DE LAATSTE TANGO VAN BERNARDO BERTOLUCCI

last tango 2

Zowat iedereen in de geschreven pers die het over de dood van de geniale filmregisseur Bernardo Bertolucci heeft, heeft het over boter. Weerzinwekkend vind ik een dergelijke herleiding tot het ridicule nog altijd. Dat herleiden tot iets banaals is niets nieuws maar het wordt wel erger met de dag. Elvis was in de ogen van de media bij zijn dood al een vette sandwich maar er werd toch ook nog naar zijn songs geluisterd. Ik heb niet de indruk dat degenen die nu over Bertolucci schrijven ooit een film van hem hebben gezien.
De regisseur is uiteraard veel meer dan Last Tango In Paris, al is die film zijn meesterwerk. Hij toont ten tijde van de zogeheten seksuele revolutie een man in al zijn zwakheid, vol van twijfels maar ook van machismo en in diepe eenzaamheid ten prooi aan gevoelens van uitzichtloze wanhoop. Als er geen liefde overblijft, lijkt seksualiteit net als in de schilderijen van Francis Bacon niet veel meer dan brutaal geweld en grensoverschrijding. Dat alleen nog maar voor de inhoud. Maar Last Tango In Paris is zo veel meer dan inhoud. Alleen al het kleurenpalet, ook enigszins schatplichtig aan Bacon, is een verrukking voor het oog. De kleuren accentueren bijna op een perfecte manier de gevoelens en emoties van de tragische personages, ogenschijnlijk niet veel meer dan toevallige passanten, als in een gedicht van Charles Baudelaire. Die kleuren zijn ook een ode aan de stad Parijs. De hele film is een ode aan de lichtstad, haar cultuur, haar architectuur, haar filmgeschiedenis, haar poëzie.
Er is ook de mise-en-abyme, het thema van de film in de film. Jean-Pierre Léaud, dubbelganger van François Truffaut, in de rol van filmregisseur. Met een nogal vrolijke scène: een huwelijksverklaring bij een sluis aan Canal St.-Martin – met een allusie op weer een ander meesterwerk, L’Atalante van Jean Vigo.
Er is ook het altijd weer boeiende thema van de dubbelganger, dat Bertolucci zo nauw aan het hart lag [1]. Ik denk nu vooral aan Marcello, de minnaar van Pauls overleden vrouw. Hij is niet meer dan een imitatie van Paul, in alles hetzelfde behalve in zijn ziel, in zijn tragiek.
Boven alles is er ook de zelfmoord van Rosa (“a fake Ophelia”), de moord van Jeanne (“C’est un fou… Je ne sais pas qui c’est… Je ne connais pas son nom…”) en dood van Paul (“Our children will remember”). Het toeval van een ontmoeting is noodlot geworden.

Dat zijn slechts enkele aspecten van die ene film. Er zijn er nog zoveel meer films van Bernardo Bertolucci om te koesteren, te doorgronden, ja, om ooit samen met al het mooiste van onze beschaving mee te nemen naar een ander sterrenstelsel.

Last-Tango-in-Paris-1972-Maria-Schneider-Bernardo-Bertolucci-and-Marlon-Brando-on-set

[1] Een van Bertolucci’s eerste films, Partner (1968) was al gebaseerd op Dostojewski’s roman De dubbelganger. In La strategio del ragno (1970), naar een verhaal van Jorge Luis Borges, zijn de verrader en de held één en dezelfde persoon.
In Last Tango In Paris is de dubbelganger een metafoor voor gespletenheid, innerlijke verscheurdheid, voor identiteitsverlies. En mogelijk zelfs voor de dood: de dag dat je je dubbelganger ontmoet weet je dat je gaat sterven.

GEHEUGEN, FILM, CENSUUR

in-a-lonely-place-4

“Het ‘zuivere beeld’, onaangeroerd door taal, behoort geheel tot de natuur; het ligt in de onuitsprekelijke blikken der dieren, voor wie de beelden ondergedompeld blijven in een onontwarbare stroom van indrukken.”
Patricia De Martelaere, Een verlangen naar ontroostbaarheid

Facebook heeft een erg kort geheugen, al word je er elke dag wel aan herinnerd op welke manier en waarmee je één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven jaar geleden geliefd (en soms ook wel gehaat) wilde worden. Is dat echter geen artificiële, mathematische en zelfs mercantiele benadering van hoe wij ons feiten en gebeurtenissen in werkelijkheid herinneren? Mijn geheugen, of wat er nog van overblijft, werkt vast niet op die manier.
Zeker is wel dat Facebook, net als god en Sinterklaas, niets vergeet. Vandaag werd ik bijvoorbeeld gecensureerd voor een clipje dat ik meer dan een jaar geleden publiek maakte, namelijk ‘Can’t Find My Way Home’ van Blind Faith. De afbeelding op YouTube [1] was een reproductie van de hoes van de eerste en enige elpee van deze supergroep, een album dat in 1969 in zowat alle platenwinkels lag. Behalve in de Verenigde Staten: aan de bijzonder mooie en vindingrijke foto van een topless pubermeisje – ik durf hem hier niet meer te tonen, maar je vind hem zo op wikipedia – van de hand van fotograaf Bob Seidemann werd in het land van de vrijheid ook toen al aanstoot genomen. De puriteinse en hypocriete moraal van mainstream Amerika is niet samen met Facebook ontstaan, laat dat duidelijk zijn.
Ondanks de belachelijke regeltjes, waar een mysterieuze zedenpolitie nauwgezet over waakt, gebeuren er op ons gezichtenboek toch fijne en verfijnde dingen. De inventiviteit van onze soort krijg je maar moeilijk kapot. Een tijdje geleden had ik het al over het filmspel dat daar – of is het hier en zowat overal, zoals in het liedje van the Beatles? – nog steeds gespeeld wordt. Je wordt verzocht om een beeld te posten uit een film die je op de een of andere manier nogal geraakt heeft. Als somtijds speelse mens was ik er meteen voor gewonnen, ook al omdat ik al van in mijn kinderjaren in de ban ben van film, film en nog eens film.
Om later nog te weten uit welke films ik beelden heb gekozen heb ik er een lijstje van gemaakt. Als het van die donkere dagen zijn zoals vandaag brengt zo’n lijstje altijd wat licht en kleur in het leven.

1. Alice in den Städten (1974) – Wim Wenders
2. In A Lonely Place (1950) – Nicholas Ray
3. Les enfants du paradis (1945) – Marcel Carné
4. Sátántangó (1994) – Béla Tarr
5. Merril’s Marauders (1962) – Samuel Fuller
6. La maman et la putain (1973) – Jean Eustache
7. The Shooting (1966) – Monte Hellman
8. Die Blechtrommel (1979) – Volker Schlöndorff
9. Down By Law (1986) – Jim Jarmusch
10. Kaagaz Ke Phool (Paper Flowers) (1959), Guru Dutt

Ik wil er nog aan toevoegen dat dit niet de allerbeste films zijn die ik ooit gezien heb. Het gaat voornamelijk om films die me om een heel specifieke reden bij de strot gegrepen hebben. Door elkaar geschud, verbijsterd, met verwondering vervuld, tot tranen toe ontroerd, enzovoort.
Wat opvalt is de lange duur van sommige films. Een groot aantal gaat over kunstenaars (fotografen, schrijvers, filmregisseurs, dj’s). Emoties spelen een belangrijke rol. Er is eenzaamheid en de onmogelijkheid van de liefde. Al bij al een verlangen naar ontroostbaarheid, zou je met Patricia De Martelaere kunnen zeggen. Een ontroostbaarheid die zoals het leven zelf lang mag duren. Liefst een leven met vrouwelijke tepels, maar als het dan toch moet zonder. Daar gaan we dan ondergronds voor.

down by law 7

Afbeeldingen: In a Lonely Place; Down by Law.
[1] Op de You Tube-link naar Can’t Find My Way Home krijg je de gecensureerde hoes te zien.

GELDSTROOM

grosz_wintermaerchen-1

De geldstroom gaat van het rijke Vlaanderen naar de parasieten in Brussel en Wallonië zegt de NVA en blijven de ‘grote denkers’ van de Vlaamse Gedachte als een mantra herhalen. In werkelijkheid gaat de geldstroom zowel in Vlaanderen als Brussel en Wallonië – en overal ter wereld – van de armen en de middenklasse naar de rijken. Een miserabele stroom in één enkele richting. Naar wie gaan de belastingen, naar wie de opbrengsten van de handel in gas en elektriciteit? Van spectaculaire festivals, autosalons, verzekeringen, consumptietempels, halloween- en kerstmisrommel, vastgoed, huishuur?
Vanuit hun hoogte kijken de rijken samen en eendrachtig vol minachting neer op het gepeupel (wij) dat hen onderdanig aanbiedt wat zij eisen. Wie begrijpt waarom die uitbuiters zonder grenzen zo geliefd zijn en zoveel krediet krijgen?

Afbeelding: Georg Grosz, Deutschland, ein Wintermärchen

LIEFDE, GEEN OORLOG

in the mood for love

Op facebook wordt – al enkele jaren, geloof ik – een spel gespeeld. Een van de vele. Je wordt verzocht om een foto te posten uit een film die je op de een of andere manier nogal geraakt heeft. Ik vermoed dat niet wordt bedoeld: de films die je voorkeur genieten, die je de allerbeste vond die je ooit gezien hebt. Voor een keer vind ik zo’n facebookspelletje boeiend. Misschien ook wel omdat ik in een homo ludens-periode ben. Ik besef opnieuw dat we zonder het spel en het speelse gedoemde creaturen zijn.
Omdat het vandaag wapenstilstand is wil ik er nog aan toevoegen dat oorlog geen spel is. Als je toch oorlog wilt spelen, mannen, speel dan stratego. Of lees Vom Kriege van Carl von Clausewitz en beperk je tot de theorie en zie die als een spel. Leg de wapens neer. Vechten gaat zo gauw vervelen.

De poster hierboven is die van een film die me nauw aan het hart ligt: In The Mood For Love van Wong Kar-Wai met Tony Leung Chiu-Wai en Maggie Cheung.
(Het lied dat Maggie Cheung zingt komt uit een andere mooie film: Clean van Olivier Assayas. Helemaal in de stijl van Mazzy Star, wat niet mag verbazen als je weet dat het een productie is van David Roback.)

ZERO DE CONDUITE: CHANGE IS NOW

the times they are a changing

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vanavond draaien we verandering, change. De keuze voor dit thema maakte ik op maandag 15 oktober, toen ik het gevoel had in een ander, een beter Brussel ontwaakt te zijn. De Brusselaars hadden voor verandering, voor een nieuwe adem, voor groen en rood gestemd. Bijna geen spoor meer van rechtse en al helemaal niet van extreemrechtse partijen. De partijen die haat zaaien en leven op angst komen bij ons niet van de grond, in tegenstelling tot in Vlaanderen en in de ons omringende landen. Wat voelde ik me blij die ochtend. Ook met het succes van de linkse beweging Change, waar ik als inwoner van Anderlecht jammer genoeg niet voor had kunnen stemmen. Maar goed: ik was blij en ik was in mijn blijdschap zeker niet alleen. Het gevoel dat een deel van de angst – in ons geval voor haat en geweld – van je afvalt, kan ik maar moeilijk beschrijven. Roger McGuinn en zijn Byrds zingen het zo mooi in Change is Now: dance to the day when fear is gone. De hele song Change Is Now drukt dat euforische gevoel van verandering uit.
Die verkiezingsuitslagen zijn natuurlijk maar een begin. Alles moet nog gebeuren. Er is heel veel te doen, heel veel goed te maken in Brussel. Maar in deze inleiding op mijn programma ga ik niet op die uiterst belangrijke details in. Het is mij om muziek, om liederen te doen.
Verandering is mooi maar velen van onze soort zijn er bang voor. Er zijn veel mensen die zelf niet willen veranderen en die zeker niet willen dat hun omgeving verandert. Of dat hun partner verandert. Er zijn talloze verhalen over angstaanjagende gedaanteveranderingen, metamorfoses. De weerwolf Bisclavret in de Lais van Marie de France is een mooi voorbeeld. Of Doctor Jekyll and Mister Hyde van Robert Louis Stevenson.
De songs die ik gekozen heb zijn er geen die de revolutie prediken. Ik ben niet zo gek op barricademuziek. Ik houd van mooie melodieën en meeslepende grooves, van songs die kleine drama’s zijn. Veel van de geselecteerde songs drukken emoties ten aanzien van verandering uit. Het zijn kleine psychologische vignetten of eenvoudige observaties en vaststellingen. Vaak gaan ze over menselijke relaties. Over liefde en angst voor verlies. Maar vergeet niet dat het toch bijna altijd liedjes zijn om op te dansen of lekker bij weg te dromen.
Geniet ervan, morgen is het misschien weer allemaal anders!

lightning-hopins

Change Is Now The Byrds – The Notorious Byrd Brothers – C. Hillman/R. McGuinn
I’m Gonna Change The World – The Animals – Animals Tracks – Eric Burdon
Everybody’s Got to Change Sometime – Taj Mahal – Taj Mahal – Sleepy John Estes
Changes, Circles Spinning – Moby Grape – Truly Fine Citizen – P.S. Lewis
Changes – Gene Clark – Flying High – Phil Ochs
The Times They Are A-Changin’ – Bob Lind – The Elusive Bob Lind – Bob Dylan
Tomorrow Just Might Change – Louie And The Lovers – The Complete Recordings – Louie Ortega
We Can Change The World – Graham Nash – Songs For Beginners – Graham Nash
Change Partners – Stephen Stills – Stephen Stills 2 – Stephen Stills
I Wouldn’t Change A Thing – Rod Stewart – An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down – Mike D’Abo
(Them) Changes – Jimi Hendrix with Buddy Miles – Live At The Fillmore East – Buddy Miles
Money Won’t Change You – James Brown – Star Time – James Brown/Nat Jones
Ain’t Nothing Gonna Change Me – Bettye LaVette – Souvenirs – D. Erwin/Lynne Farr
Something’s Changed – Sharon Jones & The Dap-Kings – 100 Days, 100 Nights – B. Mann/H. Steinweiss/N. Sugarman/S. Jones/T. Brenneck
A Change – Aretha Franklin – Aretha Now – Clyde Otis/Dorian Burton
Times Have Changed – Irma Thomas – Time Is On My Side – Van McCoy
My Baby Changes Like The Weather – Smokey Robinson & The Miracles – Going To A Go-Go – Hal Davis/Frank Wilson
A Change Is Gonna Come – Sam Cooke – The Man And His Music – Sam Cooke
Maybe I Should Change My Ways – Duke Ellington – The Duke: The Columbia Years 1927-1962 – J. Latouche/D. Ellington
You’ve Changed – Billie Holiday – Lady In Satin – C. Fischer/B. Carey
God Don’t Never Change – Blind Willie Johnson – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson
Change My Way Of Livin’ – Lightnin’ Hopkins – His Blues: 1947-1959 – Lightnin’ Hopkins
You’ve Changed – Dave & Phil Alvin – Common Ground: Dave Alvin & Phil Alvin Play and Sing the Songs of Big Bill Broonzy – William Broonzy
I Know I’ve Been Changed – John Hammond, Jr. – Wicked Grin – Traditional
Things Have Changed – Bob Dylan – Wonder Boys Soundtrack / Side Tracks – Bob Dylan
Change In The Weather – John Fogerty – The Blue Ridge Rangers Rides Again – John Fogerty
I’m Changing All Those Changes – Buddy Holly – The “Chirping” Crickets / Buddy Holly – Buddy Holly
Everything’s The Same (Ain’t Nothing Changed) – Billy Swan – The Best Of Billy Swan – B. Swan
Nothing’s Gonna Change That Girl – Hurray For The Riff Raff – The Navigator – Alynda Segarra
Changing of the Guards – Patti Smith – Twelve – Bob Dylan
Change – Green On Red – Here Come The Snakes – Dan Stuart/Chuck Prophet
Emily’s Changed – The Gun Club – Pastoral Hide & Seek – J.L. Pierce
Never Gonna Change – Drive-By Truckers – The Dirty South – Jason Isbell

irma thomas

Bonus Tracks

Do the Movin’ Change – Radio Birdman – Living Eyes – Radio Birdman
Agents Of Change – Blue Orchids – The Greatest Hit (Money Mountain) – Blue Orchids
My Ever Changing Moods – The Style Council – Café Bleu – Paul Weller
Beautiful Change – The Innocence Mission – Befriended – Karen Peris
Everything Changes – Tindersticks – Don’t Even Go There (EP) – Tindersticks
Suddenly Everything Has Changed – The Flaming Lips – Soft Bulletin – The Flaming Lips
Changing Colours – Great Lake Swimmers – Ongiara – Great Lake Swimmers
If You Change Your Mind – Rosanne Cash – King’s Record Shop – H. De Vito/R. Cash
You’re Gonna Change (Or I’m Gonna Leave) – Tom Petty – Timeless: Hank Williams Tribute – Hank Williams
A Change Of Heart – The Everly Brothers – A Date With The Everly Brothers – B. Bryant/F. Bryant
Time Changes Everything – Bob Wills & His Texas Playboys – Columbia Country Classics – Volume 1: The Golden Age – Tommy Duncan

alynda segarra

Research & presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
Afbeeldingen: Bob Dylan; Lightnin’ Hopkins; John Hammond; Alynda Lee Segarra (Hurray For The Riff Raff)

ANTWERPSE DAGEN EN NACHTEN

insignificance

Wat vooraf ging. Een visite van Willy B. en Anne. Een avondje wiezen. Een bezoek aan mijn vriend Paul R. Het wit van Herman Melville’s witte walvis. Het schipperskwartier. Jacques Lacan op televisie.


Enkele dagen later. Alsnog een film van Nicolas Roeg op televisie gezien: Insignificance, met Roegs muze Theresa Russell en verder met Michael Emil, Tony Curtis en Gary Busey. Toch wel een eigenaardige cast, als je het mij vraagt, wat je natuurlijk niet doet. Wat is Gary Busey vet geworden, zeg. Was hij nog niet zo lang geleden niet de tengere Buddy Holly in The Buddy Holly Story? En was hij in Carny – die ik zag vanwege de songs en de rol van Robbie Robertson – ook al geen magere jongen? Theresa Russell is een schoonheid als geen andere. Ze zet in deze film een overtuigende Marilyn Monroe neer, wat geen eenvoudige opdracht zal geweest zijn. Insignificance is een stuk geschiedenis van de jaren vijftig in de VS, samengebald in een hotelkamer, met exemplarische personages uit dat decennium: het filmidool Monroe, de honkbalheld Joe DiMaggio, de communistenjager Joseph McCarthy (“Are you now or have you ever been a member of the Communist Party in The United States?”) en de grote geleerde Albert Einstein. Zoals zo vaak bij Roeg ontwaar je het verleden in het heden en het heden in het verleden: de regisseur bij uitstek van de relativiteit en het kubisme met zijn vele standpunten.

Na middernacht volgde ik de belevenissen van een zwaarlijvige vrouw in Zuckerbaby van de cultregisseur Percy Adlon. Marianne (Marianne Sägebrecht) is de assistente van een begrafenisondernemer. Ze wordt verliefd op de stem van een conducteur van een metrowagen – en later ook op diens lichaam. De titel van de film verwijst naar Sugar Baby, een hit van Peter Kraus (een van mijn heel kortstondige tienerhelden) uit de vroege jaren zestig. Een fijne kitschfilm, nogal triest, met bizarre kleuren en veel chocolade.

Na de uitzending van Shangri-La [1] mijn elpees bij Pat achtergelaten en samen met hem en Jessica L. naar een feestje van de Academie in de Paradox gewandeld. Nu zie ik de Waalse Kaai eens des nachts en wat ik zie stemt mij tevreden. Eenmaal binnen in de Paradox (120 frank entree) echter ga ik me gauw vervelen. Ik drink te veel en te snel en word zat. Sta een uur of zo te lullen met Jessica. Pat is inmiddels verdwenen. Blijf alleen achter, zie wel wat bekende gezichten met wie ik wat woorden wissel maar van een echt gesprek over iets is geen sprake. De jonge mensen hier verzameld zijn mij vreemd geworden, hun muziek irriteert me, hun kleren vind ik lelijk, hun bluf en hun aanstellerij lachwekkend. Ben ik dan toch die oudere jongere geworden, die met zijn tijd niet meer mee kan? Ik probeer nog een gesprek met een meisje maar ze is Franstalig en niet bijster geïnteresseerd in conversatie. De taxi naar huis dan maar, Sugar Baby.

A. staat net op als ik thuis kom. Behoorlijk deprimerend is dat. Voel me al meteen schuldig terwijl de kater nog moet komen Met moeite hijs ik me om twee uur uit het echtelijk bed en ga nuchter de straat op, dat is nog het beste, dan kots ik het doplokaal niet onder. Ik raak heelhuids weer thuis maar de afstand lijkt drie keer zo lang. Nee, is drie keer zo lang: dat is werkelijk bestaande relativiteit.

Avond. Ik voel ik me net goed genoeg om soep te eten en wat tv te kijken. Die Ehe der Maria Braun zou het geworden zijn, maar mijn vriend Jan V. komt bellen. Fijn. ’t Is goed. We drinken liters water terwijl we onze slechte gezondheid in ogenschouw nemen en hardop dromen van reizen naar de plekken waar Nietzsche verbleef, onder meer Èze, Rapallo en Turijn. We vinden in weerwil van de werkelijkheid nog tal van onderwerpen om mee te lachen. De wandelingen van Kant zoals verteld door Thomas De Quincey in zijn verhaal ‘The Last Days of Immanuel Kant’ [2], om een voorbeeld te geven. Ik ga tevreden slapen. Morgen is alles weer beter.

Een dag later… Bij Jan Cambien doe ik mijn beklag over de uitspattingen van woensdagnacht. Het schuldgevoel daarna, enzovoort. De zelfvernietigingsdrang. Ik ben bang dat ik vanavond weer teveel zal drinken, zeg ik. Want ik heb afgesproken met de vrienden van de opleiding secretariaat-talen [3]. Hoe Jan Cambien reageert zie ik natuurlijk niet. Dat zie ik nooit. Misschien is hij wel in slaap gevallen?
Op het Dageraadsplein zien A. en ik eerst Sonja staan drentelen (zij durfde niet alleen het Zeezicht binnenstappen). Daarna de rest: Martine en haar man Werner, Hilde en Luc, Ton zonder Leny, en Cathy. Ik ben in geen al te beste stemming. Zo kalm, vinden de anderen. Toch houd ik me aan mijn voornemen zo weinig mogelijk te drinken (vier glazen bier en veel water). Praat bijna de hele avond met Ton, en met Leo S. die ook een poos aan onze tafel komt zitten. Over schrijven, boeken, tekstverwerkers. Dat laatste is nu het ding: is schrijven op een computer nog wel kunst, dat is de kwestie.
Dan is het richting een volkscafé, waar we urenlang tafelvoetbal spelen. Met Luc tegen Werner, twee tegen één, en toch de hele tijd verloren.
Wat zijn wij toch veranderd. Vroeger bleven wij in de cafés hangen, dansten de hele nacht door in extase, tot we er net niet bij neervielen. Nu schiet er alleen nog verveling over. De jaren zeventig waren één lang feest. De jaren tachtig zijn een poel van ellende en onverschilligheid. Dat is alvast mijn ervaring.



Op BBC was er een documentaire over de schilder Théodore Géricault, wiens werk ik niet goed kende. Er gaat een morbide aantrekkingskracht van uit. De schilder bracht lijken van terechtgestelden mee naar zijn atelier om de dood zo getrouw mogelijk te kunnen weergeven. Zo liet hij hoofden enige weken rotten en volgde al schilderend het ontbindingsproces. Soms bracht hij alleen maar ledematen mee (er was dan niet meer beschikbaar). Ik wil meer over hem te weten komen en Het vlot van de Medusa in het echt zien.

JEAN_LOUIS_THÉODORE_GÉRICAULT_-_La_Balsa_de_la_Medusa_(Museo_del_Louvre,_1818-19)

[1] Een radioprogramma dat ik maakte van 1982 tot 1991 op Radio Centraal in Antwerpen.
[2] The Last Days Of Immanuel Kant vonden wij buitengewoon grappig maar het is heel goed mogelijk dat De Quincey het allemaal heel serieus bedoelde. Het verhaal, als ik het zo mag noemen, kun je terugvinden in de verzameling The English Mail-Coach and other Essays.
[3] In 1987-1988 volgde ik een opleiding secretariaat-talen en informatica van de RVA in de Provinciestraat in Antwerpen. Ik dacht op die manier eindelijk werk te vinden in een of ander kapitalistisch bedrijf. De directie van het opleidingscentrum beweerde dat 99,9 procent van de leerlingen een job vond. Ik zat in een klasje van acht, zes vrouwen, twee mannen. De zes vrouwen vonden inderdaad een job.

Afbeeldingen: Theresa Russell in Insignificance van Nicolas Roeg; Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault.

MISFITS / SPELEN EN SPELLEN

misfits

Elk leven kent een aantal keerpunten, schreef ik enkele dagen geleden. In mijn dagboeknotities vond ik sporen van zo’n keerpunt in mijn bestaan. Mijn leven kende een beslissende wending in november 1988. De hierna volgende notities uit mijn dagboek geven mogelijk een beeld van de maanden die eraan voorafgingen. Ik presenteer deze fragmenten niet vanuit een narcistisch verlangen maar in de hoop dat deze taferelen een beeld geven van een mens van bij ons die zijn uitweg zoekt uit een benarde en verstarde situatie.

Naar de markt. Groenten voor couscous, olijven en fruit. Bij Dilewyns een langspeelplaat van Townes Van Zandt: For The Sake Of The Song, voor Jesse. Het is Townes’ eerste, in 1968 uitgebracht op het Poppy label, heel zeldzaam. Jesse zal er blij mee zijn.
’s Avonds bezoek van Willy B. en Anne. We eten dus couscous en vertellen over het leven zoals het nu is, tam en vervelend en herinneren ons hoe wild en opwindend het vroeger was. Willy wil nu verkoper of handelsvertegenwoordiger worden, net als Anne, net als een andere Willy, die in Death of a Salesman van Arthur Miller. Altijd als ik aan Miller denk, denk ik aan Marilyn Monroe in The Misfits, met Montgomery Clift, Clark Gable en Eli Wallach. Was ze toen niet op haar mooist?
Geen vrachtwagenchauffeur meer, zegt Willy, dat is gedaan. Veel te uitputtend, zegt hij. Slavenwerk is het, zegt hij. Zonder amfetamine hou je dat leven niet vol en dat spul windt je dan weer zo op dat je als je thuis komt codeïne of iets dergelijks en veel drank nodig hebt.
Maar als Willy wil gaan verkopen, zal hij wat logischer moeten gaan denken. En niet van de hak op de tak springen, wat net een deel van zijn charme is. Zijn onvoorspelbaarheid is een van de redenen waarom hij mijn vriend is. Maar een onvoorspelbare handelsreiziger? Lijkt me geen goed idee. Ik neem aan dat het afkomstig is van Anne. Ze is zeker lief en mogelijk is ze een reddende engel voor Willy, maar ze is toch ook wat naïef en goedgelovig.
Na het eten hebben we gekaart, wiezen. Zoals destijds in de Visélaan [1], en in Tongeren al, op de speelplaats van het Koninklijk Atheneum. Ik hield zo van dat spel maar nu kaart ik bijna nooit meer. Ik vind de terminologie van het wiezen ook zo treffend. Woorden en uitdrukkingen als abondance, solo slim, kleine miserie en grote miserie. Met dat gekaart hebben we waarschijnlijk een uitstekende film gemist: Nicolas Roegs Eureka was op televisie. Maar spelen en lachen en praten gaan boven elke kunstuiting, boven elke vorm van schoonheid. Spelen en lachen en praten IS schoonheid.

Bij Paul R. in de Lange Brilstraat. Tram 8 volgt een bizar traject waardoor ik heel wat vertraging oploop. Paul toont me zijn nieuw werk, dat me meteen bevalt: hij heeft nu wit in zijn abstracties binnengebracht. Het wit van sneeuw, wolken, van Melville’s witte walvis. We praten over Aurora, over Leopold Flam, over vroeger, wat we hebben gedaan, wat we misschien nog kunnen doen. We wandelen naar zijn nieuw appartement in de Nassaustraat op het Eilandje. Het is ideaal gelegen, in de havenbuurt, waar ik zelf ook graag zou wonen. Een adembenemend uitzicht op een vrij brede laan met daarachter de dokken. Waar ik een deel van mijn kinderjaren doorbracht, ’s nachts vaak angstig op ons piepkleine schip tussen de grote, vervaarlijke uitziende zeereuzen. Maar ook volkomen gelukkig, dromend van verre, exotische landen en volkeren. Indianen, Chinezen, Bantoes, de Barentszzee, de Amazone en de Mississippi, het Goudland van Hendrik Conscience.
Op weg naar huis loop ik door het schipperskwartier. De prostituees achter de ramen wekken bij mij geen lust meer op. Ik zou hier onmogelijk kunnen genieten. Angst voor een akelige dood en een plots opstekende koude wind doen me haastig uit deze buurt wegvluchten.

Jacques Lacan was op televisie. Een conferentie in Leuven in 1972. Wat een markante, eigenzinnige verschijning, met een lange, kromme sigaar in de mond. Een intellectueel die geen toegevingen doet, zich geen illusies maakt, niet over vrijheid spreekt. Wel over verlangen, liefde en haat en hun betekenis in de overdracht. Een opstandige student giet een karaf water leeg over Lacans bureau. Lacan kijkt toe, nauwelijks verbaasd. Daar moet ik morgen met Jan Cambien [2] over praten.

lacan-cigar

[1] Ik woonde in de Visélaan in Watermaal-Bosvoorde van 1971 tot 1975. Eerst zielsgelukkig, vervolgens doodongelukkig.

[2] Jan Cambien was mijn psychoanalyticus van circa 1986 tot 1989. Ik ben hem nog steeds dankbaar voor wat we samen hebben bereikt.

Afbeeldingen: The Misfits, John Huston; Jacques Lacan met sigaar.