DAVID CROSBY IS DOOD

It’s been a long time comin’
It’s goin’ to be a long time gone
But you know
The darkest hour
Is always, always just before the dawn
David Crosby

David Crosby is dood. Mythische helden sterven niet. Maar David Crosby was behalve een mythe ook een mens (zoals blijkt uit zijn autobiografie Long Time Gone). Zijn stem en zijn melodieën schonken mij – een halve eeuw geleden – van de allermooiste en warmste uren. Nu hij er niet meer is komen met zijn eigen songs, en met die waarop hij quasi perfect harmonie zong, intense herinneringen naar boven.

Ik hoorde hem voor het eerst op de transistorradio toen ik vijftien was. All I Really Wanna Do, een single van the Byrds. Mijn eerste grote liefde noemde ik in een romantische bui Guinnevere. Kort voor de geboorte van mijn zoontje kwam If I Could Only Remember My Name uit, een lievelingsplaat. Telkens als ik Laughing hoor, denk ik aan hoe Jesse in de Boomkwekerijstraat, toen nog een levendige zijstraat van de Naamsestraat, daar in het midden van de kamer in zijn wieg lag. Zijn met niets vergelijkbare, zachtzoete babygeur. Mijn toenmalige vriend Luc Deleu zie ik weer voor me als ik Traction in the Rain hoor, of Have You Seen the Stars Tonite van Paul Kantner / Jefferson Starship. Déjà Vu, in een stevige Amerikaanse klaphoes verpakt, is een koud, idyllisch voorjaar in Amsterdam.

De vroege platen van the Byrds, voorbeeldig en onovertroffen, roepen niet alleen Crosby’s moeilijke karakter op, maar ook zijn onmiskenbare inbreng in de sound van die baanbrekende band. Over de mythe doe ik er het zwijgen toe. David Crosby is dood.

ZERO DE CONDUITE: TROOST

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur met zachte hand in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: They had a little girl worked in there, must have been about seventeen / She was the cutest thing I had ever seen / It’s the same old story and I’m afraid it wasn’t too very long / Before we had fallen deeply in love and I knew it was wrong / I said baby, we got to stop this thing right here / Or my woman is gonna cut my throat from ear to ear, that’s right.

In deze aflevering gaat het zoals wel vaker meer om sfeer dan om een afgelijnd thema. Ik heb vrij willekeurig enkele songs gekozen die me in moeilijke dagen troost kunnen bieden. (Of is dat een tegenspraak? Kun je willekeurig kiezen?) Mogelijk doen ze dat ook bij jou; troost heeft iedereen van ons wel eens nodig. Ook al ben ik niet gelovig en zal ik dat nooit worden ben ik er toch van overtuigd dat muziek een religieuze dimensie heeft. In soulmuziek, de aardse vorm van gospel, komt de uitdrukking ‘lift my soul’ voor. Die uitdrukking komt uit Psalm 25: “Tot u, Heere, hef ik mijn ziel op, mijn God, op U vertrouw ik”. Ik wil dat graag vertalen als: ik richt mijn ziel, het diepste van mezelf, op jou, op jullie. Samen met jullie neem ik een plaats in op deze aarde. De ziel oprichten is dansen, is seks, is zingen en musiceren. In muziek word ik deel van een groter geheel. De heilige geest van de christenen, ook trooster genoemd, krijgt een menselijke, wereldse betekenis.

Waar komt die troost vandaan? Uit melodieën, ritmes, gezang, uit frasen, uit alles wat deze zeer diverse songs maken wat ze zijn. Veel luisterplezier.

Daddy Rollin’ Stone – Phil Alvin – Un “Sung Stories” – Otis Blackwell

I Got Loaded – Los Lobos – How Will The Wolf Survive? – Camille Bob

Shake For Me – John Hammond, Jr. – Southern Fried – Willie Dixon

Parachute Woman – The Rolling Stones – Beggars Banquet – Keith Richards/Mick Jagger

Mellow Down Easy – Butterfield Blues Band – The Paul Butterfield Blues Band – Willie Dixon

I’m Shakin’ – Little Willie John – The King Sessions 1958-1960 – Rudy Toombs

You Got Me Dizzy – Jimmy Reed – I´m Jimmy Reed – Jimmy Reed

I Love the Life I’m Living – Slim Harpo – The Excello Singles Anthology – J. Moore

Make My Dreams Come True – Elmore James & His Broom Dusters – Blues After Hours – Elmore James

Blues With A Feeling – Little Walter – Blues With A Feeling  – Jacobs

She’s Fine, She’s Mine – Bo Diddley – Bo’s Blues – McDaniel

High School Confidential – Jerry Lee Lewis – Jerry Lee Lewis – Jerry Lee Lewis/Ron Hargrave

Rip It Up – Wanda Jackson – Queen Of Rockabilly – Marascalco/Penniman/Blackwell

Blue Days, Black Nights – Buddy Holly – The “Chirping” Crickets + Buddy Holly –  Ben Hall

Come Go With Me – Dion – Lovers Who Wander – C.E. Quick

Smokey Places – The Corsairs – Chess Chartbusters Vol. 5 – Abner Spector

So Young – The Ronettes – The Best Of The Ronettes – William “Prez” Tyrus

Rag Doll – Frankie Valli & The Four Seasons – The Very Best of Frankie Valli & The 4 Seasons – Crew/Gaudio

Little Girl Blue – Nina Simone – Love Will Tear Us Apart – Rodgers/Hart

Crazy – Patsy Cline – Sweet Dreams: Her Complete Decca Masters (1960-1963) – Willie Nelson

There Ain’t No Country Music On This Jukebox – Earl Scruggs & Tom T. Hall – The Storyteller & The Banjo Man – T.T. Hall

I’m Thinking Tonight Of My Blue Eyes – The Carter Family – Can the Circle Be Unbroken – A. P. Carter

It Makes No Difference Now – Cliff Bruner’s Texas Wanderers – Hillbilly Fever: Vol. 2 – Legends Of Honky Tonk – Floyd Tillman

A Girl I Used To Know – George Jones, The Jones Boys – Hillbilly Fever: Vol. 2 – Legends Of Honky Tonk – Jack Clement

Maybe Tomorrow – The Everly Brothers – The Everly Brothers (1958) – Don Everly

Brown’s Ferry Blues – The Louvin Brothers – A Tribute To The Delmore Brothers – Alton Delmore

La Valse De Grand Bois – The Balfa Brothers – The Balfa Brothers Play Cajun Music Vol. 1 & 2 – D. Balfa

La Valse Du Reveur – Nathan Abshire – Great Cajun Accordionist – Eddie Shuler

La Valse De Samedi Au Soir – Eddie LeJeune – Cajun Soul – Trad.

The Girls From Texas – Jimmy Lewis – Back To The River – More Southern Soul Stories – J. Holiday/J.Lewis/C. Chambers

Mighty Good Lovin’ – Smokey Robinson & The Miracles – Antholoby – Smokey Robinson

I’ve Been Searching – O.V. Wright – The Soul Of O.V. Wright – Earl Randle

You Got Me Hummin’ – Sam & Dave – The Definitive Soul Collection – Isaac Hayes/David Porter

Tired Of Being Alone – Al Green – Al Green Gets Next To You – Al Green

Love Me A Little Bit Longer – Delaney & Bonnie – Accept No Substitute – Bramlett/Bramlett

Greyhound Bus Depot – Ann-Margret/Lee Hazlewood – The Cowboy & the Lady – B. George

Untangle Your Mind – John Hartford – Looks At Life / Earthwords And Music – John Hartford

Everything Happens – Fred Neil – The Many Sides Of Fred Neil – Fred Neil

Badi-Da – Mark Lanegan – I’ll Take Care Of You – Fred Neil

Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again – Cat Power – I’m Not There – Bob Dylan

Turn The Whole World On Just For A Moment… – Edie Sedgwick – Ciao! Manhattan –  Edie Sedgwick

Samenstelling en research: Martin Pulaski

FIVE EASY PIECES

Enkele notities over Five Easy Pieces (1970), een film van Bob Rafelson. Bob Dupea (Jack Nicholson) breekt los uit een burgerlijk-muzikaal milieu en zoekt zijn heil in de alledaagsheid van het arbeidersbestaan. Hij is gehuwd met het ‘vulgaire’ dienstmeisje, Rayette Dipesto (Karen Black), dat met countrymuziek dweept.
Het contrast klassiek-populair is voortreffelijk uitgewerkt. Bob Rafelson weet de artificiële tegenstelling Frédéric Chopin-Tammy Wynette in zekere zin op te heffen of toch te overstijgen; hij weet op zijn minst beide componenten aan elkaar gelijkwaardig te maken. Beide muziekvormen zijn intense uitdrukkingen van gedachten, gevoelens en verlangens die slechts oppervlakkig en vormelijk verschillend zijn. Los van muziek en kunst tref je bij wat in 1970 nog de bourgeoisie werd genoemd min of meer dezelfde gevoelens en verlangens aan als bij de arbeidersklasse, maar bij de eerste groep zijn zij meer verdrongen, of verborgen achter een masker van conventies en morele normen. De taal van Rayette wordt vulgair genoemd omdat ze direct is en onverbloemd, omdat ze de ‘dingen bij hun naam noemt’. Ook de teksten van countryliedjes winden er geen doekjes om, zelfs al wordt ‘DIVORCE’ als ‘D-I-V-O-R-C-E’ [1] gespeld.
Bij de gesofisticeerde bourgeoisfamilie waartoe Robert, Bob voor de vrienden, ooit heeft behoord wordt er een andere taal gesproken, die indirect is, verwijderd van het alledaagse en van de subjectieve gevoelswereld. Robert is echter het vocabulaire van de arbeidsklasse gaan gebruiken. Het is een andere vorm van vluchten, op zoek naar een soort van onschuld in de taal. Een onschuld die niet bestaat. Zoals het liftende hippiemeisje Palm Apodaca naar Alaska wil omdat het daar zuiverder, witter is. Terwijl de hele wereld bezwijkt onder het gewicht van de overbodige comsumptierommel en zelfs Alaska daar niet aan zal ontsnappen.

Rayette : I’m gonna play it again.
Bobby : You play that thing one more time, I’m gonna melt it down into hairspray.
Rayette : Let me play the other side then.
Bobby : No, Rayette, it’s not a question of sides. It’s a question of musical integrity.

[1] Een compositie van  Bobby Braddock and Curly Putman en een nummer één hit voor Tammy Wynette in mei 1968. “Country music historian Bill Malone wrote that Wynette’s own tumultuous life (five marriages) “encompassed the jagged reality so many women have faced.” Therefore, he asserts that Wynette identified so well with “D-I-V-O-R-C-E”; her rendition, Malone wrote, is “painfully sincere—there is no irony here—and if there is a soap opera quality to the dialogue, the content well mirrors both her own life and contemporary experience.””

ZERO DE CONDUITE: SCHADUWEN

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur met zachte hand in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: I’m all alone, won’t you give all your sympathy to mine? / Tell me a story about how you adore me / Live in the shadow, see through the shadow / Live through the shadow, tear at the shadow / Hate in the shadow and love in your shadowy life.

De schaduw is je meer nabij dan je beste vriend, dan je geliefde. Toch vergeet je hem negen keren op tien. Je ziet hem vaak zonder hem te zien. Ik weet alles van je, zegt hij. Maar je luistert niet. Of toch wel? Hoe ouder je wordt, hoe groter en donkerder de schaduw.

Onheilspellende wolken werpen een schaduw op een idyllisch tafereel dat je je nog maar net begon voor te stellen. Een soort van déjeuner sur l’herbe, moest het worden. Daar had je die verdomde schaduw al, donkere hond in het liefdesspel. Hoor je zijn gegrom, zijn gehuil als van een Limburgse wolf? Nee, van een blueszanger uit Mississippi. Van een gitaarsolo van Neil Young, van Hubert Sumlin’. Die niet, zeg je, dat was meer een kleine rode haan. In een lange hete zomer zonder een spoor van wat voor schaduw dan ook. Te lui om te kraaien, ook nog.

Weet je wat, niet alleen in donkere straten is het gevaarlijk. Ook daar waar de schaduw blijft hangen. Op de Quai des brumes in Le Havre en On the Waterfront. In het Manchester van A Kind of Loving. Als er geen liefde meer over is en je bent alleen, en niemand reikt je de hand. Dan is hij daar, de donkere schaduw. Wees op je hoede als je smacht naar erkenning, en meer nog naar roem. Denk aan De schaduw, dat onovertroffen verhaal van Hans Christian Andersen. Je schaduw kan zich los van je maken en met de dag donkerder en sterker worden, zodat jij op den duur de schaduw van je schaduw wordt en hij, je schaduw, met de beloning en de eer voor al je zwoegen gaat lopen.

De schaduw weet het allemaal. Ook al denk je dat het maar een schaduw is, niet meer dan dat.

Maar goed. Laten we deze sombere schaduwachtige gedachten wegjagen met het licht van de muziek en het sprankelen van de verbeelding. Met muziekteksten die aan de altijd aanwezige schaduw ontrukt zijn. Veel luisterplezier.

The Shadow Knows – The Coasters – The Coasters’ Greatest Hits – Leiber/Stoller

The Shadow Of Your Smile – Astrud Gilberto – The Shadow Of Your Smile – Mandel/Webster

Purple Shades – Cannonball Adderley – Julian “Cannonball” Adderley – Frank Lavere/Lew Douglas/Phil Dooley

Shadows – Roy Ayers – Daddy Bug – Roy Ayers

Blue Shadows – Lowell Fulson – The Blues Come Rollin’ In: 1952 – 1962 Recordings – Lloyd Glenn

Shady Lane – Champion Jack Dupree – New Orleans Barrelhouse Boogie – Jack Dupree

The Dark End Of The Street – James Carr – The Complete Goldwax Singles, Volume 2 1966-1967 – Moman/Penn

Shiftless, Shady, Jealous Kind Of People – The O’Jays – Back Stabbers – K. Gamble/L. Huff/J. Whitehead/G. McFadden

Standing In The Shadows Of Love – Four Tops – Four Tops Reach Out – Lamont Dozier/Brian Holland/Edward Holland Jr.

Have You Seen Your Mother, Baby, Standing In The Shadow? – The Rolling Stones – Big Hits (High Tide And Green Grass) – Mick Jagger/Keith Richards

Tombstone Shadow – Creedence Clearwater Revival – Green River – John Fogerty

Shadows – The Electric Prunes – Too Much To Dream Original Group Recordings: Reprise 1966-1967 – Gordon/Phillips

A Thousand Shadows – The Seeds – A Faded Picture – Hooper/Savage/Saxon

Shades Of Orange – The End – The Psychedelic Scene – Peter Gosling/Bill Wyman

Shadows Breaking Over My Head – The Left Banke – There’s Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969 – Mike Brown/Steve Martin

A Whiter Shade Of Pale – Procol Harum – A Whiter Shade Of Pale – Keith Reid/Gary Brooker

Shadow – R. Dean Taylor – Indiana Wants Me – Taylor

Fate Full of Shadow – Peter Lewis – Peter Lewis – Peter Lewis

Shadow On A Harvest Moon – Everything But The Girl – Idlewild – Tracey Thorn

Dry Grass & Shadows – Alela Diane – To Be Still – Alela Diane

Blue Shadows – Jimmie Dale Gilmore – One Endless Night – Jimmie Dale Gilmore/Hal Ketchum

An Awful Shade Of Blue – Tarnation – Mirador – Paula Frazer

I Got My Shadows – The Delines – Colfax – Willy Vlautin

Soulful Shade Of Blue – Neko Case – The Tigers Have Spoken. – Buffy Sainte-Marie

Cast A Shadow – Yo La Tengo – Genius + Love = Yo La Tengo – Beat Happening

Shadow In The Way – Tift Merritt – Tambourine – Tift Merritt

Shadowland – Steve Earle – Jerusalem – Steve Earle

Complicated Shadows – Elvis Costello & The Attractions – All This Useless Beauty – Elvis Costello

Shadowplay – Joy Division – Unknown Pleasures – Joy Division

Shadow Of A Doubt – Sonic Youth – EVOL – Sonic Youth

Shades Of Blue – Steve Wynn – Here Come The Miracles – Linda Pitmon/Steve Wynn

Night Shade – The Rain Parade – Beyond The Sunset – M.Piucci/S. Roback

No Shade In The Shadow Of The Cross – Sufjan Stevens – Carrie & Lowell – Sufjan Stevens

Strange Religion – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan

Shade And Honey – Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain – Mark Linkous

Shadow Underneath – The Handsome Family – Singing Bones – Rennie Sparks/Brett Sparks

The Shade – After the Heat – Eno, Moebius, Roedelius –  Eno, Moebius, Roedelius

Turn The Whole World On Just For A Moment… – Edie Sedgwick – Ciao! Manhattan –  Edie Sedgwick

Samenstelling, research en schaduwfoto’s: Martin Pulaski

HOTEL MONTE VISTA

Enkele dagen geleden zag ik in het gezelschap van mijn vrienden Eddie en Jan in Cinema Palace op de Anspachlaan Dreaming Walls van Maya Duverdier en Amélie van Elmbt. Het is een oprechte en ongewone documentaire over het legendarische Chelsea Hotel in New York, al meer dan een eeuw een toevluchtsoord voor bohemiens, muzikanten, prostituees, kunstenaars en junkies. Van een aantal beroemdheden die er resideerden ken je de namen: Dylan Thomas, Thomas Wolfe, Leonard Cohen, Janis Joplin, Patti Smith, Robert Mapplethorpe, Tennessee Williams, Arthur C. Clarke, Nico, Andy Warhol, Viva Auder (actrice en schrijfster van het fantastische boek Superstar), Gaby Hoffman (dochter van Viva [1]), Charles R. Jackson (schrijver van The Lost Weekend), Sam Shepard, Bob Dylan (die er naar eigen zeggen Sad Eyed Lady Of The Lowlands schreef) en Harry Everett Smith, samensteller van de invloedrijke Anthology of American Folk Music, uitgebracht in 1952.

Wat in Dreaming Walls vooral wordt belicht zijn de schaarse, voornamelijk bejaarde bewoners van het gebouw die er kost wat kost willen blijven tijdens – en ondanks – de ingrijpende verbouwingen. In de nabije toekomst wordt het Chelsea Hotel een plek voor de rijken, zij die veel dollars willen neertellen om enkele dagen de rol van kunstenaar of hoer te mogen spelen. Voor de laatste Mohikanen die er nog wonen is blijven de enige optie. Zij hebben geen geld om waar dan ook nog naartoe te kunnen gaan. Zowat heel Manhattan is een stad voor de superrijke elite geworden. Af en toe zat ik met een krop in de keel naar de verhalen van deze extravagante enkelingen te luisteren. Al is de documentaire visueel evenzeer een parel. Ik vind het een van de betere Belgische films. Hij haalt net niet het niveau van het werk van Chantal Akerman en André Delvaux, maar dat is dan ook geen sinecure. Mogelijk was ik zo verrukt omdat ik al drie jaar in geen bioscoop meer was binnengestapt.

Toen ik wat over Dreaming Walls zat te praten dacht ik opeens aan een ander hotel, waar Agnes en ik in september 1993 een drietal dagen logeerden: het Monte Vista Hotel in Flagstaff, Arizona. Dat was tijdens een reis door het westen van de Verenigde Staten. Op slag wilde ik meer weten, niet alleen over die fantastic voyage, een hoogtepunt in mijn leven, maar vooral over dat éne hotel. Na wat speurwerk in mijn archief stelde ik vast dat ik tijdens die trip van vijfentwintig dagen niet één woord heb genoteerd. In het archief heb ik in mijn handschrift alleen een telefoonnummer van een taxi gevonden. Meer niet. Gelukkig heb ik wel heel wat andere documenten, vliegtuigtickets, kaartjes van de Greyhound bussen, rekeningen van hotels en zo meer (her)ontdekt.

Wij kwamen in Flagstaff aan op 14 september 1993. We hadden die morgen de Greyhound bus genomen in Albuquerque, New Mexico. In Albuquerque, nu een metropool en bekend door de series Breaking Bad en Better Call Saul, hadden we alleen maar het miezerige Rattlesnake Museum bezocht en lekker gegeten in wat toen nog Conrad Hilton Hotel was [2]. Terwijl de helft van de huidige inwoners van Albuquerque dealers lijken te zijn en de andere helft aan de crystal meth zit, viel daar toen geen barst te beleven. Waarom was het een stopplaats op onze reis geweest? Omdat Neil Young er een song [3] over heeft geschreven? Heel goed mogelijk.

De rit van Albuquerque naar Flagstaff, grotendeels over de legendarische Route 66, duurde lang, ongeveer zeven uur, herinner ik mij, maar de panorama’s onderweg waren adembenemend. Je rijdt door mythische landschappen als het Petrified Forest, de Navajo territoria – en uit liedjes en films bekende stadjes als Gallup, Winona en Winslow.

Flagstaff was in 1993 nog een stad die het bezoeken waard was. Van daaruit kon je met een bus van de Navajo-Hopi Indianen naar de Grand Canyon. Ik heb een lijst van alle hotels waar we tijdens die reis verbleven. Onze reisagent, Ictam in Brussel, had die voor ons uitgeprint en ik heb hem hier voor me liggen. Merkwaardig dat alleen het Monte Vista Hotel in Flagstaff erop ontbreekt. Toch ben ik er zeker van dat wij er geweest zijn. Ik kan het zelfs bewijzen: ik heb er foto’s van en ik heb een factuur teruggevonden. Al even merkwaardig is dat we de Alan Ladd Room toegewezen kregen, kamer 308. Want Alan Ladd was mijn favoriete acteur toen ik vijf of zes jaar was. Mogelijk was hij mij opgevallen in de film Shane, hoewel die al in 1953 uitkwam; toen was ik drie en nog niet vertrouwd met revolverhelden, ook niet met die met een goed hart als Shane. Alan Ladd verbleef echt in kamer 308 in het Monte Vista. Ladd was niet de enige filmster die zich daar ophield. Dat wist ik toen niet maar nu wel. Ook John Wayne, Barbara Stanwick, Humprey Bogart, Spencer Tracy, Clark Gable en Esther Williams waren er te gast. O ja, er waren nog meer beroemde logés: Michael Stipe, Zane Grey (auteur van onder meer de roman “Riders of the Purple Sage”[4]), Siouxsie Sioux, Debbie Reynolds, Jane Russell, Gene Tierney en mijn favoriete acteur Lee Marvin. Jammer dat ik geen deel kan uitmaken van het geheime genootschap The Sons Of Lee Marvin: je moet namelijk op hem lijken om erbij te mogen horen. Neil Young is echter wel lid en ik zie geen enkele gelijkenis met de enige en echte Lee Marvin. [5]

Tijdens mijn opzoekingen ontdekte ik nog meer. Naast Hollywoodsterren, schrijvers en muzikanten verbleven er een aantal rare snuiters in het Monte Vista. Bovendien blijkt het er te spoken. In kamer 220 woonde lange tijd de Meat Man. Het was diens gewoonte rauw vlees aan de kroonluchter te drogen te hangen. In kamer 305 wordt af en toe de geest van een vrouw gezien, zittend in een schommelstoel bij het raam. In kamer 306 werden lang geleden, toen in de buurt van het hotel de prostitutie nog welig tierde, twee hoeren vermoord en door het raam naar beneden geworpen. Onder meer John Wayne heeft voor de deur van kamer 210 ooit een spookachtige piccolo gezien. De westernheld kreeg er allesbehalve de daver van op het lijf. Wat ook niet te verwachten was. That‘ll be the day! Andere gasten bevestigen dit verhaal over die Phantom Bellboy. In de Cocktail Lounge wordt soms een dansend stel gezien. Altijd dansen zij naakt op Bertha, Dark Star en andere songs van the Grateful Dead en ze schamen zich voor niemand. Drie mannen die een bank in de buurt van het hotel hadden beroofd kwamen in diezelfde lounge hun dollars opdrinken. Een van de drie dronk zoveel Heaven’s Door Whisky dat hij van zijn barkruk viel, morsdood. Niemand weet wat met de andere twee dronken rovers gebeurde. Ik las ooit dat The Ballad of Frankie Lee and Judas Priest over de twee mogelijk nog steeds voortvluchtige bandieten gaat, maar dat is ongetwijfeld fake news en post truth. Ook de bewering dat sommige scenes van Casablanca in een van de kamers van het roemruchte hotel werden gefilmd lijkt me vergezocht.

Toen wij er logeerden werden we op een ochtend wakker met bloedvlekken op onze kleren. Hoe was dat mogelijk? We waren de avond tevoren alleen maar naar een concert van Dwight Yoakam – met een wel heel sexy Carlene Carter als opener – geweest. Zijn A Thousand Miles from Nowhere was in die tijd een grote hit in de Verenigde Staten. Daarna nog een drankje in de bar en dan naar bed. Omdat we maar weinig kledij hadden meegebracht – veel ging er in onze rugzakken niet in – moesten we die dag naar de Sno-Flake Dry Cleaner and Shirt Laundry in North Elden Street, gelukkig niet ver van het hotel. Wat verder, in South San Francisco Street had je de winkel Cheap Clothes. Zoals te verwachten en te voorzien was, was nagenoeg alles er spotgoedkoop en lelijk. Gelukkig had ik nog een T-shirt van het Rattle Snake Museum in Albuquerque, en Agnes had er een met een afbeelding van Billie Holiday op, die ze ook als jurk kon dragen. Over het concert van Dwight Yoakam en ons bezoek aan de Grand Canyon schreef ik eerder al een stukje. Tijdens de terugrit met de Indianen zagen we niet al te hoog in de lucht boven Arizona een UFO vliegen. Zelden heb ik zoveel sterren gezien als die avond op weg naar Flagstaff. De volgende ochtend namen we de Greyhound naar Phoenix. Bijna vergaten we onze kleren te gaan afhalen bij Sno-Flake Dry Cleaner and Shirt Laundry. De bloedvlekken waren netjes verwijderd.

[1] “Gaby Hoffmann recalled, “I grew up in downtown New York in the ’80s. I have a friend who grew up with me, and she puts it well. She says, ‘If you grew up where we grew up, if you weren’t an artist, a drag queen, queer, or a drug addict, then you were the freak.’ I grew up in a world where I guess what is considered unusual or abnormal for the rest of America was very much considered the norm.” She also reported in an interview that there had been gunfire and a rape at the hotel shortly before they moved out.”

[2] Het eerste Hilton hotel buiten Texas, gebouwd in 1939, nu Hotel Andaluz.

[3] Op Tonight’s The Night, verschenen in juni 1975 op het Reprise label.
“So I’ll stop when I can
Find some fried eggs and country ham
I’ll find somewhere
Where they don’t care who I am
Oh, Albuquerque
Albuquerque.”

[4] Waar de Californische countryrock band The New Riders Of The Purple Sage zijn groepsnaam vond. Hun eerste, voortreffelijke elpee verscheen in 1971. De toenmalige leden waren John Dawson, David Nelson, Dave Torbert, Jerry Garcia en Spencer Dryden.

[5] Founding member and film director Jim Jarmusch explained, “If you look like you could be a son of Lee Marvin, then you are instantly thought of by the Sons of Lee Marvin to be a Son of Lee Marvin”. 

Foto’s: Martin Pulaski, september 1993. Documenten uit het archief van Matti Brouns.

KANSAS CITY, KANSAS

Little Willie Littlefield en Peewee Crayton

Bij ons is het alweer een magnifieke herfstdag en toch wil ik zomaar opeens graag ergens in Zweden of Noorwegen zijn. Zelfs in het laat 19de-eeuwse Rusland, voor de revolutie en de oorlogen. Ja, zowaar onderduiken wil ik in een of ander naargeestig stuk van Tsjechov, Strindberg of Ibsen, of in een ziel-zoekende film van Bergman. Donker, dat wel, maar de personages lijken nooit te zullen sterven en als ze al hoesten is het eerder kuchen, heel lichtjes, met een fijn zakdoekje voor de mond. Ook al gaat het over de dood en het eeuwige zwijgen, iets wat Franse filosofen onbekend is, toch blijft het enigszins lichtvoetig en luchtig, als slaapkamers die net zijn schoongemaakt, met de hoofdkussens opgeschud en weer zoals dat hoort in hun witte zijden slopen op hun plaats gelegd.

Ondertussen zitten aan een toog in het eeuwige Kansas City, Kansas uitgelaten venten hun whisky te drinken. Het moet in een bar zijn op de hoek van 12th Street & Vine. In hun glazen whiskey met een e maar ze noemen het goedje gaarne Kansas City Wine. Ze hebben bloeddoorlopen ogen en leven niet veel langer dan een vlinder, een mus die van het stadsbestuur gif wordt toegediend. Op de jukebox niets dan liedjes over lust en ongenoegen. They got a crazy way of loving. In dat Kansas City van Jerry Leiber en Mike Stoller zou ik nu ook wel eens een kamer willen vinden. Zou de Reno Club, waar Charlie Parker werd uitgejouwd nog bestaan? Zou Gene Clarks Kansas City Southern nog rijden, zou je zijn eenzaam en ver weg gefluit nog ergens kunnen horen?

Ach jongen, wat maakt het uit. Het zit allemaal in je hoofd en nergens anders. Maak je maar niet druk. Je zit in je kamer en straks is er vis en witte wijn.

ON THE ROAD AGAIN

Ik lees af en toe een stukje in The Philosophy of Modern Song van Bob Dylan. Het hele boek in een keer uitlezen, waar ik wel zin in heb, zou zonde zijn. Een fles Heaven’s Door drink je toch ook niet in één zitting uit? Al deed ik dat tientallen jaren geleden wel eens – in gezelschap van vrienden – met Old Grand-Dad bourbon, maar dat was dan ook de uitverkoren Kentucky whisky van John Steinbeck en van tal van personages in het werk van Cormac McCarthy. Zelf heb ik al jaren geen druppel Old Grand-Dad meer aangeraakt. Al mijn drinkebroers zijn dood en ik drink alleen nog wijn en Martini Bianco, met mate. Old Grand-Dad is nu in handen van een Japanse multinational, waarvoor de in ongenade gevallen acteur Bill Murray ooit nog reclame maakte (in Sofia Coppola’s romantische komedie Lost In Translation uit 2003).

Ik las net het stuk over On The Road Again van Willie Nelson. Dat lied vind je terug op de elpee Honeysuckle Rose, de soundtrack bij de gelijknamige film van Jerry Schatzberg die uitkwam in 1980. Slim Pickens speelt erin mee. Ik ben alweer diep onder de indruk van Dylans wijze en soms grappige woorden. Van zijn proza vol onverwachte en niet te overtreffen gedachtesprongen en verwijzingen. Onder meer naar On the Road van Jack Kerouac “the iconic beat generation masterpiece” en naar Van Morrisons Hard Nose The Highway. Omdat Van per vliegtuig reist zal hij niet goed weten hoe het leven aan boord van een tourbus werkelijk is, maar hij zal er beslist al over hebben horen vertellen, aldus Dylan.
On The Road Again gaat inderdaad over het leven van reizende muzikanten, over de dagen en nachten doorgebracht in een tourbus. Het soort vehikel dat wij sedentaire mensen alleen van de buitenkant kennen (en uit de onvergetelijke rockfilm Almost Famous). Bob Dylan schrijft er uiteraard met kennis van zaken over. Je zit meteen samen met Bob en met Willie en met de hele band en nog wat groupies erbij – denk aan Kate Hudson – in die bus. Het is duidelijk dat de schrijver van The Philosophy Of Modern Song van dat leven houdt. Niemand maakt zich daar boos op je omdat je de vuilnis vergat buiten te zetten. “When you’re on the road, you’re living the life you love. “ En vooral dit: “You give pleasure to other people and you keep your grief to yourself.”

De stukken die ik al las gaan meer over Onze Held dan over de song die er het onderwerp van is. Dat is ook met On The Road Again het geval. Al krijg je meteen zin om niet alleen dàt nummer van de outlaw te beluisteren, maar zowat alles wat je van hem in huis hebt. Je zou zelfs Honeysuckle Rose nog wel een keer willen zien, met een glas Old Grand-Dad erbij, of liever nog een hele fles Heaven’s Gate.


ZERO DE CONDUITE: DEPARTURES

Tony Allen

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur met zachte hand in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Without going out of my door / I can know all things of earth /  Without looking out of my window / I could know the ways of heaven / The farther one travels / The less one knows.

Vanavond vertrekken we. We reizen af naar voor westerse popmuziek minder voor de hand liggende regio’s. Eerst willen we nog even ademhalen onder de blauwe hemelen van het Verre Westen, dat van onze kinderdromen. Daar doemt het ons al wat beter bekende Iowa op. Kijk daar, dat is Chief White Cloud. Met Barry Brown, Queequeg en Cherie O. Baby varen we naar Jamaica, waar je net niet uit een palmboom valt (na het drinken van ettelijke Negroni’s, ja die hebben ze in Kingston ook). In het gezelschap van Christa Päffgen en een koppige ezel trekken we van Ibiza naar de rand van een donkere woestijn. De nacht is ingevallen. Geen enkele ster, zelfs geen tweelingen. We zwerven door het roemruchte Transsylvanië, geen Graaf Dracula noch een Nicolae Ceaușescu te bespeuren, en ontdekken de stad Cluj-Napoca. Heel wat verder nog ligt Chiang Mai, de grootste stad van Noord-Thailand.

Samen met met Gigi, alias Ejigayehu Shibabaw, ontdekken we Ethiopië. Nusrat Fateh Ali Khan laat ons het eeuwenoude gezang van Pakistan horen, al klinkt het eerder eigentijds, waar we ook Arooj Aftaab terugvinden. Met Judy Nylon en Patti Palladin (Snatch) verwijlen we even in de jungle van Judy. Of bestaat die niet langer? Met Geeta Dutt, de godin van Bollywood, bereiken we buurland India, waarna we naar Europa terugkeren. Met Hope Sandoval eten we Beiers vruchtenbrood, in Londen luisteren we naar een lied van William Blake (dat ik toen ik jong was graag mocht reciteren, mezelf begeleidend op een Japanse Gibson gitaar), en met Neil Young nemen we afscheid van diezelfde bard. In Griekenland luisteren we in een illegale bar naar rembetika, in Frankrijk weerklinkt chanson, wat wil je, en romantisch gezang over de schone van Cadiz. Jacques Brel herinnert ons aan onze Noordzee. Met David Lynch stijgen we naar de hemel op, waar we oog in oog komen te staan met de Engelse componist en virginalist Giles Farnaby. Met Jeff Tweedy reizen we naar het Oosten van het Westen en samen met hem en zijn vrienden logeren we in het New Yorkse hotel Chelsea. De mooie en tragische heldin Edie Sedgwick doet ons even terugdenken aan Dylan Thomas en aan de Arabische drums in Sad Eyed Lady of the Lowlands en neemt dan voor altijd afscheid van ons. We zijn weer thuis, zoals Wim T. Schippers dat zo mooi kon zeggen.

Veel reis- en luisterplezier.

Nusrath Fateh Ali Khan

Arc Of Flight – Bruce Kaphan – Slider – Ambient Excursions For Pedal Steel Guitar – Bruce Kaphan

Better Things To Think About – Ry Cooder – The Long Riders: Original Motion Picture Soundtrack – Trad. Arr. Ry Cooder

Early Morning Song – Bridget St. John – Songs For The Gentle Man – Bridget St John

My Only Child – Nico – Desertshore – Nico

Mon père disait – Jacques Brel – Jacques Brel 67 – Brel, Jacques

On My Way To Kolozsvár Town – Muzsikás – Blues For Transylvania – Trad.

Femme Fatale – Tracey Thorn – A Distant Shore – Tracey Thorn

Salad Days – Young Marble Giants – Colossal Youth – Stuart Moxham/Alison Statton

Trial by Fire – Snatch – Snatch – Nylon/Palladin

Spend, Spend, Spend – The Slits – Cut – Arianne Foster/Viviane Albertine/Paloma Romero/Tessa Pollitt

Hollow Music – Fred Frith – Guitar Solos – Fred Frith

The Dogs Outside Are Barking – Arthur Russell – Iowa Dream – Arthur Russell

Above Chiangmai – Brian Eno & Harold Budd – Ambient 2: The Plateaux Of Mirror – Brian Eno

Hello, Are You There? – Jeff Tweedy – Chelsea Walls – Jeff Tweedy

Time For You To Leave, William Blake.. – Neil Young – Dead Man Soundtrack- Neil Young

How Sweet I Roamed – Acetone – 1992-2001 – Acetone

Drop – Hope Sandoval & The Warm Inventions – Bavarian Fruit Bread – William Reid

Moyege – Tony Allen – Lagos No Shaking – Tony Allen

Tew Ante Sew – Gigi – Gigi – Ejigayehu Shibabaw

Far East – Barry Brown – Reggae Anthology: The Channel One Story  – Barry Brown

Mustt Mustt – Nusrat Fateh Ali Khan – Mustt Mustt – Nusrat Fateh Ali Khan

Diya Hai – Arooj Aftab Feat. Badi Assad – Vulture Prince – Arooj Aftab

Within You, Without You (Instrumental) – The Beatles – Anthology 2 – George Harrison

Na Jao Saiyan – Geeta Dutt – Golden Voices From The Silver Screen – Hemant Kumar

Sti Filaki (In de gevangenis) – Rosa Eskenazi – Rembetika – Songs Of The Greek Underground 1925-1947 – Rosa Eskenazi

We Are Normal – Bonzo Dog Doo-Dah Band – The Doughnut In Granny’s Greenhouse – Neil Innes/Vivian Stanshall

Dog Better Than Man – Viper – Soul Jazz Records Presents: Calypso: Musical Poetry In The Caribbean 1955-69 – Viper

Zing! Went The Strings Of My Heart – Lew Stone & His Band – Pennies From Heaven – James F. Hanley

A Guy What Takes His Time – Mae West – Movie Music: The Definitive Performances – R. Rainger

La môme caoutchouc – Jean Gabin – Les plus belles chansons du cinéma – Carl Maria Von Weber/Maurice Yvain

La belle de Cadix – Luis Mariano – Les plus belles chansons du cinéma – Françis Lopez/R. Vincy/Marc-Cab/M. Vanda

In Heaven (Lady In The Radiator Song) – David Lynch & Alan R Splet – Eraserhead Original Soundtrack – Peter Ivers/David Lynch

Scorpio’s Theme – Lalo Schifrin – Dirty Harry: Music From The Motion Pictures – Lalo Schifrin

Sing Swan Song – Can – Ege Bamyasi – Can/Damo Suzuki/Holger Czukay/Irmin Schmidt/Jaki Leibezeit/Jaki Liebezeit/Michael Karoli

Room 101 – Chrome – Red Exposure – Helios Creed/Damon Edge

Giles Farnaby’s Dream – Penguin Cafe Orchestra – Preludes Airs & Yodels – Simon Jeffes

Dirty Old Town – Ewan MacColl – An Introduction To Ewan McColl – MacColl

Turn The Whole World On Just For A Moment… – Edie Sedgwick – Ciao! Manhattan –  Edie Sedgwick

The White Cloud, Head Chief of the Iowas


Samenstelling en research: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: EEN WANDELING IN HET PARK

Serralves, Porto. 11 november 2012


Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: It’s just a rumour that was spread around town / Somebody said that someone got filled in / For saying that people get killed in / The result of this shipbuilding / With all the will in the world / Diving for dear life.

Bij de samenstelling van deze aflevering van Zéro de conduite stelde ik me voor dat ik in een mooi park wandelde, Hampstead Heath in Londen bijvoorbeeld, en dat de gedachten, dagdromen en invallen die er tijdens die wandeling in mijn hoofd zouden opkomen begeleid zouden worden door songs. Of dat ze mijn gedachtestroom – zeker in het geval van gepieker over armoede, ziekte en dood – zouden doorbreken. Van welke liedjes ik in mijn denkbeeldig park tijdens mijn fantasmagorische wandeling graag wilde horen maakte ik een lijst: liedjes voor een wandeling in het park. Het is geen platonische lijst geworden met daarin de absoluut allermooiste liederen voor zo’n promenade; dat zou onmogelijk geweest zijn. Niemand kan vrijblijvende lijsten maken. We leven in onze eigen tijd en worden of we het nu willen of niet op elk ogenblik beïnvloed door wat ons omgeeft. Een uitgesproken inspiratiebron was een interview met de begenadigde bass explorer Danny Thompson – uit Battersea, waar het romantische Battersea Park met de London Peace Pagoda is gelegen – in het maandblad Mojo. Danny Thompson is 83 maar zijn geest (brain) is nog 18, zegt hij. Hij speelde contrabas bij talloze legendarische muzikanten en bands, waaronder John Martyn, Pentangle, Tim Buckley, Nick Drake, Richard Thompson, Incredible String Band, Paul Weller en Kate Bush. Op die manier zijn er nogal wat nummers waarop Danny Thompson de contrabas hanteert in de lijst binnengeslopen. Met dank aan interviewer Tom Doyle. De meeste songs voor deze wandeling mogen met enige ironie easy listening worden genoemd, al zijn ze dat soms op een wat perverse manier. En er is natuurlijk op de achtergrond – die soms voorgrond wordt – de oorlog. Vandaar de traditional Oh Death, Elvis Costello’s en Clive Langer’s Shipbuilding, Jeff Tweedy’s War on War en zelfs All The Neon Lights Are Blue van de o zo miskende zanger en componist Mickey Newbury. Tim Buckley’s The Earth Is Broken (live in Londen) spreekt dan weer boekdelen over wat wij met de aarde hebben gedaan. Dat stel je zelfs vast als je in het allermooiste park je zorgen probeert te vergeten, luisterend naar het gekwinkeleer van de vogels of plots oog in oog staand met een prerafaëlitische engel. Wandelend in een park kun je verlangen naar een andere wandeling in een ander park, of in een paradijselijke tuin, zoals die van Serralves in Porto. Wat in deze pastorale aflevering zeker niet mocht ontbreken is Walk in the Park van Victoria Legrand en Alex Scally, beter bekend als Beach House.

Veel luisterplezier.

Opgedragen aan Danny Thompson. Long may you run.

Hampstead Heath, Londen. 25 juni 2014

The Earth Is Broken – Tim Buckley – Dream Letter: Live In London 1968 – Tim Buckley

Summer Dress – Ryley Walker – Primrose Green – Ryley Walker

Absinthe – Beth Orton – Comfort Of Strangers – Beth Orton

Sleeping Me Awake – James Elkington – Ever-Roving Eye – James Elkington

Summer Heat – Bert Jansch – When The Circus Comes To Town – Bert Jansch

Lord Franklin – Pentangle – Cruel Sister – Trad. arr. B.Jansch/J.Renbourn/D.Thompson/T.Cox/J.McShee

In A Crowd – The Modern Jazz Quartet – The Sheriff – John Lewis

Solid Air – John Martyn – Solid Air – John Martyn

River Man – Nick Drake – Five Leaves Left – Nick Drake

Os Dias São À Noite – Madredeus – O Paraíso – Pedro Ayres Magalhães

Shipbuilding – Robert Wyatt – Panic – Elvis Costello/Clive Langer

In Florida – Jake Xerxes Fussell – Good And Green Again – Jake Xerxes Fussell

The Mad Hatter’s Song – Incredible String Band – The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion – Robin Williamson

Alabama Bound – The Charlatans – The Amazing Charlatans – Traditional

Oh Death – Kaleidoscope – Side Trips – John William Reedy

All The Neon Lights Are Blue – Mickey Newbury – Blue To This Day – Mickey Newbury

Journey in Satchindananda – The Third Mind – The Third Mind – Alice Coltrane

Never Learn Not To Love – The Beach Boys – 20/20 – Dennis Wilson/Charles Manson

Sylvia Said [1995 Remix] – John Cale – Fear – John Cale

In My Other World – Julee Cruise – The Voice Of Love – Julee Cruise/Louis Tucci

Walk In The Park – Beach House – Teen Dream – Alex Scally/Victoria Legrand

Constellation – Calexico – El Mirador – Joey Burns

Mount Airy Hill (Way Gone) – Kurt Vile – (watch my moves) – Kurt Vile

Listen To Me – Micah P Hinson – All Dressed Up And Smelling Of Strangers – Charles Hardin/Norman Petty

Surfin’ USA – The Jesus And Mary Chain – Darklands [Disc 2] – Chuck Berry/Brian Wilson

Little Honda – Yo La Tengo – I Can Hear The Heart Beating As One – Mike Love/Brian Wilson

War On War – Low – Wilco Covered – Tweedy

End of the Season – The Kinks – Something Else by the Kinks – Ray Davies

Edie Sedgwick – Turn The Whole World On Just For A Moment… – Ciao! Manhattan – Edie Sedgwick

Hampstead Heath, London. 25 juni 2014


Research, samenstelling en foto’s: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: BURNING HELL

Little Walter

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Well, my temperature rises and my feet don’t walk so fast / Yes, my temperature rises and my feet don’t walk so fast / Well, this Arabian doctor came in, gave me a shot / But wouldn’t tell me if what I had would last.

De hel is geplaveid met goede voornemens en je hoort er naar het schijnt alleen maar blues uit het midden van de twintigste eeuw (en ouder). Bovendien loop je daar louter anderen tegen het vege lijf. Mijn goed voornemen was om vandaag de trein naar Antwerpen te nemen en eindelijk weer live aan de slag te gaan. Aan de slag? Ik ben echter thuis gebleven. Waarom? Vanwege nothing but the blues, maar je mag het ook uitputting noemen. Einde van het Latijn. Ik neem aan dat ik op een dag het licht weer zie, maar die dag is zeker nog niet vandaag. Van de nood heb ik een deugd gemaakt, van de blues een programma, al zit in mijn selectie ook heel wat zogeheten bluesrock. De echte blues, of wat je zo zou kunnen noemen, heb ik pas laat leren kennen. In mijn jeugd had ik maar één zwarte bluesplaat, een live album van B.B. King. De rest van mijn blues was allemaal wit. Ik geloof niet dat het een geval van jeugdig racisme was. De eerste single die ik ooit aanschafte – in 1962 – was er een van Ray Charles. Het probleem was vooral, meen ik mij te herinneren, dat je geen oorspronkelijke blues op de radio hoorde, je vond weinig of geen zwarte blues in de platenwinkels, er werd ook slechts incidenteel over geschreven, tenzij in gespecialiseerde blaadjes (die ik niet kende). Zoals zoveel van mijn generatiegenoten heb ik de blues leren kennen van de langspeelplaten en singles van the Rolling Stones, the Pretty Things en Them. En ik moet hier zeker ook Cuby & the Blizzards vermelden. Harry Muskee had een authentieke bluesstem, Eelco Gelling was een voortreffelijke gitarist. Je had natuurlijk ook John Mayall & the Bluesbreakers, the Yardbirds, Fleetwood Mac, Chicken Shack en wat later Led Zeppelin, en nog een hele resem andere rockbands van wie het repertoire gebaseerd was op de blues. Al deze witte bands, zangers, muzikanten, maakten mij warm voor de oorspronkelijke muziek uit Chicago, Memphis, de Mississippi Delta, New Orleans en talloze andere steden en dorpen in de VS. En zo kwam het dat ik uiteindelijk toch op zoek ging naar platen van Muddy Waters, Little Walter, Howlin’ Wolf, John Lee Hooker en andere giganten. Inmiddels waren de jaren zeventig begonnen en had ik een soort van baard. (Best mogelijk dat ik dit verhaal al eerder heb verteld.)

If I’m feelin’ tomorrow
Like I feel today
I’m gonna pack my suitcase
‘Cause I’m troubled
I’m all worried in mind
And I never been satisfied
And I just can’t keep from cryin’


Bij de keuze van de onderstaande songs ben ik snel en intuïtief te werk gegaan. Op een andere dag had mijn lijst er waarschijnlijk helemaal anders uitgezien. Op nog een andere dag had ik helemaal geen blues gekozen, maar liedjes over filmsterren, aardbeien, wolkenkrabbers, zeilboten of Rock Werchter. Stemming bepaalt ons leven.

Veel luisterplezier.

Cuby (Harry Muskee), Eddie Boyd, John Mayall

This Land Is Your Land – Woody Guthrie – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Woody Guthrie

Long Road To Travel – Lonnie Johnson – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Lonnie Johnson

Mean Old World – T-Bone Walker – T-Bone Blues – Michael Goldsen/T-Bone Walker

I Can’t Be Satisfied – Muddy Waters – Hard Again – M. Morganfield

Come Back Baby – Little Walter – Blues With A Feeling  – Walter Jacobs

Done Somebody Wrong – Elmore James – The Sky Is Crying – Elmore James

The Sky Is Crying – Cuby + Blizzards – Trippin’ Thru’ A Midnight Blues – Robinson/Lewis/James

Stop – Mike Bloomfield, Al Kooper, Steve Stills – Super Session – J.Ragovoy/M.Shuman

Mellow Down Easy – Butterfield Blues Band – The Paul Butterfield Blues Band – Willie Dixon

Sitting On a Barbed Wire Fence (Take 2) – Bob Dylan – The Best of The Cutting Edge 1965-1966: The Bootleg Series, Vol. 12 – Bob Dylan

Rollin’ And Tumblin’ – Canned Heat – Cook Book – McKinley Morganfield

I Need A Man To Love – Big Brother & The Holding Company – Cheap Thrills – J.Joplin/S.Andrew

Bring It On Home – Led Zeppelin – Led Zeppelin II – Willie Dixon

Dimples – Johnny Jenkins – Ton-Ton Macoute! – James Bracken/John Lee Hooker

Statesboro Blues – Taj Mahal – Taj Mahal – W. McTell

Two Headed Woman – Junior Wells – Walkin’ The Blues – C. Weaver/W. Dixon

Sit And Cry The Blues – Buddy Guy – Walkin’ The Blues – Willie Dixon/Buddy Guy

Sittin’ Drinkin’ And Thinkin’ – Little Junior’s Blue Flames – Sun Records: The Blues Years 1950-1958 [Disc 7] – Herman Parker

Move On Down The Line – Earl Hooker – Sun Records: The Blues Years 1950-1958 [Disc 5] – Earl Hooker

Penitentiary Blues – Lightnin’ Hopkins – Lightnin’ Hopkins (Folkways, 1959) – Lightnin’ Hopkins

Burning Hell – John Lee Hooker – Burning Hell – John Lee Hooker


Don’t Start Cryin’ Now – Slim Harpo – The Best Of Slim Harpo – Moore/West

Left Handed Woman – Jimmy Reed – At Soul City – Jimmy Reed

Who’s Been Talking? – Howlin’ Wolf – The London Howlin’ Wolf Sessions – Chester Burnett

Who Do You Love – Ronnie Hawkins & The Hawks – The Best Of Ronnie Hawkins & The Hawks – Bo Diddley

Stingy Little Thing – Hank Ballard – Singin’ and Swingin’ – Henry Ballard

Finger Poppin’ Time – Lou Ann Barton – Old Enough – Henry Ballard

Light My Fire – Etta James – Call My Name – The Doors

You Shook Me – Jeff Beck – Truth – Jeff Beck

Hound Dog – Paul Burlison – Train Kept A-Rollin’ – Leiber/Stoller

Broke Down Engine – Johnny Winter – The Progressive Blues Experiment – Johnny Winter/A. Fernback

Shake ‘Em on Down – Tarbox Ramblers – Tarbox Ramblers – Traditional

Cold Day In Hell – Lucinda Williams – Down Where The Spirit Meets The Bone – Lucinda Williams

I’m Gonna Kill That Woman – Nick Cave & The Bad Seeds – Kicking Against The Pricks – John Lee Hooker

Long Snake Moan – PJ Harvey – To Bring You My Love – Polly Jean Harvey

Could We – Cat Power – The Greatest – Chan Marshall

Lou Ann Barton

Samenstelling en research: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: HAPPY DAYS

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Mister Sun, you’re so far / Please help me find my wishing star / Only you understand / How lonely I am on the sand / You take me far away from noisy crowds / When I just watch you play, I’m on the clouds.

Dit wordt een verjaardaguitzending. Gisteren werd ik nog maar eens een keer een oudere man. Bovendien debuteerde ik veertig jaar geleden samen met Max Borka als DJ bij deze unieke radio. Zodoende selecteerde ik achtendertig grotendeels vrolijke songs in zowat alle genres die in mijn diverse programma’s aan bod zijn gekomen. Dit is geen selectie van mijn favoriete liedjes, al vind ik ze natuurlijk wel goed; het is mij voornamelijk om de variatie en de sfeer te doen. Hoewel het niet allemaal dansmuziek is kan en mag er gedanst worden. En gedronken, en meegezongen of geïmproviseerd. Je mag bijvoorbeeld een tekst bedenken bij Dat mistige rooie beest, of bij Tea for Two. Een andere mogelijkheid is: een gedicht schrijven over Napoleon Solo en Ilya Kuryakin. Of striptease op Brigitte Bardots Mister Sun. Je ziet maar. In ieder geval moet ik bekennen dat ik van je houd.

Veel luisterplezier!


Good Dog, Happy Man  Bill Frisell – Good Dog, Happy Man – Bill Frisell

Old Man – Neil Young – The Archives Vol. 1: 1963-1972 – Neil Young

Lo And Behold – Bob Dylan & The Band – The Basement Tapes – B. Dylan

One Night Of Love – Karen Dalton – In My Own Time – J. Tate

Loving Cup – The Rolling Stones – Exile On Main Street [Deluxe Edition] – Keith Richards/Mick Jagger

Drinkin’ Wine Spo-Dee-O-Dee – Taj Mahal & Ry Cooder – Get On Board – The Songs Of Sonny Terry & Brownie McGhee – Granville McGhee/J. Mayo Williams

I’m Your Hoochie Coochie Man – Junior Wells – Best Of The Vanguard Years – Willie Dixon

I Love the Life I’m Living – Slim Harpo – The Excello Singles Anthology – J. Moore

High And Lonesome – Jimmy Reed – I´m Jimmy Reed – Jimmy Reed

Wild Man Blues – Louis Armstrong & His Hot Seven – The Best of The Hot 5 & Hot 7 Recordings – Armstrong/Morton

Careless Love Blues – Bessie Smith – The Essential Bessie Smith – W.C. Handy

They Can’t Take That Away From Me – Billie Holiday & Her Orchestra – Lady Day: The Best Of Billie Holiday – Ira Gershwin/George Gershwin

You’d Be So Nice To Come Home To – Coleman Hawkins & Ben Webster – Coleman Hawkins Encounters Ben Webster – Cole Porter

Tea For Two – Art Tatum – Art Tatum baptisé “Chopin Fou” – Youmans/Caesar

Maybe I Should Change My Ways – Duke Ellington – The Duke: The Columbia Years 1927-1962 – J. Latouche/D. Ellington

Let Me Go Home – Sam Cooke & The Soul Stirrers – The Last Mile Of The Way – Unknown

Black Is The Color Of My True Love’s Hair – Nina Simone – Nina Simone At Town Hall – Nina Simone

Save The Children – Gil Scott-Heron – The Revolution Will Not Be Televised – Gil Scott-Heron

Sun King – The Beatles – Abbey Road [2009 Stereo Remaster] – John Lennnon/Paul McCartney

De Vrienden Van Vroeger – Boudewijn de Groot – Voor de Overlevenden – Boudewijn de Groot

Dat Mistige Rooie Beest – Rogier Van Otterloo – Turks Fruit soundtrack – Van Otterloo

Moon River – Victoria Williams – Sings Some Ol’ Songs – Mancini/Mercer

Mister Sun – Brigitte Bardot – Vol. 2 – Eileen/G. Bourgeois/J.-M. Rivière

Oui Parle Français – Compay Segundo – Las Flores De La Vida – Francisco Repilado Muñoz

Menino Das Laranjas (The Orange Selling Boy) – Elis Regina – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms, Vol. 2 – Theo De Barros

I Had The Craziest Dream – Astrud Gilberto – Non-Stop To Brazil – Mack Gordon/Harry Warren

Illya Kuryakin – Ike Bennett & The Crystalites – Guns Of Navarone – Henry Mancini

One Scotch One Bourbon One Beer – Alfred Brown – Ride Your Donkey – Rudolph Toombs

Too Much Too Young – The Specials – Specials – Jerry Dammers/L.Charmers

Throw Down Your Arms – Burning Spear – Dry And Heavy – Winston Rodney

That’s How Strong My Love Is – O.V. Wright – The Complete Goldwax Singles, Volume 1: 1962-1966 – Jamison

I Just Want to Make Love to You – Etta James – At Last! – Willie Dixon

Try Matty’s – Aretha Franklin – Spirit In The Dark – Aretha Franklin

Save Me – Wilson Pickett – The Rock & Soul Sounds Of Muscle Shoals, Alabama – George Jackson/Dan Greer

I Can’t Turn You Loose – Otis Redding – The Complete Stax/Volt Singles: 1959-1968 – Otis Redding

I’m Confessin’ (That I Love You) – Marc Ribot – Saints – Daugherty/Reynolds/Neiburg

Coney Island Baby – Tom Waits – Blood Money – Tom Waits/Kathleen Brennan

Three Chords for Senga – Martin Pulaski – Rusty Strings (unreleased) – Martin Pulaski


Samenstelling en research: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: DOMINO

The Bangles and Leonard Nimoy


Zéro de conduite is in essentie een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Amerikaanse folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Hangin’ out in L.A. / And there’s nowhere to go / It ain’t Christmas if there ain’t no snow / Listening to Sheena on the radio / Oh-ho oh-ho.

Deze episode van Zéro de conduite is een hommage aan het roemruchte en mogelijk beste Nederlandstalige rockprogramma uit de jaren tachtig, Domino. Vanavond besteden we aandacht aan het eerste deel van die radioshow. Arnold Rypens stelde dat op ingenieuze wijze en met kennis van zaken samen en Guy De Pré was er de gepaste presentator van. (Er was natuurlijk ook het tweede deel, van Luc Janssen, zeker niet onverdienstelijk, wel integendeel. Maar dat zetten we, vanavond althans, tussen haakjes).
Voor Domino bleven we met plezier een paar uur langer thuis en ontdekten op die manier dat er zelfs in de ellendige jaren tachtig nog boeiende en springlevende rock-‘n-roll muziek werd gespeeld en op plaat gezet. Er werd zelfs op echte instrumenten gespeeld. Als beginnende radiomaker van het wekelijks programma Shangri-La, op Radio Centraal, vond ik veel inspiratie in Domino. In het programma van Arnold Rypens, mogelijk meer bekend van zijn boek en website The Originals, leerde ik vooral jonge Amerikaanse bands kennen. Wat we te horen kregen was een genre dat later americana en alt.country zou worden genoemden. Veel van de bands die in Domino de revue passeerden grepen terug naar de wortels van rock-‘n-roll: blues, country en de sound van de Sun records in Memphis. Het was deze muzikanten evenwel niet om een nostalgietrip te doen, het ging niet om slaafse reconstructies. De songs die ze opnamen sprankelden van leven en drukten net zo goed de tijdsgeest uit als de prefab van groepjes als Haircut 100, Duran Duran en Spandau Ballet. Er werd niet alleen opgekeken naar de Sun sound – en niet te vergeten: the Velvet Underground – en dergelijke meer, er was tegelijk een revival van psychedelische pop van de sixties aan de gang, vaak geïnjecteerd met een flinke dosis punk. Ook de powerpop van groepen als Big Star kwam aan bod. Ongeveer alles wat we in Domino hoorden (ook in deel twee), schudde ons wakker uit onze muzikale winterslaap. De opera’s van Wagner konden weer de kast in.

Veel luister- en dansplezier!

Domino – Cramps – Off The Bone – Sam Phillips

Rock And Roll Till The Cows Come Home – The Tail Gators – Swamp Rock – Tail Gators

If I Had Possession Over Judgement Day – Rainer & Das Combo – Barefoot Rock With Rainer & Das Combo – Robert Johnson

Take It Off – Alex Chilton – High Priest – Eve Darby

Little Honey – The Blasters – Testament: The Complete Slash Recordings – John Doe/Dave Alvin

Saint Behind The Glass – Los Lobos – Kiko – David Hidalgo/Louie Pérez

Sweet Misery Blues – Violent Femmes – Hallowed Ground – Gordon Gano

Still Holding On To You – Dream Syndicate – Medicine Show – Steve Wynn

Here Comes A Regular – The Replacements – Tim – Paul Westerberg

Don’t Toss Us Away – Lone Justice – Lone Justice – Lone Justice/Bryan Maclean

Still Tied – Jason & The Scorchers – Are You Ready For The Country – Jason Ringenberg

They’ll Never Take Her Love From Me – The Coward Brothers – King Of America – Leon Payne

Sad Lovers Waltz – Camper Van Beethoven – II & III – Chris Molla/David Lowery/Greg Lisher/Jonathan Segel/Victor Krummenacher

Change Is Now – Giant Sand – Selections Circa 1990-2000 – Chris Hillman/Roger McGuinn

Tried So Hard – Yo La Tengo – Fakebook – Gene Clark

Still Get By – Long Ryders – Native Sons – Stephen McCarthy

Where Were You When I Needed You – The Bangles – Eternal Flame: The Best Of The Bangles – P.F. Sloan/Steve Barri

Danny Says – The Ramones – End Of The Century – Ramones

She’s a Diamond – Opal – Happy Nightmare Baby – David Roback/Kendra Smith


Talking In My Sleep – The Rain Parade – Emergency Third Rail Power Trip – David Roback/Matti Piucci

Halah – Mazzy Star – She Hangs Brightly – Roback/Sandoval

Stars Are in Your Eyes – Kendra Smith – The Guild of Temporal Adventurers – Liqueure/Corey

Raining Pleasure – The Triffids – Beautiful Waste And Other Songs – D. McComb/J. Patterson

Dream Lover – Big Star – Third/Sister Lovers – Alex Chilton

Mother Of Earth – The Gun Club – Miami – Jeffrey Lee Pierce

Commodore Peter – The Silos – The Silos – Salas-Humara

Drive – R.E.M. – Automatic For The People – R.E.M.

Bad Karma – Warren Zevon ft. R.E.M. – Sentimental Hygiene – Warren Zevon

I’m Sorry (But So Is Brenda Lee) – Marshall Crenshaw ft. T-Bone Burnett – Downtown – Ben Vaughn

Hey Jack Kerouac – 10,000 Maniacs – In My Tribe – Buck/Merchant

Let’s Go – The Feelies – The Good Earth – Bill Million/Glenn Mercer

Can’t Go On This Way – The Windbreakers – Terminal – Bobby Sutliff

This I Know – Green On Red – Gas Food Lodging – Green On Red

Send Me A Postcard – Danny & Dusty – The Lost Weekend – Daniel Gordon Stuart

Train Around The Bend – True Believers – Hard Road – Lou Reed

Samenstelling en research: Martin Pulaski

BLONDE ZUS VAN ME

Je kuste me bij de oude brug over de Zuid-Willemsvaart,
Blonde zus van me.
Je bracht me kersen die me niet mochten smaken,
Blonde zus van me.
Jonge dwaze gek, ik, blind voor je bloesems, je ogen.

Je ogen op dat ogenblik.

Want er was Belinda, die verloofd was.
Ik loofde oudere meisjes, wilde met ze trouwen.
Met Belinda ging ik betere bruggen bouwen.
Alle formules had ik uit het hoofd geleerd,
De woorden voor de akten her en der bijeengestolen
Toen ik onder de appelboom in de boomgaard
Bij de verweerde bunker met mijn boeken lag.

Daar waar de wind nooit bitter waait
En in stilte de regen neervalt
Op het blauwe gras dat alleen daar groeien kan.
Daar en naar ik later vernam ook in Kentucky.

Ik wilde je zo gauw mogelijk in grote steden vergeten,
Voldoende ver weg van wat daar zo woekert ’s nachts,
Als het water kil is en gevaarlijk elk geheim ontluistert.

Blonde zus van me.
Nu ben je hier bij me in mijn lege armen.
Belinda is vergeven en vergeten.

Ω

*Klasseer onder country & western.

“Judas!”
“You’re a liar. I don’t believe you…”
“Play fucking loud.”
“Once upon a time…”


TAMELIJK BETAMELIJK GEDRAG

Senga, Dolfijnstraat, omstreeks 1977.

[Nachten aan de Kant 62]

Die dag in augustus werd ik pas omstreeks het middaguur wakker. Beneden in het Groot Vertrek zat Senga aan de keukentafel te lezen in Film en Televisie. Wat lees je, vroeg ik. Een boeiende recensie van Ronnie Pede over Renaldo & Clara, zei Senga. Je hebt in de oude tijdschriften zitten neuzen, zei ik. Zo oud is dit nu ook weer niet, zei ze. Toch wel een jaar, zei ik. De tijd gaat snel, zei Senga. Je hebt ze toch weer niet allemaal door elkaar gehaald, zei ik. Ik heb die oude Photo van jou weer bovenop de stapel gelegd, zei ze. Senga zag er verrukkelijk uit, in haar lila T-shirt met de expressieve kop van Jim Morrison erop afgebeeld. In de zomer liep Senga graag in haar blote kont rond, maar nu Gabriëlla bij ons woonde was ze wat betamelijker geworden. Ik kwam wat dichterbij om te zien welke zedige oplossing ze voor vandaag gevonden had. Het was een kort dun rokje in wit katoen, dat wat meer aan de verbeelding overliet dan een blote kont, maar niet zo heel veel meer. Senga leek ervan uit te gaan dat mijn voorstellingsvermogen eerder klein was. Daarin vergiste ze zich.
Gabriëlla was het andere uiterste. Ook in de zomer liep ze gekleed alsof het elk moment zou kunnen gaan vriezen. Steevast droeg ze een jeans, een T-shirt en daarover meestal nog eens een slobbertrui. Nooit zag het zonlicht haar blote benen. En toch had ze iets, maar om dat te zien moest je over een bijzondere gave beschikken. Verbeelding volstond niet.

Ik had Lost in the Ozone van Commander Cody & His Lost Planet Airmen op de platenspeler gelegd. Het concert van die countryrock band, de onwaarschijnlijke opener voor Elliott Murphy op de Brusselse Grote Markt, was bij mij in de smaak gevallen, maar in vergelijking met de blonde rockdichter zag het er allemaal wat vulgair uit en klonk het ook zo. Toch kon ik nog altijd genieten van songs als Seeds and Stems (Again) en Lost In the Ozone. Ondertussen had mijn verrukkelijke Syngala de tafel gedekt. Je moet weten dat ik haar af en toe met veel plezier een andere naam gaf. Syngala paste klankmatig goed bij Bengaals vuur, vond ik Net als mijn geliefde kon dat lang, rustig en toch fel branden.

Ik dronk drie koppen van Senga’s sterke koffie, want ik voelde me erg moe. Van wat kon dat zijn? In de Mort Subite hadden we niet meer dan twee of drie glazen bier gedronken… Van schrijven zou er niets meer in huis komen vandaag. Ik vroeg Senga of ik haar wat uit De triomf van het leven mocht voorlezen. Dat vond ze een prima voorstel.

We gingen in de bruine zetels zitten, Senga en Jim Morrison tegenover me, en ik begon te lezen.

Triomf van het leven

Het leven is het leven. Rampzalige tautologie, die alles omvat en toch niets betekent. Bestond zij maar niet, of had ik ze maar meteen geschrapt. Wekenlang houdt die uitspraak me nu al in haar ban. ’s Nachts kan ik er niet van slapen, overdag belet ze mij te werken. Aan niets anders kan ik nog denken dan aan het leven dat het leven is.

Sinds het ogenblik dat deze tautologie mij een van die prachtige vondsten leek heb ik al twee cahiers volgeschreven. Geen woord van mezelf. Uitsluitend fragmenten van bekende en minder bekende denkers en dichters. Gedachten, beschouwingen, uitspraken over de zin, de oorsprong, het doel en zelfs de absurditeit van het leven. Tijdens dit voorbereidend werk, van krampachtig associatieve aard, was me opgevallen dat zowat alle auteurs het vooral en steeds weer over de dood hadden, of op zijn minst over de vervlechting van leven en dood.

Ik wierp een steelse blik op Senga, haar bevallige blote benen gekruist. Ze zat met de ogen toe en leek aandachtig te luisteren. Mijn tekst verveelde me. Veel liever had ik lekker met haar gevrijd. Haar lijf nog getaand door de zon van de Camargue. Maar zelfs de gedachte aan al die opwinding putte me uit.

De volksmond leert ons dat het leven een strijd is. Charles Darwin heeft die wijsheid wetenschappelijk onderbouwd. Ook bij Hegel, Marx en zelfs Nietzsche vinden we ettelijke passages over strijd, oorlog, destructie, volstrekte negativiteit terug. Arthur Schopenhauer, voorloper van de Weense School en inspiratiebron voor Samuel Beckett, ziet het leven als één lange ontgoocheling.
“Wat ligt er toch een afstand tussen het begin en het einde van ons leven: het begin met de waan van de begeerte en de verrukking van de wellust, het einde met de vernietiging van alle organen en de stank van rottende lijken…” De wereld is een boeteoord, een strafkolonie, vindt hij. Schopenhauers epigoon Sigmund Freud is niet minder fatalistisch. Het levenloze (steen) was eerder aanwezig dan wat leeft (adem) en alles wat leeft neigt naar deze oorspronkelijke toestand. Het doel van het leven is de dood.
Ik weet dat ik de psychoanalyse hiermee geweld aandoe.

Freuds belangstelling voor de klassieke tragedie bracht me op het spoor van Sophocles:
Niet geboren zijn is ’t allerbeste,
dan, als tweede, dat wie in het licht verscheen
snel daarheen weer keer’, vanwaar hij kwam,
want wanneer de jeugd verdwijnt met haar onbezonnenheid,
wat plaag van smart is ’s mensen lot dan vreemd?

Het klinkt allemaal nogal somber, zei Senga. Ja, zei ik, ik weet het. Maar het blijft niet alleen maar kommer en kwel. De weg naar het licht begint in duisternis. Wil je dat ik voor vandaag ermee ophoud? Nee, hoor, zei Senga, lees maar door. Ik wil liever met je vrijen, zei ik, zoals je daar nu zit, zo’n lekkere vrucht. Dat is pas leven. Senga stond op, stapte blootsvoets naar me toe, bukte zich en kuste me lang op de mond.

Senga, Dolfijnstraat, omstreeks 1977

Een paar uur later zaten we in alle rust Winstons te roken en een glas Gewürztraminer te drinken. De smaak van die wijn deed mij altijd aan onze eerste kus denken. Tijd voor Tim Buckleys Happy Sad, met daarop het magnifieke Buzzin’ Fly. Weet je wat, Senga, morgen lees ik alleen mijn bevindingen voor, of een aantal ervan, boeiende tekstfragmenten die ik over het thema heb gevonden. Want mijn essay is beslist nog niet af; het is nu nog erg onevenwichtig. Lang niet zo geslaagd als Taferelen van onverschilligheid. Wat erg dat Guy zich bij het lezen van dat verhaal herkend heeft in Ergo Verdussen, of was het in Jacky Avontuur, zei Senga. Heel erg en heel onterecht, zei ik. In wie van die twee idioten, die de verteller met een roestig zwaard dreigt te zullen onthoofden, weet ik eigenlijk niet. Ik heb Guy een brief geschreven om hem op het hart te drukken dat ik hem hoegenaamd niet als model heb genomen. Mogelijk zit hij hem nu al te lezen en komt alles nog goed tussen ons.

Photo, juli 1979
Guy Bleus, You Can Never Go Home Anymore!

ZERO DE CONDUITE: BLOED

Grave, Julie Ducorneau

Zéro de conduite is in essentie een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ‘geperst’. Woekerende chaos wordt enigszins overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Amerikaanse folk, blues, country en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier.
Het motto van deze aflevering is
You bit your lover in the bed, / Come here I`ll break your lousy head / Our nation must be saved and freed / You been accused of murder, how do you plead?

I Spit On Your Grave, Meir Zarchi

Op 10 april begint de Goede Week. Voor wie het nog niet of niet meer zou weten: dan worden het lijden, sterven en de verrijzenis van Jezus herdacht. Ik heb altijd meer interesse gehad voor de wederopstanding dan voor het lijden en sterven maar in deze tragische tijd kan ik niet aan de dood voorbijgaan. Aan gewonde en stervende mensen en dieren, aan bloed. Hoewel we er liever niet aan denken of naar kijken is het er altijd. Bloed. Vaak wordt deze vloeistof in één adem met zweet en tranen genoemd. In elk tijdperk, in elk leven, in elk gezin, in elke woning wordt er gebloed. Elke dag vloeit her en der bloed. Op sommige dagen en in sommige periodes – zoals nu – is de hoeveelheid bloedverlies groter dan anders. (We kunnen ons het volume ervan zelfs niet meer voorstellen.) Dan zijn we triest en bang en voelen we ons hulpeloos. We zoeken naar middelen om het bloeden te stelpen maar vinden er geen. Het lijkt erop dat sommige bloedingen vanzelf moeten ophouden. Hopen en bidden en en beven veranderen niets aan deze situatie. Het is een schaakspel dat niemand kan winnen. Ook de koning en de koningin hebben gapende wonden. Al begrijp ik dat zelfs gebeden die niet worden verhoord toch troost kunnen bieden, vooral als ze in delicate tempels, kerken, synagogen en moskeeën worden gezongen of in stilte uitgesproken. Eveneens begrijp ik dat kunst, ook die waarin bloedige taferelen worden afgebeeld, het Martelaarschap van de heilige Agatha door Giovanni Batistta Tiepolo bijvoorbeeld, of Saturnus verslindt zijn zoon door Francisco de Goya, ons kunnen helpen de ogen te sluiten voor het afschuwelijke, voor de horror. Zelfs bloederige horrorfilms als Trouble Every Day van Claire Denis, Grave (Raw) van Julie Ducorneau en La reine Margot van Patrice Chéreau kunnen ons afleiden van wat ginds, niet zo heel ver van hier, gaande is. Misschien kunnen ook deze 31 bloederige songs dat?

Ondanks alles veel luisterplezier en dat er gauw vrede mag komen.

Trouble Every Day, Claire Denis

The Blood – The Zion Travelers – Down By The River – L.C. Cohen

I Know His Blood Can Make Me Whole – Blind Willie Johnson – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson

I’ve Got Blood In My Eyes For You – Mississippi Sheiks – Honey Babe Let The Deal Go Down: The Best Of Mississippi Sheiks – L. Carter

Bloodshot Eyes – Wynonie Harris – King R&B Box Set Vol. 1 – Penny Hall

Blood Is Redder Than Wine – Little Willie Littlefield – Going Back To Kay Cee – Leiber/Stoller

Lust Of The Blood – Jerry Lee Lewis – Theme Time Radio Hour, Show 80: Blood – Jack Good/Ray Pohlman/William Shakespeare

Bleeding All Over The Place (Alternate Mix) – Randy Newman – Guilty: 30 Years Of Randy Newman – Randy Newman/Goethe/Milton

It’s About Blood – Steve Earle & The Dukes – Ghosts Of West Virginia – Steve Earle

Pay In Blood – Bob Dylan – Tempest – Bob Dylan

Let it Bleed – The Rolling Stones – Let It Bleed – Mick Jagger/Keith Richards

Hot Blood – Lucinda Williams – Sweet Old World – Lucinda Williams

Blood, Sweat and Murder – Nick Cave & Warren Ellis ft. Scott Biram – Hell Or High Water (OST) – Scott Biram

Sleeping In Blood City – The Gun Club – Miami – Jeffrey Lee Pierce

Heroin – The Velvet Underground – The Velvet Underground & Nico 45th Anniversary [ Deluxe Edition Vol.1] – Lou Reed

Blood – Tindersticks – Tindersticks – Alistair McAuley/David Boulter/Dickon Hinchliffe/Mark Colwill/Neil Fraser/Stuart A. Staples/Tindersticks

Blood Never Lies – Thurston Moore – Demolished Thoughts – Thurston Moore

Taste Of Blood – Mazzy Star – She Hangs Brightly – David Roback

Drawn To The Blood – Sufjan Stevens – Carrie & Lowell – Sufjan Stevens

Black Arrow, Bleeding Heart – Whiskeytown – Faithless Street – Steve Grothman/Caitlin Cary/Eric Gilmore/Phil Wandscher

Bloody Hands – Mark Olson & Gary Louris – Ready for the Flood – Mark Olson/Gary Louris

Flesh And Blood – Johnny Cash – Man In Black: The Very Best Of Johnny Cash – Johnny Cash

Are You Washed In The Blood – The Louvin Brothers – Nearer My God To Thee – Traditional

Blood Red Bird – Smog – Red Apple Falls – Bill Callahan

O Haupt voll Blut und Wunden (Matthäus Passion) – De Nederlandse Bachvereniging, Jos Van Veldhoven – Johan Sebastian Bach

Jesus’ Blood Never Failed Me Yet – Gavin Bryars with Tom Waits- Jesus’ Blood Never Failed Me Yet – Bryars

Blood of Tin – Lydia Lunch – Queen Of Siam – Lydia Lunch

Romeo Is Bleeding – Tom Waits – Blue Valentine – Tom Waits

Desert Blood – Albert Ayler – The Last Album – Mary Parks

Five Nights Of Bleeding – Poet & The Roots – Dread Beat An’ Blood – Linton Kwesi Johnson

Blood And Fire – Niney The Observer – Trojan Explosion – Winston Holness

Brother Blood – Neville Brothers – Brother’s Keeper – Charles Neville/Ron Cuccia

La reine Margot, Patrice Chereau

Samenstelling en research: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: MARK LANEGANS JUKEBOX

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur in songs op Radio Centraal (106.7 FM) in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Het motto van deze aflevering isSome jack of diamonds kicked her heart around / Did they know they were walking on holy ground? / Almost called it a day so many times / Didn’t know what it felt like to be alive.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. (En hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers).

Vanavond geen songs over oorlog en evenmin over vrede, al is vrede het enige waar wij – die de aarde nauwelijks hebben beroerd en de zon nauwelijks hebben gezien – op dit ogenblik naar verlangen. Vanavond draait alles rond Mark Lanegan, die op 22 februari in het Ierse stadje Killarney plots overleed. (Dat ‘Kill’ in de plaatsnaam valt mij nu pas op.) Tot de oorlog uitbrak werd er veel meer over Mark Lanegan geschreven, en vaak met liefde, dan ik had durven te verwachten. De waanzin van de tiran Poetin en het agressieve, militaristische antwoord daarop van veel Europese en Amerikaanse politici, zetten een punt achter deze mooie treurnis. Opgeblazen kortzichtigheid, opportunisme en winstbejag alom. Er wordt over oorlog gepraat alsof het drinkwater is. Wie van hen denkt aan onze acht miljard soortgenoten en aan de talloze dieren en planten die de aarde bewonen?
Zelf schreef ik ook over de voortreffelijke zanger en songschrijver. Ik verwijs naar die tekst in plaats van hier een nieuwe inleiding te schrijven. De songs die aan bod komen zijn in de eerste plaats die van hemzelf en van een aantal van zijn samenwerkingsverbanden (Soulsavers, Isobel Campbell, the Gutter Twins, Duke Garwood), met daarnaast werk van muzikanten, componisten en zangers die hij bewonderde, die voorbeelden voor hem waren. Je ziet de namen hieronder staan. Mogelijk was Jeffrey Lee Pierce voor Lanegan de muzikale held bij uitstek. Hij was echter niet de enige: de zanger uit Ellensburg in de staat Washington had een ruime blik en een open oor. Zijn coverplaten I’ll Take Care Of You (1999) en Imitations (2013) horen bij de allerbeste op dat gebied. Zijn interpretatie van klassieke pop- en folksongs moet niet onderdoen voor de manier waarop Elvis Presley, Billie Holiday, Otis Redding en Frank Sinatra dat deden. Toch heb ik er de voorkeur aan gegeven om van die liedjes de originele versies te draaien, niet omdat ze beter zijn, maar om het mij niet te gemakkelijk te maken. Wie I’ll Take Care Of You niet in zijn/haar bezit heeft raad ik aan om meteen naar de platenwinkel te lopen of te fietsen en dat sublieme meesterwerk aan te schaffen. Hopelijk is het in voorraad.

Ondanks alles veel luisterplezier!

The Gun Club, Miami
  1. One Way Street – Mark Lanegan – Field Songs – Mark Lanegan – 4:19
  2. Pill Hill Serenade – Mark Lanegan – Field Songs – Mark Lanegan/Mike Johnson – 3:27
  3. Can’t Catch The Train – Soulsavers – Broken – Ian Glover/Rich Machin/Mark Lanegan – 3:34
  4. Carry Home – The Gun Club – Miami – Jeffrey Lee Pierce – 3:12
  5. Kingdoms Of Rain – Mark Lanegan – Whiskey For The Holy Ghost – Mark Lanegan – 3:24
  6. Last One In The World – Mark Lanegan – Scraps At Midnight – Mark Lanegan/Mike Johnson – 4:24
  7. Sometimes – Pearl Jam – No Code – Eddie Vedder – 2:41
  8. Polly – Nirvana – Nevermind – Kurt Cobain  – 2:57
  9. Blues Run The Game – Jackson C. Frank – Blues Run The Game – Jackson C. Frank – 3:34
  10. Some Misunderstanding – Gene Clark – No Other – Gene Clark – 8:10
  11. Man In The Long Black Coat – Bob Dylan – Oh Mercy – B. Dylan – 4:35
  12. Strange Religion – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan – 4:08
  13. Free To Walk – Isobel Campbell & Mark Lanegan – We Are Only Riders – Jeffrey Lee Pierce – 2:54
  14. Lonely Street – Patsy Cline – Sweet Dreams: Her Complete Decca Masters (1960-1963) – Stevenson/ Belew /Sowder – 2:34
  15. Ba-De-Da – Fred Neil – The Many Sides Of Fred Neil – Fred Neil – 3:38
  16. Little Sadie – John Renbourn – Faro Annie – Trad. – 3:19
  17. Snake Song – Townes Van Zandt – Flyin’ Shoes – Townes Van Zandt – 2:37
  18. Constant Waiting – Mark Lanegan – We Are Only Riders – Jeffrey Lee Pierce – 3:41
  19. Cripple Creek – Skip Spence – Oar – Skip Spence – 2:16
  20. Brompton Oratory – Nick Cave & The Bad Seeds – The Boatman’s Call – Nick Cave – 4:07
  21. I’m Not The Loving Kind – John Cale – Slow Dazzle – John Cale – 3:08
  22. The False Husband – Isobel Campbell & Mark Lanegan – Ballad Of The Broken Seas – Isobel Campbell – 3:54
  23. Wedding Dress – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan – 3:08
  24. Bete Noire – The Gutter Twins – Saturnalia –  Mark Lanegan – 3:51
  25. Like Little Willie John – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan – 3:53
  26. No More In Life – Little Willie John – The King Sessions 1958-1960 – Bill Doggett/Regina Adams/Ace Adams – 2:36
  27. I’ll Take Care of You – Bobby “Blue” Bland – Two Steps From The Blues – Brook Benton – 2:26
  28. Red Balloon – The Small Faces – The Autumn Stone – Tim Hardin – 4:17
  29. Shiloh Town – Tim Hardin – Simple Songs Of Freedom: The Tim Hardin Collection – T. Hardin – 3:12
  30. Needle Of Death – Bert Jansch – Bert Jansch – Bert Jansch – 3:21
  31. In The Pines – Lead Belly – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Arranged by H. Ledbetter – 2:10
  32. You Will Miss Me When I Burn – Palace Brothers – Days In The Wake – Will Oldham/Palace Brothers – 3:19
  33. Death Rides A White Horse – Mark Lanegan & Duke Garwood – Black Pudding – Mark Lanegan/Duke Garwood – 3:59
  34. She Done Too Much – Mark Lanegan – Field Songs – Mark Lanegan – 1:29
  35. Dollar Bill – Screaming Trees – Sweet Oblivion – Lanegan/Conner – 4:35

Samenstelling en research: Martin Pulaski

MARK LANEGAN IS DOOD

Hoe en wanneer Mark Lanegan in mijn muzikale wereld zijn entree maakte weet ik niet meer. Van zijn band Screaming Trees kende ik lange tijd alleen maar de naam. Grunge was een trend die me niet meteen aansprak, al was ik zeker wel onder de indruk van sommige songs van Nirvana en Pearl Jam. Omdat ik al sinds meer dan een halve eeuw een bewonderaar ben van het werk van Tim Hardin vermoed ik dat I’ll Take Care of You (1999) het startpunt was van mijn liefde voor de zanger Mark Lanegan. Die voor de songschrijver werd kort daarna aangewakkerd. I’ll Take Care Of You is een van de mooiste coveralbums die ik ken, met veel toewijding en inlevingsvermogen uitgevoerd. Shilo Town is maar een van de vele parels op die plaat. De donkere, warme, volle en diepe stem van de zanger doet elke nuance van Tim Hardins compositie recht aan. Carry Home is even aangrijpend als het origineel van the Gun Club. Mark Lanegan zwakt het sublieme pathos van Jeffrey Lee Pierce wat af en vult de vrijgekomen ruimte in met antieke droefheid en tragiek. Altijd als ik dit nummer hoor denk ik aan de film Light Sleeper, het meesterwerk van Paul Schrader, met Willem Dafoe in de rol van een drugsdealer, een tragische antiheld uit de grootstad.


Vervolgens kwam Field Songs (2001), een elpee die voor mij het songschrijftalent van Lanegan openbaarde. Hoe kon het ook anders, met aangrijpende songs als One Way Street en Kimiko’s Dream House? Mark Lanegan was een van die vocalisten met een authentiek, meteen herkenbaar timbre. Je hoorde in zijn songs aardedonkere kleuren, maar ergens in een duister hoekje scheen er ook altijd wat bevrijdend licht. Schoonheid redt. De ellende van het leven wordt draaglijk. De zanger weet je altijd te raken, te ontroeren en te troosten, zeker met zijn gloeiendste songs, zoals Kingdoms Of Rain op Whisky For The Holy Ghost (1994), Last One In The World op Scraps At Midnight (1998), Little Willie John en Strange Religion op Bubblegum (2004) en St Louis Elegy op Blues Funeral (2012). Om maar enkele parels te noemen.

Some Jack of Diamonds kicked her heart around
Did they know they were walking on holy ground?
[Strange Religion]


Mede dank zij de vurige pleidooien van mijn vriend Roen Hetzwoen, ben ik al gauw naar het vroege werk van de singer-songwriter uit het troosteloze stadje Ellensburg in de staat Washington gaan luisteren: The Winding Sheet (1990), Whisky For The Holy Ghost (1993) en Scraps At Midnight (1998). Elke song daarop, hoewel niet altijd perfect, was een openbaring voor me. De kwaliteit van Lanegans werk zou met de jaren zelfs toenemen. De veelzijdigheid ervan. De intensiteit. Ook de muziek die voortkwam uit talloze samenwerkingen met andere, altijd boeiende artiesten vond haar weg naar mijn hart, met als hoogtepunt de broeierige platen met Isobel Campbell.

Uit zijn aangrijpende autobiografie Sing Backwards and Weep, dat ik tijdens de eerste lockdown las, blijkt dat Lanegans talent zich niet beperkte tot songs schrijven. Het boek getuigt van groot schrijverschap. Door zijn welsprekende rauwheid grijpt het je bij de keel. Je leest – en voelt – er het leven van de jonge kunstenaar zoals het werkelijk was. Pijnlijk, wanhopig, tragisch en soms grappig.

Mark Lanegan leek onverwoestbaar. Maar niets is wat het lijkt, ook het leven niet. Alleen aan de dood valt niet te twijfelen. Hij werd 57.

If death rides a white horse
Then I ain’t seen him yet
And I have seen some things
That I can’t soon forget

When death comes creeping in
Oh he don’t speak a word
The heavens they don’t part
No trumpeter is heard
When death comes creeping in
[Death Rides a White Horse]

ZERO DE CONDUITE – BOYS (AND SOME GIRLS)

Veronica Bennett (Ronnie Spector) with Phil Spector

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur in songs op Radio Centraal (106.7 FM) in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Het motto van deze aflevering isYou’re just a bastard kid, / And you got no name / Cause you’re living with me, / We’re one and the same.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. (En hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers).

13th Floor Elevators

De voorbije dagen wilde ik om diverse redenen nog een keer vluchten naar een tijd waarin alles eenvoudiger en intenser leek, naar een vorm van popmuziek die je meteen warm maakte en altijd opwindend was. Ik bedoel de beat, soul en vroege punk van circa het midden van de jaren zestig. Hoewel het een periode van verandering en revolte was, van provocatie, lijkt het nu of er in die dagen toch grote eensgezindheid bestond over hoe de nieuwe wereld er moest gaan uitzien.
Om geen andere dan escapistische redenen koos ik 43 exemplarische songs uit dat tijdsgewricht. Mijn enige criterium daarbij was dat ze meteen genot moesten verschaffen, je vanaf het eerste akkoord moesten laten vergeten waar en wie je bent. Eerst wilde ik een jongensprogramma, omdat we in de sixties zo vaak jongens onder elkaar waren, maar songs van alleen maar van en voor jongens vond ik wat triest. Toen al en nu nog meer. Vandaar de toegevoegde waarde van de meisjes. (In werkelijkheid was en is de waarde van meisjes helemaal niet toegevoegd maar onschatbaar. Ik heb het over de naïeve spirit van lang vervlogen dagen.)

Opgedragen aan Ronnie Spector (Veronica Bennett), aan alle Veronica’s van toen en nu, aan Monica Vitti, aan the Yardbirds zoals ze te zien waren in Michelangelo Antonioni’s Blow-Up. Aan Michael Caine in de film Alfie, aan Rita Tushingham in Smashing Time, aan Riot On Sunset Strip en aan Barbarella. Aan Cathy McGowan van Ready Steady Go!, aan Uschi Nerke van Beat-Club. Met dank aan de televisieprogramma’s Moef Ga Ga, Fenklup, Tienerklanken, Hoepla!, Hullaballoo, Shindig en Pop Shop.

Veel luister- en dansplezier!

Moby Grape

Boys – The Beatles – Please Please Me – Dixon/Farrell – 2:28

Leaving Here – Eddie Holland – Motown Nuggets – Dozier/Holland – 2:26

Ain’t That Peculiar – Marvin Gaye – Moods Of Marvin Gaye – Robinson/Moore/Tarplin/Rogers – 3:01

I’m Ready For Love – Martha Reeves & The Vandellas – Watchout! – Brian Holland/Eddie Holland/Lamont Dozier – 2:57

Danger Heartbreak Dead Ahead – The Marvelettes – The Definitive Collection – Stevenson/Hunter/Paul – 2:32

Is This What I Get For Loving You? – The Ronettes featuring Veronica – Presenting The Fabulous Ronettes – Goffin/King/Spector – 3:22

Pain In My Heart – The Rolling Stones – The Rolling Stones, Now! – Aaron Neville/Naomi Neville – 2:15

But I Ain’t Got You – Remains – Barry & The Remains – V. Miller Jr. – 2:12

From a Buick 6 – Bob Dylan – Highway 61 Revisited (2010 Mono Version) – Bob Dylan – 3:10

Don’t Start Crying Now – Them – The Story of Them Featuring Van Morrison – Van Morrison – 2:06

I Can Only Give You Everything – The Troggs – Trogglodynamite – Scott/Coulter – 3:26

I’m Not Like Everybody Else – The Kinks – Face To Face – Ray Davies – 3:29

Circles (Instant Party) – The Who – My Generation – Pete Townshend – 3:13

E Too D – The Small Faces – Small Faces – The Decca Years 1965 – 1967 – Ronnie Lane/Steve Marriott – 3:04

How Does It Feel To Feel – The Creation – How Does It Feel To Feel – Garner/Philips – 3:08

Give Him A Great Big Kiss – The Shangri-Las – Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story – George Morton – 2:14

Younger Generation Blues – Janis Ian – Janis Ian – Janis Ian – 3:13

Your Good Girl’s Gonna Go Bad – Cookie Jackson – Behind Closed Doors – Billy Sherrill/Glenn Sutton – 2:46

Sticks And Stones – Mitch Ryder – Mitch Ryders Sings the Hits – Glover/Turner – 2:35

Get Outta My Life – Syndicate Of Sound – The Hush Records Story – Baskin/Gonzalez – 2:41

Walk Upon The Water – The Move – The Move – Roy Wood – 3:15

Stone Free – Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced? – Jimi Hendrix – 3:36

Mr Farmer – The Seeds – A Web Of Sound – Sky Saxon – 2:51

Fire Engine – 13th Floor Elevators – The Psychedelic Sounds Of The 13th Floor Elevators – R. Erickson/S. Sutherland/T. Hall – 3:22

I’m Not Talking – The Yardbirds – For Your Love – Mose Allison – 2:36

Kick Out The James – MC5 – Joe Strummer: The Future Is Unwritten Soundtrack – MC5 – 3:01

Real Cool Time – The Stooges – The Stooges – Iggy Pop – 2:33

Seven & Seven Is – Love – Da Capo – Arthur Lee – 2:19

I’m Gonna Make You Mine – Shadows Of Knight – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 2 – Carl D’Errico/William Carr/Carole Bayer – 2:34

(I’m Not Your) Steppin’ Stone – The Monkees – The Monkees Greatest Hits – Boyce/Hart – 2:23

Ups & Downs – Paul Revere & The Raiders – The Essential Ride: ’63 -’67 – M. Lindsay/Terry Melcher – 2:53

Medication – Chocolate Watch Band – The Inner Mystique – Ben DiTosti/M. Alton – 2:09

Mud In Your Eye – Les Fleur De Lys – Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1 – Phil Sawyer/Chris Andrews – 3:03

Gonna Find Me A Substitute – The Pretty Things – Get The Picture? – Turner – 2:58

I Got Nightmares – Q’65 – Revolution – Vink/ Bieler/ Roelofs/ Baar – 2:28

Lying All The Time – The Outsiders – Strange Things Are Happening –  R. Splinter/W. Tax – 3:15

I Ain’t No Miracle Worker – The Brogues – The Hush Records Story – Tucker/Mantz – 3:01

Omaha – Moby Grape – Moby Grape – Spence – 2:45

Why Don’tcha Do Me Right? – Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Absolutely Free – Frank Zappa – 2:37

Who Do You Think You’re Fooling? – Captain Beefheart & The Magic Band – Legendary A & M Sessions –  Van Vliet – 2:10

Everybody’s Got to Change Sometime – Taj Mahal – Taj Mahal –  Sonny Boy Williamson – 2:56

Captain Of Your Ship – Reperata And The Delrons – The Best Of Reperata And The Delrons – Ben Yardley/Kenny Young – 2:29

You Can’t Put Your Arms Around a Memory ft. Joey Ramone – Ronnie Spector – The Very Best of Ronnie Spector – Johnny Thunders – 3:51

Love, L-R: Michael Stuart, Ken Forssi, Arthur Lee, Bryan MacLean, Johnny Echols

Samenstelling en research: Martin Pulaski

DE STEMBANDEN VAN EEN ELVIS-FAN

Het was een dag vol nevel, grijze schimmen en nachtschade, rooddoorlopen ogen, kleurloze haren, vergeefse handen. Te kleine huizen leken weg te glijden richting afgrond. Waarom hing er was aan de waslijnen op de koertjes? Enkele vlaggen als geschilderd in grisaille, stil. Een gele flits uit de grijze hemel maakte  concentrische cirkels rond een gehaaste kobaltblauwe regenjas. Een flits en dan weer hetzelfde tafereel van voor de flits, alsof er geen tijd meer was.

Mijn blik viel op het in mist gehulde flatgebouw aan de overkant. Dat ging almaar meer overhellen, alsof het gebukt ging onder de zorgen van zijn bewoners. Door een raam van een van de studio’s kon ik een Elvis-fan op zijn bed zien liggen luisteren naar Only the Strong Survive. Ik hoorde het lied tot hier en zag de lippen van de jongen op het bed meebewegen. Dan leek hij mij te willen roepen, maar hij had er de adem niet voor. Had hij dringend hulp nodig? Opeens klonk er dan toch stemgeluid. Ik zag zijn stembanden trillen. Ik hoorde het bewegen van zijn woorden. Ik hoorde golven breken op de kusten van Nova Zembla.

Nu nog hoor ik ze buigen, trekken, grijpen, lossen, strelen, spartelen, spelen, sissen, spuwen, gruwen. Nu nog hoor ik in die klanken iets van zijn vochtige ogen, het donkerblauwe verdriet ervan, het gemis, het snakken naar een bruid, de hunker naar een van die eerste huwelijksnachten. Of meer nog naar het mysterie daarvan.

Sint-Joost, 1975 – Anderlecht, 2022

EEN AVOND BIJ TRIMALCHIO

Senga en Giuseppe’s scienfiction-tv. © Martin Pulaski.

Men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping.
Willem Elsschot, Kaas

Antwerpen, 7 augustus 1979

Vandaag is er weer dat oude verlangen naar orde, zowel in mijn onmiddellijke omgeving als in mijn denken en werkmethode. Mijn dagindeling moet afgebakend zijn. Om negen uur moet ik aan deze werktafel zitten, voor vijven mag ik alleen naar de keuken om ’s middags wat te eten en koffie te drinken. De rest van de tijd moet ik lezen en vooral schrijven. Dagboeknotities, indien mogelijk gedichten, proza: liefst in die volgorde. De orde die ik bedoel heeft geen politieke of maatschappelijke betekenis. Een chaotische samenleving lijkt me ondoenbaar maar liever dat nog dan de orde van de tirannie, de orde van het duizendjarige rijk, zoals we die kennen uit de propagandafilms van Leni Riefenstahl. Ik heb orde nodig als antidotum tegen de chaos in mezelf. Het is de orde, de helderheid van de dag tegenover het troebele, onoverzichtelijke van de nacht. Alleen als er orde is en alles op zijn plaats staat kan ik schrijven. Toch mag ik geen tijd verliezen met boeken klasseren. De zucht naar orde en classificatie kan immers pathologische vormen aannemen.

Als ik het goed begrepen heb houdt deze drang van me verband met wat Claude Lévi-Strauss in zijn werk La pensée sauvage [1] voor ogen heeft.  “Deze behoefte aan orde vormt de grondslag van wat wij het wilde denken noemen, maar alleen in zoverre dat het de basis is van alle denken”.

Vanwege de connotaties gebruik ik het woord orde niet graag. Ik noem het liever indelen, klasseren, onderbrengen, rubriceren, enzovoort.


Opeens was het avond. Giuseppe had ons geïnviteerd. Er zat een briefje van hem in de bus. Het leek bijna een formele uitnodiging. Het is al zeker een maand geleden dat we elkaar nog gezien hebben, las ik. Ik heb een verrassing voor jullie. En zijn jullie niet nieuwsgierig naar de lotgevallen van het poesje? Jullie moeten vanavond naar de Vinkenstraat komen. Waarom had hij niet aangebeld; of hadden we de deurbel weer niet gehoord?

Wat zag het er ordelijk uit bij mijn vriend. Hij weet dat ik zelden lang bij hem blijf hangen. Bijna altijd krijg ik er vanwege het stof dat zich gedurende maanden, misschien wel jaren heeft opgestapeld een hevige niesbui, soms zelfs een astma-aanval. Nu echter was alles comme il faut. Nergens bespeurde ik een stofje. Giuseppe had zelfs de keuken geschilderd. Zijn potjes met kruiden stonden daar mooi naast elkaar op alfabet gerangschikt. Ik heb me altijd afgevraagd hoe mensen in vuile, slecht verluchte en verlichte kamers kunnen nadenken en werken. Voor Giuseppe was dat kennelijk geen probleem. Het was voor ons, voor mij en Senga, dat hij zich zo had afgesloofd. Toch leek het mij ook voor Giuseppe een verbetering. De huidige staat van zijn woning  zou zijn vrijetijd heel wat aangenamer maken, dacht ik.

Giuseppe had allerlei lekkers in huis gehaald. Jullie lusten toch Franse kazen? Hij duidde ze  voor ons aan: Ami du Chambertin, Beaufort de Savoie, Boule des Moins, Brébis d’Oleron, Brie de Melun, Camembert de Normandie, Cantal, Caprice des Dieux, Chaumes, Emmentaler, Explorateur, Fromage de Coucouron, Gruyère de Savoie, Mâconnais, Munster, Pavé du Berry, Persillé de Sainte-Foy, Petit Montagnard, Rambol, Rigotte de Sainte-Colombe, Roquefort, Saint-Aubin, Saint-Paulin, Suprême des ducs, Tomme de Montagne, Vieux de Lille. Italiaanse kazen liggen mij niet zo, maar ik heb er toch maar wat van in huis gehaald, vervolgde hij: Bastardo del Grappa, Caciocavallo, Caprino della Val Brevenna, Crema del Friuli, Dolcezza d’Asiago, Furmaggitt di Montevecchia, Gorgonzola, Maiorchino di Novara di Sicilia, Montasio, Murazzano, Ostrica di montagna, Pecorino, Provola delle Madonie, Santo Stefano d’Aveto, Taleggio, Tumazzu di vacca en Zufi.

Hij had nog meer lekkers voor ons: dadels, garnalen, olijven, salami en vijgen. Duvels voor hem, rode wijn voor ons. Twee flessen Old Grand-Dad bourbon, mijn favoriet merk. Mogelijk was dat ook al voor John Steinbeck het geval. De whisky uit Kentucky is een trouwe metgezel op diens Travels With Charley. Raymond Chandler moet er ook van gehouden hebben, waarom anders zou hij in zijn meesterwerk The Long Goodbye zijn personage, de detective Philip Marlowe, die bourbon hebben laten aanbieden aan diens vriend?

Zoals zo vaak met Giuseppe hebben we die avond veel gepalaverd. Er zijn me alleen maar vage echo’s van die conversatie bijgebleven. Dat Giuseppe het poesje niet lang bij hem thuis had gehouden maar al gauw aan zijn Brusselse vriend Bert V. had meegegeven, had Gabriëlla ons al verteld. Giuseppe deed daar wat geheimzinnig over. Mogelijk had hij het naar een verlaten terrein in Mortsel Oude-God gebracht en daar aan zijn – of was het haar? – lot overgelaten. Senga noch ik konden ons er boos over maken. Het poesje was onze verantwoordelijkheid geweest. Als iemand zich schuldig moest voelen was ik het. Terwijl ik al jaren aan het verkondigen was dat het maar eens gedaan moest zijn met al die schuldgevoelens.

Zeker zullen Lowell George en Herbert Marcuse ter sprake zijn gekomen. De zanger van Little Feat, die nog maar pas zijn eerste en enige solo-elpee Thanks I’ll Eat It Here had uitgebracht, was een paar dagen tevoren aan een overdosis cocaïne overleden. Giuseppe was van in het begin een fan geweest van Little Feat. Hij had er bij mij vaak op aangedrongen om hun platen te beluisteren. Inmiddels was ik erg gaan houden van nummers als Brides of Jesus, I’ve Been the One, Truck Sop Girl en vooral Willin’. En wat te denken van Fat Man in the Bathtub? Waarschijnlijk was het niet de cocaïne die Lowell George de das omdeed, zei Giuseppe. Het was vraatzucht en obesitas. Op het einde woog hij bijna 150 kilo. De titel van zijn elpee laat aan duidelijkheid weinig te wensen over, zei ik. Dixie Chicken ook niet, meende Senga. Er viel even een stilte. Dan kwam Marcuse aan de beurt. Ik vertelde nog een keer dat ik op het Ritcs voor professor Kruithof aan een werk over De eendimensionale mens was begonnen. Maar dat ik er al gauw de brui aan had gegeven. Die mislukking, je mag het ook weigering noemen, had ertoe bijgedragen dat ik maar ineens met mijn hele filmstudie was gestopt. Te veel eendimensionale mensen op die school, zei ik. Marcuse is op dezelfde dag gestorven als Lowell George, zei Giuseppe. We waren toen net terug uit de Provence, zei Senga. Ons gesprek ging daarna over onze verregaande vervreemding. Jazeker, ook die van ons, ons gebrek aan kritisch bewustzijn, hoe wij onze eigen repressie bijna omhelzen. Kijk maar, ik ben al er best tevreden mee dat ik als een slaaf met de tram mag rijden. En wij met het bestaan van dat autoritaire Bijzonder Tijd Kader. Inmiddels waren we al aan onze tweede fles Old Grand-Dad begonnen.

Giuseppe bezat een klein wit tv-toestel. THX 1138, de eerste film van George Lucas, wordt uitgezonden, zei hij. Zullen we eens kijken? Ik houd niet van sciencefiction, zei Senga. Ik ook niet, zei ik. Ach, zei, Giuseppe, wat zijn jullie vervreemd van de werkelijkheid. Laten we toch even kijken. Dat deden we, en we waren danig onder de indruk. Met mijn dronken kop moest ik aan La passion de Jeanne D’Arc denken. Dat kwam waarschijnlijk door die kale koppen. Iedereen is kaalgeschoren in die film. Seks is verboden, drugs zijn verplicht. Wat betekent toch THX 1138, vroeg Senga. Dat moet toch iets betekenen? Het zal het kenteken van Lucas’ nummerplaat geweest zijn, zei Giuseppe. Zet je nog een plaatje van Little Feat op, vroeg ik, het geluid van je sciencefiction tv stelt niets voor. Terwijl Giuseppe een langspeelplaat oplegde slikte THX zijn drugs en keek naar holobroadcasts. Dat is toch Robert Duvall, riep Senga uit. Jazeker, en SEN 5241 is Donald Pleasence, zei Giuseppe. Of vice versa, zei ik.

Opeens zakte je ineen. Je leek wel comateus, zei Senga de dag nadien, nadat ik mijn roes had uitgeslapen. Giuseppe heeft een taxi gebeld. De chauffeur wilde je eerst niet in zijn auto. Hij was bang dat je zijn mooie wagen zou onderkotsen. Zijn woorden. De zak. Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om hem ervan te verzekeren dat je niet zou overgeven, ha ha. Dat je dat nooit doet, ha ha. Alsof het ‘s nachts niet vaak zatte mensen zijn die een taxi laten opbellen, zei ik. Het is de enige legale mogelijkheid om je op zo’n uur dronken te verplaatsen. Je hebt hier dan nog tot negen uur op de grond gelegen. Ik kreeg je niet de trap op, je leek wel van lood. Heb je bij me zitten waken, vroeg ik. Wat dacht je, zei Senga. Wat ben je toch een engeltje, zei ik, kom eens wat dichter bij me. Heb je zin, vroeg ik. Wat dacht je, zei Senga.

Graf Herbert Marcuse. © Martin Pulaski, 2005.

[Nachten aan de kant 58]

[1]  Claude Lévi-Strauss, Het wilde denken, Meulenhoff, Amsterdam, 1968, p. 21.