ZERO DE CONDUITE: SLAPEN, DROMEN

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verander je leven. Het motto van deze show is In the land of my dreams / You’re sweeter than ever before / In the land of my dreams / You love me so much more. Je kunt dit programma via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers.

Opgedragen aan Agnes Anquinet.

Vorige zaterdag, toen ik dit programma monteerde en een korte inleiding opnam, had ik er geen idee van hoe de zware hartoperatie van Agnes zou aflopen. We hadden allebei het volste vertrouwen in het medisch team van UZ Brussel, maar hadden toch ook twijfels. Je weet maar nooit wat er kan gebeuren in zo’n operatiekamer. In hoop en angst en nog een resem andere emoties heb ik deze lijst van songs over slapen en vooral dromen samengesteld. In mijn donkerste momenten dacht ik, stel dat Agnes het niet overleeft, dan… Ja, wat dan? Dat ze deze liedjes niet meer zou kunnen horen? Ga weg, zo narcistisch was ik nu ook weer niet. En zo belangrijk vond ik deze stukjes muziek nu ook weer niet. Ik zou het programma niet hebben laten uitzenden, dat spreekt vanzelf. Dieper ben ik op die mogelijkheid niet ingegaan: Agnes moest overleven. Ik stond geen ander vooruitzicht meer toe. Al leek het dan maandag wel allemaal verkeerd te gaan. Een uiterst problematische operatie, acht uur in de operatiekamer. Ondraaglijke spanning in mijn eigen hart (en niet alleen in dat van mij).
Maar dat was maandag. Inmiddels is het tij gekeerd en ziet de toekomst er bijna rooskleurig uit. Hoewel, rooskleurig? Wat heb je aan die bleekrode tint? Het komt erop neer dat Agnes weer thuis zal zijn en dat we samen nieuwe dromen zullen kunnen dromen. Ik twijfel er niet aan dat daar prettige en rijke en zelfs wilde dromen bij zullen zijn maar dat ook nachtmerries niet zullen ontbreken. De warmte voel je alleen maar als je weet dat er ook kou is. Of zoals Ismaël, de verteller in Herman Melvilles Moby Dick, het formuleert: “Temeer, zeg ik, want om echt van lichaamswarmte te genieten, moet een klein stukje van je koud zijn; iedere eigenschap in deze wereld is immers alleen wat het is uit contrast. Niets bestaat in zichzelf.” (Vertaling Barber van de Pol).
Het idee bij deze aflevering van Zéro de conduite was dat Agnes veel zou slapen en dromen in haar ziekenhuisbed. Dat ze geen pijn zou hebben. En dat ze dan na een week van diepe en pijnloze rust op een stralende lentedag zou ontwaken. Deze liedjes vervangen de dromen die ze in mijn verbeelding – in mijn verbeelding van voor de operatie – zou hebben. Natuurlijk is de realiteit altijd anders dan de voorstelling die je je ervan maakt. Soms is dat een goede zaak.

Veel luisterplezier.

Sleep – This Heat – Deceit – This Heat

I Go To Sleep – The Pretenders – Pretenders II – Ray Davies

I Can’t Sleep – Aziza Mustafà Zadeh ft. Toots Thielemans – Jazziza – Zadeh

Land Of My Dreams – Anna Domino – East and West – Aretha Franklin

The Dream’s Dream – Television – Adventure – Tom Verlaine

Tiny Children – The Teardrop Explodes – Wilder – Julian Cope

Chasing The Dream – Sunhouse – Crazy On The Weekend – Gavin Clarke

Dreams – Clint Mansell & Kronos Quartet – Requiem For A Dream – Clint Mansell

Am I Dreaming – Jane Canada – Break-A-Way: The Songs Of Jackie De Shannon 1961-1967 – Jackie De Shannon

Johnny Angel – Shelley Fabares – Les Hits 1962 Salut Les Copains – Lyn Duddy

Dreamin’ Of You – Noreen Corcoran – Phil’s Spectre II: Another Wall Of Soundalikes – Nino Tempo

Wonderful Land – The Shadows – Les Hits 1962 Salut Les Copains – Lordan

Tout est permis quand on rêve – Lilian Harvey & Henri Garat – Les plus belles chansons du cinéma – W. R. Heymann/A. Boyer/R. Bertram/J. Cis

Dreaming A Dream – Al Bowlly with Ray Noble & His Orchestra – Pennies From Heaven – R.P. Weston/B. Lee/J. Waller/J. Tunbridge

Girl Of My Dreams – Dizzy Gillespie feat. Stan Getz – Diz & Getz – Sunny Clapp

This Time The Dream’s On Me – Russ Freeman & Chet Baker – Chet Baker & Russ Freeman Quartet – Arlen/Mercer

Nightmare – Percy Mayfield – Poet Of The Blues – Percy Mayfield

Nightmare – Artie Shaw & His New Music – Pop Music: The Early Years 1890-1950 – Artie Shaw

‘Til The Following Night – Screaming Lord Sutch & The Savages – Joe Meek: The Alchemist Of Pop – Home Made Hits & Rarities 1959-1966 – Sutch

Night Of The Vampire – The Moontrekkers – Joe Meek: The Alchemist Of Pop – Home Made Hits & Rarities 1959-1966 – LePort

Alligator Wine – Screamin’ Jay Hawkins – The Leiber & Stoller Story – Volume 2 – On The Horizon 1956 – 1965 – Jerry Leiber/Mike Stoller

Make My Dreams Come True (take 2) – Elmore James & His Broom Dusters – Blues After Hours – Elmore James

Six Dreams – The Seeds – Pushin To Hard [The Best Of The Seeds] – Sky Saxon

Dream Within A Dream – Spirit – The Family That Plays Together – Jay Ferguson

Oh! Wot A Dream – Kevin Ayers  – Bananamour – Kevin Ayers – Kevin Ayers

Gallery Of Dreams – Rosie & The Originals – Angel Baby Revisited – Unknown

Girl of My Dreams – Etta James – At Last! – Charles Clapp

Dreamer – Patti LaBelle & The Bluebelles – Sweet Inspirations: The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Dan Penn/Spooner Oldham

Circle Dream – 10,000 Maniacs – Our Time In Eden – Dennis Drew/Natalie Merchant

Series Of Dreams [Recorded New Orleans 3/23/89, Outtake From Oh Mercy] – Side Tracks – Bob Dylan

Take Care In Your Dreams – Tindersticks – No Treasure But Hope – Neil Fraser/Robert McKinna/David Boulter

Summer Of Their Dreams – Virgina Astley – From Gardens Where We Feel Secure – Virginia Astley

Reve – Françoise Hardy – La Question – Taiguara/Hardy

How Can We Hang On To A Dream – Tim Hardin – Tim Hardin 1 – Tim Hardin

The Dream Machine – John Zorn – Dreamachines – John Zorn

Please Don’t Wake Me – Cinderella – 2.Dimension Dolls, Beyond The Valley:Girls Will Be Girls –

Please wake up – Louie And The Lovers – The Complete Recordings – Louie Ortega


Samenstelling, research en montage: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: TELL IT TO YOUR HEART

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verander je leven. Het motto van deze show is For so long I thought about it / And now I just can’t live without it / This beautiful image I have of you.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers. Opgedragen aan Agnes Anquinet.

Vanavond is er ondanks mijn eerder gedane belofte geen derde aflevering van de reeks baanbrekers in populaire muziek. De realiteit heeft zich op de zo mogelijk hardste wijze aan ons privéleven opgedrongen. Mijn geliefde Agnes lijdt aan hartfalen en moet op 1 maart een zware operatie ondergaan. (Meer details daarover vind je in enkele vorige mededelingen.) Om die reden heb ik gekozen voor een ander soort songs. Liedjes die Agnes nauw aan het hart liggen, die volgens mij troost brengen en mogelijk op die manier een helende kracht hebben. Het zijn geen doodsliederen, verre van, want er is geen dood in zicht. Deze 36 songs – vrij willekeurig en intuïtief geselecteerd –  zijn levensbevestigend. Veel van de liedjes kun je meezingen en op heel wat ervan kun je dansen. Agnes komt hier sterker uit, dat zeggen al onze vrienden en ik zeg het zelf ook. Ik weet het. Het zal goed aflopen, maar toch houden we ons spreekwoordelijke hart vast. Ondertussen hebben we als houvast muziek als die van vanavond, maar ook boeken, films en heel veel herinneringen aan een  rijk leven samen en met onze vrienden. Dit programma is ook voor jullie, vrienden, die zo met dat verzwakte hart van Agnes begaan zijn.

Veel luisterplezier!


The Beat Goes On – Sonny & Cher – The Beat Goes On – Sonny Bono

Too Busy Thinkin’ About My Baby – Marvin Gaye – M.P.G.  – N.Whitfield/J.Bradford

You’re My Remedy – The Marvelettes – The Definitive Collection – Smokey Robinson

A Love Like Yours (Don’t Come Knocking Everyday) – Martha Reeves & The Vandellas – Come And Get These Memories – Eddie Holland/Brian Holland/Lamont Dozier

Whole Lot Of Shakin´ In My Heart (Since I Met You) – Smokey Robinson & The Miracles – Away We A Go-Go – Smokey Robinson

That’s Where It’s At – Sam Cooke – The Man And His Music – J. W. Alexander/Sam Cooke

Ruler Of My Heart – Irma Thomas – Time Is On My Side – N. Neville

You, Baby – The Ronettes – Phil Spector – Back To Mono (1958-1969) [Disc 2] – P.Spector/B.Mann/C.Weil

Please Let Me Wonder – The Beach Boys – The Beach Boys Today! – Brian Wilson/Mike Love

I’m Only Sleeping – The Beatles – Revolver – Lennon/McCartney

Darlin’ Companion – The Lovin’ Spoonful – Hums Of The Lovin’ Spoonful – John Sebastian

She’s A Rainbow – The Rolling Stones – Their Satanic Majesties Request – Mick Jagger/Keith Richards

Little Wing – The Jimi Hendrix Experience – Axis: Bold As Love – Jimi Hendrix

Today – Jefferson Airplane – Surrealistic Pillow – Marty Balin/Paul Kantner

8:05 – Moby Grape – Moby Grape – D. Stevenson/J Miller

All Come To Meet Her – Skip Spence – Oar – Skip Spence

Time Is Passing – Pete Townshend – Who Came First – Pete Townshend

Andalucia – John Cale – Paris 1919 – John Cale

Little Sister – Nico – Chelsea Girl – John Cale/Lou Reed

Step Right Up – Anne Briggs – The Time Has Come – H. McCullough

Head And Heart – John Martyn – Bless The Weather – John Martyn

Chase The Blues Away – Tim Buckley – Blue Afternoon – Tim Buckley

Your Gentle Way Of Loving Me – The Byrds – Dr. Byrds & Mr. Hyde – F. Guilbeau/G. Paxton

If Not For You – Bob Dylan – New Morning – B. Dylan

Only Love Can Break Your Heart – Neil Young – After The Goldrush – Neil Young

Loretta – Townes Van Zandt – Flyin’ Shoes – Townes Van Zandt

A Song For You – Gram Parsons – GP – Gram Parsons

Secret Heart – Ron Sexsmith – Ron Sexsmith – Ron Sexsmith

Steal Your Love – Lucinda Williams – Essence – Lucinda Williams

She Is My Everything – John Prine – Fair And Square – John Prine

Heartache Spoken Here – Warren Zevon – Mr. Bad Example – Warren Zevon

A Matter Of Time – Los Lobos – How Will The Wolf Survive? – David Hidalgo/Louie Perez

Listen To Her Heart – Tom Petty & The Heartbreakers – You’re Gonna Get It! – Tom Petty

Tell It To Your Heart – Lou Reed – Mistrial – Lou Reed

Hold On, Hold On – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case

Glory – Television – Adventure – Tom Verlaine

Research, samenstelling en montage: Martin Pulaski

A LAST SALUTE TO PHIL SPECTOR

Photo: Dennis Hopper

Goodbye Phil Spector. Once upon a time you used to be a pop genius. Once upon a time we loved your sound more than we loved our own heartbeat. Once upon a time, when “them British bad boys the Rolling Stones” called you uncle Phil. Once upon a time when the river was deep and the mountain was high. Once upon a time when Veronica sang Be My Baby and Walking in the Rain, when Darlene Love sang He’s a Rebel. Once upon a time when You’ve Lost That Lovin’ Feeling by the Righteous Brothers on the red and yellow Philles label was the best single ever made (Or was it Tina Turner’s River Deep, Mountain High, after all?). Once upon a time, when we were dreaming. Just before the long and winding nightmare began.


Ω

Ik moest deze korte tekst in het Engels schrijven.


DE VOLKOMEN BLEEKHEID VAN SNEEUW

DIE ZOMER zagen we Gabriella opfleuren. Senga en ik werkten inmiddels allebei bij de Filosofische Kring Aurora en hadden het behoorlijk druk met de redactie van het tijdschrift en het voorbereiden van literaire middagen en avonden. ’s Avonds aten we vaak met zijn drieën in de grote keuken beneden. Na de maaltijd voerden we gesprekken, een beetje zoals destijds in de Artanstraat in Schaarbeek, maar rustiger en redelijker. Soms las ik ontwerpen van teksten of gedichten voor. Ik haalde boeken uit de rekken, we lazen elkaar fragmenten voor van Knut Hamsun, Thomas De Quincey, Peter Handke en hele stukken uit De keisnijder van Fichtenwald van de toen bij ons bewonderde Nederlandse schrijver Louis Ferron.
We beluisterden de nieuwste elpees, voor zover ons budget ons de aankoop ervan toestond. Gelukkig was er ook nog de discotheek in de Lange Nieuwsstraat, die een voortreffelijk aanbod had. Gabriella bleef zoals in de Brusselse tijd van Nico en the Velvet Underground en van Patti Smiths Horses houden, wat niet vloekte met de punkrock en new wave en zelfs niet met albums als Darkness On The Edge Of Town, waar wij toen de voorkeur aan gaven. Geregeld hoorde je in het Dolfijnhuis de elpees Desertshore, met daarop aangrijpende nummers als My Only Child en Abschied, en The Marble Index [1], met No One Is There en Frozen Warnings. Na al die jaren bleef ik een pleitbezorger van de platen van Syd Barrett en Alexander Spence, waardoor wie bij ons geregeld op bezoek kwam vertrouwd werd met hun merkwaardige, hoogst originele songs.

Soms kwam Gabriella even in mijn werkkamer binnen om naar onze boeken te kijken. Op een dag trof ze in een stapeltje nieuwe aanwinsten in mijn kamer een Nederlandse vertaling van Moby Dick aan. Ze raakte gehecht aan de roman van Herman Melville, vooral aan het hoofdstuk over het witte van de walvis. Voor mij is dat een van de hoogtepunten uit de wereldliteratuur. Het was meer dan wat ook het witte van de walvis dat mij deed verbleken. Mogelijk herkende ze de bleekheid van haar eigen huid, met de volkomen blankheid van sneeuw, in die beschrijvingen. Hield ze ook niet zo van de laatste bladzijden van Edgar Allan Poes The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket?

Kort na Gabriella’s verhuizing naar de Dolfijnstraat waren we met zijn drieën in de Monty, een zaaltje op het Zuid, gaan kijken naar de thriller Looking for Mr. Goodbar van Richard Brooks, met Diane Keaton als Theresa Dunn, een borderline-lerares op zoek naar seksuele kicks. Dat was haast een net zo beklemmende belevenis, vooral het brutale einde, als het zien van Le locataire. Weer thuis vroeg ik me af of het een goed idee was geweest. Al kon ik de verbluffende acteerprestatie van Diane Keaton, de cinematografie van William Fraker en de nagenoeg perfecte soundtrack maar niet uit mijn hoofd zetten. Een meer bedwelmende en minder ontregelende ervaring was Bob Dylans film Renaldo and Clara. Voor Gabriella was het de eerste keer; ze was onder de indruk. Van de concertfragmenten bejubelde ze vooral de uitvoering van When I Paint My Masterpiece, mogelijk mede door de verwijzing in dat lied naar een verblijf van de verteller in Brussel. Van de fictieve scènes prefereerde ze die waarin de raadselachtige hoofdpersonages Renaldo, Clara en The Woman In White elkaar het leven moeilijk maakten. Na die filmmarathon keerden we naar huis terug om een hapje te eten en een tequila sunrise te drinken. Bob Dylan had ons dorst doen krijgen en onze levenslust aangewakkerd. Hoewel het al voorbij middernacht was wilden Senga en Gabriella toch nog de stad in. Zodoende namen we een taxi naar de Cinderella om ons met z’n drieën in de wereld van de punks onder te dompelen. Zodra Police and thieves in de versie van the Clash weerklonk haastten we ons naar de dansvloer. Later, op adem komend aan de toog, trof ik Ria Pacquée daar aan. Ze zei dat er een party was in de King Kong en stelde voor om daar naartoe te gaan. Dat deden we. Maar wat in hemelsnaam deden we in de King Kong? Dansten we op tafels, vochten we met ingebeelde leeuwen, zongen we met zijn drieën of vieren People Get Ready?

Hoewel ik er toch geregeld binnenliep herinner ik me vandaag even weinig van de King Kong als van Louis Ferrons De keisnijder van Fichtenwald. Een psychiatrische instelling, sadistische nazi’s, Heinrich Von Kleist en zijn Penthesilea, dat is het ongeveer voor het boek van Ferron. Voor de King Kong zijn de herinneringsresten nog schaarser, een bal met Raymond van het Groenewoud, een optreden van Joy Division (waar ik alleen maar iets over las), een of andere toneelopvoering. Hoe zag de ruimte eruit, waren er meerdere zalen, moest je entree betalen, was er een balie? Welk publiek kwam er over de vloer? Vast niet hetzelfde als in Cinderella’s Ballroom. Onlangs zag ik een foto van Robert, de baas van die roemruchte club aan de Stadswaag. Niemand zou het in die tijd aangedurfd hebben hem baas te noemen. Op de foto staat hij achter de toog. Hij kijkt wat verrast, een beetje boos zo lijkt het wel. Links van hem een kleine witte ventilator, rechts een groen metalen kistje en wat elpees, waaronder Funhouse van the Stooges. Het leek een beeld uit een droom. Na veertig jaar heb ik mij van Robert en van de Cinderella een geheel andere voorstelling gemaakt. Ook mijn herinneringen aan Gabriella, hoe ze was, hoe ze bewoog, haar stemgeluid, zijn vervaagd. Wat maakt dat ik me nu afvraag of wat ik hier noteer niet eerder verzinsels zijn dan een weergave van werkelijk gebeurde voorvallen. Wat benijd ik schrijvers als Eric de Kuyper, met hun glasheldere herinneringen. Of zouden zij alleen maar goed onderlegd zijn in het verzinnen van allerlei geloofwaardige details? Beschikken zij over dagboeknotities waarin alles wat ze meemaakten haarfijn staat beschreven? In mijn dagboeken bijna niets van dat alles: het zijn grotendeels klachten over mijn gezondheid en notities over boeken en films en een aanzienlijk aantal herinneringen aan dromen.

Op een van die zomeravonden was er visite van Eddy D., de man van De man in de rups. We zaten net te luisteren naar Stateless, een elpee van Lene Lovich die ik van Senga cadeau had gekregen. Haar single Lucky Number was in die dagen een hit. Ik was een beetje bang dat het niet goed zou klikken tussen Gabriella en mijn vriend, omdat zij nogal asociaal was en soms verbaal agressief werd. Maar dat viel best mee, ook later in de rumoerige Cereus, waar L.S. nog even probeerde roet in het eten te gooien, wat hem niet lukte, omdat we ons niet lieten provoceren. Eddy luisterde met aandacht naar de meanderende invallen van Gabriella, woorden die meestal weinig met onze gespreksonderwerpen spoorden maar er op een moeilijk verklaarbare wijze toch bij aansloten. In mijn dagboek lees ik dat in onze conversatie sprake was van de fenomenen torus en tokamak.

Ik was tevreden. Senga en ik hadden de juiste beslissing genomen. Ook de avond van Walter Van Rooys tentoonstelling in het Pannenhuis was er een van plezier en euforie. Walter was opgetogen over de opkomst en de interesse, mijn vrienden waren in een opperbeste stemming. Samen met Guillaume Bijl en Ria Pacquée dronken we Duvels en discussieerden we over Diane Keaton, Truman Capote en In Cold Blood. We zongen mee met Lucky Number en I Think We’re Alone Now van Lene Lovich. Dat laatste was helemaal geen new wave maar een cover van een hippieliedje van Tommy James & the Shondells. In het Pannenhuis mocht dat nog: er waren geen vaste regels. Wel vonden Greta en Toulouse het prettig als je je rekening betaalde. Al vrij snel werd de sfeer diffuus en zaten we, samen met Gabriella’s zus Lena, die nu ook in Antwerpen woonde, in de Muze, daarna in de Mok – en opeens stond ik alleen aan de toog van de Kroeg, het bruine café op de hoek van de Wolstraat en het Conscienceplein waar ik in december 1968 de allereerste keer Beggars Banquet had gehoord, wat een haast mystieke ervaring was geweest.

Vroeg in de ochtend kwam ik thuis, flink beschonken. Plotsklaps hoorde ik een vreemd geschreeuw, van vogels dacht ik eerst, ik zag ze al voor me, grote witte vogels, hun vleugels wel een meter breed. Kwam het geluid echt wel van buiten, waar op dit uur al het zichtbare de bleekheid had van sneeuw? Nee, het geschreeuw steeg uit onze kleine kolenkelder op. Met een nieuwsgierigheid die mijn tegenzin overwon ging ik de trap af. Het was er donker en rook er naar schimmel en zwammen. De grond was bedekt met rottende planken. Het geschreeuw bleek uit de donkerste hoek te komen. Na wat wennen aan de duisternis kon ik vier piepkleine kittens ontwaren. Waar was de moederpoes naartoe?

[Nachten aan de kant 40.  Juni-juli 1979]

*

[1] De titel is afkomstig uit het gedicht The Prelude van Williams Wordsworth:
And from my pillow, looking forth by light
Of moon or favoring stars, I could behold
The antechapel where the statue stood
Of Newton, with his prism and silent face,
The marble index of a mind forever
Voyaging through strange seas of thought, alone.

Foto’s: boven, Martin Pulaski; onder, Diane Keaton, fotograaf onbekend.

ZERO DE CONDUITE: BAANBREKERS AFLEVERING 2 – TRAILBLAZERS UK

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM verander je leven. Het motto van deze show is Salamanda Palaganda, oh, Palamino Blue / Salamanda Palaganda, oh, June’s Buffalo too / In the Parisian zoo, zoo, zoo, zoo, zoo. Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers.

Op deze tweede dag van 2021 breng ik een tweede deel van de reeks baanbrekers. Baanbrekers zijn pioniers, voortrekkers, wegbereiders, trailblazers. Het is mij voornamelijk te doen om songschrijvers, muzikanten, zangeressen en zangers die de popmuziek hebben veranderd, vernieuwd en verrijkt. In sommige gevallen hebben ze grenzen overschreden, maar ze kunnen ook in hun genre exemplarisch geweest zijn. Alle baanbrekers die vandaag aan bod komen, waren of zijn actief in het Verenigd Koninkrijk. Dat komt goed uit, dacht ik, nu dat Koninkrijk de Europese Unie definitief heeft verlaten. Het brexitmonster van de Tory Party en de tabloids heeft toegeslagen. Wat niets verandert aan mijn liefde voor dat land en voor sommige van zijn inwoners. Toegegeven, Scott Walker was geen Brit, maar zijn muziek is wél Brits (en Europees). Je zou zelfs kunnen beweren dat Scott, of noem hem gerust Noel Scott Engel, de Britse baanbreker par excellence was. Heeft iemand ooit meer plastische kitchen-sink songs geschreven dan hij? Raymond Douglas Davies komt in de buurt.
Met een beetje goede of slechte wil zou je ze deze wegbereiders en eilandbewoners excentrieken kunnen noemen. Zeker zijn ze anders dan de meeste doordeweekse popmuzikanten. Ze hebben een aparte stijl, hun teksten zijn nogal eens whimsy. Eigenaardig vind ik geen goed equivalent voor die typische uitdrukking. Soms zijn ze nadrukkelijk traditioneel, andere keren zetten ze de traditie op hun kop. Zelfs als ze door en door Amerikaanse blues spelen, klinkt daar nog hun Britishness in door. Er was een tijd dat nagenoeg elke jongere Brit wilde worden, of op zijn minst Engelsman. Wat een dwaze droom was dat. Je kunt geen Engelsman worden, en zeker geen Britse excentriek. Al blijft er het geval Scott Walker.

Voor vandaag koos ik overwegend songs uit de periode 1970-1975. De nadruk ligt op Britse folk, folkrock en progressieve pop. Bijna alle artiesten die aan bod komen hebben een niet te verwaarlozen rol gespeeld in de verruiming van het begrip popmuziek. Sommigen van hen zijn nog steeds even relevant als toen. De Britse popjournalist Nick Kent schreef ooit: “Kevin Ayers and Syd Barrett were the two most important people in British pop music. Everything that came after came from them.” Mogelijk overdreef hij wat. Want iets gelijkaardigs zou ook gezegd kunnen worden over Richard Thompson en Sandy Denny (Fairport Convention), Donovan, the Incredible String Band, Bert Jansch en John Renbourn (Pentangle), Nick Drake, Robert Wyatt (Soft Machine), Marianne Faithfull, Slapp Happy, Fred Frith (Henry Cow en Slapp Happy), John Cale en vele anderen.
Veel luisterplezier! 

Long Gone Midnight – John Mayall ft. Mick Taylor – Blues From Laurel Canyon – John Mayall

Trying So Hard To Forget – Fleetwood Mac ft. Peter Green – Mr. Wonderful – Green/Adams

Lying In The Sunshine – Free ft. Paul Rodgers, Paul Kossoff – Free (Remastered) – Fraser/Kossof

Yesterday And Today – Yes ft. Jon Anderson, Peter Banks – Yes (First album, 1969) – Anderson

A Half Sunday Homage To A Whole Leonardo Da Vinci (Without Words By Richard Brautigan) – Mike Cooper – Trout Steel – Mike Cooper

Book Song – Fairport Convention ft. Ian Matthews – What We Did on Our Holidays – Richard Thompson, Ian Matthews

Bushes And Briars – Sandy Denny ft. Richard Thompson, Sneaky Pete Kleinow – Sandy – Sandy Denny

When I Get To The Border – Richard & Linda Thompson – Richard and Linda Thompson – I Want To See The Bright Lights Tonight – Richard Thompson

Feeling All The Saturday – Roy Harper – Flat Baroque and Berserk – H. Ash. Producer – Peter Jenner

No Good Trying – Syd Barrett ft. Robert Wyatt & Hugh Hopper, Soft Machine – The Madcap Laughs – Syd Barrett

Salamanda Palaganda – Tyrannosaurus Rex ft. Marc Bolan, Steve Peregrine Took – Prophet, Seers & Sages The Angels Of The Ages – Marc Bolan. Producer – Tony Visconti

Song Of The Naturalist’s Wife – Donovan ft. Tony Carr – A Gift From A Flower To A Garden – Donovan Leitch Producer – Mickey Most

The Water Song – Incredible String Band ft. Robin Williamson & Mike Heron – The Hangman’s Beautiful Daughter – Robin Williamson. Producer – Joe Boyd

Rainmaker – Michael Chapman ft. Danny Thompson – Rainmaker – Michael Chapman. Producer – Gus Dudgeon

Fat Man – Jethro Tull ft. Ian Anderson, Martin Barre, Clive Bunker – Stand Up – Ian Anderson

Want To Be With You – Bridget St John – Jumble Queen – Bridget St.John

The Time Has Come – Pentangle ft. Jacqui McShee, John Renbourn, Bert Jansch, Danny Thompson, Terry Cox – Topic: The Real Sound Of Folk Music  – Ann Briggs

Come Sing Me A Happy Song To Prove We Can All Get Along The Lumpy Bumpy Long And Dusty Road – Bert Jansch ft. Terry Cox, Danny Thompson – Birthday Blues – Bert Jansch. Producer – Shell Talmy

The Garden Of Jane Delawney – Trees – The Garden Of Jane Delawney – T.  Boshell. Vocaliste – Celia Humphris

Place To Be – Nick Drake – Pink Moon – Nick Drake. Producer – Joe Boyd

Let The Good Things Come – John Martyn ft. Danny Thompson, Richard Thompson, Beverley Martyn – Bless The Weather – John Martyn.

Charlemagne – John Cale ft. Stan Szeleste, Garland Jeffreys – Vintage Violence – John Cale

Why Are We Sleeping? – Soft Machine – The Soft Machine Volume One – Kevin Ayers,/Mike Ratledge/Robert Wyatt. Producer – Tom Wilson, Chas Chandler

Song For Insane Times – Kevin Ayers ft. Hugh Hopper, Mike Ratledge – Joy Of A Toy – Kevin Ayers – Producer – Peter Jenner, Kevin Ayers

Optimism – Lady June (a.k.a. June Campbell Cramer) ft. Brian Eno – Lady Junes Linguistic Leprosy – June Campbell Cramer

Kooks – David Bowie ft. Rick Wakeman, Trevor Bolder – Hunky Dory – David Bowie. Arranger – Mick Ronson; Producer – Ken Scott

Chords Of Fame – Marianne Faithfull – Rich Kid Blues – Phil Ochs. Producer – Mike Leander

Duchess – Scott Walker – Scott 4 (1969) – Noel Scott Engel. Engel. Producer – John Franz

Grey Lagoons – Roxy Music – For Your Pleasure – Bryan Ferry. Cover model – Amanda Lear. Art Direction – Nicholas De Ville

Big Day – Phil Manzanera ft. Brian Eno – Diamond Head – Eno/Manzanera. Engineer – Rhett Davies

On Some Faraway Beach – Brian Eno ft. Busta Cherry Jones, Andy Mackay – Here Come The Warm Jets – Brian Eno

Song for Che – Robert Wyatt ft. Gary Windo, Nisar Ahmad Khan – Ruth Is Stranger Than Richard – Charlie Haden. Cover Art – Alfreda Benga

Desperate Straights – Slapp Happy & Henry Cow ft. Anthony Moore, Chris Cutler – Desperate Straights – Moore. Cover Art – Peter Blegvad

She’s Bought A Hat Like Princess Marina – The Kinks – Arthur: Or The Decline And Fall Of The British Empire  – Ray Davies. Greil Marcus (Rolling Stone) noemde deze conceptelpee de beste van 1969.

Hunting Tigers Out In “Indiah” – Bonzo Dog Doo-Dah Band – Tadpoles – Hargreaves/Damerell/Evans. Producer – Gus Dudgeon

Research & samenstelling: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: BAANBREKERS 1

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is Now, the bee takes his honey, then he sets the flower free.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.


Vandaag begint hier een nieuwe reeks die ik baanbrekers heb gedoopt. Baanbrekers zijn pioniers, voortrekkers, wegbereiders, in het Engels trailblazers. Het gaat voornamelijk om songschrijvers, zangeressen en zangers die de populaire muziek hebben veranderd, vernieuwd en verrijkt. In sommige gevallen hebben ze grenzen overschreden, maar ze kunnen ook in hun genre exemplarisch geweest zijn. Mogelijk vonden ze het concept genre zelfs lachwekkend.
Ja, het is me te doen om uitzonderlijke en voorbeeldige artiesten, sommige ervan wereldberoemd geworden andere slechts bij een klein publiek van aficionado’s bekend. Dit eerste deel beslaat de periode van circa 1920 tot 1970. Vandaag komen eerder bekende en zelfs beroemde artiesten aan bod, hoewel ze dat in hun eigen tijd en zeker in hun beginperiode niet waren. De negentienjarige Roy Orbison over een optreden van Elvis Presley in Odessa, Texas in 1955: “His energy was incredible, his instinct was just amazing. … I just didn’t know what to make of it. There was just no reference point in the culture to compare it.” Wat niet betekent dat alles wat Elvis deed volstrekt nieuw was, maar met zijn interpretatie van blues, rhythm-and-blues, bluegrass en country was hij wél een baanbreker. Wat Little Richard en Chuck Berry hadden gedaan voor zwarte rock-’n roll bracht Elvis vanaf 1955 onder de aandacht van voornamelijk blanke jongeren, eerst in Amerika, later over de hele wereld. Zonder de originele sound af te zwakken of te zuiveren.

Zoals bijna altijd in Zéro de conduite, en vroeger in Shangri-La, gaat mijn aandacht vooral naar Amerikaanse en Britse popmuziek. Het toeval heeft me in de vroege jaren zestig in die richting gestuurd. Hoewel het niet alleen om toeval maar net zo goed om economische wetmatigheden gaat (de constructie van de jeugdcultuur), die ik liefst van al zoveel mogelijk vergeet. Lang niet alle genres en alle vernieuwers komen vandaag al aan bod. Voor deze eerste aflevering koos ik nummers van baanbrekers uit blues, western swing, country, bluegrass, rhythm-and-blues, folk, rock-‘n-roll, dansrages (twist), harmonieuze pop, Phil Spector sound, folkrock, blanke blues en psychedelica. Artiesten uit gospel, soul, funk, prog en hardrock, jazzrock en fusion, ska en reggae, elektronica en elektropop, krautrock, punkrock en post-punk, singer-songwriters en verhalenvertellers, worden in volgende afleveringen belicht. Uiteraard is het onrechtvaardig om van elke artiest maar één nummer te laten horen. Figuren als Brian Wilson, Ry Cooder, Kurt Weill, Willie Nelson, Loretta Lynn, Bob Dylan, Bessie Smith, Lou Reed en John Cale verdienen op zijn minst twee uur. Maar goed. Beschouw dit dan maar als een summiere en compacte anthologie, maar dan wel met liefde gemaakt.

Veel luisterplezier!

Come On In My Kitchen – Robert Johnson – King of the Delta Blues Singers – Robert Johnson

Gallis Pole – Lead Belly – In The Shadow Of The Gallows Pole – Leadbelly/Traditional

Black Mountain Blues – Bessie Smith – The Essential Bessie Smith – H. Cole

Body & Soul – Billie Holiday & Her Orchestra – Lady Day: The Best Of Billie Holiday – F. Eyton/R. Sour/J. Green/Heyman

Pirate Jenny – The Threepenny Opera Original Broadway Cast Feat. Lotte Lenya – September Songs: Music Of Kurt Weill – Kurt Weill/Bertolt Brecht

Never No More Hard Time Blues – Bob Wills & His Texas Playboys – Bob Wills & His Texas Playboys – Jimmie Rodgers

My Rough And Rowdy Ways – Jimmie Rodgers – On The Way Up, 1929 – Rodgers, McWilliams

I Can’t Get You Off Of My Mind – Hank Williams – I’m Satisfied With You – Hank Williams

I’m Sittin’ On Top Of The World – Bill Monroe & His Blue Grass Boys – Anthology – Ray Henderson/Aden G. Lewis/Joe Young/Samuel M. Lewis

Blowin’ Down This Road (I Ain’t Going To Be Treated This Way) – Woody Guthrie – Dust Bowl Ballads – Lee Hays

The Great Atomic Power – The Louvin Brothers – The Louvin Brothers (Ira And Charles)  – Bain/C. Louvin/I. Louvin

Since You Broke My Heart – The Everly Brothers – The Fabulous Style Of The Everly Brothers – Don Everly

Coal Miner’s Daughter – Loretta Lynn – Coal Miner’s Daughter – Loretta Lynn

Crazy – Patsy Cline – Sweet Dreams: Her Complete Decca Masters (1960-1963) – Willie Nelson

Last Night When We Were Young – Frank Sinatra – In The Wee Small Hours – Harold Arlen/Edgar Yip Harburg

I’m Left, You’re Right, She’s Gone – Elvis Presley – Sunrise – Elvis Presley – Stan Kesler/William Taylor

Brown Eyed Handsome Man (Single Version) – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry – Chuck Berry

Long Tall Sally – Little Richard – Here’s Little Richard – Robert Blackwell/Enotris Johnson/Richard Penniman

Hey Good Lookin’ – Bo Diddley – The Story Of Bo Diddley: The Very Best Of Bo Diddley – Chuck Berry

W-O-M-A-N – Etta James – Miss Etta James – Rogers/Malloy/Mitchell

I Believe To My Soul – Ray Charles – Definitive Ray Charles  – Ray Charles

Maybe The Last Time – James Brown – Star Time  – Ted Wright

The Twist – Hank Ballard – Hank Ballard’s Biggest Hits – Hank Ballard

I Saw Her Standing There – The Beatles – Please Please Me – Lennon/McCartney

Is This What I Get For Loving You? – The Ronettes featuring Veronica – The Best of the Ronettes– Phil Spector/Gerry Goffin/Carole King

Don’t Worry Baby – The Beach Boys – Shut Down Vol. 2 – Brian Wilson/Roger Christian

She Belongs to Me [mono version] – Bob Dylan – Bringing It All Back Home – Bob Dylan

My Back Pages – The Byrds – Younger Than Yesterday – Bob Dylan

The Train Kept A-Rollin’ – The Yardbirds – Ultimate! – Howie Kay/Sydney Nathan/Tiny Bradshaw

Strange Brew – Cream – Disraeli Gears – Eric Clapton/Gail Collins/Felix Pappalardi

Walkin’ Blues – Butterfield Blues Band – East-West – Robert Johnson

Jesus On The Mainline – Ry Cooder – Paradise And Lunch – Traditional arr. Ry Cooder

Statesboro Blues – Taj Mahal – Taj Mahal – W. McTell

Ant Man Bee – Captain Beefheart & The Magic Band – Trout Mask Replica – Don Van Vliet

Why Don’tcha Do Me Right? – Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Absolutely Free – Frank Zappa

White Light/White Heat – The Velvet Underground – White Light / White Heat – Lou Reed

Astronomy Domine – Pink Floyd – The Piper At The Gates Of Dawn – Syd Barrett

Long Hot Summer Night – The Jimi Hendrix Experience – Electric Ladyland – Jimi Hendrix

Stray Cat Blues – The Rolling Stones – Get Yer Ya-Ya’s Out! – The Rolling Stones In Concert – Mick Jagger/Keith Richards

All Come To Meet Her – Skip Spence – Oar – Skip Spence

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is bodiddley2.jpg



Research en samenstelling: Martin Pulaski

DE VOORTREFFELIJKE VRIEND

Jeanne Hébuterne


[Nachten aan de Kant 32]

Ik moest weer een keer naar de flat in de Vinkenstraat. Voor de gelegenheid had ik mijn nieuwe regenjas van de Wolmolen aangetrokken, een vrouwenmodel en wat te klein maar wel mooi en – in onze situatie van groter belang – goedkoop. Giuseppe had mij gezegd dat hij een tijdje alleen wilde zijn, om te studeren; hij had rust nodig. Toch moest ik hem zien. Ik moest met hem praten. Ik had best wat vrienden maar alleen met Giuseppe was het soort diepgravend gesprek nodig waar ik nu naar verlangde. Gelukkig was Giuseppe opgetogen met mijn onverwacht bezoek. Toch bleef ik gespannen: zou ik niet weer een allergieaanval krijgen van het opgehoopte huisstof en de huidschilfers van de poezen van Giuseppe? Als ik onrustig ben en mijn zenuwstelsel verstoord is ben ik er meer vatbaar voor dan anders. De voorbije weken had ik mijn zenuwen zowel ’s nachts aan de kant als overdag in mijn werkkamer erg op de proef gesteld.

Giuseppe had bier voor ons ingeschonken en zat nu tegenover me. In zijn ogen zag ik die blije tristesse die zo typerend voor hem was. In zijn blik lag een onbereikbare verte en tegelijk kwam hij als hij je aankeek heel dicht bij je. Altijd weer vroeg ik me af of iemand met dergelijke eerlijke ogen wel geschikt was om op ons ondermaanse slagveld te overleven. Leven zonder meer, dat wel, maar vechten om wat je nodig hebt om het te behouden en te verrijken, dat mogelijk niet. Een moment viel ik ten prooi aan herinneringen aan de Schippersschool in Eisden. Ik dacht terug aan de twee zorgeloze jaren die ik daar in het mijnwerkersdorp dichtbij de Maas had doorgebracht. Giuseppe’s vader was er directeur geweest. Giuseppe – die drie jaar jonger was dan ik – leerde ik pas later kennen. De directeur was een zachtaardige en bescheiden man die zich liet manipuleren door een brutale vent, de internaatbeheerder, mijnheer Peyskens. De enige man die mij ooit een slag in het gezicht heeft gegeven. Giuseppe’s vader had dezelfde ogen als zijn zoon.

Ik vertelde mijn vriend over het memorabele concert van Patti Smith en haar band dat ik op televisie had gezien en over the J. Geils Band. Giuseppe had net Wave, de nieuwe elpee van Patti Smith, aangeschaft en daar luisterden we naar. Ik herkende enkele nummers die ze in Rockpalast had gebracht: Frederick, Dancing Barefoot en So You Want To Be A Rock And Roll Star. Het klonk allemaal wat braver en meer gepolijst dan de live-uitvoeringen die ik kort tevoren had gehoord. In de hoestekst schreef Patti Smith over het nummer van The Byrds dat ze er in de sixties niet gek op was geweest. “It seemed to say that in this field of honor, sooner or later, everybody gets hurt and I just didn’t believe it.” Op de hoes trof ik merkwaardige foto’s aan van de in 1978 vermoorde paus Albino Luciani en van Jeanne Hébuterne, de geliefde van Modigliani. I Did You No Wrong van the J. Geils Band onderbrak mijn kortstondige dromerij. Giuseppe had Ladies Invited van de beste band uit Boston op de platenspeler gelegd. Hij gaf me de hoes door. Volgens mijn vriend waren de ogen en de lippen die daarop te zien waren die van Faye Dunaway. Met haar had zanger Peter Wolf destijds een relatie gehad. Uitstekende plaat, afgrijselijke hoes, vond ik. En wat was er met Faye Dunaway gebeurd? Had zij na Chinatown nog iets noemenswaardg gedaan? The Eyes of Laura Mars was niet meer geweest dan veredelde kitsch. Ik vroeg me af of we ons misschien vergist hadden in haar acteertalent. Had haar schoonheid ons niet verblind?

Giuseppe was een nog grotere boekenliefhebber dan ik. Ook nu weer glunderde hij toen hij me zijn nieuwe aanwinsten liet zien: Robert Musils Der Mann ohne Eigenschafte, Virginia Woolfs Schrijversdagboek, enkele romans van Dostojewski, James Joyce, Thomas Hardy en Katherine Mansfield, de verzamelde gedichten van D.H. Lawrence.

Omstreeks middernacht was Giuseppe’s voorraad bier op. We besloten naar de Pallieter aan het Mechelseplein te lopen, het stamcafé van de studenten van Studio Herman Teirlinck. Als je mooie narcistische meisjes en jongens wilde observeren was dit de juiste plek. Ze kwamen er hun pas aangeleerde kunstjes tonen en wilden dolgraag een gesprek met je aanknopen over Konstantin Stanislavski, Peter Brook of Lee Strasberg. Niet vanavond echter. Giuseppe herinnerde me aan een brief van me waarin ik het over de vriendschap bij Aristoteles had gehad. Het was de mooiste brief die hij ooit van iemand had ontvangen, zei hij. Ik had daarin verwezen naar de uitspraak van Aristoteles dat een vriend een tweede ik is. Aristoteles maakt een onderscheid tussen drie soorten vriendschap: vriendschap gebaseerd op nut, op genot en wat hij de volmaakte vriendschap noemt, die tussen goede mensen, mensen die elkaars gelijken zijn op het stuk van voortreffelijkheid (wat ook als deugd wordt vertaald). “Hun vriendschap,” schrijft Aristoteles in de Ethica, “duurt dan ook voort zolang zij goed zijn; en voortreffelijkheid is duurzaam.” “Zo’n vriendschap is vanzelfsprekend duurzaam, want daarin zijn alle kenmerken verenigd die vrienden moeten hebben.” [1]
Giuseppe zei me dat ik zijn enige vriend ben. Het zou verschrikkelijk zijn mocht aan onze vriendschap een einde komen, voegde hij er nogal onheilspellend aan toe. Ik verwees opnieuw naar Aristoteles. Waren wij niet allebei voortreffelijke mensen? Waar moesten we dan bang voor zijn?

Giuseppe had onlangs in Playboy een interview met Sartre gelezen. Dat ging onder meer over diens amfetaminegebruik, wat Giuseppe fascinerend vond. Zelf keek ik ook wel op naar schrijvers die peppillen slikten, al was daar op zich geen enkele verdienste aan. Jack Kerouac, Tennessee Williams, Truman Capote… En waren Bob Dylans beste songs niet tot stand gekomen onder invloed van benzedrine? Giuseppe drong erop aan dat ik eindelijk Les Chemins de la liberté eens zou lezen. Ik was er al meermaals in begonnen maar had het boek nogal dor en langdradig gevonden. Veertig jaar later heb ik die trilogie nog steeds niet uitgelezen.
Mijn vriend vond dat het nu maar eens tijd werd dat ik ook een roman ging schrijven, die experimentele teksten in Aurora waren een doodlopend straatje. Ik betwijfelde of ik dat wel kon. Je moet dan een plan, een ontwerp maken en je daar vervolgens al schrijvend nauwgezet aan houden. Je moet personages bedenken, ze een innerlijk leven geven, een bepaalde manier van spreken, van zijn, je moet hun karakters uitdiepen en laten zien hoe ze zich in hun relaties met anderen en met de wereld ontwikkelen. Hoe ze betere mensen worden, of ten onder gaan. Je moet allerlei soorten mensen observeren, met ze praten, naar ze luisteren. Ik geloof niet dat ik dat allemaal kan. Ik kan alleen maar schrijven wat ik moet, vanuit spontane opwellingen en onbewuste verlangens. Mijn geschrijf heeft een neurotische inslag, ik moet het doen om niet gek te worden. Of om me niet te vervelen. Al is het geen tijdverdrijf maar een innerlijke noodzaak. Omdat ik me in mijn schrijven soms laat gaan, waar die peppillen zeker een rol in spelen, heb ik achteraf een hoop werk om ballast te verwijderen, ik moet zoveel schrappen en herschrijven, structuur aanbrengen. Om een roman te maken moet je met die structuur beginnen.

Zo werd het zonder dat we het door hadden weer erg laat. Giuseppe wilde per sé de rekening betalen en gaf me meer dan voldoende geld voor een taxi. Ik zou toch dat hele stuk naar huis niet te voet afleggen?


[1] Aristoteles, Ethica, VIII-IX. Vertaald door Christine Pannier en Jean Verhaeghe.

Faye Dunavay in The Eyes Of Laura Mars

ZERO DE CONDUITE: SECRET STAGE

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is  I may be old and I may be bent / But I had the money till it all got spent.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Deze aflevering van Zéro de conduite is een soort van vervolg op de uitzending van 6 juli 2019 met als thema imaginair festival (6 juli 2019). De inleiding die ik toen schreef is nog steeds van toepassing en hoeft hier niet herhaald te worden.

Voor vanavond heb ik me een klein en geheim podium voorgesteld waar een dertigtal geliefde zangeressen, zangers en bands mogen optreden. Omdat het een klein podium is zijn het niet de grootste namen die we te horen krijgen en omdat het geheim is wil ik er ook niet al te veel over kwijt. Hoe ziet het eruit? Wie is het publiek? Hoeveel kost een kaartje? Worden de artiesten wel behoorlijk betaald? En zij die al dood zijn, hoe zit het daarmee? De jong gestorvenen? Neal Casal, Elliott Smith, Warren Zevon… Hoe zit het met drank, drugs en seks? Laat je verbeelding het werk doen. Het gaat om niet veel meer dan een fantasie. Maar wel een geheel ander soort fantasie dan dat van de vertrekkende ‘president’ en zijn volgelingen.
Voor de keuze van de dertig songs heb ik me laten leiden door het element troost, wat ik wel vaker doe. Maar troost hebben we nu meer nodig dan ooit. Die vind ik echter niet in suikerzoete liedjes maar in wat mij vanwege echtheid en oog voor detail en ook wel door muzikale motieven weet te raken en te ontroeren. Behoefte aan schoonheid en troost betekent niet dat we voor altijd willen wegvluchten voor de realiteit. Dat zullen we nooit doen.
Geniet van de vibraties, blijf voorzichtig, zorg goed voor jezelf en voor vrienden en vreemden.

Opgedragen aan Jerry Jeff Walker en Billy Joe Shaver.


Mr. Bojangles – The Nitty Gritty Dirt Band – Stars and Stripes Forever  – Jerry Jeff Walker

Free To Walk – Isobel Campbell & Mark Lanegan – We Are Only Riders – Jeffrey Lee Pierce

Dead On The River (Rolling Down) – Ian Noe – Between The Country – Ian Noe

Pinnacle Mountain Silver Mine – Jake Xerxes Fussell – What In The Natural World – Helen Cockram

Killing The Blues – Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand – Rowland Salley

Maybe California – Neal Casal – Fade Away Diamond Time – Neal Casal

Powderfinger – Cowboy Junkies – The Caution Horses – Neil Young

Fear Is Like A Forest – Courtney Barnett & Kurt Vile – Lotta Sea Lice – Jen Cloher

Jesus, Etc – Puss N Boots – Wilco Covered – Jeff Tweedy

Pick Up The Change – Wilco – A.M. (2017 Remaster) – Jeff Tweedy

Underground Dream – Son Volt – The Search – Jay Farrar

Star – Allah-Las – LAHS – Correia

Come To Mary – Jesse Sykes & The Sweet Hereafter – Marble Son – Jesse Sykes

Claudia Cardinale – The Third Mind – The Third Mind (First Edition) – Dave Alvin, David Immerglück, Victor Krummenacher, Michael Jerome

(Straight Down To The) Bitter End – Yo La Tengo – Electr-O-Pura – James McNew

Arkansas – Damien Jurado – Saint Bartlett – Damien Jurado

Thoughts And Prayers – Drive-By Truckers – The Unraveling – Patterson Hood

Alameda – Elliott Smith – Either/Or – Elliott Smith

Gulfport You’ve Been On My Mind – Hiss Golden Messenger – Hallelujah Anyhow – M.C. Taylor

Blind Love – Tom Waits – Rain Dogs – Tom Waits

A Mess Of Blues – John Hiatt – Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus – Doc Pomus

I Was In The House When The House Burned Down – Warren Zevon – Life’ll Kill Ya – Warren Zevon

Gunpowder – Patty Griffin – Servant Of Love – Patty Griffin

Do Right By Me – Margo Price  – All American Made – Jeremy Ivey, Margo Price

New York City Lullaby – Danny & Dusty – Cast Iron Soul – Dan Stuart, Steve Wynn

When She Comes Around – Steve Wynn – Dazzling Display – Steve Wynn

Highway 61 Revisited – Dave Alvin – Ashgrove – Bob Dylan

Goodbye Jimmy Reed – Bob Dylan – Rough And Rowdy Ways  – Bob Dylan

Hate To See You Go – The Rolling Stones – Blue & Lonesome – Walter Jacobs

Rocks On Rainbow – Ryley Walker – Deafman Glance – Ryley Walker

Research & samenstelling: Martin Pulaski

DE WENK VAN ASSEPOESTER

[Nachten aan de Kant 31]

Niets schijnt mijn nachtelijk verlangen naar roes en extase, naar de nabijheid van vreemde dansende lichamen te kunnen temperen. Vreemd zijn de mensen op de dansvloer omdat ze niet spreken, alleen maar bewegen, dichtbij omdat ze net als ik lustgevoelens uitwasemen en in hun gebaren de nood aan aanraking verraden. Wijst dit verlangen van mij op een sterke verwevenheid van eros en thanatos, of is dat een al te freudiaanse interpretatie?

De voorbije twee weken beleefde ik opnieuw van die intense nachten die vooral mijn zintuigen ontregelden. De eerste nacht hoorde ik voor de zoveelste keer de lokroep van de vochtige kelder die Cinderella’s Ballroom heet. Bizar toch, die naam: de balzaal van Assepoester. Maar ook wel gepast want gedanst wordt er de hele nacht en bijna alle jongens en meisjes – ik kan ze moeilijk mannen en vrouwen noemen – hebben extravagante schoenen aan hun voeten, al zijn ze niet van glas. Over de rode schoentjes van Senga had ik het al eerder. Mogelijk liggen de punkmeisjes die er ’s nachts komen dansen overdag in lompen gehuld dicht bij hun kolenkachels in de assen te slapen.
Alles in de balzaal van Assepoester is opwinding en genot en tegelijk zelfvernietiging en pijn. Voor mijn gezondheid en mijn zenuwen zijn dergelijke nachten nefast. Mijn longen verstikken in de rook, in de stank van de riolering; mijn poriën raken verstopt van het zweet en andere exhalaties. Je bent er niet veel meer dan je lijf, met lijfelijke driften en behoeften. Of bevat de muziek die DJ Maryse draait – songs zoals Ain’t That Nothing van Television, Police and Thieves van the Clash, Step By Step van Mikey Dread, Cheree van Suicide – een minder aards element, draagt zij impulsen over die je onbewust weer meeslepen naar het engelachtige niveau van de gedichten van Shelley en TS Eliot waarin je je overdag hebt verdiept?

Eerder die avond was ik in het Pannenhuis. Er was een tentoonstelling met gigantische, tijdloze werken van Frans Gentils, adembenemend mooi. Dergelijke doeken zie je doorgaans alleen maar in luisterrijke zalen van musea hangen maar nu kon je ze hier, in deze zogeheten nihilistische new wave artiestenkroeg bewonderen. Na de vernissage was er een rhythm and blues en reggae party, maar daar zijn we niet al te lang gebleven. Assepoester en haar dubbelgangsters Lucette, Alicia en Hadaly lieten opnieuw hun lokroep horen.

Zondagochtend om acht uur strompelden we de trap op, lijkbleek, mager, mooi als bijna verwelkte orchideeën. We haastten ons niet meteen naar huis: ik had er alles voor over om eerst nog de Schelde te zien. In haar nabijheid zou ik verlost worden van de donkere gevoelens die mij kort voor de dageraad hadden overmeesterd. De warmte van de zon, de verkoelende frisse wind die ons van de rivier tegemoet waaide. De meeuwen fladderend boven het met lichtvlekken doorspekte donkere water. Aan de overkant van de brede rivier de flatgebouwen van goud, waarin mensen zoals wij liggen te slapen. Opeens heb ik het gevoel dat alle dingen om mij heen transparant worden. Ik kijk naar Senga en zie een doorzichtige engel, haar handen, haar ogen. Ik voel de vernietigende elektriciteit en het gif in mijn lichaam als vampiers wegvluchten voor dit verblindende licht.

De tweede nacht begon op een vernissage van Guillaume Bijls tentoonstelling in Ruimte Z: transformatie van de galerij in een Autorijschool Z. Sinds 1977 had ik het werk van mijn vriend van nabij zien evolueren. Hij zag in alle geledingen van de maatschappij het economisch denken de overhand nemen. De hele samenleving en al het mooiste en voortreffelijkste in de mens zou al gauw worden opgeofferd aan efficiëntie en nut. De taal die van bovenaf naar beneden druppelde was die van managementsidioten en omhooggevallen parasieten. Guillaume ging nu met veel gevoel voor humor en ironie, maar ook bijzonder kritisch, de kunst vanuit die optiek benaderen: zo ontstonden zijn kunstliquidatieprojecten. Dit was zijn eerste: zoals Assepoesters goede fee een pompoen en een stel muizen omtovert tot een koets met paarden, veranderde Guillaume Ruimte Z in een autorijschool. Al was zijn kunstgreep het tegenovergestelde van feeëriek. Er zouden in de volgende jaren nog heel wat van die projecten volgen.
We waren er samen met Gabrielle D., die waarschijnlijk bij ons in de Dolfijnstraat zou intrekken, en met Giuseppe. Ik voelde me opnieuw gezond, uitgerust en in een prima stemming. Dat bleef de hele avond en nacht zo. Geen uitbundig de nacht wegdansen dit keer, maar lachen, praten en samen drinken. Onderweg naar een café aan de Kant heb ik in Sint-Katelijne Vest aan het witgeverfde beeld van de lijdende Jezus geknield zitten bidden. Tranen van geluk rolden over mijn wangen. Wat vonden mijn maatjes van mijn performance? Van de rest van de nacht herinner ik mij weinig. Het gebeurt almaar meer dat er na zo’n nacht gaten in mijn geheugen zitten. Ik geloof dat ik Gabrielle over mijn mislukte voordracht over Dante’s Paradiso vertelde. Die was door een verkeerde aanpak misbegrepen. Ik had mijn redevoering sarcastisch bedoeld, om met het sérieux van sommige academici en intellectuelen de spot te drijven, maar omdat ik een onervaren en schuchtere spreker ben en bovendien een middelmatige acteur, werd die als een ernstig vertoog geïnterpreteerd. Het publiek was ervan overtuigd dat ik mij had overgegeven aan etherische visioenen van het paradijs en dat ik Dante’s geometrische schoonheid bejubelde. Ze hadden mijn lectuur van Dante al te romantisch en wereldvreemd gevonden. Terwijl ik met Gabrielle over die mislukking zat te praten kon ik er eindelijk mee lachen. Dat herinner ik me nog.

De volgende dag bij het ontwaken de eeuwige kater. Niemand heeft dat soort lusteloosheid beter uitgedrukt dan Kris Kristofferson in Sunday Morning Coming Down. ’s Avonds bij Guillaume en Renée ging het al beter. Op televisie zagen we the Patti Smith Group live in het schitterend programma Rockpalast. Patti Smith liet nog een keer zien dat ze de hogepriesteres van de hedendaagse rock-n’-roll is. Een spirituele en tegelijk laag-bij-de-grondse sjamaan, een punkmeisje, een afstammelinge van Elvis Presley en een jongere zus van Jim Morrison. Haar intentieverklaring was So You Want To Be A Rock And Roll Star, oorspronkelijk van the Byrds. You’re a little insane, krijste ze; het klonk als een bezwering, een mantra. Samen met gitarist Lenny Kaye en de andere muzikanten van haar band riep zij de geest op van acidrock, de sound van Jefferson Airplane, Quicksilver Messenger Service en the Doors, lange gitaarsolo’s, ijle en dromerige muziek. Ik hoorde nostalgie naar de gouden tijd van vrede en liefde maar net zo goed ontwaarde ik in haar gestes en gymnopédie de convulsieve schoonheid van André Breton. Met haar toeschouwers leek Patti Smith brutale seks te willen hebben. Ze besefte dat ze nooit eerder voor zo’n groot publiek had gespeeld, heel West-Europa was haar potentieel publiek. Dat maakte haar zichtbaar gelukkig maar ook enigszins bezeten en overmoedig. Ik voelde diep van binnen dat er iets neerdaalde, een vonk van herinnering aan een hoopvolle tijd en de belofte van verandering, ginds in dat concertgebouw in Essen.

Foto’s: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: EMMYLOU HARRIS’ JUKEBOX

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is I hear the sound of sorrow in the wind / Blowing down from every mile I’ve ever been.

Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Emmylou Harris is op enkele uitzonderingen na pas laat in haar carrière zelf songs gaan schrijven. Van in het prille begin, nog voor Chris Hillman – van the Byrds en the Flying Burrito Brothers – de jonge folkie ontdekte en Gram Parsons haar vroeg voor de vrouwelijke samenzang op zijn solodebuut GP (1973), was zij al geïnteresseerd in songs die sterke emoties uitdrukten. Vanaf haar debuut, het album Gliding Bird uit 1970, heeft de zangeres op de composities van een groot aantal bekende en vooral minder bekende artiesten de onmiskenbare Emmylou-stempel gedrukt. Feit is dat de zangeres met de engelenstem, vaak overvol tristesse maar soms ook bijna ruig rockend, een voortreffelijke smaak heeft. Dat blijkt alleen al uit de grote hoeveelheid liedjes die ze doorheen de jaren op haar albums en live heeft gecoverd en uit haar talloze onovertroffen duetten. Al moet worden toegegeven dat ze in de keuze van haar repertoire vaak werd bijgestaan door partners als Brian Ahern en Rodney Crowell.
Vanavond luisteren we naar de achtendertig beste songs van de tweehonderd op de Wurlitzer 2000 jukebox van Emmylou Harris, al mag er over mijn keuze, liefst achteraf, worden getwist. In sommige gevallen laat ik de originele versie horen, soms zijn het ook weer covers. Tussendoor mag de songbird zelf wat zingen, evenals haar eerste muzikale liefde, Gram Parsons.

Veel luisterplezier!

The Sweetheart Of The Rodeo – Emmylou Harris – The Ballad Of Sally Rose – Emmylou Harris/Paul Kennerley

Hickory Wind – The Byrds – Sweetheart Of The Rodeo – Gram Parsons/Bob Buchanan

Wheels – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons/Hillman

Luxury Liner – Emmylou Harris – Luxury Liner – Gram Parsons

Mystery Train – Elvis Presley – Sunrise: The Complete Sun Masters – Parker/Phillips

I’m Moving On – Taste – Taste – Hank Snow

Restless – Carl Perkins – Restless: The Columbia Recordings – Carl Perkins

Together Again – Richard & Linda Thompson – In Concert, November 1975 – Buck Owens

Cry One More Time – J. Geils Band – The Morning After – Peter Wolf

We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning – Gram Parsons – GP – Joyce Allsup

Rough and Rocky – Gene Clark – Roadmaster – Flatt/Scruggs

Here, There And Everywhere – The Beatles – Revolver – McCartney

Love Hurts – The Everly Brothers – A Date With The Everly Brothers – Boudleaux Bryant

Tennessee Waltz – Otis Redding – Sweet Dreams: Where Country Meets Soul Vol. 2 – Redd Stewart/Pee Wee King

Save The Last Dance For Me – The Drifters – Save The Last Dance For Me – Pomus/Shuman

You Never Can Tell (1964 Single Version, Mono) – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry – Chuck Berry

Lodi – Creedence Clearwater Revival – Green River 40th Anniversary Edition – John Fogerty

Evangeline – Emmylou Harris & The Band – Duets – Robbie Robertson

Ooh Las Vegas – Cowboy Junkies – Return Of The Grievous Angel: A Tribute to Gram Parsons – Gram Parsons/Rik Grech

Christine’s Tune – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons/Hillman

The Price I Pay – Emmylou Harris & Desert Rose Band – Duets – Bill Wilds/Chris Hillman

Didn’t Leave Nobody But The Baby – Emmylou Harris, Alison Krauss & Gillian Welch – O Brother, Where Art Thou? – Traditional

Miss The Mississippi And You – Jimmie Rodgers – Jimmie Rodgers 1932: No Hard Times – Halley

Blue Kentucky Girl – Loretta Lynn – Blue Kentucky Girl – Johnny Mullins

Coat of Many Colors – Dolly Parton – Coat Of Many Colors – Dolly Parton

You’re Learning – The Louvin Brothers – Encore – Ira & Charlie Louvin

The Bottle Let Me Down – Merle Haggard & the Strangers – Swinging Doors (And The Bottle Let Me Down) – Merle Haggard

Beneath Still Waters – George Jones – My Country – Dallas Frazier

Darkest Hour Is Just Before Dawn – Emmylou Harris – Roses In The Snow – Ralph Stanley

Wayfaring Stranger – 16 Horsepower – Secret South – 16 Horsepower/Edwards

Mansion On The Hill – Bruce Springsteen – Nebraska – Bruce Springsteen

I Don’t Love You Much Do I – Guy Clark – Boats To Build – Guy Clark/Richard Leigh

Pancho & Lefty – Townes Van Zandt – The Late Great Townes Van Zandt – Van Zandt

Orphan Girl – Gillian Welch – Revival – Gillian Welch

Sweet Old World – Lucinda Williams – Sweet Old World – Williams, Lucinda

Goodbye – Steve Earle – Train A Comin’ – Steve Earle

May This Be Love – Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced? – Jimi Hendrix

It’s Only Rock ‘n’ Roll – Emmylou Harris – White Shoes – Billy Swan



Research & samenstelling: Martin Pulaski

Boeiende lectuur: Geert Henderickx, De derde stem


ZERO DE CONDUITE: DOUG SAHM’S JUKEBOX



Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is you just can’t live in Texas if you don’t have a lot of soul.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vanavond gaan we luisteren naar de jukebox van Doug Sahm. Het worden twee uur van het voortreffelijkste wat de Amerikaanse populaire muziek vanaf het midden van de vorige eeuw heeft voortgebracht. Doug Sahm is een man die ik al meer dan een halve eeuw bewonder en vereer, als muzikant, als songschrijver, als zanger,  als muziekarcheoloog, als mens. Daarom vond ik het de hoogste tijd om een aflevering van dit programma aan hem te wijden. Aan bod komen een aantal van de mooiste songs van Doug Sahm en van zijn band the Sir Douglas Quintet en daarnaast een selectie van liedjes die de zanger-songschrijver-muzikant nauw aan het hart lagen. De meeste daarvan heeft hij zelf gecoverd, solo of met the Sir Douglas Quintet en the Texas Tornados. De nadruk ligt op muziek uit Texas, de staat waar Doug Sahm vandaan kwam. In 2018 schreef ik een stuk over hem in een reeks over elpees die een blijvende invloed op mijn leven hebben gehad: herinneringen aan Sir Douglas Quintet en Mendocino. Veel luisterplezier!

Mendocino – Sir Douglas Quintet – Mendocino

She’s About A Mover – Sir Douglas Quintet – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 3

96 Tears – ? & The Mysterians – 96 Tears

You’re Gonna Miss Me – 13th Floor Elevators – The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators

Green River – Creedence Clearwater Revival – Green River 40th Anniversary Edition

Catch The Man On The Rise – Sir Douglas Quintet – 1+1+1=4

(Is Anybody Going To) San Antone – Doug Sahm – Doug Sahm and Band

Wallflower [Alternate Version] – Bob Dylan – Another Self Portrait (1969-1971): The Bootleg Series, Vol. 10

Tomorrow Just Might Change – Louie And The Lovers – The Complete Recordings

Wasted Days, Wasted Nights – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

I Won’t Cry – Johnny Adams – I Won’t Cry

Talk To Me, Talk To Me – Little Willie John – The King Sessions 1958-1960

What’s Your Name – Don & Juan – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 5

Bad Boy – The Jive Bombers – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 5

Buzz Buzz Buzz – Hollywood Flames – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 2

Susie-Q – Dale Hawkins – Oh! Suzy-Q

Linda Lu – Ray Sharpe – Gonna Let It Go This Time

The Gypsy – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

Papa Ain’t Salty – T-Bone Walker – T-Bone Blues

Something To Remember You By – Guitar Slim – Sufferin’ Mind

Reconsider Baby – Lowell Fulson – The Complete Chess Masters

I’m A Fool To Care – Joe Barry – The Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 9

Mathilda – Jerry Lee Lewis – Killer: The Mercury Years, Vol. 1 (1963-1968)

She’s Huggin You, But She’s Looking At Me – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

Sugar Bee – Cleveland Crochet – The  Goldband Records Story

Colinda (1963) – Rod Bernard – Swamp Rock`n`Roller

Blues Stay Away From Me (Take 1) – The Delmore Brothers – Fifty Miles To Travel

The Image Of Me – The Country Rockers – It Came From Memphis: The Legendary Sounds Of Memphis

Poison Love – Johnny And Jack – Nashville Classics: The 50’s

They’ll Never Take Her Love From Me – Hank Williams – Long Gone Lonesome Blues: August 1949 – December 1950

Faded Love – Bob Wills & His Texas Playboys – Bob Wills & His Texas Playboys

Me And Paul – Willie Nelson – Legend: The Best Of Willie Nelson

Be Real – Sir Douglas Quintet – 1+1+1=4

Give Back The Key To My Heart – Uncle Tupelo ft. Doug Sahm – Anodyne

Anselma – Los Lobos – …And A Time To Dance

Nitty Gritty – Doug Sahm – Doug Sahm and Friends: Best of Doug Sahm’s Atlantic Sessions

She Never Spoke Spanish To Me – The Texas Tornados – Texas Tornados

Siete Notas De Amor – Freddy Fender – La Musica De Baldemar Huerta

Nuevo Laredo – Sir Douglas Quintet – Together After Five

Dynamite Woman – Sir Douglas Quintet – Together After Five

At The Crossroads – Sir Douglas Quintet – Mendocino

Volver, Volver – Ry Cooder ft. Flaco Jimenez – Show Time

Research & samenstelling: Martin Pulaski

POP 1980: EXTASE, ANGST EN BEVEN

lydialunch1

Op de voor mij belangrijkste gebeurtenissen van 1980 kom ik later nog uitgebreid terug. Goed voor mij was dat ik eindelijk opnieuw betaald werk had. Ook voor Senga was dat zo. Toch speelde ons privéleven zich nog grotendeels in het nachtelijke Antwerpen af. Een levenswijze in de marge, ongezond en soms gevaarlijk. Tot onze grote spijt werd het mooie huis in de Dolfijnstraat verkocht. Onnadenkend verhuisden we naar een klein dakappartement (twee kamers) in de Lamorinièrestraat. In de zomer was het er snikheet, in de winter niet warmer dan 16 graden. Als ik zat te schrijven verwarmde ik mijn voeten met een broodrooster. Er was maar plaats voor één eenpersoonsbed. De tequila smaakte er geweldig.

De beste elpee van 1980, London Calling van the Clash, staat niet in de lijst: ze is eind 1979 uitgekomen. Een concert van Captain Beefheart in Brussel dat jaar zal me altijd bijblijven. Sound Affects van the Jam kon me elke dag weer blij maken. The Psychedelic Furs waren helemaal niet psychedelisch, maar hun muziek was anders dan die van de rest, ook al kon je er de invloeden meteen uithalen. Richard Butler en zijn kompanen hadden een geheim ontsluierd dat niemand voor hen gehoord had. Wie zal zeggen wat het was? Herinnert iemand zich nog Blue Angel? De zangeres van de band was Cyndi Lauper, bijgenaamd De Stem.

2020-08-17-elpees 008

  1. Get Happy!! – Elvis Costello & the Attractions
  2. Closer – Joy Division
  3. Scary Monsters (And Super Creeps) – David Bowie
  4. Remain in Light – Talking Heads
  5. Doc At The Radar Station – Captain Beefheart
  6. Common One – Van Morrison
  7. Second Album – Suicide
  8. The River – Bruce Springsteen
  9. Sound Affects – The Jam
  10. Le Chat Bleu – Mink DeVille
  11. Boys Don’t Cry /Seventeen Seconds – The Cure
  12. The Psychedelic Furs – The Psychedelic Furs
  13. Emotional Rescue – Rolling Stones
  14. Sandinista! – The Clash
  15. The Up Escalator – Graham Parker & The Rumour
  16. Queen Of Siam – Lydia Lunch
  17. Hypnotized – The Undertones
  18. Gaucho – Steely Dan
  19. End Of The Century – The Ramones
  20. Heartattack And Vine – Tom Waits
  21. Pretenders – Pretenders
  22. Alan Vega – Alan Vega
  23. The Art of Walking – Pere Ubu
  24. Fireside Favourites – Fad Gadget
  25. Blue Angel – Blue Angel
  26. I Just Can’t Stop It – The Beat
  27. T.T. – Fela Kuti & Africa 70
  28. Defunkt – Defunkt
  29. Hawks & Doves – Neil Young
  30. Stand in the Fire / Bad Luck Streak In Dancing School – Warren Zevon
  31. Colossal Youth – Young Marble Giants
  32. The Correct Use Of Soap – Magazine
  33. Are You Glad To Be In America? – James Blood Ulmer
  34. Arc Of A Diver – Steve Winwood
  35. Crocodiles – Echo & The Bunnymen
  36. Kilimanjaro – The Teardrop Explodes
  37. The Return Of The Durutti Column – The Durutti Column
  38. Warm Leatherette – Grace Jones
  39. Ambient 2: The Plateaux Of Mirror – Harold Budd & Brian Eno
  40. Kaleidoscope – Siouxsie And The Banshees

2020-08-17-elpees 012

Ook boeiende elpees uit 1980: The New Age Steppers – New Age Steppers, Storm Windows – John Prine, Paris Au Printemps – Public Image Ltd., American Music – The Blasters, Diana – Diana Ross, Flesh And Blood – Roxy Music, Jane From Occupied Europe – Swell Maps, Back To The Barrooms – Merle Haggard, The Monkey Puzzle -The Saints, Bass Culture – Linton Kwesi Johnson, Love Zombies – The Monochrome Set, Hell Of A Spell – Doug Sahm, Pauline Murray And The Invisible Girls, Crawfish Fiesta – Professor Longhair, Fourth World, Vol. 1: Possible Musics – Jon Hassell & Brian Eno, Lio – Lio, Truth Decay – T-Bone Burnett, Songs The Lord Taught Us – The Cramps, Saved – Bob Dylan, AutoAmerican – Blondie, Off The Coast Of Me – Kid Creole And The Coconuts, The Long Riders (Original Sound Track) – Ry Cooder, Roses In The Snow – Emmylou Harris, Growing Up In Public – Lou Reed, Jeopardy – The Sound, Too Much Pressure – The Selecter, Borderline – Ry Cooder, Red Exposure – Chrome

bowie

DWEPERS

1978-1980-AURORA 14 001

[NACHTEN AAN DE KANT 20]

Inmiddels is het februari geworden. Vanmorgen kwam de huisbaas vragen hoe het zat, komt er nog wat van, van die huishuur. We zullen wel zien. Het is nog maar de achtste. Waar maakt die lieve man zich druk om? Zijn vrouw zal hem wel aanporren. Neen, door huisbazen laat ik me niet opjagen. Vandaag wil ik rust in mijn hoofd.

Een paar dagen geleden vergaderden we met de redactie van Aurora bij de schrijver Wim Meewis. Een beminnelijk man, iemand die ik ten zeerste waardeer. Ik heb de indruk dat het wederzijds is. Hij heeft me al meermaals gezegd dat hij mijn teksten graag leest. Wim en zijn vrouw wonen in een ruime flat op de elfde verdieping van een groot gebouw met een adembenemend uitzicht op de Schelde, de stroom van gelukkige momenten en persoonlijke tragedies. Mijn broer en schoonzus zijn er bij een schipbreuk bijna in verdronken. Een voorbijvarende sleepboot kon hen op het laatste moment nog redden. Toen ik nog een kleine jongen was is een van mijn neven, Louis Costers, tijdens mistig weer overboord gesukkeld. Pas weken later werd zijn levenloos lichaam op een oever een heel eind van Antwerpen teruggevonden. Sindsdien worden de verheven gevoelens die de stroom bij me oproepen soms verdrongen door huiveringwekkende herinneringen.

Na de vergadering met enkele redactieleden gingen we nog wat ‘napraten’ in café Tivo op de Bolivarplaats. Veel gezeur en negatieve gevoelens ten aanzien van Leopold Flam, onze ‘leider’. Daar doe ik liever niet aan mee. Wat een contrast met de poëzie die de Schelde bij me oproept. Toen Job was uitgeraasd over professor Flam moest Van Morrison het ontgelden. Het leek wel of Job het over een gewetenloze schurk had, zo wond hij zich op. Van Morrison, die vent  heeft volstrekt geen talent, riep hij uit. Een oplichter, vervolgde hij. En zo ging hij nog een tijd door. Job weet goed dat de Ierse zanger en songschrijver een van de weinige echt stralende sterren aan het rockfirmament is. Hij weet dat Astral Weeks en Moondance meesterwerken zijn. Het is de drank die hem zo dwars doet liggen, denk ik. Job heeft wel vaker een kwade dronk. Het is naar het schijnt iets in zijn frontale kwab, of anders zal het zijn amygdala wezen, de details ken ik niet, het is een delicate kwestie. Ik keek op mijn horloge, wat ik zelden doe in fijn gezelschap. Round midnight, dacht ik, tijd om hier op te stappen.

monte_hellman_Shooting_09_blu-ray_2

two_monte_hellman_Shooting_06_blu-ray_3

Gelukkig was Giuseppe thuis. Zo is het toch nog een genoeglijke nacht geworden. Volgens mijn wat buitensporige maatstaven van de laatste jaren hebben we zelfs niet al te veel gedronken. We zijn naar een volkscafé bij hem in de buurt gegaan, een plek waar we wel vaker zitten. Er valt helemaal niets te beleven, maar wat maakt ons dat uit? Met Giuseppe ga ik niet op café  omdat daar iets te beleven is. Terwijl Giuseppe was gaan plassen heb ik op een bierviltje een ontwerp voor een gedicht over de Schelde geschreven. Mogelijk kan ik daar nog iets mee aanvangen, later, als ik ouder en wijzer ben. Kitsch schittert in de smoelen van het schone volk, en meer van dat. Haast onleesbaar.

We hebben uren over film gepraat, wat we wel vaker doen. Giuseppe dweept met Montgomery Clift. Hij heeft net zijn biografie gelezen en wil dat ik dat ook doe. Je moet, zei hij. Oké, zei ik, dat zal ik doen. Je weet hoe gehoorzaam ik ben. Eigenlijk wil ik mij Monty liever herinneren zoals ik hem ken uit Red River, maar dat zei ik niet. Giuseppe houdt teveel van levens. Hij verslindt dagboeken, biografieën en autobiografieën. Ik heb hem het werk van regisseur Monte Hellman aangeraden; een drietal van zijn films worden dezer dagen tijdens Film International vertoond. In het Filmmuseum in Brussel was ik beslist onder de indruk van The Shooting en Ride in the Whirlwind, niet eens zo lang geleden. Vooral van die eerste, die een raadselachtig verhaal vertelt over een opdracht in de woestijn, met Warren Oates en Jack Nicholson. Paarden, dubbelgangers, cocaïne, het land van Cocagne. Giuseppe was een even grote bewonderaar van Warren Oates als ik. Van het een kwam het ander. Het ander was Bring Me the Head of Alfredo Garcia. De beste film van Peckinpah, zei Giuseppe. De beste rol van Warren Oates, zei ik. In The Shooting speelt ook een mij verder onbekende actrice mee, Millie Perkins. Van haar ben ik nog altijd aan het dromen, zei ik, ze ziet er even mysterieus uit als het personage dat ze vertolkt. Ik geloof dat zij het liefje van Elvis was in Wild in the Country, zei Giuseppe. Beroemd is ze er niet mee geworden, zei ik. Ze was meer een beatmeisje, zei Giuseppe. Ze had zangeres moeten worden, zei hij. Misschien kan ze niet zingen, zei ik. In Wild in the Country zingt ze alvast niet, zei Giuseppe. Ken je dit, vroeg hij. Hij toonde mij het Duitse tijdschrift Filmkritik. Nee, zei ik. Uit de bibliotheek meegenomen, er is toch geen kat die het leest, zei hij. Hij liet me een stukje van een interview met Wim Wenders lezen. Wat Wenders daarin vertelde was zo hartverwarmend dat ik hem meteen als een verre vriend ging beschouwen. Je mag het hebben, zei Giuseppe, je hebt er meer aan dan ik. Trouwens, Martin, ik heb Bobby Bland ontdekt, zei hij, wat een geweldige zanger. Ik ken alleen zijn Turn On Your Lovelight en dan nog voornamelijk in de versies van Van Morrison, met Them, en die van The Grateful Dead, zei ik. Ik zal voor jou zijn elpee His California Album eens meebrengen, zei Giuseppe. Opgenomen begin jaren zeventig. Fantastisch album, vooral het nummer Up and Down World.

De ochtend was aangebroken. We bestelden onze laatste glazen bier in café de Balie, tegenover het Justitiepaleis. Ze smaakten bitter en overbodig, maar ze stonden daar voor ons op tafel met een bedoeling. We hadden al lang weg moeten zijn, naar huis, we hadden meer dan voldoende pils naar binnen, maar we wilden zo lang mogelijk bij elkaar blijven, in die betoverde cirkel van vriendschap. Daarom stonden die glazen daar. Zo was er een uiterlijke reden om onze roes in stand te houden: demon alcohol, ons noodlot.

Naar huis dan maar, waar Senga op me wachtte. De dag is helder, zoals hij alleen in februari helder kan zijn. Antwerpen is een geheel van lichtblauwe, scherp afgetekende vormen. Veel net niet verblindend wit zie ik ook. In het Stadspark zitten de meeuwen en de eenden stil op het ijs. Het is een merkwaardig zicht. Deze versie van de werkelijkheid zie je alleen maar als je een hele nacht bent opgebleven. De vogels zijn nu in het opene gekomen, ze hebben de gewichtloosheid van marionetten, de tijd heeft geen vat op ze. Zelfs het ijs laat je niet onverschillig. De wereld is tot stilstand gekomen. Er is nog niets begonnen. Welke andere stad is zo doordrenkt van deze sfeer? Stilstand, jazeker, en toch weet ik dat er tegelijk beweging is. In de verte worden de grote zeeschepen gelost en geladen. De dokwerkers zijn druk in de weer. Ik herinner mij uit mijn kinderjaren de immense kranen, de zeeschepen uit de hele wereld, de geur van sinaasappelen en bananen. De geur van hout uit Brazilië, het immense woud daar dat ik ooit met mijn broer zou ontdekken.

Bijna middag toen ik thuis kwam. Weer een Antwerpse nacht in mijn kleren en onder mijn huid gekropen.

1979-1980jos-flam

Foto’s: met Wim Meewis, circa 1979; The Shooting van Monte Hellman; met Leopold Flam en Giuseppe (regenjasbrigade).

ZERO DE CONDUITE: GOOD TIMES

marthavandellas (2)

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is walk in silence / don’t walk away in silence (Atmosphere).
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

pparnold

Vorige maand hielden de vogels ons gezelschap, vandaag blijven we op de begane grond. Het is zaterdag, midzomer: stel je een club voor, een plek waar gedanst wordt. De songs die ik heb gekozen zijn voor de DJ die daar draait en voor de dansers.

Om deze selectie te maken heb ik me laten leiden door woorden van Sam Cooke uit zijn Good Times: It might be one o’clock and it might be three / Time don’t mean that much to me / I haven’t felt this good since I don’t know when / And I might not feel this good again. Je zou dat kunnen vertalen als pluk de dag.
Dat soort Good Times, ook wel levenslust genoemd, trof ik onder meer aan in rhythm and blues, soul en motown, sixties pop, afrobeat, samba en bossa nova, cubaanse twang, jazz en funk. En ik heb – voor een keer – niet eens lang moeten zoeken.

Deze aflevering van Zéro de conduite is opnieuw op voorhand opgenomen. Met dit vervloekte virus kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn. En stel je voor dat alle daytrippers die gisteren het station van Oostende onveilig maakten vandaag naar Antwerpen trekken… Ingeblikt is niet hetzelfde als vers, maar het is een valabel alternatief. Wel jammer dat je mijn zachte stem moet missen, maar later zal ik mijn schade inhalen, al komt er stilaan wat sleet op.

In werkelijkheid is het nog vroeg voor de dansvloer, maar stel je gewoon voor dat het al middernacht is, dat lukt wel. Kijk, er is nog plaats om te dansen en de muziek is groovy. So, come on baby, let the good times roll. Verzorg je goed en blijf gezond.

marthavandellas2

At The Club – Ray Charles – At the Club – Mayfield – 3:00

Open Up The Back Door – Hank Ballard & the Midnighters – Volume 2 – Baker – 2:58

Come On (Let the Good Times Roll) – Freddie King – Burglar – Earl King/Johnson – 3:30

Comin’ To Bring You Some Soul – Sam Baker – The Soul Of The Memphis Boys – Charles Whitworth/Sam Baker/Alton Miller – 3:07

Stupidity – Solomon Burke – Home In Your Heart: The Best Of Solomon Burke – Burke – 1:56

Good Times – Aretha Franklin – I Never Loved A Man The Way I Loved You – Sam Cooke – 2:10

Please Do Something – Don Covay – See Saw –  Don Covay, Ronnie Miller – 2:52

Teasin’ You – Willy DeVille – Victory Mixture –  Earl King – 3:10

Squeeze Her, Tease Her (But Love Her) – Jackie Wilson – The Very Best Of Jackie Wilson – J. Wilson/A. Tucker – 1:59

I Can’t Help Myself (Sugar Pie, Honey Bunch) – Four Tops – Greatest Hits – Holland/Dozier/Holland – 2:47

Whole Lot Of Shakin’ In My Heart (Since I Met You) – Smokey Robinson & The Miracles – Anthology – Frank Wilson – 2:45

Live Wire – Martha Reeves & The Vandellas – The Definitive Collection – Lamont Dozier/Brian Holland/Eddie Holland – 2:37

Strange I Know – The Marvelettes – Anthology – Lamont Dozier/Brian Holland/Freddie Gorman – 2:22

Cloud Nine – Rosie & The Originals – Angel Baby Revisited – Rosalie Hamlin – 2:21

Dancing In The Street – The Mamas & The Papas – All The Leaves Are Brown: The Golden Era Collection – Ivy Joe Hunter/William Mickey Stevenson/Marvin Gaye – 3:49

(If You Think You’re) Groovy – P.P. Arnold & the Small Faces – The First Lady Of Immediate – Marriot/Lane – 2:57

You Need Loving – The Small Faces – Small Faces (1966) – Steve Marriott – 4:01

Waltz For Lumumba – The Spencer Davis Group – Eight Gigs A Week: The Steve Winwood Years – Steve Winwood – 4:19

When I See That Girl Of Mine – The Kinks – The Kink Kontroversy – Ray Davies – 2:13

We’ll Play House – The Pretty Things – Get The Picture? – Alder/Taylor/May/Gandy – 2:33

My Obsession – The Rolling Stones – Between The Buttons – Jagger/Richards – 3:18

Think – Chris Farlowe – Chris Farlowe’s Greatest Hits – Jagger/Richards – 3:32

Satisfaction – Manfred Mann – Soul Of Mann – Jagger/Richards – 2:57

Satisfy You – The Seeds – Pushin To Hard – Jan Savage/Sky Saxon – 2:05

Livin’ In The Sunlight, Lovin’ In The Moonlight – Tiny Tim – God Bless Tiny Tim – Sherman/Lewis – 2:15

Love Is The Answer – Van Dyke Parks – Clang Of The Yankee Reaper – F. Williams – 3:28

Lover’s Mambo – Mulatu Astatqé – Afro-Latin Soul Vol, 1-2 –  Astaqé – 2:17

defunkt

The Face I Love – Chris Montez – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms – Vol. 1 – C. Pingarilho/R. Gilbert/M. Valle – 2:02

Groovy samba – Cannonball Adderley & the Bossa Rio Sextet featuring Sergio Mendes – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms, Vol. 4 – Sergio Mendes – 5:05

Oui Parle Français – Compay Segundo – Las Flores De La Vida – Francisco Repilado Muñoz – 2:30

Los Twangueros – Ry Cooder & Manuel Galban – Mambo Sinuendo – Arsenio Rodríguez – 4:42

With A Girl Like Mimi – Kid Creole & The Coconuts – Classic Kid Creole & The Coconuts – Darnéll – 3:32

Mission Impossible – Lizzy Mercier Descloux – Press Color – Schifrin – 2:33

Pull Up To The Bumper – Grace Jones – Private Life: The Compass Point Sessions – Grace Jones/Dano Mano/Sly Dunbar/Robbie Shakespeare – 4:35

In The Good Times – Defunkt – Defunkt – Defunkt/Gat/Bowie – 4:32

I Got A Thing, You Got A Thing, Everybody’s Got A Thing – Funkadelic – Funkadelic – C. Haskins – 3:57

Dirty – Earth Wind & Fire – The Eternal Dance – White – 3:49

Tonight I Shall Sleep With A Smile On My Face – Stan Getz – Getz / Gilberto #2: Recorded Live At Carnegie Hall – Getz/Gilberto – 2:49

mulatu-astatke-the-father-of-ethiopian-jazzdsc5203-mulatu-alexis-maryon

Samenstelling en research: Martin Pulaski
Foto Mulatu Astatké van Alexis Maryon. Foto Martha & the Vandellas: en PP Arnold fotograaf onbekend.

 

POP 1979: DANS, LUST EN NIEUWE INZICHTEN

DESCLOUX

Bij mijn tekst Voorbeeldige modellen en de lijst van mijn uitverkoren langspeelplaten van 1978 schreef Peter Cnop op facebook het volgende commentaar: “De periode half ‘76 tot half ‘78 was een bosbrand van talent, en in tegenstelling wat sommige linkse opiniemakers er van gemaakt hebben, allesbehalve negatief. Er was kracht, er was energie, niks zelfbeklag, geen schroom, niks terughoudendheid. Het was dan ook logisch dat in 1978 veel muzikanten ook naar funk en dans begonnen te neigen, en hun publiek ook. Ik ben daar altijd blij om geweest.
En natuurlijk was er politiek, de eerste pogingen om de sociale zekerheid onderuit te halen. Maar dat heeft niemand belet om te blijven feesten. In je begeleidend artikel vat je die tijdsgeest perfect samen. Zoals Dylan al veel vroeger zong: far from the twisted reach of crazy sorrow, yes, to dance beneath the diamond sky, with one hand waving free. Nog altijd.”

Nu ik mijn lijst van meest geliefde popalbums van 1979 bekijk heb ik de indruk dat deze woorden van Peter nog beter bij dat jaar passen. Popmuziek was volwassen geworden en tegelijk kinderlijk gebleven. Je hoorde de makers zowel teruggrijpen naar het (recente) verleden als zichzelf en hun kunst vernieuwen. Hun albums en songs getuigden zowel van intelligentie en bewustzijn als van onbewuste verlangens, lustgevoelens en onbestemde opstandigheid. Je hoorde in een adem brutale woede en verfijnde kunstzinnigheid. De meeste platen die dat jaar te horen vielen gaven je zin om te dansen, om naar de impulsen van je lichaam te luisteren. Tegelijk werd je opgeroepen om met dat lichaam iets te maken, om iets aan de wereld te geven, om de wereld ten goede te veranderen. Dat was en blijft een gigantische opdracht. Dansen betekent je zorgen en de zorgen van de wereld vergeten. Maar je bent ook toeschouwer en ziet op de dansvloer de anderen dansen. Wat drukken zij dansend uit? Wat ervaar je als je hen ziet dansen op muziek van Joy Division, the Slits of David Bowie? Het kan zijn dat je terwijl je hun dans observeert al tot conclusies komt, maar het kan ook later gebeuren, de dag nadien, terwijl je in je werkkamer zit te peinzen. Waar komen je zorgen vandaan, waarom is het met de wereld gesteld zoals het ermee gesteld is? De antwoorden op die vragen zag je in de nieuwe dansvormen. Mogelijk niet even helder als de antwoorden van een rationalistische filosoof of politieke denker, maar toch antwoorden. Via de dans heldert deze muziek op. Sommige makers verkondigen expliciet een of andere boodschap, wat dan een kunstmatige, geforceerde indruk maakt. Interessanter lijkt me een onderhuidse of impliciete boodschap, bijvoorbeeld “air can hurt you too” in Air van Talking Heads. Maar ook zonder duidelijke woorden – of met helemaal geen woorden – kan deze opnieuw weer eenvoudig gemaakte muziek je met een voorheen ongehoorde geestdrift opladen. Dat is wat in 1979 gebeurde.

LINTONKWESI

  1. Fear Of Music – Talking Heads
  2. London Calling – The Clash
  3. Tom Verlaine – Tom Verlaine
  4. Broken English – Marianne Faithfull
  5. Lodger – David Bowie
  6. Rust Never Sleeps – Neil Young & Crazy Horse
  7. Cut – The Slits
  8. Unknown Pleasures – Joy Division
  9. The Undertones – The Undertones
  10. Forces Of Victory – Linton Kwesi Johnson
  11. Squeezing Out Sparks – Graham Parker and The Rumour
  12. Sabotage – John Cale
  13. Metal Box – Public Image Ltd
  14. Slow Train Coming – Bob Dylan
  15. The Bells – Lou Reed
  16. Pretenders – Pretenders
  17. Specials – The Specials
  18. Press Color – Lizzy Mercier Descloux
  19. Setting Sons – The Jam
  20. Buy – James Chance & The Contortions
  21. Off White – James White And The Blacks
  22. Armed Forces – Elvis Costello & The Attractions
  23. New Picnic Time – Pere Ubu
  24. Wave – Patti Smith Group
  25. Recent Songs -Leonard Cohen
  26. Rickie Lee Jones – Rickie Lee Jones
  27. Like Flies On Sherbert – Alex Chilton
  28. Live At The Witch Trials – The Fall
  29. Damn The Torpedos – Tom Petty & The Heartbreakers
  30. Three Imaginary Boys – The Cure
  31. Muse – Grace Jones
  32. A Different Kind Of Tension – Buzzcocks
  33. Labour Of Lust – Nick Lowe
  34. Into the Music – Van Morrison
  35. Entertainment! – Gang Of Four
  36. 154 – Wire
  37. Inflammable Material – Stiff Little Fingers
  38. A Trip To Marineville – Swell Maps
  39. Eskimo – The Residents
  40. In Style – David Johansen

2020-07-30-ELPEES1979 004-FAITHFULL

In 1979 verschenen ook deze uitstekende albums: Down On The Farm – Little Feat, You’re Never Alone With A Schizophrenic – Ian Hunter, Flying Doesn’t Help – Anthony Moore, Manifesto – Roxy Music, Thanks I’ll Eat It Here – Lowell George, Pink Cadillac – John Prine, Havin’ A Party With Southside Johnny – Southside Johnny And The Asbury Jukes, A Can Of Bees – The Soft Boys, Alchemy – Richard Lloyd, Down On The Drag – Joe Ely, Blue Kentucky Girl – Emmylou Harris, Serving 190 Proof – Merle Haggard, Teenage Jesus And The Jerks – Teenage Jesus & The Jerks, American Boy & Girl – Garland Jeffreys, The Flying Lizards – The Flying Lizards, Bop Till You Drop – Ry Cooder, Soldier Talk – The Red Crayola, Lubbock (On Everything) – Terry Allen, Chewing Hides The Sound – Snakefinger, Low Budget – The Kinks, International Thief Thief – Fela Kuti & Africa 70, At Budokan – Bob Dylan.

2020-07-30-ELPEES1979 006_UNDERTONES

POP 1978: VOORBEELDIGE MODELLEN

elpees2 004

In 1978 waren we stilaan geïntegreerd in Antwerpen, in zoverre dat al mogelijk was. Beslist voelden we ons thuis in ons huis in de Dolfijnstraat en in de aangename buurt die Zurenborg heet. We woonden dan wel niet aan de goede maar aan de slechte kant van de spoorweg, the wrong side of the tracks, maar de huisgevels waren er witgeschilderd, wat een opvallend verschil was met waar we vandaan kwamen, onze grauwe hoofdstad die helemaal aan het verloederen was vanwege armoede, uitzichtloosheid, bevolkingsvlucht en wanbestuur. Ik was blij dat ik er weg was, ondanks de talloze mooie herinneringen en de vele vrienden en kameraden die ik er had achtergelaten.
Vlakbij ons Dolfijnhuis, dat we in de zomer van 1977 hadden opgeknapt, was de gezellige Dageraadsplaats, met een boekwinkel, een wijnhandel, een Unic en een bruine kroeg, de Cereus (nu het Zeezicht). Onze woning werd een uitvalsbasis om Antwerpen te verkennen en om er een aantal illustere inwoners van die stad als gewaardeerde gasten in te ontvangen en te entertainen met rock and roll, poëzie en andere vormen van modern vermaak. We hadden inderdaad al gauw een aantal fijne vrienden, die voor ons de ziel van onze nieuw thuisstad waren. Dat nieuwe leven was zeker niet alleen maar rozengeur. Senga en ik hadden geen werk meer en van de maneschijn konden we niet leven. We moesten elke dag opnieuw naar het stempellokaal in de Lange Kievitsstraat, telkens op een ander uur, om er een stempel op onze roze kaart te laten zetten. Een dag zonder stempel was een dag zonder geld. Wij zagen de agenten van de RVA als hedendaagse klonen van de Schutzstaffel. Wilden ze ons niet keer op keer een of andere rotjob in de strot rammen? Hadden ze ons nooit eens iets interessants te bieden, werk dat bijvoorbeeld paste bij onze vaardigheden, kennis en interesses? En waarom wilden ze zo graag weten hoe we leefden en hoe we onze dagen vulden? Overigens werkte ik hard: elke dag van 9 uur tot aan het avondeten zat ik op mijn kamer te schrijven en te studeren. Niet dat ik daar iets mee verdiende. Het was werk dat ik voor het plezier deed en omdat het moest: innerlijke noodzaak.

Tijdens de weekends gingen we naar de kroegen en clubs en werd er gediscussieerd en gedanst. Veel vrije tijd brachten we door in goedkope kledingwinkels. In de punkperiode was mode, DIY-stijl, opnieuw belangrijk geworden. Voor mij was het van mijn mod-periode (circa 1966-1968) geleden dat ik me nog zo bewust met kleren had beziggehouden. Senga ontpopte zich tot een alternatieve superstar. Ze wist met weinig middelen een unieke stijl te creëren, een combinatie van funky chic, gedurfd goedkoop en vooral sexy. Gelukkig kenden we een aantal winkels waar coole kleren erg goedkoop waren. Voor we op vrijdag- of zaterdagavond gingen dansen konden we urenlang kleren staan passen, waarbij ik dan de meest geschikte platen draaide om alvast in de stemming te komen. Zo kon ik de filosofische en experimentele teksten waar ik een hele week op gezwoegd had toch een tijdje vergeten.

03 1_edited2

1979-1980-aurora 12 001

In een reeks teksten geschreven in 2019, Aleen in de tijd wordt de tijd overwonnen   en Kicks Against the Pricks  (in de reeks Nachten aan de Kant, over het nachtleven in Antwerpen) beschrijf ik de eerste jaren van mij en Senga in Antwerpen.

Uit het hoofdstuk Bloed  wil ik in deze context één paragraaf aanhalen, omdat hij zo typerend is voor de spirit van punk, zowel intersubjectief als muzikaal:
Op de dansvloer breekt een gevecht uit. Senga en ik moeten ingrijpen. Een punk is een andere punk aan het wurgen. Ondanks de luide muziek hoor ik de fijne botjes in zijn strot al kraken. Ik ga naar de twee jongens toe en probeer de wurger weg te trekken. De andere punks, allemaal in zwart leer (ik in wit pak in Firenze in de lente van 1976 ‘gekregen’ van een New Yorkse advocaat), gaan even opzij staan. Maar dat duurt niet lang. Oppassen nu, of ik krijg zelf klop. In een oogwenk zijn er wel tien punks slaags geraakt. Rip him to shreds. Ze slaan elkaar in het gezicht. Het bloed spat tegen de vuile muren. Het is zo erg dat Maryse zelfs de muziek afzet. Vijf seconden ongeveer, waarna het helse ballet opnieuw in beweging komt. De omnibus ratelt voort over de keien, achtervolgd door een vormloze massa die nu opeens geluid voortbrengt, ik hoor duidelijk twee woorden: NO FUTURE.

Uit deze terugblik mag blijken dat 1978 zo mogelijk nog meer een punkjaar was dan 1977. Pas nu begon de passie, de intensiteit van het leven dat ermee samenhing, van het gevaar ook, goed tot ons door te dringen. De singles en albums die al een jaar oud waren klonken toch nog fris en opzwepend. Er zat helemaal geen sleet op nummers als Blank Generation, Lust for Life en Police and Thieves. Daar kwamen nu nieuwe favorieten bij als Ain’t That Nothin’ van Television, This Year’s Girl en Pump it Up van Elvis Costello & the Attractions, Dirt van Lou Reed, Rock and Roll Nigger en Privilege (Set Me Free) van Patti Smith, Ever Fallen In Love (With Someone You Shouldn’t ‘ve?) van the Buzzcocks en tientallen andere geweldige songs bij. Bovendien brachten ‘oudere helden’ dat jaar opzienbarende langspeelplaten uit, die tot hun beste werk mogen gerekend worden: Bruce Springsteen & the E-Street Band, the Rolling Stones, Bob Dylan, Neil Young en Lou Reed.
In Rotterdam zag ik dat jaar voor het eerst Bob Dylan live. Ik beleefde euforische ogenblikken bij concerten van Patti Smith en Robert Gordon & Link Wray. Voor mij was vooral Link Wray een revelatie. Sinds die 1ste juni in de AB ben ik een trouwe fan van deze hoogst originele garagerocker, mogelijk de meest waarachtige punk van ze allemaal.

elpees2 008

  1. This Year’s Model – Elvis Costello & the Attractions
  2. Adventure – Television
  3. Easter – Patti Smith Group
  4. Some Girls – The Rolling Stones
  5. Darkness On The Edge Of Town – Bruce Springsteen
  6. Bob Dylan – Street-Legal
  7. Street Hassle – Lou Reed
  8. Return To Magenta – Mink DeVille
  9. Comes A Time – Neil Young
  10. Hearts Of Stone – Southside Johnny And The Asbury Jukes
  11. More Songs About Buildings And Food – Talking Heads
  12. Road To Ruin – The Ramones
  13. Love Bites – The Buzzcocks
  14. Jesus Of Cool – Nick Lowe
  15. Shiny Beast (Bat Chain Puller) – Captain Beefheart
  16. The Modern Dance / Dub Housing – Pere Ubu
  17. X-Dreams – Annette Peacock
  18. Dread Beat An’ Blood – Poet & The Roots
  19. Third/Sister Lovers – Big Star
  20. Fresh Fish Special – Robert Gordon With Link Wray
  21. Public Image First Edition – Public Image Ltd.
  22. Chairs Missing – Wire
  23. Excitable Boy – Warren Zevon
  24. Flyin’ Shoes – Townes Van Zandt
  25. Jazz – Ry Cooder
  26. The Last Waltz – The Band
  27. Parallel Lines – Blondie
  28. Q: Are We Not Men? A: We Are Devo – Devo
  29. Real Life – Magazine
  30. Very Extremely Dangerous – Eddie Hinton
  31. Nina Hagen Band – Nina Hagen Band
  32. The Kids – The Kids
  33. Chaka – Chaka Khan
  34. All Mod Cons – The Jam
  35. Misfits – The Kinks
  36. Bush Doctor – Peter Tosh
  37. One Nation Under A Groove – Funkadelic
  38. Here, My Dear – Marvin Gaye
  39. The Only Ones – The Only Ones
  40. C’est Chic – Chic

FUNKADELIC

Ook nog het vermelden waard: West Texas Waltzes & Dust Blown Tractor Tunes – Butch Hancock, Millionaires And Teddy Bears en Dynamite Daze – Kevin Coyne, Hermit of Mink Hollow – Todd Rundgren, The Bride Stripped Bare – Bryan Ferry, Honky Tonk Masquerade – Joe Ely, Quarter Moon In A Ten Cent Town – Emmylou Harris, Living In The Streets – Kim Fowley, His Eye Is On The Sparrow – Mickey Newbury, Guy Clark – Guy Clark, All I Want To Do In Life – Jack Clement, Ambient 1: Music For Airports en Music For Films – Brian Eno, Nite Flights – The Walker Brothers, Shpritsz – Herman Brood & His Wild Romance, Bruised Orange – John Prine, So Alone – Johnny Thunders, Crossing The Red Sea With The Adverts – The Adverts, Double Fun – Robert Palmer, David Johansen – David Johansen, Wavelength – Van Morrison, Blue Valentine – Tom Waits.)

Niet of bijna niet opgenomen in deze lijst wegens te weinig ervaring met deze genres: jazz, reggae, funk, disco, spoken word. Sommige platen, vooral in de genres country en folk, staan lager dan ik ze nu zou situeren. Dat komt omdat ik ze toen nog niet kende of er minder, helemaal niet of nog niet in geïnteresseerd was. Townes Van Zandt zou nu helemaal bovenaan staan. Guy Clark, Ry Cooder, Emmylou Harris, Warren Zevon en Big Star verdienen ook beter. Maar dat was toen en dit is nu.

ADVENTURE

Foto’s: Martin Pulaski; regenjassenfoto: fotograaf onbekend.

1977: KENTERING OF REVOLUTIE?

punkelpees 011

1977 was – in de woorden van Van Morrison – ‘a period of transition’. Maar meer nog was dat jaar een nieuw begin: in popmuziek en populaire cultuur vond een soort van revolutie plaats. Al is revolutie een groot en vaak misbruikt woord. Zeker veranderde er nogal wat ten goede, ook in mijn eigen leven. Na acht jaar verblijf in Brussel verhuisde ik naar mijn geboortestad Antwerpen om daar samen met mijn geliefde op zoek te gaan naar iets nieuws, al wisten we nog niet goed wat dat nieuwe dan wel zou wezen. Tegelijk ging het om een lokroep van de oude wereld, de mij zo vertrouwde wereldhaven en de weidse Schelde. Ik was net geen 27 maar het leek of ik al een half leven achter de rug had. Toen we die zomer ‘ons’ huis in de Dolfijnstraat aan het schilderen waren hoorde ik opeens opnieuw echte rock and roll. Om ons tijdens die werken van wat arbeidsvreugde te voorzien luisterden we naar een krakkemikkige transistorradio, ongeveer hetzelfde model als waarop ik in 1965 voor het eerst Like a Rolling Stone, Come See About Me en I Got You Baby had gehoord.
Zoals ik al eerder schreef had ik de voorbije jaren recente popmuziek grotendeels de rug toegekeerd. Dat was niet alleen een gevolg van tijdgebrek of van teveel andere interesses. Ik was niet de enige die vond dat er in rock en pop nog maar weinig spirit, rebellie en avontuur te vinden was. Het is mogelijk dat andere muziekliefhebbers wel iets avontuurlijks hoorden in wat voor ons bombast, egocentrisme en algemene uitverkoop was. Wat was er gebeurd met de opwinding van het prille begin, van de energie van singles op Specialty, Sun, Atlantic, King en andere kleine platenlabels? Waar hoorden we nog sporen van de primal scream Little Richard, van de opstandige blue jean baby Gene Vincent, van de duivelse orkaan Jerry Lee Lewis, van de spitsvondige verteller Chuck Berry, van de nerveuze en gevaarlijke Eddie Cochran, van de zachtere en melodieuze Buddy Holly, van de dynamiteuses Big Mama Thornton, Wanda Jackson en Brenda Lee, van de honingzoete fat man uit New Orleans Fats Domino – en van de synthese die Elvis Presley [1] van dat alles aan de wereld schonk? Bovendien leek er een einde gekomen te zijn aan de bewustzijnsverruimende experimenten die de tweede helft van de jaren zestig zo bijzonder maakten.

Punk was het korte en bondige antwoord. Punk rock greep terug naar de garagerock van de sixties (zoals te horen op de hier al genoemde dubbele verzamelaar Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era 1965-1968, in 1972 samengesteld door Lenny Kaye), en naar de beginperiode van bands als the Kinks, the Who en the Pretty Things. Jaren later zag de historicus Greil Marcus het verband tussen punk en de situationistische beweging van Guy Debord, een revolutionaire groep van kunstenaars, schrijvers en filosofen die zich in de jaren vijftig en zestig tegen de spektakelmaatschappij verzette [2]. Punk was opnieuw drie akkoorden en de waarheid en ‘this machine kills fascists’. Tegelijk was het meer dan dat – en zelfs minder: DIY, twee akkoorden, helemaal geen akkoorden, anarchisme, nihilisme, geschreeuw en geblaf. Punk was leven tegen de dood van het conformisme. De rebelse jukebox werd heruitgevonden. Je hoorde en zag opnieuw de aantrekkingskracht van neonlichten, donkere steegjes, gevaarlijke wijken, perverse seks, drugs, de schittering van de grote stad.

Naast punk was er nog een tweede antwoord op de vraag naar avontuur en vernieuwing. Dat was die van het experiment met geluid, van onderzoek in de opnamestudio’s, van elektronica, van dub. Een van de grootmeesters wat dat betreft was de bescheiden Brian Eno, met zijn oblique strategy en zijn ambient sounds. (Uiteraard waren er meer studio wizards dan alleen Eno.) Voeg daar kunstenaars / muzikanten met een open geest aan toe, waarbij we meteen aan iemand als David Bowie denken, en je hebt een heel bijzonder klinkend antwoord dat vandaag nog steeds nazindert.

Samen met punk braken bij ons de toen nog als exotisch ervaren ritmes van ska, reggae en afrobeat door. Het werd één enorm opwindende mengelmoes van klanken in ‘onze’ Cinderella’s Ballroom in Antwerpen en in heel wat andere clubs in dit kleine land van hartstochtelijke muziekminnaars, waar elke vreemde en bizarre klank welkom was en het eigene zo vaak van ver kwam.

19 1

96 2

Over wat in 1977 in mijn privéleven gebeurde heb ik in het verleden al heel wat geschreven. Het is onnodig om dat hier nog eens over te doen. Mocht je er toch in geïnteresseerd zijn, lees dan In de rand van het verlangen, De jaren zeventig in Antwerpen en de reeks over het Pannenhuis in Antwerpen.

  1. Low / ‘Heroes’ – David Bowie
  2. Marquee Moon – Television
  3. Rocket to Russia / Leave Home – Ramones
  4. Cabretta – Mink DeVille
  5. Before and After Science – Brian Eno
  6. My Aim Is True – Elvis Costello
  7. The Clash – The Clash
  8. Talking Heads 77 – Talking Heads
  9. Suicide – Suicide
  10. The Idiot / Lust For Life – Iggy Pop
  11. Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols – The Sex Pistols
  12. Blank Generation – Richard Hell & The Voidoids
  13. Plastic Letters – Blondie
  14. Rattus Norvegicus / No More Heroes – The Stranglers
  15. Robert Gordon With Link Wray – Robert Gordon & Link Wray
  16. Stick To Me – Graham Parker & The Rumour
  17. A Period of Transition – Van Morrison
  18. Little Criminals – Randy Newman
  19. Foreign Affairs – Tom Waits
  20. Sleepwalker – The Kinks
  21. Aja – Steely Dan
  22. Rock ‘N’ Roll With The Modern Lovers – Jonathan Richman & The Modern Lovers
  23. In The City /This Is The Modern World – The Jam
  24. Sorrow Tears and Blood – Fela Kuti
  25. Police & Thieves – Junior Murvin
  26. Just A Story From America – Elliott Murphy
  27. Hard Again – Muddy Waters
  28. Pacific Ocean Blue – Dennis Wilson
  29. Live At The Old Quarter, Houston, Texas – Townes Van Zandt
  30. The Belle Album – Al Green
  31. American Stars & Bars – Neil Young
  32. Don Juan’s Reckless Daughter – Joni Mitchell
  33. Get It – Dave Edmunds
  34. Rick Danko – Rick Danko
  35. Two Sides To Every Story – Gene Clark
  36. Steve Winwood – Steve Winwood
  37. Running On Empty – Jackson Browne
  38. Young Loud And Snotty – The Dead Boys
  39. Pink Flag – Wire
  40. Two Sevens Clash – Culture

punkelpees 008

Voor 1977 heb ik geprobeerd een lijst samen te stellen met de oren van toen. Ik heb de vernieuwende albums die dat jaar zijn uitgekomen een ereplaats gegeven omdat ze voor mij op dat ogenblik een revelatie waren. Heel wat van die baanbrekende elpees vind ik nu nog steeds prima, andere klinken gedateerd, sommige beluister ik nooit meer. Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols is van dat laatste een mooi voorbeeld. John Lydon kan ik al lang niet meer uitstaan. Mogelijk is die afkeer begonnen na The Flowers of Romance van Public Image Limited. Sid Vicious heeft mij nooit kunnen bekoren, ik vond hem eerder een sukkel (loser is een te mooi woord), iemand die hulp nodig had. In mijn eerdere versie van deze lijst – gemaakt voor Roen Hetzwoen – had ik the Sex Pistols weggelaten. Maar achteraf vond ik dat onterecht. In 1977 was de groep van Malcolm McLaren voor ons enorm opwindend, zeker singles als Anarchy in the UK, God Save the Queen en Submission maakten ons vrolijk! Zodoende staat Bollocks nu op de plaats die die – inmiddels onschadelijk gemaakte – tijdbom verdient. Maar denk nu niet dat ik thuis alleen nog maar punkplaten draaide. Het is best mogelijk dat mijn favoriete elpee van 1977 Pet Sounds was. Zeker hield ik ook veel van het debuut van Rick Danko, van A Period of Transition (Flamingos Fly, Heavy Connection), van Sleepwalker, van het solodebuut van Steve Winwood (Midland Maniac, Vacant Chair). Sommige van de in de lijst opgenomen elpees, onder meer die van Townes Van Zandt en Al Green, heb ik pas later ‘ontdekt’.

punkelpees 006
[1] Elvis Presley overleed op 16 augustus 1977.

[2] Greil Marcus, Lipstick Traces. A Secret History of the Twentieth Century, 1989

 

 

 

 

1976: JAAR VAN HET VERLANGEN

dylandesire

Verlangen. 1976 was voor mij het jaar van het verlangen. Verlangen naar kennis, naar seks, naar liefde, naar gedichten, verhalen en theaterteksten, naar kunst, naar vriendschap, naar beweging. Een creatiever, meer geïnspireerd en intenser jaar zal mij niet meer te beurt vallen. Senga en ik verhuisden van de kleine flat op de vijfde verdieping in de Hamerstraat naar een wat ruimer gelijkvloers gelegen appartement in de Waterkrachtstraat, nog altijd in Sint-Joost, de kleinste en armste gemeente van Brussel. Het is op die plaats en in die periode dat ik geestelijk tot ontplooiing kwam en mijn schrijverschap ernstig ging nemen. Ik besefte dat ik nog veel moest leren, op elk gebied. Dat betekende vooral lezen, niet alleen literatuur maar ook literatuurtheorie, filosofie, geschiedenis en antropologie. Mijn voorkeur ging uit naar ‘moeilijke’ schrijvers als Antonin Artaud, Henri Michaux, Friedrich Hölderlin, Percy Shelley, naar romantiek, dada en surrealisme. Daarnaast las ik menig werk over de pre-socratische filosofen en de Franse Revolutie, met het oog op een toneelstuk over Empedocles, dat ik niet kon voltooien. Zoals zoveel in het leven was het maken en samenwerken belangrijker dan het resultaat. Het eerste stuk dat ik daar in de Hydraulische Straat schreef, Dokter Jekyll en Friedrich Nietzsche, werd wel tot een goed einde gebracht én opgevoerd als een soort van feest.
Ik werkte dat jaar voltijds bij Boekwinkel Corman in de Ravensteinstraat. (Bij die periode stond ik al stil in de terugblik dingen die voorbijgaan). ‘s Avonds en ’s nachts schreef ik of gingen we naar het Filmmuseum, nu Cinematek. In de weekends bracht ik tijd met mijn zoontje door. Voor het eerst gingen we naar Londen (een schoolreis in 1967 niet meegeteld), waar ik onder de indruk kwam van William Turner, William Blake en – natuurlijk – John Everett Millais’ Ophelia en Henry Wallis’ Chatterton.
In mei maakte ik samen met Senga mijn allereerste reis, met nauwelijks geld op zak liftend door Frankrijk (Orange, Nice) met als bestemming Florence. Daar betoverden ons de kunstenaars van de Renaissance; vooral het Uffizi was een openbaring. Je kon daar toen nog zomaar binnenlopen. In Brussel bezochten we een imponerende tentoonstelling over het symbolisme.
Ja, in ons leven van verlangens hing toen alles samen. De wonderlijke films die we zagen, de boeken, de kunstwerken, onze liefde, de gesprekken met vrienden over Mario Praz, de brieven van Van Gogh, Noa Noa van Paul Gauguin, de gedichten van TS Eliot en Gerard Manley Hopkins, de Openbaring van Johannes, Thomas De Quinceys Confessions of an English, Opium-Eater, A Modest Proposal van Jonathan Swift, Napoleon van Abel Gance, La chute de la maison Usher van Jean Epstein, M comme Mathieu van Jean-François Adam en Mes petites amoureuses van Jean Eustache.
Dat lijken misschien wat veel gespreksonderwerpen. In werkelijkheid waren het er veel meer en ze gingen niet alleen over het ware, het goede en het schone. We zitten hier nu weliswaar al vier of vijf maanden alleen thuis, maar toen waren er bijna elke dag vrienden op bezoek. Soms hoopte ik dat ze niet te lang zouden blijven, zodat ik verder kon werken. Een van mijn beste vrienden toen was Paul L. die in de buurt woonde en als hij me voor het raam zag zitten schrijven kwam hij vaak even binnen voor een babbel. Hij las mijn teksten en gaf er nuttig commentaar op. Andere vrienden van toen waren Jos D., Willy B., Hugo W., Ginette B., Johny L., Christian P., Guy en Freddy B., Jan Van V., Erwin G., Pol De D., Bie De M., “Theo”, Gert Van S. en ik vergeet er zeker nog een aantal.

Mijn grootse schrik van het jaar – en de jaren ervoor ook al – betrof de twee jaar burgerdienst die me te wachten stonden, maar gelukkig werd ik vrijgesteld. Een goed einde van een lang en verkrampt gevecht, een aaneenschakeling van misverstanden, het resultaat van wereldvreemdheid en afwezigheid van betrouwbare informatie. Bijna vijftig jaar later beschouwd zie ik in dat verhaal van die legerdienst/burgerdienst veeleer stof voor een komedie dan voor de halve tragedie die het toen voor me was.

mobycitizen

Welke muziek beluisterde ik? Keer op keer Horses en Radio Ethiopia van Patti Smith en Desire van Bob Dylan. Black and Blue van the Rolling Stones (die we live zagen in Vorst Nationaal, waarbij we er bijna het leven bij inschoten). Vooral Keith Richards fascineerde me, zelfs zijn obsessie voor vuurwapens, onder meer een Belgische revolver uit 1899. You’re never alone with a Smith & Wesson, luidde de kop van een artikel in NME. Alexander Spence bleef ik trouw; zijn elpee Oar weerklonk op zijn minst één keer per week in ons droomappartement. Hetzelfde voor The Madcap Laughs en Barrett van Syd Barrett en een aantal elpees van the Byrds en Moby Grape. Voor jazz en klassieke muziek ging ik naar de Mediatheek.
Voor recente muziek was er weinig tijd. Overigens heb ik nog steeds de indruk dat er dat jaar weinig boeiende platen zijn uitgekomen. Sommige van de beste albums – wel in mijn lijstje opgenomen – heb ik pas in 1977 leren kenen, onder meer die van the Ramones, Blondie en the Modern Lovers. Met die bands werd een nieuw en erg opwindend muzikaal hoofdstuk aangekondigd.

3-25-2013_028b

3-25-2013_029

  1. Desire / Hard Rain – Bob Dylan
  2. Radio Ethiopia – Patti Smith Group
  3. Chicken Skin Music – Ry Cooder
  4. Station To Station – David Bowie
  5. Black And Blue – The Rolling Stones
  6. Hejira – Joni Mitchell
  7. The Pretender – Jackson Browne
  8. Warren Zevon – Warren Zevon
  9. Rock and Roll Heart – Lou Reed
  10. The Ramones – The Ramones
  11. The Modern Lovers – The Modern Lovers
  12. Jonathan Richman & The Modern Lovers – Jonathan Richman & The Modern Lovers
  13. Howlin’ Wind / Heat Treatment – Graham Parker
  14. Long May You Run – The Stills-Young Band
  15. Fly Like An Eagle – Steve Miller Band
  16. The Royal Scam – Steely Dan
  17. I Don’t Want To Go Home – Southside Johnny & The Asbury Jukes
  18. Songs In The Key Of Life – Stevie Wonder
  19. Full Of Fire – Al Green
  20. Yes We Have No Mañanas, So Get Your Mañanas Today – Kevin Ayers
  21. Blondie – Blondie
  22. Small Change – Tom Waits
  23. Kate & Anna McGarrigle – Kate & Anna McGarrigle
  24. Troubadour – J.J. Cale
  25. Texas Rock For Country Rollers – Doug Sahm
  26. Hasten Down The Wind – Linda Ronstadt
  27. Texas Cookin’ – Guy Clark
  28. 801 Live – 801
  29. All American Alien Boy – Ian Hunter
  30. Cardiff Rose – Roger McGuinn

zevon

POP 1975: IDIOT WIND

PLATENHOEZEN1975 004DESPERATE

1975 was voor mij een jaar van innerlijke en uiterlijke onrust. Of komt dat op hetzelfde neer? Midden in onze eindexamens filosofie, terwijl ik de laatste hand legde aan mijn thesis over het einde van het burgerlijke gezin, liet ik mijn geliefden achter. Geliefden? Mijn zoontje had ik innig lief maar met mijn vrouw kon ik niet langer harmonieus samenleven. Het is waar, ons huwelijk was in ongeveer alles het tegenovergestelde van burgerlijk, en toch liep het op de klippen. Als na zes jaar blijkt dat het niet werkt, in ons geval vooral vanwege niet verzoenbare karakters, dan kun je er beter mee ophouden. Dat klinkt erg rationeel, maar in werkelijkheid was het dat uiteraard niet. Ik voelde mij verscheurd, door en door ellendig. Voor mijn partner zal het niet anders geweest zijn. Tegelijk was ik bezeten van de liefde. Er moest een ander, beter leven mogelijk zijn. En een ander, beter leven – dat is altijd ergens anders. Hoewel Rimbaud ook daar aan twijfelde: “La vraie vie est absente. Nous ne sommes pas au monde.” [1]

Mijn eerste grote liefde – en huwelijk – had een muzikale oorsprong. Het was een geval van jeugdige overmoed en van navolging van idolen. We wilden net zo zijn als John & Yoko, al hoefden we voor ons huwelijk niet noodzakelijk naar Gibraltar af te reizen. Eigenlijk waren we tegen het huwelijk: wij waren ervan overtuigd dat we door te trouwen dat instituut binnenstebuiten zouden keren. Maar om een dergelijk ideaal te verwezenlijken moet je met z’n tweeën dezelfde weg bewandelen, en liefst ook nog in dezelfde richting. Je zou bijna met elkaar moeten versmelten, een perfecte eenheid vormen. Heb ik die versmelting niet altijd nagestreefd, ook in mijn vriendschappen? Dat is een te hoge eis, en zo was het onvermijdelijk dat onze verbintenis zou eindigen in valse noten en kakafonie.

Onze scheiding had eveneens een muzikale achtergrond. Eind 1974 had ik gedroomd dat ik van Bob Dylan een lang, hartverscheurend nieuw lied, vol woede en verdriet, op de radio hoorde. Ik rende meteen blootsvoets de trap af, de straat op en riep tegen de voorbijgangers, kom binnen, kom luisteren, een revelatie! Toen ik middenin mijn periode van innerlijke onrust Blood on the Tracks voor het eerst hoorde herkende ik meteen Idiot Wind, het was het lange lied uit mijn droom. We’re idiots, babe / It’s a wonder we can even feed ourselves. Bob Dylans Blood on the Tracks was niet alleen de plaat van het jaar, het was en blijft de beste elpee over het einde van een relatie. Ik ken geen aangrijpender song over afscheid dan If You See Her Say Hello. Vaak als ik het hoorde barstte ik in tranen uit, het maakte niet uit of ik alleen was of onder vrienden. Enkele andere songs van Dylan die me tijdens de scheiding zowel troostten als bedroefden waren One Of Us Must Know (Sooner or Later), 4th Time Around en Most Likely You Go Your Way (And I’ll Go Mine) en de hele bootleg Live in Melbourne, Australia, 1966.

PLATENHOEZEN1975 003DYLAN

Mijn tweede grote liefde ontstond uit erotisch verlangen en taal. Er gingen veel geschreven woorden aan onze ontmoeting vooraf, ettelijke brieven en gedichten. Ik bouwde de verliefdheid op tot ik een prachtig en wellustig huis van liefde had. Een dergelijk huis bouw je niet alleen, het is zoals de te begane weg waar ik het hierboven over had: je moet vooraf al samen een plan maken, zelfs al gebeurt dat alleen maar in de verbeelding. Bij de werkelijke ontmoeting leg je de twee plannen over elkaar: ze vallen samen. Ons echte huis, waar we in mei introkken, was een kleine flat in Sint-Joost, niet meer dan twee kamertjes op de vijfde verdieping, geen lift, geen keuken. De eerste weken was er een van extatische liefde maar ook van hard werk; mijn thesis moest af en ik moest nog een heel aantal examens afleggen. Dat bracht ik tot een goede einde. Ik was gelukkig in de liefde en werd onderscheiden voor mijn hard werk. Maar wat nu? Ik had er geen flauw idee van hoe ik mijn brood zou gaan verdienen. Lesgeven aan een middelbare school was niets voor mij, vond ik. Die zomer gaf ik wel wat privélessen Nederlands aan een Franstalige jongen in Etterbeek. Om de eindjes aan mekaar te knopen werkte ik in de kelder van de bibliotheek van de VUB, waar de directrice mij net niet misbruikte. Omdat ik niet op haar avances inging werd ik aan de deur gezet. Wat later vond ik een job als verkoper bij Corman, mijn favoriete boekwinkel in Brussel. Was er dan toch een stralende toekomst voor me weggelegd? Tegelijk begon ik aan mijn loopbaan als schrijver, al zag ik me meer in de traditie van de bohémien en de poète maudit. In 1975 raakte ik in de ban van de dichters die ik nog steeds het meest waardeer: Arthur Rimbaud en Friedrich Hölderlin. Senga en ik maakten plannen voor een klein maar radicaal theater. Inspiratie vonden we bij Heinrich von Kleist, Antonin Artaud en oude expressionistische films. Eerst echter moesten we leren dansen. Zo kwam 1976 in zicht.

In onze kleine flat was er altijd muziek. Meer klassiek (Schumann, Chopin, Grieg, Schubert, Berlioz, Monteverdi) en jazz (Ornette Coleman, Albert Ayler, John Coltrane) dan pop. Wel nog albums van antihelden als Syd Barrett, Alexander Spence, Lou Reed, Nico, John Cale. En eeuwig en altijd Bob Dylan. In 1975 hoorde ik voor het eerst de Sun-opnames van Elvis Presley.

roken1

  1. Blood On The Tracks – Bob Dylan
  2. The Basement Tapes – Bob Dylan/The Band
  3. Horses – Patti Smith
  4. Coney Island Baby – Lou Reed
  5. Another Green World – Brian Eno
  6. Tonight’s The Night / Zuma – Neil Young
  7. Slow Dazzle / Helen of Troy – John Cale
  8. Ruth Is Stranger Than Richard – Robert Wyatt
  9. Diamond Head – Phil Manzanera
  10. Born To Run – Bruce Springsteen
  11. Young Americans – David Bowie
  12. Desperate Straights – Slapp Happy / Henry Cow
  13. Southern Nights – Allen Toussaint
  14. Fire On The Bayou – The Meters
  15. Al Green Is Love – Al Green
  16. Katy Lied – Steely Dan
  17. Born To Be With You – Dion
  18. John Fogerty – John Fogerty
  19. Red Headed Stranger – Willie Nelson
  20. Rock ‘n’ Roll – John Lennon
  21. Elite Hotel / Pieces of the Sky – Emmylou Harris
  22. Old No. 1 – Guy Clark
  23. Northern Lights – Southern Cross – The Band
  24. Bongo Fury – Frank Zappa & Captain Beefheart
  25. Neu! ’75 – Neu!
  26. The Hissing of Summer Lawns – Joni Mitchell
  27. Still Crazy After All These Years – Paul Simon
  28. Sweet Deceiver – Kevin Ayers
  29. Clang Of The Yankee Reaper – Van Dyke Parks
  30. Lovers – Mickey Newbury
  31. Pressure Drop – Robert Palmer
  32. Got No Bread, No Milk, No Money, But We Sure Got A Lot Of Love – James Talley
  33. Landed – Can
  34. Pour Down Like Silver – Richard & Linda Thompson
  35. Ian Hunter – Ian Hunter
  36. Dreaming My Dreams – Waylon Jennings
  37. Love To Love You Baby – Donna Summer
  38. Discreet Music – Brian Eno
  39. Radio-Aktivität – Kraftwerk
  40. Spirit Of ’76 – Spirit

PLATENHOEZEN1975 008WYATT

Wat gebeurde er dat jaar in de grote wereld (die ten gevolge van het verdriet en de liefde héél klein geworden was)?

Bill Gates richt Microsoft op. (Mijn voorkeur ging nog lange tijd naar Olivetti en Smith-Corona.) Einde van de oorlog in Vietnam. Pol Pot wordt premier in Cambodja. Mozambique en Angola zijn onafhankelijk. Ingebruikname van de kerncentrales Tihange I, Doel I en Doel II.

Films? Salò o le 120 giornate di Sodoma, Pier Paolo Pasolini. Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles, Chantal Akerman.  Barry Lyndon, Stanley Kubrick. La Chair de l’orchidée, Patrice Chéreau. The Day of the Locust, John Schlesinger. Dog Day Afternoon, Sydney Lumet.  Het land van de grote belofte, Andrzej Wajda. Falsche Bewegung, Wim Wenders. Le fils d’Amr est mort, Jacques Andrien. L’Histoire d’Adèle H., François Truffaut. L’important c’est d’aimer, Andrzej Żuławski. Nashville, Robert Altman. One Flew Over the Cuckoo’s Nest, Miloš Forman. The Passenger, Michelangelo Antonioni. De Spiegel, Andrej Tarkovski.

Een keuze uit de boeken: The Philosophy of Andy Warhol, Andy Warhol. Ragtime, E.L. Doctorow. Humboldt’s Gift, Saul Bellow. Bruno Bettelheim, Het nut van sprookjes. Mystery Train: Images of America in Rock ‘n’ Roll, Greil Marcus. Kafka: pour une littérature mineure, Deleuze & Guattari.  Twee vrouwen, Harry Mulisch. En heel veel poëzie.

Dood: Oum Kalsoum. George Stevens. T-Bone Walker. Michel Simon. Hugues C. Pernath. Tim Buckley. Cannonball Adderley. Dmitri Sjostakovitsj. Saint-John Perse. Hannah Arendt. Bernard Herrmann. Walker Evans. Josephine Baker. Pier Paolo Pasolini wordt vermoord gevonden op een strand in Ostia, nabij Rome. Vreugde bij alle mensen van goede wil om de dood van dictator Franco.

nixon assasin

[1] Arthur Rimbaud, Délires, in Une saison en enfer.

 

 

POP 1974: FAIR PLAY

1974-albums 006vanmorrison

Inmiddels is het 1974. Wat gebeurde er in onze kleine wereld? Mijn heerlijkste muzikaal moment van dat jaar was een ontmoeting met Kevin Ayers, die ik in zijn hotelkamer in Brussel samen met mijn vriend Marc D. interviewde voor Humo. De dag ervoor, 15 augustus, zagen we hem eerst playback zingen in Nederland (voor een BRT-programma) waarna we op kosten van het Island platenlabel samen delicieus gingen eten. Kevin Ayers maakte me wegwijs in de wijnkaart, ik was een amateur, hij een kenner. Gewürztraminer bleek zijn uitverkoren wijn te zijn, naast champagne. Door Kevins toedoen ben ik een wijndrinker geworden. De zanger voelde zich wat ziek toen we hem interviewden: de drie uur dat we bij hem waren bleef hij in bed. Wat niet belette dat hij er goed uitzag én boeiende verhalen vertelde, onder meer over zijn idyllische jeugd in Maleisië, the Soft Machine, William Burroughs en zijn eigen droomtheorie uiteenzette. Om mij voor te bereiden op het interview had ik al zijn elpees uitgeleend uit de Mediatheek in de Passage 44. Ik kende zijn werk nu van binnen en van buiten. The Confessions of Dr. Dream was een hoogtepunt, vond ik. Speciaal voor de begenadigde zanger ging ik dat jaar nog een keer naar Jazz Bilzen, waar Rod Stewart en the Faces toen top of the bill waren. Ik was niet meer in Bilzen geweest sinds 1969 – dat leek net geen eeuwigheid geleden.
Mijn carrière als popjournalist was van korte duur. Een artikel waarin ik beweerde dat Mick Jagger en Keith Richards Brian Jones laffelijk hadden vermoord en dat Their Satanic Majesties Request het meesterwerk van the Rolling Stones was werd niet gepubliceerd. Dag Humo!

marc+ik-1974

Ik vond een concrete notitie terug in verband met 1973. Goat’s Head Soup van The Rolling Stones hoorde ik voor het eerst in café De Fiets, samen met mijn vrouw en onze vrienden en huisgenoten Jan D. en Nicole H. Geen idee waar dat café zich ergens bevond. In de buurt van het Sint-Jansplein? Zoveel is uit het geheugen verdwenen. Zo was ik ook vergeten dat het met Jan en Nicole was dat ik in 1973 the Rolling Stones zag optreden in het Sportpaleis in Antwerpen, mijn eerste Stones-concert en meteen een hoogtepunt in mijn leven als concertganger. Waarom ik naar Antwerpen ging terwijl ze een dag later in Brussel zouden optreden is mij een raadsel.

1974 lijkt op een in nevelen gehuld landschap, tegelijk aantrekkelijk en angstaanjagend, maar vooral mysterieus. Vanaf 1972 was ik een dagboek gaan bijhouden maar voor deze muzikale herinneringen bieden die weinig steun. In het dagboek vind ik eerder zweverige notities van filosofische aard terug; voor het merendeel zijn het beschrijvingen van dromen. Maar ook nogal wat psychologische beschouwingen over mijn huwelijk en verslagen van een aantal mystieke ervaringen. Leopold Flam had ons gestimuleerd om onze dromen te noteren; daarin had ik mij bekwaamd. Ik had ook wat opgestoken uit het Book of Dreams van Jack Kerouac, maar Ti Jean noteerde zijn dromen veel beknopter dan ik. Bij mij werden het korte, surrealistische verhalen.

Zolang je niet helemaal volwassen bent – en dat was ik zeker niet – geniet je met hart en ziel van muziek, daarna neemt dat plezier zienderogen af. Dat was althans bij mij het geval. Is er iets in het leven aangenamer dan met een vriend naar een geliefkoosd album luisteren? Mogelijk beleef je er net iets minder genot aan dan aan seks, maar het is subtieler. Er moeten dan wel langspeelplaten uitkomen die de kracht hebben om je uit het alledaagse reilen en zeilen weg te rukken en hun eigen universum binnen te voeren. Elk onderdeel van een geslaagde langspeelplaat moet aan de juiste voorwaarden voldoen om er iets magisch van te maken. Er moet samenhang zijn tussen de songs, ook als het niet om een conceptalbum gaat; het geheel moet tot de verbeelding spreken. In ideale omstandigheden, liefst met een vriend of vriendin, vergeet je dan wie je bent, waar je bent, je vergeet alles, er is alleen nog maar de ruimte van de muziek. Soms kon ik ook op mijn eentje op die manier van een volledig album genieten, eerst kant A, dan kant B, maar die tijd is lang voorbij. Als ik alleen ben zegt pop mij nog maar weinig.

In 1974 begon ik stilaan genoeg te krijgen van de meeste nieuwe popmuziek. De dood van Gram Parsons betekende voor mij het voorlopige einde van mijn fascinatie voor country; blues had ik nog niet (her)ontdekt; rock begon mij te bombastisch te worden; ik had een afkeer van wat jazzrock werd genoemd; de Duitse variant van rock had mij onverschillig gelaten (door de schuld van bepaalde tijdschriften, vooral Humo, dat erg conservatief was). Er bleef bijgevolg niet veel over. Ik begon meer naar jazz en klassieke muziek te luisteren. Meestal zat ik met mijn hoofd in de boeken en schreef aan mijn thesis (dat heet nu, geloof ik, masterproef). Eerst had ik mijn zinnen gezet op het werk van Henry David Thoreau. Ik hield van zijn Walden en vond veel inspiratie in On the Duty of Civil Disobedience. Mijn promotor, Leopold Flam, vond dat ik me op zijn dagboeken moest concentreren, maar die wekten vooral slaap bij me op. Ik dacht veel na over mijn gezin en over opvoeding. Over de rol van de vader, het patriarchaat. Zo kwam ik ertoe over het gezin te gaan schrijven en het matriarchaat te verheerlijken.
Lezen en luisteren gingen voor mij niet samen. Soms was er ’s morgens als ik brieven schreef wel muziek, wat ik toen bijna elke dag deed. In mijn brieven kwamen dan flarden uit de liedjes die ik hoorde. Dat was al sinds midden de jaren zestig zo en is blijven doorgaan tot ik geen brieven meer schreef. Het serieuze werk gebeurde en gebeurt nu zeker in volstrekte stilte.
Wat ik las stond in het teken van mijn thesis. Voornamelijk Deleuze-Guattari, Nietzsche, Ronald Laing en David Cooper. Daarnaast Walt Whitman, Alan Ginsberg, dagboeken van Anaïs Nin, verhalen en gedichten van Apollinaire, Rilke, de eeuwige Edgar Allan Poe, Jean-Paul Sartre, L’homme révolté van Albert Camus.

1974denuil-5b

In mijn dagboek van 1974 vind ik nog een stukje dat veel zegt over die tijd. Onze vrienden R. en L. waren naar Canada gevlucht; het gerecht zat achter R. aan, hij zou zeker in de gevangenis terechtkomen (wegens dealen van softdrugs). Ze woonden nu in Vancouver. Ik had maandenlang op tapes mijn beste elpees voor hen opgenomen. In mijn dagboek vond ik dit:
“Of ik ga even naar buiten, op onze binnenplaats, om een luchtje te scheppen, en ik kijk omhoog naar de majestueuze lucht vol zacht-spelende witte wolken die niemand toebehoren maar er voor iedereen zijn… R. en L. in Vancouver en wij hier in Brussel: boven onze hoofden dezelfde lucht, dezelfde wolken. En de sterren vannacht, dezelfde sterren. Ik zal ernaar kijken, jij misschien ook, R., en hun nooit aflatende schittering zal ons met elkaar verbinden, voor eens en altijd, dit mag ik nooit meer vergeten.” (…) “Niet alleen de sterren verbinden ons met elkaar, de muziek doet dat ook – en op welke wijze! De waarheid van ons bestaan wordt ons keer op keer in het oor gefluisterd door de geest van de muziek. Maar weinigen schijnen dit te horen, dit zacht gefluister. Muziek wordt meer en meer functioneel, wordt techniek, de ziel gaat verloren, er moet iets worden bereikt, ja, zelfs de muziek wordt een middel.”

Wat gebeurde er in onze grote wereld? Turkish Airlines-vlucht 981 stort neer nabij Parijs. De Anjerrevolutie in Portugal. Het einde van het kolonelsregime in Griekenland. Nixon treedt af. Haile Selassie wordt afgezet. In België oprichting van het Anti-Fascistisch Front. Rubik’s Kubus.
Dood: Duke Ellington, Jan Arends, Georges Pompidou, Marcel Pagnol, Darius Milhaud, Mama Cass Elliot, Achilles Mussche, Harry Partch, Anne Sexton, Harry Carney, Ed Sullivan, Ivory Joe Hunter, Holger Meins, Vittorio De Sica, Nick Drake.

Films: Scènes uit een huwelijk, Ingmar Bergman. Les valseuses, Bertrand Blier. The Parallax View, Alan J. Pakula. The Godfather, Part 2, Francis Ford Coppola. Chinatown, Roman Polanski. Alice in den Städten, Wim Wenders. Il fiore delle mille e una notte, Pier Paolo Pasolini. Bring Me the Head of Alfredo Garcia, Sam Peckinpah. Céline et Julie vont en bateau, Jacques Rivette. Effie Briest, Rainer Werner Fassbinder. Lacombe Lucien, Louis Malle. Lenny, Bob Fosse. Il Portiere di notte, Liliane Cavani. Sweet Movie, Dušan Makavejev. Thieves Like Us, Robert Altman. A Woman Under the Influence, John Cassavetes. Edvard Munch, Peter Watkins. Jeder für sich und Gott gegen alle (Kaspar Hauser), Werner Herzog. Le fantôme de la liberté, Luis Buñuel. The Taking of Pelham One Two Three, Joseph Sargent. Je tu il elle, Chantal Akerman. Mes petites amoureuses, Jean Eustache. Glissements progressifs du Plaisir, Alain Robbe-Grillet.

De bands, zangers en zangeressen die in 1974 voor mij nog meetelden zullen wel geëxcelleerd hebben. Dat zie je aan mijn lijst: bijna uitsluitend Grote Namen. Kimono My House van the Sparks, was niet zo groot, maar het was de favoriete plaat van mijn zoontje. Ik geloof dat hij This Town Ain’t Big Enough for Both of Us fonetisch uit het hoofd kende. Van Morrison gaf me de mogelijkheid een glimp op te vangen van een andere werkelijkheid. Soms brachten zijn songs mij in extase. Net als van Can’t Buy a Thrill kon ik van de songs op Pretzel Logic lijfelijk en intellectueel genieten. Zowel John Cale als Lou Reed bleven een grote rol spelen in mijn muzikale wereld. Voor Bowies Diamond Dogs heb ik nooit iets gevoeld. Voor It’s Only Rock and Roll van the Rolling Stones weinig. Van On the Beach en Grievous Angel ben ik pas enkele jaren later echt gaan houden. In 1974 had ik het een beetje gehad met die softies.

1974-albums 004johncale

  1. Van Morrison – Veedon Fleece / It’s Too Late To Stop Now
  2. Randy Newman – Good Old Boys
  3. Bob Dylan & the Band – Planet Waves / Before the Flood
  4. Steely Dan – Pretzel Logic
  5. John Cale – Fear
  6. Robert Wyatt – Rock Bottom
  7. Brian Eno – Taking Tiger Mountain By Strategy
  8. Roxy Music – Country Life
  9. Lou Reed – Rock ‘n’ Roll Animal / Sally Can’t Dance
  10. New York Dolls – Too Much Too Soon
  11. Gram Parsons – Grievous Angel
  12. Neil Young – On the Beach
  13. Kevin Ayers – The Confessions of Dr. Dream and Other Stories
  14. Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno – June 1, 1974
  15. Captain Beefheart & His Magic Band – Unconditionally Guaranteed
  16. Todd Rundgren – Todd
  17. Traffic – When The Eagle Flies
  18. John – Desitively Bonnaroo
  19. Ry Cooder – Paradise and Lunch
  20. Joni Mitchell – Court And Spark / Miles of Ailes
  21. Richard & Linda Thompson – I Want To See The Bright Lights Tonight
  22. Eric Clapton – 461 Ocean Boulevard
  23. J. J. Cale – Okie
  24. Sparks – Kimono My House
  25. Jackson Browne – Late For the Sky
  26. Frank Zappa – Apostrophe (‘)
  27. John Lennon – Walls and Bridges
  28. Nico – The End
  29. Big Star – Radio City
  30. Bad Company – Bad Company
  31. Ann Peebles – I Can’t Stand the Rain
  32. Al Green – Al Green Explores Your Mind
  33. Little Feat – Feats Don’t Fail Me Now
  34. Gene Clark – No Other
  35. The Doobie Brothers – What Were Once Vices Are Now Habits
  36. Leonard Cohen – New Skin for the Old Ceremony
  37. Labelle – Nightbirds
  38. Etta James – Come a Litte Closer
  39. Pharoah Sanders – Love In Us All
  40. Willie Nelson – Phases and Stages
  41. Leo Kottke – Dreams And All That Stuff
  42. Bob Marley & The Wailers – Natty Dread
  43. David Bowie – Diamond Dogs
  44. The Rolling Stones – It’s Only Rock ‘n’ Roll
  45. Bryan Ferry – Another Time, Another Place
  46. Sam Rivers – Crystals
  47. Harry Nilsson – Pussycats
  48. Slapp Happy – Slapp Happy
  49. Doug Sahm – Groover’s Paradise
  50. Muleskinner – Muleskinner

Nogmaals: een aantal van de opgesomde elpees heb ik pas later leren kennen en waarderen. Maar van de meeste ervan hield ik toen al met hart en ziel en dat doe ik nog steeds.

1974-albums 002kevinayers