NACHTEN AAN DE KANT (10): BLOED

marc+ik-1974

Eind januari 1978. Marc Didden staat onaangekondigd voor de deur, wat niet ongewoon was: bijna niemand van ons had in die tijd telefoon. Toch was ik verrast, vooral omdat we elkaar al lange tijd niet meer hadden gezien. Ooit waren we de beste vrienden: we zaten middagen lang over muziek te praten en jasmijnthee te drinken, gingen samen naar concerten in Théâtre 140 en Vorst Nationaal, zongen liedjes van the Kinks, the Rolling Stones en Creedence Clearwater Revival wandelend in het Zoniënwoud. Nu staat Marc, ondertussen een gerespecteerd popjournalist, in mijn werkkamer met uitzicht op de winterse Zurenborgse tuintjes, nog wit van de nachtelijke vorst. Mooie kamer heb je hier, zegt hij. En waar ben je zoal mee bezig? Ik blijf het antwoord schuldig. Wat ik doe kan ik moeilijk in woorden vatten. Het is allemaal één lang onderzoek, één lang experiment, één lange droom van proza en poëzie. Met cesuren van dansen en alcohol, met uppers voor de concentratie en downers om te kunnen slapen. Hoe leg ik dat uit aan mijn oude vriend? Dit ontregelend werken op weg naar een uitweg uit het labyrint? De mythe van Theseus en Ariadne? Nee, dat is te hoogdravend. Te weinig Bo Diddley en Chubby Checker, te weinig Keep On Chooglin’.
Later zitten we op de begane grond in de immense, betegelde keuken die tegelijk ook living en dansvloer is. Deze ruimte is niet onderkelderd: je mag er met je voeten stampen en springen, dat maakt allemaal niet uit. Uit de luidsprekers Mink DeVille’s eerste langspeelplaat, Cabretta. De muziek van Willy DeVille en zijn band is zowel verleden als toekomst. Het is geen punk, het is geen new wave, maar het is zeker niet het gnoomachtig gepriegel van bands als Yes en Emerson, Lake & Palmer. Mink DeVille is rock-‘n’-roll van nu, soul van nu, rhythm and blues van nu. Hoor je die sound, Marc, dat is het werk van de onovertroffen Jack Nitzsche. Marc kent Jack Nitzsche nog van weleer, van de Phil Spector sound, van Crazy Horse. Hij was de man achter het betoverend mooie arrangement van Neil Young’s Expecting To Fly, terug te vinden op Buffalo Springfield Again. We praten over Talking Heads, Blondie, Sex Pistols, the Clash, wat we als hoopgevende ontwikkelingen in de popmuziek beschouwen. Ken je the Stranglers, vraag ik hem. Nee, zet eens op, zegt hij. Met songs als Hanging Around, Peaches en (Get A) Grip (On Yourself) vond ik Rattus Norvegicus toen geweldig. Sindsdien is mijn liefde voor dat album bekoeld. Ondertussen drinken Marc en ik Southern Comfort. Marc heeft me op een keer in een van de vele flatjes waar hij kortstondig verbleef van die zoete drank uit Louisiana laten proeven: ik was meteen verkocht. Wat hebben we toch veel van elkaar geleerd, het meeste toen we nog studenten waren aan de filmschool. Je hebt niet echt veel tijd nodig om je leven te veranderen, in goede of in slechte richting.

mink deville 2

Een dag later heb ik met mijn moeder Scrabble gespeeld. Ik ben nog gauw een spel gaan kopen in de boekwinkel op de Dageraadplaats. Terwijl we daar geconcentreerd zaten te spelen, de van Dale bij de hand, stonden Guillaume en Renée opeens in de kamer. Senga, die niet graag speelt, had hen binnengelaten. Als Guillaume er is lijkt de reusachtige ruimte minder groot. Hij heeft présence, zal ik maar zeggen. Guillaume is haast meteen familiair met mijn moeder. Moeders laten hem niet onberoerd. Hij is niet zo’n wereldvreemde kunstenaar, iemand die zich superieur voelt aan gewone mensen. Hij is zelf een gewone mens en tegelijk ook heel ongewoon. Hij neemt de mensen zoals ze zijn en behandelt iedereen gelijk. Zo werd het stilaan donker.

Als ik worstel met mijn ideeën en denkbeelden, als ik mijn gedachten niet goed uitgedrukt krijg, zie ik soms plotsklaps Maldoror, het personage uit Lautréamont’s De zangen van Maldoror, voor me. Om middernacht duikt ergens in Parijs, aan de Bastille of de Madeleine, opeens een omnibus op. Het lijkt alsof hij van onder de grond tevoorschijn komt. Er zitten mensen bovenop met onbeweeglijke ogen als dode vissen. De omnibus, die zich haast om de eindhalte te bereiken, verslindt de afstand en ratelt over keien. Hij snelt voort. Maar hardnekkig achtervolgt hem een vormloze massa, te midden van wolken stof. Ik houd zo van die tekst, van zijn ritme, zijn beweging. Soms maakt hij me woedend, want staat hij daar niet te schitteren als wat? Als een perfecte metafoor van mijn, van onze machteloosheid? Die van ons allen hier aanwezig, wij die met onze bijna dode vissenogen door het lot worden meegesleept.

Een week later zitten we in de Lange Leemstraat in het appartement van Renée en Guillaume te praten en te drinken, één oog op de televisie gericht, soms twee ogen. Of acht. Sommigen noemen het de treurbuis, maar voor ons, Senga en mij, is het een magische doos: wij zullen ons pas in 1984, het jaar van Big Brother een toestel aanschaffen. Ook vanavond projecteert Guillaume weer enkele van zijn home movies. Na die goed gevulde en gemoedelijke avond wandel ik met Senga naar Cinderella’s Ballroom. Ik schrijf zoveel liever Cinderella’s Ballroom dan Cinderella, ook al moet ik er meer toetsen voor aanslaan en wordt zo de mogelijkheid groter om meer typefouten te maken. Om over de slijtage van het klavier van mijn laptop nog maar te zwijgen.

In Cinderella’s Ballroom tref ik opnieuw Marc, nu samen met zijn vriendin Denise. Hij bekijkt me nogal argwanend, vind ik. Wat doet hij hier? Waarom blijft hij niet in Brussel? Dit is toch ons territorium? Wij zijn die mensen met de bijna dode vissenogen. Ach, jongen toch, je wordt nu toch wel wat paranoïde. Dat zullen die pillen zijn. Rustig maar. We hebben allemaal van die ogen.
Een uur of zo later zie ik Luc Deleu een drankje bestellen. Dat is wel heel vreemd. Toen ik nog in Brussel woonde met mijn gezinnetje en filosofie studeerde was hij een goede vriend. Wat ziet hij er slecht uit. Vissenogen zo dood als een pier. Een schim van zijn vroegere zelf. Maar dat zal ook wel een vertekening zijn. Wat is er toch met me aan de hand? Te veel met mijn neus in moeilijke boeken gezeten en dan ook nog eens dat gezwoeg aan Stasis, die supermoeilijke tekst. Giuseppe blijft maar herhalen dat ik eenvoudiger moet schrijven. Met van die ingewikkelde teksten zal ik nooit succes hebben, zegt hij keer op keer. Je moet zo schrijven dat gewone mensen je ook kunnen lezen. Maar ik ga er tegen wil en dank mee door [1]. Luc Deleu is bij het leger. Dat verklaart veel over zijn uiterlijk. Waarom is hij geen gewetensbezwaarde? We moeten brullen om ons verstaanbaar te maken. De platen die Maryse draait brengen je in een roes maar maken verbale communicatie onmogelijk. Je komt hier niet om te praten. Bovendien lijkt het erop dat Luc en ik al vreemden voor elkaar zijn geworden. En waar zijn Marc en Denise nu? Al vertrokken, zegt Senga.

deborah harry by chris stein

Op de dansvloer breekt een gevecht uit. Senga en ik moeten ingrijpen. Een punk is een andere punk aan het wurgen. Ondanks de luide muziek hoor ik de fijne botjes in zijn strot al kraken. Ik ga naar de twee jongens toe en probeer de wurger weg te trekken. De andere punks, allemaal in zwart leer (ik in wit pak in Firenze in de lente van 1976 ‘gekregen’ van een New Yorkse advocaat), gaan even opzij staan [2]. Maar dat duurt niet lang. Oppassen nu, of ik krijg zelf klop. In een oogwenk zijn er wel tien punks slaags geraakt. Rip him to shreds. Ze slaan elkaar in het gezicht. Het bloed spat tegen de vuile muren. Het is zo erg dat Maryse zelfs de muziek afzet. Vijf seconden ongeveer, waarna het helse ballet opnieuw in beweging komt. De omnibus ratelt voort over de keien, achtervolgd door een vormloze massa die nu opeens geluid voortbrengt, ik hoor duidelijk twee woorden: NO FUTURE.

lautreamont

[1] Tot ongeveer 1984. Dan wordt het op literair gebied enkele jaren heel stil, maar dat is een andere geschiedenis.
[2] Punk is een geestesgesteldheid, meer dan een imago. Je hoeft geen uniform te dragen om toch punk te zijn. Punks zijn individualistisch, niet communistisch, geen massamensen. The New York Dolls waren punks zonder zich in leer te hullen. Er zijn heel wat voorbeelden, ik ga ze hier niet opsommen. Alleen Blondie nog even noemen.

Afbeeldingen: Met Marc Didden in Oostduinkerke, 1974; Mink DeVille; Deborah Harry door Chris Stein; Isidore Ducasse alias Comte de Lautréamont.

ZERO DE CONDUITE: MOUNTAIN TIME

bascar lamar lunsford

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

joanshelley2

De zomer is voorbij, het is volop herfst, de huizen worden weer met gas, elektriciteit en zelfs hout en steenkool verwarmd, de automobilisten rijden rondjes, bestelwagens leveren pakjes, vliegtuigen vliegen van hot naar her. Ju! Er heerst onrust, onrust betekent beweging en verplaatsing. Verstikkende vuile lucht in de stedelijke canyons, waar ijverige mannen in groene uniformen volop bezig zijn de laatste bomen te rooien. Terwijl in diezelfde steden in de zomer reeds de dood hand in hand met de hitte de woningen van de ouden en de zieken binnensloop.

Ik heb altijd van de bergen gedroomd, van de zuivere berglucht. Ik wilde er naartoe, weg van dit platte land, ai Marieke, Marieke. Meer nog na het lezen van Nietzsche’s Aldus sprak Zarathustra wilde ik naar de bergen. Naar Sils Maria in Zwitserland, waar niet alleen de Duitse filosoof verbleef maar ook Thomas Mann en Herman Hesse rust vonden voor hun overspannen zenuwen. Het is de plek die bekend is vanwege de malojaschlange, een wolk die als een slang traag over de Malojapas naar boven komt zetten, zoals te zien in de film Clouds of Sils Maria van Olivier Assayas. Toch ben ik er nooit geweest. Ik ga nooit naar de bergen, altijd naar de zee. Om een mij onbekende reden trekken de bergen mij niet alleen aan, ze schrikken mij ook af. Het wordt de hoogste tijd om daar eens diep over te gaan nadenken. Of hoog op een bergtop.

sils maria

Maar geen nood: we kunnen ook naar songs over de bergen luisteren, we kunnen zelfs een radioprogramma maken met niets dan bergliedjes. Zoals iedereen goed weet is een berg niet zomaar een berg. Er zijn veel verschillende bergen en zoals er veel verschillende bergen zijn, zijn er ook veel verschillende bergliedjes.

Op zijn nieuwe langspeelplaat Shepherd in a Sheepskin Vest zingt Bill Callahan dit:
“it sure feels good to be singing again
from the mountain
and the mountain within!”

Wat meteen een oplossing biedt voor mensen die er voor terugschrikken om naar een bergachtige streek af te reizen: je hebt al een berg, een heel massief, binnenin je. Ongetwijfeld wist George Harrison dit ook reeds toen hij in The Inner Light het volgende zong:

Without going out of my door
I can know all things of earth
Without looking out of my window
I could know the ways of heaven
The farther one travels
The less one knows
The less one really knows

Waaruit af te leiden valt dat wie vanavond naar Zéro de conduite luistert nooit meer naar de bergen moet en dat de trouwe luisteraar van dit programma helemaal nergens meer naartoe moet. Dat is goed want dan heb je ook geen last meer van de drommen andere toeristen die de boel overal verpesten.

HerzogHeart8

Writing – Bill Callahan – Shepherd In A Sheepskin Vest – Bill Callahan – 3:07

In the Mountains To Forget – Merle Haggard – Working Man’s Journey – Merle Haggard -2:20

Rocky Mountain Time – John Prine – Diamonds In The Rough –  John Prine – 3:10

High On The Mountain – Joan Shelley – Like The River Loves The Sea – Joan Shelley – 3:49

Remember The Mountain Bed – Billy Bragg & Wilco – Mermaid Avenue, Vol. 2 – Jeff Tweedy/Jay Bennett/Woody Guthrie – 6:27

The Mountain Choir – Palace Music – Viva Last Blues – Will Oldham – 2:45

Mountains Still Asleep – Damien Jurado – Maraqopa – Damien Jurado – 2:18

Taking Tiger Mountain – Brian Eno – Taking Tiger Mountain (By Strategy) – Brian Eno – 5:33

Wild Mountain Honey – The Steve Miller Band – Fly Like An Eagle: 30th Anniversary – Steve McCarty – 4:53

Fuji-San – Patti Smith – Banga – Lenny Kaye/Patti Smith – 4:13

Time Passes Slowly #2 [Alternate Version] – Bob Dylan – Another Self Portrait (1969-1971): The Bootleg Series, Vol. 10 – Bob Dylan – 3:03

Sweet Mountain – American Spring – American Spring – Brian Wilson/R. Sandler – 4:13

Mount Wroclai (Idle Days) – Beirut – Gulag Orkestar – Zach Condon – 3:16

beiroet band

The Mountain – Rainer Ptacek with Joey Burns & John Convertino – Roll Back The Years – Rainer Ptacek – 4:06

Juma Mountain – Sam Amidon – The Following Mountain – Sam Amidon – 3:38

Das Lied von den hohen Bergen – Popol Vuh – Herz aus Glas – F. Fricke – 4:15

The Mountain of God – Incredible String Band – The Big Huge – Robin Williamson – 1:53

The Mountain – PJ Harvey – White Chalk  – PJ Harvey – 3:11

At the Mountains of Madness – H.P. Lovecraft – H.P. Lovecraft II –  Dave Michaels/George Edwards/Tony Cavallari – 4:58

Mountains Of The Moon – Grateful Dead – Aoxomoxoa – Jerry Garcia/Robert Hunter – 4:05

Wild Mountain Thyme – The Byrds – Fifth Dimension – Chris Hillman/David Crosby/Michael Clark/Trad. Arr. By Roger McGuinn – 2:34

My Tennessee Mountain Home – Dolly Parton – My Tennessee Mountain Home – Dolly Parton – 3:10

Mountain Song – Insect Trust – The Insect Trust – The Insect Trust – 2:57

Rif Mountain – Shirley Collins & Davy Graham – Folk Roots, New Routes –  Davy Graham – 2:28

There Is A Mountain – Donovan – Mellow Yellow – Donovan Leitch – 2:36

Adouagh Chegren (At The Top Of The Mountain) – Bombino – Deran – Abdallah Oumbadougou – 5:01

bombino-north-american-tour-2019

Tiger Mountain Peasant Song – Fleet Foxes – Fleet Foxes – Robin Pecknold – 3:29

Dream on Mount Tam – Calexico – The Thread that Keeps Us – John Convertino – 3:44

Mountains Near Delray – The Go-Betweens – Oceans Apart – Grant McLennan/Robert Forster – 3:28

Mountain Stream – Cowboy Junkies – All That Reckoning – Cowboy Junkies – 4:51

Lo-Fi Tennessee Mountain Angel – Whiskeytown – Faithless Street – Caitlin Cary/Ryan Adams – 4:32

Colorado – Stephen Stills – Manassas – Stephen Stills – 2:54

Blue Ridge Mountain – Hurray For The Riff Raff – Small Town Heroes – Alynda Lee Segarra – 2:34

Old Mountain Dew – Bascom Lamar Lunsford – Ballads, Banjo Tunes, And Sacred Songs Of Western North Carolina – Bascom Lamar Lunsford – 3:07

Togary Mountain – The Nitty Gritty Dirt Band – Will The Circle Be Unbroken – Walter H. McKuen – 2:29

How Mountain Girls Can Love – The Stanley Brothers – Riding That Midnight Train – Ruby Rakes – 2:07

Green Mountain Hop – Don Reno & Red Smiley – The Talk Of The Town – Don Reno – 2:14

Monteagle Mountain – Johnny Cash – Boom Chicka Boom – Richard McGibony – 3:12

Snake Mountain Blues – Townes Van Zandt – Our Mother The Mountain – Townes Van Zandt – 2:39

Lonely Mountain.. – Sun Kil Moon – Among The Leaves – Mark Kozelek – 5:29

Fearless – Pink Floyd – Meddle – David Gilmour/Richard Rodgers/Oscar Hammerstein II – 6:08

Himalayan Bells – Kendra Smith – The Guild of Temporal Adventurers – Kendra Smith – 3:34

clouds_of_sils_maria_11_blu-ray_

Research, samenstelling en presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
Afbeeldingen: Bascom Lamar Lunsford (fotograaf onbekend); Joan Shelley (fotograaf onbekend); Sils Maria (fotograaf onbekend); Herz aus Glas, Werner Herzog; Beirut, Gulag Orkestar; Bombino; Clouds of Sils Maria, Olivier Assayas.

IN DE ARMEN VAN DE RIJKE AARDE

kinderjaren 2 001 (5)_edited

Een ervaring is voor jou alleen maar echt als je ze in woorden hebt uitgedrukt. De ervaring moet op een wit blad of op een scherm bewezen worden. Als dat niet lukt ben je ongelukkig. Het lijkt er dan op dat je niet leeft, niet hebt geleefd. Maar als je schrijft leef je niet, dan schrijf je.

Er kunnen weken, zelfs maanden voorbij gaan zonder te schrijven. Wat hebben al die woorden nog voor zin? Elk argument is goed om de woorden uit de weg te gaan. Alleen al denken aan een zin, en dan ook nog eens aan een paragraaf, maakt je moe, geeft je goesting om weer te gaan liggen. Je wordt er moedeloos van. Je wordt moedeloos van het niet-schrijven dat niet-leven is, en je wordt moedeloos van het schrijven dat eveneens niet-leven is.

Je zou willen verdwijnen in het moment, in het daaropvolgende moment, in elk ogenblik van de tijd. Jezelf worden in wat je omringt en omvat. Zonder meer. Zonder woorden, zinnen, paragrafen. Zonder doelstellingen, ambities, zonder hunkering, zonder behoefte aan bijval. Het aaneenrijgen van woorden is altijd een vraag om liefde. Wat zou je graag door het leven gaan zonder naar liefde te verlangen. Is het mogelijk alleen maar liefde te geven? Is het mogelijk zonder liefde te krijgen en zonder liefde te geven te leven?

De bomen staan nu zo in de belangstelling. Je hebt kort na je begin vier jaar lang tussen de bomen geleefd. Je hebt er god gevonden en ook weer verloren. Je kende de namen van de bomen. Je was een gevangene van de bomen. Nog steeds ruik je hun geur, alle schakeringen ervan. De geuren die elk seizoen anders waren ruik je nog. Hoewel de bomen je gevangen hielden riepen ze dromen en verlangens bij je op. De bomen maakten je gelukkig. Ze waren de taal van de aarde, maar dat besefte je toen nog niet. Was er nog een andere, bedachte taal nodig? De bloemen in de lente waren gedichten. Als je terug zou keren naar de bomen, naar de bloemen in het bos, zou je wellicht gelukkig zijn. Weg van de woorden, weg van de vergezochte taal met al haar noodlottige stijlmiddelen. Voor altijd tussen de bomen. In de armen van de rijke aarde.

Afbeelding: Marina B. in de bossen van Rekem, omstreeks 1962

BOEKPRESENTATIE RETROSPECTIEF PAUL RIGAUMONT

61043323_841887392846895_1692937981934960640_n

Boekpresentatie en tentoonstelling morgen woensdag 22 mei om 19 uur, in Het Huis van de Mens, Sainctelettesquare 17 1000 Brussel.
Een eerste monografie in eigen beheer, nieuwe foto’s van het beeldend oeuvre, getuigenissen van Olga Rigaumont-Tanghe, Martin Pulaski (Matti Brouns) en Christian Van Haesendonck

Boekcompositie door Herman Houbrechts, hardcover, gebonden, 95pp, gedrukt in een oplage van 300, €35. Welkom!

 

DE ROBINSONS VAN HET MARXISME-LENINISME

la chinoise

“Tegenover de metafoor staan twee bekende representatieve procédés. In de eerste plaats is er het surrealistische procédé dat de metafoor letterlijk neemt. Sinds de oudheid hebben logici uitgelegd dat wanneer wij het woord ‘kar’ uitspreken geen voertuig van dat type tussen onze lippen passeert. (…) Volgens het surrealistische procedé echter, zou de kar (…) worden afgebeeld terwijl hij tussen de lippen passeert. (…) Godard laat zelden een gelegenheid voorbijgaan om het te gebruiken. Hij doet het expliciet wanneer Jean-Pierre Léaud rubberen pijlen met zuignappen afschiet op afbeeldingen van vertegenwoordigers van de burgerlijke cultuur, ter illustratie van het idee dat het marxisme de pijl is waarmee het doel van de klassenvijand onder vuur wordt genomen. Het wordt direct toegepast wanneer Juliet Berto het idee dat het Rode Boekje het bolwerk is dat de massa tegen het imperialisme beschermt, illustreert door achter een muur van rode boeken te verschijnen (…).”
De fabel van de cinema, Jacques Rancière

la chinoise 1

Ik ben niet altijd in de stemming voor een cerebrale film als La chinoise van Jean-Luc Godard. Hoewel het niet om een zuiver intellectueel werk gaat en het ook niet van streng maoïsme getuigt, is een helder hoofd toch een voorwaarde. Best wat zuinig zijn met de wijn en de cannabis voor je eraan begint, is de boodschap. Hoewel ik zelf al veertig jaar geen cannabis meer gezien heb, laat staan gerookt.

La Chinoise is een eerder vrolijke en soms grappige film, hoewel Godard het Rode Boekje van voorzitter Mao heel ernstig nam. Dat blijkt uit Anne Wiazemsky’s Une année studieuse, haar herinneringen aan haar jaren met Godard:  “Pourquoi filmer Le Petit Livre Rouge en noir et blanc? C’est absurde! Le rouge si éclatant de la couverture dit à lui seul la grande Révolution Cuturelle!” Omdat een film in kleur nogal duur zal uitvallen vat hij het idee op om in hun appartement in de rue de Miromesnil te gaan filmen. “Notre appartement sera l’appartement provisoire de mes chers petits “Robinsons du marxisme-léninisme”. Du coup, je le ferai repeindre entièrement comme je le veux et ce seront les producteurs qui payeront tout! Malin, non?”

Het ‘verhaal’ van La Chinoise is gebaseerd op De bezetenen van Dostojewski. Je kunt plezier beleven aan de talloze verwijzingen naar van alles en nog wat. De film is natuurlijk ingebed in de Franse cultuur van die dagen. In zekere zin is hij profetisch. Ik houd van het weinig professionele acteerwerk van Juliet Berto en Anne Wiazemsky. En Jean-Pierre Léaud is als altijd Jean-Pierre Léaud. Dat hij in elke film dezelfde rol speelt is een geruststelling. Jean-Luc Godard wordt dit jaar 89.

la chinoise 2

EEN NIEUWE POLITIEKE TAAL

POIX 095

Een paar dagen geleden had ik voor de eerste keer in lange tijd opgewekte gevoelens bij het kijken naar Terzake: twee Franstalige politici, Jean-Luc Crucke (MR) en Nicolas Martin (PS) lieten zien hoe politici ook hoffelijk kunnen zijn. Ze lieten elkaar uitspreken, luisterden naar elkaars standpunten, toonden respect voor anderstaligen, zelfs voor die Vlamingen die voor Wallonië en de Walen geen goed woord over hebben. Ze spraken zelfs beter Nederlands dan heel wat Vlaamse politici. Bovendien hebben deze twee mannen  gevoel voor humor.

Uit de hele reportage – ik zag onder meer gesprekken met een bio-landbouwer en een bedrijfsleider – bleek dat de toekomst aan Wallonië is. Dat een groot deel van de Vlaamse politieke klasse, en in haar kielzog een aanzienlijk deel van de Vlaamse bevolking, in het verleden is blijven steken, in de overtuiging dat de Vlamingen een ‘volk’ zijn en een ‘volk’ dan nog waarvan de identiteit voor eens en voor altijd vastligt. Veel Vlaamse politici en hun volgelingen sluiten zich af voor wat zij als het andere zien. Zij schijnen geen oog te hebben voor wat opwindend en nieuw en op een verfrissende manier anders is. Zij zitten met de roestige gevoelens van het eigen volk in hun hoofd. Elke invloed van het vreemde zien zij als negatief. Alleen voor de negatieve kracht van het geld en voor de taal van de technocratie schijnen zij niet bevreesd te zijn. Zij deinzen er echter niet voor terug om de oude, onveranderlijke Vlaamse ziel aan monsterbedrijven te verkopen, die de mensen die hier wonen alleen maar uitbuiten en de ‘heilige grond’ blijvend verwoesten. Zij zijn blind en doof voor de lust die echte verandering brengt, voor een andere indeling van de ruimte, voor gezonde lucht, voor planten en bomen, voor een sociale ecologie, voor mededogen en empathie. Voor alles wat sociaal en ecologisch is zijn zij bang. Zij huiveren voor solidariteit. Zij zien dat als een geldstroom naar de vijand. De meest perfide onder deze politici willen niet alleen de solidariteit onder de bevolking vernietigen maar ook de sociale zekerheid. Geert Van Istendael noemt dat laatste terecht een van de grootste verwezenlijkingen van de westerse beschaving. Deze politici streven naar onderdanen die niet meer dan naakte, kwetsbare individuen zijn, die bij niets of niemand meer terecht kunnen en op die manier zonder weerstand tot een nieuwe manier van slavernij kunnen worden gedwongen.

Ik was blij dat ik bij deze Franstalige politici een nieuwe – niet eens zo radicale – taal hoorde, die nu eens geen angst aanjoeg maar eerder verzoenend en troostend klonk. Een warm alternatief voor het negativisme, de angstpolitiek, de businessterreur van de Vlaams-nationalisten.

Hiermee wil ik niet beweren dat alle Vlamingen onverdraagzaam en gesloten zijn, integendeel. Het gedeelte van de bevolking dat de angst propageert en het model van de businessterreur onderschrijft is eerder klein. Alleen doordat dit segment van de samenleving zo extreem veel aandacht krijgt, lijkt het alsof er helemaal geen andere stem meer overblijft, alsof Vlaanderen één dorre betonnen vlakte is geworden, één grote grijze zone van angst en bekrompenheid met voor de afwisseling alleen wat geel-zwarte toetsen. Het is tijd om gedaan te maken met die illusie en aandacht te geven aan mensen die een warmere kijk op de wereld en onze soortgenoten hebben.

“Je standpunt bevriezen is een teken dat je geen toekomst hebt. Jezelf opsluiten, terugplooien op jezelf, vasthouden aan het verleden is vragen om te verliezen. De geschiedenis wijst dat uit.”
Jean-Pierre Dardenne

P1020206(1)

Foto’s : Martin Pulaski