WALLY TAX EN HET VERDRIET

outsiders 2

Ik heb jarenlang een dagboek bijgehouden. Voor wie schreef ik al die dingen neer? Het antwoord op die vraag ken ik nog altijd niet. Wat ik wel weet is dat ik me tot iemand richtte, tot een denkbeeldige lezer, tot een onbekende maar verwante ziel. Mag ik hierbij opmerken dat ik het woord ‘ziel’ niet in een christelijke betekenis gebruik? I’m a soul man. Maar toch… Leken die ontboezemingen ook niet een beetje op in stilte bidden? Lag het noteren in die mooie ingebonden cahiers wellicht in verlengde van de persoonlijke gebeden uit mijn kinderjaren? Tot mijn dertiende ben ik namelijk gelovig geweest en, zoals talloze jongens in België, zelfs misdienaar. Het in ‘vrije verzen’ bidden tot god gaf me een gevoel van verlossing; de gebeden in het Latijn zullen veeleer een esthetische ervaring geweest zijn. Voor een kleine jongen die de grote wereld nog niet heeft ontdekt is een mis in het Latijn iets groots, een sterk en geheimzinnig ritueel. Die dagboeken staan nu netjes op een rij in een grote kast. Zeer waarschijnlijk zal niemand ze ooit lezen, of ik zou ze zelf moeten openslaan. Misschien vind ik er wel inspiratie in voor een verhaal of voor een stukje dat ik dan kwijt kan op deze openbare plek. Proza dat niet in een la terechtkomt om daar betekenisloos te liggen vergaan. En zo kom ik tot de vraag die ik van in het begin al wilde stellen: wie leest wat hier staat? Komen hier verwante zielen op bezoek? Zijn er ook toevallige bezoekers die zich ergeren aan mijn hypochondrie en mijn heldenverering? Aan mijn sentimentaliteit, mijn liefde voor americana, mijn atheïsme, mijn namenfetisjisme, mijn vrouwengekte, mijn religiositeit, mijn onvolwassenheid en onverantwoordelijkheid. Zijn er anderen die mij bewonderen om mijn rock & roll-hart, om mijn kleine cinema, om mijn litanieën, om mijn verbazing, mijn twijfels en mijn bewondering? Om mijn kleine literatuur (om een uitdrukking van Gilles Deleuze en Félix Guattari te gebruiken) en vermolmde grammatica? Of komen deze woorden rechtstreeks uit het hart in de grote leegte terecht en is het hun echo die ik hoor als ik – vooral ’s nachts net voor het slapen gaan – geluiden waarneem die ik niet kan thuisbrengen?

Gisteren wilde ik mijn verdriet bij de dood van Wladimir Tax delen met jou. Maar ben je er wel? Heb je mijn verdriet gevoeld? Heb je een cd of lp van the Outsiders opgelegd en meegezongen met Teach Me To Forget You en Touch? Liepen er tranen over je wangen? Zat je met troebele ogen voor de televisie te zoeken naar een waardig In Memoriam? Want dat had deze grote man toch wel verdiend, hij die tijdens zijn leven zo weinig erkenning heeft gekregen. Tenzij lang geleden, toen we allen jong waren, in Amsterdam, in Maastricht, in Hasselt, toen we paarse broeken droegen en bananenschillen rookten en op the Outsiders kickten en gilden als jonge meisjes. Maar wat waren nu weer precies: meiskes of jongens? Lang geleden, toen onze gebeden werden beantwoord door Bob Dylan, the Shangri Las, the Lovin Spoonful, the Rolling Stones, the Ronettes, the Who en ja, door Wally Tax en zijn Outsiders.

DONDERSLAGEN BIJ BEWOLKTE HEMEL

lucian freud 4

1. Als puntje bij paaltje komt ben ik eigenlijk weg. Een lastig parket. (Uitleg na de ijstijd. Als je dan nog bereid bent om onzin te lezen).

2. Op artistiek vlak ben ik een soort van nihilist geworden. Filosofisch ben ik nog altijd op zoek naar een zin. Dat ik er geen vind zal wel invloed hebben op dat artistieke nihilisme. Hoe kun je er een schrijven als je er geen vindt?

3. Goede zinnen vind ik alleen nog bij Musil en Proust. Maar je moet er je tijd voor nemen. Een lange treinreis bijvoorbeeld. Een jaar op de kale berg.

4. Een paar jaar geleden hadden we een literair tijdschrift, getiteld Brutaal. Een vriend van me stelde voor om opnieuw iets gelijkaardigs te gaan doen. Maar dat kan niet. Don’t look back, is de titel van een film van D.A. Pennebaker over Bob Dylan (en een citaat uit een van z’n songs). Dan liever een ander tijdschrift. Rumhoer of zo (humolezers zullen dat waarderen).

5. We kennen het klappen van de zweep.

6. De mensen zijn geen wolven, Los Lobos daargelaten.

7. Weg met de metaforen (en mijn beide oren). Ha! Ha!

8. Alle macht aan de weerzin.

9. Vanavond sardientjes uit blik.

Reproductie: Lucian Freud.