DE ROBINSONS VAN HET MARXISME-LENINISME

la chinoise

“Tegenover de metafoor staan twee bekende representatieve procédés. In de eerste plaats is er het surrealistische procédé dat de metafoor letterlijk neemt. Sinds de oudheid hebben logici uitgelegd dat wanneer wij het woord ‘kar’ uitspreken geen voertuig van dat type tussen onze lippen passeert. (…) Volgens het surrealistische procedé echter, zou de kar (…) worden afgebeeld terwijl hij tussen de lippen passeert. (…) Godard laat zelden een gelegenheid voorbijgaan om het te gebruiken. Hij doet het expliciet wanneer Jean-Pierre Léaud rubberen pijlen met zuignappen afschiet op afbeeldingen van vertegenwoordigers van de burgerlijke cultuur, ter illustratie van het idee dat het marxisme de pijl is waarmee het doel van de klassenvijand onder vuur wordt genomen. Het wordt direct toegepast wanneer Juliet Berto het idee dat het Rode Boekje het bolwerk is dat de massa tegen het imperialisme beschermt, illustreert door achter een muur van rode boeken te verschijnen (…).”
De fabel van de cinema, Jacques Rancière

la chinoise 1

Ik ben niet altijd in de stemming voor een cerebrale film als La chinoise van Jean-Luc Godard. Hoewel het niet om een zuiver intellectueel werk gaat en het ook niet van streng maoïsme getuigt, is een helder hoofd toch een voorwaarde. Best wat zuinig zijn met de wijn en de cannabis voor je eraan begint, is de boodschap. Hoewel ik zelf al veertig jaar geen cannabis meer gezien heb, laat staan gerookt.

La Chinoise is een eerder vrolijke en soms grappige film, hoewel Godard het Rode Boekje van voorzitter Mao heel ernstig nam. Dat blijkt uit Anne Wiazemsky’s Une année studieuse, haar herinneringen aan haar jaren met Godard:  “Pourquoi filmer Le Petit Livre Rouge en noir et blanc? C’est absurde! Le rouge si éclatant de la couverture dit à lui seul la grande Révolution Cuturelle!” Omdat een film in kleur nogal duur zal uitvallen vat hij het idee op om in hun appartement in de rue de Miromesnil te gaan filmen. “Notre appartement sera l’appartement provisoire de mes chers petits “Robinsons du marxisme-léninisme”. Du coup, je le ferai repeindre entièrement comme je le veux et ce seront les producteurs qui payeront tout! Malin, non?”

Het ‘verhaal’ van La Chinoise is gebaseerd op De bezetenen van Dostojewski. Je kunt plezier beleven aan de talloze verwijzingen naar van alles en nog wat. De film is natuurlijk ingebed in de Franse cultuur van die dagen. In zekere zin is hij profetisch. Ik houd van het weinig professionele acteerwerk van Juliet Berto en Anne Wiazemsky. En Jean-Pierre Léaud is als altijd Jean-Pierre Léaud. Dat hij in elke film dezelfde rol speelt is een geruststelling. Jean-Luc Godard wordt dit jaar 89.

la chinoise 2

DE WRAAK VAN LUC TUYMANS, ETC.

kill bill uma thurman

Enkele opzienbarende uitspraken die ik aantrof in een interview [1] met Luc Tuymans.

Wraak

De visie van Luc Tuymans

“Er heeft bij mij altijd wel het idee van wraak meegespeeld. (…) Dat heeft met mijn jeugd te maken. Ik ben als kind zwaar gepest door de leerlingen van mijn klas. Ik heb altijd gedacht: jullie zullen nog wel zien. En daar ben ik nu mee bezig. Als je ouder wordt, is het belangrijk om je woede goed te beheersen. Maar woedend blijf ik. Milder of waardig ouder worden, is geen optie voor mij. Integendeel, ik word alleen nog woedender.”

jeff tweedy let's go

De visie van Jeff Tweedy

“I wanted to be me, punishing the popular kids with music. I wanted to publicly shame them, to shout at them in song, “How did you not realize when you looked down on me in school that I would become this famous and celebrated, singing song about how this small town couldn’t appreciate me and that’s why I left? Don’t you feel stupid now?”
It was a comforting fantasy as a preteen, but I’ve been disabused of the notion countless times over the years that music is in any way an effective means of revenge. The people in the crosshairs of my scorn, which I expected to respond with full-on biblical weeping and gnashing of teeth, didn’t care. Not only did they not feel punished by the song’s awesome and unforgiving power, they refused to recognize that my musical chastisement had been directed at them. They didn’t care in my third-grade class, and they didn’t care forty years later when we were all grown-ups and I had maybe accomplished enough to deserve a reaction beyond “Oh, you were that guy in French class that I never talked to.””

Sneakers

De visie van Luc Tuymans

“Dan komt er een tentoonstelling in Hongkong bij galerie David Zwirner. Maar die is uitgesteld tot maart 2020 omdat ik in mei aan mijn voet moet worden geopereerd. Er zijn ligamenten doorgescheurd, een gevolg van een aandoening die ik van mijn vader heb geërfd: platvoeten. Maar ik wilde me niet laten opereren vóór Venetië: ik zag het niet zitten om me in Venetië in een rolstoel te moeten verplaatsen. Dat is onmogelijk met al die bruggetjes. Daarom loop ik nu op sneakers, niet meteen een schoeisel dat ik normaal zou dragen. Maar zo is de pijn draaglijk.”

De visie van Andy Warhol

andy warhol

Misprijzen / Le mépris

De visie van Luc Tuymans

“Er zit iets megalomaans in die man [Curzio Malaparte, M.P.]. Zijn modernistische villa is gebruikt als setting voor de film Le Mépris die Jean-Luc Godard in 1963 maakte. Toen ik die onlangs opnieuw zag, was ik bijna gechoqueerd: dat soort epische film zal nooit meer gemaakt worden. De jonge Brigitte Bardot spreekt zinnen uit waar ze geen reet van snapte, de dialogen slaan nergens op maar de beelden zijn onvergetelijk. Daarna ben ik alles van Malaparte gaan lezen. La Pelle is zeker geen onvergetelijk boek. Kaputt is veel beter. De indrukwekkende schoorsteenmantel uit de villa van Malaparte heb ik geschilderd. Die hangt in de tentoonstelling.

le mepris 2

De visie van Martin Pulaski

“‘Le mépris’ van Jean-Luc Godard, een van de mooist in beeld gebrachte films ooit. (…) Een puzzel waarin Brigitte Bardot op haar mooist is, en voor een keer geloofwaardig, en Michel Piccoli op zijn elegantst en boordevol melancholie en onbegrip. Alles in technicolor-licht badend, zoals BB in de azuren zee. Maar de afwezigheid van de goden, even dood als de verstarde wereld van het profijt, de afgunst, de vernedering en het misprijzen. O, terugkeren naar Ithaka, naar Penelope, naar Telemachus, daar onder de olijfbomen rusten. Maar niets van dat alles: het eindigt met een crash.”

[1] Interview in Knack nr. 13 van 27 maart tot 2 april 2019

le mepris 1

OM NIET UIT DE GEHOORGANGEN TE VERDWIJNEN: SCOTT WALKER

scott walker 20

Vorige zaterdag brachten we  in Zéro de conduite een hommage aan Scott Walker (pseudoniem van Noel Scott Engel). Hij was in mijn tienerjaren samen met de andere Walker Brothers een van mijn prille pophelden; in mijn latere leven werd hij, en is hij nu meer dan ooit,  iemand om een voorbeeld aan te nemen, als integere kunstenaar en woordjuwelier. Als musicus en componist was hij dan weer exemplarisch voor een aantal van zijn muzikanten-tijdgenoten en voor jongere songschrijvers met een open geest en een luisterend oor.

Wat hier volgt zijn wat voorbereidende notities van die aflevering van Zéro de conduite. De playlist is aangevuld met wat meer details en een discografie. Voor een korte biografie en een in memoriam van Scott Walker vind je onder deze tekst enkele links.

“As a vocalist, at the height of his popularity, he was unsurpassable and influenced multiple generations as a result. His later work impacted many of the same artists whilst reaching newly receptive listeners who’d not hold him to the same standards of his earlier work. It was a real rebirthing of the artist that only a few manage to achieve in the world of popular music. The work Scott produced as a young man, and particularly that of his later years, will endure, as it is authentic, heartfelt, and visionary, produced in an environment, a genre of the arts, where such qualities are rarely encouraged or embraced.”
David Sylvian

Hoofdrolspelers

Scott Walker (of Noel Scott Engel): Walker Brothers
John Maus: Walker Brothers
Gary Leeds: Walker Brothers
Johnny Franz: producer (o.m. Walker Brothers, Dusty Springfield, Scott Walker)
Reg Guest: orkestleider en arrangeur
Ivor Raymonde: orkestleider / arrangeur (vader van Simon Raymonde: lid van Cocteau Twins en baas van platenlabel Bella Union)
Wally Stott (Angela Morley): arrangeur
Peter Knight: arrangeur
Peter Walsh: producer
The Quotations: backing band van the Walker Brothers
En enkele figuranten.

walker brothers 01

Walker Brothers discografie

Take It Easy with the Walker Brothers: November 1965
Producers: John Franz en Nick Venet
Met orkest onder leiding van Ivor Raymonde
Phil Spector-pop, blue eyed soul, barokpop

Portrait: Augustus 1966
Producer: John Franz
Met orkest onder leiding van Reg Guest en Ivor Raymonde
Phil Spector-pop, blue eyed soul, barokpop

Images: Maart 1967
Producer: John Franz
Orkest begeleid door Reg Guest
Phil Spector-pop, blue eyed soul, barokpop, drama

No Regrets: oktober 1975
Producers: Scott Walker, Geoff Calver
Covers, country
Geen composities van Scott Walker

Lines: oktober 1976
Producers: Scott Walker, Geoff Calver
Covers, country
Geen composities van Scott Walker

Nite Flights: juli 1978
Producers: Scott Walker en Dave MacRae
Vier nieuwe nummers van Scott Walker, de eerste sinds 1970
Laatste album van the Walker Brothers
Rock, synthpop

Scott Walker discografie

Scott: September 1967
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Reg Guest, Peter Knight
Existentialistische pop en chanson
Philips records

Scott 2: Maart 1968
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Reg Guest, Peter Knight
Existentialistische pop en chanson
Philips records

Scott 3: maart 1969
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Peter Knight
Existentialistische pop en chanson noir
Philips records

Scott: Scott Walker Sings Songs from his T.V. Series: Juli 1969
Producer: John Franz
Ballads, big band standards
Geen songs van Scott Walker
Philips records

Scott 4: November 1969
Producer: John Franz
Alle songs van Scott Walker
Existentialistische pop en chanson noir
Scott Walkers meesterwerk
Invloed op Bowie, Radiohead, Julian Cope, etc

Till the Band Comes In: December 1970
Producer: John Franz
Met arrangementen van Wally Stott, Peter Knight
Pop, MOR, concept-elpee
Philips records

The Moviegoer: Oktober 1972
Producer: John Franz
Liedjes uit films: easy listening uit wat Scott Walker zijn wildernisjaren noemde
Philips records

Any Day Now: mei 1973
Producer: John Franz
Easy listening uit zijn wildernisjaren
Philips records

Stretch: November 1973
Producer: Del Newman
Covers-elpee, voornamelijk country
CBS records

We Had It All: Augustus 1974
Producer: Del Newman
Country, covers
Vier songs van Billy Joe Shaver
CBS records

Climate Of Hunter: Maart 1984
Producers: Scott Walker en Peter Walsh
Een soort van comeback van Scott Walker op het toen coole Virgin label.
Met “Blanket Roll Blues” van Tennessee Williams (uit de soundtrack van de film The Fugitive Kind)
Op kant 2: cijfers in plaats van songtitels
Virgin records

Tilt: Mei 1995
Producers: Scott Walker en Peter Walsh
Songs in een donkere, begrafenisachtige sfeer
Industriële en avant-garde muziek, geluidsblokken, repetitief
Fontana, Drag City Records

The Drift: Mei 2006
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Industriële en avant-garde muziek, geluidsblokken, repetitief
4AD

Bish Bosch: December 2012
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Industriële en avant-garde muziek, geluidsblokken, repetitief
4AD

Soused (with Sunn O))) ): 2014
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Samenwerking van Scott Walker met de experimentele metal band Sunn O)))
Avant-garde, experimentele rock, art rock, dreunrock
4AD

Scott Walker soundtracks / dansvoorstellingen

Pola X: Mei 1999
Soundtrack van de gelijknamige film van Leos Carax
Producer: Scott Walker
Avant-garde, experimenteel, filmmuziek
Barclay

And Who Shall Go to the Ball? And What Shall Go to the Ball?: oktober 2007
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Muziek voor het dansgezelschap CandoCo
4AD

The Childhood of a Leader (Original Soundtrack): Augustus 2016
Soundtrack van de gelijknamige film van Brady Corbet
Producers: Scott Walker, Peter Walsh
Klassiek, avant-garde, experimenteel
4AD

Vox Lux: December 2018
Producer: Scott Walker (gedeeltelijk)
Soundtrack van de gelijknamige film van Brady Corbet
CBS records

Box set

Five Easy Pieces: 2003
CD 1: In My Room
CD 2: Where’s The Girl?
CD 3: An American In Europe
CD 4: This Is How You Disappear
CD 5: Scott On Screen
Mercury records

scott walker 21

Programma 6/4/2019

Death Rides A Horse – Ennio Morricone – Da uomo a uomo (Death Rides A Horse) – Ennio Morricone – 3:22
De dood rijdt op een paard. Dat wisten Lee Van Cleef en Ennio Morricone al lang. Dit deuntje ‘komt’uit een Italiaanse western die uitkwam in 1967.  Het beeld van de dood als een wrekende ruiter was Scott Walker net zo genegen als het hele repertoire van de Italiaanse meester. Filmmuziek was van groot belang voor Scott, al denken we bij zijn songs meestal niet aan westerns.

Saturday’s Child – The Walker Brothers – Portrait – Scott Engel – 2:08
Een toepasselijke titel voor een zaterdagavond. Muziek voor een existentialistische swinging London-party.

Genevieve – The Walker Brothers – Images – Scott Walker – 2:52
In de reeks die Scott ‘ladies, love and loss’ noemde.

I Don’t Want To Hear It Anymore – Jerry Butler – In The Naked City – Randy Newman – 3:04
De eerste versie van deze vroege Randy Newman-compositie (1964). Gecoverd door the Walker Brothers op Take It Easy.

Windmills Of Your Mind – Barbara Lewis – The Many Grooves Of Barbara Lewis – Bergman/Legrand – 3:58
Muziek van Michel Legrand. De eerste versie is van Noel Harrison en komt voor in de film The Thomas Crown Affair van Norman Jewison, met Steve McQueen en Faye Dunaway. Gecoverd door onder meer Dusty Springfield. Hoewel the Walker Brothers het nummer niet opnamen zou het zeker in hun repertoire hebben gepast. Ook gedraaid vanwege het overlijden van Michel Legrand en van Agnès Varda (Michel Legrand speelt een kleine rol in Varda’s Cléo de 5 à 7).

Young Man Cried – The Walker Brothers – Take It Easy With The Walker Brothers – John Franz/Scott Walker – 2:34
Werd gesampled door Alex Callier / Hooverphonic op Sometimes (openingsnummer van de cd Jackie Cane, 2002).

The Sun Ain’t Gonna Shine (Anymore) – The Walker Brothers – Portrait –  Bob Crewe/Bob Gaudio – 3:17 –
De eerste versie was van Frankie Valli (1965). The Walker Brothers  nemen je mee naar hoogten – en diepten – waar Frankie Valli nooit een stap zou durven te zetten. Een mijlpaal in de geschiedenis van de popmuziek.

Walking In The Rain – The Ronettes – Phil Spector – Back To Mono (1958-1969) – P. Spector-B. Mann-C. Weil – 3:16.
De muziekstijl van the Walker Brothers is duidelijk schatplichtig aan de wall of sound van Phil Spector en fantastische sessiemuzikanten van the Wrecking Crew. Een matige cover van Walking In The Rain verscheen op single in 1967.

Ebb Tide – The Righteous Brothers – Phil Spector – Back To Mono (1958-1969) – Carl Sigman/Robert Maxwell – 2:50
Een van de mooiste voorbeelden van de wall of sound. Stonden the Righteous Brothers model voor de Walkers? Deze single op Philles was een hit in 1965.

All Strung Out – Nino Tempo & April Stevens – Phil’s Spectre I: A Wall Of Soundalikes – Nino Tempo/Jerry Riopelle – 3:01
Dit nummer uit 1966 was bedoeld voor the Righteous Brothers, maar die hadden geen zin om het op te nemen, dus deden Nino Tempo en April Stevens (Nino’s zus) het maar zelf. Phil Spector was niet de producer, wel Bones Howe, die ook met the Monkees en Tom Waits samenwerkte. Het strijkersarrangement is van Nick DeCaro.

Baby Make It The Last Time – The Walker Brothers – Images – Scott Walker/Kirk A. Duncan/Michael Nicholls – 3:07
B-kant van de single Walking In The Rain, 1967. Een dansnummer.

Mrs. Murphy – The Walker Brothers – Solo Scott, Solo John EP – Scott Walker – 3:20
Uit een Philips EP uit 1966 waaruit blijkt dat het toen al niet zo boterde tussen John en Scott.

I Need You – Chuck Jackson – Honey And Wine: Another Gerry Goffin & Carole King Song Collection – Carole King/Gerry Goffin – 3:10
Op het Wand label uitgebracht in 1965 – Gecoverd door the Walker Brothers op een EP in 1966. Chuck Jackson is vooral bekend van de singles Any Day Now en I Keep Forgettin’ (gecoverd door David Bowie).

Summertime – Al Green – Green Is Blues – George Gershwin/DuBose Hewayrd – 3:02
The Walker Brothers-versie van deze classic uit Porgy and Bess is terug te vinden op de elpee Portrait. Summertime and the living is easy, fish are jumping and the cotton is high…

People Get Ready – Curtis Mayfield & The Impressions – The Anthology 1961 – 1977 – Curtis Mayfield – 2:39
De bijzonder geslaagde versie van the Walker Brothers staat op Portrait. Ik heb het nummer in die versie leren kennen en waarderen. Maar niets gaat boven het origineel.

How Can I Be Sure – Dusty Springfield – Dusty In London –  Felix Cavaliere/Eddie Brigati – 2:48
Tijdgenote, stijlgenote. Oorspronkelijke versie op Groovin’ van the Young Rascals, 1967. The Walker Brothers namen deze classic helaas niet op. Had gekund.

Orpheus – The Walker Brothers – Images – Scott Walker – 3:27
Scott klasseert dit nummer in zijn reeks ‘bedsit dramas, including the kitchen sink’.

Archangel – The Walker Brothers – Single B Side – Archangel – 3:45
Met de klank van een oud orgel opgenomen in een bioscoop op Leicester Square. Invloed van Bach.  Inspiratie voor Procol Harum?

Salad Days (Are Here Again) – Procol Harum – A Whiter Shade Of Pale – Keith Reid/Gary Brooker – 3:41
Uit de eerste elpee van Procol Harum, die aanvankelijk geen titel had. Je hoort hier wel meer invloed van Bob Dylan / Highway 61 Revisited dan van the Walker Brothers.

Never Say Never Again – Bee Gees – Odessa – Bee Gees – 3:28
Tijdgenoten en geestverwanten. Odessa was een concept-box die vijftig jaar geleden werd uitgebracht.

When Joanna Loved Me – Scott Walker – Scott – Robert Wells/Jack Segal – 3:08
1ste solo-elpee, 1967
In de reeks ‘ladies, love and loss’. Het nummer was voordien al een hit voor Tony Bennett.

Montague Terrace (In Blue) – Scott Walker – Scott – Scott Walker – 3:31
Een hoogtepunt uit de eerste solo-elpee:
The girl across the hall makes love
Her thoughts lay cold like shattered stone
Her thighs are full of tales to tell
Of all the nights she’s known
Your eyes ignite like cold blue fire
The scent of secrets everywhere
A fist filled with illusions
Clutches all our cares

Wait Until Dark – Scott Walker – Scott 2 – Henry Mancini – 3:00
Uit de tweede solo-elpee, 1968. Wait Until Dark is een film van Terence Young uit 1967. Met Audrey Hepburn als een jonge, blinde vrouw.

Black Sheep Boy – Tim Hardin – Tim Hardin 2 – Tim Hardin – 1:56
Iets helemaal anders maar wel gecoverd door Scott Walker op Scott 2.

Duchess – Neko Case & Her Boyfriends – The Virginian – Scott Engel – 2:56
Een sublieme versie van een Scott Walker-compositie (op Scott 4).

Rhymes Of Goodbye – Scott Walker – Scott 4 – S. Engel – 3:04
Scott 4 is eigenlijk de 5de solo-elpee van Scott Walker, als je Scott: Scott Walker Sings Songs from his T.V. Series meerekent. Scott 4 is Scott Walkers grandioos meesterwerk.

Two Ragged Soldiers – Scott Walker – Scott 3 – S. Engel – 3:07
“Such amazing empathy for the human soul. He saw two men sitting on a park bench and imagined an entire life for them – full of suffering, joy and bitter longing for the lives they could have lived. It’s a miraculous work of art” schrijft Jim Oliver op YouTube. Inderdaad.

La valse des lilas (Once Upon a Summertime) – Toots Thielemans with Shirley Horn – The Real… Toots Thielemans – Eddie Barclay/Michel Legrand – 4:33
Vooral voor de melancholie van Toots, minder voor de stem van Shirley Horn. Een lied voor de eeuwigheid van Michel Legrand en Eddie Barclay.

La chanson de Jacky – Jacques Brel – Ces gens-là – Jacques Brel/Gérard Jouannest – 3:26
Barclay, 1965. Scott Walker nam negen nummers van Jacques Brel op, later verzameld op Scott Walker sings Jacques Brel.

The Seventh Seal – Scott Walker – Scott 4 – S. Engel – 4:58
Scott Walker hield van zoals reeds gezegd van film en filmmuziek en zeker van de films van Ingmar Bergman.

30 Century Man – Scott Walker – Scott 3 – Scott Walker – 1:29
“If anything lyrically Walker brilliantly anticipated the dystopian/supermen visions of his most famous fan David Bowie, touching on ideas of long life through ‘freezing’ – the kicker is the bizarrely audacious claim “Shame you won’t be there to see me shaking hands with Charles de Gaulle.” Musically the gentle acoustic guitar and Walker’s slightly twangy style of singing turns into a fusion of Bob Dylan and Jacques Brel, a dipping into a folk/cabaret style that becomes Walker’s own through and through, topped off with a short fragment from a music box” schrijft Ned Raggett op Allmusic.
Een documentaire uit 2006 over Scott kreeg dezelfde titel. (Ik heb hem nog niet gezien.)

The London Boys – David Bowie – The Deram Anthology 1966 – 1968 – David Bowie – 3:22
Geestverwant, stijlverwant en bewonderaar van Scott Walker.

The Electrician – The Walker Brothers – Nite Flights – Scott Engel – 6:11
Midge Ure  stelde dat “The Electrician” hem inspireerde voor Ultravox’s “Vienna”
De terugkeer van de ware Scott Walker, zou je kunnen zeggen. Nite Flights was de zwanenzang van de broers die geen broers waren.

Tilt – Scott Walker – Tilt – Scott Walker – 5:13
Scott Walker begeeft zich op het pad van de avant-garde en de experimentele muziek. Zijn teksten, die altijd eerst komen, worden hermetische gedichten. Hij maakt gebruik van massieve blokken geluid en stilte.

The Escape – Scott Walker – The Drift – Scott Walker – 5:19
Nog verder op de weg van de avant-garde.
Tilt, The Drift en Bish Bosch (zijn eindspel) vormen een nogal macabere trilogie. Liederen over onder meer de terechtstelling van Clara, de vrouw van Benito Mussolini, de moord op Pasolini, Jesse Garon Presley, de doodgeboren tweelingbroer van Elvis, drugdealers, het proces tegen Eichmann, 9/11, Srebrenica en andere aardedonkere onderwerpen. En dit:
If shit were music
La da da, la da da
You’d be a brass band
Know what?
You should get an agent, oh yeah, yeah
Why sit in the dark handling yourself?
Uit: ‘SDSS1416+13B (Zercon, A Flagpole Sitter)’ op ‘Bish Bosch’

Om maar te zeggen: Scott Walker is niet iemand om zomaar te vergeten. Of is iemand om voor eens en altijd te ontdekken. Hij is geen wrekende ruiter maar een bezeten en vreedzame jager op uitzonderlijke woorden en beelden en op geluiden die een verschil maken. Een verschil met de shit van het dagelijks leven. Zijn composities herinneren ons aan de mogelijkheden die datzelfde dagelijks leven ons biedt.

Interessante links

https://www.theguardian.com/music/2019/mar/25/scott-walker-obituaryhttps://www.theguardian.com/music/2019/mar/25/music-stars-pay-tribute-to-scott-walker-damon-albarn-cosey-fanni-tutti-david-sylvianhttps://www.filmcomment.com/blog/scott-walker-soundtracks-childhood-of-a-leader-pola-x/
https://focus.knack.be/entertainment/muziek/in-memoriam-scott-walker-1943-2019-van-tieneridool-tot-raadselachtige-kluizenaar/article-longread-1445153.html?fbclid=IwAR3nZoOx77cxcsAAVWgXPgRMYO4t5NYZtmWuOto0qLmsK2VxmXV42HOuInQ

scott-24-gq-20mar18_shutterstock

HET GELUK VAN HUBERT DETHIER

marienbad 01

Vorige zaterdag is Hubert Dethier overleden. Toen ik in de periode 1971-1975 filosofie studeerde aan de Vrije Universiteit Brussel was hij een van de professoren die ik het liefste zag en hoorde. Hij was een van de drie mentors van wie ik werkelijk dingen geleerd heb die niet alleen voor het denken van belang zijn maar ook voor de verbeelding, voor het leven en voor het bestaan in een gemeenschap. Dethiers denken was ingebed in een traditie van erotische en utopische vrijdenkers. Met veel toewijding leidde hij ons rond in hun hermetische en tegelijk transparante wereld.
Hubert Dethier was geen academische filosoof. Zijn utopisch denken ging tegen vastgeroeste ideeën in, tegen de obsessies van de eigen tijd. Kritiek op de eigen tijd is liefde voor de toekomst. Utopisch denken verzet zich tegen al wat onze tijd aan banden legt.
Het eerste woord dat mij te binnen schiet als ik aan deze minzame man denk is ‘geluk’.
Het is inderdaad niet verkeerd om het geluk na te streven, maar vergeet ondertussen niet de wereld te veranderen. En op dit ogenblik zie ik een stralende winterzon het dak van een huis aan de overkant van de straat met het warmste rood bekleden. Het rood van de eros en van de revolte?

Afbeelding: tot mijn spijt heb ik geen mooie foto van Hubert Dethier. Een lelijke foto bij dit bericht zou ongepast zijn. Maar deze filosoof was ook een filmliefhebber en zeker een raadselachtig meesterwerk als L’année dernière à Marienbad van Alain Resnais en Alain Robbe-Grillet viel bij hem in de smaak.

OMTRENT SABAUDIA (EN PAOLO SORRENTINO)

amico-di-famiglia_

Opgedragen aan Bernardo Bertolucci en Pier Paolo Pasolini.

Tijdens het kijken naar Paolo Sorrentino’s L’amico di famiglia dacht ik terug aan een verblijf in Sezze en een bezoek aan Sabaudia in de zomer van 1996. Niet alleen omdat ik mijn buik vol heb van mijn geliefde Italië was ik met enige tegenzin naar die film beginnen te kijken. Het afbraakwerk waar Berlusconi mee begonnen is wordt nu door schurken als Matteo Salvini voltooid. De hatelijke Benito Mussolini had nog een zeker gevoel voor schoonheid en poëzie. Zo was hij een bewonderaar van het futurisme van Marinetti (een bewondering die wederzijds was). Bij de machthebbers van vandaag blijft daar weinig van over. Als ik in de toekomst nog naar Italië ga, wat ongetwijfeld zal gebeuren want mijn zoon woont er, zal het met dezelfde weerzin zijn als waarmee ik mij aan L’amico di famiglia overgaf. Daar komt nog bij dat ik een liefde-haatverhouding heb met regisseur Paolo Sorrentino. Ben ik de enige levende ziel die niet van La grande bellezza houdt? Bijna alles aan die film is wat mij betreft fake. De film lijkt wel een Italiaanse versie van Curtis Hansons geestige Wonder Boys, wat evenmin een meesterwerk was maar het personage van Michael Douglas als opgebrande schrijver was wél geloofwaardig. Jep Gambardella (rol van Tony Servillo, een acteur die ik niet mag) daarentegen is van bordkarton. La grande bellezza werd vergeleken met La dolce vita. Laat me niet lachen! Waar is Marcello, waar Anita Ekberg, waar de gracieuze en langoureuze Nico? Sinds ik schoorvoetend heb durven toegeven dat ik niet van De grote schoonheid houd, wil zelfs mijn beste vriendin me niet meer zien.

Maar L’amico di famiglia was anders. Mogelijk is de film even cynisch als ‘La grande bellezza’, met een even onuitstaanbaar hoofdpersonage, de zeventigjarige Geremia De Geremei, een achterbakse en gemene woekeraar, een lelijk en venijnig ventje. Nu echter kwam ik er al gauw achter dat een cynisch hoofdpersonage niet noodzakelijk betekent dat de bedenker ervan een vergelijkbaar mens- en wereldbeeld heeft. Cynisme zou wel eens een methode kunnen zijn om het cynisme van de politiek en de samenleving te lijf te gaan, in dit geval ten tijde van Berlusconi. Zou het mogelijk zijn dat het cynisme van Paolo Sorrentino een aanklacht is tegen gedegenereerd kapitalisme, geldzucht en woeker? Overigens vind je die afkeer van woeker al terug bij Mussolini-bewonderaar en antisemiet Ezra Pound, lees er de Pisaanse Canto’s maar op na. Maakt dat ook van Sorrentino een antisemiet? Zeker heeft die akelige Geremia De Geremei semitische trekken. Hij heeft inderdaad wat van Shakespeare’s Shylock, terwijl je De koopman van Venetië toch moeilijk een racistisch stuk kunt noemen. Hath not a Jew eyes?, et cetera.

Sabaudia_35

Het verhaal is gesitueerd – en de film gedraaid – in en rond Sabaudia, een stadje in het vroegere moerasland Agro Pontino. Dat werd ten tijde van Mussolini drooggelegd, zogezegd om de malariaplaag uit te roeien maar zeker ook om de bevolking te imponeren met grootse bouwwerken in modernistisch-fascistische stijl. Het moeras is inderdaad verdwenen, al wordt in de film nog wel een dikke mug dood geklopt. Dichter en filmregisseur Pasolini toont al in 1974 aan de hand van Sabaudia aan dat het fascisme niet bij machte geweest is om de eeuwenoude schoonheid van Italië kapot te krijgen.[1] De fascisten waren een bende misdadigers die in Italië tijdelijk de macht gegrepen hadden maar geen vat hadden op de cultuur, de esthetiek en de creativiteit van het land. Wat Mussolini en zijn medestanders niet was gelukt zag Pasolini in die dagen wel reeds gebeuren ten gevolge van het snel oprukkende consumentisme.
Mussolini legde het moeras letterlijk droog, Trump en zijn soortgenoten doen het nu op symbolische wijze. Voor Trump staat het moeras voor democratie, goede smaak, cultuur, hoffelijkheid, bereidheid tot dialoog en compromis. Voor volksmenners van nu – ook bij ons, kijk maar eens naar de mannen van N-VA en Vlaams Belang – zijn dat stuk voor stuk verwerpelijke verworvenheden. Zo wordt dan Sorrentino een beetje een profeet: je ontwaart in L’amico di famiglia al het hedendaagse extreemrechtse Italië, opgetrokken op de ruïnes van Berlusconi’s media-imperium.

Ik dacht terug aan die warme dag in juli 1996 toen ik was aangekomen in Sezze, in de provincie Latina en gelegen in de heuvels boven Sabaudia, ongeveer 150 kilometer ten zuiden van Rome. Samen met een twintigtal jongeren uit diverse landen van de Europese Unie verbleef ik daar een week in een dorpsschooltje voor een reeks seminaries over de multiculturele samenleving. Veel details van de lezingen zijn me niet bijgebleven. De sprekers op het seminarie waren stuk voor stuk Italiaanse intellectuelen die uitsluitend Italiaans spraken. De vertaling naar het Frans was zo erbarmelijk dat ik mij inspande om de taal van Dante zelf te verstaan. Het filosofisch, politiek en religieus discours klinkt niet zo heel anders in Italië dan in Frankrijk: er worden dezelfde basisbegrippen gehanteerd. Maar het schrille gezang van de miljoenen cicaden om ons heen maakte ook dat moeilijk. Vaak had ik op de koop toe hoofdpijn van de miserabele wijn uit kartonnen dozen die we ’s avonds bij het smakeloze eten kregen. Het project “Dialogo interculturale e convivenza” werd gesubsidieerd door de Europese Unie. Misschien zat de maffia er ook wel voor iets tussen, dacht ik oneerbiedig. Want waar ging het mooie budget naartoe? Zeker niet naar die giftige wijn. Naar ons ‘hotel’ dan? De hele groep verbleef in de sterk vervallen lagere school Colli di Susi; overnachten moesten we in een klaslokaaltje en voor alle deelnemers samen was er maar één douche en één toilet. Of moesten we aan den lijve ondervinden wat armoede betekende en wilden de organisatoren zo onze compassie doen toenemen?

Wat ik van de lezingen begreep was dat de armen armer worden, de rijken rijker. Ten gevolge van het kapitalisme en de erbarmelijke werk- en levensomstandigheden ontstaan er grote migraties van het zuiden naar het noorden. De vijandschap ten aanzien van vreemdelingen en vluchtelingen neemt toe. Vooral begreep ik dat we meer compassie nodig hebben. Dat waren duidelijke inzichten. Tweeëntwintig jaar later is het alleen maar erger geworden.

pasolini

Er waren die week zoals het betaamt ook vrije momenten. Zo kwam het dat ik op een middag met mijn vrienden Isabelle D. en Hotman H. in een café aan de Strada Lungomara zat. Ik had me verbaasd over de foto’s aan de wand van Bernardo Bertolucci en Stefania Sandrelli, die er ooit te gast waren, en liet nu mijn blik rusten op de vredige Tyrreense zee.
Ik had tevoren met onze gids, mijnheer Mancini, een wandeling in het stadje Sabaudia gemaakt. Mijnheer Mancini was een van de projectleiders. Hij was afkomstig uit Brooklyn maar nu woonachtig in Italië. Zijn vader was destijds uit deze streek vertrokken naar New York en had tijdens de tweede wereldoorlog als Amerikaanse onderdaan en piloot bij het Amerikaanse leger de dorpen rond Sezze mee gebombardeerd. Ondanks of misschien net door deze tragische contradicties was zijn zoon, onze mijnheer Mancini, een beminnelijk man. Hij was tot zijn grote spijt geen familie van de componist Henry Mancini, zei hij terloops op een vrije avond, terwijl we op weg waren naar een ijssalon pal tegenover La Fontana dei Quattro Fiumi van Gian Lorenzo Bernini op Piazza Navona in Rome.
Vanuit mijn antifascistische overtuiging, nog verhevigd door de voordrachten van de Italiaanse filosofen, – vooral het pathos van hun vertogen had aanstekelijk gewerkt – was het voor mij onmogelijk om die fascistisch-modernistische architectuur te appreciëren. Ik vond het allemaal even lelijk en deprimerend. De strakke, harde lijnen deden me aan die verschrikkelijke gebouwen aan de Kunstberg in Brussel denken en uiteraard ook aan de EUR-wijk in Rome. Was dit alles maar moeras gebleven, dacht ik in alle stilte. Sommige gedachten mag je natuurlijk niet uitspreken, maar het is al goed mama, dat is het leven en alleen maar het leven.

L’amico di famiglia veranderde niets aan het negatieve beeld dat ik mij in 1996 van Sabaudio heb gevormd. Toch wil ik er graag nog eens terugkeren en met de heldere blik van Pasolini naar de stad kijken en mijn ogen daarna laten rusten op de Tyrreense zee en mij proberen voor te stellen hoe Bernardo Bertolucci  zo lang geleden naar diezelfde zee heeft gekeken.

bertolucci-bernardo

[1] Now we find ourselves in front of the structure, the shape, the profile of another city bathed in a sort of grey lagoon light, although surrounded by a beautiful Mediterranean maquis. This is Sabaudia. I can’t tell you how much we intellectuals laughed about the architecture of the regime, about cities like Sabaudia. But now, observing this city closely, we feel something totally unexpected. There is nothing unreal or ridiculous about Sabaudia’s architecture. With the passing of the years, this lictorian architectural style has become the meeting point between metaphysical and realistic linked feelings. On the one hand, it evokes metaphysic related feelings in the most genuine European meaning of the word ‘metaphysic’ because it reminds us, for example, of De Chirico’s metaphysical painting. On the other hand, it evokes realistic related feelings because you can see even from a distance that these cities are truly suitable for human beings. One feels that there live regular families, human beings, complete living beings who are fully immersed in their umility.
How did this almost miraculous fact happen? How come that a ridiculous, fascist city suddenly seems to be charming?
We must examine this case a little more closely: there is no doubt that Sabaudia has been created by the regime, but actually there is nothing fascist about this city, apart from some external aspects. Therefore, I say that fascism, the fascist regime, was nothing else than a group of criminals who came to power. It wasn’t able to do anything, neither to affect the Italian reality, nor to scratch its surface. Therefore Sabaudia, although arranged in a rationalistic, aesthetising, academic way, is not rooted in the fascist regime by which it was created, but rather it is rooted in the Italian provincial reality that has been tirannically dominated and never conquered by fascism. In other words, it was the provincial, rustic and paleo-industrial Italian reality that created Sabaudia, and not fascism.
Now, instead, the opposite is the case. The regime is a democratic one, but fascism was unable to obtain both acculturation and homologation that today’s consumer society succeeds in obtaining by destroying the several micro-realities that made up Italian society in the past. This acculturation is actually destroying Italy. Therefore, I can state with absolute certainty that the true fascism consists in the power of today’s consumer society, which is destroying Italy. This happened so fast that we basically did not realise it. Everything happened in the last five, six, seven, ten years. It has been a kind of nightmare, in which we saw Italy around us destroying itself and then disappear.
And now, perhaps awakening from this nightmare and looking around us, we realise that there’s nothing to do.
Pier Paolo Pasolini, 7 februari 1974 (vertaald uit het Italiaans)

Latium_et_Campania

Afbeeldingen: L’ amico di famiglia; Sabaudia; Pasolini; landkaart van Latium; Bertolucci.

 

DE LAATSTE TANGO VAN BERNARDO BERTOLUCCI

last tango 2

Zowat iedereen in de geschreven pers die het over de dood van de geniale filmregisseur Bernardo Bertolucci heeft, heeft het over boter. Weerzinwekkend vind ik een dergelijke herleiding tot het ridicule nog altijd. Dat herleiden tot iets banaals is niets nieuws maar het wordt wel erger met de dag. Elvis was in de ogen van de media bij zijn dood al een vette sandwich maar er werd toch ook nog naar zijn songs geluisterd. Ik heb niet de indruk dat degenen die nu over Bertolucci schrijven ooit een film van hem hebben gezien.
De regisseur is uiteraard veel meer dan Last Tango In Paris, al is die film zijn meesterwerk. Hij toont ten tijde van de zogeheten seksuele revolutie een man in al zijn zwakheid, vol van twijfels maar ook van machismo en in diepe eenzaamheid ten prooi aan gevoelens van uitzichtloze wanhoop. Als er geen liefde overblijft, lijkt seksualiteit net als in de schilderijen van Francis Bacon niet veel meer dan brutaal geweld en grensoverschrijding. Dat alleen nog maar voor de inhoud. Maar Last Tango In Paris is zo veel meer dan inhoud. Alleen al het kleurenpalet, ook enigszins schatplichtig aan Bacon, is een verrukking voor het oog. De kleuren accentueren bijna op een perfecte manier de gevoelens en emoties van de tragische personages, ogenschijnlijk niet veel meer dan toevallige passanten, als in een gedicht van Charles Baudelaire. Die kleuren zijn ook een ode aan de stad Parijs. De hele film is een ode aan de lichtstad, haar cultuur, haar architectuur, haar filmgeschiedenis, haar poëzie.
Er is ook de mise-en-abyme, het thema van de film in de film. Jean-Pierre Léaud, dubbelganger van François Truffaut, in de rol van filmregisseur. Met een nogal vrolijke scène: een huwelijksverklaring bij een sluis aan Canal St.-Martin – met een allusie op weer een ander meesterwerk, L’Atalante van Jean Vigo.
Er is ook het altijd weer boeiende thema van de dubbelganger, dat Bertolucci zo nauw aan het hart lag [1]. Ik denk nu vooral aan Marcello, de minnaar van Pauls overleden vrouw. Hij is niet meer dan een imitatie van Paul, in alles hetzelfde behalve in zijn ziel, in zijn tragiek.
Boven alles is er ook de zelfmoord van Rosa (“a fake Ophelia”), de moord van Jeanne (“C’est un fou… Je ne sais pas qui c’est… Je ne connais pas son nom…”) en dood van Paul (“Our children will remember”). Het toeval van een ontmoeting is noodlot geworden.

Dat zijn slechts enkele aspecten van die ene film. Er zijn er nog zoveel meer films van Bernardo Bertolucci om te koesteren, te doorgronden, ja, om ooit samen met al het mooiste van onze beschaving mee te nemen naar een ander sterrenstelsel.

Last-Tango-in-Paris-1972-Maria-Schneider-Bernardo-Bertolucci-and-Marlon-Brando-on-set

[1] Een van Bertolucci’s eerste films, Partner (1968) was al gebaseerd op Dostojewski’s roman De dubbelganger. In La strategio del ragno (1970), naar een verhaal van Jorge Luis Borges, zijn de verrader en de held één en dezelfde persoon.
In Last Tango In Paris is de dubbelganger een metafoor voor gespletenheid, innerlijke verscheurdheid, voor identiteitsverlies. En mogelijk zelfs voor de dood: de dag dat je je dubbelganger ontmoet weet je dat je gaat sterven.