GEVOELLOOS EN LEEG

repulsion cathérine deneuve

Douglas Coupland, over geen gevoelens hebben: “Waar ik mee bezig was: ik maakte me de laatste tijd zorgen omdat mijn gevoelens steeds meer begonnen te verdwijnen – het was me opgevallen dat ik steeds minder leek te gaan voelen. … Ik had het gevoel dat ik een reptiel aan het worden was, een leguaan op een steen, met een geheugen dat hard achteruitging en geen enkele compassie met wie of wat dan ook.” Douglas Coupland, Leven na God.

“En hoe is het mogelijk dat ons leven zo leeg kan worden dat zelfs een kleine goede daad al een krachtige herinnering wordt die we levenslang met ons meedragen? Hoe kan het in je leven eigenlijk zover komen?” Douglas Coupland, Leven na God

Meteen gaan mijn gedachten naar het personage Carol Ledoux in de film ‘Repulsion’ van Roman Polanski. Carol is een vrouw die zich geheel heeft afgesloten van de wereld en van haar omgeving. Ze schijnt geen gevoelens meer te hebben. Tenzij misschien  een pathologische angst voor mannen. Ze heeft geen compassie meer. Ze is alleen maar. We kijken naar haar zoals we naar een leguaan op een steen kijken. (Het personage dat Cathérine Deneuve hier zo voortreffelijk vertolkt is Belgisch. Haar familienaam is dezelfde als die van de oprichter van het Filmmuseum in Brussel, Jacques Ledoux.  Mogelijk is het een – enigszins wrang – eerbetoon van Polanski aan deze mans wiens hele wezen uit filmbeelden bestond.)

Afbeelding: Cathérine Deneuve in Repulsion van Roman Polanski

ZOMER IN BRUSSEL, GEFLUISTERD

cardanus

De zomer. Hier staan de twee woorden. Wat kun je daar nog aan toevoegen? Leegte, niets. Het is allemaal al gezegd. We vallen, staan weer op en vallen in herhaling. Vervelen elkaar met gezwans en gezanik. What’s new pussycat? Wow. Ook dat staat er. Je moet toch iets gezegd krijgen op een dag. Je hebt grote verwachtingen gewekt. Zwijgen kan niet meer. Dus de zomer. De zomer. Meer gefluisterd, nu, een beetje zoals Jane Birkin, maar dan mannelijker, vrees ik. Wat je natuurlijk niet kunt horen. Hoe meer ik je wil toespreken en zeggen wie ik ben en wat ik doe, hoe minder je me hoort. Hoe meer ik toenadering zoek tot de wereld hoe verder ik mij ervan verwijder. De mensen. Wat zijn jullie ver allemaal. En het verbetert er niet op, moet ik zeggen. Ja, ik moet alweer. Ik heb het beloofd en als ik iets beloof dan doe ik het ook. Ik kom ook altijd op tijd. Dat mag je gerust van me aannemen. Als ik te laat kom, is er iets aan de hand.

Er zijn zo van die dagen dat zelfs muziek me maar matig kan boeien. Sinds vorige zondag heb ik eigenlijk niet echt meer naar iets geluisterd, ook al loop ik halve dagen met de oortjes van mijn ipod in mijn oren. Ik probeer naar Aimée Mann te luisteren, omdat ik volgende zaterdag naar haar concert ga, maar ik hoor niets. Misschien wil ik te veel? Ben ik te gulzig? Want terwijl Aimée Mann mijn oren binnendringt, zonder dat ik haar stem hoor, glijden mijn ogen over de woorden van Italo Calvino. Italo Calvino tracht me ervan te overtuigen de klassieken te lezen. Vanmorgen in de metro raadde hij me nog aan om in navolging van Hamlet eens een boek van Hieronymus Cardanus te lezen. Dat zou zeer de moeite waard zijn. Wie is Hieronymus Cardanus? Ik moet nu naar de Delhaize, mosselen gaan kopen, groenten, een paar flessen witte wijn. Een kleine fles voor in de mosselen, een grote om uit te drinken. Daarna worden de mosselen schoongemaakt, evenals de groenten, en bereid zoals het hoort. Vervolgens gaan we aan tafel en eten we en praten we wat over de plantjes. De bladluizen, de rupsen. Dat het er niet goed mee gaat. Etcetera. Na het eten zijn we moe. Of wat dacht je? Misschien heb ik nog een beetje energie over om wat foto’s te scannen en op flickr.com te zetten? Voor mijn autobiografie. Leegte, niets? Mijn leven is er overvol van deze zomer. Wat me helemaal moedeloos maakt is het besef dat ik de zaterdag van mijn leven beleef. Dat las ik gisteren in een interview met Ian McEwan. Na zaterdag komt met een beetje geluk nog zondag. Dan eten we kip en zwijgen we erover. Nu hoor ik toch een liedje, zij het in mijn hoofd: Summer’s Almost Gone, van the Doors. De zomer. De lange hete zomer.

COITUS ZONDER MOEITE

magnolia electric co

Ook vanavond is het hier in deze zolderkamer weer te heet om te wedijveren met alle boeken die om mij heen staan te wachten op een antwoord, te heet om één zinnige gedachte te denken, te heet om één goed bedachte zin te formuleren. Bovendien ben ik moe en koester ik een lichte kater. Je kunt niet van het ene feest naar het andere gaan én het beroep van dichter uitoefenen; dat is voor iedereen een spijtige zaak. Rimbaud heeft dat maar tot zijn zeventiende volgehouden en dan was het gedaan met de pret. Wapens in plaats van woorden! Een slaaf in plaats van een kunstbroeder! Needles and pins! The tears I gotta hide! Hey I thought I was smart! Aan uitroeptekens heb ik een grondige hekel, maar als je vermoeid en overspannen bent kun je ze maar moeilijk vermijden.

Nog in verband met die wedijver… Waar maak je je druk over? Er is nergens haast mee gemoeid. Zelden goed. Er bestaat al zoveel moois, zoveel dat onmogelijk te overtreffen valt, zoals dit: “Bij zwangere vrouwen is alles, bijvoorbeeld de manier waarop ze lopen, van invloed op de bevalling: als ze te zout voedsel eten brengen ze een kind zonder nagels ter wereld; als ze hun adem niet kunnen inhouden, zal de bevalling moeilijker verlopen; zelfs een geeuw kan dodelijk zijn tijdens de bevalling; zoals een nies tijdens de coïtus een miskraam kan veroorzaken. Zij die beseffen hoe kwetsbaar de oorsprong is van het meest trotse der levende wezens worden bevangen door medelijden en schaamte: vaak is de geur van een pas gedoofde lamp al genoeg om een miskraam te krijgen. En dan te zeggen dat uit zo’n teer begin een tiran of een beul kan groeien! Jij die volop vertrouwt op je fysieke kracht, die de gaven van het lot omarmt terwijl je jezelf niet de stiefzoon maar de zoon ervan beschouwt, jij die de ziel hebt van een heerser, jij die God denkt te zijn zodra je borst opzwelt van één succes, bedenk dat zoiets gerings je eind had kunnen betekenen.” (Plinius, Natuurgeschiedenis, VII, 42-44).

De voorbije dagen heb ik niet helemaal stilgezeten: ik ben vooral bezig met foto’s inscannen en zo mijn autobiografie, die samenvalt met mijn leven en elke dag verandert, met beelden te verluchten en, hopelijk, verduidelijken. Veel van wat ik hier in dit openbaar dagboek neerschrijf wordt door die foto’s aangevuld. Vanitas, natuurlijk, maar waarom ook niet? Overigens zullen sommige lezers zichzelf – misschien tot hun verrassing of ergernis – terugvinden op deze pagina’s. Dat ik hen zo tentoonstel is niet om hen van hun ziel te beroven, maar om mijn dankbaarheid voor hun bestaan en voor hun schoonheid zichtbaar te maken. Over sommige zaken kun je nu eenmaal niet spreken.

O ja, gisteren zag en hoorde ik in de AB Magnolia Electric Co en Devendra Banhart. Bart en ik hebben veel gelachen. We vonden dat het publiek zo ernstig was. Is Devendra Banhart dan geen stand up comedian? Met zijn blote torso? We hadden natuurlijk veel bier gedronken, wat nefast is voor een keurig oordeel en een getrouwe beschrijving van het geobserveerde. Dat laat ik dan ook aan de nuchtere recensenten over, degenen die op basis van door allen aanvaarde categorieën en argumenten onbevooroordeeld tot een slotsom komen. Maar één ding is zeker: als Duyster het in haar programma draait moet het goed zijn. I guess things happen that way. En nu ga ik aan tafel.

IN EUROPA EN ELDERS

isabelle huppert

Gisteren heb ik van mijn vrienden Brecht en Bart een mooi en interessant boek als verjaardagscadeau gekregen: ‘In Europa’, van Geert Mak. Afgelopen nacht heb ik er al wat zitten in lezen, onder meer las ik een treffend hoofdstuk over de verwoesting van Brussel en over het provincialisme van de eentaligheid van mijn stad. Brusselaars scoren zeer slecht op meertaligheid, maar ook op vriendelijkheid en gastvrijheid. Overigens hebben we gisteren – naar aanleiding van Brechts en mijn verjaardagen – met z’n drieën bijzonder lekker geluncht in een Italiaans wijnrestaurant aan de Naamse Poort. (Waar ik hier geen reclame voor wens te maken.) De spijzen en dranken uit Italië waren een genot, en ik besef maar al te goed wat een voorrecht het is op deze manier te kunnen leven. Ook de conversatie met mijn vrienden gaf me weer meer zin om mijn leven van de zonnige kant te bekijken!

Na het lezen in Geert Mak en een nogal middelmatige psychologische film op televisie (K-Pax, met Kevin Spacey en Jeff Bridges) heb ik me teruggetrokken op mijn kamer. Mijn dokter heeft me aanbevolen veel water te drinken maar ook zoveel mogelijk zaad te lozen: dat is goed voor mijn gezondheid. Het probleem is nu dat mijn levensgezellin wel begrip heeft voor die medische adviezen, maar niet elk uur van de dag bereid is om een handje te helpen bij het nastreven van dat doel. Ik mag niet zo afhankelijk zijn van anderen in mijn pogen om gezonder te worden. Ik heb dan maar wat op het internet zitten surfen met het oog op wat opwindend materiaal. Wat ik tijdens mijn traject de revue heb zien passeren tart zeker niet de verbeelding, maar ligt zeer voor de hand. Ik heb een zwak voor mooie vrouwen, ook zonder kleren en zelfs in opwindende poses. In uiterste nood kan ik het nog wel hebben dat ze worden gepenetreerd, maar dat moet dan toch in een voldoende esthetisch kader gebeuren. Wat ik echter zag was van een zeer uitsprekelijke goorheid, platheid en wanstaltigheid, zodat ik mijn toevlucht gezocht heb bij wat foto’s van Isabelle Huppert. Dat is puur esthetisch genot. Het was dan al twee uur in de nacht. In onze straat was alles stil en donker. Iedereen leek te slapen. Ook ik ben dan maar naar bed gegaan, want ik had slaap nodig.
Maar mijn lichaam blijft gespannen, mijn geest actief. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik ben extreem onrustig. Wat is er met me aan de hand? Ik voel me niet slecht, drink liters water, ben moe en toch kan ik de slaap niet vatten. Ik probeer dan nog wat te lezen, maar kan me niet meer concentreren. Dat alles heeft voor gevolg dat ik vandaag als zombie naar de Delhaize stap en later met een verward hoofd de krant doorneem. Daarin lees ik een interview met Geert Mak (ook toevallig). Hij heeft het daarin onder meer over de jaren zestig van de vorige eeuw. Volgens Mak werd toen (in Nederland dan toch) het begrip ‘nationale identiteit volledig’ gebagatelliseerd. “Dat werd weggewuifd. Wat logisch was, na de opgeblazenheid van de jaren dertig en het sombere polderse nationalisme van de jaren vijftig. Maar daardoor ontstond er wel een leegte. Bijna niemand wist nog wat het betekende Nederlander te zijn. Wie zijn wij met z’n allen? Dat wijgevoel is door de generatie van de jaren zestig – mijn generatie – volstrekt verwaarloosd. Dat terrein is helemaal aan rechts en ultra-rechts overgelaten.” Ik denk dat hij gelijk heeft, en dat het ook voor België en zeker voor Vlaanderen opgaat, ondanks het studentenprotest en de betogingen voor Leuven Vlaams. Mijn vrienden en ik gaven het streven naar afsplitsing, Vlaamse onafhankelijkheid en dergelijke meer, van nationale identiteit al, al gauw op. Dat had allemaal zijn tijd gehad, en vooral voor veel ellende gezorgd. Ook de oude cultuur hadden wij opgegeven. Toch hadden wij wel een identiteit, er ontstond niet echt een leegte, er ontstond een tegencultuur, een beweging tegen het establishment. Daar hadden wij onze hoop op gesteld. Ik zal maar niet dieper ingaan op de tragische gevolgen van ons naïef en bijna a-politiek idealisme. De verbittering en treurnis van veel van mijn generatiegenoten (en van mezelf in de eerste plaats) spreekt boekdelen. Overigens zijn de besten van mijn generatie al lang dood, of ze zitten in psychiatrische instellingen en denken dat ze K-Pax of zo zijn. Neen, ik wil er niet verder op ingaan en ik ben er ook veel te moe voor. Hoe sterk echter het verlangen naar een nieuwe, betere wereld, zonder onderdrukking en uitbuiting was, kun je nalezen in ‘1968’ van Mark Kurlansky, een zeer spannend en meeslepend boek.

HIAWATHA EN GUY DEBORD

Death-Of-Minnehaha_Dodge

De voorbije weken ontving ik twee buitengewone tijdschriften in mijn brievenbus. Het ene heet Hiawatha, genoemd naar een stadje in Kansas en uitgegeven door mijn geliefde zoon Jesse Brouns. Zijn inleidend artikel, zeer emotioneel geladen herinneringen aan een winterse trip door de midwest, heeft me diep geraakt. In tijdschriften lees je zelden zulk geraffineerd proza. Maar het hele blaadje (wat een gebrek aan eerbied in dit woord), gewijd aan mode, boeken, fotografie en muziek, is geraffineerd als de fijnste suiker. En zeer eigenzinnig. Er staat zelfs een bespreking in van een plaatje getiteld Arizona Man van Eurovisiesterretje Mary Roos…

Het andere tijdschrift dat ik ontving heet Buiten (jaargang 16, 1e kwartaal) en werd me toegezonden door mijn vriend Johny Lenaerts. Er staat een zeer memorabel artikel in van zijn hand over de melancholie van Guy Debord. Guy Debord was de oprichter van de Stiuationistische Internationale, een bewonderaar van Malcolm Lowry en hij was wellicht de meest miskende invloedrijke westerse filosoof van de tweede helft van de twintigste eeuw. Elf jaar geleden schoot hij zich een kogel door het hart. Het goed gedocumenteerde essay van Johny Lenaerts geeft je zin om het werk van Debord te herlezen en te herbekijken (ja, hij heeft ook films gemaakt). Wat ik niet wist of vergeten was: Guy Debord was weg van Nicholas Rays Johnny Guitar, een van mijn honderd uitverkoren films. Die film wil ik samen met het werk van Guy Debord en dat van zijn copain Raoul Vaneigem aan mijn lezers aanbevelen.

Afbeelding: Death of Minnehaha,William de Leftwich Dodge, 1885

ONGEWOON VERTREK

rilo_kiley_b

Dit zijn mijn eerste notities op Hoochiekoochie. Heb ik iets mee te delen? Over het gevecht met duivel van de verveling. Kopen om te ontsnappen. Vandaag gedichten van Pindaros (de uitverkorene van mijn uitverkoren Hölderlin, dat zit wel goed), gedichten van Coleridge en Wilde, Het seksuele leven van Cathérine M. Dat laatste zal ik waarschijnlijk niet lezen. Ik heb er al fragmenten van gehoord in een voorstelling van Needcompany: No comment. Een onvergetelijke ervaring, om dat te horen en te zien, maar het heeft geen zin gegeven om het boek te lezen. Waarom koop ik het dan? Omdat ik gek ben, zeker. Boeken zijn trouwens geen cent meer waard. Ik ben het bij De Slegte gaan vragen. Zelfs voor vijfhonderd boeken komen ze niet meer bij je thuis, zeker niet als het om romans gaat. Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier. Gisteren ben ik ook al op zoek geweest naar de oude tijd, maar dan in de muziek: Robert Nighthawk, een nogal gespleten bluesman, Earth Opera (met Peter Rowan, Richard Greene en David Grisman) en de eerste van the Allman Bros. Dreams heb ik altijd een kippenvelnummer gevonden, en gisteravond is gebleken dat dat nog steeds zo is.

Toch leef ik gelukkig niet voortdurend in het verleden. Een paar weken geleden zag ik Rilo Kiley en Bright Eyes in de Botanique (hoewel een paar weken geleden: dat is ook al verleden). Ook die twee bands hebben mij behoorlijk van m’n stuk gebracht, vanwege hun lyrische kracht en hun authenticiteit. En Jenny Lewis is natuurlijk een heel mooi meisje.