SALUT LES COPAINS

france gall 8.jpg

Zolang ik me kan herinneren heb ik van muziek gehouden. In elke straat in elke stad waar ik kwam ging ik op zoek naar melodieën. Aan de hand van mijn moeder, met vrienden, en later – liefst van al – alleen. Soms zelfs in het gezelschap van mijn vader, over een paadje wandelend door een veld ergens in Limburg. Het gekwetter van vogels, het zingen van de wind in de bladeren. Ik herinner me nog hoe de klank van dat geruis veranderde in de herfst, alsof er een akkoord bestond tussen kleuren en geluiden.

Nu zijn we in het hart van de winter en France Gall is dood. Zo herinner ik mij opeens een korte maar intense vriendschap omstreeks 1965. Florentin Vleminckx was net als ik een schipperskind en leed bovendien ook aan astma. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden was hij Franstalig opgevoed. In die dagen voelde ik me aangetrokken tot de Franse popmuziek. Florentin was de enige jongen met wie ik over France Gall, Sylvie Vartan, Claude François en zo meer kon praten. Samen met Florentin luisterde ik naar de Franstalige programma’s op Radio Luxembourg en bladerde ik in het glossy magazine Salut les copains, met de nog altijd onovertroffen foto’s van Jean-Marie Périer. Zijn mooiste model was zonder twijfel Françoise Hardy, maar misschien bekoorde France Gall ons nog meer omdat ze er zo jong en opgewekt uitzag. Bovendien had ze met ‘Poupée de cire, poupée de son’ het Eurovisiesongfestival gewonnen! Een schitterende compositie van Serge Gainsbourg, maar wisten wij toen veel. Hij zou nog meer uitstekende liedjes voor France Gall schrijven, onder meer ‘Baby Pop’, ‘Les sucettes’ en ‘Les petits ballons’.
Mijn fascinatie voor wat yéyé wordt genoemd hield even snel op als ze begonnen was. Aan de vriendschap met Florentin kwam al gauw een einde. Bij schipperskinderen was dat niet ongewoon. Je ontmoette elkaar toevallig en even toevallig zag je elkaar nooit meer terug. Ik herinner me nu dat ik soms nog wel eens naar hem vroeg als ik met mijn moeder over die onschuldige dagen van Salut les Copains zat te keuvelen. Maar wat antwoordde ze toch ook weer? Het is meer dan een halve eeuw geleden dat ik Florentin voor het laatst zag. Nu France Gall dood is zit ik opnieuw met hem op het schip van mijn ouders naar ‘Poupée de cire, poupée de son’ op de transistorradio te luisteren. Zie je ons glimlachen?

***
In de zomer van 1980 liftten A. en ik door Frankrijk. In alle steden waar het toeval ons naartoe bracht weerklonk France Galls ‘Il jouait du piano debout’. In winkels, in bars, in restaurants. Als we een wandeling maakten over een veldweg hoorden we het in de verte door de openstaande ramen van een auto de wereld ingestuurd worden. De hemel tegemoet. Een lied voor de engelen die boven de wolken wonen. Of misschien toch niet.

 

france gall 6.jpg

*
[Il n’y a que pour la musique, qu’il était patriote
Il s’rait mort au champ d’honneur pour quelques notes
Et pour quelles raisons étranges
Les gens qui tiennent à leurs rêves, ça nous dérange

Il jouait du piano debout, Michel Berger
Het nummer is een hommage aan Jerry Lee Lewis.]

 

KWETSBARE LICHAMEN

nieuw begin, begin, 2018, dagboeknotitie, herfst, winter, 2017, ziekte, pijn, terugblik, binnen, binnenskamers, isolatie, afzondering, asociaal, vrienden, afspraken, koorts, visioenen, dromen, melancholie, troost, familie, ouders, schoonvader, agnes, moeder, broer, foto's, fotografie, sneeuw, woorden, dood, wout vercammen, guche vercammen, antwerpen, provo, kunst, kunstenaars, conscienceplein, pannenhuis, bitter, ziel, stilte, niet vergeten

Begin in weerwil van veel een nieuw begin. Maar kun je dan al je eerste notitie van het jaar aanvangen met klachten over ziekte? Sta me toe te noteren dat 2017 op gebied van gezondheid voor mij ronduit een slecht jaar was. Het kan altijd erger, en dat is het ook voor mij soms geweest. Het dieptepunt was 2011, toen ik drie maanden lang in ziekenhuiskamers verbleef (maar zelfs een septische shock heeft me toen niet klein gekregen)… Nee, zo erg was wat het kwetsbare lichaam betreft het afgelopen jaar niet. Toch waren oktober, november en december maanden van kwellingen, pijn, ongemakken en daarmee samenhangende angsten en depressie. Ten gevolge van dat fysieke en mentale onbehagen sloot ik me nog meer dan anders af voor mijn vrienden en voor elke vorm van sociaal leven. Het kostte me veel moeite om naar theater, concert of de bioscoop te gaan. Tijdens een week in Porto zat ik soms halve dagen in het appartement dat we huurden aan Praça do Marquês de Pombal, niet alleen vanwege de regen. Meerdere afspraken, in Porto, Antwerpen, Brussel, moest ik afzeggen of verplaatsen. Het ergste was misschien nog dat ik op dertig december hoge koorts kreeg, waardoor ik twee van mijn trouwste en oudste vrienden, die ons in Bredene hadden uitgenodigd voor ons traditionele samenzijn tijdens de nieuwjaarsfeestdagen, ongetwijfeld heb teleurgesteld. Maar ik was zo zwak dat ik me niet eens recht kon houden. Tot eten en drinken was ik al helemaal niet in staat. Pure ellende, ook al omdat ik me zo schuldig voelde, terwijl zo’n koortsaanval toch niet iets is waar je voor kiest.
Wat ik in dergelijke situaties probeer te doen is zoveel mogelijk troost putten uit de denkbeelden en visioenen die uit mijn koortsige roes voortkomen. De nacht van dertig december ging ik onder meer terug naar 1975, toen ik pas was gaan samenwonen met A. Haar vader was niet bepaald op me gesteld. Toen A. bij haar vader was weggegaan had hij haar gewaarschuwd dat ze binnen zes maanden, of al veel eerder, terug bij hem zou zijn. De gevoelens die ik daar toen bij had kwamen nu weer helder naar boven. Misschien ging het zelfs om gevoelens die ik toen niet heb gehad, of meteen had verdrongen? Nu voelde ik een diep verdriet. Wat had die man, mijn toekomstige schoonvader, tegen me? Waarom heeft hij me tot zijn dood nooit willen aanvaarden als zijn zoon? Mijn ouders, die toch ook niet de meest vooruitstrevende mensen van België waren, ontvingen A. meteen met open armen.
Troost putten? Terwijl herinneringen als deze me toch ook triest maken. Maar het is een verwarde en zelfs warme melancholie. De denkbeelden vloeien in elkaar over. De herinneringen aan de strenge schoonvader, mijn tedere en gastvrije moeder. Hoe toen ik nog een kind, een puber was, mijn vriendjes bij ons thuis altijd welkom waren. Mijn moeder een en al aandacht en meegaandheid, zonder zich evenwel aan ons op te dringen. Zonder onze jeugdige dromen met allerlei regeltjes en bevelen te beschadigen. Aan mijn broer die ik nooit meer zie. Ja, die verschijnt nu ook op het toneel. Wat verwijdert ons van elkaar? Ik moet zeker nog eens naar hem toe voor de oude familiefoto’s, sommige zijn wel honderd jaar oud. Of ouder. Portretten van familieleden, mensen van wie ik de gezichten niet meer herken, de namen niet heb kunnen onthouden. Of misschien wel. Dat valt nog te bezien.

nieuw begin, begin, 2018, dagboeknotitie, herfst, winter, 2017, ziekte, pijn, terugblik, binnen, binnenskamers, isolatie, afzondering, asociaal, vrienden, afspraken, koorts, visioenen, dromen, melancholie, troost, familie, ouders, schoonvader, agnes, moeder, broer, foto's, fotografie, sneeuw, woorden, dood, wout vercammen, guche vercammen, antwerpen, provo, kunst, kunstenaars, conscienceplein, pannenhuis, bitter, ziel, stilte, niet vergeten

Nu ik hier in deze roes terechtgekomen ben en de woorden op dikke sneeuwvlokken zijn beginnen te lijken, een ordeloze dwarreling van niet voltrokken gedachten, verneem ik dat Wout Vercammen dood is. Ik ben sprakeloos. De woorden dwarrelen zelfs niet meer. Ze eten zichzelf en elkaar op. De eerste dode van het jaar. Wat kan ik zeggen over Wout? Dat ik hem graag zag? Het is allemaal zo lang geleden. De jaren tachtig in Antwerpen, die glansrijke periode zonder toekomst. Wout was in dat maffe theater een van de protagonisten, een van de pioniers van de nieuwe tijd, die was begonnen met de happenings van provo op het Conscienceplein. De plek waar we elkaar in de jaren zeventig en tachtig nog altijd ontmoetten. In het legendarische Pannenhuis. Nu kom ik nooit meer op dat pleintje. Er is niets meer overgebleven van toen. Alles is opgeofferd aan de vooruitgang, de groei. Het geld. Niet bitter worden, Pulaski. Wout Vercammen is dood. Ik denk aan zijn levensgezellin, Guche. Een dierbare vriendin, een zielsverwante. Een klein stuk uit mijn ziel gehapt, een groot stuk uit die van haar. Wout is dood. Stilte. Maar geen vergeten.

Afbeeldingen: familiefoto’s M.P.

ADIEU ANNE WIAZEMSKY

anne wiazemsky 2.jpg

Gisteren was het de beurt aan Anne Wiazemsky om ons voor goed te verlaten. Ze was een van mijn geliefkoosde actrices, al zag ik haar maar in een tiental films. Maar wat voor films: ‘Au hasard, Balthazar’ van Robert Bresson, ‘La Chinoise’, ‘One Plus One’ en ‘Week-End’ van Jean-Luc Godard, ’Teorema’ van Pier Paolo Pasolini, ‘La semence de l’homme’ van Marco Ferreri, ‘Le retour d’Afrique’ van Alain Tanner en ‘L’enfant secret’ van Philippe Garrel. Ze schreef het scenario voor de ontroerende televisiefilm ‘US Go Home’ van Claire Denis.
Maar dat was niet alles. Ze was eveneens de auteur van schitterende autobiografische romans als ‘Une année studieuse, ‘Un an après’, ‘Un poignée de gens’, ‘Jeune fille’, ‘Mon enfant de Berlin’ en ‘Un saint homme’.

Anne Wiazemsky was de kleindochter van de katholieke schrijver en Nobelprijswinnaar François Mauriac en haar vader was de Russische prins Yvan Wiazemsky. Van 1967 tot 1970 was ze de echtgenote van Jean-Luc Godard. Dat laatste, “muze van Godard”, schijnt ongeveer het enige te zijn wat de Vlaamse pers over haar te melden heeft.

Adieu Anne!

BRIEF AAN DE VRIEND DIE IK NOOIT HAD

Jef_Lambrecht_photo_M_HKA1.jpg
Brussel, 18 februari 1996.

 

Beste Jef Lambrecht,

Ik ben vorige dinsdag in het Paleis voor Schone Kunsten naar je uiteenzetting over de stem komen luisteren. Jasper Grootvelds stem viel wat tegen, maar je tekst kon niet stuk. Het was bijzonder boeiend en fascinerend. Je hoort niet vaak spreken over bijvoorbeeld Somalische dichters. Veel ideeën waar ik in de jaren ’70 mee bezig was, zijn opnieuw gaan opborrelen. Ik moest onwillekeurig denken aan Antonin Artaud, aan Robert Graves.

Omdat ik je tekst zo prachtig vond, zou ik hem graag eens lezen. Is hij ergens gepubliceerd? Of zou je mij een kopie kunnen bezorgen? Of mogen wij hem alleen maar horen?

Vind je echt dat we moeten kiezen voor het gesproken woord – tegen de letters? Als dat zo is, dan kan ik het niet. Dan kies ik voor de twee. Mijn uitverkoren dichter is Hölderlin – maar ik zou van zijn gedichten niet veel begrijpen als ik ze niet zou kunnen lezen op papier. Maar ik houd ook van populaire muziek (rock, blues, soul, country) en in dit geval denk ik dat het veel met de stem te maken heeft. Bij de beste platen van Bob Dylan (zoals ‘Blonde On Blonde’) zaten overigens geen tekstvellen. Dat was terecht. Je moest – en moet nog steeds – er naar luisteren. Ray Charles’ I Got A Woman. Stem. Bepaalde gedichten van Apollinaire : tekst (en beeld). Enzovoort.

De geschreven taal is waarschijnlijk al aangevallen vanaf haar ontstaan. De god van het schrift is de god van de dood (Thot bij de Egyptenaren). De afkeer van Plato voor het schrift is alom bekend (voor Plato is het geschreven woord = vergif). Maar het valt op dat het bijna altijd filosofen, schrijvers en dichters zijn die de geschreven taal als iets negatiefs ervaren (Rousseau in ‘Emile’, Nietzsche in ‘Von Nutzen und Nachteil der Historie fur das Leben’). Mannen die dikke boeken hebben geschreven.

Schrijven werkt vergeten in de hand. Je vergeet en gaat zwerven (desnoods in de taal). Of dwalen. “Dwalen helpt.” Afwachten, met een voorgevoel van iets onbestemds. Maar ik dwaal af, denk ik.

Je ziet wat je hebt wakker geschopt. Maar ter zake: zou je zo vriendelijk willen zijn mij je tekst te willen toesturen. In ruil daarvoor stuur ik je mijn (nog niet gepubliceerde) dichtbundel, Nachtbruid.

Hartelijke groet,
Martin Pulaski

Jef_Lambrecht_photo_M_HKA2.jpg

Afbeeldingen: uit de tentoonstelling VER BANDEN #1 van Jef Lambrecht.