DE ROVERBRUIDEGOM

deutschland bleiche mutter 5

Met onze broodjes terug naar het park op zoek naar een bank. Veel schoolkinderen en joggers, stedelingen op zoek naar frisse lucht, want ook Berlijn heeft te kampen met fijn stof en andere luchtvervuiling. We lopen door een heuvelachtig stuk van het park dat bijna op een bos lijkt. Een beetje op dat van De roverbruidegom. Na een korte afdaling vinden we eindelijk een plek waar we rustig onze broodjes kunnen opeten.
Recht voor me zie ik het standbeeld van Friedrich II. Geen sprookjesschrijver, die man. Hoewel bijvoorbeeld De roverbruidegom toch heel wreed is. Ja, ik heb het niet kunnen laten. Ik heb toch wat over die sprookjes van Jacob en Wilhelm Grimm opgezocht op mijn smartphone… Een van hun sprookjes, De roverbruidegom, heb ik zelfs helemaal gelezen. De roverbruidegom en zijn trawanten komen een huis midden in een donker bos binnen, alwaar de bruid zich verscholen heeft. Hun plan is de bruid op te eten, het water staat al te koken. Maar ze hebben een ander jong meisje meegebracht, het voorgerecht. “Ze lieten haar wijn drinken: drie glazen vol, een glas witte wijn, een glas rode wijn en een glas gele wijn, en daarvan brak haar hart. Toen rukten ze haar de mooie kleren af, legden haar op een tafel, hakten haar mooie lichaam aan stukken en strooiden er zout over.” [1]
Omdat ik toch al over de sprookjes van Grimm had zitten lezen heb ik Friedrich II ook maar eens opgezocht. Ergens in mijn achterhoofd zat de idee dat hij een verlichte vorst was, bevriend met Voltaire en Casanova en andere ‘grote mannen’. Het is heel goed mogelijk dat hij een verlichte heerser was, maar hij was net zo goed een bloeddorstige tiran.
Het verhaal van Friedrich II begint voortreffelijk. Als kind van soldatenkoning Friedrich Wilhelm I wilde hij niet met tinnen soldaatjes spelen maar liever met zijn zuster. In de barkoude Pruisische winters mocht de jonge Friedrich geen handschoenen dragen. Al gauw had hij genoeg van dat leven en vooral van de tirannie van zijn vader en probeerde naar Engeland te vluchten. Daarbij werd hij geholpen door zijn adjudant, Hans Hermann von Katte. De vluchtpoging mislukte. De achttienjarige Friedrich moest van zijn vader toekijken hoe zijn vriend von Katte voor zijn ogen onthoofd werd. Het lijk van de adjudant moest voor het raam van de jonge Friedrich blijven liggen. Roept deze scène geen herinneringen op aan Griekse tragedies, meer bepaald aan Antigone? En aan sommige toneelstukken van Heinrich von Kleist? Eenmaal koning nam Friedrich een aantal toe te juichen beslissingen: hij stelde godsdienstvrijheid in en schafte ondervraging met foltering af. Maar hij voerde ook oorlog met Frankrijk, Rusland en Oostenrijk. De Zevenjarige Oorlog kennen we nog uit de geschiedenisles. Na de slag bij Kunersdorf (nu Kunowice in Polen) op 12 augustus 1759 bleven er van zijn leger van 50.000 soldaten nog 3.000 over. De lange oorlog putte Pruisen volkomen uit. Op het einde ervan had een half miljoen soldaten en burgers, ongeveer tien procent van de bevolking, het leven verloren.
De lectuur van deze geschiedenis had mij in een droomtoestand gebracht. Was ik nu wel wakker? Waren deze bomen echt? Wie had mijn broodje opgegeten?
Hoe zit het, Arthur, ben je er nog, vroeg de vrouw die naast me op de bank zat.
Hoezo, vroeg ik. Wie ben jij?
Herken je me niet, ik ben toch Natalie, zei ze.
Natalie, de prinses van Oranien, vroeg ik. Maar je lijkt ook wel wat op Jeanne Moreau. En waarom noem je mij Arthur?
Ik houd niet zo van je andere voornaam, zei Natalie.
Nu begrijp ik het, zei ik, ik ben Friedrich Arthur von Homburg.
Eindelijk word je wakker uit je droom, zei Natalie. Zullen we eens de stad ingaan? Misschien is de rij bij ‘Wanderlust’ vandaag wat minder lang.
Laten we het hopen, zei ik.
Toen ik van de bank opstond was ik weer een gewone sterveling, een man met de vreemde naam Martin Pulaski. We liepen naar tram 4 die ons naar de Hackesche Markt zou brengen. Van daar was het nog een tiental minuten lopen tot aan de Alte Nationalgalerie. Ik was nu helemaal wakker. De gebroeders Grimm had ik weer diep in mijn onbewuste weggeduwd, waar ze thuishoorden. Friedrich II mocht hen daar gezelschap houden.

[Dit was het tweede deel van mijn avonturen in Volkspark Friedrichshain in Berlijn.]

 

[1] Weer thuis in Brussel zag ik de film ‘Deutschland, bleiche Mutter’, die ik in Berlijn bij Dussmann had gekocht. In dit verhaal over een moeder en haar dochtertje in Duitsland tijdens de tweede wereldoorlog vertelt de moeder dit sprookje als ze door een verlaten huis dolen. Duitsland is dan al grotendeels verwoest. De vader is afwezig, want aan het front.
Waarom is de regisseuse van dit meesterwerk, Helma Sanders-Brahms, veel minder beroemd dan haar tijdgenoten Werner Herzog, Rainer Werner Fassbinder en Wim Wenders?

Foto: Deutschland, bleiche Mutter, Helma Sanders-Brahms, 1980.

WONDERLIJKE VISVANGST

boek paul rigaumont 001

“With haunted hearts through the heat and cold
We never thought we could ever get very old
We thought we could sit forever in fun
But our chances really was a million to one”
‘Bob Dylan’s Dream’

Het was een wonderlijke visvangst. Want waren we niet stuk voor stuk wonderlijke vissen gevangen in het net dat Paul gedurende een groot deel van zijn leven met zijn lyrische kleuren en met zijn hersens en geest verzoenende vormen geweven had? Mooi is het om op een zondagochtend zo in hechtenis te worden genomen door de Geest van de vrijheid. Want het visnet – of was het een web? – gaf ons precies dat, vrijheid, in plaats van gevangenschap. Pauls labyrint leidde ons niet naar de Minotaurus maar naar de Geest van de vriendschap. Die hele zondag heeft mij ook in een lyrische toestand gebracht. Dat verklaart meteen waarom ik Geest met een hoofdletter schrijf.
In het atelier waar Paul Rigaumont al die jaren zijn zowel melancholische als vrolijke oeuvre bij elkaar geschilderd had waren wij nu bij elkaar gebracht door een boek waarin dat voorbeeldige werk eindelijk de aandacht krijgt die het verdient. Paul heeft nooit veel aandacht gewild. Hij schilderde liever in de schaduw. Schaduw bij wijze van spreken want net als elke andere schilder had hij meer licht dan schaduw nodig. Dat hij niet in de belangstelling wilde staan betekent niet dat hij – of zijn werk – die niet verdient. Van alle kunstenaars die ik persoonlijk ken verdient hij die het meest. Paul is al drie jaar dood, daar valt niets aan te veranderen. Maar zijn schilderijen zijn springlevend. Omdat zij zo springlevend zijn waren wij, gasten, dat zondag opeens ook. Al waren de akelige dood, de bespottelijke aftakeling en het giftige verdriet eveneens van de partij. Ik denk dat die schamper lachten met mijn idee van vrolijke vissen in een veelkleurige bokaal. Of dat van gelukkige bezoekers badend in het licht van Pauls abstracte doeken. Terwijl op het dak van zijn atelier de regen neerviel en aan onze schoenen nog stukjes geplette kastanjes kleefden.

Oude vrienden die elkaar terugzien – soms na vele jaren omzwervingen, avonturen, verzoekingen, en wat niet nog allemaal – in een warme omgeving: dat is heftig. Ieder van ons heeft zoveel meegemaakt. Talloze herinneringen komen daar binnengewandeld, bijna tastbaar of anders zeker toch latent. Alle mooie momenten, alle pijn, alle verdriet, elke seconde van extase. De muziek van de wereld die in onze hoofden zit. De schoonheid van elke steen en elke bloem die we zagen. De burgeroorlogen die ons woest maakten, die ons tot hoopjes verdriet herleidden, tot niemendalletjes. De nieuwe burgeroorlogen die eraan zitten te komen. Het is niet allemaal schoonheid wat in die hoofden van ons zit. Niet allemaal Tintoretto, Mapplethorpe, Aretha Franklin en Bach. De namen van het lelijke en van het kwaad wil ik nu evenwel niet noemen.
Mijn oude vriend Guillaume Bijl zegt sorry, net als Ronald Gipharts Phileine. Met een glimlach en de mogelijkheid van een verwijzing als resultaat. Ria Pacquée drijft de spot met wat ons ketent en blijft er heel kalm bij, een vrouwelijke Gary Snyder. Een soort van dichter en zenboeddhist was dat, die ik ontdekte in The Dharma Bums van Jack Kerouac. Veel humor bij de andere kunstenaars, en veel raadselachtigheid. Menno Meewis, Michel Kolenberg, Fred Michiels, Anne Niveau, Tamara Van San, Christian Van Haesendonck. Christian, die ik altijd Chris heb genoemd en die Gottfried van Salzburg heette toen we samenwerkten aan ons boek ‘Kamertjeszonden’. Salzburg, nota bene de stad waar mijn vader een jaar lang heeft vastgezeten als krijgsgevangene. Samen hebben we dingen gedaan, Gottfried en ik. Niet alleen maar gepraat, wees daar maar zeker van. We hebben woorden opgespoord en zijn brutaal geweest, onder meer. Chris heeft  vorig jaar samen met Olga, de weduwe van Paul, het initiatief genomen voor het sublieme boek dat ons hier nu samenbrengt: Retrospectief Paul Rigaumont. Bij de opening van deze tentoonstelling in het atelier waar soms ook wild werd gedanst, bij weer een andere voorstelling, bijvoorbeeld van een van de achttien delen Anekdota van Paul Rigaumont, want die boeken waren er ook nog. Of op een nieuwjaarsparty of iets anders dat moest gevierd worden. Of ik ook een bijdrage wilde leveren aan het boek, vroegen Olga en Chris mij. Dat heb ik graag gedaan. Zoveel herinneringen aan Paul. De mooiste en de meest frappante heb ik neergeschreven. Terwijl ik zat te schrijven kwam Paul weer even tot leven. Maar toen het werk af was is hij opnieuw gestorven. Er is niets aan te doen. Zondag leek Eddy Borms zijn lieve vriend met zijn poëtische invocatie heel even uit de dood te kunnen opwekken, maar toen de adem van zijn laatste woord verdampt was, was ook Paul weer weg. Niemand van ons is Jezus, niemand Lazarus. En zoals Eddy later tegen me zei in een kort gesprek over Patti Smith: niemand sterft voor onze zonden.

Menno Meewis overleed plots in Montréal in 2012, alweer zes jaar geleden. Hij is nog altijd aanwezig in de ogen van Liliane, een van die oude vrienden die we al zo lang niet meer zagen. Maar wel alsof de laatste keer gisteren was. Zo is het zo vaak met goede vrienden. Met Ginette hetzelfde. Ook dat waren avonturen. Zij woonde een tweetal seizoenen bij ons, in de Dolfijnstraat in Antwerpen, in de periode dat Agnes en ik met Paul samenwerkten in de Filosofische Kring Aurora. Dankzij de vrienden van Ginette hadden we altijd lekkere verse groenten in huis. Aan de overkant in diezelfde legendarische Dolfijnstraat woonden Leo en Flor, eeuwenoude vrienden. Leo heb ik altijd Job genoemd, ik weet niet of hij dat weet. Net als in 1969 toen hij in mijn testfilmpje voor het Ritcs de Nowhere Man speelde (met een van zijn schilderijen als rekwisiet) gelooft hij nog steeds in de Verwondering. En vooral in de Geest. Flor of Flora, geboren in Congo, is net als Paul drie jaar geleden gestorven. Twee of drie dagen voor haar dood was ze nog springlevend. Verontwaardigd over Wolfgang Schäuble en geestverwanten, over de geldwolven en machtsslaven die de Grieken vernederden en uithongerden. En dan geen woord meer. Gedaan met de flamenco, haar lievelingsdans.

En toch is het waar dat die hele zondag een feest was en dat we gelukkig waren. Zelfs onze vriendin Guche, die er eerst ongelukkig en ontdaan uitzag, ging stralen. Haar levensgezel Wout Vercammen ging er begin dit jaar voor altijd vandoor. Manneke minder, noemde mijn moeder de dood soms. Wat een mooie, poëtische uitdrukking voor zoiets akeligs! Guche die ook Gislinde heet kan buitengewoon goed schrijven; zij heeft een stijl die je nergens mee kunt vergelijken. Absurd, prettig gestoord… geen enkel adjectief is hier toepasselijk. Zij is een fan van mijn werk, maar dat is niet de reden waarom ik haar graag zie. De reden is Guche zelf.
Nu ik fotograaf Marc Schepers terug voor me zie (en op een foto die Agnes van ons maakte) herken ik Theseus in hem. Ongetwijfeld had hij zondag de Minotaurus kunnen doden, maar dat was niet nodig, dat zei ik al, er was geen Minotaurus. En hoewel ik hier lijk te treuren om de doden is dat niet zo, zij waren er allemaal, levend in ons aanwezig, in onze woorden en in onze blikken. Ik heb ze allemaal gezien.
Met mijn oude vriend Jan Van Veen, over hem zou je meerdere boeken kunnen schrijven, dat is in zijn geval helemaal waar, met hem gaat het niet goed. Hij is slecht te been, heeft erge rugproblemen, astma, bronchitis. Roken is nergens goed voor. Maar het is nu te laat voor lesjes moraal. Straks ga ik hem bellen. Hij was zo vlug weg dat ik niet eens met hem heb kunnen praten. Heel even overviel mij een immense tristesse. Maar kort daarna zaten wij, opnieuw vrolijke vissen, in een pizza-aquarium met onze vissenmonden wijn te drinken en te praten en te lachen, alsof we nog altijd met zijn allen in die kamer van onze prille jaren zaten, waar Bob Dylan over zingt in ‘Bob Dylan’s Dream’, terug te vinden op het meesterwerk The Freewheelin’ Bob Dylan, dat ook over ons gaat, over onze generatie, over de mensen die we toen waren en die we nu zijn.

2018-09-23-paul rigaumont opening 005 (2)
2018-09-23-paul rigaumont opening 006 (2)2018-09-23-paul rigaumont opening 015 (2)

Foto’s: Agnes Anquinet / Martin Pulaski

RETROSPECTIEF PAUL RIGAUMONT

UITN_CCM_PAUL RIGAUMONT (1)

Volgende zondag 23 september om 11 uur in Atelier Paul Rigaumont, Braziliëstraat 38, 2000 Antwerpen:

boekpresentatie: ‘retrospectief Paul Rigaumont’ met Olga Rigaumont-Tanghe, Martin Pulaski / Matti Brouns en Christian Van Haesendonck

en tentoonstelling ‘subj. zkt. obj. (Paul Rigaumont and Friends)’ met werk van Paul Rigaumont, Guillaume Bijl, Francis Denys, Michel Kolenberg, Menno Meewis, Fred Michiels, Anne Niveau, Ria Pacquée, Albert Pepermans, Maggie Richardson, Paul Rigaumont, Marc Schepers, Leo Steculorum, Guy van den Heule, Christian Van Haesendonck, Tamara Van San en Jan Van Veen.

BESCHOUWINGEN OVER ‘CLOSER’ VAN JOY DIVISION

Eind 1980 wilde ik als kerstcadeau voor Agnes de elpee ‘Closer’ [1] van de Britse postpunkgroep Joy Division kopen. We vonden het beiden de mooiste en meest aangrijpende plaat van het jaar. We waren romantici en voelden ons aangetrokken tot melancholische kunstenaars en outsiders. Ian Curtis, de zanger van Joy Division, had zich op 18 mei verhangen. Kort voor zijn zelfmoord had hij de film ‘Stroszek’ van de Duitse regisseur Werner Herzog gezien. Op een koude nacht in januari waren wij toevallig ook naar die film gaan kijken. Het soms grappige maar vooral wanhopige verhaal had ons danig aangegrepen. Ik had er zelfs bij zitten huilen. ‘Stroszek’ vertelt de geschiedenis van de straatmuzikant Bruno S. en zijn vriendin, de prostituee Eva. Als Bruno S. over zichzelf praat, hanteert hij aldoor de derde persoon. Nooit ‘ik’, altijd ‘der Bruno’. Stroszek spreekt alle woorden uit met een grote inzet van zijn hele lichaam. Daaraan kun je zien dat elk woord door de onfortuinlijke straatmuzikant uitgesproken de waarheid is.

stroszek

Voor ik naar huis ging met de elpee van Joy Division stapte ik nog even binnen bij Aurora, ons filosofisch atelier in de Lange Leemstraat. Daar stelde ik vast dat in de kerstdrukte een verkoper bij platenzaak Brabo mij per vergissing de maxisingle ‘Love Will Tear Us Apart’ verkocht had. Mijn vriend (en bij Aurora collega) Paul Rigaumont zag meteen hoe teleurgesteld ik was en stelde voor dat hij de single zou overkopen. Maar dan heb ik geen cadeau, zei ik. En die andere elpees dan, vroeg Paul. Hij had gelijk, ik had samen met wat ik dacht dat ‘Closer’ was ook nog langspeelplaten van Public Image Limited, Suicide en the Jam aangeschaft. Dat waren ook mooie cadeaus. Wat ik niet besefte was dat Paul nieuwsgierig was naar Joy Division. Ik dacht dat zijn voorstel alleen maar een gebaar van vriendschap was (wat het natuurlijk ook was). Later begreep ik dat Paul helemaal weg was van Joy Division en Ian Curtis. In 1995 verscheen in de reeks Aurorasporen een vertaling van de teksten van de band uit Manchester, een uitgave waar Paul aan had meegewerkt. In het voorwoord schreef hij: “Muziek en woorden die op de moeilijke keerzijde van ontspanning willen wijzen. Om geijkte gelederen te breken. Om hiërarchieën aan te wijzen. Muziek in de gecontroleerde gebieden van de muziekindustrie. Enkelvoudige stemmen en woorden met verbindingen naar ‘ontheiligd leven’, naar ‘gehoorzame gelederen’, naar wanhoop en fear. Muziek in bezette gebieden. Joy Division is bezeten muziek in bezette gebieden. Dit is onze reden om naar deze muziek te blijven luisteren en te blijven luisteren, om de teksten van Ian Curtis te lezen, te lezen met menselijke ogen die ook nog worden bedreigd, die ook nog met verblindend licht worden verleid. [2] ”

polaroid 1983

Heel wat van de beste vertegenwoordigers van onze generatie liepen tegen een harde muur, kwamen in het gekkenhuis terecht, maakten een eind aan hun leven. (Iets vergelijkbaars had Allen Ginsberg in zijn jonge jaren al moeten vaststellen (“I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked, dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix…”). Bruno S. (fictief) en Ian Curtis (reëel) waren tragische voorbeelden van dat eindspel. Maar ook in mijn omgeving, bij mijn vrienden en kennissen, werd er gezocht naar a means to an end. De permanente tentoonstelling van wanstaltigheden in de supermarkt van het neokapitalisme werd sommigen te veel. Harde drugs of de dood waren dan de ultieme uitweg.

Voor mezelf was de rock ‘n roll van die periode (‘Lost In The Supermarket’ van The Clash en ‘She’s Lost Control’ en ‘Atrocity Exhibition’ van Joy Division, ‘Typical Girls’ van The Slits, ‘Street Hassle’ van Lou Reed, ‘Shout It Out’ van Burning Spear) een levensnoodzakelijk en bitterzoet antidotum tegen de gewichtigheid van Husserl en Descartes [3] , een middel om het voortdurende gevecht, dat tegelijk een ludiek spel is, met de demonen van het bewustzijn aan te kunnen.

dak (2)

Sommige van de mensen die er toen bij waren, kunstenaars, dichters, dokwerkers (denk aan Ludo Mariman van the Kids), intellectuelen, punks, waren trashmen. Ik noemde ze zo uit ontzag en liefde. Het was meer een verwijzing naar de Amerikaanse surfband the Trashmen, die een hit hadden gehad met het volstrekt absurde lied ‘Surfin’ Bird’, later gecoverd door the Ramones en the Cramps, dan naar echte vuilnismannen. Maar uiteraard zat die tweede betekenis er ook in. Hoe meer betekenis hoe liever. Had ik mijn vriend Guy Bleus, op dat ogenblik instant popart-frescoschilder, dat woord ook al niet horen gebruiken? Sommigen van hen, van ons, zijn trashmen gebleven. Misschien hoorde het zo. Hadden we niet uit trouw aan onszelf en aan onze idealen met zijn allen trashmen moeten blijven? Of was die opstandige attitude niet veel meer dan een stadium op de levensweg, onderdeel van een initiatie? Of kunnen we ze als een schakel in een minderheidswording [4] beschouwen?

ian curtis

[1]  Closer, de tweede elpee van de Britse rock band Joy Division kwam uit op 18 juli 1980 op Factory Records.
De groep bestond uit:
Ian Curtis – zang
Bernard Sumner – gitaar, synthesizers
Peter Hook – basgitaar en zessnarige basgitaar
Stephen Morris – drums, elektronische drums, percussie
Producer: Martin Hannett.
De prachtige hoes was ontworpen door Martyn Atkins en Peter Saville.
De titel van de song ‘Atrocity Exhibition’ verwijst naar een boek van J.G. Ballard.
[2] Joy Division, Aurorasporen, Antwerpen, 1995
[3] Enkele van de filosofen die we in die tijd bij Aurora bestudeerden.
[4] Minderheidswording. In zijn ‘Anekdota VIII’ beschrijft Paul Rigaumont Aurora als een “plaats van een minderheidswording. (…) Een verstervingsoefening die een afstandelijkheid ten overstaan van de Staat en zijn apparaten veronderstelde. Een oefening die vooral impliceerde dat wij als gezworenen zouden ‘stotteren’ in de talen die men ons had toegespeeld. In onze spreek- en schrijftaal, in onze denktaal, in al die talen die door instellingen worden gebruikt om individuen te onderwerpen.” ‘Anekdota VIII’ (p. 81).  Toen ik dat las dacht ik meteen aan Roger Daltreys gestotter in ‘My Generation’ van the Who, dat in zekere zin het lijflied van onze generatie was.

Foto’s: Closer, Martin Pulaski, 2018; Stroszek, Werner Herzog; Polaroid, Lamorinièrestraat, vroege jaren 80, fotograaf onbekend; Pulaski op het dak door Agnes A., 1981; Ian Curtis, fotograaf onbekend.

BEGGARS BANQUET

cof

Op facebook wordt aan muziekliefhebbers door andere muziekliefhebbers al een tijdje gevraagd een selectie te maken van 10 elpees die een blijvende invloed op hun leven hebben gehad. Je vertrekt van de hoes en vertelt er, als je daar zin in hebt, een verhaal bij, maar dat hoeft niet. Soms onthullen de naam van de artiest, de titel van het album en de afbeelding van de hoes al een heel stuk van dat verhaal. Ik wil vandaag ook aan zo’n reeks beginnen, zonder dat ik weet wat het gaat worden. Een plan heb ik niet. Ik wil mezelf geen regels of beperkingen opleggen. Misschien worden het stukjes van niet veel meer dan driehonderd woorden.

godard sympathy for the devil

De eerste langspeelplaat die ik uit mijn rek haal is ‘Beggars Banquet’ van the Rolling Stones. Dat baanbrekend rockalbum verscheen in december 1968, nu bijna vijftig jaar geleden. Ik hoorde het voor het eerst in de kerstperiode in het legendarische bruine café De Kroeg in de Wolstraat in Antwerpen. Ik had in Wijnegem aan de sluis die ochtend de bus genomen voor een dagje in mijn toen favoriete stad (samen met Maastricht). Ik had het gevoel dat alle hippe mensen en alle mooie meisjes in Antwerpen rondhingen. Overal hing de geur van wierook en patchoeli en hoorde je het gerinkel van Tibetaanse belletjes; het Conscienceplein was een magische plek. Meisjes in heel korte minirokken, jongens met lange haren. Kleren even kleurig als die in San Francisco, London of Parijs. Nu het winter was zag je ook meisjes in van die prachtige Afghaanse jassen waaronder hun gelaarsde lange benen uitstaken. Met mijn hart en ledematen trillend van euforie liep ik, schipperszoon en intern in het provinciestadje Tongeren, door de betoverde straten, ging hier en daar een boetiek binnen, kocht enkele undergroundtijdschriften en boeken van Simon Vinkenoog en Hugo Raes. Tenslotte stapte ik met veel schroom De Kroeg binnen. Daar kende ik volstrekt niemand. Ik was er ook nooit eerder geweest. Ik ging aan de toog zitten, bestelde een pintje (hoewel ik bier helemaal niet lekker vond) en keek stilzwijgend voor mij uit. Hoewel mijn haren net zo lang waren als die van de meeste andere jongens en meisjes, kreeg ik al gauw het pijnlijke gevoel buiten gekeken te worden. Maar lang zat ik daar niet over te piekeren, want al bijna meteen weerklonk de nu overbekende riff van ‘Sympathy For The Devil’, het openingsnummer op ‘Beggars Banquet’. Je moet daarbij voor ogen houden dat we toen niets wisten. Er bestonden in het Nederlands nog geen noemenswaardige platenrecensies, met uitzondering van die in het Nederlandse weekblad Hitweek/Aloha. Popmuziek hoorde je alleen op de piratenzenders Radio London en Caroline en voor undergroundmuziek, genre Dr. John the Nighttripper en Tyrannosaurus Rex, moest je op het Nederlandse programma Superclean Dream Machine afstemmen. De film van Godard ‘One Plus One’ over de opname van ‘Sympathy For The Devil’ was bij ons nog niet in de bioscoop of op televisie geweest (en het zou nog lang duren eer ik hem zou kunnen zien). Wat betere popmuziek en progressieve pop en underground werd genoemd leek het terrein te zijn van een sekte van ingewijden, en dat was het ook. Een elpee was een geheim dat we deelden. Mijn vrienden en ik luisterden maandenlang naar één album en ontdekten er steeds nieuwe geluiden, betekenissen en verhalen in. Elke song riep een veelvoud van moeilijk te definiëren verlangens op. Je hoefde niet op reis te gaan om de wereld te ontdekken. Je legde een van die sublieme elpees op van the Beatles, the Rolling Stones, Pink Floyd, the Band en Traffic en je was al onderweg naar een ander universum.

michael joseph keith with orange

‘Beggars Banquet’ van the Rolling Stones, de tot dusver beste en zeker meest opwindende rock- en bluesband die we kenden, was zo’n universum. Als het album een dichter was geweest had het met recht kunnen zeggen “I am large, I contain multitudes”. En eigenlijk zei het dat ook, maar met andere woorden, met andere stemmen, met heel aardse en bijwijlen toch ook verheven muziek. Elke song op de plaat greep me naar de keel. Een wervelwind van gitaren (Keith Richards, Brian Jones), bas (Bill Wyman), drums (Charlie Watts), piano (Nicky Hopkins), mondharmonica (Brian Jones) en de vuile goddelijke stem van Mick Jagger dreigde me van mijn barkruk te blazen. Stil blijven zitten hoorde er niet meer bij. Luister nog maar een keer naar ‘Parachute Woman’. Ook nu nog doet dat helse ritme je rechtveren. Zo hadden the Rolling Stones nooit eerder geklonken. Dat was voor een deel te danken aan hun nieuwe producer, Jimmy Miller, wat ik toen waarschijnlijk niet eens wist. Wilde, angstaanjagende schoonheid spatte uit elk lied. En zo’n rijkdom aan emoties had ik nooit eerder in popmuziek gehoord. Woede, verdriet, pijn, genot, geluk, vreugde, geilheid, sarcasme, vertwijfeling, opstandigheid, onzekerheid – al die eigenschappen kwamen aan bod. Zonder het helemaal goed te beseffen hoorde ik die avond in De Kroeg een verzameling weerbarstige songs die me voor lange tijd zouden bepalen en die me nu ik vijftig jaar ouder ben nog steeds geheimen vertellen. Met die schat in mijn hoofd liep ik naar het busstation om er de bus terug naar Wijnegem te nemen. De hele rit lang hoorde ik flarden ‘Beggars Banquet’ in mijn hoofd. Maar vooral deze regels uit ‘No Expectations’: “Never in my sweet short life have I felt like this before.”
Beggars Banquet, hét album van 1968, vertelt niet alleen geheimen aan oude ingewijden maar iedereen die het maar wil kan er bekende verhalen in horen,
verhalen over onszelf en over de wereld, telkens ongeveer dezelfde verhalen maar in telkens wisselende constellaties met verschuivende metaforen en betekenissen.

Als hoes kies ik de witte, die voor mij de originele is. De échte originele, die lange tijd verboden was, heb ik nooit zo mooi gevonden. Ik heb altijd van propere toiletten gehouden, goedverlicht en hygiënisch. Wat mij betreft mag ook smerige muziek in een schone hoes verpakt zitten.

Foto’s: Martin Pulaski; Jean-Luc Godard (uit ‘One Plus One’); Michael Joseph.

ZERO DE CONDUITE: SURRENDER TO BRIAN ENO [1]

Eno-Brian-1974-01_2.jpg

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement heel specifiek voor tweeëntwintig liefst niet bekakte bakvissen, drieënzeventig zwaardviskoppen en twaalfduizend uitgeprocedeerde aartsbisschoppen – en voorts voor iedereen die het maar horen wil. Uniek in het zich steeds verder uitdijende universum, maar dat weet je al. Stem af op 106.7 FM!
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

eno glam with roxy music 1973.jpg

Brian Eno wordt op 15 mei 70 jaar, voldoende reden om zijn werk met een aflevering van Zéro de conduite te vereren.

Roxy Music zag ik een eerste keer in Théâtre Marni in Brussel op 6 december 1973. Sinds Rudy S. mij de eerste elpee (1972) had laten horen was ik een fan van de groep. Vooral Brian Eno vond ik fascinerend, al wist ik niet goed welke rol hij in de band speelde. Helaas had de extavagante non-muzikant (zo omschreef hij zichzelf) de artistieke Britse groep al omstreeks maart 1973, kort na de opname van de tweede elpee, ‘For Your Pleasure’, verlaten. Het optreden in Marni was opwindend maar ik miste de enigszins feminiene man met het blonde kapsel en het veelkleurige gevederte, degene van wie ik vermoedde dat hij het ‘genie’ was in Roxy Music. Dat vermoeden zou later bevestigd worden. Ik bleef Roxy Music daarna nog een tijdje trouw, maar na hun vierde album, ‘Country Life’ (1974) haakte ik af. Brian Eno ben ik tot nu toe blijven volgen. Hoewel ik een voorkeur heb voor zijn avant-pop uit de jaren zeventig, waartoe ik de meesterwerken ‘Another Green World’, ‘Taking Tiger Mountain By Strategy’ en ‘Before and After Science’ reken, houd ik ook van zijn ambient-producties[2] en van zijn indrukwekkende reeks samenwerkingen met vooral David Byrne, maar ook met John Cale, David Bowie, Harold Budd en andere einzelgängers. Zijn productiewerk voor ‘Fear Of Music’ en ‘Remain in Light’ van Talking Heads was baanbrekend. Afrikaanse ritmes, samples, electronica, de techniek die hij Oblique Strategies noemt – allemaal was en is het bijzonder invloedrijk op heel diverse vormen van populaire muziek.
Dat Brian Eno, ondanks zijn hoge begaafdheid en belangrijke rol in de westerse cultuur[3], zo bescheiden is gebleven siert hem des te meer. En misschien komt er nog eens een dag dat ik hem live aan het werk kan zien, al zal dat dan wel niet in Théâtre Marni zijn.

Veel luisterplezier!

june 1st 2.jpg

This – Brian Eno – Another Day On Earth – Brian Eno – 2005

If There Is Something – Roxy Music – Roxy Music – Bryan Ferry – 1972

Baby’s On Fire – Brian Eno, John Cale, Nico & Kevin Ayers – Brian Eno, John Cale, Nico, Kevin Ayers – Live June 1, 1974 – Brian Eno – 1974

On Some Faraway Beach – Brian Eno – Here Come The Warm Jets – Brian Eno – 1974

Big Day – Phil Manzanera – Diamond Head – Manzanera, Eno – 1975

Schöne Hände – Cluster & Eno – Cluster & Eno – Moebius, Roedelius , Eno – 1977

Fuseli – Brian Eno – More Music For Films – Brian Eno – 1983

China My China – Brian Eno – Taking Tiger Mountain By Strategy – Brian Eno – 1974

Warszawa – David Bowie – Low – David Bowie, Brian Eno – 1977

The Man Who Couldn’t Afford To Orgy – John Cale featuring Judy Nylon – Fear – John Cale – 1974

R.A.F. – Snatch – Snatch (with Brian Eno) – Brian Eno – 1978

Segue – Algeria Touchshriek – David Bowie – 1. Outside – Brian Eno, Michael Garson, Sterling Campbell, Erdal Kizilcay, Reeves Gabrels – 1995

Above Chiangmai – Brian Eno & Harold Budd – Ambient 2 The Plateaux Of Mirror – Brian Eno – 1980

Deep Blue Day – Brian Eno – Apollo: Atmospheres & Soundtracks – Roger Eno, Brian Eno, Daniel Lanois – 1983

I’ll Come Running – Brian Eno – Another Green World – Brian Eno – 1975

Kurt’s Rejoinder – Brian Eno – Before And After Science – Brian Eno – 1977

The Jezebel Spirit – Brian Eno & David Byrne – My Life In The Bush Of Ghosts – Brian Eno, David Byrne – 1981

Listening Wind – Talking Heads – Remain In Light – Brian Eno, Chris Frantz, David Byrne, Jerry Harrison, Tina Weymouth – 1980

Heaven – Talking Heads – Fear Of Music – Talking Heads – 1979

brian eno,eno,muziek,zéro de conduite,zero,radio centraal,106.7 fm,antwerpen,pop,rock,blues,soul,country,potpourri,ambient,artrock,punk,afro,oblique strategies,roxy music,john cale,talking heads,david byrne,david bowie,daniel lanois,snatch,cluster,phil manzanera,harold budd,producer,uitvinder,voorloper,denker,conceptueel,kunstenaar,voorbeeld

Mongoloid – Devo – Q: Are We Not Men? A: We Are Devo – G. Casale – 1978

Optimism – Lady June – Lady Junes Linguistic Leprosy – June Campbell Cramer, Kevin Ayers, Brian Eno  1974

Healthy Colours III – Robert Fripp & Brian Eno – The Essential Fripp & Eno – Brian Eno, Robert Fripp – 1994

The Secret Life Of Arabia – David Bowie – “Heroes” – Brian Eno – 1977

One Word – Brian Eno & John Cale – Wrong Way Up – Brian Eno, John Cale – 1990

Strange Overtones – Brian Eno & David Byrne – Everything That Happens Will Happen Today – Brian Eno, David Byrne – 2008

A Beautiful War – Robert Wyatt – Comicopera – Brian Eno, Robert Wyatt – 2007

2 Forms Of Anger – Brian Eno With John Hopkins & Leo Abrahams – Small Craft On A Milk Sea – Brian Eno – 2010

Indian Summer Sky – U2 – The Unforgettable Fire – Adam Clayton, Bono, Larry Mullen, The Edge – 1984

The Pearl – Brian Eno & Harold Budd  with Daniel Lanois – The Pearl – Brian Eno, Harold Budd – 1984
remain-in-light.jpg

Bonus Tracks

More Dust – Brian Eno & J. Peter Schwalm – Drawn from Life – Brian Eno, J. Peter Schwalm – 2001

White Mustang II – Daniel Lanois – Acadie – Daniel Lanois, Brian Eno – 1989

By This River – Brian Eno – Before And After Science – Dieter Moebius, Hans Roedelius – 1977

The Soul Of Carmen Miranda – John Cale – Words For The Dying – Brian Eno, John Cale

Shadow – Brian Eno – Ambient 4: On Land – Brian Eno – 1982

An Ending (Ascent) – Brian Eno – Apollo: Atmospheres & Soundtracks – Roger Eno, Brian Eno, Daniel Lanois – 1983

Fantastic Voyage – David Bowie – Lodger – Brian Eno -1979

Alhondiga – Brian Eno – The Shutov Assembly – Brian Eno – 1992

What Actually Happened? – Brian Eno – Nerve Net – Brian Eno – 1992

Tal Coat – Brian Eno – Ambient 4: On Land – Brian Eno – 1982

harmonia brian eno.jpg

[1] “I think of surrendering as an active verb, not a passive verb.” Brian Eno, in ‘Re-valuation (A Warm Feeling), 2013

[2] “My original intention with Ambient music was to make endless music, music that would be there as long as you wanted it to be. I wanted also that this music would unfold differently all the time – ‘like sitting by a river’: it’s always the same river, but it’s always changing.” http://www.brian-eno.net/about/index.html

[3] “Eno is frequently referred to as one of popular music’s most influential artists. Eno forever altered the ways in which music is approached, composed, performed, and perceived, and everything from punk to techno to new age bears his unmistakable influence. Eno has spread his techniques and theories primarily through his production; his distinctive style informed a number of projects in which he has been involved, including Bowie’s “Berlin Trilogy” (helping to popularise minimalism) and the albums he produced for Talking Heads (incorporating, on Eno’s advice, African music and polyrhythms), Devo, and other groups. Eno’s first collaboration with David Byrne, 1981’s My Life in the Bush of Ghosts, pioneered sampling techniques that would prove to be influential in hip-hop, and broke ground by incorporating world music into popular Western music forms. Eno and Peter Schmidt’s Oblique Strategies have been used by many bands, and Eno’s production style has proven influential in several general respects: “his recording techniques have helped change the way that modern musicians;– particularly electronic musicians;– view the studio. No longer is it just a passive medium through which they communicate their ideas but itself a new instrument with seemingly endless possibilities.”
Wikipedia, bewerkt

loud and quiet.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: PAARDEN

3 shooting4-1600x900.jpg

Zéro de conduite is een excentriek POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een paardenkop. Uniek in het zich steeds verder uitstrekkende universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond worden we paardenfluisteraars, paardenluisteraars, paardendieven, Lonesome Cowboys, Lone Riders, Lucky Lukes (met Jolly Jumper, het snelste paard van het Wilde Westen). We herinneren ons de postkoets, de pony express, The Searchers, Bonanza, Fury, The Shooting (met de allermooiste paarden op film). Westerns! De boeken van Cormac McCarthy, waaronder All the Pretty Horses. Hobbelpaardjes, kermispaarden, pony’s, Wild Horses of Fire van Sergej Parajanov, de Hoetsoelen… En ook deze paragraaf van Jonathan Swifts ‘Gulliver’s Travels’ schiet ons te binnen:

“In speaking, they pronounce through the nose and throat, and their language approaches nearest to the High Dutch of Germany, of any I know in Europe; but is much more graceful and significant. The Emperor Charles V made almost the same observation, when he said, that if he were to speak to his horse, it should be in High Dutch.”

En vooral luisteren we vanavond naar paardenliederen.

Veel luisterplezier!

1 Tuvans_Horse_riding.jpg

Happy Trails – The Good Life – Roy Rogers & Dale Evans With Frank Worth & His Orchestra – Dale Evans

Red River Valley – Fifty Miles To Travel – The Delmore Brothers – Traditional

High Noon (Do Not Forsake Me) – High Noon OST – Tex Ritter – Dimitri Tiomkin, Ned Washington

Blue Moon – Sunrise – Elvis Presley – Richard Rogers, Lorenz Hart

Two White Horses In A Line – The Songsters Tradition: Before The Blues – Joe Evans & Arthur McClain

My Old Horse Died – His Folkways Years 1963-1968 – Dock Boggs – Traditional

Six White Horses – The Harrow & The Harvest – Gillian Welch – Rawlings, Welch

Ballad Of A Runaway Horse – Cowgirl’s Prayer – Emmylou Harris – Leonard Cohen [Ballad of the Absent Mare]

She Loves To Ride Horses – The Dark – Guy Clark – Guy Clark, Keith Sykes

Pinto Pony – Jack-Knife Gypsy – Paul Siebel – Paul Siebel

One Way Rider – Rockabilly Blues – Johnny Cash & June Carter Cash – Rodney Crowell

Rider In The Rain – Little Criminals – Randy Newman – Randy Newman

A Horse In The Country – Blackeyed Man – Cowboy Junkies – Michael Timmins

Silver Stallion – Jukebox – Cat Power – Lee Clayton

1 catpower jukebox.jpg

All The Pretty Horses – Selections from Road Atlas 1998-2011 – Calexico – Traditional arranged by J. Burns

Death Rides A White Horse – Black Pudding – Mark Lanegan & Duke Garwood – Mark Lanegan & Duke Garwood

Pony – Mule Variations – Tom Waits – Tom Waits

Jenny’s Got A Pony – The Neighborhood – Los Lobos – David Hidalgo, Louie Pérez

New Pony – Street Legal – Bob Dylan – Bob Dylan

Long Grey Mare – Peter Green’s Fleetwood Mac – Fleetwood Mac – Peter Green

Pony Blues – Living the Blues – Canned Heat – Traditional arr. Canned Heat

Pony Boy – Brothers And Sisters – The Allman Brothers Band – Richard Betts

Chestnut Mare – (Untitled) – The Byrds – Roger McGuinn, Jacques Levy

Ridge Rider – Judee Sill’s First Album – Judee Sill – Judee Sill

White Horse – Case History – Kevin Coyne – Kevin Coyne

Broken Horse – Explosions in the Glass Palace – The Rain Parade – Stephen Roback

Horse Out in the Rain – 20 Granite Creek – Moby Grape – Peter Lewis

Horse Head Fiddle – Folklore – 16 Horsepower – Traditional

For the Horse, Etc. – Sundowner – Steve Gunn – Steve Gunn

Horses In My Dreams – Stories From The City, Stories From The Sea – PJ Harvey – PJ Harvey

Horses – Greatest Palace Music – Bonnie “Prince” Billy – Brendan Croker, Jon Langford, Sally Timms

cowboy junkies.jpg

Bonus Tracks:

Silver Rider – The Great Destroyer – Low – Alan Sparhawk, Mimi Parker, Zak Sally

Let Me See The Colts – A River Ain’t Too Much To Love – Smog – Bill Callahan

Horses – American Dreamer – Frankie Lee – Frankie Lee

Wild Horses – Sticky Fingers – The Rolling Stones – Mick Jagger, Keith Richards

God’s Wing’ed Horse (Featuring Julie Miller) – The Majestic Silver Strings – Buddy Miller – Bill Frisell

Horses – Chinatown – The Be Good Tanyas – The Be Good Tanyas

The Long Riders – The Long Riders: Original Motion Picture Soundtrack – Ry Cooder – Ry Cooder

The Horses – Duchess Of Coolsville: An Anthology – Rickie Lee Jones – Rickie Lee Jones, Walter Becker

Happy Trails – Happy Trails – Quicksilver Messenger Service – Traditional

Horses – Horses – Patti Smith – Patti Smith

searchers3.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski