GEDENKWAARDIGE LANGSPEELPLATEN: UITSTELGEDRAG

KINKS PATTI SMITH

Op 14 juni had ik al het voornemen om met mijn reeks teksten over langspeelplaten die een belangrijke rol hebben gespeeld in mijn leven nog wat door te gaan. Ik was de maanden ervoor bezig geweest aan zo’n reeks van tien. Toen ik begin mei op reis naar Frankrijk vertrok had ik er zes uitgebreid de revue laten passeren. De overige vier zouden in de vroege zomer aan bod komen. Waarom dit niet is gebeurd  weet ik niet. Was ik het vergeten? Of had ik er geen zin meer in? Ik denk dat ik het maar eens op de lange hete zomer zal steken. Op mijn werkkamer hier onder het dak zal het misschien wel vijftig graden geweest zijn.
De voorbije nacht dacht ik terug aan mijn missie. Als je aan iets begonnen bent moet je het ook afmaken, hoorde ik mijn Über-ich me toefluisteren. Je mag het ook mijn geweten noemen.
De langspeelplaten die zich aandienden waren niet de allerbeste of allermooiste die ik ken – een keuze die trouwens niet mogelijk is want die verandert met de dag en hangt af van je humeur en andere pietluttigheden. Mijn aandacht ging naar elpees die heel specifieke herinneringen bij me oproepen, die vooral in mijn jeugd indruk op me hebben gemaakt. Gelukkig heb ik meer dan één jeugd gekend.

Dit zijn de zes albums die al uitvoerige werden ‘besproken’:
The Rolling Stones – Beggars Banquet
Neil Young & Crazy Horse – Everybody This Is Nowhere
The Slits – Cut
Joy Divsion – Closer
Sir Douglas Quintet – Mendocino
Mazzy Star – She Hangs Brightly

Zal ik mijn werk dit jaar nog af kunnen maken? Veel tijd heb ik niet meer; de dagen zijn donker, chaotisch, onheilspellend. Mag ik met dergelijke lichtzinnige spelletjes de werkelijkheid ontvluchten? Wat is de wereld kil, wat zijn de mensen desperaat en negatief geworden in vergelijking met de hoopvolle dagen van weleer, in de jaren zestig en zeventig.
Maar soms is het lichtvoetige nodig.

east west

Ik zal, denk ik nu, een keuze moeten maken uit dit indrukwekkend lijstje:
The Butterfield Blues Band – East-West
The Beach Boys – Smiley Smile
Flying Burrito Brothers – Gilded Palace Of Sin
Tim Hardin – The Best Of Tim Hardin
Patti Smith – Radio Ethiopia
The Beatles – Revolver
The Kinks – Something Else By The Kinks
Mink DeVille – Cabretta
Link Wray – Beans and Fatback
Traffic – When The Eagle Flies
The Everly Brothers – Roots
Crazy Horse – Crazy Horse
Van Morrison – Veedon Fleece
Velvet Underground – White Light / White Heat
The Clash – London Calling
The Gun Club – Miami
Townes Van Zandt – Flying Shoes
Bruce Springsteen – Darkness On The Edge Of Town
Robert Johnson – King Of The Delta Blues Singers
Bobby ‘Blue’ Bland – Two Steps From The Blues
Rolling Stones – Some Girls
The Byrds – Dr. Byrds & Mister Hyde
Bob Dylan – The Freewheelin’ Bob Dylan
Love – Da Capo
Derek & the Dominoes – Layla & Other Assorted Love Songs
John Cale – Paris 1919
Elvis Costello – Get Happy!
Hank Williams – The Very Best Of Hank Williams
Dillard and Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard and Clark
Muddy Waters – Folk Singer
Elvis Presley – From Elvis In Memphis
The Band – The Band
Aretha Franklin – Aretha’s Gold
Syd Barrett – The Madcap Laughs
Alexander Spence – Oar
Pink Floyd – Ummagumma
John Prine – John Prine
Jimi Hendrix Experience – Axis: Bold As Love
etc.

Zoals je ziet heb ik een aantal van deze voortreffelijke langspeelplaten in het verleden al aandacht gegeven. Of het nog iets wordt met de rest hangt niet alleen van het weer af. Je kunt wel proberen te vluchten voor de chaos rondom je, maar je kunt niet vluchten voor de chaos in je hoofd.

syd barrett the madcaps laughs

 

ZERO DE CONDUITE – 2018 IN ENKELE SONGS

dave-alvin-jimmie-dale-gilmore


Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.

Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vandaag een soort van jaaroverzicht. Waarbij ik helemaal niet wil aangeven dat de geselecteerde songs uit de beste of meest baanbrekende albums van het jaar komen. Hoewel ik nog altijd nieuwsgierig ben naar hedendaagse popmuziek en inspanningen doe om op de hoogte te blijven, begrijp ik tegelijk dat ik maar een bijzonder klein deel van wat verschijnt ook ken of zelfs maar gehoord heb. Het is misschien subjectief maar ik heb het gevoel dat er elke dag duizend nieuwe platen uitkomen, op cd, vinyl, via spotify, enzovoort. Ik luister soms naar Bandcamp, waar veel moois op zit, maar na enkele uren wil ik alweer stilte of, als het dan toch muziek moet zijn, oude vertrouwde blues, soul, country of sixties en seventies classiscs horen. Veel van wat nieuw en jong is grijpt me niet meer zo aan. Ik moet ook niet de dwaas uithangen: ik ben al meer dan een halve eeuw in diverse muziekvormen geïnteresseerd en wel op een heel passionele manier. Naast mijn liefde voor literatuur, film, kunst en de mooie dingen des levens. Het komt erop neer dat mijn hoofd bijna vol zit – met heel veel moois maar ook met veel muizenissen. Het einde van het plezier komt in zicht. Dat valt niet meer te ontkennen. Heel wat van mijn muzikale (en andere) helden of antihelden zijn nu bejaard of al dood en bijna elke maand is het weer de beurt aan iemand van wie je dacht dat zij of hij onsterfelijk was. Aretha Franklink en Tony Joe White, om maar twee monumenten te noemen. Een van de mooiste platen van het jaar, Negative Capability, van Marianne Faithfull, gaat onder meer over dat nakende einde. De elpee is zo opmerkelijk en in zekere zin opmonterend omdat ze het onvermijdelijke – de sterfelijkheid – met veel moed en kracht tegemoet treedt.
Maar begrijp me niet verkeerd. We houden niet alleen nog maar van platen van oude knarren. Bands als Low Anthem en Phosphorescent bestaan nog niet zo lang. Marissa Nadler, Marlon Williams, Ryley Walker en Kurt Vile zijn wat mij betreft zelfs nog jong. Zij hebben onmiskenbaar veel talent, wat ook blijkt uit hun concerten (die soms beter zijn dan hun platen). Het is zeker nog niet gedaan met de popmuziek, integendeel. Er zijn genres waar ik weinig van ken, zoals hiphop en techno, die zelfs springlevend zijn, wat toch heel bemoedigend is. Zeker als je weet dat groepen als the Kinks, the Beatles en the Who (en hun managers) destijds dachten dat ze niet veel langer dan een, twee jaar zouden bestaan en dat de meeste kenners ervan uitgingen dat die hele popmuziek maar een tijdelijk fenomeen was. Diegenen die beweerden dat rock ‘n-roll nooit zou sterven hebben gelijk gekregen. Overal waar je komt is er nu rock ‘n-roll, als je het gedreun van de wansmaak daar toe rekent toch. Sommige tekenen van schoonheid zullen wel altijd parels voor de zwijnen blijven. Iets voor de happy few (waarmee ik zeker niet rijke verzamelaars of snobs of iets dergelijks bedoel.) Schatten die mogelijk door jongere generaties zullen worden ontdekt.

Marianne-Faithfull-Negative-Capability

For You Too – Yo La Tengo – There’s A Riot Going On – Ira Kaplan, James McNew, Georgia Hubley
Horizon – Cat Power – Wanderer – Chan Marshall
The Town & Miss Lorraine – Calexico – The Thread That Keeps Us – Joey Burns
River Brine – The Low Anthem – The Salt Doll Went To Measure The Depths Of The Sea – The Low Antem
I Can’t Listen To Gene Clark Anymore – Marissa Nadler – For My Crimes – Marissa Nadler
Around The Horn – Phosphorescent – C’est La Vie – Matthew Houck
49 Hairflips – Jonathan Wilson – Rare Birds – Jonathan Wilson
Quiet The Winter Harbor – Mazzy Star – Still – Sandoval, Roback
In My Own Particular Way – Marianne Faithfull – Negative Capability – Faithfull, Harcourt, Ellis, McVey
Curse Of The I-5 Corridor – Neko Case – Hell-On – Case, Rigby
Beautiful Dress – Marlon Williams – Make Way For Love – Marlon Williams
Bassackwards – Kurt Vile – Bottle It In – Kurt Vile
Dear Prudence – The Beatles – The Beatles / 2018 – Lennon, McCartney
Pastorale Vassant – Jon Hassell – Listening To Pictures – Jon Hassell
The Prodigal Son – Ry Cooder – The Prodigal Son – Traditional
Deportee (Plane Wreck At Los Gatos) – Dave Alvin & Jimmie Dale Gilmore – Downey To Lubbock – Woody Guthrie
Georgia To Texas – Leon Bridges – Good Thing – Austin Michael Jenkins, Joshua Block
Spoil With The Rest – Ryley Walker – Deafman Glance – Ryley Walker
If You See Her, Say Hello (Take 1) – Bob Dylan – The Bootleg Series Vol. 14: More Blood, More Tracks – Bob Dylan – Bob Dylan
The Lonesome Friends Of Science – John Prine – The Tree Of Forgiveness – John Prine
The Undiscovered Country – Rosanne Cash – She Remembers Everything – Rosanne Cash, John Leventhal
Sour Milk Sea (Esher Demo) – The Beatles – The Beatles [Disc 3] – The Esher Demos – George Harrison

ryley walker

Bonus Tracks

I’m Your Man – Spiritualized – And Nothing Hurt – J. Spaceman
Oulhin (My Heart Burns) – Bombino – Deran – Goumour Almoctar
Girl From Addis Ababa – Mulatu Astatqé – Afro-Latin Soul Vol, 1 + Vol, 2 – Mulatu Astatqé
Bewildered – Mickey & Sylvia – Mickey & Sylvia – Love Is Strange – All The Hit Singles A’s & B’s 1950-1962 – Powell, Whitcup

marissa nadler

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

GEHEUGEN, FILM, CENSUUR

in-a-lonely-place-4

“Het ‘zuivere beeld’, onaangeroerd door taal, behoort geheel tot de natuur; het ligt in de onuitsprekelijke blikken der dieren, voor wie de beelden ondergedompeld blijven in een onontwarbare stroom van indrukken.”
Patricia De Martelaere, Een verlangen naar ontroostbaarheid

Facebook heeft een erg kort geheugen, al word je er elke dag wel aan herinnerd op welke manier en waarmee je één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven jaar geleden geliefd (en soms ook wel gehaat) wilde worden. Is dat echter geen artificiële, mathematische en zelfs mercantiele benadering van hoe wij ons feiten en gebeurtenissen in werkelijkheid herinneren? Mijn geheugen, of wat er nog van overblijft, werkt vast niet op die manier.
Zeker is wel dat Facebook, net als god en Sinterklaas, niets vergeet. Vandaag werd ik bijvoorbeeld gecensureerd voor een clipje dat ik meer dan een jaar geleden publiek maakte, namelijk ‘Can’t Find My Way Home’ van Blind Faith. De afbeelding op YouTube [1] was een reproductie van de hoes van de eerste en enige elpee van deze supergroep, een album dat in 1969 in zowat alle platenwinkels lag. Behalve in de Verenigde Staten: aan de bijzonder mooie en vindingrijke foto van een topless pubermeisje – ik durf hem hier niet meer te tonen, maar je vind hem zo op wikipedia – van de hand van fotograaf Bob Seidemann werd in het land van de vrijheid ook toen al aanstoot genomen. De puriteinse en hypocriete moraal van mainstream Amerika is niet samen met Facebook ontstaan, laat dat duidelijk zijn.
Ondanks de belachelijke regeltjes, waar een mysterieuze zedenpolitie nauwgezet over waakt, gebeuren er op ons gezichtenboek toch fijne en verfijnde dingen. De inventiviteit van onze soort krijg je maar moeilijk kapot. Een tijdje geleden had ik het al over het filmspel dat daar – of is het hier en zowat overal, zoals in het liedje van the Beatles? – nog steeds gespeeld wordt. Je wordt verzocht om een beeld te posten uit een film die je op de een of andere manier nogal geraakt heeft. Als somtijds speelse mens was ik er meteen voor gewonnen, ook al omdat ik al van in mijn kinderjaren in de ban ben van film, film en nog eens film.
Om later nog te weten uit welke films ik beelden heb gekozen heb ik er een lijstje van gemaakt. Als het van die donkere dagen zijn zoals vandaag brengt zo’n lijstje altijd wat licht en kleur in het leven.

1. Alice in den Städten (1974) – Wim Wenders
2. In A Lonely Place (1950) – Nicholas Ray
3. Les enfants du paradis (1945) – Marcel Carné
4. Sátántangó (1994) – Béla Tarr
5. Merril’s Marauders (1962) – Samuel Fuller
6. La maman et la putain (1973) – Jean Eustache
7. The Shooting (1966) – Monte Hellman
8. Die Blechtrommel (1979) – Volker Schlöndorff
9. Down By Law (1986) – Jim Jarmusch
10. Kaagaz Ke Phool (Paper Flowers) (1959), Guru Dutt

Ik wil er nog aan toevoegen dat dit niet de allerbeste films zijn die ik ooit gezien heb. Het gaat voornamelijk om films die me om een heel specifieke reden bij de strot gegrepen hebben. Door elkaar geschud, verbijsterd, met verwondering vervuld, tot tranen toe ontroerd, enzovoort.
Wat opvalt is de lange duur van sommige films. Een groot aantal gaat over kunstenaars (fotografen, schrijvers, filmregisseurs, dj’s). Emoties spelen een belangrijke rol. Er is eenzaamheid en de onmogelijkheid van de liefde. Al bij al een verlangen naar ontroostbaarheid, zou je met Patricia De Martelaere kunnen zeggen. Een ontroostbaarheid die zoals het leven zelf lang mag duren. Liefst een leven met vrouwelijke tepels, maar als het dan toch moet zonder. Daar gaan we dan ondergronds voor.

down by law 7

Afbeeldingen: In a Lonely Place; Down by Law.
[1] Op de You Tube-link naar Can’t Find My Way Home krijg je de gecensureerde hoes te zien.

ZERO DE CONDUITE: CHANGE IS NOW

the times they are a changing

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vanavond draaien we verandering, change. De keuze voor dit thema maakte ik op maandag 15 oktober, toen ik het gevoel had in een ander, een beter Brussel ontwaakt te zijn. De Brusselaars hadden voor verandering, voor een nieuwe adem, voor groen en rood gestemd. Bijna geen spoor meer van rechtse en al helemaal niet van extreemrechtse partijen. De partijen die haat zaaien en leven op angst komen bij ons niet van de grond, in tegenstelling tot in Vlaanderen en in de ons omringende landen. Wat voelde ik me blij die ochtend. Ook met het succes van de linkse beweging Change, waar ik als inwoner van Anderlecht jammer genoeg niet voor had kunnen stemmen. Maar goed: ik was blij en ik was in mijn blijdschap zeker niet alleen. Het gevoel dat een deel van de angst – in ons geval voor haat en geweld – van je afvalt, kan ik maar moeilijk beschrijven. Roger McGuinn en zijn Byrds zingen het zo mooi in Change is Now: dance to the day when fear is gone. De hele song Change Is Now drukt dat euforische gevoel van verandering uit.
Die verkiezingsuitslagen zijn natuurlijk maar een begin. Alles moet nog gebeuren. Er is heel veel te doen, heel veel goed te maken in Brussel. Maar in deze inleiding op mijn programma ga ik niet op die uiterst belangrijke details in. Het is mij om muziek, om liederen te doen.
Verandering is mooi maar velen van onze soort zijn er bang voor. Er zijn veel mensen die zelf niet willen veranderen en die zeker niet willen dat hun omgeving verandert. Of dat hun partner verandert. Er zijn talloze verhalen over angstaanjagende gedaanteveranderingen, metamorfoses. De weerwolf Bisclavret in de Lais van Marie de France is een mooi voorbeeld. Of Doctor Jekyll and Mister Hyde van Robert Louis Stevenson.
De songs die ik gekozen heb zijn er geen die de revolutie prediken. Ik ben niet zo gek op barricademuziek. Ik houd van mooie melodieën en meeslepende grooves, van songs die kleine drama’s zijn. Veel van de geselecteerde songs drukken emoties ten aanzien van verandering uit. Het zijn kleine psychologische vignetten of eenvoudige observaties en vaststellingen. Vaak gaan ze over menselijke relaties. Over liefde en angst voor verlies. Maar vergeet niet dat het toch bijna altijd liedjes zijn om op te dansen of lekker bij weg te dromen.
Geniet ervan, morgen is het misschien weer allemaal anders!

lightning-hopins

Change Is Now The Byrds – The Notorious Byrd Brothers – C. Hillman/R. McGuinn
I’m Gonna Change The World – The Animals – Animals Tracks – Eric Burdon
Everybody’s Got to Change Sometime – Taj Mahal – Taj Mahal – Sleepy John Estes
Changes, Circles Spinning – Moby Grape – Truly Fine Citizen – P.S. Lewis
Changes – Gene Clark – Flying High – Phil Ochs
The Times They Are A-Changin’ – Bob Lind – The Elusive Bob Lind – Bob Dylan
Tomorrow Just Might Change – Louie And The Lovers – The Complete Recordings – Louie Ortega
We Can Change The World – Graham Nash – Songs For Beginners – Graham Nash
Change Partners – Stephen Stills – Stephen Stills 2 – Stephen Stills
I Wouldn’t Change A Thing – Rod Stewart – An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down – Mike D’Abo
(Them) Changes – Jimi Hendrix with Buddy Miles – Live At The Fillmore East – Buddy Miles
Money Won’t Change You – James Brown – Star Time – James Brown/Nat Jones
Ain’t Nothing Gonna Change Me – Bettye LaVette – Souvenirs – D. Erwin/Lynne Farr
Something’s Changed – Sharon Jones & The Dap-Kings – 100 Days, 100 Nights – B. Mann/H. Steinweiss/N. Sugarman/S. Jones/T. Brenneck
A Change – Aretha Franklin – Aretha Now – Clyde Otis/Dorian Burton
Times Have Changed – Irma Thomas – Time Is On My Side – Van McCoy
My Baby Changes Like The Weather – Smokey Robinson & The Miracles – Going To A Go-Go – Hal Davis/Frank Wilson
A Change Is Gonna Come – Sam Cooke – The Man And His Music – Sam Cooke
Maybe I Should Change My Ways – Duke Ellington – The Duke: The Columbia Years 1927-1962 – J. Latouche/D. Ellington
You’ve Changed – Billie Holiday – Lady In Satin – C. Fischer/B. Carey
God Don’t Never Change – Blind Willie Johnson – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson
Change My Way Of Livin’ – Lightnin’ Hopkins – His Blues: 1947-1959 – Lightnin’ Hopkins
You’ve Changed – Dave & Phil Alvin – Common Ground: Dave Alvin & Phil Alvin Play and Sing the Songs of Big Bill Broonzy – William Broonzy
I Know I’ve Been Changed – John Hammond, Jr. – Wicked Grin – Traditional
Things Have Changed – Bob Dylan – Wonder Boys Soundtrack / Side Tracks – Bob Dylan
Change In The Weather – John Fogerty – The Blue Ridge Rangers Rides Again – John Fogerty
I’m Changing All Those Changes – Buddy Holly – The “Chirping” Crickets / Buddy Holly – Buddy Holly
Everything’s The Same (Ain’t Nothing Changed) – Billy Swan – The Best Of Billy Swan – B. Swan
Nothing’s Gonna Change That Girl – Hurray For The Riff Raff – The Navigator – Alynda Segarra
Changing of the Guards – Patti Smith – Twelve – Bob Dylan
Change – Green On Red – Here Come The Snakes – Dan Stuart/Chuck Prophet
Emily’s Changed – The Gun Club – Pastoral Hide & Seek – J.L. Pierce
Never Gonna Change – Drive-By Truckers – The Dirty South – Jason Isbell

irma thomas

Bonus Tracks

Do the Movin’ Change – Radio Birdman – Living Eyes – Radio Birdman
Agents Of Change – Blue Orchids – The Greatest Hit (Money Mountain) – Blue Orchids
My Ever Changing Moods – The Style Council – Café Bleu – Paul Weller
Beautiful Change – The Innocence Mission – Befriended – Karen Peris
Everything Changes – Tindersticks – Don’t Even Go There (EP) – Tindersticks
Suddenly Everything Has Changed – The Flaming Lips – Soft Bulletin – The Flaming Lips
Changing Colours – Great Lake Swimmers – Ongiara – Great Lake Swimmers
If You Change Your Mind – Rosanne Cash – King’s Record Shop – H. De Vito/R. Cash
You’re Gonna Change (Or I’m Gonna Leave) – Tom Petty – Timeless: Hank Williams Tribute – Hank Williams
A Change Of Heart – The Everly Brothers – A Date With The Everly Brothers – B. Bryant/F. Bryant
Time Changes Everything – Bob Wills & His Texas Playboys – Columbia Country Classics – Volume 1: The Golden Age – Tommy Duncan

alynda segarra

Research & presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
Afbeeldingen: Bob Dylan; Lightnin’ Hopkins; John Hammond; Alynda Lee Segarra (Hurray For The Riff Raff)

ANTWERPSE DAGEN EN NACHTEN

insignificance

Wat vooraf ging. Een visite van Willy B. en Anne. Een avondje wiezen. Een bezoek aan mijn vriend Paul R. Het wit van Herman Melville’s witte walvis. Het schipperskwartier. Jacques Lacan op televisie.


Enkele dagen later. Alsnog een film van Nicolas Roeg op televisie gezien: Insignificance, met Roegs muze Theresa Russell en verder met Michael Emil, Tony Curtis en Gary Busey. Toch wel een eigenaardige cast, als je het mij vraagt, wat je natuurlijk niet doet. Wat is Gary Busey vet geworden, zeg. Was hij nog niet zo lang geleden niet de tengere Buddy Holly in The Buddy Holly Story? En was hij in Carny – die ik zag vanwege de songs en de rol van Robbie Robertson – ook al geen magere jongen? Theresa Russell is een schoonheid als geen andere. Ze zet in deze film een overtuigende Marilyn Monroe neer, wat geen eenvoudige opdracht zal geweest zijn. Insignificance is een stuk geschiedenis van de jaren vijftig in de VS, samengebald in een hotelkamer, met exemplarische personages uit dat decennium: het filmidool Monroe, de honkbalheld Joe DiMaggio, de communistenjager Joseph McCarthy (“Are you now or have you ever been a member of the Communist Party in The United States?”) en de grote geleerde Albert Einstein. Zoals zo vaak bij Roeg ontwaar je het verleden in het heden en het heden in het verleden: de regisseur bij uitstek van de relativiteit en het kubisme met zijn vele standpunten.

Na middernacht volgde ik de belevenissen van een zwaarlijvige vrouw in Zuckerbaby van de cultregisseur Percy Adlon. Marianne (Marianne Sägebrecht) is de assistente van een begrafenisondernemer. Ze wordt verliefd op de stem van een conducteur van een metrowagen – en later ook op diens lichaam. De titel van de film verwijst naar Sugar Baby, een hit van Peter Kraus (een van mijn heel kortstondige tienerhelden) uit de vroege jaren zestig. Een fijne kitschfilm, nogal triest, met bizarre kleuren en veel chocolade.

Na de uitzending van Shangri-La [1] mijn elpees bij Pat achtergelaten en samen met hem en Jessica L. naar een feestje van de Academie in de Paradox gewandeld. Nu zie ik de Waalse Kaai eens des nachts en wat ik zie stemt mij tevreden. Eenmaal binnen in de Paradox (120 frank entree) echter ga ik me gauw vervelen. Ik drink te veel en te snel en word zat. Sta een uur of zo te lullen met Jessica. Pat is inmiddels verdwenen. Blijf alleen achter, zie wel wat bekende gezichten met wie ik wat woorden wissel maar van een echt gesprek over iets is geen sprake. De jonge mensen hier verzameld zijn mij vreemd geworden, hun muziek irriteert me, hun kleren vind ik lelijk, hun bluf en hun aanstellerij lachwekkend. Ben ik dan toch die oudere jongere geworden, die met zijn tijd niet meer mee kan? Ik probeer nog een gesprek met een meisje maar ze is Franstalig en niet bijster geïnteresseerd in conversatie. De taxi naar huis dan maar, Sugar Baby.

A. staat net op als ik thuis kom. Behoorlijk deprimerend is dat. Voel me al meteen schuldig terwijl de kater nog moet komen Met moeite hijs ik me om twee uur uit het echtelijk bed en ga nuchter de straat op, dat is nog het beste, dan kots ik het doplokaal niet onder. Ik raak heelhuids weer thuis maar de afstand lijkt drie keer zo lang. Nee, is drie keer zo lang: dat is werkelijk bestaande relativiteit.

Avond. Ik voel ik me net goed genoeg om soep te eten en wat tv te kijken. Die Ehe der Maria Braun zou het geworden zijn, maar mijn vriend Jan V. komt bellen. Fijn. ’t Is goed. We drinken liters water terwijl we onze slechte gezondheid in ogenschouw nemen en hardop dromen van reizen naar de plekken waar Nietzsche verbleef, onder meer Èze, Rapallo en Turijn. We vinden in weerwil van de werkelijkheid nog tal van onderwerpen om mee te lachen. De wandelingen van Kant zoals verteld door Thomas De Quincey in zijn verhaal ‘The Last Days of Immanuel Kant’ [2], om een voorbeeld te geven. Ik ga tevreden slapen. Morgen is alles weer beter.

Een dag later… Bij Jan Cambien doe ik mijn beklag over de uitspattingen van woensdagnacht. Het schuldgevoel daarna, enzovoort. De zelfvernietigingsdrang. Ik ben bang dat ik vanavond weer teveel zal drinken, zeg ik. Want ik heb afgesproken met de vrienden van de opleiding secretariaat-talen [3]. Hoe Jan Cambien reageert zie ik natuurlijk niet. Dat zie ik nooit. Misschien is hij wel in slaap gevallen?
Op het Dageraadsplein zien A. en ik eerst Sonja staan drentelen (zij durfde niet alleen het Zeezicht binnenstappen). Daarna de rest: Martine en haar man Werner, Hilde en Luc, Ton zonder Leny, en Cathy. Ik ben in geen al te beste stemming. Zo kalm, vinden de anderen. Toch houd ik me aan mijn voornemen zo weinig mogelijk te drinken (vier glazen bier en veel water). Praat bijna de hele avond met Ton, en met Leo S. die ook een poos aan onze tafel komt zitten. Over schrijven, boeken, tekstverwerkers. Dat laatste is nu het ding: is schrijven op een computer nog wel kunst, dat is de kwestie.
Dan is het richting een volkscafé, waar we urenlang tafelvoetbal spelen. Met Luc tegen Werner, twee tegen één, en toch de hele tijd verloren.
Wat zijn wij toch veranderd. Vroeger bleven wij in de cafés hangen, dansten de hele nacht door in extase, tot we er net niet bij neervielen. Nu schiet er alleen nog verveling over. De jaren zeventig waren één lang feest. De jaren tachtig zijn een poel van ellende en onverschilligheid. Dat is alvast mijn ervaring.



Op BBC was er een documentaire over de schilder Théodore Géricault, wiens werk ik niet goed kende. Er gaat een morbide aantrekkingskracht van uit. De schilder bracht lijken van terechtgestelden mee naar zijn atelier om de dood zo getrouw mogelijk te kunnen weergeven. Zo liet hij hoofden enige weken rotten en volgde al schilderend het ontbindingsproces. Soms bracht hij alleen maar ledematen mee (er was dan niet meer beschikbaar). Ik wil meer over hem te weten komen en Het vlot van de Medusa in het echt zien.

JEAN_LOUIS_THÉODORE_GÉRICAULT_-_La_Balsa_de_la_Medusa_(Museo_del_Louvre,_1818-19)

[1] Een radioprogramma dat ik maakte van 1982 tot 1991 op Radio Centraal in Antwerpen.
[2] The Last Days Of Immanuel Kant vonden wij buitengewoon grappig maar het is heel goed mogelijk dat De Quincey het allemaal heel serieus bedoelde. Het verhaal, als ik het zo mag noemen, kun je terugvinden in de verzameling The English Mail-Coach and other Essays.
[3] In 1987-1988 volgde ik een opleiding secretariaat-talen en informatica van de RVA in de Provinciestraat in Antwerpen. Ik dacht op die manier eindelijk werk te vinden in een of ander kapitalistisch bedrijf. De directie van het opleidingscentrum beweerde dat 99,9 procent van de leerlingen een job vond. Ik zat in een klasje van acht, zes vrouwen, twee mannen. De zes vrouwen vonden inderdaad een job.

Afbeeldingen: Theresa Russell in Insignificance van Nicolas Roeg; Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault.

AAN HET WERK

the trial orson welles

Elk leven kent een aantal keerpunten. In mijn dagboeknotities vond ik wat sporen van zo’n keerpunt in mijn bestaan. De notities [1] zijn natuurlijk uit de context gerukt, waardoor lezers die er geen idee van hebben hoe ik voor de herfst van 1988 leefde misschien niet goed kunnen begrijpen waarom ik het over een keerpunt heb. Maar misschien toch ook wel. Ik denk dat elke lezer inlevingsvermogen heeft. Ik geloof heel sterk in het mededogen van onze soort. Omdat het moet, zeker in deze donkere, schijnbaar uitzichtloze tijd.

Nu zit ik hier ten slotte ook tussen de velen aan een bureau van de overheid en kijk naar documenten die weinig of niets betekenen voor mij. Het is nog maar de vraag voor wie ze wel enig nut of enige waarde hebben. Ik leg blad op blad op blad, zomaar… Om de indruk te wekken dat ik druk bezig ben. Veel drukte om niets, dat is hier de essentie. Na een tiental dagen op deze plek op de dertiende verdieping van het AG-gebouw ben ik al goed op weg om een modelambtenaar te worden.

Mijn angstschilfers voor het witte – of in dit geval grijze (ik schrijf op gerecycleerd papier) – blad zal ik maar van me afschudden. Deze woorden die hier nu ontstaan zijn mijn woorden, van niemand anders. Ook al zijn ze kaal en op zich nietszeggend, al kan iedereen ze zich toe-eigenen. Zoals mijn woorden zijn zo ben ik. Soms goed, soms slecht, vaak iets daartussenin. Ook de banaliteit en het gestamel hebben hun bestaansrecht op de wereld.

Je zal alleszins naar woorden moeten blijven zoeken, angst of geen angst. Zoveel ben je kwijtgeraakt tijdens de lange, vreemde reis… Ja, die metaforen… Daar moet je voorzichtig mee zijn. Metaforen zijn vaak het meest vijandig aan de eigen stem, want ze overvallen je met een vorm die van tevoren al vastligt. Zeker is dat zo als je er niet voldoende bij nadenkt. Bijgevolg moet je niet alleen naar woorden zoeken, maar even goed naar geschikte, geïnspireerde, rijke metaforen – of ze geheel en al uit de weg gaan, wat onbegonnen werk is. Tijdens de lange, vreemde reis, de lange rit door de donkere nacht, de dwaaltocht door de woestijn, de rondzwerving in het barre land, de ballingschap in de dorre gebieden… Stuk voor stuk metaforen die een periode in je leven aanduiden – en geen ervan voldoet. Maar de dagen van de wereld bestormen met bloemen van verderf liggen voor eens en voor altijd achter je. Je zal het met deze nieuwe – evenwel niet opeens opgedoken – kaalgeslagen taal moeten doen. Tevreden zijn met wat je nog krijgt, de schaarse woorden en beelden die overblijven na lang wikken en wegen en elimineren en verwerpen. Geen goudklompjes hield je over, alleen maar steen en fossiel.

Jeroen Brouwers gisteren in het programma Atlantis: is hij een échte schrijver? Of is hij de mythe van een echte schrijver? Iemand die zich voor een echte schrijver houdt? Zowat elke dag is hij daar met zijn donkere ogen, om als het ware zijn zelfmoord aan te kondigen. De pennenlikkers van het literaire circus zitten al vele jaren ongeduldig te wachten om met hun slecht geformuleerde in memoriams te scoren. Ik hoop dat Brouwers er geen eind aan maakt, dat het een verkoperslist is, dat hij de hele meute teleurstelt. Zijn ‘Zondvloed’ zal ook wel goed verkopen als hij er geen punt achter zet. Trouwens, had hij dat punt er niet beter voor gezet? ‘Après moi le déluge’ luidt immers de uitspraak van deze mensen die graag uitspraken in de mond nemen. Ach, de smaak van een wansmakelijke uitspraak is nog altijd beter dan die van het succulente vlees van een geveld everzwijn of een vermoorde patrijs.

5-2-2013_029 (2)

Lang geleden, toen mijn hoofd nog vol haar stond, dat dan bovendien over mijn schouders golfde, heb ik Jeroen Brouwers meermaals gezien. Zou hij zich mij herinneren? Een bepaald beeld van mij met zich meedragen? “Die barman met dat lange haar in die bar van Herman J. Claeys, De Dolle Mol heette ze, dat weet ik wel zeker”. Waarschijnlijk niet. Wie herinnert zich langharige losers? Ik had een zwak voor die luidruchtige literatoren die er kwamen: Jeroen Brouwers, Paul Snoek en Marcel Van Maele. Zij waren me liever dan de overwegend Franstalige hippies die er rondhingen en voor zich uit zaten te staren of hasj te dealen. Dat laatste was niet alleen dom maar ook boosaardig ten aanzien van Herman, want de Dolle Mol stond haast onder voortdurende bewaking van de Belgische Opsporingsbrigade, softdrugs waren staatsgevaarlijk; dat vond althans de toenmalige minister van justitie Vranckx, een socialist tegen bewustzijnsverruiming. Uiterlijk leek ik wel op deze hippies, maar geestelijk was er weinig verwantschap tussen ons, denk ik. De echte hippies bevonden zich, in navolging van Jack Kerouac en andere beats, on the road in de Verenigde Staten, trokken naar Afghanistan en Nepal of leefden teruggetrokken in communes, wist ik. Dat had ik ook graag gedaan, maar waarschijnlijk had ik me daar bij hen, in Laurel Canyon, of weet ik veel waar ze woonden, evenmin thuis gevoeld als in Antwerpen of Brussel. Zal ik me overigens ooit ergens wel thuis voelen? Zeker hier niet, in dit hels-verlichte bureau van Ontwikkelingssamenwerking.

Ja, ik hield van die schrijvende mannen, zij waren karakters, zij hadden levensechte verhalen te vertellen. Zelfs als ze stomdronken waren vertelden ze nog boeiende verhalen. Ik was altijd nuchter in die tijd. Mijn enige zwak was de sigaret. Bijna mijn hele inkomen ging naar sigaretten. Sommige dagen kon er nog maar net een kommetje rijst met olijven en paprika af. Dat kocht ik aan de overkant van de Kaasmarkt, het hippe pleintje waar je niet alleen de Dolle Mol vond maar ook de Speakeasy. De bohémiens en hippies werden er heel gauw verdreven. Er moest plaats gemaakt worden voor pitabars en toeristen. Alles wat de stad een gezicht gaf werd verwoest. Zo komt het dat alle steden nu op elkaar lijken.
Zo waren mijn Brusselse dagen [2], goed voor een honderdtal bladzijden of meer, maar vandaag begin ik er niet aan. Alweer niet. Nu ben ik de Man die Werk Vond, van die gehate Brusselmans. Dat is geen schrijver (vinden de ernstige mensen, en meer dan eens ben ik zelf ook een ernstige mens). Of: De Man die Ook Werk Vond. Of: De Tweede Man Die Werk Vond. Nee, dit is niet grappig.

Ik had het over het Atlantis. Dat is een televisieprogramma waar ik voor thuisblijf. Zelfs als het onbenullig lijkt boeit het mij. Dat komt door de vervlechting van de thema’s die erin aan bod komen; de verschillende items verwijzen naar elkaar en versterken elkaar. Zo werkte ik vroeger ook aan mijn radioprogramma Shangri-La. Als je een country-smartlap als ‘Satin Sheets’ van Jeanne Pruett in een bepaalde context plaatst, kun je aan zo’n lied een diepere existentiële betekenis geven. Heel wat country-songs hebben die betekenis al in mindere of meerdere mate. Het zijn meestal op zijn minst interessante verhalen, die over het leven gaan, over de verhoudingen tussen mensen, over de eenzaamheid en het verlangen naar de dood. Over mogelijkheden om aan die eenzaamheid te ontsnappen: een beperkt aantal. Je mag zo’n lied natuurlijk niet in een typisch country-programma horen, gepresenteerd door een onbenul van een DJ die de nummers aan elkaar lult. Tenzij je zo’n uitzending ook weer in een ruimere context plaatst. Maar op die manier kun je doorgaan tot aan de grenzen van het universum en verder. Dan kom je weer bij een zekere God terecht. En daarmee is alweer een keer bewezen dat het geheel in het kleinste ding aanwezig is: in de kiem de kosmos. Maar zeg het niet tegen de anderen want dan lachen ze je uit.

Ik word in mijn echte werk gestoord. Mijn chef, Mevrouw Verstraeten, komt mij vragen om bepaalde belangrijke documenten in verband met het C.M.R.E.G. te klasseren, volgens mij een onbekend en waarschijnlijk zinloos systeem.

the trial 2

[1] Dagboeknotitie van 5 december 1988.
[2] In 1988 woonde ik nog in Antwerpen.

Afbeeldingen: The Trial, Orson Welles; Martin Pulaski, circa 1971; The Trial, Orson Welles.

STEMMEN: ROOD EN GROEN

CONSTANT NIEUWENHUYS

Ik behoor tot die tachtig procent Brusselaars die zijn gaan stemmen. Het is mijn plicht om dat te doen en ik doe het met plezier. Er zijn heel wat landen waar je niet mag stemmen of waar de verkiezingen gemanipuleerd worden. Bovendien kom ik zo nog eens buiten, mooi meegenomen op zo’n heerlijke zomerse herfstdag.
Veel liever zou ik voor een écht stadsbestuur stemmen, met een échte burgemeester en échte schepenen. Ik voel mij een Brusselaar die in de wijk Anderlecht woont. Je zou het ook een district kunnen noemen. Elke wijk moet zijn eigen karakter, subcultuur en zo meer behouden, dat zal ik niet ontkennen. Maar de bestuurlijke indelingen die we nu kennen zijn achterhaald. Om een stad als Brussel, de hoofdstad van Vlaanderen, Wallonië, België en Europa [1], te besturen heb je eenheid nodig. Elke inwoner moet er dezelfde rechten en plichten hebben. De (spel)regels moeten voor elke inwoner van deze stad [2] gelijk zijn. Geen verschil inzake mobiliteit, onderwijs, wonen, sociale zaken, groenvoorzieningen en dergelijke meer.
Maar goed, ik leg me voorlopig bij deze bestuurlijke indeling neer en ga vooralsnog in Anderlecht stemmen.

Ik ben al heel mijn volwassen leven sociaaldemocraat. Ik heb altijd in een of andere vorm van socialisme geloofd. Toen ik nog weinig wist over het schrikbewind van Lenin en Stalin dweepte ik zelfs even met het communisme. Later had ik sympathie voor de Trotskisten. De Mao-verering heb ik altijd nogal lachwekkend gevonden. In onze ‘punkperiode’ hadden wij een poster van Mao aan de muur, maar wel met een wit strikje, the Stranglers met hun ‘No More Heroes’ indachtig. Elio Di Rupo heeft dat van ons afgekeken.

Ik hecht veel belang aan taal, aan woorden. Zolang Agalev Agalev heette heb ik er niet voor gestemd. Ik vond de naam afschuwelijk. Groen met een uitroepteken was al wat beter, maar ook daar had ik nog mijn bedenkingen bij. Ik ben allergisch voor uitroeptekens! Nu heet de partij gewoon Groen, en hier bij ons Ecolo-Groen, zoals het hoort. Een groene partij moet Groen heten, vind ik. Sindsdien gaat mijn sympathie uit naar de groene partij. (Ik overdrijf een beetje. Natuurlijk sta ik al langer achter een partij die werkt aan meer verkeersveiligheid en een kwaliteitsvollere leefomgeving en die echte burgerinspraak nastreeft.)

Om vorige zondag op een doordachte manier te kunnen gaan stemmen had ik mij naar behoren geïnformeerd over de partijstandpunten; ik kende de programma’s. Ik wist heel zeker dat ik voor één of meerdere vrouwen zou stemmen. Dat doe ik al tientallen jaren. Ik geloof dat vrouwen beter met macht kunnen omgaan dan mannen. Ze zijn ook veel beter tot mededogen in staat en denken meer aan de toekomst. Vrouwen zijn volwassen mensen, mannen blijven altijd een beetje kinderen, waar op zich niets mis mee is, maar kinderen kunnen niet zo goed aan politiek doen.
Tot zondagochtend had ik mij voorgenomen om hier in Anderlecht voor Groen te stemmen. Hoewel ik sympathiseer met PTB-PVDA had ik die partij al uitgesloten, om historische redenen, maar ook omdat ik geen arbeider ben. Ik zou het onoprecht vinden om vanuit mijn positie voor een arbeiderspartij te stemmen. Maar ik hoopte wel dat deze partij veel stemmen zou krijgen van de mensen voor wie zij zich voornamelijk inzet. Het programma van de PS-SPA had ik met instemming doorgenomen, en er waren enkele vrouwen bij die ik waardeerde.
(Voor ik het vergeet: ik stem hier zo veel mogelijk voor Nederlandstalige politici. Niet omdat ik iets tegen anderstaligen heb, maar omdat de Nederlandstaligen een kleine minderheid vormen. Het is goed dat die in het politieke landschap aan bod blijft komen.)
Ik had echter mijn twijfels over de integriteit van de socialistische partij, vooral vanwege de schandalen, in het bijzonder de Samusocial-affaire. Al wist ik dat de toestand verbeterd is sinds Yvan Mayeur als burgemeester van Brussel-stad is moeten opstappen. De parasieten zijn trouwens nooit in de meerderheid geweest en zijn dat nu al helemaal niet meer. Maar er is nog veel werk. Alles moet nog veel transparanter worden. En dat niet alleen bij de sociaaldemocraten.
Zondagochtend keek ik nog eens goed naar de folders van de twee favoriete partijen. Opeens viel mij op dat op de groepsfoto van de groenen maar één niet-blanke kandidaat te zien was. En ze zagen er allemaal toch zo keurig uit. Zo helemaal door en door vertegenwoordigers van de blanke middenklasse. Dat kon toch niet? In een wijk als Anderlecht, waar een groot deel van de bevolking niet wit is en al evenmin tot de middenklasse behoort. Hoewel ik al gekozen had voor wie ik zou gaan stemmen, bedacht ik me. Net voor ik de deur uitging nam ik nog even de folder van de PS-SPA door. Daar was de verhouding wel juist. Zo is het gekomen dat ik voor twee sociaaldemocratische vrouwen heb gestemd. Zal ik ze noemen? Waarom ook niet? Ik hoop dat jullie de kans krijgen om goede dingen te doen, Elke Roex en Bieke Comer.

Achteraf beschouwd is het ook niet zo erg dat ik noch voor PTB-PVDA noch voor Groen heb gestemd. Ze gaan er met reuzenschreden op vooruit. Mijn stem hebben ze daarvoor niet nodig. Sinds maandagochtend ben ik op politiek vlak een gelukkig mens. Nu de rest nog.

10035703896_145c8a2f92_o

10035648914_19860acb27_o

[1] Is het niet bizar dat Brussel in Vlaanderen maar zelden enige aandacht krijgt. Hoe komt het dat de Vlaamse media hun eigen hoofdstad de rug toekeren? Tenzij er een aanslag gebeurt of als er uit de rest van het land ontevreden burgers komen betogen? In Duitsland, toch ook een federale staat, is het ondenkbaar dat Berlijn doodgezwegen zou worden.

[2] En van een land en van de hele wereld.

Foto’s: Constant Nieuwenhuys, Symbolische voorstelling van New Babylon, 1969; Martin Pulaski, Anderlecht, 2013