaak’ geklede mannen willen een leger van gehoorzame werkers en strijders, mensen die bereid zijn om vrienden, familie, vaderland, moederland, genot, plezier, dromen op te offeren voor een abjecte illusie. Hun dure campagnes zijn even perfide als die van alle would-be dictators en machtswellustelingen. Hun dure campagnes worden betaald door degenen die voor hen stemmen: de werkers, de armen, de zieken, de werklozen, et cetera. Hun dure campagnes worden met enthousiasme betaald door de kleine groep uitbuiters en parasieten die alles te winnen heeft bij een onderdanige, door woede en domheid verblinde massa die tot alles bereid is wat hun partij hen opdraagt. Een kleine groep uitbuiters en parasieten die alles te verliezen heeft bij solidariteit en gezamenlijke strijd tegen uitbuiting en onderdrukking. Die er alles voor doet opdat de bevolking maar niet zou zien dat zij de regels van het spel bepalen en de mooie wereld waar wij in leven voor eens en voor altijd vernietigen. Voor die kleine groep en voor de partij(en) die van haar het kapitaal te leen krijgen voor hun haatcampagnes en even van de macht mogen proeven – want lang duurt die niet – brengen deze verblinde en domme mensen hun stem uit.
Domme mensen zijn het en ik ben niet bereid naar hun domme ‘argumenten’ te luisteren. Niet wij moeten luisteren, zij moeten luisteren. Of liever: zij moeten eindelijk eens leren luisteren en zien hoe de regels van het spel in elkaar zitten.

Eigenlijk zou de verrotte situatie in Vlaanderen me geen hartpijn moeten bezorgen. Ik woon immers in Brussel, waar de democratie gedijt, hoewel hier lang niet alles rozengeur en maneschijn is. Mogelijk zijn de problemen hier zelfs groter.
Maar dat doet deze situatie wel, en niet weinig. Het is niet waar dat half Vlaanderen opeens fascistisch en racistisch is geworden – en Vlaams-nationalistisch al helemaal niet. De meerderheid van de Vlamingen is nog steeds democratisch, Belgisch en Europees. Daar twijfel ik geen seconde aan. Ik maak me alleen zorgen over hen omdat de antidemocraten harder kunnen roepen, meer geld hebben en gesteund worden door een aanzienlijk deel van de media.
Nee, ik ben er niet gerust in. De nabije toekomst ziet er niet goed uit. Maar ik weet eveneens dat lelijke liedjes nooit lang duren. En als ze wel te lang duren zetten we de plaat af. Dat is ook nog een mogelijkheid.

IK KENDE JE NIET, LOUISE VANDER MEERSEN

Voor Louise Vander Meersen

Ik kende je niet, kende je naam niet, Louise Vander Meersen.
Een tragisch voorval voerde je mijn leven binnen.
Een doodgewone alledaagse man,
Een van de vele racers hier in onze straten,
Reed je van het zo vaak begane pad
En slingerde je tot in niemandsland.

Ik kende je niet, kende je naam niet, Louise Vander Meersen.
Dame met het hondje, eenenvijftig jaar.
Het wandelen voor goed ten einde.
Nooit zullen wij elkaar hier nog eens ontmoeten,
Naast elkaar op een bank gaan zitten
En over onze levens praten.
Er viel, er valt zoveel te zeggen.
Alle kansen die er waren zijn er nu niet langer.
Je bent weg.

Maar nu ik je naam ken, wil ik hem ook niet meer vergeten.
Wij die hier nog zijn moeten je in ons geheugen bewaren,
Louise Vander Meersen,
Doodgereden door een dronken racer,
Zo zinloos, zo overbodig.
Wij die even kwetsbaar zijn als jij
Maar geluk hebben gehad:
Wij moeten deze wereld ten goede keren.

Voorgelezen tijdens een ingetogen wake voor Louise Vander Meersen op 21 mei 2019 aan het Verdiplein in Anderlecht. Op 10 mei werd Louise daar om vier uur ’s middags op het zebrapad doodgereden door een dronken chauffeur.

Je ne te connaissais pas, je ne connaissais pas ton nom, Louise Vander Meersen.
Un incident tragique t’a fait entrer dans ma vie.
Un homme comme un autre, ordinaire,
Un des nombreux coureurs ici dans nos rues,
t’ a renversée sur le sentier si souvent emprunté
et t’a balancée au milieu de nulle part.

Je ne te connaissais pas, je ne connaissais pas ton nom, Louise Vander Meersen.
La dame avec le petit chien, 51 ans.
Marcher c’est définitivement fini.
Jamais, nous nous verrons encore ici,
Pour s’asseoir sur un banc, l’un à côté de l’autre
Et parler de nos vies.
Il y avait, il y a tant de choses à dire.
Toutes les possibilités qui existaient n’existent plus.
Tu n’es plus là.

Mais maintenant que je connais ton nom, je ne veux pas l’oublier non plus.
Nous qui sommes encore là, nous devons te garder dans notre mémoire,
Louise Vander Meersen,
Conduite à la mort par un chauffeur-coureur ivre
Si inutile, si inutile.
Nous qui sommes aussi vulnérables que toi.
Mais qui avons eu de la chance.
Nous devons changer ce monde pour le mieux.

[Franse vertaling door de moeder van Bieke Comer.]

plantsoen 1

 

DE ROBINSONS VAN HET MARXISME-LENINISME

la chinoise

“Tegenover de metafoor staan twee bekende representatieve procédés. In de eerste plaats is er het surrealistische procédé dat de metafoor letterlijk neemt. Sinds de oudheid hebben logici uitgelegd dat wanneer wij het woord ‘kar’ uitspreken geen voertuig van dat type tussen onze lippen passeert. (…) Volgens het surrealistische procedé echter, zou de kar (…) worden afgebeeld terwijl hij tussen de lippen passeert. (…) Godard laat zelden een gelegenheid voorbijgaan om het te gebruiken. Hij doet het expliciet wanneer Jean-Pierre Léaud rubberen pijlen met zuignappen afschiet op afbeeldingen van vertegenwoordigers van de burgerlijke cultuur, ter illustratie van het idee dat het marxisme de pijl is waarmee het doel van de klassenvijand onder vuur wordt genomen. Het wordt direct toegepast wanneer Juliet Berto het idee dat het Rode Boekje het bolwerk is dat de massa tegen het imperialisme beschermt, illustreert door achter een muur van rode boeken te verschijnen (…).”
De fabel van de cinema, Jacques Rancière

la chinoise 1

Ik ben niet altijd in de stemming voor een cerebrale film als La chinoise van Jean-Luc Godard. Hoewel het niet om een zuiver intellectueel werk gaat en het ook niet van streng maoïsme getuigt, is een helder hoofd toch een voorwaarde. Best wat zuinig zijn met de wijn en de cannabis voor je eraan begint, is de boodschap. Hoewel ik zelf al veertig jaar geen cannabis meer gezien heb, laat staan gerookt.

La Chinoise is een eerder vrolijke en soms grappige film, hoewel Godard het Rode Boekje van voorzitter Mao heel ernstig nam. Dat blijkt uit Anne Wiazemsky’s Une année studieuse, haar herinneringen aan haar jaren met Godard:  “Pourquoi filmer Le Petit Livre Rouge en noir et blanc? C’est absurde! Le rouge si éclatant de la couverture dit à lui seul la grande Révolution Cuturelle!” Omdat een film in kleur nogal duur zal uitvallen vat hij het idee op om in hun appartement in de rue de Miromesnil te gaan filmen. “Notre appartement sera l’appartement provisoire de mes chers petits “Robinsons du marxisme-léninisme”. Du coup, je le ferai repeindre entièrement comme je le veux et ce seront les producteurs qui payeront tout! Malin, non?”

Het ‘verhaal’ van La Chinoise is gebaseerd op De bezetenen van Dostojewski. Je kunt plezier beleven aan de talloze verwijzingen naar van alles en nog wat. De film is natuurlijk ingebed in de Franse cultuur van die dagen. In zekere zin is hij profetisch. Ik houd van het weinig professionele acteerwerk van Juliet Berto en Anne Wiazemsky. En Jean-Pierre Léaud is als altijd Jean-Pierre Léaud. Dat hij in elke film dezelfde rol speelt is een geruststelling. Jean-Luc Godard wordt dit jaar 89.

la chinoise 2

VROUW DOODGEREDEN IN ANDERLECHT

DSC_0067

Vrijdagmiddag omstreeks vier uur werd hier beneden op het zebrapad aan het Verdiplein een vrouw doodgereden. Een paar uur later liep ik voorbij de plaats van het ongeval. Ik was op weg naar het vlakbij gelegen metrostation Veeweide en vandaar naar de AB voor een concert van de Amerikaanse folkzanger en -muzikant Sam Amidon. Daarover later misschien meer. De straat was afgezet, er was politie, er stonden groepjes mensen in stilte te kijken. Alleen al aan die stilte kon je horen dat er iets ergs was gebeurd. Op dat ogenblik wist ik nog niet precies wat.
Even later vernam ik dat de dader dronken aan het stuur van een witte bestelwagen had gezeten en in volle vaart tegen de vrouw was aangereden. De vrouw was enkele meters verder op de rand van het plantsoen in het midden van de rotonde terechtgekomen. Er was nog geprobeerd haar te reanimeren, maar dat had niet geholpen.
Omstreeks middernacht op weg naar huis liep ik weer voorbij de plaats van het ongeval. Op de grond geheimzinnige maar toch duidelijke tekens. Hier was de vrouw aangereden. In die richting was ze geslingerd. Daar was ze weer neergevallen, haar dood tegemoet.

Was er zaterdag al meer nieuws? En gisteren? Niet veel. Alleen dat de vrouw, die daar in de buurt woonde met haar hond was gaan wandelen. Dat de bestuurder positief had geblazen en was opgepakt. Vandaag werden wat meer details bekend gemaakt. De vrouw heette Louise Vander Meersen, ze was 51, woonde alleen, werkte in een school als oppas. De hond heeft de aanrijding overleefd en werd ondergebracht in een asiel.

Waarom maakt niemand zich druk over deze tragische gebeurtenis? Waar is de verontwaardiging nu? Wat is het verschil tussen deze vrouw en die in Koekelberg, die twee maanden geleden op een zondagochtend werd doodgereden door een dronken automobilist? Toen werd er meteen actie gevoerd door buurtbewoners en verenigingen en al een dag later nam de burgemeester daar maatregelen (absurd genoeg alleen op die ene plek waar het ongeval gebeurd was, terwijl er in Brussel alleen al tientallen dergelijke onheilsplaatsen bestaan).  Hier in Anderlecht hoor je niets.

Wie was Louise Vander Meersen? Had zij familie, vrienden, kennissen? Wie is de dader, de doodrijder? Wat gebeurt er met hem? Wat gebeurt er met de hond? Welke maatregelen om de voetgangers beter te beschermen neemt de burgemeester? Want telkens als je hier de straat oversteekt riskeer je je leven. Rodeorijders zijn hier schering en inslag. Het lijkt wel of ze denken dat onze straten gewoon maar verlengstukken zijn van de Ring, die in Anderlecht drie af- en opritten heeft. Natuurlijk zijn de straten zo aangelegd om ze dat gevoel te geven. De racers krijgen alle ruimte om ons van de weg te maaien. En iedereen blijft onderdanig zwijgen. Hoe lang nog?