DE VOORTREFFELIJKE VRIEND

Jeanne Hébuterne


[Nachten aan de Kant 32]

Ik moest weer een keer naar de flat in de Vinkenstraat. Voor de gelegenheid had ik mijn nieuwe regenjas van de Wolmolen aangetrokken, een vrouwenmodel en wat te klein maar wel mooi en – in onze situatie van groter belang – goedkoop. Giuseppe had mij gezegd dat hij een tijdje alleen wilde zijn, om te studeren; hij had rust nodig. Toch moest ik hem zien. Ik moest met hem praten. Ik had best wat vrienden maar alleen met Giuseppe was het soort diepgravend gesprek nodig waar ik nu naar verlangde. Gelukkig was Giuseppe opgetogen met mijn onverwacht bezoek. Toch bleef ik gespannen: zou ik niet weer een allergieaanval krijgen van het opgehoopte huisstof en de huidschilfers van de poezen van Giuseppe? Als ik onrustig ben en mijn zenuwstelsel verstoord is ben ik er meer vatbaar voor dan anders. De voorbije weken had ik mijn zenuwen zowel ’s nachts aan de kant als overdag in mijn werkkamer erg op de proef gesteld.

Giuseppe had bier voor ons ingeschonken en zat nu tegenover me. In zijn ogen zag ik die blije tristesse die zo typerend voor hem was. In zijn blik lag een onbereikbare verte en tegelijk kwam hij als hij je aankeek heel dicht bij je. Altijd weer vroeg ik me af of iemand met dergelijke eerlijke ogen wel geschikt was om op ons ondermaanse slagveld te overleven. Leven zonder meer, dat wel, maar vechten om wat je nodig hebt om het te behouden en te verrijken, dat mogelijk niet. Een moment viel ik ten prooi aan herinneringen aan de Schippersschool in Eisden. Ik dacht terug aan de twee zorgeloze jaren die ik daar in het mijnwerkersdorp dichtbij de Maas had doorgebracht. Giuseppe’s vader was er directeur geweest. Giuseppe – die drie jaar jonger was dan ik – leerde ik pas later kennen. De directeur was een zachtaardige en bescheiden man die zich liet manipuleren door een brutale vent, de internaatbeheerder, mijnheer Peyskens. De enige man die mij ooit een slag in het gezicht heeft gegeven. Giuseppe’s vader had dezelfde ogen als zijn zoon.

Ik vertelde mijn vriend over het memorabele concert van Patti Smith en haar band dat ik op televisie had gezien en over the J. Geils Band. Giuseppe had net Wave, de nieuwe elpee van Patti Smith, aangeschaft en daar luisterden we naar. Ik herkende enkele nummers die ze in Rockpalast had gebracht: Frederick, Dancing Barefoot en So You Want To Be A Rock And Roll Star. Het klonk allemaal wat braver en meer gepolijst dan de live-uitvoeringen die ik kort tevoren had gehoord. In de hoestekst schreef Patti Smith over het nummer van The Byrds dat ze er in de sixties niet gek op was geweest. “It seemed to say that in this field of honor, sooner or later, everybody gets hurt and I just didn’t believe it.” Op de hoes trof ik merkwaardige foto’s aan van de in 1978 vermoorde paus Albino Luciani en van Jeanne Hébuterne, de geliefde van Modigliani. I Did You No Wrong van the J. Geils Band onderbrak mijn kortstondige dromerij. Giuseppe had Ladies Invited van de beste band uit Boston op de platenspeler gelegd. Hij gaf me de hoes door. Volgens mijn vriend waren de ogen en de lippen die daarop te zien waren die van Faye Dunaway. Met haar had zanger Peter Wolf destijds een relatie gehad. Uitstekende plaat, afgrijselijke hoes, vond ik. En wat was er met Faye Dunaway gebeurd? Had zij na Chinatown nog iets noemenswaardg gedaan? The Eyes of Laura Mars was niet meer geweest dan veredelde kitsch. Ik vroeg me af of we ons misschien vergist hadden in haar acteertalent. Had haar schoonheid ons niet verblind?

Giuseppe was een nog grotere boekenliefhebber dan ik. Ook nu weer glunderde hij toen hij me zijn nieuwe aanwinsten liet zien: Robert Musils Der Mann ohne Eigenschafte, Virginia Woolfs Schrijversdagboek, enkele romans van Dostojewski, James Joyce, Thomas Hardy en Katherine Mansfield, de verzamelde gedichten van D.H. Lawrence.

Omstreeks middernacht was Giuseppe’s voorraad bier op. We besloten naar de Pallieter aan het Mechelseplein te lopen, het stamcafé van de studenten van Studio Herman Teirlinck. Als je mooie narcistische meisjes en jongens wilde observeren was dit de juiste plek. Ze kwamen er hun pas aangeleerde kunstjes tonen en wilden dolgraag een gesprek met je aanknopen over Konstantin Stanislavski, Peter Brook of Lee Strasberg. Niet vanavond echter. Giuseppe herinnerde me aan een brief van me waarin ik het over de vriendschap bij Aristoteles had gehad. Het was de mooiste brief die hij ooit van iemand had ontvangen, zei hij. Ik had daarin verwezen naar de uitspraak van Aristoteles dat een vriend een tweede ik is. Aristoteles maakt een onderscheid tussen drie soorten vriendschap: vriendschap gebaseerd op nut, op genot en wat hij de volmaakte vriendschap noemt, die tussen goede mensen, mensen die elkaars gelijken zijn op het stuk van voortreffelijkheid (wat ook als deugd wordt vertaald). “Hun vriendschap,” schrijft Aristoteles in de Ethica, “duurt dan ook voort zolang zij goed zijn; en voortreffelijkheid is duurzaam.” “Zo’n vriendschap is vanzelfsprekend duurzaam, want daarin zijn alle kenmerken verenigd die vrienden moeten hebben.” [1]
Giuseppe zei me dat ik zijn enige vriend ben. Het zou verschrikkelijk zijn mocht aan onze vriendschap een einde komen, voegde hij er nogal onheilspellend aan toe. Ik verwees opnieuw naar Aristoteles. Waren wij niet allebei voortreffelijke mensen? Waar moesten we dan bang voor zijn?

Giuseppe had onlangs in Playboy een interview met Sartre gelezen. Dat ging onder meer over diens amfetaminegebruik, wat Giuseppe fascinerend vond. Zelf keek ik ook wel op naar schrijvers die peppillen slikten, al was daar op zich geen enkele verdienste aan. Jack Kerouac, Tennessee Williams, Truman Capote… En waren Bob Dylans beste songs niet tot stand gekomen onder invloed van benzedrine? Giuseppe drong erop aan dat ik eindelijk Les Chemins de la liberté eens zou lezen. Ik was er al meermaals in begonnen maar had het boek nogal dor en langdradig gevonden. Veertig jaar later heb ik die trilogie nog steeds niet uitgelezen.
Mijn vriend vond dat het nu maar eens tijd werd dat ik ook een roman ging schrijven, die experimentele teksten in Aurora waren een doodlopend straatje. Ik betwijfelde of ik dat wel kon. Je moet dan een plan, een ontwerp maken en je daar vervolgens al schrijvend nauwgezet aan houden. Je moet personages bedenken, ze een innerlijk leven geven, een bepaalde manier van spreken, van zijn, je moet hun karakters uitdiepen en laten zien hoe ze zich in hun relaties met anderen en met de wereld ontwikkelen. Hoe ze betere mensen worden, of ten onder gaan. Je moet allerlei soorten mensen observeren, met ze praten, naar ze luisteren. Ik geloof niet dat ik dat allemaal kan. Ik kan alleen maar schrijven wat ik moet, vanuit spontane opwellingen en onbewuste verlangens. Mijn geschrijf heeft een neurotische inslag, ik moet het doen om niet gek te worden. Of om me niet te vervelen. Al is het geen tijdverdrijf maar een innerlijke noodzaak. Omdat ik me in mijn schrijven soms laat gaan, waar die peppillen zeker een rol in spelen, heb ik achteraf een hoop werk om ballast te verwijderen, ik moet zoveel schrappen en herschrijven, structuur aanbrengen. Om een roman te maken moet je met die structuur beginnen.

Zo werd het zonder dat we het door hadden weer erg laat. Giuseppe wilde per sé de rekening betalen en gaf me meer dan voldoende geld voor een taxi. Ik zou toch dat hele stuk naar huis niet te voet afleggen?


[1] Aristoteles, Ethica, VIII-IX. Vertaald door Christine Pannier en Jean Verhaeghe.

Faye Dunavay in The Eyes Of Laura Mars

ZERO DE CONDUITE: SECRET STAGE

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is  I may be old and I may be bent / But I had the money till it all got spent.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Deze aflevering van Zéro de conduite is een soort van vervolg op de uitzending van 6 juli 2019 met als thema imaginair festival (6 juli 2019). De inleiding die ik toen schreef is nog steeds van toepassing en hoeft hier niet herhaald te worden.

Voor vanavond heb ik me een klein en geheim podium voorgesteld waar een dertigtal geliefde zangeressen, zangers en bands mogen optreden. Omdat het een klein podium is zijn het niet de grootste namen die we te horen krijgen en omdat het geheim is wil ik er ook niet al te veel over kwijt. Hoe ziet het eruit? Wie is het publiek? Hoeveel kost een kaartje? Worden de artiesten wel behoorlijk betaald? En zij die al dood zijn, hoe zit het daarmee? De jong gestorvenen? Neal Casal, Elliott Smith, Warren Zevon… Hoe zit het met drank, drugs en seks? Laat je verbeelding het werk doen. Het gaat om niet veel meer dan een fantasie. Maar wel een geheel ander soort fantasie dan dat van de vertrekkende ‘president’ en zijn volgelingen.
Voor de keuze van de dertig songs heb ik me laten leiden door het element troost, wat ik wel vaker doe. Maar troost hebben we nu meer nodig dan ooit. Die vind ik echter niet in suikerzoete liedjes maar in wat mij vanwege echtheid en oog voor detail en ook wel door muzikale motieven weet te raken en te ontroeren. Behoefte aan schoonheid en troost betekent niet dat we voor altijd willen wegvluchten voor de realiteit. Dat zullen we nooit doen.
Geniet van de vibraties, blijf voorzichtig, zorg goed voor jezelf en voor vrienden en vreemden.

Opgedragen aan Jerry Jeff Walker en Billy Joe Shaver.


Mr. Bojangles – The Nitty Gritty Dirt Band – Stars and Stripes Forever  – Jerry Jeff Walker

Free To Walk – Isobel Campbell & Mark Lanegan – We Are Only Riders – Jeffrey Lee Pierce

Dead On The River (Rolling Down) – Ian Noe – Between The Country – Ian Noe

Pinnacle Mountain Silver Mine – Jake Xerxes Fussell – What In The Natural World – Helen Cockram

Killing The Blues – Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand – Rowland Salley

Maybe California – Neal Casal – Fade Away Diamond Time – Neal Casal

Powderfinger – Cowboy Junkies – The Caution Horses – Neil Young

Fear Is Like A Forest – Courtney Barnett & Kurt Vile – Lotta Sea Lice – Jen Cloher

Jesus, Etc – Puss N Boots – Wilco Covered – Jeff Tweedy

Pick Up The Change – Wilco – A.M. (2017 Remaster) – Jeff Tweedy

Underground Dream – Son Volt – The Search – Jay Farrar

Star – Allah-Las – LAHS – Correia

Come To Mary – Jesse Sykes & The Sweet Hereafter – Marble Son – Jesse Sykes

Claudia Cardinale – The Third Mind – The Third Mind (First Edition) – Dave Alvin, David Immerglück, Victor Krummenacher, Michael Jerome

(Straight Down To The) Bitter End – Yo La Tengo – Electr-O-Pura – James McNew

Arkansas – Damien Jurado – Saint Bartlett – Damien Jurado

Thoughts And Prayers – Drive-By Truckers – The Unraveling – Patterson Hood

Alameda – Elliott Smith – Either/Or – Elliott Smith

Gulfport You’ve Been On My Mind – Hiss Golden Messenger – Hallelujah Anyhow – M.C. Taylor

Blind Love – Tom Waits – Rain Dogs – Tom Waits

A Mess Of Blues – John Hiatt – Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus – Doc Pomus

I Was In The House When The House Burned Down – Warren Zevon – Life’ll Kill Ya – Warren Zevon

Gunpowder – Patty Griffin – Servant Of Love – Patty Griffin

Do Right By Me – Margo Price  – All American Made – Jeremy Ivey, Margo Price

New York City Lullaby – Danny & Dusty – Cast Iron Soul – Dan Stuart, Steve Wynn

When She Comes Around – Steve Wynn – Dazzling Display – Steve Wynn

Highway 61 Revisited – Dave Alvin – Ashgrove – Bob Dylan

Goodbye Jimmy Reed – Bob Dylan – Rough And Rowdy Ways  – Bob Dylan

Hate To See You Go – The Rolling Stones – Blue & Lonesome – Walter Jacobs

Rocks On Rainbow – Ryley Walker – Deafman Glance – Ryley Walker

Research & samenstelling: Martin Pulaski

DE WENK VAN ASSEPOESTER

[Nachten aan de Kant 31]

Niets schijnt mijn nachtelijk verlangen naar roes en extase, naar de nabijheid van vreemde dansende lichamen te kunnen temperen. Vreemd zijn de mensen op de dansvloer omdat ze niet spreken, alleen maar bewegen, dichtbij omdat ze net als ik lustgevoelens uitwasemen en in hun gebaren de nood aan aanraking verraden. Wijst dit verlangen van mij op een sterke verwevenheid van eros en thanatos, of is dat een al te freudiaanse interpretatie?

De voorbije twee weken beleefde ik opnieuw van die intense nachten die vooral mijn zintuigen ontregelden. De eerste nacht hoorde ik voor de zoveelste keer de lokroep van de vochtige kelder die Cinderella’s Ballroom heet. Bizar toch, die naam: de balzaal van Assepoester. Maar ook wel gepast want gedanst wordt er de hele nacht en bijna alle jongens en meisjes – ik kan ze moeilijk mannen en vrouwen noemen – hebben extravagante schoenen aan hun voeten, al zijn ze niet van glas. Over de rode schoentjes van Senga had ik het al eerder. Mogelijk liggen de punkmeisjes die er ’s nachts komen dansen overdag in lompen gehuld dicht bij hun kolenkachels in de assen te slapen.
Alles in de balzaal van Assepoester is opwinding en genot en tegelijk zelfvernietiging en pijn. Voor mijn gezondheid en mijn zenuwen zijn dergelijke nachten nefast. Mijn longen verstikken in de rook, in de stank van de riolering; mijn poriën raken verstopt van het zweet en andere exhalaties. Je bent er niet veel meer dan je lijf, met lijfelijke driften en behoeften. Of bevat de muziek die DJ Maryse draait – songs zoals Ain’t That Nothing van Television, Police and Thieves van the Clash, Step By Step van Mikey Dread, Cheree van Suicide – een minder aards element, draagt zij impulsen over die je onbewust weer meeslepen naar het engelachtige niveau van de gedichten van Shelley en TS Eliot waarin je je overdag hebt verdiept?

Eerder die avond was ik in het Pannenhuis. Er was een tentoonstelling met gigantische, tijdloze werken van Frans Gentils, adembenemend mooi. Dergelijke doeken zie je doorgaans alleen maar in luisterrijke zalen van musea hangen maar nu kon je ze hier, in deze zogeheten nihilistische new wave artiestenkroeg bewonderen. Na de vernissage was er een rhythm and blues en reggae party, maar daar zijn we niet al te lang gebleven. Assepoester en haar dubbelgangsters Lucette, Alicia en Hadaly lieten opnieuw hun lokroep horen.

Zondagochtend om acht uur strompelden we de trap op, lijkbleek, mager, mooi als bijna verwelkte orchideeën. We haastten ons niet meteen naar huis: ik had er alles voor over om eerst nog de Schelde te zien. In haar nabijheid zou ik verlost worden van de donkere gevoelens die mij kort voor de dageraad hadden overmeesterd. De warmte van de zon, de verkoelende frisse wind die ons van de rivier tegemoet waaide. De meeuwen fladderend boven het met lichtvlekken doorspekte donkere water. Aan de overkant van de brede rivier de flatgebouwen van goud, waarin mensen zoals wij liggen te slapen. Opeens heb ik het gevoel dat alle dingen om mij heen transparant worden. Ik kijk naar Senga en zie een doorzichtige engel, haar handen, haar ogen. Ik voel de vernietigende elektriciteit en het gif in mijn lichaam als vampiers wegvluchten voor dit verblindende licht.

De tweede nacht begon op een vernissage van Guillaume Bijls tentoonstelling in Ruimte Z: transformatie van de galerij in een Autorijschool Z. Sinds 1977 had ik het werk van mijn vriend van nabij zien evolueren. Hij zag in alle geledingen van de maatschappij het economisch denken de overhand nemen. De hele samenleving en al het mooiste en voortreffelijkste in de mens zou al gauw worden opgeofferd aan efficiëntie en nut. De taal die van bovenaf naar beneden druppelde was die van managementsidioten en omhooggevallen parasieten. Guillaume ging nu met veel gevoel voor humor en ironie, maar ook bijzonder kritisch, de kunst vanuit die optiek benaderen: zo ontstonden zijn kunstliquidatieprojecten. Dit was zijn eerste: zoals Assepoesters goede fee een pompoen en een stel muizen omtovert tot een koets met paarden, veranderde Guillaume Ruimte Z in een autorijschool. Al was zijn kunstgreep het tegenovergestelde van feeëriek. Er zouden in de volgende jaren nog heel wat van die projecten volgen.
We waren er samen met Gabrielle D., die waarschijnlijk bij ons in de Dolfijnstraat zou intrekken, en met Giuseppe. Ik voelde me opnieuw gezond, uitgerust en in een prima stemming. Dat bleef de hele avond en nacht zo. Geen uitbundig de nacht wegdansen dit keer, maar lachen, praten en samen drinken. Onderweg naar een café aan de Kant heb ik in Sint-Katelijne Vest aan het witgeverfde beeld van de lijdende Jezus geknield zitten bidden. Tranen van geluk rolden over mijn wangen. Wat vonden mijn maatjes van mijn performance? Van de rest van de nacht herinner ik mij weinig. Het gebeurt almaar meer dat er na zo’n nacht gaten in mijn geheugen zitten. Ik geloof dat ik Gabrielle over mijn mislukte voordracht over Dante’s Paradiso vertelde. Die was door een verkeerde aanpak misbegrepen. Ik had mijn redevoering sarcastisch bedoeld, om met het sérieux van sommige academici en intellectuelen de spot te drijven, maar omdat ik een onervaren en schuchtere spreker ben en bovendien een middelmatige acteur, werd die als een ernstig vertoog geïnterpreteerd. Het publiek was ervan overtuigd dat ik mij had overgegeven aan etherische visioenen van het paradijs en dat ik Dante’s geometrische schoonheid bejubelde. Ze hadden mijn lectuur van Dante al te romantisch en wereldvreemd gevonden. Terwijl ik met Gabrielle over die mislukking zat te praten kon ik er eindelijk mee lachen. Dat herinner ik me nog.

De volgende dag bij het ontwaken de eeuwige kater. Niemand heeft dat soort lusteloosheid beter uitgedrukt dan Kris Kristofferson in Sunday Morning Coming Down. ’s Avonds bij Guillaume en Renée ging het al beter. Op televisie zagen we the Patti Smith Group live in het schitterend programma Rockpalast. Patti Smith liet nog een keer zien dat ze de hogepriesteres van de hedendaagse rock-n’-roll is. Een spirituele en tegelijk laag-bij-de-grondse sjamaan, een punkmeisje, een afstammelinge van Elvis Presley en een jongere zus van Jim Morrison. Haar intentieverklaring was So You Want To Be A Rock And Roll Star, oorspronkelijk van the Byrds. You’re a little insane, krijste ze; het klonk als een bezwering, een mantra. Samen met gitarist Lenny Kaye en de andere muzikanten van haar band riep zij de geest op van acidrock, de sound van Jefferson Airplane, Quicksilver Messenger Service en the Doors, lange gitaarsolo’s, ijle en dromerige muziek. Ik hoorde nostalgie naar de gouden tijd van vrede en liefde maar net zo goed ontwaarde ik in haar gestes en gymnopédie de convulsieve schoonheid van André Breton. Met haar toeschouwers leek Patti Smith brutale seks te willen hebben. Ze besefte dat ze nooit eerder voor zo’n groot publiek had gespeeld, heel West-Europa was haar potentieel publiek. Dat maakte haar zichtbaar gelukkig maar ook enigszins bezeten en overmoedig. Ik voelde diep van binnen dat er iets neerdaalde, een vonk van herinnering aan een hoopvolle tijd en de belofte van verandering, ginds in dat concertgebouw in Essen.

Foto’s: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: EMMYLOU HARRIS’ JUKEBOX

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is I hear the sound of sorrow in the wind / Blowing down from every mile I’ve ever been.

Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Emmylou Harris is op enkele uitzonderingen na pas laat in haar carrière zelf songs gaan schrijven. Van in het prille begin, nog voor Chris Hillman – van the Byrds en the Flying Burrito Brothers – de jonge folkie ontdekte en Gram Parsons haar vroeg voor de vrouwelijke samenzang op zijn solodebuut GP (1973), was zij al geïnteresseerd in songs die sterke emoties uitdrukten. Vanaf haar debuut, het album Gliding Bird uit 1970, heeft de zangeres op de composities van een groot aantal bekende en vooral minder bekende artiesten de onmiskenbare Emmylou-stempel gedrukt. Feit is dat de zangeres met de engelenstem, vaak overvol tristesse maar soms ook bijna ruig rockend, een voortreffelijke smaak heeft. Dat blijkt alleen al uit de grote hoeveelheid liedjes die ze doorheen de jaren op haar albums en live heeft gecoverd en uit haar talloze onovertroffen duetten. Al moet worden toegegeven dat ze in de keuze van haar repertoire vaak werd bijgestaan door partners als Brian Ahern en Rodney Crowell.
Vanavond luisteren we naar de achtendertig beste songs van de tweehonderd op de Wurlitzer 2000 jukebox van Emmylou Harris, al mag er over mijn keuze, liefst achteraf, worden getwist. In sommige gevallen laat ik de originele versie horen, soms zijn het ook weer covers. Tussendoor mag de songbird zelf wat zingen, evenals haar eerste muzikale liefde, Gram Parsons.

Veel luisterplezier!

The Sweetheart Of The Rodeo – Emmylou Harris – The Ballad Of Sally Rose – Emmylou Harris/Paul Kennerley

Hickory Wind – The Byrds – Sweetheart Of The Rodeo – Gram Parsons/Bob Buchanan

Wheels – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons/Hillman

Luxury Liner – Emmylou Harris – Luxury Liner – Gram Parsons

Mystery Train – Elvis Presley – Sunrise: The Complete Sun Masters – Parker/Phillips

I’m Moving On – Taste – Taste – Hank Snow

Restless – Carl Perkins – Restless: The Columbia Recordings – Carl Perkins

Together Again – Richard & Linda Thompson – In Concert, November 1975 – Buck Owens

Cry One More Time – J. Geils Band – The Morning After – Peter Wolf

We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning – Gram Parsons – GP – Joyce Allsup

Rough and Rocky – Gene Clark – Roadmaster – Flatt/Scruggs

Here, There And Everywhere – The Beatles – Revolver – McCartney

Love Hurts – The Everly Brothers – A Date With The Everly Brothers – Boudleaux Bryant

Tennessee Waltz – Otis Redding – Sweet Dreams: Where Country Meets Soul Vol. 2 – Redd Stewart/Pee Wee King

Save The Last Dance For Me – The Drifters – Save The Last Dance For Me – Pomus/Shuman

You Never Can Tell (1964 Single Version, Mono) – Chuck Berry – Gold: Chuck Berry – Chuck Berry

Lodi – Creedence Clearwater Revival – Green River 40th Anniversary Edition – John Fogerty

Evangeline – Emmylou Harris & The Band – Duets – Robbie Robertson

Ooh Las Vegas – Cowboy Junkies – Return Of The Grievous Angel: A Tribute to Gram Parsons – Gram Parsons/Rik Grech

Christine’s Tune – The Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin – Parsons/Hillman

The Price I Pay – Emmylou Harris & Desert Rose Band – Duets – Bill Wilds/Chris Hillman

Didn’t Leave Nobody But The Baby – Emmylou Harris, Alison Krauss & Gillian Welch – O Brother, Where Art Thou? – Traditional

Miss The Mississippi And You – Jimmie Rodgers – Jimmie Rodgers 1932: No Hard Times – Halley

Blue Kentucky Girl – Loretta Lynn – Blue Kentucky Girl – Johnny Mullins

Coat of Many Colors – Dolly Parton – Coat Of Many Colors – Dolly Parton

You’re Learning – The Louvin Brothers – Encore – Ira & Charlie Louvin

The Bottle Let Me Down – Merle Haggard & the Strangers – Swinging Doors (And The Bottle Let Me Down) – Merle Haggard

Beneath Still Waters – George Jones – My Country – Dallas Frazier

Darkest Hour Is Just Before Dawn – Emmylou Harris – Roses In The Snow – Ralph Stanley

Wayfaring Stranger – 16 Horsepower – Secret South – 16 Horsepower/Edwards

Mansion On The Hill – Bruce Springsteen – Nebraska – Bruce Springsteen

I Don’t Love You Much Do I – Guy Clark – Boats To Build – Guy Clark/Richard Leigh

Pancho & Lefty – Townes Van Zandt – The Late Great Townes Van Zandt – Van Zandt

Orphan Girl – Gillian Welch – Revival – Gillian Welch

Sweet Old World – Lucinda Williams – Sweet Old World – Williams, Lucinda

Goodbye – Steve Earle – Train A Comin’ – Steve Earle

May This Be Love – Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced? – Jimi Hendrix

It’s Only Rock ‘n’ Roll – Emmylou Harris – White Shoes – Billy Swan



Research & samenstelling: Martin Pulaski

Boeiende lectuur: Geert Henderickx, De derde stem


ZERO DE CONDUITE: DOUG SAHM’S JUKEBOX



Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is you just can’t live in Texas if you don’t have a lot of soul.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vanavond gaan we luisteren naar de jukebox van Doug Sahm. Het worden twee uur van het voortreffelijkste wat de Amerikaanse populaire muziek vanaf het midden van de vorige eeuw heeft voortgebracht. Doug Sahm is een man die ik al meer dan een halve eeuw bewonder en vereer, als muzikant, als songschrijver, als zanger,  als muziekarcheoloog, als mens. Daarom vond ik het de hoogste tijd om een aflevering van dit programma aan hem te wijden. Aan bod komen een aantal van de mooiste songs van Doug Sahm en van zijn band the Sir Douglas Quintet en daarnaast een selectie van liedjes die de zanger-songschrijver-muzikant nauw aan het hart lagen. De meeste daarvan heeft hij zelf gecoverd, solo of met the Sir Douglas Quintet en the Texas Tornados. De nadruk ligt op muziek uit Texas, de staat waar Doug Sahm vandaan kwam. In 2018 schreef ik een stuk over hem in een reeks over elpees die een blijvende invloed op mijn leven hebben gehad: herinneringen aan Sir Douglas Quintet en Mendocino. Veel luisterplezier!

Mendocino – Sir Douglas Quintet – Mendocino

She’s About A Mover – Sir Douglas Quintet – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 3

96 Tears – ? & The Mysterians – 96 Tears

You’re Gonna Miss Me – 13th Floor Elevators – The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators

Green River – Creedence Clearwater Revival – Green River 40th Anniversary Edition

Catch The Man On The Rise – Sir Douglas Quintet – 1+1+1=4

(Is Anybody Going To) San Antone – Doug Sahm – Doug Sahm and Band

Wallflower [Alternate Version] – Bob Dylan – Another Self Portrait (1969-1971): The Bootleg Series, Vol. 10

Tomorrow Just Might Change – Louie And The Lovers – The Complete Recordings

Wasted Days, Wasted Nights – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

I Won’t Cry – Johnny Adams – I Won’t Cry

Talk To Me, Talk To Me – Little Willie John – The King Sessions 1958-1960

What’s Your Name – Don & Juan – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 5

Bad Boy – The Jive Bombers – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 5

Buzz Buzz Buzz – Hollywood Flames – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 2

Susie-Q – Dale Hawkins – Oh! Suzy-Q

Linda Lu – Ray Sharpe – Gonna Let It Go This Time

The Gypsy – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

Papa Ain’t Salty – T-Bone Walker – T-Bone Blues

Something To Remember You By – Guitar Slim – Sufferin’ Mind

Reconsider Baby – Lowell Fulson – The Complete Chess Masters

I’m A Fool To Care – Joe Barry – The Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 9

Mathilda – Jerry Lee Lewis – Killer: The Mercury Years, Vol. 1 (1963-1968)

She’s Huggin You, But She’s Looking At Me – Sir Douglas Quintet – The Return Of Doug Saldana

Sugar Bee – Cleveland Crochet – The  Goldband Records Story

Colinda (1963) – Rod Bernard – Swamp Rock`n`Roller

Blues Stay Away From Me (Take 1) – The Delmore Brothers – Fifty Miles To Travel

The Image Of Me – The Country Rockers – It Came From Memphis: The Legendary Sounds Of Memphis

Poison Love – Johnny And Jack – Nashville Classics: The 50’s

They’ll Never Take Her Love From Me – Hank Williams – Long Gone Lonesome Blues: August 1949 – December 1950

Faded Love – Bob Wills & His Texas Playboys – Bob Wills & His Texas Playboys

Me And Paul – Willie Nelson – Legend: The Best Of Willie Nelson

Be Real – Sir Douglas Quintet – 1+1+1=4

Give Back The Key To My Heart – Uncle Tupelo ft. Doug Sahm – Anodyne

Anselma – Los Lobos – …And A Time To Dance

Nitty Gritty – Doug Sahm – Doug Sahm and Friends: Best of Doug Sahm’s Atlantic Sessions

She Never Spoke Spanish To Me – The Texas Tornados – Texas Tornados

Siete Notas De Amor – Freddy Fender – La Musica De Baldemar Huerta

Nuevo Laredo – Sir Douglas Quintet – Together After Five

Dynamite Woman – Sir Douglas Quintet – Together After Five

At The Crossroads – Sir Douglas Quintet – Mendocino

Volver, Volver – Ry Cooder ft. Flaco Jimenez – Show Time

Research & samenstelling: Martin Pulaski

POP 1980: EXTASE, ANGST EN BEVEN

lydialunch1

Op de voor mij belangrijkste gebeurtenissen van 1980 kom ik later nog uitgebreid terug. Goed voor mij was dat ik eindelijk opnieuw betaald werk had. Ook voor Senga was dat zo. Toch speelde ons privéleven zich nog grotendeels in het nachtelijke Antwerpen af. Een levenswijze in de marge, ongezond en soms gevaarlijk. Tot onze grote spijt werd het mooie huis in de Dolfijnstraat verkocht. Onnadenkend verhuisden we naar een klein dakappartement (twee kamers) in de Lamorinièrestraat. In de zomer was het er snikheet, in de winter niet warmer dan 16 graden. Als ik zat te schrijven verwarmde ik mijn voeten met een broodrooster. Er was maar plaats voor één eenpersoonsbed. De tequila smaakte er geweldig.

De beste elpee van 1980, London Calling van the Clash, staat niet in de lijst: ze is eind 1979 uitgekomen. Een concert van Captain Beefheart in Brussel dat jaar zal me altijd bijblijven. Sound Affects van the Jam kon me elke dag weer blij maken. The Psychedelic Furs waren helemaal niet psychedelisch, maar hun muziek was anders dan die van de rest, ook al kon je er de invloeden meteen uithalen. Richard Butler en zijn kompanen hadden een geheim ontsluierd dat niemand voor hen gehoord had. Wie zal zeggen wat het was? Herinnert iemand zich nog Blue Angel? De zangeres van de band was Cyndi Lauper, bijgenaamd De Stem.

2020-08-17-elpees 008

  1. Get Happy!! – Elvis Costello & the Attractions
  2. Closer – Joy Division
  3. Scary Monsters (And Super Creeps) – David Bowie
  4. Remain in Light – Talking Heads
  5. Doc At The Radar Station – Captain Beefheart
  6. Common One – Van Morrison
  7. Second Album – Suicide
  8. The River – Bruce Springsteen
  9. Sound Affects – The Jam
  10. Le Chat Bleu – Mink DeVille
  11. Boys Don’t Cry /Seventeen Seconds – The Cure
  12. The Psychedelic Furs – The Psychedelic Furs
  13. Emotional Rescue – Rolling Stones
  14. Sandinista! – The Clash
  15. The Up Escalator – Graham Parker & The Rumour
  16. Queen Of Siam – Lydia Lunch
  17. Hypnotized – The Undertones
  18. Gaucho – Steely Dan
  19. End Of The Century – The Ramones
  20. Heartattack And Vine – Tom Waits
  21. Pretenders – Pretenders
  22. Alan Vega – Alan Vega
  23. The Art of Walking – Pere Ubu
  24. Fireside Favourites – Fad Gadget
  25. Blue Angel – Blue Angel
  26. I Just Can’t Stop It – The Beat
  27. T.T. – Fela Kuti & Africa 70
  28. Defunkt – Defunkt
  29. Hawks & Doves – Neil Young
  30. Stand in the Fire / Bad Luck Streak In Dancing School – Warren Zevon
  31. Colossal Youth – Young Marble Giants
  32. The Correct Use Of Soap – Magazine
  33. Are You Glad To Be In America? – James Blood Ulmer
  34. Arc Of A Diver – Steve Winwood
  35. Crocodiles – Echo & The Bunnymen
  36. Kilimanjaro – The Teardrop Explodes
  37. The Return Of The Durutti Column – The Durutti Column
  38. Warm Leatherette – Grace Jones
  39. Ambient 2: The Plateaux Of Mirror – Harold Budd & Brian Eno
  40. Kaleidoscope – Siouxsie And The Banshees

2020-08-17-elpees 012

Ook boeiende elpees uit 1980: The New Age Steppers – New Age Steppers, Storm Windows – John Prine, Paris Au Printemps – Public Image Ltd., American Music – The Blasters, Diana – Diana Ross, Flesh And Blood – Roxy Music, Jane From Occupied Europe – Swell Maps, Back To The Barrooms – Merle Haggard, The Monkey Puzzle -The Saints, Bass Culture – Linton Kwesi Johnson, Love Zombies – The Monochrome Set, Hell Of A Spell – Doug Sahm, Pauline Murray And The Invisible Girls, Crawfish Fiesta – Professor Longhair, Fourth World, Vol. 1: Possible Musics – Jon Hassell & Brian Eno, Lio – Lio, Truth Decay – T-Bone Burnett, Songs The Lord Taught Us – The Cramps, Saved – Bob Dylan, AutoAmerican – Blondie, Off The Coast Of Me – Kid Creole And The Coconuts, The Long Riders (Original Sound Track) – Ry Cooder, Roses In The Snow – Emmylou Harris, Growing Up In Public – Lou Reed, Jeopardy – The Sound, Too Much Pressure – The Selecter, Borderline – Ry Cooder, Red Exposure – Chrome

bowie

DWEPERS

1978-1980-AURORA 14 001

[NACHTEN AAN DE KANT 20]

Inmiddels is het februari geworden. Vanmorgen kwam de huisbaas vragen hoe het zat, komt er nog wat van, van die huishuur. We zullen wel zien. Het is nog maar de achtste. Waar maakt die lieve man zich druk om? Zijn vrouw zal hem wel aanporren. Neen, door huisbazen laat ik me niet opjagen. Vandaag wil ik rust in mijn hoofd.

Een paar dagen geleden vergaderden we met de redactie van Aurora bij de schrijver Wim Meewis. Een beminnelijk man, iemand die ik ten zeerste waardeer. Ik heb de indruk dat het wederzijds is. Hij heeft me al meermaals gezegd dat hij mijn teksten graag leest. Wim en zijn vrouw wonen in een ruime flat op de elfde verdieping van een groot gebouw met een adembenemend uitzicht op de Schelde, de stroom van gelukkige momenten en persoonlijke tragedies. Mijn broer en schoonzus zijn er bij een schipbreuk bijna in verdronken. Een voorbijvarende sleepboot kon hen op het laatste moment nog redden. Toen ik nog een kleine jongen was is een van mijn neven, Louis Costers, tijdens mistig weer overboord gesukkeld. Pas weken later werd zijn levenloos lichaam op een oever een heel eind van Antwerpen teruggevonden. Sindsdien worden de verheven gevoelens die de stroom bij me oproepen soms verdrongen door huiveringwekkende herinneringen.

Na de vergadering met enkele redactieleden gingen we nog wat ‘napraten’ in café Tivo op de Bolivarplaats. Veel gezeur en negatieve gevoelens ten aanzien van Leopold Flam, onze ‘leider’. Daar doe ik liever niet aan mee. Wat een contrast met de poëzie die de Schelde bij me oproept. Toen Job was uitgeraasd over professor Flam moest Van Morrison het ontgelden. Het leek wel of Job het over een gewetenloze schurk had, zo wond hij zich op. Van Morrison, die vent  heeft volstrekt geen talent, riep hij uit. Een oplichter, vervolgde hij. En zo ging hij nog een tijd door. Job weet goed dat de Ierse zanger en songschrijver een van de weinige echt stralende sterren aan het rockfirmament is. Hij weet dat Astral Weeks en Moondance meesterwerken zijn. Het is de drank die hem zo dwars doet liggen, denk ik. Job heeft wel vaker een kwade dronk. Het is naar het schijnt iets in zijn frontale kwab, of anders zal het zijn amygdala wezen, de details ken ik niet, het is een delicate kwestie. Ik keek op mijn horloge, wat ik zelden doe in fijn gezelschap. Round midnight, dacht ik, tijd om hier op te stappen.

monte_hellman_Shooting_09_blu-ray_2

two_monte_hellman_Shooting_06_blu-ray_3

Gelukkig was Giuseppe thuis. Zo is het toch nog een genoeglijke nacht geworden. Volgens mijn wat buitensporige maatstaven van de laatste jaren hebben we zelfs niet al te veel gedronken. We zijn naar een volkscafé bij hem in de buurt gegaan, een plek waar we wel vaker zitten. Er valt helemaal niets te beleven, maar wat maakt ons dat uit? Met Giuseppe ga ik niet op café  omdat daar iets te beleven is. Terwijl Giuseppe was gaan plassen heb ik op een bierviltje een ontwerp voor een gedicht over de Schelde geschreven. Mogelijk kan ik daar nog iets mee aanvangen, later, als ik ouder en wijzer ben. Kitsch schittert in de smoelen van het schone volk, en meer van dat. Haast onleesbaar.

We hebben uren over film gepraat, wat we wel vaker doen. Giuseppe dweept met Montgomery Clift. Hij heeft net zijn biografie gelezen en wil dat ik dat ook doe. Je moet, zei hij. Oké, zei ik, dat zal ik doen. Je weet hoe gehoorzaam ik ben. Eigenlijk wil ik mij Monty liever herinneren zoals ik hem ken uit Red River, maar dat zei ik niet. Giuseppe houdt teveel van levens. Hij verslindt dagboeken, biografieën en autobiografieën. Ik heb hem het werk van regisseur Monte Hellman aangeraden; een drietal van zijn films worden dezer dagen tijdens Film International vertoond. In het Filmmuseum in Brussel was ik beslist onder de indruk van The Shooting en Ride in the Whirlwind, niet eens zo lang geleden. Vooral van die eerste, die een raadselachtig verhaal vertelt over een opdracht in de woestijn, met Warren Oates en Jack Nicholson. Paarden, dubbelgangers, cocaïne, het land van Cocagne. Giuseppe was een even grote bewonderaar van Warren Oates als ik. Van het een kwam het ander. Het ander was Bring Me the Head of Alfredo Garcia. De beste film van Peckinpah, zei Giuseppe. De beste rol van Warren Oates, zei ik. In The Shooting speelt ook een mij verder onbekende actrice mee, Millie Perkins. Van haar ben ik nog altijd aan het dromen, zei ik, ze ziet er even mysterieus uit als het personage dat ze vertolkt. Ik geloof dat zij het liefje van Elvis was in Wild in the Country, zei Giuseppe. Beroemd is ze er niet mee geworden, zei ik. Ze was meer een beatmeisje, zei Giuseppe. Ze had zangeres moeten worden, zei hij. Misschien kan ze niet zingen, zei ik. In Wild in the Country zingt ze alvast niet, zei Giuseppe. Ken je dit, vroeg hij. Hij toonde mij het Duitse tijdschrift Filmkritik. Nee, zei ik. Uit de bibliotheek meegenomen, er is toch geen kat die het leest, zei hij. Hij liet me een stukje van een interview met Wim Wenders lezen. Wat Wenders daarin vertelde was zo hartverwarmend dat ik hem meteen als een verre vriend ging beschouwen. Je mag het hebben, zei Giuseppe, je hebt er meer aan dan ik. Trouwens, Martin, ik heb Bobby Bland ontdekt, zei hij, wat een geweldige zanger. Ik ken alleen zijn Turn On Your Lovelight en dan nog voornamelijk in de versies van Van Morrison, met Them, en die van The Grateful Dead, zei ik. Ik zal voor jou zijn elpee His California Album eens meebrengen, zei Giuseppe. Opgenomen begin jaren zeventig. Fantastisch album, vooral het nummer Up and Down World.

De ochtend was aangebroken. We bestelden onze laatste glazen bier in café de Balie, tegenover het Justitiepaleis. Ze smaakten bitter en overbodig, maar ze stonden daar voor ons op tafel met een bedoeling. We hadden al lang weg moeten zijn, naar huis, we hadden meer dan voldoende pils naar binnen, maar we wilden zo lang mogelijk bij elkaar blijven, in die betoverde cirkel van vriendschap. Daarom stonden die glazen daar. Zo was er een uiterlijke reden om onze roes in stand te houden: demon alcohol, ons noodlot.

Naar huis dan maar, waar Senga op me wachtte. De dag is helder, zoals hij alleen in februari helder kan zijn. Antwerpen is een geheel van lichtblauwe, scherp afgetekende vormen. Veel net niet verblindend wit zie ik ook. In het Stadspark zitten de meeuwen en de eenden stil op het ijs. Het is een merkwaardig zicht. Deze versie van de werkelijkheid zie je alleen maar als je een hele nacht bent opgebleven. De vogels zijn nu in het opene gekomen, ze hebben de gewichtloosheid van marionetten, de tijd heeft geen vat op ze. Zelfs het ijs laat je niet onverschillig. De wereld is tot stilstand gekomen. Er is nog niets begonnen. Welke andere stad is zo doordrenkt van deze sfeer? Stilstand, jazeker, en toch weet ik dat er tegelijk beweging is. In de verte worden de grote zeeschepen gelost en geladen. De dokwerkers zijn druk in de weer. Ik herinner mij uit mijn kinderjaren de immense kranen, de zeeschepen uit de hele wereld, de geur van sinaasappelen en bananen. De geur van hout uit Brazilië, het immense woud daar dat ik ooit met mijn broer zou ontdekken.

Bijna middag toen ik thuis kwam. Weer een Antwerpse nacht in mijn kleren en onder mijn huid gekropen.

1979-1980jos-flam

Foto’s: met Wim Meewis, circa 1979; The Shooting van Monte Hellman; met Leopold Flam en Giuseppe (regenjasbrigade).

ZERO DE CONDUITE: GOOD TIMES

marthavandellas (2)

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is walk in silence / don’t walk away in silence (Atmosphere).
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

pparnold

Vorige maand hielden de vogels ons gezelschap, vandaag blijven we op de begane grond. Het is zaterdag, midzomer: stel je een club voor, een plek waar gedanst wordt. De songs die ik heb gekozen zijn voor de DJ die daar draait en voor de dansers.

Om deze selectie te maken heb ik me laten leiden door woorden van Sam Cooke uit zijn Good Times: It might be one o’clock and it might be three / Time don’t mean that much to me / I haven’t felt this good since I don’t know when / And I might not feel this good again. Je zou dat kunnen vertalen als pluk de dag.
Dat soort Good Times, ook wel levenslust genoemd, trof ik onder meer aan in rhythm and blues, soul en motown, sixties pop, afrobeat, samba en bossa nova, cubaanse twang, jazz en funk. En ik heb – voor een keer – niet eens lang moeten zoeken.

Deze aflevering van Zéro de conduite is opnieuw op voorhand opgenomen. Met dit vervloekte virus kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn. En stel je voor dat alle daytrippers die gisteren het station van Oostende onveilig maakten vandaag naar Antwerpen trekken… Ingeblikt is niet hetzelfde als vers, maar het is een valabel alternatief. Wel jammer dat je mijn zachte stem moet missen, maar later zal ik mijn schade inhalen, al komt er stilaan wat sleet op.

In werkelijkheid is het nog vroeg voor de dansvloer, maar stel je gewoon voor dat het al middernacht is, dat lukt wel. Kijk, er is nog plaats om te dansen en de muziek is groovy. So, come on baby, let the good times roll. Verzorg je goed en blijf gezond.

marthavandellas2

At The Club – Ray Charles – At the Club – Mayfield – 3:00

Open Up The Back Door – Hank Ballard & the Midnighters – Volume 2 – Baker – 2:58

Come On (Let the Good Times Roll) – Freddie King – Burglar – Earl King/Johnson – 3:30

Comin’ To Bring You Some Soul – Sam Baker – The Soul Of The Memphis Boys – Charles Whitworth/Sam Baker/Alton Miller – 3:07

Stupidity – Solomon Burke – Home In Your Heart: The Best Of Solomon Burke – Burke – 1:56

Good Times – Aretha Franklin – I Never Loved A Man The Way I Loved You – Sam Cooke – 2:10

Please Do Something – Don Covay – See Saw –  Don Covay, Ronnie Miller – 2:52

Teasin’ You – Willy DeVille – Victory Mixture –  Earl King – 3:10

Squeeze Her, Tease Her (But Love Her) – Jackie Wilson – The Very Best Of Jackie Wilson – J. Wilson/A. Tucker – 1:59

I Can’t Help Myself (Sugar Pie, Honey Bunch) – Four Tops – Greatest Hits – Holland/Dozier/Holland – 2:47

Whole Lot Of Shakin’ In My Heart (Since I Met You) – Smokey Robinson & The Miracles – Anthology – Frank Wilson – 2:45

Live Wire – Martha Reeves & The Vandellas – The Definitive Collection – Lamont Dozier/Brian Holland/Eddie Holland – 2:37

Strange I Know – The Marvelettes – Anthology – Lamont Dozier/Brian Holland/Freddie Gorman – 2:22

Cloud Nine – Rosie & The Originals – Angel Baby Revisited – Rosalie Hamlin – 2:21

Dancing In The Street – The Mamas & The Papas – All The Leaves Are Brown: The Golden Era Collection – Ivy Joe Hunter/William Mickey Stevenson/Marvin Gaye – 3:49

(If You Think You’re) Groovy – P.P. Arnold & the Small Faces – The First Lady Of Immediate – Marriot/Lane – 2:57

You Need Loving – The Small Faces – Small Faces (1966) – Steve Marriott – 4:01

Waltz For Lumumba – The Spencer Davis Group – Eight Gigs A Week: The Steve Winwood Years – Steve Winwood – 4:19

When I See That Girl Of Mine – The Kinks – The Kink Kontroversy – Ray Davies – 2:13

We’ll Play House – The Pretty Things – Get The Picture? – Alder/Taylor/May/Gandy – 2:33

My Obsession – The Rolling Stones – Between The Buttons – Jagger/Richards – 3:18

Think – Chris Farlowe – Chris Farlowe’s Greatest Hits – Jagger/Richards – 3:32

Satisfaction – Manfred Mann – Soul Of Mann – Jagger/Richards – 2:57

Satisfy You – The Seeds – Pushin To Hard – Jan Savage/Sky Saxon – 2:05

Livin’ In The Sunlight, Lovin’ In The Moonlight – Tiny Tim – God Bless Tiny Tim – Sherman/Lewis – 2:15

Love Is The Answer – Van Dyke Parks – Clang Of The Yankee Reaper – F. Williams – 3:28

Lover’s Mambo – Mulatu Astatqé – Afro-Latin Soul Vol, 1-2 –  Astaqé – 2:17

defunkt

The Face I Love – Chris Montez – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms – Vol. 1 – C. Pingarilho/R. Gilbert/M. Valle – 2:02

Groovy samba – Cannonball Adderley & the Bossa Rio Sextet featuring Sergio Mendes – The Bossa Nova Exciting Jazz Samba Rhythms, Vol. 4 – Sergio Mendes – 5:05

Oui Parle Français – Compay Segundo – Las Flores De La Vida – Francisco Repilado Muñoz – 2:30

Los Twangueros – Ry Cooder & Manuel Galban – Mambo Sinuendo – Arsenio Rodríguez – 4:42

With A Girl Like Mimi – Kid Creole & The Coconuts – Classic Kid Creole & The Coconuts – Darnéll – 3:32

Mission Impossible – Lizzy Mercier Descloux – Press Color – Schifrin – 2:33

Pull Up To The Bumper – Grace Jones – Private Life: The Compass Point Sessions – Grace Jones/Dano Mano/Sly Dunbar/Robbie Shakespeare – 4:35

In The Good Times – Defunkt – Defunkt – Defunkt/Gat/Bowie – 4:32

I Got A Thing, You Got A Thing, Everybody’s Got A Thing – Funkadelic – Funkadelic – C. Haskins – 3:57

Dirty – Earth Wind & Fire – The Eternal Dance – White – 3:49

Tonight I Shall Sleep With A Smile On My Face – Stan Getz – Getz / Gilberto #2: Recorded Live At Carnegie Hall – Getz/Gilberto – 2:49

mulatu-astatke-the-father-of-ethiopian-jazzdsc5203-mulatu-alexis-maryon

Samenstelling en research: Martin Pulaski
Foto Mulatu Astatké van Alexis Maryon. Foto Martha & the Vandellas: en PP Arnold fotograaf onbekend.

 

POP 1979: DANS, LUST EN NIEUWE INZICHTEN

DESCLOUX

Bij mijn tekst Voorbeeldige modellen en de lijst van mijn uitverkoren langspeelplaten van 1978 schreef Peter Cnop op facebook het volgende commentaar: “De periode half ‘76 tot half ‘78 was een bosbrand van talent, en in tegenstelling wat sommige linkse opiniemakers er van gemaakt hebben, allesbehalve negatief. Er was kracht, er was energie, niks zelfbeklag, geen schroom, niks terughoudendheid. Het was dan ook logisch dat in 1978 veel muzikanten ook naar funk en dans begonnen te neigen, en hun publiek ook. Ik ben daar altijd blij om geweest.
En natuurlijk was er politiek, de eerste pogingen om de sociale zekerheid onderuit te halen. Maar dat heeft niemand belet om te blijven feesten. In je begeleidend artikel vat je die tijdsgeest perfect samen. Zoals Dylan al veel vroeger zong: far from the twisted reach of crazy sorrow, yes, to dance beneath the diamond sky, with one hand waving free. Nog altijd.”

Nu ik mijn lijst van meest geliefde popalbums van 1979 bekijk heb ik de indruk dat deze woorden van Peter nog beter bij dat jaar passen. Popmuziek was volwassen geworden en tegelijk kinderlijk gebleven. Je hoorde de makers zowel teruggrijpen naar het (recente) verleden als zichzelf en hun kunst vernieuwen. Hun albums en songs getuigden zowel van intelligentie en bewustzijn als van onbewuste verlangens, lustgevoelens en onbestemde opstandigheid. Je hoorde in een adem brutale woede en verfijnde kunstzinnigheid. De meeste platen die dat jaar te horen vielen gaven je zin om te dansen, om naar de impulsen van je lichaam te luisteren. Tegelijk werd je opgeroepen om met dat lichaam iets te maken, om iets aan de wereld te geven, om de wereld ten goede te veranderen. Dat was en blijft een gigantische opdracht. Dansen betekent je zorgen en de zorgen van de wereld vergeten. Maar je bent ook toeschouwer en ziet op de dansvloer de anderen dansen. Wat drukken zij dansend uit? Wat ervaar je als je hen ziet dansen op muziek van Joy Division, the Slits of David Bowie? Het kan zijn dat je terwijl je hun dans observeert al tot conclusies komt, maar het kan ook later gebeuren, de dag nadien, terwijl je in je werkkamer zit te peinzen. Waar komen je zorgen vandaan, waarom is het met de wereld gesteld zoals het ermee gesteld is? De antwoorden op die vragen zag je in de nieuwe dansvormen. Mogelijk niet even helder als de antwoorden van een rationalistische filosoof of politieke denker, maar toch antwoorden. Via de dans heldert deze muziek op. Sommige makers verkondigen expliciet een of andere boodschap, wat dan een kunstmatige, geforceerde indruk maakt. Interessanter lijkt me een onderhuidse of impliciete boodschap, bijvoorbeeld “air can hurt you too” in Air van Talking Heads. Maar ook zonder duidelijke woorden – of met helemaal geen woorden – kan deze opnieuw weer eenvoudig gemaakte muziek je met een voorheen ongehoorde geestdrift opladen. Dat is wat in 1979 gebeurde.

LINTONKWESI

  1. Fear Of Music – Talking Heads
  2. London Calling – The Clash
  3. Tom Verlaine – Tom Verlaine
  4. Broken English – Marianne Faithfull
  5. Lodger – David Bowie
  6. Rust Never Sleeps – Neil Young & Crazy Horse
  7. Cut – The Slits
  8. Unknown Pleasures – Joy Division
  9. The Undertones – The Undertones
  10. Forces Of Victory – Linton Kwesi Johnson
  11. Squeezing Out Sparks – Graham Parker and The Rumour
  12. Sabotage – John Cale
  13. Metal Box – Public Image Ltd
  14. Slow Train Coming – Bob Dylan
  15. The Bells – Lou Reed
  16. Pretenders – Pretenders
  17. Specials – The Specials
  18. Press Color – Lizzy Mercier Descloux
  19. Setting Sons – The Jam
  20. Buy – James Chance & The Contortions
  21. Off White – James White And The Blacks
  22. Armed Forces – Elvis Costello & The Attractions
  23. New Picnic Time – Pere Ubu
  24. Wave – Patti Smith Group
  25. Recent Songs -Leonard Cohen
  26. Rickie Lee Jones – Rickie Lee Jones
  27. Like Flies On Sherbert – Alex Chilton
  28. Live At The Witch Trials – The Fall
  29. Damn The Torpedos – Tom Petty & The Heartbreakers
  30. Three Imaginary Boys – The Cure
  31. Muse – Grace Jones
  32. A Different Kind Of Tension – Buzzcocks
  33. Labour Of Lust – Nick Lowe
  34. Into the Music – Van Morrison
  35. Entertainment! – Gang Of Four
  36. 154 – Wire
  37. Inflammable Material – Stiff Little Fingers
  38. A Trip To Marineville – Swell Maps
  39. Eskimo – The Residents
  40. In Style – David Johansen

2020-07-30-ELPEES1979 004-FAITHFULL

In 1979 verschenen ook deze uitstekende albums: Down On The Farm – Little Feat, You’re Never Alone With A Schizophrenic – Ian Hunter, Flying Doesn’t Help – Anthony Moore, Manifesto – Roxy Music, Thanks I’ll Eat It Here – Lowell George, Pink Cadillac – John Prine, Havin’ A Party With Southside Johnny – Southside Johnny And The Asbury Jukes, A Can Of Bees – The Soft Boys, Alchemy – Richard Lloyd, Down On The Drag – Joe Ely, Blue Kentucky Girl – Emmylou Harris, Serving 190 Proof – Merle Haggard, Teenage Jesus And The Jerks – Teenage Jesus & The Jerks, American Boy & Girl – Garland Jeffreys, The Flying Lizards – The Flying Lizards, Bop Till You Drop – Ry Cooder, Soldier Talk – The Red Crayola, Lubbock (On Everything) – Terry Allen, Chewing Hides The Sound – Snakefinger, Low Budget – The Kinks, International Thief Thief – Fela Kuti & Africa 70, At Budokan – Bob Dylan.

2020-07-30-ELPEES1979 006_UNDERTONES

POP 1978: VOORBEELDIGE MODELLEN

elpees2 004

In 1978 waren we stilaan geïntegreerd in Antwerpen, in zoverre dat al mogelijk was. Beslist voelden we ons thuis in ons huis in de Dolfijnstraat en in de aangename buurt die Zurenborg heet. We woonden dan wel niet aan de goede maar aan de slechte kant van de spoorweg, the wrong side of the tracks, maar de huisgevels waren er witgeschilderd, wat een opvallend verschil was met waar we vandaan kwamen, onze grauwe hoofdstad die helemaal aan het verloederen was vanwege armoede, uitzichtloosheid, bevolkingsvlucht en wanbestuur. Ik was blij dat ik er weg was, ondanks de talloze mooie herinneringen en de vele vrienden en kameraden die ik er had achtergelaten.
Vlakbij ons Dolfijnhuis, dat we in de zomer van 1977 hadden opgeknapt, was de gezellige Dageraadsplaats, met een boekwinkel, een wijnhandel, een Unic en een bruine kroeg, de Cereus (nu het Zeezicht). Onze woning werd een uitvalsbasis om Antwerpen te verkennen en om er een aantal illustere inwoners van die stad als gewaardeerde gasten in te ontvangen en te entertainen met rock and roll, poëzie en andere vormen van modern vermaak. We hadden inderdaad al gauw een aantal fijne vrienden, die voor ons de ziel van onze nieuw thuisstad waren. Dat nieuwe leven was zeker niet alleen maar rozengeur. Senga en ik hadden geen werk meer en van de maneschijn konden we niet leven. We moesten elke dag opnieuw naar het stempellokaal in de Lange Kievitsstraat, telkens op een ander uur, om er een stempel op onze roze kaart te laten zetten. Een dag zonder stempel was een dag zonder geld. Wij zagen de agenten van de RVA als hedendaagse klonen van de Schutzstaffel. Wilden ze ons niet keer op keer een of andere rotjob in de strot rammen? Hadden ze ons nooit eens iets interessants te bieden, werk dat bijvoorbeeld paste bij onze vaardigheden, kennis en interesses? En waarom wilden ze zo graag weten hoe we leefden en hoe we onze dagen vulden? Overigens werkte ik hard: elke dag van 9 uur tot aan het avondeten zat ik op mijn kamer te schrijven en te studeren. Niet dat ik daar iets mee verdiende. Het was werk dat ik voor het plezier deed en omdat het moest: innerlijke noodzaak.

Tijdens de weekends gingen we naar de kroegen en clubs en werd er gediscussieerd en gedanst. Veel vrije tijd brachten we door in goedkope kledingwinkels. In de punkperiode was mode, DIY-stijl, opnieuw belangrijk geworden. Voor mij was het van mijn mod-periode (circa 1966-1968) geleden dat ik me nog zo bewust met kleren had beziggehouden. Senga ontpopte zich tot een alternatieve superstar. Ze wist met weinig middelen een unieke stijl te creëren, een combinatie van funky chic, gedurfd goedkoop en vooral sexy. Gelukkig kenden we een aantal winkels waar coole kleren erg goedkoop waren. Voor we op vrijdag- of zaterdagavond gingen dansen konden we urenlang kleren staan passen, waarbij ik dan de meest geschikte platen draaide om alvast in de stemming te komen. Zo kon ik de filosofische en experimentele teksten waar ik een hele week op gezwoegd had toch een tijdje vergeten.

03 1_edited2

1979-1980-aurora 12 001

In een reeks teksten geschreven in 2019, Aleen in de tijd wordt de tijd overwonnen   en Kicks Against the Pricks  (in de reeks Nachten aan de Kant, over het nachtleven in Antwerpen) beschrijf ik de eerste jaren van mij en Senga in Antwerpen.

Uit het hoofdstuk Bloed  wil ik in deze context één paragraaf aanhalen, omdat hij zo typerend is voor de spirit van punk, zowel intersubjectief als muzikaal:
Op de dansvloer breekt een gevecht uit. Senga en ik moeten ingrijpen. Een punk is een andere punk aan het wurgen. Ondanks de luide muziek hoor ik de fijne botjes in zijn strot al kraken. Ik ga naar de twee jongens toe en probeer de wurger weg te trekken. De andere punks, allemaal in zwart leer (ik in wit pak in Firenze in de lente van 1976 ‘gekregen’ van een New Yorkse advocaat), gaan even opzij staan. Maar dat duurt niet lang. Oppassen nu, of ik krijg zelf klop. In een oogwenk zijn er wel tien punks slaags geraakt. Rip him to shreds. Ze slaan elkaar in het gezicht. Het bloed spat tegen de vuile muren. Het is zo erg dat Maryse zelfs de muziek afzet. Vijf seconden ongeveer, waarna het helse ballet opnieuw in beweging komt. De omnibus ratelt voort over de keien, achtervolgd door een vormloze massa die nu opeens geluid voortbrengt, ik hoor duidelijk twee woorden: NO FUTURE.

Uit deze terugblik mag blijken dat 1978 zo mogelijk nog meer een punkjaar was dan 1977. Pas nu begon de passie, de intensiteit van het leven dat ermee samenhing, van het gevaar ook, goed tot ons door te dringen. De singles en albums die al een jaar oud waren klonken toch nog fris en opzwepend. Er zat helemaal geen sleet op nummers als Blank Generation, Lust for Life en Police and Thieves. Daar kwamen nu nieuwe favorieten bij als Ain’t That Nothin’ van Television, This Year’s Girl en Pump it Up van Elvis Costello & the Attractions, Dirt van Lou Reed, Rock and Roll Nigger en Privilege (Set Me Free) van Patti Smith, Ever Fallen In Love (With Someone You Shouldn’t ‘ve?) van the Buzzcocks en tientallen andere geweldige songs bij. Bovendien brachten ‘oudere helden’ dat jaar opzienbarende langspeelplaten uit, die tot hun beste werk mogen gerekend worden: Bruce Springsteen & the E-Street Band, the Rolling Stones, Bob Dylan, Neil Young en Lou Reed.
In Rotterdam zag ik dat jaar voor het eerst Bob Dylan live. Ik beleefde euforische ogenblikken bij concerten van Patti Smith en Robert Gordon & Link Wray. Voor mij was vooral Link Wray een revelatie. Sinds die 1ste juni in de AB ben ik een trouwe fan van deze hoogst originele garagerocker, mogelijk de meest waarachtige punk van ze allemaal.

elpees2 008

  1. This Year’s Model – Elvis Costello & the Attractions
  2. Adventure – Television
  3. Easter – Patti Smith Group
  4. Some Girls – The Rolling Stones
  5. Darkness On The Edge Of Town – Bruce Springsteen
  6. Bob Dylan – Street-Legal
  7. Street Hassle – Lou Reed
  8. Return To Magenta – Mink DeVille
  9. Comes A Time – Neil Young
  10. Hearts Of Stone – Southside Johnny And The Asbury Jukes
  11. More Songs About Buildings And Food – Talking Heads
  12. Road To Ruin – The Ramones
  13. Love Bites – The Buzzcocks
  14. Jesus Of Cool – Nick Lowe
  15. Shiny Beast (Bat Chain Puller) – Captain Beefheart
  16. The Modern Dance / Dub Housing – Pere Ubu
  17. X-Dreams – Annette Peacock
  18. Dread Beat An’ Blood – Poet & The Roots
  19. Third/Sister Lovers – Big Star
  20. Fresh Fish Special – Robert Gordon With Link Wray
  21. Public Image First Edition – Public Image Ltd.
  22. Chairs Missing – Wire
  23. Excitable Boy – Warren Zevon
  24. Flyin’ Shoes – Townes Van Zandt
  25. Jazz – Ry Cooder
  26. The Last Waltz – The Band
  27. Parallel Lines – Blondie
  28. Q: Are We Not Men? A: We Are Devo – Devo
  29. Real Life – Magazine
  30. Very Extremely Dangerous – Eddie Hinton
  31. Nina Hagen Band – Nina Hagen Band
  32. The Kids – The Kids
  33. Chaka – Chaka Khan
  34. All Mod Cons – The Jam
  35. Misfits – The Kinks
  36. Bush Doctor – Peter Tosh
  37. One Nation Under A Groove – Funkadelic
  38. Here, My Dear – Marvin Gaye
  39. The Only Ones – The Only Ones
  40. C’est Chic – Chic

FUNKADELIC

Ook nog het vermelden waard: West Texas Waltzes & Dust Blown Tractor Tunes – Butch Hancock, Millionaires And Teddy Bears en Dynamite Daze – Kevin Coyne, Hermit of Mink Hollow – Todd Rundgren, The Bride Stripped Bare – Bryan Ferry, Honky Tonk Masquerade – Joe Ely, Quarter Moon In A Ten Cent Town – Emmylou Harris, Living In The Streets – Kim Fowley, His Eye Is On The Sparrow – Mickey Newbury, Guy Clark – Guy Clark, All I Want To Do In Life – Jack Clement, Ambient 1: Music For Airports en Music For Films – Brian Eno, Nite Flights – The Walker Brothers, Shpritsz – Herman Brood & His Wild Romance, Bruised Orange – John Prine, So Alone – Johnny Thunders, Crossing The Red Sea With The Adverts – The Adverts, Double Fun – Robert Palmer, David Johansen – David Johansen, Wavelength – Van Morrison, Blue Valentine – Tom Waits.)

Niet of bijna niet opgenomen in deze lijst wegens te weinig ervaring met deze genres: jazz, reggae, funk, disco, spoken word. Sommige platen, vooral in de genres country en folk, staan lager dan ik ze nu zou situeren. Dat komt omdat ik ze toen nog niet kende of er minder, helemaal niet of nog niet in geïnteresseerd was. Townes Van Zandt zou nu helemaal bovenaan staan. Guy Clark, Ry Cooder, Emmylou Harris, Warren Zevon en Big Star verdienen ook beter. Maar dat was toen en dit is nu.

ADVENTURE

Foto’s: Martin Pulaski; regenjassenfoto: fotograaf onbekend.

1977: KENTERING OF REVOLUTIE?

punkelpees 011

1977 was – in de woorden van Van Morrison – ‘a period of transition’. Maar meer nog was dat jaar een nieuw begin: in popmuziek en populaire cultuur vond een soort van revolutie plaats. Al is revolutie een groot en vaak misbruikt woord. Zeker veranderde er nogal wat ten goede, ook in mijn eigen leven. Na acht jaar verblijf in Brussel verhuisde ik naar mijn geboortestad Antwerpen om daar samen met mijn geliefde op zoek te gaan naar iets nieuws, al wisten we nog niet goed wat dat nieuwe dan wel zou wezen. Tegelijk ging het om een lokroep van de oude wereld, de mij zo vertrouwde wereldhaven en de weidse Schelde. Ik was net geen 27 maar het leek of ik al een half leven achter de rug had. Toen we die zomer ‘ons’ huis in de Dolfijnstraat aan het schilderen waren hoorde ik opeens opnieuw echte rock and roll. Om ons tijdens die werken van wat arbeidsvreugde te voorzien luisterden we naar een krakkemikkige transistorradio, ongeveer hetzelfde model als waarop ik in 1965 voor het eerst Like a Rolling Stone, Come See About Me en I Got You Baby had gehoord.
Zoals ik al eerder schreef had ik de voorbije jaren recente popmuziek grotendeels de rug toegekeerd. Dat was niet alleen een gevolg van tijdgebrek of van teveel andere interesses. Ik was niet de enige die vond dat er in rock en pop nog maar weinig spirit, rebellie en avontuur te vinden was. Het is mogelijk dat andere muziekliefhebbers wel iets avontuurlijks hoorden in wat voor ons bombast, egocentrisme en algemene uitverkoop was. Wat was er gebeurd met de opwinding van het prille begin, van de energie van singles op Specialty, Sun, Atlantic, King en andere kleine platenlabels? Waar hoorden we nog sporen van de primal scream Little Richard, van de opstandige blue jean baby Gene Vincent, van de duivelse orkaan Jerry Lee Lewis, van de spitsvondige verteller Chuck Berry, van de nerveuze en gevaarlijke Eddie Cochran, van de zachtere en melodieuze Buddy Holly, van de dynamiteuses Big Mama Thornton, Wanda Jackson en Brenda Lee, van de honingzoete fat man uit New Orleans Fats Domino – en van de synthese die Elvis Presley [1] van dat alles aan de wereld schonk? Bovendien leek er een einde gekomen te zijn aan de bewustzijnsverruimende experimenten die de tweede helft van de jaren zestig zo bijzonder maakten.

Punk was het korte en bondige antwoord. Punk rock greep terug naar de garagerock van de sixties (zoals te horen op de hier al genoemde dubbele verzamelaar Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era 1965-1968, in 1972 samengesteld door Lenny Kaye), en naar de beginperiode van bands als the Kinks, the Who en the Pretty Things. Jaren later zag de historicus Greil Marcus het verband tussen punk en de situationistische beweging van Guy Debord, een revolutionaire groep van kunstenaars, schrijvers en filosofen die zich in de jaren vijftig en zestig tegen de spektakelmaatschappij verzette [2]. Punk was opnieuw drie akkoorden en de waarheid en ‘this machine kills fascists’. Tegelijk was het meer dan dat – en zelfs minder: DIY, twee akkoorden, helemaal geen akkoorden, anarchisme, nihilisme, geschreeuw en geblaf. Punk was leven tegen de dood van het conformisme. De rebelse jukebox werd heruitgevonden. Je hoorde en zag opnieuw de aantrekkingskracht van neonlichten, donkere steegjes, gevaarlijke wijken, perverse seks, drugs, de schittering van de grote stad.

Naast punk was er nog een tweede antwoord op de vraag naar avontuur en vernieuwing. Dat was die van het experiment met geluid, van onderzoek in de opnamestudio’s, van elektronica, van dub. Een van de grootmeesters wat dat betreft was de bescheiden Brian Eno, met zijn oblique strategy en zijn ambient sounds. (Uiteraard waren er meer studio wizards dan alleen Eno.) Voeg daar kunstenaars / muzikanten met een open geest aan toe, waarbij we meteen aan iemand als David Bowie denken, en je hebt een heel bijzonder klinkend antwoord dat vandaag nog steeds nazindert.

Samen met punk braken bij ons de toen nog als exotisch ervaren ritmes van ska, reggae en afrobeat door. Het werd één enorm opwindende mengelmoes van klanken in ‘onze’ Cinderella’s Ballroom in Antwerpen en in heel wat andere clubs in dit kleine land van hartstochtelijke muziekminnaars, waar elke vreemde en bizarre klank welkom was en het eigene zo vaak van ver kwam.

19 1

96 2

Over wat in 1977 in mijn privéleven gebeurde heb ik in het verleden al heel wat geschreven. Het is onnodig om dat hier nog eens over te doen. Mocht je er toch in geïnteresseerd zijn, lees dan In de rand van het verlangen, De jaren zeventig in Antwerpen en de reeks over het Pannenhuis in Antwerpen.

  1. Low / ‘Heroes’ – David Bowie
  2. Marquee Moon – Television
  3. Rocket to Russia / Leave Home – Ramones
  4. Cabretta – Mink DeVille
  5. Before and After Science – Brian Eno
  6. My Aim Is True – Elvis Costello
  7. The Clash – The Clash
  8. Talking Heads 77 – Talking Heads
  9. Suicide – Suicide
  10. The Idiot / Lust For Life – Iggy Pop
  11. Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols – The Sex Pistols
  12. Blank Generation – Richard Hell & The Voidoids
  13. Plastic Letters – Blondie
  14. Rattus Norvegicus / No More Heroes – The Stranglers
  15. Robert Gordon With Link Wray – Robert Gordon & Link Wray
  16. Stick To Me – Graham Parker & The Rumour
  17. A Period of Transition – Van Morrison
  18. Little Criminals – Randy Newman
  19. Foreign Affairs – Tom Waits
  20. Sleepwalker – The Kinks
  21. Aja – Steely Dan
  22. Rock ‘N’ Roll With The Modern Lovers – Jonathan Richman & The Modern Lovers
  23. In The City /This Is The Modern World – The Jam
  24. Sorrow Tears and Blood – Fela Kuti
  25. Police & Thieves – Junior Murvin
  26. Just A Story From America – Elliott Murphy
  27. Hard Again – Muddy Waters
  28. Pacific Ocean Blue – Dennis Wilson
  29. Live At The Old Quarter, Houston, Texas – Townes Van Zandt
  30. The Belle Album – Al Green
  31. American Stars & Bars – Neil Young
  32. Don Juan’s Reckless Daughter – Joni Mitchell
  33. Get It – Dave Edmunds
  34. Rick Danko – Rick Danko
  35. Two Sides To Every Story – Gene Clark
  36. Steve Winwood – Steve Winwood
  37. Running On Empty – Jackson Browne
  38. Young Loud And Snotty – The Dead Boys
  39. Pink Flag – Wire
  40. Two Sevens Clash – Culture

punkelpees 008

Voor 1977 heb ik geprobeerd een lijst samen te stellen met de oren van toen. Ik heb de vernieuwende albums die dat jaar zijn uitgekomen een ereplaats gegeven omdat ze voor mij op dat ogenblik een revelatie waren. Heel wat van die baanbrekende elpees vind ik nu nog steeds prima, andere klinken gedateerd, sommige beluister ik nooit meer. Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols is van dat laatste een mooi voorbeeld. John Lydon kan ik al lang niet meer uitstaan. Mogelijk is die afkeer begonnen na The Flowers of Romance van Public Image Limited. Sid Vicious heeft mij nooit kunnen bekoren, ik vond hem eerder een sukkel (loser is een te mooi woord), iemand die hulp nodig had. In mijn eerdere versie van deze lijst – gemaakt voor Roen Hetzwoen – had ik the Sex Pistols weggelaten. Maar achteraf vond ik dat onterecht. In 1977 was de groep van Malcolm McLaren voor ons enorm opwindend, zeker singles als Anarchy in the UK, God Save the Queen en Submission maakten ons vrolijk! Zodoende staat Bollocks nu op de plaats die die – inmiddels onschadelijk gemaakte – tijdbom verdient. Maar denk nu niet dat ik thuis alleen nog maar punkplaten draaide. Het is best mogelijk dat mijn favoriete elpee van 1977 Pet Sounds was. Zeker hield ik ook veel van het debuut van Rick Danko, van A Period of Transition (Flamingos Fly, Heavy Connection), van Sleepwalker, van het solodebuut van Steve Winwood (Midland Maniac, Vacant Chair). Sommige van de in de lijst opgenomen elpees, onder meer die van Townes Van Zandt en Al Green, heb ik pas later ‘ontdekt’.

punkelpees 006
[1] Elvis Presley overleed op 16 augustus 1977.

[2] Greil Marcus, Lipstick Traces. A Secret History of the Twentieth Century, 1989

 

 

 

 

1976: JAAR VAN HET VERLANGEN

dylandesire

Verlangen. 1976 was voor mij het jaar van het verlangen. Verlangen naar kennis, naar seks, naar liefde, naar gedichten, verhalen en theaterteksten, naar kunst, naar vriendschap, naar beweging. Een creatiever, meer geïnspireerd en intenser jaar zal mij niet meer te beurt vallen. Senga en ik verhuisden van de kleine flat op de vijfde verdieping in de Hamerstraat naar een wat ruimer gelijkvloers gelegen appartement in de Waterkrachtstraat, nog altijd in Sint-Joost, de kleinste en armste gemeente van Brussel. Het is op die plaats en in die periode dat ik geestelijk tot ontplooiing kwam en mijn schrijverschap ernstig ging nemen. Ik besefte dat ik nog veel moest leren, op elk gebied. Dat betekende vooral lezen, niet alleen literatuur maar ook literatuurtheorie, filosofie, geschiedenis en antropologie. Mijn voorkeur ging uit naar ‘moeilijke’ schrijvers als Antonin Artaud, Henri Michaux, Friedrich Hölderlin, Percy Shelley, naar romantiek, dada en surrealisme. Daarnaast las ik menig werk over de pre-socratische filosofen en de Franse Revolutie, met het oog op een toneelstuk over Empedocles, dat ik niet kon voltooien. Zoals zoveel in het leven was het maken en samenwerken belangrijker dan het resultaat. Het eerste stuk dat ik daar in de Hydraulische Straat schreef, Dokter Jekyll en Friedrich Nietzsche, werd wel tot een goed einde gebracht én opgevoerd als een soort van feest.
Ik werkte dat jaar voltijds bij Boekwinkel Corman in de Ravensteinstraat. (Bij die periode stond ik al stil in de terugblik dingen die voorbijgaan). ‘s Avonds en ’s nachts schreef ik of gingen we naar het Filmmuseum, nu Cinematek. In de weekends bracht ik tijd met mijn zoontje door. Voor het eerst gingen we naar Londen (een schoolreis in 1967 niet meegeteld), waar ik onder de indruk kwam van William Turner, William Blake en – natuurlijk – John Everett Millais’ Ophelia en Henry Wallis’ Chatterton.
In mei maakte ik samen met Senga mijn allereerste reis, met nauwelijks geld op zak liftend door Frankrijk (Orange, Nice) met als bestemming Florence. Daar betoverden ons de kunstenaars van de Renaissance; vooral het Uffizi was een openbaring. Je kon daar toen nog zomaar binnenlopen. In Brussel bezochten we een imponerende tentoonstelling over het symbolisme.
Ja, in ons leven van verlangens hing toen alles samen. De wonderlijke films die we zagen, de boeken, de kunstwerken, onze liefde, de gesprekken met vrienden over Mario Praz, de brieven van Van Gogh, Noa Noa van Paul Gauguin, de gedichten van TS Eliot en Gerard Manley Hopkins, de Openbaring van Johannes, Thomas De Quinceys Confessions of an English, Opium-Eater, A Modest Proposal van Jonathan Swift, Napoleon van Abel Gance, La chute de la maison Usher van Jean Epstein, M comme Mathieu van Jean-François Adam en Mes petites amoureuses van Jean Eustache.
Dat lijken misschien wat veel gespreksonderwerpen. In werkelijkheid waren het er veel meer en ze gingen niet alleen over het ware, het goede en het schone. We zitten hier nu weliswaar al vier of vijf maanden alleen thuis, maar toen waren er bijna elke dag vrienden op bezoek. Soms hoopte ik dat ze niet te lang zouden blijven, zodat ik verder kon werken. Een van mijn beste vrienden toen was Paul L. die in de buurt woonde en als hij me voor het raam zag zitten schrijven kwam hij vaak even binnen voor een babbel. Hij las mijn teksten en gaf er nuttig commentaar op. Andere vrienden van toen waren Jos D., Willy B., Hugo W., Ginette B., Johny L., Christian P., Guy en Freddy B., Jan Van V., Erwin G., Pol De D., Bie De M., “Theo”, Gert Van S. en ik vergeet er zeker nog een aantal.

Mijn grootse schrik van het jaar – en de jaren ervoor ook al – betrof de twee jaar burgerdienst die me te wachten stonden, maar gelukkig werd ik vrijgesteld. Een goed einde van een lang en verkrampt gevecht, een aaneenschakeling van misverstanden, het resultaat van wereldvreemdheid en afwezigheid van betrouwbare informatie. Bijna vijftig jaar later beschouwd zie ik in dat verhaal van die legerdienst/burgerdienst veeleer stof voor een komedie dan voor de halve tragedie die het toen voor me was.

mobycitizen

Welke muziek beluisterde ik? Keer op keer Horses en Radio Ethiopia van Patti Smith en Desire van Bob Dylan. Black and Blue van the Rolling Stones (die we live zagen in Vorst Nationaal, waarbij we er bijna het leven bij inschoten). Vooral Keith Richards fascineerde me, zelfs zijn obsessie voor vuurwapens, onder meer een Belgische revolver uit 1899. You’re never alone with a Smith & Wesson, luidde de kop van een artikel in NME. Alexander Spence bleef ik trouw; zijn elpee Oar weerklonk op zijn minst één keer per week in ons droomappartement. Hetzelfde voor The Madcap Laughs en Barrett van Syd Barrett en een aantal elpees van the Byrds en Moby Grape. Voor jazz en klassieke muziek ging ik naar de Mediatheek.
Voor recente muziek was er weinig tijd. Overigens heb ik nog steeds de indruk dat er dat jaar weinig boeiende platen zijn uitgekomen. Sommige van de beste albums – wel in mijn lijstje opgenomen – heb ik pas in 1977 leren kenen, onder meer die van the Ramones, Blondie en the Modern Lovers. Met die bands werd een nieuw en erg opwindend muzikaal hoofdstuk aangekondigd.

3-25-2013_028b

3-25-2013_029

  1. Desire / Hard Rain – Bob Dylan
  2. Radio Ethiopia – Patti Smith Group
  3. Chicken Skin Music – Ry Cooder
  4. Station To Station – David Bowie
  5. Black And Blue – The Rolling Stones
  6. Hejira – Joni Mitchell
  7. The Pretender – Jackson Browne
  8. Warren Zevon – Warren Zevon
  9. Rock and Roll Heart – Lou Reed
  10. The Ramones – The Ramones
  11. The Modern Lovers – The Modern Lovers
  12. Jonathan Richman & The Modern Lovers – Jonathan Richman & The Modern Lovers
  13. Howlin’ Wind / Heat Treatment – Graham Parker
  14. Long May You Run – The Stills-Young Band
  15. Fly Like An Eagle – Steve Miller Band
  16. The Royal Scam – Steely Dan
  17. I Don’t Want To Go Home – Southside Johnny & The Asbury Jukes
  18. Songs In The Key Of Life – Stevie Wonder
  19. Full Of Fire – Al Green
  20. Yes We Have No Mañanas, So Get Your Mañanas Today – Kevin Ayers
  21. Blondie – Blondie
  22. Small Change – Tom Waits
  23. Kate & Anna McGarrigle – Kate & Anna McGarrigle
  24. Troubadour – J.J. Cale
  25. Texas Rock For Country Rollers – Doug Sahm
  26. Hasten Down The Wind – Linda Ronstadt
  27. Texas Cookin’ – Guy Clark
  28. 801 Live – 801
  29. All American Alien Boy – Ian Hunter
  30. Cardiff Rose – Roger McGuinn

zevon

POP 1975: IDIOT WIND

PLATENHOEZEN1975 004DESPERATE

1975 was voor mij een jaar van innerlijke en uiterlijke onrust. Of komt dat op hetzelfde neer? Midden in onze eindexamens filosofie, terwijl ik de laatste hand legde aan mijn thesis over het einde van het burgerlijke gezin, liet ik mijn geliefden achter. Geliefden? Mijn zoontje had ik innig lief maar met mijn vrouw kon ik niet langer harmonieus samenleven. Het is waar, ons huwelijk was in ongeveer alles het tegenovergestelde van burgerlijk, en toch liep het op de klippen. Als na zes jaar blijkt dat het niet werkt, in ons geval vooral vanwege niet verzoenbare karakters, dan kun je er beter mee ophouden. Dat klinkt erg rationeel, maar in werkelijkheid was het dat uiteraard niet. Ik voelde mij verscheurd, door en door ellendig. Voor mijn partner zal het niet anders geweest zijn. Tegelijk was ik bezeten van de liefde. Er moest een ander, beter leven mogelijk zijn. En een ander, beter leven – dat is altijd ergens anders. Hoewel Rimbaud ook daar aan twijfelde: “La vraie vie est absente. Nous ne sommes pas au monde.” [1]

Mijn eerste grote liefde – en huwelijk – had een muzikale oorsprong. Het was een geval van jeugdige overmoed en van navolging van idolen. We wilden net zo zijn als John & Yoko, al hoefden we voor ons huwelijk niet noodzakelijk naar Gibraltar af te reizen. Eigenlijk waren we tegen het huwelijk: wij waren ervan overtuigd dat we door te trouwen dat instituut binnenstebuiten zouden keren. Maar om een dergelijk ideaal te verwezenlijken moet je met z’n tweeën dezelfde weg bewandelen, en liefst ook nog in dezelfde richting. Je zou bijna met elkaar moeten versmelten, een perfecte eenheid vormen. Heb ik die versmelting niet altijd nagestreefd, ook in mijn vriendschappen? Dat is een te hoge eis, en zo was het onvermijdelijk dat onze verbintenis zou eindigen in valse noten en kakafonie.

Onze scheiding had eveneens een muzikale achtergrond. Eind 1974 had ik gedroomd dat ik van Bob Dylan een lang, hartverscheurend nieuw lied, vol woede en verdriet, op de radio hoorde. Ik rende meteen blootsvoets de trap af, de straat op en riep tegen de voorbijgangers, kom binnen, kom luisteren, een revelatie! Toen ik middenin mijn periode van innerlijke onrust Blood on the Tracks voor het eerst hoorde herkende ik meteen Idiot Wind, het was het lange lied uit mijn droom. We’re idiots, babe / It’s a wonder we can even feed ourselves. Bob Dylans Blood on the Tracks was niet alleen de plaat van het jaar, het was en blijft de beste elpee over het einde van een relatie. Ik ken geen aangrijpender song over afscheid dan If You See Her Say Hello. Vaak als ik het hoorde barstte ik in tranen uit, het maakte niet uit of ik alleen was of onder vrienden. Enkele andere songs van Dylan die me tijdens de scheiding zowel troostten als bedroefden waren One Of Us Must Know (Sooner or Later), 4th Time Around en Most Likely You Go Your Way (And I’ll Go Mine) en de hele bootleg Live in Melbourne, Australia, 1966.

PLATENHOEZEN1975 003DYLAN

Mijn tweede grote liefde ontstond uit erotisch verlangen en taal. Er gingen veel geschreven woorden aan onze ontmoeting vooraf, ettelijke brieven en gedichten. Ik bouwde de verliefdheid op tot ik een prachtig en wellustig huis van liefde had. Een dergelijk huis bouw je niet alleen, het is zoals de te begane weg waar ik het hierboven over had: je moet vooraf al samen een plan maken, zelfs al gebeurt dat alleen maar in de verbeelding. Bij de werkelijke ontmoeting leg je de twee plannen over elkaar: ze vallen samen. Ons echte huis, waar we in mei introkken, was een kleine flat in Sint-Joost, niet meer dan twee kamertjes op de vijfde verdieping, geen lift, geen keuken. De eerste weken was er een van extatische liefde maar ook van hard werk; mijn thesis moest af en ik moest nog een heel aantal examens afleggen. Dat bracht ik tot een goede einde. Ik was gelukkig in de liefde en werd onderscheiden voor mijn hard werk. Maar wat nu? Ik had er geen flauw idee van hoe ik mijn brood zou gaan verdienen. Lesgeven aan een middelbare school was niets voor mij, vond ik. Die zomer gaf ik wel wat privélessen Nederlands aan een Franstalige jongen in Etterbeek. Om de eindjes aan mekaar te knopen werkte ik in de kelder van de bibliotheek van de VUB, waar de directrice mij net niet misbruikte. Omdat ik niet op haar avances inging werd ik aan de deur gezet. Wat later vond ik een job als verkoper bij Corman, mijn favoriete boekwinkel in Brussel. Was er dan toch een stralende toekomst voor me weggelegd? Tegelijk begon ik aan mijn loopbaan als schrijver, al zag ik me meer in de traditie van de bohémien en de poète maudit. In 1975 raakte ik in de ban van de dichters die ik nog steeds het meest waardeer: Arthur Rimbaud en Friedrich Hölderlin. Senga en ik maakten plannen voor een klein maar radicaal theater. Inspiratie vonden we bij Heinrich von Kleist, Antonin Artaud en oude expressionistische films. Eerst echter moesten we leren dansen. Zo kwam 1976 in zicht.

In onze kleine flat was er altijd muziek. Meer klassiek (Schumann, Chopin, Grieg, Schubert, Berlioz, Monteverdi) en jazz (Ornette Coleman, Albert Ayler, John Coltrane) dan pop. Wel nog albums van antihelden als Syd Barrett, Alexander Spence, Lou Reed, Nico, John Cale. En eeuwig en altijd Bob Dylan. In 1975 hoorde ik voor het eerst de Sun-opnames van Elvis Presley.

roken1

  1. Blood On The Tracks – Bob Dylan
  2. The Basement Tapes – Bob Dylan/The Band
  3. Horses – Patti Smith
  4. Coney Island Baby – Lou Reed
  5. Another Green World – Brian Eno
  6. Tonight’s The Night / Zuma – Neil Young
  7. Slow Dazzle / Helen of Troy – John Cale
  8. Ruth Is Stranger Than Richard – Robert Wyatt
  9. Diamond Head – Phil Manzanera
  10. Born To Run – Bruce Springsteen
  11. Young Americans – David Bowie
  12. Desperate Straights – Slapp Happy / Henry Cow
  13. Southern Nights – Allen Toussaint
  14. Fire On The Bayou – The Meters
  15. Al Green Is Love – Al Green
  16. Katy Lied – Steely Dan
  17. Born To Be With You – Dion
  18. John Fogerty – John Fogerty
  19. Red Headed Stranger – Willie Nelson
  20. Rock ‘n’ Roll – John Lennon
  21. Elite Hotel / Pieces of the Sky – Emmylou Harris
  22. Old No. 1 – Guy Clark
  23. Northern Lights – Southern Cross – The Band
  24. Bongo Fury – Frank Zappa & Captain Beefheart
  25. Neu! ’75 – Neu!
  26. The Hissing of Summer Lawns – Joni Mitchell
  27. Still Crazy After All These Years – Paul Simon
  28. Sweet Deceiver – Kevin Ayers
  29. Clang Of The Yankee Reaper – Van Dyke Parks
  30. Lovers – Mickey Newbury
  31. Pressure Drop – Robert Palmer
  32. Got No Bread, No Milk, No Money, But We Sure Got A Lot Of Love – James Talley
  33. Landed – Can
  34. Pour Down Like Silver – Richard & Linda Thompson
  35. Ian Hunter – Ian Hunter
  36. Dreaming My Dreams – Waylon Jennings
  37. Love To Love You Baby – Donna Summer
  38. Discreet Music – Brian Eno
  39. Radio-Aktivität – Kraftwerk
  40. Spirit Of ’76 – Spirit

PLATENHOEZEN1975 008WYATT

Wat gebeurde er dat jaar in de grote wereld (die ten gevolge van het verdriet en de liefde héél klein geworden was)?

Bill Gates richt Microsoft op. (Mijn voorkeur ging nog lange tijd naar Olivetti en Smith-Corona.) Einde van de oorlog in Vietnam. Pol Pot wordt premier in Cambodja. Mozambique en Angola zijn onafhankelijk. Ingebruikname van de kerncentrales Tihange I, Doel I en Doel II.

Films? Salò o le 120 giornate di Sodoma, Pier Paolo Pasolini. Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles, Chantal Akerman.  Barry Lyndon, Stanley Kubrick. La Chair de l’orchidée, Patrice Chéreau. The Day of the Locust, John Schlesinger. Dog Day Afternoon, Sydney Lumet.  Het land van de grote belofte, Andrzej Wajda. Falsche Bewegung, Wim Wenders. Le fils d’Amr est mort, Jacques Andrien. L’Histoire d’Adèle H., François Truffaut. L’important c’est d’aimer, Andrzej Żuławski. Nashville, Robert Altman. One Flew Over the Cuckoo’s Nest, Miloš Forman. The Passenger, Michelangelo Antonioni. De Spiegel, Andrej Tarkovski.

Een keuze uit de boeken: The Philosophy of Andy Warhol, Andy Warhol. Ragtime, E.L. Doctorow. Humboldt’s Gift, Saul Bellow. Bruno Bettelheim, Het nut van sprookjes. Mystery Train: Images of America in Rock ‘n’ Roll, Greil Marcus. Kafka: pour une littérature mineure, Deleuze & Guattari.  Twee vrouwen, Harry Mulisch. En heel veel poëzie.

Dood: Oum Kalsoum. George Stevens. T-Bone Walker. Michel Simon. Hugues C. Pernath. Tim Buckley. Cannonball Adderley. Dmitri Sjostakovitsj. Saint-John Perse. Hannah Arendt. Bernard Herrmann. Walker Evans. Josephine Baker. Pier Paolo Pasolini wordt vermoord gevonden op een strand in Ostia, nabij Rome. Vreugde bij alle mensen van goede wil om de dood van dictator Franco.

nixon assasin

[1] Arthur Rimbaud, Délires, in Une saison en enfer.

 

 

POP 1974: FAIR PLAY

1974-albums 006vanmorrison

Inmiddels is het 1974. Wat gebeurde er in onze kleine wereld? Mijn heerlijkste muzikaal moment van dat jaar was een ontmoeting met Kevin Ayers, die ik in zijn hotelkamer in Brussel samen met mijn vriend Marc D. interviewde voor Humo. De dag ervoor, 15 augustus, zagen we hem eerst playback zingen in Nederland (voor een BRT-programma) waarna we op kosten van het Island platenlabel samen delicieus gingen eten. Kevin Ayers maakte me wegwijs in de wijnkaart, ik was een amateur, hij een kenner. Gewürztraminer bleek zijn uitverkoren wijn te zijn, naast champagne. Door Kevins toedoen ben ik een wijndrinker geworden. De zanger voelde zich wat ziek toen we hem interviewden: de drie uur dat we bij hem waren bleef hij in bed. Wat niet belette dat hij er goed uitzag én boeiende verhalen vertelde, onder meer over zijn idyllische jeugd in Maleisië, the Soft Machine, William Burroughs en zijn eigen droomtheorie uiteenzette. Om mij voor te bereiden op het interview had ik al zijn elpees uitgeleend uit de Mediatheek in de Passage 44. Ik kende zijn werk nu van binnen en van buiten. The Confessions of Dr. Dream was een hoogtepunt, vond ik. Speciaal voor de begenadigde zanger ging ik dat jaar nog een keer naar Jazz Bilzen, waar Rod Stewart en the Faces toen top of the bill waren. Ik was niet meer in Bilzen geweest sinds 1969 – dat leek net geen eeuwigheid geleden.
Mijn carrière als popjournalist was van korte duur. Een artikel waarin ik beweerde dat Mick Jagger en Keith Richards Brian Jones laffelijk hadden vermoord en dat Their Satanic Majesties Request het meesterwerk van the Rolling Stones was werd niet gepubliceerd. Dag Humo!

marc+ik-1974

Ik vond een concrete notitie terug in verband met 1973. Goat’s Head Soup van The Rolling Stones hoorde ik voor het eerst in café De Fiets, samen met mijn vrouw en onze vrienden en huisgenoten Jan D. en Nicole H. Geen idee waar dat café zich ergens bevond. In de buurt van het Sint-Jansplein? Zoveel is uit het geheugen verdwenen. Zo was ik ook vergeten dat het met Jan en Nicole was dat ik in 1973 the Rolling Stones zag optreden in het Sportpaleis in Antwerpen, mijn eerste Stones-concert en meteen een hoogtepunt in mijn leven als concertganger. Waarom ik naar Antwerpen ging terwijl ze een dag later in Brussel zouden optreden is mij een raadsel.

1974 lijkt op een in nevelen gehuld landschap, tegelijk aantrekkelijk en angstaanjagend, maar vooral mysterieus. Vanaf 1972 was ik een dagboek gaan bijhouden maar voor deze muzikale herinneringen bieden die weinig steun. In het dagboek vind ik eerder zweverige notities van filosofische aard terug; voor het merendeel zijn het beschrijvingen van dromen. Maar ook nogal wat psychologische beschouwingen over mijn huwelijk en verslagen van een aantal mystieke ervaringen. Leopold Flam had ons gestimuleerd om onze dromen te noteren; daarin had ik mij bekwaamd. Ik had ook wat opgestoken uit het Book of Dreams van Jack Kerouac, maar Ti Jean noteerde zijn dromen veel beknopter dan ik. Bij mij werden het korte, surrealistische verhalen.

Zolang je niet helemaal volwassen bent – en dat was ik zeker niet – geniet je met hart en ziel van muziek, daarna neemt dat plezier zienderogen af. Dat was althans bij mij het geval. Is er iets in het leven aangenamer dan met een vriend naar een geliefkoosd album luisteren? Mogelijk beleef je er net iets minder genot aan dan aan seks, maar het is subtieler. Er moeten dan wel langspeelplaten uitkomen die de kracht hebben om je uit het alledaagse reilen en zeilen weg te rukken en hun eigen universum binnen te voeren. Elk onderdeel van een geslaagde langspeelplaat moet aan de juiste voorwaarden voldoen om er iets magisch van te maken. Er moet samenhang zijn tussen de songs, ook als het niet om een conceptalbum gaat; het geheel moet tot de verbeelding spreken. In ideale omstandigheden, liefst met een vriend of vriendin, vergeet je dan wie je bent, waar je bent, je vergeet alles, er is alleen nog maar de ruimte van de muziek. Soms kon ik ook op mijn eentje op die manier van een volledig album genieten, eerst kant A, dan kant B, maar die tijd is lang voorbij. Als ik alleen ben zegt pop mij nog maar weinig.

In 1974 begon ik stilaan genoeg te krijgen van de meeste nieuwe popmuziek. De dood van Gram Parsons betekende voor mij het voorlopige einde van mijn fascinatie voor country; blues had ik nog niet (her)ontdekt; rock begon mij te bombastisch te worden; ik had een afkeer van wat jazzrock werd genoemd; de Duitse variant van rock had mij onverschillig gelaten (door de schuld van bepaalde tijdschriften, vooral Humo, dat erg conservatief was). Er bleef bijgevolg niet veel over. Ik begon meer naar jazz en klassieke muziek te luisteren. Meestal zat ik met mijn hoofd in de boeken en schreef aan mijn thesis (dat heet nu, geloof ik, masterproef). Eerst had ik mijn zinnen gezet op het werk van Henry David Thoreau. Ik hield van zijn Walden en vond veel inspiratie in On the Duty of Civil Disobedience. Mijn promotor, Leopold Flam, vond dat ik me op zijn dagboeken moest concentreren, maar die wekten vooral slaap bij me op. Ik dacht veel na over mijn gezin en over opvoeding. Over de rol van de vader, het patriarchaat. Zo kwam ik ertoe over het gezin te gaan schrijven en het matriarchaat te verheerlijken.
Lezen en luisteren gingen voor mij niet samen. Soms was er ’s morgens als ik brieven schreef wel muziek, wat ik toen bijna elke dag deed. In mijn brieven kwamen dan flarden uit de liedjes die ik hoorde. Dat was al sinds midden de jaren zestig zo en is blijven doorgaan tot ik geen brieven meer schreef. Het serieuze werk gebeurde en gebeurt nu zeker in volstrekte stilte.
Wat ik las stond in het teken van mijn thesis. Voornamelijk Deleuze-Guattari, Nietzsche, Ronald Laing en David Cooper. Daarnaast Walt Whitman, Alan Ginsberg, dagboeken van Anaïs Nin, verhalen en gedichten van Apollinaire, Rilke, de eeuwige Edgar Allan Poe, Jean-Paul Sartre, L’homme révolté van Albert Camus.

1974denuil-5b

In mijn dagboek van 1974 vind ik nog een stukje dat veel zegt over die tijd. Onze vrienden R. en L. waren naar Canada gevlucht; het gerecht zat achter R. aan, hij zou zeker in de gevangenis terechtkomen (wegens dealen van softdrugs). Ze woonden nu in Vancouver. Ik had maandenlang op tapes mijn beste elpees voor hen opgenomen. In mijn dagboek vond ik dit:
“Of ik ga even naar buiten, op onze binnenplaats, om een luchtje te scheppen, en ik kijk omhoog naar de majestueuze lucht vol zacht-spelende witte wolken die niemand toebehoren maar er voor iedereen zijn… R. en L. in Vancouver en wij hier in Brussel: boven onze hoofden dezelfde lucht, dezelfde wolken. En de sterren vannacht, dezelfde sterren. Ik zal ernaar kijken, jij misschien ook, R., en hun nooit aflatende schittering zal ons met elkaar verbinden, voor eens en altijd, dit mag ik nooit meer vergeten.” (…) “Niet alleen de sterren verbinden ons met elkaar, de muziek doet dat ook – en op welke wijze! De waarheid van ons bestaan wordt ons keer op keer in het oor gefluisterd door de geest van de muziek. Maar weinigen schijnen dit te horen, dit zacht gefluister. Muziek wordt meer en meer functioneel, wordt techniek, de ziel gaat verloren, er moet iets worden bereikt, ja, zelfs de muziek wordt een middel.”

Wat gebeurde er in onze grote wereld? Turkish Airlines-vlucht 981 stort neer nabij Parijs. De Anjerrevolutie in Portugal. Het einde van het kolonelsregime in Griekenland. Nixon treedt af. Haile Selassie wordt afgezet. In België oprichting van het Anti-Fascistisch Front. Rubik’s Kubus.
Dood: Duke Ellington, Jan Arends, Georges Pompidou, Marcel Pagnol, Darius Milhaud, Mama Cass Elliot, Achilles Mussche, Harry Partch, Anne Sexton, Harry Carney, Ed Sullivan, Ivory Joe Hunter, Holger Meins, Vittorio De Sica, Nick Drake.

Films: Scènes uit een huwelijk, Ingmar Bergman. Les valseuses, Bertrand Blier. The Parallax View, Alan J. Pakula. The Godfather, Part 2, Francis Ford Coppola. Chinatown, Roman Polanski. Alice in den Städten, Wim Wenders. Il fiore delle mille e una notte, Pier Paolo Pasolini. Bring Me the Head of Alfredo Garcia, Sam Peckinpah. Céline et Julie vont en bateau, Jacques Rivette. Effie Briest, Rainer Werner Fassbinder. Lacombe Lucien, Louis Malle. Lenny, Bob Fosse. Il Portiere di notte, Liliane Cavani. Sweet Movie, Dušan Makavejev. Thieves Like Us, Robert Altman. A Woman Under the Influence, John Cassavetes. Edvard Munch, Peter Watkins. Jeder für sich und Gott gegen alle (Kaspar Hauser), Werner Herzog. Le fantôme de la liberté, Luis Buñuel. The Taking of Pelham One Two Three, Joseph Sargent. Je tu il elle, Chantal Akerman. Mes petites amoureuses, Jean Eustache. Glissements progressifs du Plaisir, Alain Robbe-Grillet.

De bands, zangers en zangeressen die in 1974 voor mij nog meetelden zullen wel geëxcelleerd hebben. Dat zie je aan mijn lijst: bijna uitsluitend Grote Namen. Kimono My House van the Sparks, was niet zo groot, maar het was de favoriete plaat van mijn zoontje. Ik geloof dat hij This Town Ain’t Big Enough for Both of Us fonetisch uit het hoofd kende. Van Morrison gaf me de mogelijkheid een glimp op te vangen van een andere werkelijkheid. Soms brachten zijn songs mij in extase. Net als van Can’t Buy a Thrill kon ik van de songs op Pretzel Logic lijfelijk en intellectueel genieten. Zowel John Cale als Lou Reed bleven een grote rol spelen in mijn muzikale wereld. Voor Bowies Diamond Dogs heb ik nooit iets gevoeld. Voor It’s Only Rock and Roll van the Rolling Stones weinig. Van On the Beach en Grievous Angel ben ik pas enkele jaren later echt gaan houden. In 1974 had ik het een beetje gehad met die softies.

1974-albums 004johncale

  1. Van Morrison – Veedon Fleece / It’s Too Late To Stop Now
  2. Randy Newman – Good Old Boys
  3. Bob Dylan & the Band – Planet Waves / Before the Flood
  4. Steely Dan – Pretzel Logic
  5. John Cale – Fear
  6. Robert Wyatt – Rock Bottom
  7. Brian Eno – Taking Tiger Mountain By Strategy
  8. Roxy Music – Country Life
  9. Lou Reed – Rock ‘n’ Roll Animal / Sally Can’t Dance
  10. New York Dolls – Too Much Too Soon
  11. Gram Parsons – Grievous Angel
  12. Neil Young – On the Beach
  13. Kevin Ayers – The Confessions of Dr. Dream and Other Stories
  14. Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno – June 1, 1974
  15. Captain Beefheart & His Magic Band – Unconditionally Guaranteed
  16. Todd Rundgren – Todd
  17. Traffic – When The Eagle Flies
  18. John – Desitively Bonnaroo
  19. Ry Cooder – Paradise and Lunch
  20. Joni Mitchell – Court And Spark / Miles of Ailes
  21. Richard & Linda Thompson – I Want To See The Bright Lights Tonight
  22. Eric Clapton – 461 Ocean Boulevard
  23. J. J. Cale – Okie
  24. Sparks – Kimono My House
  25. Jackson Browne – Late For the Sky
  26. Frank Zappa – Apostrophe (‘)
  27. John Lennon – Walls and Bridges
  28. Nico – The End
  29. Big Star – Radio City
  30. Bad Company – Bad Company
  31. Ann Peebles – I Can’t Stand the Rain
  32. Al Green – Al Green Explores Your Mind
  33. Little Feat – Feats Don’t Fail Me Now
  34. Gene Clark – No Other
  35. The Doobie Brothers – What Were Once Vices Are Now Habits
  36. Leonard Cohen – New Skin for the Old Ceremony
  37. Labelle – Nightbirds
  38. Etta James – Come a Litte Closer
  39. Pharoah Sanders – Love In Us All
  40. Willie Nelson – Phases and Stages
  41. Leo Kottke – Dreams And All That Stuff
  42. Bob Marley & The Wailers – Natty Dread
  43. David Bowie – Diamond Dogs
  44. The Rolling Stones – It’s Only Rock ‘n’ Roll
  45. Bryan Ferry – Another Time, Another Place
  46. Sam Rivers – Crystals
  47. Harry Nilsson – Pussycats
  48. Slapp Happy – Slapp Happy
  49. Doug Sahm – Groover’s Paradise
  50. Muleskinner – Muleskinner

Nogmaals: een aantal van de opgesomde elpees heb ik pas later leren kennen en waarderen. Maar van de meeste ervan hield ik toen al met hart en ziel en dat doe ik nog steeds.

1974-albums 002kevinayers

POP 1973: QUEESTE

marvingaye22020-07-06

De sfeer van hoe mijn leven er in 1973 uitzag, van hoe we onze eindeloze dagen sleten, van de boeken die we lazen, de films die we zagen, de kleren die we droegen en van wat er toen allemaal in de grote wereld gebeurde hoor ik soms terug in de langspeelplaten die er dat jaar uitkwamen. Mogelijk begiftig ik de muziek van toen met eigenschappen die zij alleen in mijn hoofd kan hebben en hoor jij er iets helemaal anders in. Maar ik ben wie ik ben, wie ik ook moge wezen. (Want wie is de ik die nu denkt aan deze woorden van Van Morrison: I’m satisfied / With my world / Cause I made it / The way it is / Satisfied /Inside?)

Ook 1973 was een jaar van verandering en crisis, zowel op artistiek, politiek, sociaal als persoonlijk gebied. Uit de lieflijke maar verwarrende droom van de jaren zestig waren we al een tijd ontwaakt; waar we nu in leefden begon veeleer op een nachtmerrie te lijken, ook al riepen we wel eens “Stop!” en dan hield dat nare visioen even op. Dan leek het of de utopische droom weer onder ons was en wij er ons middenin bevonden, als in het oog van een goedaardige storm. Anders gezegd: we waren wakker en moesten flink wat inspanningen doen om ons iets van die oude droom van universele liefde en schoonheid te kunnen herinneren. Het tijdperk van het cynisme leek te zijn aangebroken.
Omdat mijn vrienden en ik een hecht groepje vormden en de meesten van ons filosofie studeerden leefden we in een enigszins ander verhaal. We sloten ons af van wat de echte wereld wordt genoemd, die in diepe crisis verkeerde. Mogelijk voelden we ons beter dan de andere, grotere groep studenten aan de universiteit, zij die door Leopold Flam arrivisten werden genoemd. Wij zouden dat nooit worden, hielden we onszelf voor, wij studeerden niet voor een diploma of voor een carrière, het was ons om bewustwording en kritisch denken te doen. Sommigen van ons waren marxisten (eerder trotskisten), sommigen anarchisten (ni dieu ni maître, Auguste Blanqui indachtig), anderen zenboeddhisten en aanhangers van de macrobiotiek. Soms was ik gelukkig met deze gang van zaken, maar het gebeurde meer en meer dat ik er ongelukkig van werd. Hoe kon ik – bijvoorbeeld – de filosofie die ik bestudeerde in overeenstemming brengen met mijn dagelijks leven, met mijn gezin? Wat mijn situatie nog bemoeilijkte was dat ik verlangde naar een soort van liefde waarvan ik later inzag dat die niet bestaat, niet kan bestaan. Was het geen illusionaire liefde, geen verzengende obsessie? In de hele wereld was er niets dat ik meer wilde dan te worden liefgehad. Tegelijk voelde ik aan dat aan die liefde niet tegemoet werd gekomen. Logisch, denk ik nu, dat is nu eenmaal je lot als je zoveel van de anderen verwacht. Altijd al had ik getwijfeld aan mezelf. Was ik wel iets waard? Wat had ik de anderen te bieden? Welke zin had mijn leven? Uit mijn studieresultaten bleek dat ik veel waard was. Dat schonk me ongetwijfeld grote voldoening, maar dat leek niet te volstaan. Mooie cijfers en lovende woorden waren een vorm van erkenning, liefde was iets geheel anders. Ik begreep helemaal niet meer wie ik was en nog minder begreep ik wie de vrouw was van wie ik hield. Ondanks momenten van geluk en euforie voelde ik mij vervreemden van mijn kleine gezin en de andere huisgenoten. Achteraf gezien denk ik dat de hasjiesj die we rookten, tussen de cursussen door en ’s avonds als er vrienden op visite waren, die gevoelens van vervreemding en verwijdering deden toenemen. Nog een geluk dat we niet dronken.

De heerlijkste momenten waren die met mijn zoontje, het mooiste jongetje van de wereld en ook het liefste. Als we gingen wandelen in de idyllische buurten in Watermaal-Bosvoorde, de wereld van Paul Delvaux, als we rondhingen aan de villa’s in de buurt van de spoorweg en aan het station van Watermaal. Als we poppenkast speelden en het leek of er voor ons dat nooit iemand had gedaan. Als ik mijn jongen ’s avonds sprookjes of zelf verzonnen verhalen vertelde. Als ik hem ’s morgens naar de Drie Linden vergezelde of hem daar om vier uur ging oppikken. Als we speelden en de tijd niet bestond.

Na een kort verblijf in Amsterdam kreeg ik bij mijn ouders in Neerharen hoge koorts. Het koste mij een immense inspanning om nog in Brussel terug te geraken. De huisarts stelde geelzucht vast. Ik moest een hele zomer bed houden en mij aan een streng dieet houden. Door het raam van onze slaapkamer, die ik tot in september niet verliet, zag ik de heerlijke dagen van juli en augustus verstrijken. Ik verlangde naar een wandeling in het Terkamerenbos, vlakbij en onbereikbaar, of in het Zoniënwoud, op een halfuur wandelafstand. Maar ik vond troost bij de boeken die mijn vrouw van de bibliotheek voor me meebracht. Ik herinner me dat ik veel in het eerste deel van A la recherche du temps perdu las, waarschijnlijk zonder de jonge/oude Marcel goed te begrijpen. Werken van Boris Vian zijn me ook bijgebleven, onder meer de verontrustende roman L’Herbe rouge. Een hoogtepunt was De aantekeningen van Malte Laurids Brigge van Rilke. Nu ik ziek was kwam mij veel liefde tegemoet. Het was die vorm van liefde die agape wordt genoemd, genegenheid waar niets voor wordt terugverwacht. Het beste wat de ene mens de andere kan geven, zeker als degene die ontvangt zwak en ziek is. Maar de onmogelijke liefde waar ik toen ik nog gezond was en ook later weer naar zocht en die ik nergens op aarde leek te zullen vinden, wordt met het woord eros aangeduid.

In september verbleven we een maand aan zee, met onze vrienden L. en F. en hun dochtertje V. Hoewel er ook woordenwisselingen waren, om het eufemistisch uit te drukken, waren dat voor mij de kostbaarste dagen van het jaar. Wandelend op het immense strand in Oostduinkerke ontwaarde ik soms een kleine vonk van wat het goddelijke wordt genoemd. Daar kon ik met niemand over spreken. Mijn vriend en ik voerden lange gesprekken over literatuur, kunst en filosofie. Altijd was er muziek, altijd Bob Dylan. Zijn Pat Garrett & Billy the Kid was net uitgekomen. Wat een weergaloze soundtrack was dat! In oktober was ik hersteld en kon ik weer naar de universiteit, waar ik helemaal herleefde.

brugge 1974

Wat gebeurde er in de échte wereld? Enkele wetenswaardigheden. Opening van World Trade Center in New York. In Chili pleegt Pinochet een staatsgreep, met de steun van de CIA. Salvador Allende en Victor Jara worden vermoord. In Thailand worden 1577 studenten vermoord. Oliecrisis en heerlijke autoloze zondagen. Palestijnse terreur in Rome. Jom-kippoer oorlog. Militaire junta vermoordt studenten in Griekenland.
1973 was een goed jaar voor de seringen en voor film. Badlands van Terrence Malick, het meesterwerk dat ik pas jaren later zou zien. Serpico van Sydney Lumet. Don’t Look Now van Nicolas Roeg. L’invitation van Claude Goretta. The Long Goodbye van Robert Altman. Mean Streets, de eerste klassieker van Martin Scorsese. La nuit Américaine van François Truffaut. Scènes uit een huwelijk van Ingmar Bergman. Turks Fruit van Paul Verhoeven. (Verliefd op Monique van de Ven.) Belle van André Delvaux. The Exorcist van William Friedkin. Herinner je je Tubular Bells? La grande bouffe van Marco Ferreri. Lucky Luciano van Francesco Rosi. O Lucky Man! van Lindsay Anderson. Herinner je je Alan Price? Scarecrow van Jerry Schatzberg.
Milan Kundera’s Het leven is elders. De Goelag Archipel van Aleksandr Solzjenitsyn. Vooral oude boeken, eeuwig jong: Nietzsche, Hendrik Marsman, Sartre, Albert Camus, Kierkegaard, August Strindberg, Rilke.
Op 8 april overlijdt Pablo Picassso. Drink to me, drink to my health / You know I can’t drink any more… Op 19 september komen ze voor de jonge Gram Parsons, in Joshua Tree.  Verder betreuren we Jane Bowles, John Ford, Max Horkheimer, Pablo Neruda, Pablo Casals, W.H. Auden.

linkwray2020-07-06

  1. Paris 1919 – John Cale
  2. Berlin – Lou Reed
  3. Pat Garrett & Billy The Kid – Bob Dylan
  4. New York Dolls – The New York Dolls
  5. Countdown to Ecstasy – Steely Dan
  6. Goats Head Soup – The Rolling Stones
  7. Aladdin Sane – David Bowie
  8. Band On The Run – Paul McCartney & Wings
  9. A Wizard, a True Star – Todd Rundgren
  10. For Your Pleasure / Stranded – Roxy Music
  11. Beans And Fatback / Be What You Want To – Link Wray
  12. GP – Gram Parsons
  13. Bananamour – Kevin Ayers
  14. Doug Sahm And Band – Doug Sahm
  15. Roadmaster – Gene Clark
  16. For Everyman – Jackson Browne
  17. The Joker – Steve Miller Band
  18. The Blue Ridge Rangers – John Fogerty
  19. Hard Nose the Highway – Van Morrison
  20. Let’s Get It On – Marvin Gaye
  21. Shoot Out At The Fantasy Factory – Traffic
  22. Here Come the Warm Jets – Eno
  23. In the Right Place – Dr. John
  24. Mind Games – John Lennon
  25. Aquashow – Elliott Murphy
  26. Ringo – Ringo Starr
  27. Closing Time – Tom Waits
  28. His California Album – Bobby Bland
  29. Innervisions – Stevie Wonder
  30. Fresh – Sly and the Family Stone
  31. Back To The World – Curtis Mayfield
  32. Catch A Fire / Burnin’ – Bob Marley & The Wailers
  33. Holland – Beach Boys
  34. Byrds – The Byrds
  35. The Great Lost Kinks Album – The Kinks
  36. Ferguslie Park – Stealers Wheel
  37. Sweet Revenge – John Prine
  38. Dixie Chicken – Little Feat
  39. The Wild, the Innocent and the E Street Shuffle – Bruce Springsteen
  40. Call Me – Al Green
  41. Moondog Matinee – The Band
  42. Brothers And Sisters – The Allman Brothers Band
  43. Raw Power – Iggy And The Stooges
  44. Neu – Neu 2
  45. A Little Touch Of Schmilsson In The Night – Harry Nilsson
  46. Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser – Boudewijn de Groot
  47. Tubular Bells – Mike Oldfield
  48. Don’t Shoot Me, I’m Only the Piano Player – Elton John
  49. Grand Hotel – Procol Harum
  50. There Goes Rhymin’ Simon – Paul Simon
  51. Shotgun Willie – Willie Nelson
  52. Kindling – Gene Parsons
  53. Valley Hi – Ian Matthews
  54. Song For Juli – Jesse Colin Young
  55. The Adventures Of Panama Red – New Riders Of The Purple Sage
  56. Drift Away – Dobie Gray
  57. Hey Now Hey (The Other Side of the Sky) – Aretha Franklin
  58. Heart Food – Judee Sill
  59. Maria Muldaur – Maria Muldaur
  60. Phew! – Claudia Lennear
  61. Poet, Fool Or Bum – Lee Hazlewood
  62. The Captain and Me – Doobie Brothers
  63. Funky Kingston – Toots & The Maytals
  64. Homemade Ice Cream – Tony Joe White
  65. Takin’ My Time – Bonnie Raitt
  66. Hank Wilson’s Back Vol. 1 – Leon Russell
  67. Leg End – Henry Cow
  68. Lonesome, On’ry And Mean – Waylon Jennings
  69. River – Terry Reid
  70. It Hurts So Good – Millie Jackson

roxymusic2020-07-06

“There’s a law for everything
And for Elephants that sing to keep
The cows that agriculture won’t allow
Hanky Panky nohow
Hanky Panky nohow oh”
John Cale

ZERO DE CONDUITE: VOGELS

songtoaseagull

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is walk in silence / don’t walk away in silence (Atmosphere).
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vorige maand probeerden we ons dansend op allerlei variaties op de boogie uit de modder los te wrikken. Mogelijk zijn onze schoenen nog blijven steken. Dat zou niet eens zo slecht zijn, want vandaag zoeken we het hogerop, we gaan de lucht in, de vogels tegemoet.

Zelf heb ik nog steeds een beetje het gevoel dat dit de eindtijd is, maar als ik het nieuws lees, hoor of zie merk ik daar nog maar weinig van: alles begint er weer normaal uit te zien. Begint weer te lijken op wat naar wat normaal werd genoemd voor de corona-tijd maar dat toen al niet meer was. Waarom schrikken wij er zo voor terug om de wereld ten goede te veranderen? Ik verlang nu al terug naar de stilte, naar de tijd van de vogels. Vandaar misschien de keuze voor dit thema, al kan ik dat niet met zekerheid zeggen. Net als inspiratie worden die thema’s door een onbekende kracht aangereikt.

Net als in poëzie zijn vogels sinds mensenheugenis een dankbaar onderwerp in alle muziekvormen. De vogel zal wel een van de meest gebruikte metaforen zijn, ook in popmuziek. Daardoor kwam het dat ik op korte tijd ongeveer tien uur songs over vogels bij elkaar had gesprokkeld. Daaruit een keuze maken is lastig. Ik heb de neiging naar een aantal muzikale helden terug te grijpen. Al gauw zit ik dan met een lijst waarop Elvis, Aretha Franklin, Bob Dylan, Howlin’ Wolf, Hank Williams, Jimi Hendrix, Etta James, Billie Holiday, the Kinks, Link Wray en Emmylou Harris netjes onder elkaar staan. Tegen die neiging tot vastroesten moet ik me verzetten. Ik heb het nog een keer geprobeerd. Maar hoe kun je een boeiend programma samenstellen met vogelliedjes zonder Bob Dylans You’re a Big Girl Now, Leonard Cohens Bird on the Wire, Birds van Neil Young en een of ander versie van Coo Coo Bird? Maar zoals je hieronder kunt lezen zitten er ook minder voor de hand liggende songs in deze vogel-aflevering. Misschien ga je er op den duur niet van vliegen maar dat je gaat zweven behoort tot de mogelijkheden. En ook dat een diepe rust je ten deel zal vallen.

Veel luisterplezier, en ik luister met jullie mee, ik zit namelijk nog altijd thuis, want met zo’n masker op valt moeilijk te praten.

Detroit_Free_Press_Sun__Feb_12__1967_

Birds – Neil Young – After The Goldrush – Neil Young – 2:33

Night Birds – Ryan Adams – 29 – Ryan Adams  – 3:51

When The Eagle Flies – Traffic – When The Eagle Flies – Capaldi/Winwood – 4:24

Silver Raven – Gene Clark – No Other – Gene Clark – 4:54

Melodies From A Bird In Flyght (For Clarence) – Gene Parsons – Melodies – Camille Parsons/Gene Parsons – 4:08

As The Crow Flies – Tony Joe White – The Train I’m On – Tony Joe White – 3:50

You’re a Big Girl Now – Bob Dylan – Blood On The Tracks – Bob Dylan – 4:35

Bird On The Wire – Leonard Cohen – Songs From A Room – Leonard Cohen – 3:29

Sing Little Bird Sing – The Left Banke – There’s Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969 – Thomas Feher – 3:12

Little Bird – The Beach Boys – Friends – Dennis Wilson/Stephen John Kalinich – 2:00

Song To A Seagull – Joni Mitchell – Song To A Seagull – Joni Mitchell – 3:52

Die Krähe – Christa Ludwig, James Levine – Winterreise, Op. 89, D 911 – 15  – Franz Schubert – 1:40

The Nightingale – Angelo Badalamenti – Soundtrack From Twin Peaks – Angelo Badalamenti – 4:56

Nightingale – Low – C’mon – Sparhawk/Parker – 4:56

Blue Bird – Hope Sandoval & The Warm Inventions – Through The Devil Softly – Hope Sandoval – 5:12

King Of Birds – R.E.M. – Document – Bill Berry/Peter Buck/Mike Mills/Michael Stipe – 4:10

Old Crow – The Walkabouts – Setting the Woods on Fire – The Walkabouts – 4:26

Humming Bird – Victoria Williams – Musings Of A Creek Dipper – Victoria Williams – 3:15

Maybe Sparrow – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case – 2:38

Seagulls – PJ Harvey – Uh Huh Her – PJ Harvey – 1:11

Hundreds Of Sparrows – Sparklehorse – Good Morning Spider – Mark Linkous- 2:27

Crow – Mount Eerie – A Crow Looked at Me – Phil Elvrum – 2:21

The Littlest Birds – The Be Good Tanyas – Blue Horse – Barrett/Holland/Parton – 4:07

Mosquito Hawks – Meg Baird – Don’t Weigh Down The Light – Meg Baird – 3:22

The Magpie – Donovan – A Gift From A Flower To A Garden – Donovan Leitch – 1:31

Bird Song – Bert Jansch – Rosemary Lane – Bert Jansch – 2:57

The Coo-Coo Bird – Doc Watson & Clarence Ashley – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Doc Watson/Clarence Ashley – 2:36

Little Turtle Dove – Bascom Lamar Lunsford – Ballads, Banjo Tunes, And Sacred Songs Of Western North Carolina – Arr. By Bascom Lamar Lunsford – 2:55

The White Dove – The Stanley Brothers – The Complete Columbia Stanley Brothers (1949-1952) – Carter Stanley/Ralph Stanley – 3:14

Texas Eagle – Steve Earle & The Del McCoury Band – The Mountain – Steve Earle – 3:28

Fallen Eagle – Stephen Stills – Manassas – Stills – 2:05

Little Sparrows – The Handsome Family – Honey Moon –  Brett & Rennie Sparks- 3:09

Little Bird – Emmylou Harris – Stumble Into Grace – Emmylou Harris – 3:15

Wings Of A Dove – Nanci Griffith – Other Voices, Too (A Trip Back To Bountiful) – Bob Ferguson – 2:52

Fish And Bird – Tom Waits – Alice – Tom Waits/Kathleen Brennan – 4:00

The Dove – Brian Eno – More Music For Films – Brian Eno – 1:26

Research, samenstelling en vogels: Martin Pulaski

handsome family

Vogel: [dier met vleugels] {oudnederlands vogal ca. 1100, middelnederlands vogel} bekend uit het oudste Nederlandse zinnetje hebban olla vogala nestas hagunnan/hinase hi(c) (e)nda thu [alle vogels zijn met hun nesten begonnen, behalve ik en jij], oudsaksisch fugal, oudhoogduits fogal, oudfries fugel, oudengels fugol, oudnoors fugl, gotisch fugls; etymologie onduidelijk, maar verband met vliegen ligt voor de hand.

Genesis 2:20, ‘En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste’

1972: DRAAIKOLK

2020-07-03-varia-rundgren1

Wat vond ik in 1972 boeiende en vernieuwende popmuziek? Welke langspeelplaten hebben wat mij betreft de genadeloze tand des tijds zonder veel schade doorstaan? Die vragen probeer ik te beantwoorden met een alweer lang uitgevallen lijst, voorafgegaan door een aantal bedenkingen om er meer tastbaarheid en zichtbaarheid aan te geven. Om er het ritme van mijn ervaringen aan toe te voegen. Wel wil ik er mij voor hoeden hier geen memoires van te maken. Ik zal nooit memoires schrijven, ik ben sir Winston Churchill niet. Evenmin zal ik prijsgeven wie ik werkelijk ben. Waarom niet? Omdat ik niet weet wie ik ben, ik heb er alleen maar het raden naar. Wat ik schrijf zijn altijd alleen maar flarden, scherven van spiegelbeelden.

Vandaag zijn we zoals gezegd in 1972 aangekomen. Waarmee het erop lijkt dat deze reeks toch chronologisch aan het worden is, wat ik aanvankelijk helemaal niet wilde. Als ik nu terugdenk aan dat jaar, los van mijn leven, lijkt het wel alsof alles toen muziek was, gecomponeerd door zowel god als de duivel. We werden meegesleurd in een muzikale draaikolk, een ervaring die ons in navolging van Pete Townshends Tommy doof, stom en blind maakte. Toen we weer boven water kwamen, ogenschijnlijk gezuiverd, waren we alleen van onze onschuld verlost. We beseften al enigszins dat er geen bevrijding mogelijk was. [1] De echte bevrijdingsbewegingen voltrokken zich in boeken (en films), in de taal. Buiten de boeken bleef het spel van macht en geld de wereld en de samenlevingsvormen beheersen. Hoe kon ik dat alles als muziek ervaren? Waarschijnlijk omdat het allemaal zo muzikaal klonk. Luister maar naar de formulering van enkele gebeurtenissen.

Bloody Sunday in Derry. The Troubles. Richard Nixon bezoekt China en de Sovjet-Unie. Apollo 17 landt op de maan. De laatste maanwandelaars zijn Harrison Schmitt en Eugene Cernan. Andreas Baader, Holger Meins en Ulrike Meinhof gearresteerd. Zwarte september tijdens de 20ste Olympische Spelen in München. Last Tango in Paris van Bernardo Bertolucci, met Marlon Brando en Maria Schneider. Deliverance van John Boorman, een film zonder vrouwen maar wel met dueling banjos. The Getaway van Sam Peckinpah, met Ali McGraw en Steve McQueen. Toots Thielemans. A Clockwork Orange van Stanley Kubrick. Dr. Brodsky: Sin? What’s all this about sin? Alex: That! Using Ludwig van like that! He did no harm to anyone. Beethoven just wrote music! Dr. Brodsky: Are you referring to the background score? Le charme discret de la bourgeoisie van Luis Buñuel. Aguirre, der Zorn Gottes van Werner Herzog. Fear and Loathing in Las Vegas van Hunter S. Thompson. Dood: Mahalia Jackson, Clyde McPhatter, Ezra Pound, Danny Whitten en Kenny Dorham.

clockwork2

Onzekerheid, verwarring en chaos beïnvloeden de stijl in mode en popmuziek. Zijn de meisjes nog sexy, dragen ze nog minirokjes? Veeleer bell bottoms (“olifantenpijpen”) en plateauschoenen. Maar nog altijd geen beha’s, zoals je kunt zien op de hoes van Carly Simons No Secrets. Uniseks. Glam rock en Blaxploitation. De baanbrekende elpee Nuggets: Original Artyfacts from the First Psychedelic Era, 1965–1968, samengesteld door Lenny Kaye, verschijnt dat jaar. De daarop verzamelde songs liggen mee aan de basis van punk rock, een stroming die pas enkele jaren later populair zal worden.

In juni 1972 wordt ingebroken in het hoofdkwartier van de democratische partij in Washington. De gevolgen van Watergate zijn vandaag nog steeds voelbaar. Mogelijk begon toen de eindtijd, waar we nu in leven.

Ons privéleven draaide rond alternatieven voor de massacultuur. Antiautoritaire opvoeding, nieuwe ideeën over het huwelijk en het gezin. Belangrijke namen waren Summerhill, Germaine Greer, Roel van Duijn, Kropotkin, Theodore Roszak, Angela Davis, George Jackson, George Ohsawa (zen-macrobiotiek), Ronald Laing, Jan Foudraine, et cetera. Benevens veel filosofische werken om onze studie tot een goed einde te kunnen brengen. Leopold Flam, onze belangrijkste professor filosofie, stimuleerde me om nog meer – en anders – te lezen dan ik al deed. Hij wekte bij mij interesse op voor dromen en sprookjes. Ik ging een dag- en een nachtboek bijhouden. Hij drukte mij op het hart dat ik bij het schrijven mijn verbeelding de vrije loop zou laten gaan. Van die vrije loop ben ik later teruggekomen. Een uur per week liet de professor ons klassieke muziek en avant-garde beluisteren.

Ons kleine gezin woonde nu samen met een aantal vrienden in een pand in Watermaal-Bosvoorde. Onze benedenbuur Rudi S. liet me Nick Drake horen, waar ik toen niet warm voor liep. Dat kwam pas veel later. Dank zij hem ontdekte ik de eerste elpee van Roxy Music, die me meteen beviel. Glam heeft me verder nooit veel gezegd. Toch begon ik in de ban van David Bowie te komen en was Transformer van Lou Reed een van de elpees die in die dagen mijn hoofd het meest op hol brachten. Maar Lou Reed was altijd al veel meer dan glam geweest. Minder glamoureus, meer van de aarde, klonk de muziek van de nieuwe band Manassas van Stephen Stills en Chris Hillman, waarvan het debuut daar bij ons in de Visélaan vaak werd gedraaid. Hoogst bewonderenswaardig vond ik Todd Rundgren omdat hij zoveel kon en dat allemaal zo perfect deed. Something/Anything was een synthese van ongeveer alle popmuziek die ik tot dan had gehoord. Zoals Todd Rundgren leek te willen versmelten met de opnamestudio waarin hij musiceerde en met de instrumenten die hij bespeelde zo wilde ik samenvloeien met mijn beste vrienden en met onze rode muziekkamer en met de klanken die uit de luidsprekers stroomden.

Keep the good, leave the bad
Take a few of these, the sweeter memories
Don’t forget them please, the sweeter memories [2]

2020-07-03-transformer1

  1. Something/Anything – Todd Rundgren
  2. Lou Reed / Transformer – Lou Reed
  3. Exile On Main Street – The Rolling Stones
  4. Can’t Buy a Thrill – Steely Dan
  5. Clear Spot / The Spotlight Kid – Captain Beefheart and His Magic Band
  6. Sail Away – Randy Newman
  7. Into The Purple Valley / Boomer’s Story – Ry Cooder
  8. Ululu – Jesse Ed Davis
  9. John’s Gumbo – Dr. John
  10. Roxy Music – Roxy Music
  11. Harvest – Neil Young
  12. Saint Dominic’s Preview – Van Morrison
  13. Manassas – Stephen Stills & Manassas
  14. Eat A Peach – The Allman Brothers Band
  15. Bobby Charles – Bobby Charles
  16. Diamonds In The Rough – John Prine
  17. Who Came First – Pete Townshend
  18. Naturally / Really – J.J. Cale
  19. Jackson Browne (Saturate Before Using) – Jackson Browne
  20. Rhymes And Reasons – Carole King
  21. Recall The Beginning… A Journey From Eden – Steve Miller Band
  22. The Rise And Fall of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars – David Bowie
  23. All the Young Dudes – Mott the Hoople
  24. Pink Moon – Nick Drake
  25. Fanny Hill – Fanny
  26. Thank You For… – Bridget St. John
  27. Jackie – Jackie DeShannon
  28. Never A Dull Moment – Rod Stewart
  29. Young, Gifted and Black – Aretha Franklin
  30. Talking Book / Music of My Mind – Stevie Wonder
  31. Superfly – Curtis Mayfield
  32. I’m Still in Love With You / Let’s Stay Together – Al Green
  33. Carney – Leon Russell
  34. Third Down, 110 To Go – Jesse Winchester
  35. Will The Circle Be Unbroken – Nitty Gritty Dirt Band
  36. #1 Record – Big Star
  37. Stealers Wheel – Stealers Wheel
  38. Hendrix in the West – Jimi Hendrix
  39. Rock of Ages – The Band
  40. Hot Licks, Cold Steel & Truckers’ Favorites – Commander Cody & His Lost Planet Airmen
  41. Back Stabbers – The O’Jays
  42. Understanding – Bobby Womack
  43. Some Time In New York City – John Lennon & Yoko Ono
  44. The Academy In Peril – John Cale
  45. Et Si Je M’en Vais Avant Toi – Françoise Hardy
  46. For the Roses – Joni Mitchell
  47. Sailin’ Shoes – Little Feat
  48. Everybody’s In Show-Biz – The Kinks
  49. Carl And The Passions – So Tough – The Beach Boys
  50. Whatevershebringswesing – Kevin Ayers
  51. No Secrets – Carly Simon
  52. Greetings From L.A. – Tim Buckley
  53. Matching Mole – Matching Mole
  54. Toulouse Street – The Doobie Brothers
  55. Play The Blues – Buddy Guy & Junior Wells
  56. Trouble Man – Marvin Gaye
  57. The Train I’m On – Tony Joe White
  58. Paul Simon – Paul Simon
  59. Son Of Schmilsson – Harry Nilsson
  60. Tigers Will Survive – Ian Matthews
  61. Mordicai Jones – Link Wray
  62. The Late Great Townes Van Zandt / High, Low And In Between – Townes Van Zandt
  63. Historical Figures And Ancient Heads – Canned Heat
  64. Life, Love And Faith – Allen Toussaint
  65. Discover America – Van Dyke Parks
  66. Burgers – Hot Tuna
  67. Greenhouse – Leo Kottke
  68. Garden Party – Rick Nelson & The Stone Canyon Band
  69. Long John Silver – Jefferson Airplane
  70. Gypsy Cowboy / Powerglide – New Riders Of The Purple Sage
  71. 1 + 1 – Grin
  72. Blue River – Eric Andersen
  73. Machine Gun Co. – Mike Cooper
  74. Wind of Change – Peter Frampton
  75. Seven Bridges Road – Steve Young
  76. Candi Staton – Candi Staton
  77. Bobby Whitlock – Bobby Whitlock
  78. Rockpile – Dave Edmunds
  79. In Search Of Amelia Earhart – Plainsong
  80. The Harder They Come – Jimmy Cliff

Al deze langspeelplaten zou je in de categorie popmuziek of rock kunnen onderbrengen. Andere genres heb ik niet in de lijst opgenomen. Niet wegens aversie maar wegens gebrek aan kennis. Niet alle vermelde albums heb ik al in 1972 leren waarderen. Voor sommige ervan heeft het tien, twintig jaar geduurd eer ik ze heb ontdekt. Dat geldt vooral voor soul en nogal wat folk.

  1. Last tango7

[1] Ik besef nu dat het solodebuut van John Lennon, John Lennon/Plastic Ono Band, verschenen op 11 december 1970, dergelijke (voor)gevoelens al gestalte had gegeven. The dream is over…

[2] Todd Rundgren, Sweeter Memories

1971: INDIANEN EN OUTLAWS

jessewinchester

Opgedragen aan Roen Hetzwoen.

Om mijn lijst van uitverkoren elpees van 1971 wat context te geven laat ik eerst enkele vermeldenswaardige historische en autobiografische gebeurtenissen de revue passeren.
Alan Shepard maakt een wandeling op de maan. Dat avontuur lijkt nog maar weinig aardbewoners te interesseren. Igor Stravinski overlijdt. Brussel wordt onder de voet gelopen door boze boeren. Er breekt een oorlog uit tussen India en Pakistan. Het vroegere Oost-Pakistan wordt onafhankelijk en krijgt de naam Bangla Desh. Greenpeace wordt opgericht.  Congo heet voortaan Zaïre – tot het weer Congo wordt. Pablo Neruda, dichter van Canto General, ontvangt de Nobelprijs voor literatuur. Op 3 juli wordt Jim Morrison in Parijs dood aangetroffen in zijn badkuip. Na een periode van verdriet om het vroegtijdig overlijden van de geliefde zanger krijg ik last van een nieuwe fobie: de angst om te sterven in een ligbad.

Voor mezelf en mijn toenmalige vrouw was 26 mei de mooiste en gelukzaligste dag van heel dat jaar:  in hospitaal Solbosch in Elsene werd ons eerste en enige kind geboren, een zoontje. Wij gaven hem een ‘muzikale’ en voor die tijd in onze streken ongewone voornaam. Om nu mogelijk niet meer zo duidelijke redenen waren we fans van zowel Jesse Ed Davis als van Jesse Winchester. Jesse Ed Davis, een supergitarist, was een Kiowa Indiaan, wat in die tijd betekende dat hij door velen – the silent majority – als een outsider werd beschouwd. Hij had Taj Mahal [1] begeleid op diens debuut en eind 1970 was zijn eerste eigen album uitgekomen. In die eerste maanden van 1971 leek Jesse Davis! geen afscheid te willen nemen van mijn platenspeler. Euforisch werd ik vooral van Every Night Is Saturday Night, melancholisch van Rock ‘n’ Roll Gypsies, een nummer van Roger Tillison. Alleen al de hoes kon ik urenlang als in een roes zitten bestuderen. Ik was echter niet alleen een fan van Jesse Ed Davis, ik was ook sterk begaan met het lot van de Amerikaanse Indianen. Het boek Bury My Heart at Wounded Knee: An Indian History of the American West (1970) [2] van Dee Brown had op mij diepe indruk gemaakt. Ook de film Soldier Blue (1970) van Ralph Nelson [3] maakte duidelijk dat wat de Verenigde Staten in Vietnam uitvraten in het verlengde lag van de systematische uitroeiing van de oorspronkelijke bewoners van hun ‘eigen land’. De titelsong was van de Amerikaans-Indiaanse singer-songwriter en activiste Buffy Saint-Marie.

sitting-bull
Sitting Bull

Jesse Winchester, geboren in Louisiana en opgegroeid in Tennessee, was in 1967 om aan de militaire dienst en de oorlog in Vietnam te ontsnappen naar Canada gevlucht. In 1970 was op het Bearsville-label zijn schitterende debuutplaat uitgekomen. Daarop werd hij begeleid door Robbie Robertson en Levon Helm van the Band, in die dagen een van drie of vier groepen waar ik het meest naar opkeek. Luister een keer naar Payday, Biloxi, The Brand New Tennessee Waltz, Yankee Lady en Black Dog, stuk voor stuk tijdloze songs.
En dan was er nog de brutale westernheld Jesse James. Net als Bob Dylan in zijn John Wesley Harding had ik een nogal geïdealiseerd beeld van revolverhelden uit de Far West. Jesse James was niet echt een koelbloedige moordenaar, vond ik. Immers, hij stal van de rijken en gaf het geld aan de armen.

Jesse was a man, a friend to the poor,
He’d never rob a mother or a child,
There never was a man with the law in his hand,
That could take Jesse James alive.

Zo klonk het in het de oude folksong Jesse James, die we kenden in de versie van Woody Guthrie. Hij kwam ook al ter sprake in Bob Dylans Outlaw Blues: Well, I might look like Robert Ford / But I feel just like a Jesse James. Robert Ford was de verrader die Jesse James in de rug schoot.

jessejames
Jesse James

Zelf was ik ook graag een outlaw geweest. Maar ik was na een jaar rondhangen in de Brusselse urban jungle, onder meer als barman in De Dolle Mol, toen nog op de Kaasmarkt,  toch al een beetje op het rechte pad geraakt: op het einde van de zomer van 1971 schreven wij, zowel mijn vrouw als ikzelf, ons in voor de kandidatuur filosofie aan VUB. Wat ik naast de gebruikelijke filosofische werken bestudeerde was voornamelijk de tegencultuur: op die manier was ik dan toch nog een beetje een outlaw.

We hadden dat zalige jaar veel tijd voor muziek, maar weinig geld voor platen. Voorlopig bleven we nog arme schooiers met vage toekomstplannen. Tot onze vrienden rekenden we geen Jesse James-achtige rovers en weldoeners. Wel hadden we nu studiebeurzen en kindergeld en vrienden die net als wij ook platen kochten, vaak tweedehands, op het Vossenplein of in de koopjesbakken van de vele platenwinkels die Brussel toen nog rijk was. In heel wat van die winkels werkte personeel dat geen flauw idee had van de waarde van de platen die er werden aangeboden. Zeker niet van wat underground, alternatief, progressief werd genoemd. Dat soort albums belandde al heel snel in die koopjesbakken.

Tussen het schrijven van deze tekst en het maken van de onderstaande lange lijst door lees ik wat in Sandro Veronesi’s nieuwe roman, De Kolibrie. Op pagina 98-99 ligt Marco Carrera, het hoofdpersonage, op zijn bed te luisteren naar David Crosby’s Laughing, het laatste nummer van kant 1 van diens debuut, If I Could Only Remember My Name. De naald blijft dreigend in de laatste groef krassen. Laat dat nu toevallig of niet een van de mooiste songs van 1971 zijn.
Met de meeste albums in de lijst ben ik al een halve eeuw vertrouwd, andere heb ik pas later ontdekt en leren waarderen. Ik heb geen elpees geselecteerd die me niets zeggen of nooit heb gehoord.

  1. Sticky Fingers – The Rolling Stones
  2. Tapestry – Carole King
  3. Who’s Next – The Who
  4. If I Could Only Remember My Name – David Crosby
  5. Tupelo Honey – Van Morrison
  6. Surf’s Up – The Beach Boys
  7. 20 Granite Creek – Moby Grape
  8. Blue – Joni Mitchell
  9. Stephen Stills 2 – Stephen Stills
  10. John Prine – John Prine
  11. Crazy Horse – Crazy Horse
  12. Naturally – J.J. Cale
  13. The Return Of Doug Saldaña – Sir Douglas Quintet
  14. There’s A Riot Goin’ On – Sly And The Family Stone
  15. White Light – Gene Clark
  16. Flying Burrito Brothers – The Flying Burrito Brothers
  17. L.A. Woman – The Doors
  18. Cahoots – The Band
  19. Pearl – Janis Joplin
  20. Quicksilver – Quicksilver Messenger Service
  21. New Riders Of The Purple Sage – New Riders Of The Purple Sage
  22. Smash Your Head Against The Wall – John Entwistle
  23. Roots – Curtis Mayfield
  24. The Low Spark of High Heeled Boys – Traffic
  25. Rainbow Bridge / The Cry of Love – Jimi Hendrix
  26. Judee Sill – Judee Sill
  27. Tony Joe White – Tony Joe White
  28. Byrdmaniax / Farther Along – The Byrds
  29. Lost In The Ozone – Commander Cody & His Lost Planet Airmen
  30. Anticipation – Carly Simon
  31. At Fillmore East – The Allman Brothers Band
  32. Imagine – John Lennon
  33. Muswell Hillbillies – The Kinks
  34. Hunky Dory – David Bowie
  35. Grin – Grin
  36. Boz Scaggs & Band / Moments – Boz Scaggs
  37. Brain Capers / Wildlife – Mott The Hoople
  38. Little Feat – Little Feat
  39. Songs For Beginners – Graham Nash
  40. Bonnie Raitt – Bonnie Raitt
  41. In My Own Time – Karen Dalton
  42. Getting Ready – Freddie King
  43. Here Comes The Sun – Nina Simone
  44. What’s Going On – Marvin Gaye
  45. Al Green Gets Next to You – Al Green
  46. She Used To Wanna Be A Ballerina – Buffy Sainte-Marie
  47. La Question – Françoise Hardy
  48. Ram – Paul and Linda McCartney
  49. Nilsson Schmilsson – Nilsson
  50. Every Picture Tells A Story – Rod Stewart
  51. Rudy The Fifth – Rick Nelson
  52. Leon Russell And The Shelter People – Leon Russell
  53. Anne Briggs / The Time Has Come – Anne Briggs
  54. Linda Ronstadt – Linda Ronstadt
  55. Link Wray – Link Wray
  56. Aretha Live at Fillmore West – Aretha Franklin
  57. 4 Way Street – Crosby, Stills, Nash & Young
  58. Long Player – Faces
  59. Can I Have My Money Back? – Gerry Rafferty
  60. Bark – Jefferson Airplane
  61. Led Zeppelin IV – Led Zeppelin
  62. Delta Momma Blues – Townes Van Zandt
  63. Bryter Layter – Nick Drake
  64. ‘Frisco Mabel Joy – Mickey Newbury
  65. Live In Cook County Jail – B.B. King
  66. The Sun, Moon And Herbs – Dr. John
  67. Motel Shot – Delaney & Bonnie
  68. Deliverin’ / From The Inside – Poco
  69. If You Saw Thro’ My Eyes – Ian Matthews
  70. Doctor Hook – Dr. Hook And The Medicine Show
  71. Histoire De Melody Nelson – Serge Gainsbourg
  72. “Polnareff’s” – Michel Polnareff
  73. Journey In Satchidananda – Alice Coltrane
  74. Part Time Love – Ann Peebles
  75. Elvis Country (I’m 10,000 Years Old) – Elvis Presley
  76. The Silver Tongued Devil And I – Kris Kristofferson
  77. Gonna Take A Miracle – Laura Nyro & Labelle
  78. All Day Music – War
  79. One Year – Colin Blunstone
  80. The Concert For Bangladesh – George Harrison & Friends
  81. The North Star Grassman And The Ravens – Sandy Denny
  82. Shaft – Isaac Hayes
  83. Patchwork – Bobbie Gentry
  84. Songs For The Gentle Man – Bridget St. John
  85. America – John Fahey
  86. Mudlark – Leo Kottke
  87. Wrecked Again – Michael Chapman
  88. Bird On A Wire – Tim Hardin
  89. 200 Motels – The Mothers Of Invention
  90. Nevada Fighter – Michael Nesmith & The First National Band
  91. Performance: Rockin’ The Fillmore – Humble Pie
  92. Rock On – Humble Pie
  93. Hooker ‘N Heat – John Lee Hooker & Canned Heat
  94. Rosemary Lane – Bert Jansch
  95. From A Whisper To A Scream – Esther Phillips
  96. Live In Paris / ‘Nuff Said- Ike & Tina Turner
  97. Merry Clayton – Merry Clayton
  98. Sunfighter – Paul Kantner & Grace Slick
  99. Papa John Creach – Papa John Creach
  100. Rita Coolidge – Rita Coolidge

frankford
Robert Ford

[1] Zijn echte naam was Henry Saint Clair Fredericks. Henry bewonderde Gandhi en was gefascineerd door Indië, vandaar het pseudoniem. Het debuut van Taj Mahal verscheen in 1968 op Columbia. De band is te zien in de film The Rolling Stones Rock and Roll Circus. Jesse Ed Davis speelde ook nog op The Natch’l Blues (1968) en Giant Step (1969).

[2] The book expresses details of the history of American expansionism from a point of view that is critical of its effects on the Native Americans. Brown describes Native Americans’ displacement through forced relocations and years of warfare waged by the United States federal government. The government’s dealings are portrayed as a continuing effort to destroy the culture, religion, and way of life of Native American peoples. (Wikipedia)

[3] For Nelson’s portrayal of the boys in blue as blood crazed maniacs, who blow children’s brains out and women, shattered for ever one of America’s most enduring movie myths – that of the cavalry as good guys riding to the rescue – and rendered Soldier Blue one of the most radical films in the history of American cinema. P. B. Hurst, The Most Savage Film: Soldier Blue, Cinematic Violence and the Horrors of War, 2008

jesse-ed-davis-aa

 

DAVID EUGENE EDWARDS, PREACHER

16horsepower

Toen ik het debuut van Sixteen Horsepower, Sackcloth ‘N’ Ashes, voor het eerst hoorde – ik geloof in 1996 – was ik diep onder de indruk. Alles aan die muziek leek bezeten, maar vooral de stem van de zanger (of was hij dan toch een predikant?) was doordrongen van het heilige vuur, al had zij, zo vond ik, ook een duivelse kant. Een kunstenaar moet niet alleen converseren met engelen maar ook met duivels, zei William Blake al.

David Eugene Edwards, de zanger in kwestie, riep bij mij meteen herinneringen op aan Hazel “Haze” Motes (rol van Brad Dourif), de ietwat groteske jonge predikant van the Church of Truth Without Christ in de film Wise Blood van John Huston. Die is op zijn beurt gebaseerd op de gelijknamige roman van Flannery O’Connor, een meesterwerk in de southern gothic stijl. Zo zou je de songs van David Eugene ook kunnen noemen: southern gothic. Zowel het boek als de film behoren tot de kunstwerken die er voor mij nog altijd echt toe doen.

Aan die fascinatie van mij voor Edwards zangstijl en songschrijftalent is nooit erg veel veranderd. Maar op alles komt sleet, een mens blijft zoeken en in dat zoeken zit altijd een verlangen naar het nieuwe. Onze consumptiemaatschappij zwengelt dat verlangen dan ook nog eens aan. Elke dag, week, maand worden we overstelpt met tientallen recensies van platen, de ene wordt al genialer genoemd dan de andere. Iets wat van vorig jaar is bestaat vaak al niet meer. Sommigen beweren dan weer dat vroeger alles beter was. Vanzelfsprekend zijn niet alle recensenten en muziekjournalisten zo kortzichtig. Je treft in hun rangen engelen en duivels aan en alles daartussenin.
Die hang naar het nieuwe heeft als consequentie dat nogal wat albums in je rek blijven staan, soms voor altijd het zwijgen opgelegd. Voor mij is dat met haast alle platen van zowel 16 Horsepower als Wovenhand zo gegaan. Alleen werd er af en toe nog eens een nummer uit geselecteerd als het paste in een thema van Zéro de conduite. Dat draaide ik dan voor of na – bijvoorbeeld – iets van the Gun Club of PJ Harvey. Overigens heb ik de band van Jeffrey Lee Pierce, en zeker hun eerste albums, Fire of Love en Miami, altijd beter gevonden dan die van David Eugene Edwards. Waarmee ik de eerste regel van de Martin Pulaski Muziek Club overtreed: vergelijk nooit de ene artiest met de andere.

In 2002 zag ik in De Bottelarij, het tijdelijk onderkomen van de KVS in Molenbeek, de onvergetelijke voorstelling Blush van Ultima Vez/Wim Vandekeybus, met bezwerende muzikale begeleiding door de zingende  en musicerende preacher. Vandaar dat het gelijknamige album mijn lijstje van beste David Eugene Edward-albums heeft gehaald. Ook de rest van mijn keuze heeft vermoedelijk met nostalgie te maken. Of ik sommige van deze albums ooit nog in hun geheel zal beluisteren betwijfel ik, of het zou Secret South moeten zijn, omdat ik die onvoldoende ken. De platen van 16 Horsepower en Wovenhand zijn voor mij op dit ogenblik wat te intens, te pathetisch soms. Het heilige vuur kan ook rustig branden. Zelfs zonder geluid. Maar het zou kunnen dat ik er over een maand of wat weer anders over denk.

Selectie van de Martin Pulaski Muziek Club

  1. Low Estate – 16 Horsepower
  2. Sackcloth ’n Ashes – 16 Horsepower
  3. Folklore – 16 Horsepower
  4. Blush – Wovenhand
  5. Wovenhand – Wovenhand

Bonus

Consider the Birds  – Wovenhand. Vanwege de mooie hoes, ook al ontworpen door David Eugene Edwards.
Short Stories – Lilium. Met Pascal Humbert en Jean-Yves Tola. Onderschat album.

1970: ENGELEN EN DROMERS

sunflower1

Hoe word je volwassen? In 1970 was ik het nog steeds niet en werd het ook niet, zelfs al ontbond ik de APP (Anti-Progressieve Partij, een sarcastische eenmanspartij), nam ik voorlopig afscheid van mijn vriend en kamergenoot Erwin, verhuisde ik van een kamertje in de Karmelietenstraat naar een appartement in de Boomkwekerijstraat (boven de club Les Anges Noirs van Fonseca) en trouwde ik met het mooie meisje dat in december ’69 mijn hart had gestolen. In beide woningen waren zwervende zoekers welkom, de meesten afkomstig uit Nederland, sommigen uit de VS, een enkeling uit Finland. Vaak werden het dan lange avonden vol gesprekken over onze hooggespannen toekomstverwachtingen. We dachten nog steeds dat de bevrijding nakend was. We dronken jasmijnthee en beluisterden de nieuwste elpees. Mogelijk was 1970 daar het meest geschikte jaar voor.
Met geestverwanten hingen we rond op de Kaasmarkt, de place to be voor hippies en beatniks. Wij waren niet de enigen die daar tijd verspilden: de politie hield ons nauwlettend in het oog. De agenten zagen ons als staatsgevaarlijk, een bedreiging voor de wet en orde van hun werkgevers. De meisjes onder ons waren sexy gekleed, we hadden lange haren, rookten wiet en – ergst van al – we dronken weinig of geen bier. Om de haverklap moesten we onze identiteitskaart bovenhalen; we werden op allerlei manieren getreiterd en vernederd. Als we op ons eentje door een of andere wat afgelegen straat liepen scholden mannen die vreesden dat hun penis aan kracht zou verliezen ons de huid vol. Op heel wat plekken waren we niet welkom. Er waren enkele vrijhavens, zoals de Florio, de Speakeasy en de Free Press Bookshop. Ik ging naar de filmschool (Ritcs), waar ik de meeste lessen saai en overbodig vond. De beste leraar daar was de nu bijna vergeten schrijver Ivo Michiels. Voor hem had ik respect. (Ook dit verhaal heb ik al eerder verteld. Nu wil ik het vooral over muziek hebben.)

Uit alle kamers en appartementen en cafés stroomde ons muziek tegemoet. De meeste liedjes en elpees van die tijd weerspiegelden onze levensstijl en onze manier van denken. Van live muziek en avant-garde theater genoot ik het meest in Théâtre 140, gerund door de onvolprezen Jo Dekmine [1]. In 1970 las ik nog altijd Aloha en Rolling Stone; het blad van Jann Wenner was toen nog min of meer een undergroundtijdschrift. In beide tijdschriften stonden boeiende, soms zelfs diepgravende platenbesprekingen. Naast de liefde voor mijn zoethart en de fijne vriendschappen was muziek het centrum van mijn universum, al las ik zeker ook wel enkele interessante boeken. Veel van Jan Wolkers, Franz Kafka, Louis Paul Boon. Ook ontdekte ik toevallig William Faulkner.

Na zoveel jaar herinner ik me maar weinig details. Ik hield dat jaar geen dagboek bij. De gevoelens die Neil Youngs After the Goldrush bij me opriep kan ik niet onder woorden brengen, maar ze zijn zeker nog in een of andere laag van mijn bewustzijn aanwezig. In jou ook. Daarin verschil je niet zo veel van mij, denk ik. De pastorale klanken van Bob Dylans Self Portrait, een album dat bijna iedereen in mijn omgeving haatte, kleurden veel van mijn zomerdagen. In de winter vond ik troost in de bitterzoete songs op New Morning. De schoonheid van Loaded drong pas in 1971 ten volle tot me door. Ik kocht de elpee van mijn vriend Luc Deleu, die er niks aan vond. Dat begreep ik niet zo goed. Aan American Beauty had hij ook al een bloedhekel. Marc Didden, mijn toenmalige boezemvriend, en ik waren grote fans van Creedence Clearwater Revival. Tijdens onze wandelingen in het Zoniënwoud zongen we wel eens een van John Fogerty’s liedjes. Het debuut van Ry Cooder opende een heel universum van muziek die ik nog niet kende. Ik ben hem daar nog altijd dankbaar voor. Een van de mooiste liedjes van dat jaar was voor mij Amsterdam van John Cale, zijn Big White Cloud moest er niet voor onderdoen en dan was er ook nog The Only Living Boy In New York.

Mag dat volstaan als portret van de onvolwassen twintigjarige schooier die ik in 1970 was? Ik stel voor dat je dan een blik werpt op de lijst van honderd albums die ik heb samengesteld. Hopelijk vind je de tijd om sommige van deze parels te ontdekken, zelfs die helemaal onderaan de lijst. Vandaag de dag is dat heel wat eenvoudiger en goedkoper dan in 1970.

ry cooder

  1. After The Goldrush – Neil Young
  2. Loaded – The Velvet Underground
  3. New Morning / Self-Portrait – Bob Dylan
  4. Sunflower – Beach Boys
  5. Moondance – Van Morrison
  6. 12 Songs – Randy Newman
  7. John Lennon/Plastic Ono Band – John Lennon/Plastic Ono Band
  8. Layla and Other Assorted Love Songs – Derek and the Dominos
  9. All Things Must Pass – George Harrison
  10. Cosmo’s Factory – Creedence Clearwater Revival
  11. Vintage Violence – John Cale
  12. Band of Gypsys – Jimi Hendrix
  13. The Madcap Laughs /Barrett – Syd Barrett
  14. Spirit In The Dark – Aretha Franklin
  15. Curtis – Curtis Mayfield
  16. Ton-Ton Macoute! – Johnny Jenkins
  17. Morisson Hotel – The Doors
  18. Workingman’s Dead / American Beauty – Grateful Dead
  19. Ry Cooder – Ry Cooder
  20. Stephen Stills – Stephen Stills
  21. Live At Leeds – The Who
  22. Bridge Over Troubled Water – Simon and Garfunkel
  23. Déjà Vu – Crosby, Stills, Nash & Young
  24. His Band and the Street Choir – Van Morrison
  25. Untitled – The Byrds
  26. Fire And Water – Free
  27. Jesse Davis! – Jesse Davis
  28. Greatest Hits – Phil Ochs
  29. Together After Five – Sir Douglas Quintet
  30. Hollywood Dream – Thunderclap Newman
  31. Desertshore – Nico
  32. Stage Fright – The Band
  33. Woodsmoke And Oranges – Paul Siebel
  34. Burrito Deluxe – Flying Burrito Brothers
  35. Get Yer Ya-Ya’s Out – Rolling Stones
  36. The Man Who Sold The World – David Bowie
  37. Bryter Layter – Nick Drake
  38. Fancy – Bobbie Gentry
  39. Idlewild South – Allman Brothers Band
  40. Twelve Dreams of Dr. Sardonicus – Spirit
  41. Fun House – The Stooges
  42. Hark! The Village Wait – Steeleye Span
  43. Rick Sings Nelson – Ricky Nelson and The Stone Canyon Band
  44. I’m A Loser – Doris Duke
  45. Workin’ Together – Ike & Tina Turner
  46. The Last Poets – The Last Poets
  47. Total Destruction To Your Mind – Swamp Dogg
  48. Lorca / Starsailor – Tim Buckley
  49. Shooting At The Moon – Kevin Ayers
  50. McCartney – Paul McCartney
  51. Gasoline Alley – Rod Stewart
  52. John Barleycorn Must Die – Traffic
  53. Let It Be – The Beatles
  54. From A Whisper To A Scream – Allen Toussaint
  55. Psychedelic Shack – The Temptations
  56. Leon Russell – Leon Russell
  57. Fully Qualified Survivor / Window – Michael Chapman
  58. Trout Steel – Mike Cooper
  59. Your Saving Grace / Number 5 – The Steve Miller Band
  60. John Phillips (John the Wolfking of L.A.) – John Phillips
  61. The Use Of Ashes – Pearls Before Swine
  62. Lick My Decals Off, Baby – Captain Beefheart & The Magic Band
  63. What About Me – Quicksilver Messenger Service
  64. The Black-Man’s Burdon – Eric Burdon And War
  65. The Garden Of Jane Delawney / On The Shore – Trees
  66. Jesse Winchester – Jesse Winchester
  67. Soleil – Françoise Hardy
  68. Stormbringer – John & Beverley Martyn
  69. Any Way That You Want Me – Evie Sands
  70. Sex Machine – James Brown
  71. Future Blues – Canned Heat
  72. The J. Geils Band – The J. Geils Band
  73. Remedies – Dr. John
  74. CJ Fish – Country Joe And The Fish
  75. Kristofferson – Kris Kristofferson
  76. If You Could Read My Mind – Gordon Lightfoot
  77. Tumbleweed Connection – Elton John
  78. Just Another Diamond Day – Vashti Bunyan
  79. Nilsson Sings Newman – Harry Nilsson
  80. Fotheringay – Fotheringay
  81. Writer – Carole King
  82. John B. Sebastian – John Sebastian
  83. Indianola Mississippi Seeds – B.B. King
  84. Yes We Can – Lee Dorsey
  85. On Tour – Delaney & Bonnie & Friends With Eric Clapton
  86. Blows Against The Empire – Paul Kantner & Jefferson Starship
  87. Eric Clapton – Eric Clapton
  88. Love, Death & The Lady – Shirley & Dolly Collins
  89. Mad Shadows – Mott The Hoople
  90. Clover – Clover
  91. Matthews’ Southern Comfort – Matthews’ Southern Comfort
  92. Loose Salute – Michael Nesmith & The First National Band
  93. Fanny – Fanny
  94. Bill Fay – Bill Fay
  95. Beaucoups Of Blues – Ringo Starr
  96. Flat Baroque And Berserk – Roy Harper
  97. The End Of An Ear – Robert Wyatt
  98. Gimme Shelter – Merry Clayton
  99. Marrying Maiden – It’s A Beautiful Day
  100. Here Comes Shuggie Otis – Shuggie Otis

1970-matti1

[1] “Jo Dekmine: Eerlijk gezegd, hoop ik eigenlijk aan de rand van een zekere schizofrenie te leven. Dicht bij die paniekerige onevenwichtigheid die zich meester maakt van de échte artiesten, de dichters, de cineasten van deze tijd. Ik voel me beslist solidair met de gekheid van mijn tijd. Trouwens deze rage brengt een buitengewone scheppende kracht met zich.”
Uit een interview met TV-Panorama