ZERO DE CONDUITE: SCHADUWEN

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur met zachte hand in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: I’m all alone, won’t you give all your sympathy to mine? / Tell me a story about how you adore me / Live in the shadow, see through the shadow / Live through the shadow, tear at the shadow / Hate in the shadow and love in your shadowy life.

De schaduw is je meer nabij dan je beste vriend, dan je geliefde. Toch vergeet je hem negen keren op tien. Je ziet hem vaak zonder hem te zien. Ik weet alles van je, zegt hij. Maar je luistert niet. Of toch wel? Hoe ouder je wordt, hoe groter en donkerder de schaduw.

Onheilspellende wolken werpen een schaduw op een idyllisch tafereel dat je je nog maar net begon voor te stellen. Een soort van déjeuner sur l’herbe, moest het worden. Daar had je die verdomde schaduw al, donkere hond in het liefdesspel. Hoor je zijn gegrom, zijn gehuil als van een Limburgse wolf? Nee, van een blueszanger uit Mississippi. Van een gitaarsolo van Neil Young, van Hubert Sumlin’. Die niet, zeg je, dat was meer een kleine rode haan. In een lange hete zomer zonder een spoor van wat voor schaduw dan ook. Te lui om te kraaien, ook nog.

Weet je wat, niet alleen in donkere straten is het gevaarlijk. Ook daar waar de schaduw blijft hangen. Op de Quai des brumes in Le Havre en On the Waterfront. In het Manchester van A Kind of Loving. Als er geen liefde meer over is en je bent alleen, en niemand reikt je de hand. Dan is hij daar, de donkere schaduw. Wees op je hoede als je smacht naar erkenning, en meer nog naar roem. Denk aan De schaduw, dat onovertroffen verhaal van Hans Christian Andersen. Je schaduw kan zich los van je maken en met de dag donkerder en sterker worden, zodat jij op den duur de schaduw van je schaduw wordt en hij, je schaduw, met de beloning en de eer voor al je zwoegen gaat lopen.

De schaduw weet het allemaal. Ook al denk je dat het maar een schaduw is, niet meer dan dat.

Maar goed. Laten we deze sombere schaduwachtige gedachten wegjagen met het licht van de muziek en het sprankelen van de verbeelding. Met muziekteksten die aan de altijd aanwezige schaduw ontrukt zijn. Veel luisterplezier.

The Shadow Knows – The Coasters – The Coasters’ Greatest Hits – Leiber/Stoller

The Shadow Of Your Smile – Astrud Gilberto – The Shadow Of Your Smile – Mandel/Webster

Purple Shades – Cannonball Adderley – Julian “Cannonball” Adderley – Frank Lavere/Lew Douglas/Phil Dooley

Shadows – Roy Ayers – Daddy Bug – Roy Ayers

Blue Shadows – Lowell Fulson – The Blues Come Rollin’ In: 1952 – 1962 Recordings – Lloyd Glenn

Shady Lane – Champion Jack Dupree – New Orleans Barrelhouse Boogie – Jack Dupree

The Dark End Of The Street – James Carr – The Complete Goldwax Singles, Volume 2 1966-1967 – Moman/Penn

Shiftless, Shady, Jealous Kind Of People – The O’Jays – Back Stabbers – K. Gamble/L. Huff/J. Whitehead/G. McFadden

Standing In The Shadows Of Love – Four Tops – Four Tops Reach Out – Lamont Dozier/Brian Holland/Edward Holland Jr.

Have You Seen Your Mother, Baby, Standing In The Shadow? – The Rolling Stones – Big Hits (High Tide And Green Grass) – Mick Jagger/Keith Richards

Tombstone Shadow – Creedence Clearwater Revival – Green River – John Fogerty

Shadows – The Electric Prunes – Too Much To Dream Original Group Recordings: Reprise 1966-1967 – Gordon/Phillips

A Thousand Shadows – The Seeds – A Faded Picture – Hooper/Savage/Saxon

Shades Of Orange – The End – The Psychedelic Scene – Peter Gosling/Bill Wyman

Shadows Breaking Over My Head – The Left Banke – There’s Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969 – Mike Brown/Steve Martin

A Whiter Shade Of Pale – Procol Harum – A Whiter Shade Of Pale – Keith Reid/Gary Brooker

Shadow – R. Dean Taylor – Indiana Wants Me – Taylor

Fate Full of Shadow – Peter Lewis – Peter Lewis – Peter Lewis

Shadow On A Harvest Moon – Everything But The Girl – Idlewild – Tracey Thorn

Dry Grass & Shadows – Alela Diane – To Be Still – Alela Diane

Blue Shadows – Jimmie Dale Gilmore – One Endless Night – Jimmie Dale Gilmore/Hal Ketchum

An Awful Shade Of Blue – Tarnation – Mirador – Paula Frazer

I Got My Shadows – The Delines – Colfax – Willy Vlautin

Soulful Shade Of Blue – Neko Case – The Tigers Have Spoken. – Buffy Sainte-Marie

Cast A Shadow – Yo La Tengo – Genius + Love = Yo La Tengo – Beat Happening

Shadow In The Way – Tift Merritt – Tambourine – Tift Merritt

Shadowland – Steve Earle – Jerusalem – Steve Earle

Complicated Shadows – Elvis Costello & The Attractions – All This Useless Beauty – Elvis Costello

Shadowplay – Joy Division – Unknown Pleasures – Joy Division

Shadow Of A Doubt – Sonic Youth – EVOL – Sonic Youth

Shades Of Blue – Steve Wynn – Here Come The Miracles – Linda Pitmon/Steve Wynn

Night Shade – The Rain Parade – Beyond The Sunset – M.Piucci/S. Roback

No Shade In The Shadow Of The Cross – Sufjan Stevens – Carrie & Lowell – Sufjan Stevens

Strange Religion – Mark Lanegan – Bubblegum – Mark Lanegan

Shade And Honey – Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain – Mark Linkous

Shadow Underneath – The Handsome Family – Singing Bones – Rennie Sparks/Brett Sparks

The Shade – After the Heat – Eno, Moebius, Roedelius –  Eno, Moebius, Roedelius

Turn The Whole World On Just For A Moment… – Edie Sedgwick – Ciao! Manhattan –  Edie Sedgwick

Samenstelling, research en schaduwfoto’s: Martin Pulaski

HOTEL MONTE VISTA

Enkele dagen geleden zag ik in het gezelschap van mijn vrienden Eddie en Jan in Cinema Palace op de Anspachlaan Dreaming Walls van Maya Duverdier en Amélie van Elmbt. Het is een oprechte en ongewone documentaire over het legendarische Chelsea Hotel in New York, al meer dan een eeuw een toevluchtsoord voor bohemiens, muzikanten, prostituees, kunstenaars en junkies. Van een aantal beroemdheden die er resideerden ken je de namen: Dylan Thomas, Thomas Wolfe, Leonard Cohen, Janis Joplin, Patti Smith, Robert Mapplethorpe, Tennessee Williams, Arthur C. Clarke, Nico, Andy Warhol, Viva Auder (actrice en schrijfster van het fantastische boek Superstar), Gaby Hoffman (dochter van Viva [1]), Charles R. Jackson (schrijver van The Lost Weekend), Sam Shepard, Bob Dylan (die er naar eigen zeggen Sad Eyed Lady Of The Lowlands schreef) en Harry Everett Smith, samensteller van de invloedrijke Anthology of American Folk Music, uitgebracht in 1952.

Wat in Dreaming Walls vooral wordt belicht zijn de schaarse, voornamelijk bejaarde bewoners van het gebouw die er kost wat kost willen blijven tijdens – en ondanks – de ingrijpende verbouwingen. In de nabije toekomst wordt het Chelsea Hotel een plek voor de rijken, zij die veel dollars willen neertellen om enkele dagen de rol van kunstenaar of hoer te mogen spelen. Voor de laatste Mohikanen die er nog wonen is blijven de enige optie. Zij hebben geen geld om waar dan ook nog naartoe te kunnen gaan. Zowat heel Manhattan is een stad voor de superrijke elite geworden. Af en toe zat ik met een krop in de keel naar de verhalen van deze extravagante enkelingen te luisteren. Al is de documentaire visueel evenzeer een parel. Ik vind het een van de betere Belgische films. Hij haalt net niet het niveau van het werk van Chantal Akerman en André Delvaux, maar dat is dan ook geen sinecure. Mogelijk was ik zo verrukt omdat ik al drie jaar in geen bioscoop meer was binnengestapt.

Toen ik wat over Dreaming Walls zat te praten dacht ik opeens aan een ander hotel, waar Agnes en ik in september 1993 een drietal dagen logeerden: het Monte Vista Hotel in Flagstaff, Arizona. Dat was tijdens een reis door het westen van de Verenigde Staten. Op slag wilde ik meer weten, niet alleen over die fantastic voyage, een hoogtepunt in mijn leven, maar vooral over dat éne hotel. Na wat speurwerk in mijn archief stelde ik vast dat ik tijdens die trip van vijfentwintig dagen niet één woord heb genoteerd. In het archief heb ik in mijn handschrift alleen een telefoonnummer van een taxi gevonden. Meer niet. Gelukkig heb ik wel heel wat andere documenten, vliegtuigtickets, kaartjes van de Greyhound bussen, rekeningen van hotels en zo meer (her)ontdekt.

Wij kwamen in Flagstaff aan op 14 september 1993. We hadden die morgen de Greyhound bus genomen in Albuquerque, New Mexico. In Albuquerque, nu een metropool en bekend door de series Breaking Bad en Better Call Saul, hadden we alleen maar het miezerige Rattlesnake Museum bezocht en lekker gegeten in wat toen nog Conrad Hilton Hotel was [2]. Terwijl de helft van de huidige inwoners van Albuquerque dealers lijken te zijn en de andere helft aan de crystal meth zit, viel daar toen geen barst te beleven. Waarom was het een stopplaats op onze reis geweest? Omdat Neil Young er een song [3] over heeft geschreven? Heel goed mogelijk.

De rit van Albuquerque naar Flagstaff, grotendeels over de legendarische Route 66, duurde lang, ongeveer zeven uur, herinner ik mij, maar de panorama’s onderweg waren adembenemend. Je rijdt door mythische landschappen als het Petrified Forest, de Navajo territoria – en uit liedjes en films bekende stadjes als Gallup, Winona en Winslow.

Flagstaff was in 1993 nog een stad die het bezoeken waard was. Van daaruit kon je met een bus van de Navajo-Hopi Indianen naar de Grand Canyon. Ik heb een lijst van alle hotels waar we tijdens die reis verbleven. Onze reisagent, Ictam in Brussel, had die voor ons uitgeprint en ik heb hem hier voor me liggen. Merkwaardig dat alleen het Monte Vista Hotel in Flagstaff erop ontbreekt. Toch ben ik er zeker van dat wij er geweest zijn. Ik kan het zelfs bewijzen: ik heb er foto’s van en ik heb een factuur teruggevonden. Al even merkwaardig is dat we de Alan Ladd Room toegewezen kregen, kamer 308. Want Alan Ladd was mijn favoriete acteur toen ik vijf of zes jaar was. Mogelijk was hij mij opgevallen in de film Shane, hoewel die al in 1953 uitkwam; toen was ik drie en nog niet vertrouwd met revolverhelden, ook niet met die met een goed hart als Shane. Alan Ladd verbleef echt in kamer 308 in het Monte Vista. Ladd was niet de enige filmster die zich daar ophield. Dat wist ik toen niet maar nu wel. Ook John Wayne, Barbara Stanwick, Humprey Bogart, Spencer Tracy, Clark Gable en Esther Williams waren er te gast. O ja, er waren nog meer beroemde logés: Michael Stipe, Zane Grey (auteur van onder meer de roman “Riders of the Purple Sage”[4]), Siouxsie Sioux, Debbie Reynolds, Jane Russell, Gene Tierney en mijn favoriete acteur Lee Marvin. Jammer dat ik geen deel kan uitmaken van het geheime genootschap The Sons Of Lee Marvin: je moet namelijk op hem lijken om erbij te mogen horen. Neil Young is echter wel lid en ik zie geen enkele gelijkenis met de enige en echte Lee Marvin. [5]

Tijdens mijn opzoekingen ontdekte ik nog meer. Naast Hollywoodsterren, schrijvers en muzikanten verbleven er een aantal rare snuiters in het Monte Vista. Bovendien blijkt het er te spoken. In kamer 220 woonde lange tijd de Meat Man. Het was diens gewoonte rauw vlees aan de kroonluchter te drogen te hangen. In kamer 305 wordt af en toe de geest van een vrouw gezien, zittend in een schommelstoel bij het raam. In kamer 306 werden lang geleden, toen in de buurt van het hotel de prostitutie nog welig tierde, twee hoeren vermoord en door het raam naar beneden geworpen. Onder meer John Wayne heeft voor de deur van kamer 210 ooit een spookachtige piccolo gezien. De westernheld kreeg er allesbehalve de daver van op het lijf. Wat ook niet te verwachten was. That‘ll be the day! Andere gasten bevestigen dit verhaal over die Phantom Bellboy. In de Cocktail Lounge wordt soms een dansend stel gezien. Altijd dansen zij naakt op Bertha, Dark Star en andere songs van the Grateful Dead en ze schamen zich voor niemand. Drie mannen die een bank in de buurt van het hotel hadden beroofd kwamen in diezelfde lounge hun dollars opdrinken. Een van de drie dronk zoveel Heaven’s Door Whisky dat hij van zijn barkruk viel, morsdood. Niemand weet wat met de andere twee dronken rovers gebeurde. Ik las ooit dat The Ballad of Frankie Lee and Judas Priest over de twee mogelijk nog steeds voortvluchtige bandieten gaat, maar dat is ongetwijfeld fake news en post truth. Ook de bewering dat sommige scenes van Casablanca in een van de kamers van het roemruchte hotel werden gefilmd lijkt me vergezocht.

Toen wij er logeerden werden we op een ochtend wakker met bloedvlekken op onze kleren. Hoe was dat mogelijk? We waren de avond tevoren alleen maar naar een concert van Dwight Yoakam – met een wel heel sexy Carlene Carter als opener – geweest. Zijn A Thousand Miles from Nowhere was in die tijd een grote hit in de Verenigde Staten. Daarna nog een drankje in de bar en dan naar bed. Omdat we maar weinig kledij hadden meegebracht – veel ging er in onze rugzakken niet in – moesten we die dag naar de Sno-Flake Dry Cleaner and Shirt Laundry in North Elden Street, gelukkig niet ver van het hotel. Wat verder, in South San Francisco Street had je de winkel Cheap Clothes. Zoals te verwachten en te voorzien was, was nagenoeg alles er spotgoedkoop en lelijk. Gelukkig had ik nog een T-shirt van het Rattle Snake Museum in Albuquerque, en Agnes had er een met een afbeelding van Billie Holiday op, die ze ook als jurk kon dragen. Over het concert van Dwight Yoakam en ons bezoek aan de Grand Canyon schreef ik eerder al een stukje. Tijdens de terugrit met de Indianen zagen we niet al te hoog in de lucht boven Arizona een UFO vliegen. Zelden heb ik zoveel sterren gezien als die avond op weg naar Flagstaff. De volgende ochtend namen we de Greyhound naar Phoenix. Bijna vergaten we onze kleren te gaan afhalen bij Sno-Flake Dry Cleaner and Shirt Laundry. De bloedvlekken waren netjes verwijderd.

[1] “Gaby Hoffmann recalled, “I grew up in downtown New York in the ’80s. I have a friend who grew up with me, and she puts it well. She says, ‘If you grew up where we grew up, if you weren’t an artist, a drag queen, queer, or a drug addict, then you were the freak.’ I grew up in a world where I guess what is considered unusual or abnormal for the rest of America was very much considered the norm.” She also reported in an interview that there had been gunfire and a rape at the hotel shortly before they moved out.”

[2] Het eerste Hilton hotel buiten Texas, gebouwd in 1939, nu Hotel Andaluz.

[3] Op Tonight’s The Night, verschenen in juni 1975 op het Reprise label.
“So I’ll stop when I can
Find some fried eggs and country ham
I’ll find somewhere
Where they don’t care who I am
Oh, Albuquerque
Albuquerque.”

[4] Waar de Californische countryrock band The New Riders Of The Purple Sage zijn groepsnaam vond. Hun eerste, voortreffelijke elpee verscheen in 1971. De toenmalige leden waren John Dawson, David Nelson, Dave Torbert, Jerry Garcia en Spencer Dryden.

[5] Founding member and film director Jim Jarmusch explained, “If you look like you could be a son of Lee Marvin, then you are instantly thought of by the Sons of Lee Marvin to be a Son of Lee Marvin”. 

Foto’s: Martin Pulaski, september 1993. Documenten uit het archief van Matti Brouns.

ZERO DE CONDUITE: OVER AARDE

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur met zachte hand in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Late in the heavens / That are already bought / Sleeps a red planet / In the galaxy of a lion’s thoughts.

In memoriam Jerry Lee Lewis en Pierre Soulages

In deze aflevering verlaten we de innerlijke ruimte: we gaan naar buiten. Hier is de aarde, onze blauwe en groene en beschadigde planeet. Meer dan ooit in de geschiedenis vraagt zij onze aandacht.

De zon werpt licht op landen en landschappen. Op het gras en de rozen en de platanen. De dagen staan ons toe te werken, te denken, te rekenen, te beminnen. Soepele dagen, die we zo graag indelen in wiskundige eenheden, terwijl de tijd vliegt. Waar is de nacht gebleven? Alle straten, alle paden, alle holle wegen zijn verlicht. Alle streng bewaakte parken zijn verlicht. Moeilijk om van onder de dennen, van tussen de rotsen de sterren te zien. Zelfs de lumineuze wolken onttrekken zich aan het oog. Maar we spannen ons in om toch iets te ontwaren. We luisteren. Niet naar ons hart, maar naar de ziel van wat ons omgeeft. Op een bergtop neemt de helderheid toe. In de valleien branden vuren. Angstig zoeken overblijvende dieren een schuilplaats in de schaduw van olmen, paardenkastanjes en beuken. Alsof ook zij bang zijn geworden stromen rivieren donker naar de zee. Hun water is tegelijk woest en moe. De hele aarde kreunt onder ons afval.
Altijd is er een groter vuur mogelijk. Altijd weer sluiten naties hun grenzen, om oorlog te kunnen voeren en zo vijandelijke steden, dorpen, gehuchten en wat overblijft van de wouden te verwoesten. Vijanden. Zijn niet alle naties elkaars vijanden? Is niet elke mens stilaan een vijand geworden van wat deze aarde doet bewegen? Met de rug naar de onzichtbare sterren gekeerd en daardoor blind voor zichzelf en zijn liefde? Zou alleen een goede superman ons nog kunnen redden? Of is dat alleen maar een droom uit Hollywood? Desondanks veel luisterplezier. Muziek kan helpen…

Planets – Bill Callahan – YTI⅃AƎЯ – Bill Callahan – 6:11

Mornin’ Glory – Iris DeMent – Sing The Delta – Iris DeMent – 4:47

The Morning Light – Ron Sexsmith – Forever Endeavour – Ron Sexsmith – 2:53

Friday Night – Beth Orton – Weather Alive – Beth Orton – 5:34

Where Did The Night Go – Gil Scott-Heron – I’m New Here – Gil Scott-Heron – 1:14

Air – Talking Heads – Fear Of Music – Talking Heads – 3:34

Fractured Air (Tornado Watch) – Calexico – Carried To Dust – Joey Burns – 3:15

Blue Clouds – Mercury Rev – The Late Great Daniel Johnston: Discovered Covers – Daniel Johnston – 4:43

Mountain In The Clouds – Miroslav Vitouš – Infinite Search – Miroslav Vitouš – 1:52

Falling Down a Mountain – Tindersticks – Falling Down A Mountain – Stuart A. Staples – 6:32

Adouagh Chegren (At The Top Of The Mountain) – Bombino – Deran – Abdallah Oumbadougou – 5:01

High On The Mountain – Joan Shelley – Like The River Loves The Sea – Joan Shelley  – 3:49

Summer Dream – Bonny Light Horsemen – Rolling Golden Holy – Bonny Light Horseman – 5:20

Into The Woods – My Morning Jacket – Z – Jim James – 5:21

The Black Oak – Emily Jane White – Ode to Sentience – Emily Jane White – 3:03

Fire Of Unknown Origin – Patti Smith Group – Wave – Patti Smith, Lenny Kaye – 2:09

The Fire – Television – Adventure – Tom Verlaine – 5:57

Blue River – Eric Andersen – Blue River – Eric Andersen – 4:46

By The Rivers Dark – Leonard Cohen – Ten New Songs – Leonard Cohen/Sharon Robinson – 5:21

The Sea Calls – Richard Hawley – Lady’s Bridge – Richard Hawley – 5:54

Last Lion Of Albion – Neko Case – Hell-On – Neko Case – 3:38

The Eagle And Me – Van Dyke Parks – Song Cycle – Arlen/Harburg – 2:30

Animal Farm – The Kinks – The Kinks Are The Village Green Preservation Society – Ray Davies – 3:01

All The Things [Alternate Version] – The Byrds – (Untitled) / (Unissued) – Roger McGuinn/Jacques Levy – 4:58

Fantastic Voyage – David Bowie – Lodger – David Bowie/Brian Eno – 2:59

Icarus Or Blériot – Brian Eno – Foreverandevernomore – Brian Eno – 4:24

Orange Crush – R.E.M. – Green –  R.E.M. – 3:52

Waitin’ For A Superman (Mokran Mix) – The Flaming Lips – Soft Bulletin – The Flaming Lips – 4:20


Samenstelling, research en foto’s: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: EEN WANDELING IN HET PARK

Serralves, Porto. 11 november 2012


Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: It’s just a rumour that was spread around town / Somebody said that someone got filled in / For saying that people get killed in / The result of this shipbuilding / With all the will in the world / Diving for dear life.

Bij de samenstelling van deze aflevering van Zéro de conduite stelde ik me voor dat ik in een mooi park wandelde, Hampstead Heath in Londen bijvoorbeeld, en dat de gedachten, dagdromen en invallen die er tijdens die wandeling in mijn hoofd zouden opkomen begeleid zouden worden door songs. Of dat ze mijn gedachtestroom – zeker in het geval van gepieker over armoede, ziekte en dood – zouden doorbreken. Van welke liedjes ik in mijn denkbeeldig park tijdens mijn fantasmagorische wandeling graag wilde horen maakte ik een lijst: liedjes voor een wandeling in het park. Het is geen platonische lijst geworden met daarin de absoluut allermooiste liederen voor zo’n promenade; dat zou onmogelijk geweest zijn. Niemand kan vrijblijvende lijsten maken. We leven in onze eigen tijd en worden of we het nu willen of niet op elk ogenblik beïnvloed door wat ons omgeeft. Een uitgesproken inspiratiebron was een interview met de begenadigde bass explorer Danny Thompson – uit Battersea, waar het romantische Battersea Park met de London Peace Pagoda is gelegen – in het maandblad Mojo. Danny Thompson is 83 maar zijn geest (brain) is nog 18, zegt hij. Hij speelde contrabas bij talloze legendarische muzikanten en bands, waaronder John Martyn, Pentangle, Tim Buckley, Nick Drake, Richard Thompson, Incredible String Band, Paul Weller en Kate Bush. Op die manier zijn er nogal wat nummers waarop Danny Thompson de contrabas hanteert in de lijst binnengeslopen. Met dank aan interviewer Tom Doyle. De meeste songs voor deze wandeling mogen met enige ironie easy listening worden genoemd, al zijn ze dat soms op een wat perverse manier. En er is natuurlijk op de achtergrond – die soms voorgrond wordt – de oorlog. Vandaar de traditional Oh Death, Elvis Costello’s en Clive Langer’s Shipbuilding, Jeff Tweedy’s War on War en zelfs All The Neon Lights Are Blue van de o zo miskende zanger en componist Mickey Newbury. Tim Buckley’s The Earth Is Broken (live in Londen) spreekt dan weer boekdelen over wat wij met de aarde hebben gedaan. Dat stel je zelfs vast als je in het allermooiste park je zorgen probeert te vergeten, luisterend naar het gekwinkeleer van de vogels of plots oog in oog staand met een prerafaëlitische engel. Wandelend in een park kun je verlangen naar een andere wandeling in een ander park, of in een paradijselijke tuin, zoals die van Serralves in Porto. Wat in deze pastorale aflevering zeker niet mocht ontbreken is Walk in the Park van Victoria Legrand en Alex Scally, beter bekend als Beach House.

Veel luisterplezier.

Opgedragen aan Danny Thompson. Long may you run.

Hampstead Heath, Londen. 25 juni 2014

The Earth Is Broken – Tim Buckley – Dream Letter: Live In London 1968 – Tim Buckley

Summer Dress – Ryley Walker – Primrose Green – Ryley Walker

Absinthe – Beth Orton – Comfort Of Strangers – Beth Orton

Sleeping Me Awake – James Elkington – Ever-Roving Eye – James Elkington

Summer Heat – Bert Jansch – When The Circus Comes To Town – Bert Jansch

Lord Franklin – Pentangle – Cruel Sister – Trad. arr. B.Jansch/J.Renbourn/D.Thompson/T.Cox/J.McShee

In A Crowd – The Modern Jazz Quartet – The Sheriff – John Lewis

Solid Air – John Martyn – Solid Air – John Martyn

River Man – Nick Drake – Five Leaves Left – Nick Drake

Os Dias São À Noite – Madredeus – O Paraíso – Pedro Ayres Magalhães

Shipbuilding – Robert Wyatt – Panic – Elvis Costello/Clive Langer

In Florida – Jake Xerxes Fussell – Good And Green Again – Jake Xerxes Fussell

The Mad Hatter’s Song – Incredible String Band – The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion – Robin Williamson

Alabama Bound – The Charlatans – The Amazing Charlatans – Traditional

Oh Death – Kaleidoscope – Side Trips – John William Reedy

All The Neon Lights Are Blue – Mickey Newbury – Blue To This Day – Mickey Newbury

Journey in Satchindananda – The Third Mind – The Third Mind – Alice Coltrane

Never Learn Not To Love – The Beach Boys – 20/20 – Dennis Wilson/Charles Manson

Sylvia Said [1995 Remix] – John Cale – Fear – John Cale

In My Other World – Julee Cruise – The Voice Of Love – Julee Cruise/Louis Tucci

Walk In The Park – Beach House – Teen Dream – Alex Scally/Victoria Legrand

Constellation – Calexico – El Mirador – Joey Burns

Mount Airy Hill (Way Gone) – Kurt Vile – (watch my moves) – Kurt Vile

Listen To Me – Micah P Hinson – All Dressed Up And Smelling Of Strangers – Charles Hardin/Norman Petty

Surfin’ USA – The Jesus And Mary Chain – Darklands [Disc 2] – Chuck Berry/Brian Wilson

Little Honda – Yo La Tengo – I Can Hear The Heart Beating As One – Mike Love/Brian Wilson

War On War – Low – Wilco Covered – Tweedy

End of the Season – The Kinks – Something Else by the Kinks – Ray Davies

Edie Sedgwick – Turn The Whole World On Just For A Moment… – Ciao! Manhattan – Edie Sedgwick

Hampstead Heath, London. 25 juni 2014


Research, samenstelling en foto’s: Martin Pulaski

DE ORTO BOTANICO IN PALERMO

Palermo is een stad als geen ander. Vervallen, vuil, en van een ongeëvenaarde, zenuwslopende schoonheid. Ik verbleef er in 1998 een week en keerde er onlangs terug vanwege een onweerstaanbare lokroep. Er is weinig veranderd in Palermo, al is een deel van de oude stad nu autovrij en zijn de inwoners stukken vriendelijker en gastvrijer dan toen. Het leven lijkt er intens en een beetje wild. De geuren en kleuren van de stad zijn overweldigend. Soms moet je je terugtrekken uit al die drukte, een beetje op adem komen. De Orto Botanico, dichtbij de zee en de haven waar de boten naar onder meer Napels en Tunesië vertrekken, is daar een bijna perfecte plek voor. Ik houd al een groot deel van mijn leven van botanische tuinen en zoek ze tijdens mijn reizen zoveel mogelijk op. Die van Palermo is een van de mooiste.

LA BANDIDO

Saintes-Maries-de-la-Mer. Foto: MP


Kathy: What are you rebelling against, Johnny?
Johnny: What do you got?
The Wild One, László Benedek

Saintes-Maries-de-la-Mer, vrijdag 20 juli 1979

De hitte blijft en met de hitte de lethargie. Niet lang meer en we leven als kikkers. ’s Nachts zal je van mij dan alleen nog wat gekwaak horen. Al is in deze schrale moerassen wat lekkere vochtige en koele modder ver te zoeken. Mijn gekwaak zal alvast minder luid zijn dan dat van de Helse Engelen, de Teutoonse Rebels Motorcycle Club. Hun nachtlawaai stoort me niet langer, ik geniet al ietwat van hun gebrom, het enige vermaak tijdens een grotendeels slapeloze nacht. Mogelijk is hun stoere look alleen maar een code. Is hun voorkomen niet veeleer een uiting van bijna frivole speelsheid dan van adolescente ernst? Maar opgepast toch, want hun cool is dat van een dorre heide tijdens een hittegolf. In hun nabijheid speel je best niet met lucifers. Jack Kerouacs Desolation Angels zijn die jongens en meisjes alvast niet.

Het zou hier heerlijk kunnen zijn mocht er maar wat schaduw vallen en een koele zeebries opsteken. Maar er valt geen schaduw, er is alleen maar zand en steen. Na zonsondergang is het beter. Gisteravond was het zelfs goed, zo goed als het maar zijn kan. Ik zal me die kosmische ervaring van desolaatheid en eenwording, van diep vergeten, zeker nog lang herinneren. Vanwege de tropische hitte kun je overdag niets anders doen dan wat rondhangen en wachten. Ik schreef gisteren al over het koude water van de Middellandse Zee en daarbovenop de praktische problemen die samen zwemmen onmogelijk maken.

Daarom hebben we beslist om morgen te vertrekken. Als het weer ons toelaat om onze tent op te breken en met onze rugzakken tot aan de bushalte te lopen. We weten ook nog altijd niet waar naartoe. Waarschijnlijk wordt Aix-en-Provence onze bestemming. De vraag is of we die reis zullen kunnen betalen. Liften is uitgesloten. Hier in Frankrijk is een ware hetze tegen lifters aan de gang. Een lifter zou een Belgisch stel uit Gent hebben vermoord. Weinig automobilisten zullen geneigd zijn te stoppen voor twee – niet eens surfende – rare vogels. Mogelijk hebben we nog net voldoende geld voor de trein naar Aix-en-Provence en voor de treinreis naar Antwerpen. Maar dan hebben we thuis niets meer tot het einde van de maand.

Hadden we – zo arm als we waren – wel mogen vertrekken? Was dat geen vergissing? We hebben zo weinig armslag. Maar goed, we zijn hier nu en we moeten er maar het beste van zien te maken. Op dit ogenblik snak ik naar muziek, maar die hoor je hier nauwelijks, tenzij die hardrock van de gang van onze Johnny Strabler. Deze middag wel een flard Idiot Wind gehoord. Enkele vlijmscherpe woorden kwamen me uit een voorbijrijdende auto toegewaaid. Opeens voelde ik heimwee. Kon ik nu maar een elpee van Bob Dylan of Elvis Costello opleggen, dacht ik. Blood on the Tracks, This Year’s Model. Was ik maar in de Cinderella, op de dansvloer, mijn hoofd in de giftige rook. Ik heb genoeg van gezondheid en zon. Tegelijk mis ik de stilte en de roerloosheid van mijn kamer.

Waarom heb ik zo de pest in? Omdat we niet eens kunnen wandelen. Er is geen schaduw en geen eenzaamheid. Vandaag haat ik deze omgeving van verschroeid gras, uitgedroogde moerassen, flamingo’s, stieren en paarden. Alle schoonheid is verschrikkelijk. Ook die van de vrouwen op het strand, wellustig copulerend met hemel en aarde. Het lijkt wel of ze zich met elke porie overgeven aan een obscene zonnegod. Als ik hen voorbijloop voel ik geen opwinding als mijn blik op hun borsten of hun billen valt. Heel even schiet me de venijnige song Peaches van the Stranglers te binnen. Maar die is me te agressief en te misogyn. Onbewogen vervolg ik mijn moeizame passage. Dan kijk ik om en zie Senga achter me drentelen. De beweging van haar borsten in harmonie met haar voorzichtige tred. Opeens verlang ik heel intens naar haar, wil ik haar dicht tegen me aan, wil ik op haar, onder haar, in haar zijn. Spelen de vrouwen die zich hier op het strand met hun verhitte lichamen overgeven aan de elementen dan toch een rol in die plotse opflakkering van mijn lustgevoelens? Het is nog een heel eind lopen naar ons tentje.

Saintes-Maries-de-la-Mer. Foto: MP

Als ik op reis ga zoek ik vooraf hoogstzelden iets op over de streek waar ik naartoe ga. Ik wil niets weten, ik wil overal onbevangen aankomen. Geen reisgidsen voor mij. [1] Zo had ik thuis al kunnen lezen over de vogels die hier leven, hoe ze eruitzien, welke namen ze van God hebben gekregen en zo meer. Maar dan zou ik niet verrast geweest zijn door hun kleuren en hun vlucht. Mogelijk zou mij dan ook de schoonheid van de naamloos gebleven bomen zijn ontgaan, die hier in weerwil van de hitte nog weelderig bloeien. Mijn wandelingen zouden vooral oefeningen geweest zijn om mijn nog abstracte woorden in overeenstemming te brengen met de concrete dingen.

Wel wist ik dat Saintes-Maries-de-la-Mer het belangrijkste Europese bedevaartsoord is van de Roma. Ik las er wat over in een toeristische folder en daarna in een reisgids in een boekenwinkel in Arles. Elk jaar in mei komen Zigeuners uit heel Europa naar Saintes-Maries. Op 24 mei wordt het feest van hun patroonheilige, Sara, gevierd. Ze wordt Kali Sara genoemd, wat Zwarte Sara betekent. Sara, aldus de legende, was een zwarte Opper-Egyptische dienstbode van Lazarus en van zijn zussen, de drie Maria’s (Maria Magdalena, Maria van Klopas en Maria Salomé). Op de vlucht voor de Romeinen, die alle christelijke sekteleden genadeloos vervolgden, kwam Zwarte Sara hier samen met de drie Maria’s in het jaar 42 in een kleine vissersboot aan. Als aandenken aan die gebeurtenis wordt op 24 mei het beeld van de Zwarte Sara uit de crypte van de Notre-Dame-de-la-Mer gehaald en naar de Middellandse Zee gedragen. [2]

Bob Dylan, geboren op 24 mei 1941, bracht vijf jaar geleden in het gezelschap van zijn toenmalige vriend, de schilder David Oppenheim, enkele dagen in Saintes-Maries door. Er werd veel gedronken en gezongen en muziek gespeeld. Op het strand zou hij met Manitas De Plata – “l’homme aux petites mains d’argent” – hebben gejamd. Mogelijk vond Dylan hier inspiratie voor zijn song One More Cup Of Coffee (Valley Below). Maar met deze anonieme, gemaskerde en geniale kunstenaar kun je nooit zeker zijn. Dylans echtgenote, Sara Lownds, was thuisgebleven. Het huwelijk van Bob en Sara viel niet meer te redden. [3]

Ik zit te schrijven op het terras van café La Bandido. Het wordt stilaan donker. Bandieten zie ik hier niet, Zigeuners evenmin. Wel hoor ik, gelukkig niet al te luid, Radio Monte Carlo verkondigen dat je helemaal niets te verliezen hebt. Je kunt alleen maar winnen. En als je niet wint word je onzichtbaar. Kijk, dan kies ik voor onzichtbaarheid. Overigens is de zee van hieruit niet zichtbaar, wel de Arena, waar ’s avonds stierengevechten plaatsvinden. Corrida sans mise à mort, het wordt hier vijf keer per dag wordt omgeroepen vanuit een reclame-auto. De Arena, nog een plaats die we niet hebben bezocht. Ooit komen we terug, in de lente, in mei, als er schaduw valt en af en toe een koele zeebries opsteekt. [4]

[Nachten aan de Kant 51. Zomer 1979]

Arles. Foto: MP

[1] Daarin ben ik wel erg veranderd. Weken op voorhand al begin ik nu – en al vele jaren doe ik dat – aan mijn reisvoorbereidingen.

[2] “Een andere overlevering beschrijft Sara als stamhoofd van een Roma-gemeenschap die aan de monding van de Rhône leefde. Eens per jaar haalde de gemeenschap tijdens een religieuze ceremonie het beeld van Ishtari (Astarte) uit de tempel waarna het in processie naar de zee werd gedragen en gebaad werd. Op een dag had Sara een visioen, waarin ze de boodschap kreeg dat de heiligen die aanwezig waren bij Jezus’ dood zouden komen en dat zij hen moest helpen. Sara zag hen daarop aankomen in een boot over een onstuimige zee, waardoor de boot niet kon aanmeren. Maria Salomé wierp haar omslagdoek op de golven en Sara kwam erover naar hen toe. Ze hielp de opvarenden vervolgens door middel van gebed aan land te komen.”
Wikipedia
Veel dank aan Ben Joosten voor bijkomende informatie in dit verband.

[3] Meer over de context van One More Cup of Coffee (Valley Below): “Dylan reveals the inspiration for the rest of the lyrics during the concerts between 14 November and 16 December 1978 and also in interviews (with Paul Zollo, SongTalk, 1991, with Shelton in ’78, Jonathan Cott in ’77 and in Australia with Karen Hughes in ’78).
The heart is a visit to a gypsy king in southern France. (…) Every year in Saintes-Maries-de-la-Mer a religious pilgrimage for gypsies takes place, which Dylan visited on his thirty-fourth birthday, together with his host David Oppenheim, the painter. Dylan wraps his memories of that visit in picturesque, sheer cinematic terms:
“A few years ago I went over the South of France when the gypsies have their festival. It happens to be their high holy holiday, like Christmas time. Anyway, that particular day happens to be the day I was born on. It’s my birthday also. I’d heard about that for years and I went over to check it out. Just like that, I did.
“So I arrived, over a town on the ocean, in the south of France. And all the gypsies were there. They were there from Hungary, Romania, France, England, Germany, all them countries. Just all along the beach. What they do for their holiday is just party for a week. So, I managed to meet the king of the gypsies over there. I don’t know how old he was, he was wearing a derby hat when I met him. He had 16 wives and 125 children.  And I was very impressed of that.
“Anyway, I stayed around and partied for a week, I didn’t sleep, did everything there was to do at least twice. And when it was time to leave he said, “What you want, Bob, now when our ways are gonna part?” All I needed was just to stay up one more day, just to get back to the North of France, so I asked for just please give me one more cup of coffee for the road. So they give it to me in a bag, I took it and headed off down.””
https://bob-dylan.org.uk/archives/9249

[4] Op 24 mei 2018 was ik even terug in Saintes-Maries-de-la-Mer. Van de woeste schoonheid van destijds was weinig overgebleven. Het bedevaartsoord was een consumptiehel geworden, zoals zoveel andere mooie plekken in de wereld. Van mensen in Arles hoorde ik echter dat het er in de winter nog aangenaam kan zijn. Na een uurtje walgen in de overvolle straatjes liepen we terug naar de bushalte aan de rand van het stadje. Terug naar het nog altijd lieflijke Arles.

OP DRIFT IN PARIJS

Graf van Frédéric Chopin. Foto: MP

[Nachten aan de Kant 45]

“Mon front est rouge encore du baiser de la Reine…”
Gérard de Nerval, El Desdichado

Veel heb ik niet geslapen. Daar was ik te rusteloos voor. Pas toen ik in bed lag, begon het tot mij door te dringen dat ik in Parijs was, de stad die me samen met Londen het meest dierbaar is. Maar hoe kan ik dat weten, ik heb nog maar zo weinig van de wereld gezien. Flarden van onze conversatie in het restaurant bleven in mijn hoofd rondspoken. Flarden van de naargeestige stilte van Gabriella. Haar fascinatie voor Moby Dick, voor de witheid van de walvis. Biarritz. Tweehonderd kilometer stappen. Ik zag het kleine blinde poesje weer voor me, nu veilig bij Giuseppe. Of was dat zelfbedrog van me? Hoe meer moe ik werd hoe meer en hoe sneller allerlei beelden zich aan me opdrongen. Scènes van Delft en Transsylvanië uit Werner Herzogs versie van Nosferatu. Minder indrukwekkend dan die van Murnau, bedacht ik, maar de witte huid van Isabelle Adjani maakte veel goed. Sublieme beelden van koortsachtige, bekorende landschappen waarin Kit en Holly hun noodlot tegemoet rijden. Terrence Malicks Badlands, een hoogtepunt in de recente filmgeschiedenis. Woorden uit Un coup de dés dwarrelden in het donker van de kamer neer, als fonkelende sneeuwvlokken op een donkergrijze, onverschillige aarde. Ik dacht aan de afgrond, altijd gapend en altijd nabij. Ook hier, in het Hôtel de Lisbonne. Wij zijn schipbreukelingen van de witte zeilboot die onder de naam van Mallarmé vaart. Inmiddels was het gaan regenen. Ik hoorde de druppels op de zinken Parijse daken vallen. Zo zakte in mijn gedachten de hoge koorts en viel ik dan toch in slaap.

Na een schaars ontbijt met sterke koffie spoeden we ons naar het Gare de Lyon waar we nog twee slaapplaatsen kunnen reserveren op de trein naar Marseille. Het staat nu vast: we gaan naar Arles. Vanavond om kwart voor tien vertrekken we. Voldoende tijd om een dag in Parijs rond te slenteren.

Gérard de Nerval.

In Saint-Germain-des-Prés wordt een tragikomisch stuk opgevoerd. Zowat iedereen is hier een acteur die zichzelf speelt. De hele cast doet aan overacting. De acteurs zijn zich er te zeer van bewust dat ze in theater Sorbonne spelen. In het Quartier Latin, tussen levensechte filosofen en historici. Hoewel ik mijn tekst niet ken en zelfs niet weet wie de regisseur is, heb ik het gevoel dat ik meespeel. Een kleine, korte rol – maar meer dan een figurant. Die van een naamloze wereldburger die nergens thuis is, tenzij in straten als deze, met huizen waar achter de gevels boeken worden gelezen en gedichten geschreven. Je kunt je in deze zone zonder moeite een moderne Stéphane Mallarmé, een hedendaagse Guillaume Apollinaire voorstellen. Achter de “affiches qui chantent tout haut”.

Later bezoeken we het kerkhof Père Lachaise. Een oude, mogelijke wat morbide wens gaat daarmee in vervulling. Ik vind het goed en mooi om een reis te beginnen met een nederig bezoek aan het rijk der doden.

De sereniteit en de stilte die er heersen zal ik wel nooit vergeten. De regen die zacht neervalt als een zegen van ons goedgezinde goden. De portier is een authentiek type, stokoud, gebogen, zijn stem trillend met een eerbiedig, typisch Frans pathos. Je hoort de aangeboren eerbied voor l’Histoire, les Hommes Célèbres, les Artistes, vermengd met de deemoed die zo vaak opduikt in de nabijheid van de Dood. Trots wijst hij ons op een plannetje de plaatsen aan waar zijn beroemdheden hun eindeloze slaap slapen: Edith Piaf, Frédéric Chopin, Marcel Proust, Amedeo Modigliani, de wanhopige Gérard de Nerval, Guillaume Apollinaire. Ik ben ervan overtuigd dat hij hun graven ook in de donkerste nacht nog zou terugvinden. Er ligt hier ook een zekere Jim Morrison begraven, voegt hij er nog aan toe, “un chanteur américain”, veel jongeren vragen naar hem. [1]

Bij het graf van Chopin krijgt Senga opnieuw een verschrikkelijke hoestbui. Kan dat toeval zijn? Chopin leed toch aan tuberculose? Lang sta ik te mijmeren bij het graf van Gérard de Nerval. Maar weinig van mijn tijdgenoten schijnen de schrijver van Les Chimères en van het onovertroffen verhaal Sylvie een bezoek te brengen. Worden zijn boeken nog gelezen? Wat een pijnlijk contrast met de laatste rustplaats van Jim Morrison. Wel zingt Steve Winwood een aangrijpend lied over de Parijse dichter. [2]

Graf van Jim Morrison in 2014. Foto: MP

Père Lachaise is een labyrint. Je verliest er gemakkelijk je weg en dat is niet wat je echt wilt. Er even rondslenteren, dat wel, maar toch ook weer niet té lang. Daar is later nog voldoende tijd voor. Tussen de graven zwerven opvallend veel grote, enigszins zwaarlijvige en daardoor wat traag bewegende katten rond. Ze kijken met een doordringende blik naar je, als vanuit een andere wereld. Opvallend veel van de poezen hebben een rode pels. Ik schrik als een enorme zwarte kat uit een grote houten kist opspringt. Lijken deze dieren niet op mensen? Misschien zijn zij wel reïncarnaties van sommige doden die hier begraven liggen? Ik krijg een inval voor een verhaal – een soort van fabel – dat zich afspeelt in het land genaamd La Chaise. De inwoners zijn levende doden die luisteren naar namen als Jean de La Fontaine, Gérard de Nerval, Sarah Bernhardt, Oscar Wilde en dergelijke meer. Hun graven zijn hun huizen. De levende doden kunnen vrij rondwandelen, met elkaar praten, zingen, aan politiek doen, korte films maken; ze kunnen toneelspelen, bij voorkeur stukken van Molière en Racine. Ze kunnen van gedaante veranderen. Liefst van al nemen deze illustere doden de gedaanten van katten aan. Soms, vooral op feestdagen, brengen ze de levenden aan het schrikken. Hun volgevreten buikjes schudden dan van het lachen. Zelf beleef ik al wat plezier aan het bedenken van dit eenvoudige verhaal. Maar schrijven zal ik het nooit. Ik ben geen fabelschrijver. Ik ben een surrealist. [3]

De laatste tombe waar we veel aandacht aan geven is die van Oscar Wilde. Het is de allermooiste:

                And alien tears will fill for him
Pity’s long broken urn,
For his mourners will be outcast men,
And outcasts always mourn.

Deze dode kan in vrede rusten; sommige bezoekers hebben hem nog werkelijk lief. Er brandt zelfs een kaars bij zijn tombe.

Graf van Oscar Wilde in 2014. Foto: MP

Van Père Lachaise nemen we de metro naar Ile Saint-Louis. Daar, in Square Barye, rakelen we herinneringen aan onze prille liefde op. Onze allereerste uitstap, in juli 1975, toen we nog maar twee maanden samenwoonden, was naar Parijs. Net als toen drinken we nu aan de oever van de Seine rode wijn en eten een stuk brood. Is er sinds 1975 iets veranderd? Ik ben harder geworden, minder gauw ontroerd. De Seine kan me niet meer zo bekoren, tot tranen toe bewegen, als in die tijd. Ook in onze verhouding gaat het er minder zachtmoedig aan toe. Het romantische van de verliefdheid is er nagenoeg uit verdwenen. De tijd heeft voor verwijdering gezorgd, er is meer afstand tussen ons gekomen. Maar anderzijds weet ik dat onze volwassen liefde is gegroeid, dat we ons inspannen om elkaar te begrijpen zoals we werkelijk zijn. Dat we elkaar niet langer op een romantische wijze aanbidden maar elkaar graag zien. En we passen nog altijd even goed in elkaar, vooral op dagen dat we van vuur zijn, zoals Les filles du feu van Nerval.

Bij het graf van Jim Morrison in 2014. Foto: MP

[1] In die tijd had Jim Morrison nog geen grafsteen. “Jim’s grave did not resemble that of a hero, I had been the only person to visit & it struck me very hard.” Dat schreef Nico enkele dagen na Jim Morrisons dood vanuit Parijs aan haar New Yorkse vriend Danny Fields. In de Nico-biografie van de hand van Jennifer Otter Bickerdike, You are beautiful and you are alone, waarin dit fragment uit Nico’s brief wordt geciteerd, lees ik nog het volgende: “Indeed, for his first several years in the legendary Pêre Lachaise Cemetery, the final resting place of other legendary figures such as Oscar Wilde and Edith Piaf, Morrison’s body lay in an unmarked grave.” “It wasn’t until 1981, on the tenth anniversary of his death, that he got a proper headstone and bust, created by Croatian artist Mladen Mikulin. Less than seven years later, by March 1988, the bust had been stolen.”

[2] Op de elpee When the Eagle Flies (Island, 1974) van Traffic. De tekst is van Viv Stanshall, de aan alcohol verslaafde maar erudiete zanger van the Bonzo Dog Band. Er waren maar weinig popliefhebbers die er enig idee van hadden waar die song, Dream Gerrard (sic), precies over ging. “Hippos don’t wear hats, / lobsters shriek if provoked / On long blue ribbons.”

[3] Zo zag ik mezelf in 1979. Nu al lange tijd niet meer. De realiteit is vaak zo surrealistisch dat realisme volstaat.

HOOFDKWARTIER ZURENBORG

[Nachten aan de Kant 42]

Van 1977 tot 1980 woonden we in een pand in de Dolfijnstraat in de wijk Zurenborg in Antwerpen. Een fijne buurt met een mooi plein, de Dageraadplaats, een naam die me nauw aan het hart lag omdat ik het ochtendrood (Aurora) nooit méér gekoesterd heb dan in die dagen. Dat hield zeker verband met filosofie en poëzie, maar niet minder met de nachten, die mij toen zo dierbaar waren. Je weet hoe indrukwekkend een zonsopgang is als je de hele nacht bent opgebleven. Op de Dageraadplaats was toen nog een uitstekende boekwinkel en de plaatselijke slijterij viel evenmin te versmaden. Ons stamcafé was de Cereus; later tot Het Zeezicht omgedoopt. Ook Dolfijnen liggen mij nauw aan het hart, ook al omdat ze in twee van mijn favoriete songs voorkomen, The Dolphins van Fred Neil en Dolphin’s Smile van the Byrds.
Daar, in Zurenborg, ontstond het plan om ooit mijn Antwerpse nachten een tweede leven te geven. Maar dat kon ik slechts verwezenlijken door ook de dagen van werk en studie in beeld te brengen. Nu, zovele jaren later, blijkt dat er veel meer komt bij kijken dan alleen maar het reconstrueren van een specifieke tijd en plaats. Honderden dromen (en nachtmerries) en talloze herinneringen hebben sindsdien het verhaal aangevuld. In literatuur, films, muziek, kunst, op websites ontdek ik nuanceringen en nieuwe revelaties.

De foto’s hierboven maakte ik in 1977 aan de Draakplaats. De heel bijzondere torentjes op de achtergrond hebben mij altijd gefascineerd. Ze staan naast de spoorwegberm en maken deel uit van een watervoorzieningssysteem van de spoorwegmaatschappij. Mijn model is zoals zo vaak Senga, minder bekend dan de heilige Agnes, beschermheilige van verloofde stellen, van de kuisheid, van jonge meisjes en maagden en van slachtoffers van verkrachting.

DONKERE KAMERS

Dit ben ik in de Lamorinièrestraat in Antwerpen. Agnes maakte de foto in 1980 of 1981. Maar wie ben ik en – vooral – wie was ik? Blijft er nog iets over van de jonge man van toen? Zeker, ik heb mijn herinneringen, maar zijn die betrouwbaar? Het zouden net zo goed verzinsels kunnen zijn, iets wat ik mezelf voorhoud, een verhaal. Ik weet nog waarom ik die bril kocht maar niet waar. Ik weet ook wie mijn haren knipte. Maar hoe was ik op het idee gekomen om ze blond te maken? En waar komen dat lelijke lichtblauwe truitje en dat nauwelijks zichtbare overhemd vandaan? En wie was die Agnes van me, wat zei ze toen ze de foto nam en – vooral – wat dacht ze? Graag zou ik willen weten welke kleren ze aanhad, of ze al dan niet gemaquilleerd was, welke schoenen, misschien was ze blootsvoets. En wat was de aard van dat fototoestel? Wij hadden toen helemaal geen camera, dus was hij van iemand anders. Mogelijk van mijn broer. Maar wie was mijn broer, waar kwam hij vandaan, enzovoort. Waarom bezat ik zelf geen fototoestel? Ik maakte erg graag foto’s en had op het Ritcs (de filmschool in Brussel) geleerd hoe je het moest doen. Ik was vertrouwd met de donkere kamer. Vandaag lijkt het erop of heel mijn leven zich in donkere kamers heeft afgespeeld.

ALL YESTERDAY’S PARTIES

cof

Foto van een pagina uit het fotoboek I’ll Be Your Mirror van Nan Goldin. De tekst All Yesterday’s Parties is van Luc Sante, een Belgische schrijver uit Verviers afkomstig. Hij emigreerde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten en schreef daar een aantal uitstekende werken, waaronder de schitterende autobiografie The Factory of Facts (1998), Low Life: Lures and Snares of Old New York (1991)  en The Other Paris (2015). Hij werkte samen met Martin Scorsese en is goed bevriend met Jim Jarmusch.

ZERO DE CONDUITE – FANTASTIC VOYAGE

sneeuw

Zéro de conduite is een (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum. Het motto van de show is atmosphère, zoals uitgesproken door Arletty in Hôtel du Nord, de meesterlijke film van Marcel Carné.

Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Là, tout n’est qu’ordre et beauté,
Luxe, calme et volupté.
Charles Baudelaire, L’Invitation au Voyage

Alles wat in deze moéilijke tijd gebeurt is uitzonderlijk, ook weer deze aflevering van Zéro de conduite, die ik hier thuis op voorhand monteerde. Het is de eerste keer dat ik iets dergelijks doe. Vorige maand heeft Jay Van Loon dat werk gedaan en ook deze keer heb ik van hem veel hulp gekregen om de computerprogramma’s die ik hiervoor nodig had onder de knie te krijgen. Omdat ik toch nog altijd een beetje een amateur ben is er vandaag ook alleen maar muziek te horen, zonder uitleg. Luisteraars die op zoek zijn naar informatie kunnen op mijn blog, hier dus, terecht. Het voordeel van deze beperking is dat ik met alleen maar muziek, zonder gesproken onderbrekingen, een mooie sfeer kan opbouwen. Of dat hoop ik althans.

Maar wat is nu het thema? Omdat we allemaal nog in deze verduivelde universele lockdown zitten dacht ik aan muziek als middel om te ontsnappen. Ik ben altijd al een beetje een escapist geweest. Toen ik besefte dat wij in lange tijd nergens meer naartoe zouden kunnen gaan, zelfs niet naar een theatervoorstelling van Mrs Dalloway hier in Brussel en zeker niet naar Radio Centraal in het verre Antwerpen, postte ik als troostprijs op facebook The Inner Light van the Beatles, een esoterisch lied van de hand van George Harrison.  “Without looking out of my window / I could know the ways of heaven / The farther one travels / The less one knows” zingt George daarin. De daaropvolgende weken zag ik tientallen covers van dat lied op Instagram verschijnen. Wat mooi, dacht ik eerst, maar op den duur ging het mij al gauw vervelen en vergat ik die hele geschiedenis. Toch is het thema waar ik nu voor koos van dezelfde aard.

We gaan in onze verbeelding en met de hulp van inventieve muzikanten en componisten, waaronder Kraftwerk, Pharoah Sanders, Gabor Szabo en Patti Smith, het hele universum bereizen. Hopelijk wordt het een onvergetelijke trip, een voyage waar we met heimwee aan zullen terugdenken als deze nare periode achter de rug is.

Veel luisterplezier!

water

Fantastic Voyage – Lodger – David Bowie – Brian Eno

Space – The Sorcerer – Gabor Szabo – Gabor Szabo

Tarkovsky (The Second Stop Is Jupiter) – Banga – Patti Smith – Sun Ra/Patti Smith

Journey in Satchindananda – The Third Mind (First Edition) – The Third Mind – Alice Coltrane

To Travel The Path Unknown – Commune – Goat – Goat

Juju Space Jazz – Nerve Net – Brian Eno – Brian Eno

Spacelab – The Man Machine – Kraftwerk – Hütter/Karl Bartos

Planet Claire – Time Capsule – The B-52’s – Fred Schneider/Keith Strickland

Eyes On Mars – Red Exposure – Chrome – Damon Edge & Helios Creed

Mars – Television – Television – Television – Tom Verlaine

Animal Space / Spacier – Return of the Giant Slits – The Slits – The Slits

Astral Traveling – Thembi – Pharoah Sanders – Lonnie Liston Smith

I am the Cosmos – Blood – This Mortal Coil – Chris Bell

Stars – New Favorite – Alison Krauss & Union Station – Dan Fogelberg

Vein Of Stars – At War With The Mystics – The Flaming Lips – Wayne Coyne/Steven Drozd/Michael Ivins/Dave Fridmann/Greg Kurstin

A Thousand Stars – You Better Move On – Arthur Alexander – Gene Pearson

I’ve Told Every Little Star – Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles – Linda Scott – Hammerstein-Kern

Stars Fell On Alabama – The Sound – Toots Thielemans – Hines

Stargazer – Stargazer – Shelagh McDonald – Shelagh McDonald

Space Girl – Rocket Along – Shirley Collins – Unknown

No Stars – Twin Peaks: Music From The Limited Event Series – Rebekah Del Rio – David Lynch/John Neff/Rebekah Del Rio

Lonely Planet Boy – New York Dolls – New York Dolls – JoHansen

Planet Queen – Electric Warrior – T.Rex – Marc Bolan

Big Eyed Beans From Venus – Clear Spot – Captain Beefheart & The Magic Band – Don Van Vliet

Following The North Star – Freedom Highway – Rhiannon Giddens – Rhiannon Giddens

Stars Of Leo – Hold Time – M. Ward – M. Ward

The Stars Shine In The Sky Tonight – Blinking Lights And Other Revelations – Eels – Jim Lang

Across The Universe – Past Masters, Vol. 2 – The Beatles – Lennon/McCartney

sunset
Research, samenstelling, montage en foto’s: Martin Pulaski

1 MEI

sdr

Hoewel mijn cahiers en dagboek ongeopend op tafel liggen, maar op een andere manier dan op deze foto te zien is, blijft toch de hoop bestaan dat deze mistroostige dagen spoedig voorbij zullen zijn.
Intussen wachten we op ander nieuws dan dat over pandemieën, de vloek van het neo-kapitalisme en roofzuchtige, al dan niet waanzinnige dictators als Trump, Bolsonaro en Orbán. Nieuws over de nieuwe wereld, waar rechtvaardigheid, vrede en mededogen de norm zijn.

Er is geen alternatief: het neo-kapitalisme zal ten val worden gebracht. Het empire van de rijke parasieten stort in elkaar.

Een gelukkig een voorspoedig feest van de arbeid gewenst.

THUISKOMST

IMG_20191228_114955

Weer thuis en weer bij mezelf, na een lange periode van ziekte en vervolgens een maand beter worden in het zonnige en voor altijd verloren paradijs Valle Gran Rey. De vallei van de grote koning. Mijn laatste rit met de metro in Brussel deed ik op vrijdag 29 november. Het was opeens koud geworden, tegen het vriespunt. In het Kaaitheater zag ik die avond een aangrijpende voorstelling van en met Jan Decorte en Sigrid Vinks en met Lisah Adeaga: Body a.k.a. Flarden Macbeth, de tragische kern behouden maar tegelijk speels en soms zelfs tegen het vrolijke aan. Ontdaan van overbodig gewicht, uitgekleed, tot ascetisch ritueel herleid. Op het podium zag ik ernstige spelende kinderen. Ook in het ‘echte leven’ zijn kinderen bijna altijd ernstig als ze spelen. Een pollepel, een hamer, keien, een kom water, een spons. Schaarse woorden. Andy’s Chest van Lou Reed bijna onhoorbaar op een mobiele telefoon. Was het wel Andy’s Chest? Meer was er niet nodig om me te ontroeren. Om me het uitzonderlijke gevoel te geven dat dit leven niet helemaal waardeloos en zinloos is.

Diezelfde dag had ik voor mijn blog aflevering 14 van mijn reeks Nachten aan de kant afgewerkt. Toevallig was er een citaat uit Canto XIV uit Dante’s Inferno in beland, over de godslasteraar Capaneus en zijn woede en hovaardigheid. Een zeldzaam en veelzeggend woord, hovaardig. Trots, hoogmoedig. Boven de gewone stervelingen verheven (denkt hij), machtig (denkt hij). Zoals de maffia, de yakuza. Waar halen misdadige organisaties en misdadigers hun macht vandaan? Ze zaaien angst. Als je niet meer bang bent, zegt dokter Sanada in Akira Kurosawa’s Dronken Engel, dan hebben ze ook geen macht meer. Met de verdorven politici die ons bang maken voor elkaar is het net zo. Stop met bang voor ze te zijn. Luister naar je hart.

Op zaterdag, zondag en maandag lukte het mij nog om aflevering 15 van die reeks te beëindigen. Ik zat al enkele weken met mijn hoofd in Antwerpen in de periode 1978-1979, was geïnspireerd, er zouden nog zeker tien, mogelijk twintig korte hoofdstukjes volgen, portretten van oude vrienden en kennissen, herinneringen, lofzangen, odes, mogelijk ook wat verwensingen. Maar op dinsdag 3 december hield het op. Ik was zo ziek dat de dokter langs moest komen, iets wat ik zoveel mogelijk probeer te vermijden. Als kind heb ik dat maar al te vaak meegemaakt. Nu had ik opnieuw een stevige opstoot van astma, later bleek het een longontsteking te zijn. Dagen lang hoge koorts. Tussen het hoesten door probeerde ik te slapen. Antibiotica, cortisone. Voor Eric Andersen, Ultima Vez met Marc Ribot en L’homme de La Mancha moest ik verstek laten gaan, voor Zéro de conduite een vervanger of –ster zoeken.

2019-2020-LAGOMERA-canon 019

We hadden al in januari 2019 een verblijf geboekt in een appartement in Valle Gran Rey. Ik wilde geen oudejaarsnacht in Brussel meer meemaken, ik had genoeg van de pseudo-snipers, oorlog-achtige toestanden, brandende auto’s. In Valle Gran Rey zouden we daar aan ontsnappen. We zouden op 17 december vertrekken en er tot 18 januari blijven. Op 16 december was ik nog steeds ziek, maar het ging wel al beter. Mijn huisarts raadde mij aan om te vertrekken. Het zou me wel lukken, dacht hij. Hij gaf me een tiental medische maskers mee.
Als een zombie met een masker op vloog ik naar Tenerife en van daar op de ferry – nog altijd gemaskerd – naar La Gomera en onze eindbestemming, Valle Gran Rey. Volkomen uitgeput bereikte ik het appartement dat La Merica heet, genoemd naar de berg er net achter. Daar was Gloria, de eigenares (samen met haar man, Javier). Ze schrok toen ze me zag, bloedende lippen, lege ogen, en dan ook nog eens een baard. Ik zou zelf ook geschrokken zijn mocht ik me daar hebben zien binnenkomen.
De dagen in Valle Gran Rey waren er van stilte, rust, korte wandelingen, af en toe lekker eten, vooral vis en aardappelen, witte wijn drinken, heel veel slapen. Gelukkig had ik voldoende boeken bij en ’s avonds genoten we van onze muziek. Gloria had voor een Bose Sound Link gezorgd. Ze wist dat we muziekliefhebbers zijn. Ik had zoveel mogelijk liedjes op mijn slimme telefoon gezet en als de nood hoog was konden we een beroep doen op Spotify. Twee of drie keer deden we aan karaoke, een eenzame bedoening. Langzaam aan ging het beter met me. Maar lange tochten waren niet mogelijk. Ik was snel buiten adem en had behoefte aan slaap. Schrijven was onmogelijk. Maar overal rondom ons waren palmbomen, bananen, kippen, tortelduiven, meeuwen, talloos veel onverschrokken hagedissen; vanuit het raam zag ik de indrukwekkende berg La Merica, wat meer naar het Westen Eremita San Pedro en daarachter de eindeloze Atlantische Oceaan. De grote wereld, de kleine dingen en heel ver weg ongeveer vijftien of twintig procent Vlamingen – bang gemaakt voor de Walen, de socialisten, Greta Thunberg en de ‘vreemdelingen’ – die een eigen staat willen stichten. In Baarle-Hertog gaan ze dat doen, heb ik van horen zeggen. Goed dan.

2019-2020-LAGOMERA-canon 042
IMG_20200106_124346

Afbeeldingen: Agnes Anquinet, Martin Pulaski, Valle Gran Rey, 2019-2020.

 

BEELDEN VAN DONKERE LEVENS

Op zoek naar illustratiemateriaal bij de afspeellijst van de aflevering van Zéro de conduite van gisteravond, met als thema wrong dacht ik eerst aan beelden van muzikanten. Nadat ik foto’s had gevonden van onder meer Bessie Smith, Memphis Minnie, the Rolling Stones met Brian Jones er nog bij, the Seeds, Rainer and das Combo en meer vroeg ik me af: wat is daar eigenlijk verkeerd aan? Niets, er was helemaal niets verkeerd aan. Zo kwam ik na wat associëren bij film noir terecht, een van mijn geliefde genres. In die films, waar op zich ook helemaal niets mis mee is, integendeel, is van in het begin al alles en iedereen verkeerd. In elk verhaal in dat genre wordt het verkeerde – tragisch en daarom door en door menselijk – op zijn best, op zijn subliemst verteld en in beeld gebracht. Een film noir laat zien wat voortvloeit uit verkeerde beslissingen, uit het blind luisteren naar donkere instincten, zonder ook maar even te rade te gaan bij de rede. In de film noir bestaat geen gezond verstand. De beste noir-films (en zelfs de film stills) spreken ons meteen aan: hadden wij niet zelf op vergelijkbare wijze ten onder kunnen gaan?

act of violence 2

Act of Violence, Fred Zinneman, 1948.

the blue dahlia 1

The Blue Dahlia, George Marshall, 1946.

dark passage 3

Dark Passage, Delmer Daves, 1947.

detour 2

Detour, Edgar G. Ulmer, 1945.

double indemnity 2

Double Indemnity, Billy Wilder, 1944.

mildred pierce 4

Mildred Pierce, Michael Curtiz, 1945.

out of the past 1

Out of the Past, Jacques Tourneur, 1947.

secret beyond the door

Secret Beyond the Door, Fritz Lang, 1948.

KOPENHAAGSE BEELDEN

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 012

Soms zegt één beeld meer dan duizend woorden, zeg je. Soms ben ik het met je eens. Onze tijd is gek van fotografie, maar kijkt onze tijd ook nog naar foto’s? Zijn er niet te veel om ze nog aandachtig en van dichtbij te kunnen bekijken? Om ze te zien? Wat is dat toch met al die foto’s, met al die fotoboeken op salontafels? Wat is dat met het verschuiven van onze aandacht van plastische kunst naar fotografie? Al die bedevaarten naar fototentoonstellingen, waar zijn die goed voor? Wat heeft onze tijd eraan? Wat doet hij ermee? Volstaat het moment niet langer? De belevenis? De ervaring?
Al dat treuren om overleden fotografen, ook nu weer om Robert Frank, Peter Lindbergh en Fred Herzog, wat betekent dat toch? Want ik weet het niet. Ik maak ook maar wat foto’s. Snapshots zijn het, meer niet.

In juni reisde ik per trein naar Hamburg en van daar naar Kopenhagen. Hoewel ik nog zwak was van een lange ziekte beleefde ik er mooie en intense momenten. Tijdens de reis had ik te weinig energie om wat dan ook te noteren, maar ik wilde toch een aantal indrukken onthouden. Het geheugen gaat er niet op vooruit, hoor ik je zo vaak zeggen. En dat stel ik nu ook aan den lijve vast. Deze foto’s zijn een soort van dagboeknotities. Maar ze hebben minder moeite gekost dat die in woorden. Zeggen ze ook meer?

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 074

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 078

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 088

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 098

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 103

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 106

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 151

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 158

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 181

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 196

crosby 2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 253 b

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 201

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 223

2019-06-29-hamburg-kopenhagen-canon 242

Beelden: van Puttgarden naar Rødbyhavn; Kierkegaards graf; een groepje Italianen aan Kierkegaards graf; Ben Websters graf; Christiansborg (x3); Louisiana; Pipilotti Rist; Yayoi Kusama; Karel Appel; Njideka Akunyli Crosby; zwemmers in Louisiana; Louisiana; hotelkamer ’s ochtends.

HAMBURGSE BEELDEN

In juni reisde ik per trein naar Hamburg en van daar naar Kopenhagen. Hoewel ik nog zwak was van een lange ziekte beleefde ik er mooie en intense momenten. Het heeft weinig zin die hier op te sommen. Tijdens de reis had ik te weinig energie om wat dan ook te noteren en om de hoogtepunten nu vanuit het geheugen te gaan reconstrueren, dat is niets voor mij. Ik zou zeer waarschijnlijk in clichés vervallen. Daarom liever een reeks foto’s.

IMG_20190618_163219

IMG_20190618_175727IMG_20190619_113500 franz radziwillIMG_20190620_215038

IMG_20190621_183813

Afbeeldingen: in Speicherstadt; aan de Elbe; een schilderij van Franz Radziwill; restaurant Fischerhaus; een café in Sankt-Pauli (heel wat rustiger dan in Der goldene Handschuh.)

EEN MAGERE DROMER (INTERLUDIUM)

SPEELPLEINC

De voorbije weken schreef ik – in een reeks die ik ‘geestelijke genealogie’ noem – reeds korte beschouwingen over Edgar Allan Poe, Louis Paul Boon en Franz Kafka. Voor ik aan het vierde deel begin, over dichters en in het bijzonder over de dichter Lucebert, wil ik eerst enkele mogelijke misverstanden over het schoolse leren uit de weg ruimen, in het bijzonder over hoe ik dat ervaren heb. Of beter: hoe ik mij herinner dat ik het ervaren heb, want de werkelijkheid zelf is voor goed weg, tenzij in documenten en die zijn in mijn geval eerder schaars.

Het is niet helemaal waar dat ik op de middelbare school niets leerde. Ik ervoer het leven in een internaat als een vorm van gevangenschap. Naarmate het besef daarvan toenam ging ik me er meer en meer tegen verzetten. Het was echter een rebellie die zich, zeker aanvankelijk, vooral tot mijn hoofd beperkte. Ik werd een mijmeraar, een dagdromer, een wat vreemde jongen. Maar ook weer niet zo vreemd dat ik geen vrienden had. In deze context wil ik het evenwel niet over die vriendschappen hebben, behalve dit, dat je ook van vrienden veel kan leren. Zij maken deel uit van wat ik de geestelijke genealogie van een mens noem.
Omdat ik mager was had ik ook wel wat vijanden. Kennelijk hielden in die tijd de meeste jongens, misschien omdat ze te dik waren, niet van mager vlees. Dat ik ‘knookske’ werd genoemd volstond om me nog meer op mezelf terug te plooien. Zo kwam het dat ik in de klas vaak niet aanwezig was: ik zat er wel, maar mijn gedachten waren ergens anders. Van de leraar wiskunde moest ik het in bijna elke les horen: Martin is weer aan het dromen. Wat maakte dat ik me nog meer in mezelf terugtrok en er voor wiskunde, waar ik aanvankelijk zeer ingenomen mee was, geen interesse meer overbleef. Hetzelfde gebeurde met de vakken fysica, scheikunde en biologie. Ik onderging ze als vormen van dwang, als een reeks abstracte formules die me niets bijbrachten over hoe ik moest leven. Alleen in de lessen Nederlands en Engels was ik helemaal mee, ja, was ik zelfs de beste van de klas. In wat mindere mate was ik ook aandachtig bij Frans en Duits (jammer dat dat een keuzevak was) en bij wat toen zedenleer werd genoemd. Het is duidelijk dat ik een andere richting had moeten kiezen dan de Moderne en de Wetenschappelijke A, maar toen die beslissing werd genomen had ik geen flauw benul van wat de verschillen tussen de Moderne en Latijns-Griekse afdelingen waren. Wat er de voor- en nadelen van waren, wat er het nut en de zin van was. Over mijn studierichting werd zonder mijn inspraak beslist. Ik prees me al gelukkig dat ik mocht doorleren.

Mijn gevoelige snaren werden bijgevolg alleen maar op een positieve manier geraakt in de lessen Nederlands en Engels. Nederlands betekende voor mij in de eerste plaats zinsontleding. In de tweede plaats wekte het vak mijn belangstelling op voor poëzie, vooral die van Guido Gezelle en Hendrik Marsman.
Onze leraar Engels was geen inspirerende man maar mijn kennismaking met die taal betekende liefde op het eerste zicht. Wat was het een mooie, rijke, veelzijdige taal – en niet moeilijk om te leren (dacht ik toen). Engels werd mijn tweede taal, mogelijk wel mijn eerste. In notities uit die tijd vind ik talloze Engelse uitdrukkingen terug. Ik weet niet wat het was met Frans, maar ik was er bang voor. Ik durfde de welluidende woorden niet uit te spreken. Ik vond dat ik belachelijk klonk als ik Frans sprak. Nochtans kregen we veel poëzie te lezen, zelfs van Baudelaire. Terwijl de Nederlandse en Engelse poëzie echter een passie werd, bleef de Franse niet veel meer dan leerstof.

atheneum4 (2)

Afbeeldingen: op de speelplaats in het Koninklijk Atheneum Tongeren met een studiemeester; klasfoto van enkele klassen samen, omstreeks 1966 (ik herinner me alleen nog de namen van mijn toenmalige beste vrienden).

FRANK ZAPPA IN TONGEREN

1968sketch

19680onlymoney01

Deze foto’s werpen wat meer licht op mijn tekst over Franz Kafka en Frank Zappa / the Mothers Of Invention. Je ziet twee beelden van een voorstelling die plaats vond in het Koninklijk Atheneum te Tongeren in het najaar van 1968 of in het begin van 1969. Wie er de fotograaf van was kan ik niet achterhalen, mogelijk was het Guy Bleus.
Het zijn foto’s van een sketch die mijn vrienden en ik toen opvoerden en waarvoor ik de tekst had geschreven. Onderwerp was de elpee ‘We’re Only In It For The Money’ van the Mothers Of Invention, die eerder dat jaar was verschenen. Ik herinner me dat de tekst was gebaseerd op een strip over datzelfde toen controversiële album. Tekeningen en scenario van de strip waren van Theo van den Boogaard in het undergroundtijdschrift Aloha. Wij waren grote bewonderaars van zijn strips; onder meer ‘Witje’ en ‘Ans en Hans krijgen de kans’ vielen bij ons in de smaak. Theo van den Boogaard is vooral bekend, denk ik, van zijn strips over de televisieheld Sjef Van Oekel.
Helaas vind ik de tekst van mijn sketch niet meer terug. Vreemd, want ik bewaar alles maar dan ook alles. Of misschien is het maar goed ook.
Op de foto’s zie je onder meer Ivan Popovic en Jos Matheï (beiden met pruik), Jan Depooter (zonder pruik, Swinging London T-shirt) en mezelf (zonder pruik, wel valse Zappa-snor, Velvet Underground shirt).
Jan Depooter speelde de Afro-Amerikaanse producer Tom Wilson, bekend van zijn werk met onder meer the Mothers of Invention en the Velvet Underground. Ik stond als Frank Zappa op het podium. Ivan Popovic en Jos Matheï waren klassieke muzikanten uit een symfonieorkest.