NACHTEN AAN DE KANT 13: VAN GROOT ONGENOEGEN EN GELUK

jos-matti1 (2)

6 augustus 1978. Vrijdagavond ging ik bij Giuseppe aanbellen. Er brandde licht maar voor de rest geen teken van leven. Opeens werd ik bang. Er was toch niets ergs gebeurd, met Giuseppe weet je maar nooit. Wat kon ik doen? Ik ben dan maar het hele eind tot bij Job gelopen. Het zal wel niets ergs zijn, zei hij, maar laten we toch nog maar eens gaan kijken. Giuseppe bleek nogal diep geslapen te hebben, nu was hij wakker. Job was moe en is naar huis teruggekeerd.
Hoe konden wij van deze avond nog iets maken? Naar de bioscoop? We waren nog net op tijd voor The Last Waltz, de film van Martin Scorsese over het afscheidsconcert van the Band, met onder meer Bob Dylan, the Staple Singers, Muddy Waters en Ronnie Hawkins. De eerste geslaagde film over rock-‘n-roll, vonden we. Neil Young heeft iets van een vampier en brengt een nagenoeg perfecte versie van Helpless. Van Morrison, klein van gestalte maar één brok dynamiet die elk ogenblik kan ontploffen. Wat deed Neil Diamond in deze film, Giuseppe? Daar vraag je mij iets, Martin.

last waltz

Na The Last Waltz liepen we naar ’t Groot Ongenoegen, waar we rustig hebben zitten praten zonder dit keer al te veel te drinken. Giuseppe vindt mijn proza lang niet toegankelijk genoeg. Over een experimentele tekst als Stasis is hij niet te spreken. De titel alleen al… Wat betekent dat eigenlijk, Stasis. Het tegengestelde van Anastasis, zeg ik voor de grap. Stilstand, alles zit vast, je kunt niet vooruit en niet achteruit, voeg ik eraan toe. Flauwekul, Martin, je moet eenvoudiger gaan schrijven, man. Hoe vaak moet ik dat nog herhalen? Waarom luister je niet naar de raad van je beste vriend? Je bent toch een bewonderaar van Walt Whitman? Deze verzen uit The Sleepers vind ik heel mooi:
I go from bedside to bedside, I sleep close with the other sleepers each in turn,
I dream in my dream all the dreams of the other dreamers,
And I become the other dreamers.”
Heel mooi, Giuseppe, maar dat was in de negentiende eeuw. De wereld was toen nog niet zo ingewikkeld. En ik denk dat Whitman een evenwichtig man was. Hoe kan ik zo eenvoudig gaan schrijven, Giuseppe? Ik ben geen eenvoudig man. Ik ben een complex iemand. Mijn bestaan is problematisch en ronduit chaotisch, ook al leef ik een schijnbaar geordend bestaan. In mijn hoofd is het een gevecht van jewelste tussen dagdromen, verlangens, twijfels, angsten, noem maar op. Moet ik die chaos dan niet aanvaarden? Moet die geen uitdrukking vinden in wat ik schrijf? Giuseppe, ik besef dat mijn werk moeilijk te doorgronden valt, maar ik kan niet anders. Als maar weinigen het snappen is dat jammer. Natuurlijk zou ik wel een publiek willen bereiken, maar niet tegen elke prijs. Niet door mezelf te verraden. Ik wil mijn eigenheid niet opgeven – ook al is die niet vast omlijnd – om op die manier in de smaak te vallen bij een groter publiek en bij uitgeverijen. Bijgevolg schrijf ik voorlopig voor mijn vrienden, nee, voor al degenen die een inspanning willen doen om tot de kern van wat ik wil zeggen door te dringen. Zolang ik dat kan volhouden. Wie van mij schone letteren verwacht zal geduld moeten oefenen. Je loopt nog eens met je hoofd tegen de muur, Martin, zegt Giuseppe. Er zijn best wel wat hedendaagse auteurs die net zo goed in jouw complexe wereld leven en toch heldere verhalen schrijven. Ik denk nu aan Patrizio Canaponi. Maar er zijn er nog. Je weet hoe verknocht ik ben aan Jan Arends. Als dat niet eenvoudig is. Ik houd niet / van bloemen. // Ik heb nooit / een korrel aarde / bezeten. // Ik wortel niet / in de grond. // Mijn bestaan / is ontkend. // Hoe moet ik dan / van bloemen houden? Daar heb je gelijk in, zeg ik. En dan valt er een lange stilte.

2018-04-11-aurora 018

Later staan we in een hoek van Cinderella’s Ballroom recht onder een grote luidspreker en daar proberen we over onze lievelingsfilms te praten. We moeten in elkaars oor schreeuwen om iets te begrijpen. Jacques Rivette. Miklós Jancsó’s Rode Psalm. Repulsion. Sisters van Brian De Palma. She is watching the detectives / When they shoot, shoot, shoot, shoot /  They beat him up until the teardrops start / But he can’t be wounded ‘cause he’s got no heart. Johnny Guitar. Ja, geweldig, met Joan Crawford. When you boil it all down, what does a man really need? Just a smoke and a cup of coffee.. Sterling Hayden. Wat een sexy meisje daar! War amongs’ the rebels / Madness, madness, war. Hé, Linton Kwesi Johnson. Nee, ik dans niet. Napoléon van Abel Gance. Vampyr. De eerste vampierfilm. De vuisten in de zakken. Van wie? Marco Bellocchio. Le Père Noël à les yeux bleus. Jean Eustache. Wat mis ik het Filmmuseum, Giuseppe. Right outside the Rainbow / Inside James Brown was screamin soul / Outside the rebels were freezin’ cold / Babylonian tyrants descended / Bounced on the brothers who were bold. Luister, een Walt Whitman van vandaag, Giuseppe. Linton Kwesi Johnson. Im Lauf der Zeit zag ik pas op televisie. Meesterwerk. Ik kan niet nadenken met die dub. Laten we ergens anders gaan. Mouchette. Les enfants du paradis. Nee, het is te laat. Tijd voor bed. Naar die Garance van mij.

fists_in_pocket_1965_7

Omdat de zon al op is ga ik nog even in ons tuintje naar de bloemen kijken. Voor een keer dat ik niet dronken ben. De calendula’s ontluiken, de reukerwten ook; de korenbloemen zijn haast uitgebloeid; de zonnebloemen, de azalea’s en de asters laten op zich wachten. Als ik daar zo sta te kijken overvalt mij weer zo’n ongewoon en zeldzaam intens gevoel. Het is de zon. Ik kijk omhoog. Daar is de hemel die ons allemaal met elkaar verbindt. And I become the other dreamers. De lucht blauwer dan ooit. Delicaat licht blauw. Opeens zie ik de bloemen zoals ze werkelijk zijn, hun diepe, felle en toch ook zachte kleuren, hun wonderlijke vormen; gedichten van de aarde voor de hemel en de zon. Senga is inmiddels naar buiten gekomen en omhelst me nu. We kussen elkaar, ik ben gelukkig.

Afbeeldingen: Giuseppe (Jos D.) omstreeks 1982; The Band in The Last Waltz; Aurora, tijdschrift van de filosofische kring Aurora; I pugni in tasci van Marco Bellocchio.

NACHTEN IN HET PANNENHUIS 6: WERELDVERBETERAARS?

under the volcana

Om het inner sanctum van Cinderella’s Ballroom te bereiken moest je een aantal hindernissen nemen. Eerst moest je een vervaarlijk uitziende buitenwipper passeren, het was belangrijk dat je die te vriend hield, vervolgens moest je een nogal gladde en weinig verlichte trap af. Noem het maar een afdaling in het inferno, waar evenwel de extase in het verschiet lag. Je mocht vooral niet te vroeg komen, zeker niet voor middernacht want dan stapte je een koude, vochtige en nogal lege kelder binnen. Het waren pas de muziek van DJ Maryse en de dansers – die omstreeks één uur binnenstrompelden en er voorlopig nog een beetje als living dead uitzagen maar al gauw tot leven werden gewekt – die de hel in een kortstondig, vurig paradijs veranderden. Een paradijs dat wij zo lang mogelijk wilden laten duren. Wie zou dat niet willen?

Het Pannenhuis, dat was van licht gemaakt. Je stapte binnen door een eenvoudige deur en je was vrij van beslommeringen, van zwaarte. De tijd kwam een tijdje tot stilstand. Ik kan me er geen ernstige ruzie of een handgemeen herinneren. Het tijdperk van de hippies was definitief voorbij, dit waren zonder twijfel andere tijden: de late jaren zeventig betekenden crisis, armoede, werkloosheid, opkomend individualisme. En toch was het Pannenhuis doordrongen van een lieve, zachtaardige sfeer, of hoe zal ik het noemen? Mogelijk was er toch iets van de spirit van de idealistisch experimenterende jongens van Pink Floyd blijven hangen, van A Saucerful of Secrets? Zoals in Remember a Day van Richard Wright, de toetsenspeler van de band.

Remember a day before today
A day when you were young.
Free to play alone with time
Evening never comes.
Sing a song that can’t be sung
Without the morning’s kiss
Queen, you shall be it if you wish
Look for your king
Why can’t we play today
Why can’t we stay that way

Thomas-Bernhard-Vienna-Photograph-1970

Op een late middag zat ik aan de toog. Ik raakte aan de praat met Brigitte van Cleynenbrogel. Ik weet niet meer heel precies waar ons gesprek over ging, wel dat het meisje me opviel als iemand met karakter. We hadden het zeker over boeken en schrijvers. Brigitte raadde me Thomas Bernhard aan, een Oostenrijkse schrijver waar ik nooit van gehoord had. De enige hedendaagse Oostenrijkse schrijver die ik kende was Peter Handke. Brigitte had van Bernhard De kalkfabriek bij. Ze had het boek uit, ik mocht het hebben. Het begon zo:
Maar in plaats dat ik tijdens dat op en neer lopen aan de studie denk, schijnt hij tegen Wieser gezegd te hebben, tel ik mijn stappen en word daardoor half gek.
Ik was er meteen weg van. Zo leerde ik die heel bijzondere en voor mij invloedrijke romanschrijver en toneelauteur kennen. En niet alleen voor mij invloedrijk. Onder meer van De wereldverbeteraar, Het jachtgezelschap, Ritter, Dene, Voss en Alles is rustig zag ik boeiende voorstellingen. Toneelgroep Stan heeft zich zo’n beetje in het werk van de pessimistische Oostenrijker gespecialiseerd.

don't look now 1

Na een nacht in de Cinderella nodigde Brigitte ons een keer uit in haar nogal apart appartement. Lag de vloer niet met scherven van spiegels bezaaid? Dronken we niet het ene glas volle, ijskoude melk na het andere? Een jaar of twee, drie later zou ik vaststellen dat mijn nieuw vriend, Patje, met wie ik van 1983 tot 1991 het radioprogramma Shangri-La maakte, en zijn vriend Dédé in diezelfde flat woonden, nu zonder spiegelglas en zonder melk. Brigitte was een vriendin van Gabriëlla (iedereen noemde haar Bie). Dat ontdekte ik wat later, tijdens een voorstelling van de gedenkwaardige film Don’t Look Now van Nicolas Roeg in het Filmhuis, een zaaltje vlakbij de Stadswaag, waar ook Cinderella’s Ballroom was gevestigd en waar we wat later zelf met ons Aurora-clubje poëzieavonden zouden organiseren. Ik weet niet wat er met Brigitte is gebeurd. Ik heb haar nooit meer teruggezien. Opeens was ze verdwenen. Is ze niet in een commune ergens in de Kempen gaan wonen? Met Gabriëlla gaat alles goed, denk ik. Elkaar terugzien wil evenwel niet lukken. Zij en haar toenmalige vriend Max Borka woonden een poos in een appartement tegenover ons in de Lamorinièrestraat, waarnaartoe wij vanuit de Dolfijnstraat met spijt in het hart waren verhuisd. We kwamen vaak bij elkaar over de vloer. Zeker toen Max – die toen nog Frank heette – en ik op Radio Centraal in 1982 datzelfde programma Shangri-La gingen maken.

In het Pannenhuis had ik met Max lange gesprekken. Vaak gingen die over Malcolm Lowry en zijn hoofdwerk, Under the Volcano, het verhaal van Geoffrey Firmin, een aan alcohol verslaafde Britse consul in het Mexicaanse stadje Cuernavaca. De roman speelt zich af op de Dag van de Doden in 1938-1939. Terwijl je leest lijken uit de bladzijden van het boek walmen van mescal en tequila op te stijgen. Als ik Under the Volcano nu zie staan denk ik altijd aan Peter Lorre en aan Richard Burton. Dat heeft zo zijn redenen, die ik later wel eens uit de doeken zal doen. In 1979 overleed het kolerieke jazzgenie Charles Mingus in Cuernavaca terwijl hij zich daar voor ALS liet behandelen. In 1988 was het de beurt aan Gil Evans, bekend van zijn samenwerking met Miles Davis, onder meer voor het sublieme album Sketches of Spain.
Max kon met vuur over Malcolm Lowry vertellen en wist er veel over: hij had zijn licentiaatsthesis aan de Britse schrijver gewijd. Tijdens die gesprekken dronken we waarschijnlijk niet even veel als de Consul maar ik denk dat we toch in de buurt kwamen. Nog een laatste, zeiden we dan, en morgen doen we het rustiger aan. We moeten tenslotte ook schrijven. Ons levenswerk dwingt ons tot enige soberheid. Of zouden we er niet beter helemaal mee stoppen? Nog een laatste dan maar.

max en bie 2

Afbeeldingen: Albert Finney in Under the Volcano van John Huston; Thomas Bernhard; Don’t Look Now van Nicolas Roeg; Max en Bie in het dakappartement aan de Lamorinièrestraat, omstreeks 1980.

BEELDEN VAN DONKERE LEVENS

Op zoek naar illustratiemateriaal bij de afspeellijst van de aflevering van Zéro de conduite van gisteravond, met als thema wrong dacht ik eerst aan beelden van muzikanten. Nadat ik foto’s had gevonden van onder meer Bessie Smith, Memphis Minnie, the Rolling Stones met Brian Jones er nog bij, the Seeds, Rainer and das Combo en meer vroeg ik me af: wat is daar eigenlijk verkeerd aan? Niets, er was helemaal niets verkeerd aan. Zo kwam ik na wat associëren bij film noir terecht, een van mijn geliefde genres. In die films, waar op zich ook helemaal niets mis mee is, integendeel, is van in het begin al alles en iedereen verkeerd. In elk verhaal in dat genre wordt het verkeerde – tragisch en daarom door en door menselijk – op zijn best, op zijn subliemst verteld en in beeld gebracht. Een film noir laat zien wat voortvloeit uit verkeerde beslissingen, uit het blind luisteren naar donkere instincten, zonder ook maar even te rade te gaan bij de rede. In de film noir bestaat geen gezond verstand. De beste noir-films (en zelfs de film stills) spreken ons meteen aan: hadden wij niet zelf op vergelijkbare wijze ten onder kunnen gaan?

act of violence 2

Act of Violence, Fred Zinneman, 1948.

the big heat 2

The Big Heat, Fritz Lang, 1953.

the blue dahlia 1

The Blue Dahlia, George Marshall, 1946.

dark passage 3

Dark Passage, Delmer Daves, 1947.

detour 2

Detour, Edgar G. Ulmer, 1945.

double indemnity 2

Double Indemnity, Billy Wilder, 1944.

kiss-me-deadly-2

Kiss Me Deadly, Robert Aldrich, 1955.

mildred pierce 4

Mildred Pierce, Michael Curtiz, 1945.

out of the past 1

Out of the Past, Jacques Tourneur, 1947.

secret beyond the door

Secret Beyond the Door, Fritz Lang, 1948.

ZERO DE CONDUITE: SOMETHING’S WRONG

dark passage

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

dark passage 2

Vandaag hebben we het over wat verkeerd is, of zo genoemd wordt. Want er is een verschil tussen het zijn en de taal. Omdat we ons doorgaans tot Engelstalige liederen beperken, een afwijking die al in de kinderjaren is ontstaan en waarvoor geen beterschap in zicht is, betekent dit dat onze aandacht naar het woord wrong gaat, of liever, naar songs die dat thema rechtstreeks of zijdelings aansnijden. Wrong betekent niet alleen verkeerd maar ook onbetrouwbaar, oneerlijk en misdadig.
Ze is niet goed bij haar hoofd. Ze draaide een verkeerd nummer. Hij wedde op het verkeerde paard. Het ging de verkeerde kant op. De wereld keerde zich binnenstebuiten. Hij zit in een lastig parket. Zij kijkt in de loop van een pistool. Hij zit er faliekant naast. Voor velen een ongunstige positie. Hij werd op het verkeerde been gezet. Je werd verrast met de broek op de enkels. Je kwam van een koude kermis thuis, toch? Je bent aan het verkeerde adres, man. Je hebt haar sympathie verloren. Het lachen is haar vergaan. We zitten op het verkeerde spoor. Ik strijk je tegen de haren in. Je vergist je, slechterik!
Iets dat wrong is, is een onrechtvaardigheid, een onrecht, een onbillijkheid. Het is een misstand, een wantoestand, een onrechtmatige daad. Vergeld kwaad niet met kwaad. To do wrong is onrecht doen, zondigen, ergens verkeerd aan doen, een misstap begaan. Iemand kan het mis hebben, zich vergissen, de schuldige zijn, het gedaan hebben. Wrong is slecht, niet goed, verkeerd. Je doet iemand tekort. Het is foutief, onjuist, gaat de verkeerde kant op.

Het is schier onmogelijk dat één van de liedjes op onze playlist over al de hierboven aangehaalde betekenissen gaat. Evenmin kunnen alle liedjes over al die betekenissen gaan. Het is echter niet uitgesloten dat één of meer van de gekozen songs over een of meer van die betekenissen gaan. But hey, kid, rock and roll!

act of violence 1

The World Is Going Wrong – Mississippi Sheiks – Stop and Listen – Traditional – 3:22

Caught Me Wrong Again – Memphis Minnie – Hoodoo Lady: 1933-1937 – M. McCoy – 2:57

Send Me To The ‘Lectric Chair – Bessie Smith – The Essential Bessie Smith – G. Brooks – 3:23

Done Somebody Wrong – Elmore James – The Sky Is Crying – Elmore James – 2:22

Everybody Does Wrong Some Time – Hank Ballard – The One and Only Hank Ballard – Hank Ballard – 2:16

Don’t You Know You’re Wrong – Earl King – Earl’s Pearls – Earl King – 2:33

The Wrong Road – B.B. King – Blues in My Heart – King – 3:00

What’s Wrong – James Crawford – James Crawford – Sugarboy Crawford – Crawford – 2:41

There’s Something Wrong With You – Screamin’ Jay Hawkins – Cow Fingers And Mosquito Pie – J.Hawkins/I. Nahan – 2:22

I’ve Been Wrong So Long – Bobby “Blue” Bland – Two Steps From The Blues – D. Malone – 2:19

Tell Me My Lying Eyes Are Wrong – James Carr – A Man Needs A Woman – Dallas Frazier/Sanger D. Shafer – 2:46

(If Loving You Is Wrong) I Don’t Want To Be Right – Luther Ingram – Take Me to The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – Carl Hampton/Raymond Jackson/Homer Banks – 3:36

When Something Is Wrong With My Baby – Sam & Dave – The Best Of Sam and Dave – Isaac Hayes/David Porter – 3:18

Another Man’s Woman, Another Woman’s Man – Candi Staton – Evidence: The Complete Fame Records Masters – George Jackson/Marlin Greene/Dan Penn – 2:32

detour 3

Baby, What’s Wrong? – The Animals – The Complete Animals – Jimmy Reed – 2:51

Grown Up Wrong – The Rolling Stones – No. 2 – Mick Jagger/Keith Richards – 2:06

I Ain’t Done Wrong – The Yardbirds – For Your Love – Keith Relf – 3:42

She’s Wrong – The Seeds – The Seeds (reissue) – Sky Saxon – 2:15

I’ve Been Wrong Before – The Everly Brothers – Two Yanks In England – Clarke/Hicks/Nash alias L. Ransford – 2:14

It Won’t Be Wrong – The Byrds – Turn! Turn! Turn! – Roger McGuinn/Harvey Gerst – 2:02

We’re Going Wrong – Cream – Disraeli Gears – Jack Bruce – 3:30

Born on the Wrong Side of Time – Taste – Taste – Rory Gallagher – 4:01

Wrong Side of the River – Mott The Hoople – Wildlife – Mick Ralphs – 5:17

For Shame Of Doing Wrong – Richard & Linda Thompson – Pour Down Like Silver – Richard Thompson – 4:44

Maybe I’m Doing It Wrong – Randy Newman – Sail Away – 1972 – Randy Newman – 1:23

Wrong Side Of The Road – Tom Waits – Blue Valentine – Tom Waits – 5:14

Right Place Wrong Time – Dr. John – In The Right Place – Mac Rebennack – 2:56

What’s Wrong Romeo – Rainer & Das Combo – The Texas Tapes – Rainer Ptacek/Justis Walker – 3:33

Right, Wrong or Ready – Karen Dalton – It’s so Hard to Tell Who’s Going to Love You the Best – Major Wiley – 3:00

Two Wrongs Won’t Make It Right – Tarnation – Gentle Creatures – Paula Frazer – 4:10

Wrong To Love You – Chris Isaak – Baja Sessions – Chris Isaak – 3:55

Flying In The Ground Is Wrong – Kendra Smith ft David Roback & Susanna Hoffs – Rainy Day – Neil Young – 3:21

What’s Wrong With Me – Hurray For The Riff Raff – Look Out Mama – Alynda Lee Segarra – 3:52

Getting It Wrong – Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain – Mark Linkous – 2:16

sorry wrong number

Bonus Tracks

The Wrong Child – R.E.M. – Green – Berry/Stipe/Mills/Buck – 3:37

Things Going Wrong Again – Mick Harvey – Motion Picture Music ’94-’05 – Mick Harvey – 0:46

One Of Us Cannot Be Wrong – Leonard Cohen – Songs Of Leonard Cohen – Leonard Cohen – 4:29

Something’s Wrong – Dillard & Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark – Dillard/Clark – 3:01

When Did Right Become Wrong – Merle Haggard – The Fightin’ Side Of Me – Tommy Collins – 3:45

The Wrong Direction Home – Dolly Parton – My Tennessee Mountain Home – Dolly Parton – 2:31

You Done Me Wrong – Ray Price – The Essential Ray Price 1951-1962 – R. Price/A. Jones – 2:24

Seven Years With The Wrong Woman – Eddy Arnold – Country Music Legends: Eddy Arnold – Bob Miller – 2:54

Everything I Do Is Wrong – Charlie Rich – The Complete Smash Sessions – Charlie Rich – 2:24

Wrong Number – Lucinda Williams – Down Where The Spirit Meets The Bone – Lucinda Williams – 5:01

Wrong Man Theme – Los Lobos – Just Another Band From East L.A.: A Collection – Los Lobos – 1:47

postman 2

Research, samenstelling en presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap

Afbeeldingen: Dark Passage (Delmer Daves, 1947); Dark Passage; Act of Violence (Fred Zinneman, 1948); Detour (Edgar G. Ulmer, 1945);  Sorry, Wrong Number (Anatole Litvak, 1948); The Postman Always Rings Twice (Tay Garnett, 1946); Touch of Evil (Orson Welles, 1958).

touch of evil 1

VERMOEIDE STRIJDERS

 

enfant secret 2

Enkele dagen geleden zag  ik L’enfant secret van Philippe Garrel, een autobiografische film uit 1979 met Anne Wiazemsky, Henri de Maublanc, Elli Medeiros en Bambou. De soundtrack is van Faton Cahen, bekend of niet bekend van de Franse progressieve-rockband Magma. In L’enfant secret vertelt Garrel een liefdesverhaal gebaseerd op zijn relatie met de zangeres Nico. De titel verwijst naar het zoontje van Nico, Ari, dat door zijn vader, Alain Delon, nooit werd erkend.
Met Philippe Garrels filmstijl ben ik vertrouwd. Ik houd van zijn zwartwit, zijn lange stiltes, zijn trage camerabewegingen, zijn schaarse maar veelzeggende dialogen, zijn herhalingen. Zoals in al zijn films doen ook in L’enfant secret de acteurs en actrices aan underacting. Geen duidelijk zichtbare emoties bij de personages, wat niet belet dat je als toeschouwer toch met ze meevoelt. De film heeft vooral door zijn ritme en het vele donker een hypnose-effect. Je raakt bedwelmd: de kleine wereld die je op het scherm ziet en hoort wordt jouw eigen kleine wereld.

Het is mogelijk dat niet iedereen intimistische films als die van Philippe Garrel zo beleeft. Sommigen zullen zich ergeren aan de tegendraadsheid en de traagheid. Toen ik er gisteravond in het sprookjesachtige Warandepark met op de achtergrond de exotische muziek van de Feeërieën nog eens over nadacht besefte ik dat ik zelf ook in zo’n kleine wereld heb geleefd, en dat – in mindere mate – nog steeds doe. Een andere omgeving, een andere stijl, dat zeker, maar er zijn nogal wat overeenkomsten met die van de donkere setting waar Garrel ons mee naartoe neemt.
Aan het einde van de jaren zeventig en zeker in de jaren tachtig leefde ik net zo geïsoleerd, net zo opgesloten in mezelf en in de zelfgekozen microkosmos van verwante zielen. In zoverre we dat zelf al kunnen kiezen. Het was de nasleep van de tegencultuur. We waren vermoeide strijders die nooit hadden gestreden maar wel de oorlog verloren.
De muziek waar ik van hield hoorde je weinig op de radio (tenzij in het onvolprezen programma Domino, leerschool van heel wat muziekminnaars). Mijn favoriete films, die van Terrence Malick, Yasujiro Ozu, Shohei Imamura, de jonge Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Jacques Rivette en die van oude meesters als Friedrich Wilhelm Murnau, Jean Epstein en Robert Bresson, zag je alleen in cinefiele filmhuizen zoals Cartoon’s en Monty in Antwerpen en in het Brusselse Filmmuseum. Ik las geen bestsellers, geen boeken van bekende Nederlandse schrijvers (en van onbekende ook maar heel weinig). Wel ging mijn liefde naar romantische auteurs: Shelley, Keats en Kleist (die ik tot de romantici rekende). Ik had een grote bewondering voor Hölderlin en voor Antonin Artaud. Ik geloof dat ik maar één Nederlandse dichter las, H. H. ter Balkt alias Habakuk II de Balker, die ik als een Captain Beefheart van de Lage Landen beschouw(de). Mogelijk ben ik enkele dichters vergeten. Maar hoe het ook zij: ik verachtte het literaire wereldje van toen. Dat van de salons en boekenbeurzen en de praatprogramma’s (het bestaan waarvan ik pas in 1984, na aanschaf van een televisietoestel, ontdekte). Ik las geen kranten. Hoewel ik enkele kunstenaars als goede vrienden beschouwde interesseerde hedendaagse kunst me weinig. Ik liftte naar Firenze, Rome, Venetië en Padua om er de grote meesters uit de renaissance te bestuderen. De mooiste herinneringen heb ik aan een kort verblijf in Tübingen, en dan vooral aan mijn bezoek aan de toren waar Hölderlin de laatste zevenendertig jaar van zijn leven sleet. Hoewel de toren die er in 1979 stond niet meer de originele was, voelde ik er toch de aanwezigheid van de grote tragische dichter. Door een raam zag ik de Neckar stromen, dezelfde en toch niet dezelfde rivier die Hölderlin zo vaak zoveel troost had geschonken. Ja, grotendeels leefde ik in de negentiende eeuw en voor de rest in het boek The Romantic Agony [1] van Mario Praz, een tijdlang mijn literair-esthetische bijbel. Mijn kijk op de renaissance was negentiende-eeuws, de manier waarop ik naar muziek luisterde was dat vermoedelijk ook.
Op een dag echter gingen misdaadromans in mijn lezend leven ook een grote rol spelen . Hoe ik daartoe gekomen ben weet ik niet goed meer. Mogelijk kwam het door mijn vele gesprekken met mijn vriend Jos. Mogelijk raakte ik eraan verslingerd nadat ik de film Hammett van Wim Wenders had gezien. Voortaan vond ik het heerlijk om de hard-boiled romans van Dashiell Hammett, Raymond Chandler, Ross McDonald en vooral James Cain te lezen; een ware verrukking als ik een kater had. Wat later kwamen Sjöwall en Wahlöö het groepje misdaadverzinners vervoegen. Die had Jos mij aangeraden, dat weet ik wel zeker. In het begin aarzelde ik nog wat, onder meer omdat die twee schrijvers, een echtpaar, zulke rare namen hadden en ook wel omdat het zo’n lelijke Zwarte Beertjes waren. Maar zodra ik er één gelezen had volgde de rest.

Van alles wat ik hier heb opgesomd komt er zo goed als niets ter sprake in L’enfant secret. En toch, en toch is er die geestelijke verwantschap met Philippe Garrel – en met andere vergelijkbare kunstenaars. Ik denk dat gevoelens van afzondering, eenzaamheid en melancholie daar de grondtonen van zijn. Net als Philippe Garrel leefde ik in die tijd in een milieu waarin waanzin, psychiatrische instellingen, zelfmoord, amfetamine en morfine schering en inslag waren in de levens van sommige van mijn vrienden, de meest tragische van de vermoeide strijders tegen de toen heersende cultuur. Noem mijn generatie niet de generatie van vrijheid-blijheid. Als er al zoiets bestaat als mijn generatie. De deelgeneratie waar ik toe behoor zou je een nieuwe verloren generatie kunnen noemen, vergelijkbaar met die uit de jaren dertig, die van F. Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway en Ezra Pound. De meesten van ons waren beautiful losers. Maar ik ben een overlever, ook al verafschuw ik die uitdrukking en ook al voel ik me nog steeds nergens thuis.

1978-1980-AURORA 15 DROMEN 001_editedb

[1] Lezers die in die dagen geen Italiaans kenden moesten hun toevlucht zoeken tot de Engelse vertaling van wat oorspronkelijk ‘La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica’. Het boek werd later in het Nederlands vertaald als ‘Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek’.

Afbeeldingen: Anne Wiazemsky en Henri de Maublanc in L’enfant secret; schrijver dezes en Agnes (toen Senga) omstreeks 1979.

TEPELS, EEN GEVAAR VOOR DE MENSHEID

Bad Timing theresa russell3

Gisteren zag ik de eerste twee afleveringen van de miniserie Sharp Objects van Jean-Marc Vallée, met de geweldige actrice Amy Adams in de hoofdrol. Goed gemaakte serie lijkt me, qua stijl enigszins verwant aan de films van Nicolas Roeg. Maar Roeg maakte Britse films en Sharp Objects is Amerikaans, en dat is een groot verschil. Amerikanen zijn namelijk bang voor naakt, zelfs een (vrouwen)tepel bezorgt die mensen nachtmerries of erger. Al wil ik niet veralgemenen. Er bestaan gelukkig ook normale Amerikanen, ik kan het weten, ik heb er meerdere ontmoet. Maar niet op televisie en niet in de bioscoop.
Om een voorbeeld te geven. Als Camille Preaker, het personage van Amy Adams, in bad gaat wordt zij zo gefilmd dat je “niets ziet”. Dat is toch extreem ziekelijk. Wat later wordt dan wel een gruwelijk verminkt jong meisje uitvoerig in beeld gebracht. Oorlogswapens, drugs, alcohol, verkrachting, noem maar op, allemaal geen probleem voor de normale Amerikanen, maar een tepel, ho maar. En dan heb ik het nog niet over de oorsprong van de wereld, om het even heel zedelijk uit te drukken.

Mogelijk ben ik wat te voorbarig en krijg ik in de volgende afleveringen toch een blote Amy Adams te zien, dansend op Good Times, Bad Times van Led Zeppelin. Maar ik vrees ervoor. Bij deze korte tekst ook geen aanstootgevende foto van Amy Adams, Theresa Russell of van om het even wie: de facebookgebruikers zouden wel eens onwel kunnen worden.

amy adams american hustle

Afbeeldingen: Theresa Russell in Bad Timing van Nicolas Roeg; Amy Adams in American Hustle van David O. Russell.

DE ROBINSONS VAN HET MARXISME-LENINISME

la chinoise

“Tegenover de metafoor staan twee bekende representatieve procédés. In de eerste plaats is er het surrealistische procédé dat de metafoor letterlijk neemt. Sinds de oudheid hebben logici uitgelegd dat wanneer wij het woord ‘kar’ uitspreken geen voertuig van dat type tussen onze lippen passeert. (…) Volgens het surrealistische procedé echter, zou de kar (…) worden afgebeeld terwijl hij tussen de lippen passeert. (…) Godard laat zelden een gelegenheid voorbijgaan om het te gebruiken. Hij doet het expliciet wanneer Jean-Pierre Léaud rubberen pijlen met zuignappen afschiet op afbeeldingen van vertegenwoordigers van de burgerlijke cultuur, ter illustratie van het idee dat het marxisme de pijl is waarmee het doel van de klassenvijand onder vuur wordt genomen. Het wordt direct toegepast wanneer Juliet Berto het idee dat het Rode Boekje het bolwerk is dat de massa tegen het imperialisme beschermt, illustreert door achter een muur van rode boeken te verschijnen (…).”
De fabel van de cinema, Jacques Rancière

la chinoise 1

Ik ben niet altijd in de stemming voor een cerebrale film als La chinoise van Jean-Luc Godard. Hoewel het niet om een zuiver intellectueel werk gaat en het ook niet van streng maoïsme getuigt, is een helder hoofd toch een voorwaarde. Best wat zuinig zijn met de wijn en de cannabis voor je eraan begint, is de boodschap. Hoewel ik zelf al veertig jaar geen cannabis meer gezien heb, laat staan gerookt.

La Chinoise is een eerder vrolijke en soms grappige film, hoewel Godard het Rode Boekje van voorzitter Mao heel ernstig nam. Dat blijkt uit Anne Wiazemsky’s Une année studieuse, haar herinneringen aan haar jaren met Godard:  “Pourquoi filmer Le Petit Livre Rouge en noir et blanc? C’est absurde! Le rouge si éclatant de la couverture dit à lui seul la grande Révolution Cuturelle!” Omdat een film in kleur nogal duur zal uitvallen vat hij het idee op om in hun appartement in de rue de Miromesnil te gaan filmen. “Notre appartement sera l’appartement provisoire de mes chers petits “Robinsons du marxisme-léninisme”. Du coup, je le ferai repeindre entièrement comme je le veux et ce seront les producteurs qui payeront tout! Malin, non?”

Het ‘verhaal’ van La Chinoise is gebaseerd op De bezetenen van Dostojewski. Je kunt plezier beleven aan de talloze verwijzingen naar van alles en nog wat. De film is natuurlijk ingebed in de Franse cultuur van die dagen. In zekere zin is hij profetisch. Ik houd van het weinig professionele acteerwerk van Juliet Berto en Anne Wiazemsky. En Jean-Pierre Léaud is als altijd Jean-Pierre Léaud. Dat hij in elke film dezelfde rol speelt is een geruststelling. Jean-Luc Godard wordt dit jaar 89.

la chinoise 2