REIZEN IN MIJN KAMER

dsc_0322

De elfde dag ziek. Eergisteren ging het beter, gisteren hervallen. Niezen, hoesten, piepende ademhaling, vooral erg moe. Het ergste is, geloof ik, het leven buiten te moeten missen: concerten (Jim James), theater (Rosas, Theatergroep Stan, Needcompany), een afspraak met een goede vriend, bioscoopbezoek (Roma wilde ik nog heel graag zien), tentoonstellingen, wandelingen. Het stadsleven. Enige troost bieden boeken, hoewel met mondjesmaat. Het meeste plezier beleef ik aan ‘Sferen’ van Peter Sloterdijk, enkele bladzijden per dag, meer gaat niet. In Edward Said’s ‘Ontheemd’ – autobiografisch werk over zijn jeugd – heb ik me meermaals herkend. Curzio Malaparte’s ‘Dagboek van een vreemdeling in Parijs’ wekt bij mij ergernis op maar het is vaak ook grappig. Een man die ’s nachts meeblaft met de honden! Liefst van al in Frankrijk doet hij dat, schrijft hij.

Voor muziek ben ik te zwak en te onrustig. Ik geloof dat het de eerste keer is dat muziek tijdens een ziekte mij niet weet te troosten of te ontroeren. ’s Ochtends kijk ik een uur of twee naar foto’s die ik maakte op reizen naar Umbrië, Andalusië, Wenen, Berlijn. En dan voel ik me schuldig omdat ik mijn leven toch nogal wat heb gevlogen. Maar ik heb nooit een auto gehad, zelfs geen rijbewijs, en heb veel met de trein en de bus gereisd, in Duitsland, Italië, Spanje, Frankrijk, Oostenrijk, Tsjechië (toen het nog een deel was van Tsjechoslowakije), Hongarije en de Verenigde Staten (maar daar moest ik wel eerst met het vliegtuig naar toe). Nee, die schuldgevoelens zijn nergens voor nodig. Ik laat ze achterwege en geef mij over aan de mooie herinneringen.

26 1 2019

Afbeelding: Martin Pulaski, Umbrië, 2009.

GIFTIGE LUCHT

weekend

Een jaar geleden noteerde ik een klacht die nu best wat luider mag gaan klinken. Elke dag zonder heel precieze maatregelen van de beleidsmakers is een verloren dag, een dag die ons dichter bij een globale noodtoestand brengt.

Ons wordt aangeraden om een maand lang geen alcohol te drinken. Om voldoende te bewegen. Om veel groenten en fruit te eten. Om niet te roken of ermee te stoppen. Om aan veilige seks te doen. Om opgewekt door het leven te gaan. Om niet te klagen. Om tevreden te zijn. Om de dag te plukken. Maar dat allemaal in giftige, verstikkende uitlaatgassen van auto’s, salariswagens, vrachtwagens, grootschalige industrie… In een milieu dat ons de adem beneemt, dat ons ertoe dwingt onze dagen hoestend in onze kamers door te brengen. Verlangend naar elders, naar een paradijs dat voorgoed verloren lijkt te zijn.
En elke dag zijn de eindeloze files er weer en elke dag zeggen de politici die we verkozen hebben er iets aan te zullen doen. Terwijl zij, dezelfde vuile lucht inademend, de andere kant uitkijken, in de richting van aanzuigeffecten, van economische groei, van winstmarges, van de eigen Vlaamse aard. Het lijkt wel alsof niemand van hen er iets aan wil doen. Terwijl het voor velen onder ons al te laat is. Maar voor de kinderen, voor de kleinkinderen misschien toch nog niet?

Het credo dat het allemaal bij jezelf begint heb ik wat te vaak gehoord en ik heb er zelfs wat te vaak naar geluisterd. Na al die jaren weet ik dat het geen individueel probleem is, tenzij je doelbewust en met grote onverschilligheid voor de anderen de precaire toestand verergert. Het is een mondiaal probleem dat dringend moet worden aangepakt. De beleidsmakers die door ons verkozen zijn, moeten dat doen en als ze niets doen moeten we ze ter verantwoording roepen. Zelf zijn wij uiteraard geen passieve wezens: wij kunnen de juiste dingen doen en ons voorbeeldig gedragen. Daarom geef ik toe dat de enkeling, hoe machteloos hij ook mag wezen, net zo goed een rol kan spelen. Ik probeer niet in wij/zij te denken. Maar soortgenoten die op hun eentje in hun salariswagens onze steden ’s morgens binnenrijden en er ‘s avonds weer uit, lijken mij toch een klein beetje medeverantwoordelijk voor onze ziekmakende lucht? En politici die dit niet als prioriteit nummer één beschouwen zijn al net zo verantwoordelijk.
Wat mezelf betreft: ik heb geen auto, ik heb zelfs geen rijbewijs. Mijn vrouw heeft al evenmin een auto. Toen ik jong was liftte ik wel af en toe, maar in die dagen was ik nog naïef. Al vele jaren maak ik voor al mijn verplaatsingen gebruik van het openbaar vervoer. Het enige wat ik ‘verkeerd’ doe is een tweetal keer per jaar een vliegtuig nemen (maar al heel lang niet meer buiten Europa) en dat doe ik omdat ik aan de vuile stad die Brussel is soms moet ontsnappen en omdat ik de al te dure treinreizen niet kan betalen van mijn klein pensioen.

Ik begrijp niet dat sommigen onder ons zich ergeren aan mensen met een doek op hun hoofd en met een niet-Vlaamse naam, terwijl we met z’n allen kapotgaan van de smog. Dat is wij/zij, dat geef ik toe. Soms sta ik lang te wachten aan een kruispunt tot de verkeerslichten voor de voetgangers groen worden. Dan zie ik bijna alleen maar wagens met slechts een bestuurder en geen passagiers voorbijrijden. Eindeloze files met eenzame mensen alleen in hun traag bewegende blikken dozen. Als ze dan toch zo graag rijden, waarom dan niet met zijn vieren of vijven? Is dat niet veel gezelliger?

Maar nogmaals: de grootste verantwoordelijkheid ligt bij de beleidsmakers, zij moeten zorgen voor degelijk en frequent openbaar vervoer. Zolang dat er niet is zullen maar weinigen van ons van hun wagen naar het automuseum brengen. Zolang dat er niets is wordt de lucht die wij inademen met de dag giftiger.

weekend 2

Afbeeldingen: Week-end, Jean-Luc Godard, 1967

 

MEG BAIRD EN KURT VILE IN DE AB

kurt vile

Hebben jullie ook zo genoten van het concert van Kurt Vile, gisteren in de AB? Ik wel. Ik ben er zelfs vrolijk van geworden. Een paar danspasjes in het donker. Jammer dat het publiek nog volop aan het praten was tijdens de romantische en breekbare folk van Meg Baird en Mary Lattimore. Ik dacht, ik sluit de ogen en geef me als aan een droom over aan de geluiden van Meg’s stem, van haar gitaar, van Mary’s harp. Al gauw slenter ik over een zomers strand ergens in Engeland. De negentiende eeuw is maar net begonnen. Wat verderop zitten Shelley en Keats de zonsondergang te bewonderen.
Het lawaai van de mensen beneden was nu dat van de zee geworden. De golven grijs en blauw, witte meeuwen erboven. Meg Baird’s zachte hoge stem is in de natuur, in het grote geheel opgenomen. Het harpspel van Mary Lattimore een lichte bries. Ja, ik hoor nu de muziek die moeder aarde lang geleden toen wij mensen goed voor haar waren voortbracht.
En Kurt Vile? Kurt Vile is bescheiden en lief en speelt mooi gitaar. Hij kan er wat van! Veranderen wil hij wel, Skinny Mini, zegt hij, maar hij wil ook hetzelfde blijven. Hij is een van die kunstenaars die goed zijn in herhalen. Kurt heeft een grappige stem, een beetje die van een Flintstone of een andere mannelijke stripfiguur. Zijn teksten zijn ontwapenend. Ze dreigen te ontsporen, maar dat doen ze net niet. Onmogelijk Kurt Vile niet aan je hart te drukken. Kurt komt uit een gezin van tien kinderen en heeft geen universitair diploma. Mooi gedaan, Kurt!
(Hij is helemaal geen Kurt Weil, de wereld veranderen kan hij langs geen kanten. Vergeet dat maar. Je zal je tevreden moeten stellen met zijn wilde verbeelding.)

Meg-Baird-6-23

VAN DE WREEDHEID EN DE TROOST

puinvrouwen 1

Een van de weinige lezers van hoochiekoochie die af en toe nog commentaar geeft (het is ooit anders geweest) vond mijn beschouwingen van enkele dagen geleden over De roverbruidegom en Friedrich II wreed. Wat zeker het geval is. Waarom schrijf ik soms zulke naargeestige teksten? Het zou kunnen dat ik mezelf, en zo ook mijn lezers, gerust wil stellen. Dat de wrede wereld waar we nu in leven nog wel meevalt, dat de menselijke werkelijkheid vroeger veel erger, veel gruwelijker was.
Omdat ik zelf vond dat zoveel bloedvergieten in het echte leven (geschiedenis) en zoveel gruwelijks in een sprookje (verbeelding) nogal ver ging heb ik er op het einde het droomstukje in conversatievorm aan toegevoegd. Ik houd niet van horror in film en literatuur, al zijn er enkele uitzonderingen, waaronder The Shining van Stanley Kubrick en Sisters van Brian De Palma, en wil mij ook niet aan dat genre wagen. Maar bij het herlezen van mijn tekst vond ik de dialoog van de prins van Homburg en zijn geliefde Natalie een beetje artificieel. Die hele droomscène was er met de haren bijgesleept. Heinrich von Kleist komt wel vaker op de proppen als ik hem niet echt nodig heb. Je zou hem een obsessie kunnen noemen. Nu is hij mijn kroniek binnengeslopen omdat ik net een Italiaanse filmversie van zijn geniaal stuk had gezien, Il principe di Homburg van Marco Bellocchio, waarin de romantische droomwereld van Kleist en zijn personages waarheidsgetrouw wordt geëvoceerd. Een paar dagen eerder had ik voor het eerst de heel bijzondere film Deutschland, bleiche Mutter van Helma Sanders-Brahms gezien. Het toeval wil dat deze enigszins miskende regisseuse debuteerde met een biografie van Heinrich von Kleist én zijn verhaal Das Erdbeben in Chili verfilmde. Dat had ik als Kleist-bewonderaar moeten weten, maar ik wist het niet. Ik vond het vooral een mooi toeval. Twee films gekocht in Berlijn, allebei met een Kleist-connectie. Terwijl ik dit jaar niet eens zijn graf aan de Wannsee ben gaan bezoeken.
Maar je laten leiden door het toeval is niet altijd wenselijk. Als je ziek bent laat je je toch ook niet door het toeval leiden om de juiste arts te vinden? Je zou een tekst als een soort van ziekte kunnen beschouwen. Die heeft de juiste geneeswijze nodig, in dit geval is dat het einde. Er moet over nagedacht worden, gewikt en gewogen, gekozen.

homburg 3

Het einde behoorde de bomen van het volkspark in Friedrichshain toe. De meeste bomen daar zijn recent, de overgrote meerderheid werd tijdens de tweede wereldoorlog verwoest. Wat overbleef werd opgestookt tijdens de barkoude winters na de oorlog. Hetzelfde lot ondergingen de bomen van Tiergarten en andere Berlijnse parken en bossen. De dappere Trümmerfrauen [1] is het allang vergeven dat ze niet wilden doodvriezen. Ze stonden voor ongeveer alles alleen, hun mannen waren gedood aan het front of in krijgsgevangenschap afgevoerd.
De torens en bunkers die zich in het park bevonden werden opgeblazen, de gaten met puin gevuld en met aarde toegedekt. Het zijn nu heuvels, geschiedenisbergjes noem ik ze. Om eerlijk te zijn lijken de bomen helemaal niet op die van het bos dat ik me bij De Roverbruidegom voorstel. Maar zoals zoveel in Berlijn groeien ze op bloed doordrenkte grond. Als ik de geschiedenis laat rusten herinneren de heuvels mij vooral aan wat in de Maasvallei ‘de kip’ werd genoemd, de heuvels aan weerszijden van de Zuid-Willemsvaart, waar ik als kind zo vaak heb gespeeld en gedroomd. Ik was een romanticus lang voor ik wist wat dat woord betekende. Hele zomerdagen zat ik daar in de bomen met mijn pennenmes figuren te snijden uit boomschors en boeken van Alexandre Dumas en Victor Hugo te lezen. Zo reis ik in mijn gedachten van een eerder gruwelijke omgeving naar het pastorale landschap van mijn kinderjaren en vind ik tegelijk troost voor de verschrikkingen van deze tijd.

monte cristo dumas

[1] De puinruimsters worden ook getoond in Deutschland, bleiche Mutter. Helma Sanders-Brahms gebruikte voor haar film échte actualiteitsbeelden.

Afbeeldingen: Trümmerfrauen (puinruimsters); Il principe di Homburg van Marco Bellocchio; De graaf van Monte Cristo van Alexandre Dumas, een kopie van de uitgave die ik in een boom in Neerharen las.

MUZIEK VAN DE GRENS

WoodyGuthrie

Gisteravond luisterde je naar muziek van de grens. De tijd van Zéro de conduite is begrensd, maar de geselecteerde muziek is dat nauwelijks. Componisten, songschrijvers, muzikanten, zangers en zangeressen nemen ons mee op hun reizen en vertellen ons over hun observaties en ervaringen. Met hen ontdekken we waarom mensen op reis vertrekken, voor korte of langere tijd, voor altijd. Waarom ze op de vlucht gaan, waarom ze in een vreemd land hun heil gaan zoeken. Met hen tasten we grenzen af. We schaffen visa, paspoorten, geschikte kleren aan. Met hen steken we grenzen over. In nieuwe streken, op het platteland of in de steden voelen we ons beter, slechter, gelukkiger, eenzamer, verstoten, verwenst, met gastvrijheid bejegend. Oude dichters zoals Remco Campert zijn begaan met ons lot. We lezen zijn droeve woorden en voelen ons getroost.
Aan de grens controleert de douane onze al dan niet schaarse bagage. Sommigen van ons worden bedreigd. In het akelige grenslicht ontwaren we politieagenten met wolfachtige honden en machinegeweren. Brutale woorden, geweld, folteringen zijn geen uitzondering.

We reizen uit liefde voor de anderen. We ontmoeten zachtaardige medemensen. In Rome, in Essaouira, in Stockholm. In Barcelona ontmoeten we Catalanen die zich goed in hun vel voelen in Spanje. Ze verschillen niet van Basken of Andalusiërs.
Onze liefde voor muziek en films voert ons naar Louisiana. We verblijven dagen en nachten in New Orleans, the Big Easy. Het is er gevaarlijk, waarschuwt Geoff Dyer ons. Maar niemand probeert ons te beroven of op een andere manier kwaad te doen. Canal Street lijkt wel de veiligste straat van de wereld. Van Louisiana reizen we door naar Texas en dan de grens over naar Mexico. Luister je mee naar Border Radio? The Blasters op A1 op de jukebox. Chain Of Fools van Aretha. Mad dog Margaritas. Naar Acapulco rijden we, op zoek naar Elvis, die er zoveel plezier beleefde en naar Bob Dylan. (Wat in hemelsnaam betekent ‘soft gut’?)

Op de spooktrein van Rickie Lee Jones zit je niet voor de kicks, maar alles wat schrik aanjaagt heeft toch een grote aantrekkingskracht. The imp of the perverse. Deed Edgar Allan Poe aan grensoverschrijdend gedrag? Met dat nichtje van hem? Een voorloper van Jerry Lee Lewis, last of the rock stars. Uit Ferriday in Louisiana afkomstig. Herinner je je Great Balls Of Fire nog, de film van Jim McBride met Dennis Quaid in de rol van Jerry Lee?

We schrikken van de volstrekt onmuzikale man Van de Lanotte, die in een straatje in Laredo de hoek omkomt. Blootshoofds. Waarom draagt hij geen sombrero? Afhandelcentra hebben we nodig voor wie de Oostendse grens oversteekt zonder papieren, brult hij. Echt waar? Afhandelcentra in de koningin van de badsteden? We geloven hem niet. Keren hem de rug toe. Gaan een bar binnen, luisteren naar liedjes over Matamoros, Vera Cruz, Oaxaco. Pas op in de steegjes van Juarez, zingt een Indiaan, de kans is groot dat ze je daar de keel oversnijden. Mijn hart is in de Highlands, aldus een oude cowboy.
Twee Belgen, uit het met de dag racistischer wordende Vlaanderen, nemen ons mee naar Memphis. Bobby Bland treedt op in de club van BB King op Beale Street. Hoor mijn verdriet, zingt hij met zijn hartverscheurende stem. Ach, we zijn zo’n vreemden in dit onvriendelijke land. Het wordt al gauw duidelijk: in Amerika is het niks beter. Old man Trump legt de rede het zwijgen op. In de dorpen zitten de meeste jongeren aan de crystal meth of erger. Overal, niet alleen in Texas, worden muren opgetrokken. De wereld wordt een grote gevangenis, een krankzinnigengesticht. Waar we ook komen stoten we op grenzen. Dat horen we veel zangers zingen. Hun oude liederen zijn weer actueel geworden. Die van Leadbelly, Cisco Houston, Woody Guthrie, Joan Baez en vele andere opstandige mannen en vrouwen.

Als de stilte intreedt herinner ik me dat ik als jongeman van een wereld zonder visa, zonder paspoorten, zonder ambassades, zonder grenzen droomde. Daar droom ik tegen beter weten in nog steeds van. Zéro de conduite, bedenk ik, is een radioprogramma voor dromers.

Foto: Woody Guthrie, 1941

DEEL VAN DE WERELD

cof

‘Veilig thuis in een welvarend Vlaanderen’ bazuint de Nieuwe Vlaamse Alliantie. Ik wil niet veilig thuis zitten. Ik wil buiten komen en me overal thuis voelen. Ik wil zeker nog wel varen, maar niet alleen maar op de rijke rivieren Schelde, Maas en IJzer. Ik wil nog wel klimmen, maar niet op de maatschappelijke ladder. Nog altijd wil ik de wereld zien en vaststellen dat wij allen broeders zijn, dat we op veel manieren verschillen maar in wezen toch ook gelijk zijn. Dat we overal dezelfde rechten hebben. Ik wil geen muren en geen grenzen. Ik wil dat iedereen waar ik ook kom – of niet kom – gelukkig is, of toch dezelfde kansen voor geluk heeft als ik. Wat heb je eraan veilig en rijk thuis te zitten bij de televisie of de barbecue terwijl buiten de wereld ten onder gaat? Terwijl buiten de aarde stilaan de geest geeft als gevolg van al dat blind en armzalig gezwoeg voor wat weelde en van de strijd voor het behoud ervan? Terwijl 99 procent van de dingen die je thuis welvarend hebt vergaard niets voorstelt in vergelijking met een nacht van liefde onder heldere sterren.

Foto: uitzicht op de Antwerpse gevangenis, Martin Pulaski, augustus 2018

DEVIL’S ISLAND

devils island (2)

Mogelijk werd al gedacht dat ik naar Devil’s Island was verbannen, maar dat was dan een verkeerde conclusie. Nooit eerder was ik zoveel uur per dag aanwezig dan de voorbije drie maanden. Onzichtbaar, dat wel. Aanwezig hier, aan de achterkant van mijn blog, om aan de zichtbare voorkant te werken. Na de export van Skynet – ik wil die naam niet meer horen – naar WordPress zag hoochiekoochie er niet meer uit. Het leek wel of er een stijloorlog had gewoed, een layout-revolutie. Hoewel ik me bij het woord revolutie mooiere dingen voorstel.
In zekere zin was ik dan toch naar Devil’s Island verbannen, want daar leek hoochiekoochie op, of op welke andere plek dan ook waar het niet aangenaam is om te vertoeven.

1978 teksten en op z’n minst evenveel foto’s zijn gedurende die hete zomerdagen de revue gepasseerd en werden door mij gecorrigeerd en (wat de foto’s betreft) waar nodig vervangen of verbeterd. Aan de teksten zelf is qua vorm en inhoud niets veranderd.
Hopelijk is er nu ruimte en komt er nu tijd voor nieuwe woorden, nieuwe verhalen. Voor spannende avonturen en meeslepende verzinsels, voor mysterieuze mijmeringen en ongerijmde onthullingen. Moet het? Ja, het moet.