MARK LANEGAN IS DOOD

Hoe en wanneer Mark Lanegan in mijn muzikale wereld zijn entree maakte weet ik niet meer. Van zijn band Screaming Trees kende ik lange tijd alleen maar de naam. Grunge was een trend die me niet meteen aansprak, al was ik zeker wel onder de indruk van sommige songs van Nirvana en Pearl Jam. Omdat ik al sinds meer dan een halve eeuw een bewonderaar ben van het werk van Tim Hardin vermoed ik dat I’ll Take Care of You (1999) het startpunt was van mijn liefde voor de zanger Mark Lanegan. Die voor de songschrijver werd kort daarna aangewakkerd. I’ll Take Care Of You is een van de mooiste coveralbums die ik ken, met veel toewijding en inlevingsvermogen uitgevoerd. Shilo Town is maar een van de vele parels op die plaat. De donkere, warme, volle en diepe stem van de zanger doet elke nuance van Tim Hardins compositie recht aan. Carry Home is even aangrijpend als het origineel van the Gun Club. Mark Lanegan zwakt het sublieme pathos van Jeffrey Lee Pierce wat af en vult de vrijgekomen ruimte in met antieke droefheid en tragiek. Altijd als ik dit nummer hoor denk ik aan de film Light Sleeper, het meesterwerk van Paul Schrader, met Willem Dafoe in de rol van een drugsdealer, een tragische antiheld uit de grootstad.


Vervolgens kwam Field Songs (2001), een elpee die voor mij het songschrijftalent van Lanegan openbaarde. Hoe kon het ook anders, met aangrijpende songs als One Way Street en Kimiko’s Dream House? Mark Lanegan was een van die vocalisten met een authentiek, meteen herkenbaar timbre. Je hoorde in zijn songs aardedonkere kleuren, maar ergens in een duister hoekje scheen er ook altijd wat bevrijdend licht. Schoonheid redt. De ellende van het leven wordt draaglijk. De zanger weet je altijd te raken, te ontroeren en te troosten, zeker met zijn gloeiendste songs, zoals Kingdoms Of Rain op Whisky For The Holy Ghost (1994), Last One In The World op Scraps At Midnight (1998), Little Willie John en Strange Religion op Bubblegum (2004) en St Louis Elegy op Blues Funeral (2012). Om maar enkele parels te noemen.

Some Jack of Diamonds kicked her heart around
Did they know they were walking on holy ground?
[Strange Religion]


Mede dank zij de vurige pleidooien van mijn vriend Roen Hetzwoen, ben ik al gauw naar het vroege werk van de singer-songwriter uit het troosteloze stadje Ellensburg in de staat Washington gaan luisteren: The Winding Sheet (1990), Whisky For The Holy Ghost (1993) en Scraps At Midnight (1998). Elke song daarop, hoewel niet altijd perfect, was een openbaring voor me. De kwaliteit van Lanegans werk zou met de jaren zelfs toenemen. De veelzijdigheid ervan. De intensiteit. Ook de muziek die voortkwam uit talloze samenwerkingen met andere, altijd boeiende artiesten vond haar weg naar mijn hart, met als hoogtepunt de broeierige platen met Isobel Campbell.

Uit zijn aangrijpende autobiografie Sing Backwards and Weep, dat ik tijdens de eerste lockdown las, blijkt dat Lanegans talent zich niet beperkte tot songs schrijven. Het boek getuigt van groot schrijverschap. Door zijn welsprekende rauwheid grijpt het je bij de keel. Je leest – en voelt – er het leven van de jonge kunstenaar zoals het werkelijk was. Pijnlijk, wanhopig, tragisch en soms grappig.

Mark Lanegan leek onverwoestbaar. Maar niets is wat het lijkt, ook het leven niet. Alleen aan de dood valt niet te twijfelen. Hij werd 57.

If death rides a white horse
Then I ain’t seen him yet
And I have seen some things
That I can’t soon forget

When death comes creeping in
Oh he don’t speak a word
The heavens they don’t part
No trumpeter is heard
When death comes creeping in
[Death Rides a White Horse]

OVER FILMS KIJKEN IN TIJDEN VAN COVID-19 (2021)

Sátántangó, Bela Tarr


In geen ander jaar zag ik meer films dan in 2021. Dat is een zekerheid. Er waren maar weinig avonden dat ik geen film zag, een verblijf van twee weken in Berlijn in september, toen het met die ellendige pandemie de goede kant leek op te gaan, uitgezonderd. Zoals veel van mijn generatiegenoten houd ik al sinds mijn kinderjaren van speelfilms. Tot 1984, het dystopische jaar van Big Brother, toevallig ook het jaar dat wij een televisietoestel konden aanschaffen, dankzij een kleine erfenis van A., zagen wij die nagenoeg altijd in de bioscoop. Eerst was dat met mijn ouders in een van de talloze Antwerpse bioscopen en daarna als adolescent, alleen of met vrienden, in dorpscinema’s. Van Zorro, Shane, High Noon en Man of the West via James Bond, Modesty Blaise en Barbarella naar – heel wat later – de kunstfilms van Antonioni, Bertolucci, Fassbinder, Wim Wenders, Kurosawa, Tarkovski en vele andere Grote Regisseurs. Ook na het jaar van ‘war is peace’, ‘freedom is slavery’ en ‘ignorance is strength’, bleef ik het grote boven het kleine scherm verkiezen. (Ik houd dit stukje al dan niet persoonlijke historie zo kort mogelijk.)

Geleidelijk aan kregen, zoals ook weer bij veel van mijn tijdgenoten, videotapes, dvd’s en Blu-ray-schijfjes de bovenhand. Zo blijkt nogmaals hoezeer de meesten van ons onderworpen zijn aan wat de markt ons dicteert. Noodgedwongen gebeurt sinds februari 2020 filmkijken alleen nog maar op het kleine scherm. Mubi had ik al vrij vroeg ontdekt. Nu kwamen er Netflix en Cinemember bij. Af en toe was er toevallig ook nog eens een keer een niet al te middelmatige film op Canvas of op een van de Nederlandse zenders. (Door gehoorproblemen kon ik niet langer films kijken zonder ondertitels, wat Arte, BBC en alle Franstalige zenders uitsloot. Waar het filmaanbod overigens elk jaar wat schaarser werd.)

Vanwege de pandemie was niet alleen het bioscoopbezoek weggevallen. Hetzelfde gebeurde met theater- en dansvoorstellingen en met concerten. Uit musea en kunstgalerijen bleven we weg. Kunstwerken zag ik nog uitsluitend op mijn laptop, rampzalig voor mezelf en meer nog voor de kunstenaars. Zelfs al voer je geen gesprek met ze, is er toch altijd dialoog. We zagen haast geen vrienden en familie meer, we reisden niet langer. We bleven thuis. Ik weet dat dit allemaal niet zo uitzonderlijk is, maar wil het hier desondanks noteren. Meer dan een kleine getuigenis over deze tijd is het niet.

Overdag was er naast de dagelijkse beslommeringen, waaronder de ziektegeschiedenissen, literatuur en muziek; ’s avonds vond ik – niet altijd – schoonheid en vertroosting in films. Mogelijk ging het om een vlucht. Mogelijk vervingen de filmbeelden de gemiste werkelijkheid, filmdialogen de gesprekken met vrienden, geacteerde emoties de echte emoties die vrijkomen bij echte ontmoetingen, de filmische landschappen en stadsgezichten de echte landschappen die je ziet – of veronachtzaamt, lezend in een reisgids, in een meeslepende roman – vanuit de trein en de echte steden die je doorkruist tijdens een van je onvergetelijke reizen. Waarmee ik maar wil zeggen dat films kijken in 2021 met nog meer emoties gepaard ging dan het voordien al deed.

Met het maken van onderstaande lijst ben ik een tijdje zoet geweest. Een aangenaam tijdverdrijf was het niet. Waarom deed ik het dan? Goeie vraag. De volgorde van de titels is min of meer chronologisch. Ik houd helemaal niet van puntensystemen om mijn waardering over wat dan ook uit te drukken, maar zag in dit geval geen andere oplossing. Ik kon onmogelijk over al deze films – en series – een recensie schrijven, zelfs als ik die kort had gehouden. Want in dat geval was dit een lijvig boek geworden, en het is zeker niet mijn intentie om een of andere betweterige en overbodige dikke paperback met schreeuwerige cover over film te schrijven. Mijn classificatie is nogal primitief. Waar geen sterretje staat, gaat het om een vaak maar niet altijd behoorlijke film. Een film met een ster is zeer degelijk, voortreffelijk zelfs; een film met twee sterren is uitstekend, stijlvol, klassiek. De betekenis van drie sterren is: onovertroffen, een meesterwerk. Een nul is van nul en generlei waarde. (Uitzonderlijk gebeurt het dat ik waardeloze films uitkijk.)

Wanda, Barbara Loden


Deze meesterwerken zag ik in 2021: Two-Lane Blacktop – Monte Hellman (1971); Carnival of Souls – Herk Harvey (1962); Waar is het huis van mijn vriend? – Abbos Kiarostami (1987); De wind zal ons meenemen – Abbas Kiarostami (1999); First Cow – Kelly Reichardt (2019); At Eternity’s Gate – Julian Schnabel (2018); Der Himmel über Berlin – Wim Wenders (1987); Muriel ou le temps d’un retour – Alain Resnais (1963); Cure – Kiyoshi Kurosawa (1997); 2 ou 3 choses que je sais d’elle – Jean-Luc Godard (1967); Wanda – Barbara Loden (1970); Sátántangó – Bela Tarr (1994); In a Lonely Place – Nicholas Ray (1950); Ai no korîda (Het rijk der zinnen) – Nagisa Ôshima (1976).

Der Himmel über Berlin, Wim Wenders

Dit is de volledige lijst van 208 films (waaronder enkele series):

Elvis and Nixon – Liza Johnson (2016)

Song to Song – Terrence Malick (2017)

The Whistleblower – Larysa Kondracki (2010)

With Love to Rome – Woody Allen (2012)

L’amica geniale (Mijn geniale vriendin) (serie) – Saverio Costanzo / Alice Rohrwacher (2018-201-)

Wind River – Taylor Sheridan (2017)

Pieces of a Woman –  Kornél Mundruczó (2020)

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt – Walter Ruttman (1927)

Out of the Past – Jacques Tourneur (1947) **

Pretend It’s a City (serie) – Martin Scorsese / Fran Leibovitz (2021)

Charles mort ou vif – Alain Tanner (1969) *

Terra em transe – Glauber Rocha (1967) *

Godless (serie) – Scott Frank (2017)

Una – Benedict Andrews (2016)

The Dig – Simon Stone (2021)

Die dritte Generation – Rainer Werner Fassbinder (1979) *

Le charme discret de la bourgeoisie – Luis Buñuel (1972) **

Nina – Olga Chajdas (2018)

You Were Never Really Here – Lynne Ramsay (2017) *

I Called Him Morgan – Kasper Collin (2016)

Nord – Xavier Beauvois (1991)

News of the World – Paul Greengrass (2020)

Vice – Adam McKay (2018)

Daens – Stijn Coninx (1992)

Le navire night – Marguerite Duras (1979) **

Unsane – Steven Soderbergh (2018)

Robinson Crusoe – Luis Buñuel (1954)

Duelle – Jacques Rivette (1976) *

Winter’s Bone – Debra Granik (2010) *

La vérité – Hirokazu Kore-eda (2019) *

Le petit amour (Kung Fu Master) – Agnes Varda (1988)

Daguerreotypes – Agnes Varda (1975) **

Another Year – Oksana Bychkova (2014)

Molly’s Game – Aaron Sorkin (2017)

Un jeu brutal – Jean-Claude Brisseau (1983)

Dogtooth – Yorgos Lanthimos (2008) **

Wachttoren – Pelin Esmer (2012)

Something Useful – Pelin Esmer (2017)

Suspiria- Luca Guadagnino (2018)

J’accuse – Roman Polanski (2019)

Crossing the Line – Nia DaCosta (2019)

Genius – Michael Grandage (2016)

Aus dem Nichts – Fatih Akin (2017) *

Le jeune Ahmed – Gebroeders Dardenne (2019) *

Het meisje (Eltávozott nap) – Márta Mészáros (1968) *

Holdudvar – Márta Mészáros (1969) **

Szép lányok, ne sírjatok! (Huil niet, mooie meisjes) – Márta Mészáros (1970) *

Kilenc Honap (Negen maanden) – Márta Mészáros (1976) *

Ök Ketten (The Two of Them) – Márta Mészáros (1977) *

Dark River – Clio Barnard (2020)

Bacalaureat – Cristian Mungiu (2016)

The Rider – Chloe Zhao (2017) **

Songs My Mother Told Me – Chloe Zhao (2015) **

Orphée – Jean Cocteau (1950) **

Mat i syn  (Moeder en zoon) – Alexander Sokurov (1997) *

Born in Chicago (documentaire over Chicago blues) – John Anderson / Bob Sarles  (2020)

The Road to Memphis (documentaire over Memphis blues) – Richard Pearce (2003)

Berlin Alexanderplatz – Burhan Qurbani (2020)

Night Train to Lisbon – Bille August (2013) 0

Carrie – William Wyler (1952)

A coeur ouvert – Marion Laine (2012)

An Appropriated Self-Portrait – María José Alós (2014)  0

Eshtebak (Clash) – Mohamed Diab (2016)

Dronningen (Queen of Hearts) – May el-Toukhy (2019)

This Boy’s Life – Michael Caton-Jones (1993)

Ascenseur pour l’échafaud – Louis Malle (1958) **

Collateral – Michael Mann (2004)

Blue Valentine – Derek Cianfrance (2010) *

Warnung vor der heiligen Nutte – Rainer Werner Fassbinder (1971)

Lazzaro Felice – Alice Rohrwacher (2018)

Bovary – Jaco Van Dormael (2021)

The Trial of Christine Keeler (serie) – Andrea Harkin / Leanne Welham (2019-2020)

The Rainmaker – Francis Ford Coppola (1997)

Werk ohne Autor – Florian Henckel von Donnersmarck (2018) *

Once Were Brothers (documentaire over the Band en Robbie Roberston) – Daniel Roher (2019)

Duelles – Olivier Masset-Depasse (2018)

Poulet au vinaige – Claude Chabrol (1985)

Elser – Oliver Hirschbiegel (2015)

Shirley – Josephine Decker (2020)

Hedda Gabler – Jan Decorte (1978) **

Woman on the Run – Norman Foster (1950) *

S’en fout la mort – Claire Denis (1990) *

Untouchable –    Ursula Macfarlane (2019)

The Woman in the Window – Joe Wright (2021)

Jerichow – Christian Petzold (2008) **

Two-Lane Blacktop – Monte Hellman (1971) ***

Requiem – Hans-Christian Schmidt (2006) *

Call Me By Your Name – Luca Guadagnino (2017) *

Sandome no satsujin (The Third Murder)  – Hirokazu Kore-eda (2017) *

Inspecteur Lavardin – Claude Chabrol (1986)

Wildlife – Paul Dano (2018)

So Long, My Son – Wang Xioshuai (2019) **

Die innere Sicherheit – Christian Petzold (2000) **

Napló apámnak, anyámnak (Dagboek voor mijn vader en moeder) – Márta Mészáros (1990) *

Kill Your Darlings – John Krokidas (2013)

Echo in the Canyon – Andrew Slater (2018) *

Yella – Christian Petzold (2007) **

Carnival of Souls – Herk Harvey (1962) ***

Ich war Zuhause, aber… – Angela Schanelek (2019)

The Southerner – Jean Renoir (1945) **

Xiao Wu (Pickpocket) – Jia Zhangke (1997) *

Ung flukt (Wayward Girl) – Edith Carlmar – (1959)

Shiva Baby – Emma Seligman (2020)

Once Upon a Time in … Hollywood – Quentin Tarantino (2019)

Waar is het huis van mijn vriend? – Abbos Kiarostami (1987) ***

La roue – Abel Gance (1923) *

Barbara – Christian Petzold (2012) **

Still Walking – Hirokazu Kore-eda (2008) *

Das Vorspiel – Ina Weisse (2019) *

Happy End – Michael Haneke (2017)

Doorheen de olijfbomen – Abbas Kiarostami (1994) **

Sois belle et tais-toi – Delphine Seyrig (1976)

Chocolat – Claire Denis (1988) **

Joker – Todd Phillips (2019)

De smaak van kersen – Abbas Kiarostami (1997) **

La belle personne – Christophe Honoré (2008)

De geverfde vogel – Václav Marhoul (2019) *

Dylda (Bonenstaak) – Kantemir Balagov (2019)

Don’t Expect Too Much (over Nicholas Ray) – Susan Ray (2011)

Wendy and Lucy – Kelly Reichardt (2008) **

First Cow – Kelly Reichardt (2019) ***

La graine et le mulet – Abdellatif Kechiche (2007) *

Delphine et Carole, insoumise – Callisto McNully (2019)

La Jetée – Chris Marker (1962) **

Sans soleil – Chris Marker (1983) *

Todos lo saben – Asghar Farhadi (2018)

De wind zal ons meenemen – Abbas Kiarostami (1999) ***

Girl With a Pearl Earring – Peter Webber (2003)

The Good, the Bad and the Ugly – Sergio Leone  (1966) *

Parasite – Bong Joon Ho (2019) *

Keith Richards: Under the Influence – Morgan Neville (2015)

Cold War – Pawel Pawlikowski (2018) *

What Happened, Miss Simone? – Liz Garbus (2015) *

Une histoire de femmes – Claude Chabrol (1988) *

Masques – Claude Chabrol (1987)

Joan Didion: The Center Will Not Hold – Griffin Dunne (2017) **

Traité de bave et d’éternité – Isidore Isou (1951) *

Oh Lucy! – Atsuko Hirayanagi (2017)

Dogman – Matteo Garone (2018)

Portrait de la jeune fille en feu – Céline Sciamma (2019) **

Ozark (serie) – Bill Dubuque /Mark Williams (2017-2022)

L’amant – Jean-Jacques Annaud (1992) **

Maps To the Stars – David Cronenberg (2014)

Shine a Light – Martin Scorsese (2008)

De wereld van Apu – Satyajit Ray (1959) **

Bang Gang (Une histoire d’amour moderne) – Eva Husson (2015) *

De Portugese non – Eugène Green (2009) *

Lola rennt – Tom Tykwer (1998) 0

Beast – Michael Pearce (2017)

Yellow Cat – Adilkhan Yerzhanov (2020) 0

Fin août, début septembre – Olivier Assayas (1998)

Örökség (de erfgenaam) – Márta Mészáros (1980) *

At Eternity’s Gate – Julian Schnabel (2018) *** (2 keer)

Mandabi – Ousmane Sembene (1968) *

Cargo 200 – Aleksey Balabanov (2007)

Der Himmel über Berlin – Wim Wenders (1987) ***

Pasolini – Abel Ferrara (2014)

Les trois couronnes du matelot – Raúl Ruiz (1983)

Muriel ou le temps d’un retour – Alain Resnais (1963) ***

Like Someone In Love – Abbos Kiarostami (2012) *

La cérémonie – Claude Chabrol (1995) *

Jiang hu er nü (Jianghu’s Sons and Daughters) – Zhangke Jia (2018) **

Er shi si cheng ji (24 City) – Zhangke Jia (2008) **

Shan he gu ren (Mountains May Depart) – Zhangke Jia (2015) **

Akasen chitai (Street of Shame) – Kenji Mizoguchi (1956) *

Gravity – Alfonso Cuaron (2013)

Out Stealing Horses – Hans Petter Moland (2019)

Dolor y Gloria – Pedro Almodovar (2019) *

Pather Panchali – Satyajit Ray (1955) **

1945 (Homecoming) – Ferenc Török (2017) *

Blind – Eskil Vogt (2014)

Souvenir – Bavo Defurne (2016)

Grave (Raw) – Julia Ducourneau (2016) **

Girl – Lukas Dhont – (2018) *

Control – Anton Corbijn (2007)

Workers – Jose Luis Valle (2013)

Inside Llewyn Davis – Ethan Coen / Joel Coen (2013)

Au revoir là-haut – Albert Dupontel (2017)

The Devil Is a Woman – Josef von Sternberg (1935)

Cure – Kiyoshi Kurosawa (1997) *** (2 keer)

Breakfast on Pluto – Neil Jordan (2005)

Passing – Rebecca Hall (2021)

Zycie jako smiertelna choroba przenoszona droga plciowa (Life As a Fatal Sexually Transmitted Disease) – Krzysztof Zanussi (2000) *

Interstellar – Christopher Nolan (2014)

La dolce vita – Federico Fellini (1960) **

When They See Us (serie) – Ava DuVernay (2019)

2 ou 3 choses que je sais d’elle – Jean-Luc Godard (1967) ***

Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story by Martin Scorsese – Martin Scorsese (2019) *

Napszállta (Sunset) – László Nemes (2018) **

Zurich – Sacha Polak (2015) 0

The Power Of the Dog – Jane Campion (2021) **

Wanda – Barbara Loden (1970) ***

Nostalgia de la luz – Patricio Guzmán (2010)

Dark Waters – Todd Haynes (2019) *

Gainsbourg (Vie héroïque) – Joann Sfar (2010) 0

Sátántangó – Bela Tarr (1994) ***

The Whistlers (La Gomera) – Corneliu Porumboiu (2019)

Calle Lopez – Gerardo Barroso / Lisa Tillinger (2013) *

Lady Bird – Greta Gerwig (2017) *

Little Women – Greta Gerwig (2019) *

The Sisters Brothers – Jacques Audiard (2018)

Baden Baden – Rachel Lang (2016) *

Thoroughbreds – Cory Finley (2017) **

Midsommar – Ari Aster (2019)

Don’t Look Up – Adam McKay (2021)

Merci pour le chocolat – Claude Chabrol (2000) *

The Naked Kiss – Samuel Fuller (1964) *

In a Lonely Place – Nicholas Ray (1950) ***

Ai no korîda (Het rijk der zinnen) – Nagisa Ôshima (1976) ***

Ai no korîda (Het rijk der zinnen), Nagisa Ôshima

2022

James Ensor, Carnaval in Vlaanderen


Gelukkig 2022, lieve vrienden! Mijn wensen? Dat je je goed mag voelen en niet slecht, dat je plezier mag hebben in plaats van pijn. Voldoening, genot en geluk in plaats van wanhoop, angst en verdriet. Kracht, gezondheid en goede daden. Waarheid in plaats van leugens. Wijsheid en inzicht in plaats van starheid en verblinding. Volharding en moed. Maat in plaats van mateloosheid. Stilte en troost van muziek. Lommerrijke dagen en een zacht klimaat in de steden en op het platteland. Feesten, velerlei lach en overal humor. De redding van onze blauwe en groene planeet. Wonderlijke dromen en vrede overal. (En natuurlijk ook Lou Reeds pow pow power of positive drinking.)

EEN NIEUWE ORDE, EEN NIEUW MIERENNEST

Mijnheer De Wever heeft een nieuwe droom, zegt hij. Maar het is een oude droom, besmet met collaboratie en nazisme; eerder een nachtmerrie. In zijn verbeelding is de confederale staat Vlaanderen een voldongen feit. Dweepten in hun kinderjaren werkelijk zoveel Vlamingen met de ‘Zuidelijken’, het leger van de Confederacy (een bond van zuidelijke Amerikaanse staten), dat vocht voor de heren die een economie gebaseerd op slavernij voorstonden? Hielden zij niet meer van de in het blauw gehulde Yankee-soldaten uit het noorden, niet meer van president Lincoln dan van John Wilkes Booth? Ik herinner mij die kinderjaren en de cinema’s waarin de westerns en de oorlogsfilms werden vertoond nog goed. De nazi’s hadden maar kort tevoren het onderspit gedolven, heel wat Belgische landverraders zaten nog in de cel. Het is waar dat in de meeste westerns uit die tijd, waarin op de voorgrond maar meestal op de achtergrond de Amerikaanse burgeroorlog woedt, weinig van die slavernij is te zien. Zwarte soortgenoten leken in het Hollywood van toen sowieso nauwelijks te bestaan. Je had als kind kunnen denken dat de officieren en soldaten van het confederale leger, de grijze uniformen, echte helden waren. Zoals je aan ‘onze’ collaborateurs dapperheid had kunnen toeschrijven omdat ze aan het oostfront ‘heldhaftig’ strijd leverden tegen de bolsjewieken, ‘die ons alles zouden komen afnemen’. In mijn omgeving echter kende ik niemand die zich met foute helden identificeerde.

Van slavernij gesproken. Wie zijn voor mijnheer De Wever in zijn reëel bestaande confederatie de slaven? Dat moeten ongetwijfeld de hardwerkende Vlamingen zijn? Want buitenlanders, ‘volksvreemden’ zijn niet langer welkom in zijn nieuwe staat. En hoe zit het in zijn rijk dan met degenen die hij als vertegenwoordigers van de slogan ‘vrijheid, blijheid’ schijnt te beschouwen? De linksen, communisten, socialisten, ecologisten, babyboomers, achtenzestigers, oude hippies, anarchisten, kunstenaars, dichters, et cetera? Waar is hun plaats in zijn staat?

Maar goed, voor de voorzitter van de NVA is de Vlaamse Staat al werkelijkheid. Nu heeft hij die nieuwe (oude) droom. Hij droomt hardop van een confederatie van de Lage Landen, de Zeventien Provinciën, een Groot-Nederland. “Mocht ik kunnen sterven als Zuidelijke Nederlander, ik zou gelukkiger sterven dan als Belg”, oppert de leider. Hij is het trauma van de val van Antwerpen in 1585 te boven aan het komen en heeft nu een grote sprong voorwaarts gemaakt naar 1919 en het verdrag van Loppem. Toen werd daar een soort van staatsgreep gepleegd waarbij vliegensvlug een regering werd gevormd die – uit schrik voor een revolutie naar het model van die in Rusland in 1917 – een aantal hervormingen moest doorvoeren om de bevolking (de arbeidersklasse) te sussen. Er kwam onder meer algemeen stemrecht voor mannen. Vrouwen telden nog altijd niet mee. Mijnheer De Wever verwijst naar Loppem als model om de confederatie buiten de Grondwet af te dwingen. Met een coup. Vandaar dat hij al zeker is van die Vlaamse confederatie.

Hoe hij zijn nieuwe droom wil verwezenlijken is onduidelijk. Met overtuigingskracht zal het hem niet lukken. Veel Vlamingen, weet ik uit ervaring, lusten de Nederlanders rauw. In een Limburgs dorp, Neerharen, noemden ze mij als jongen de Hollander – dat was niet vleiend bedoeld – omdat ik hun dialect niet sprak maar een taal die enigszins op het Algemeen Nederlands leek. Denkt hij aan nog een coup om dat Groot-Nederland te verwezenlijken?

In zijn praatje over dat Groot-Nederlandse Rijk kan hij het niet laten de bevolking weer angst in te boezemen. De reders waarschuwen hem, zegt hij, dat er inflatie zal komen en de reders, die kunnen het weten. Het spaargeld van de hardwerkende Vlamingen is nu al helemaal niets meer waard en zal smelten als sneeuw voor de zon. “En de inflatie is – ook al is ze beperkt – veel hoger dan de nul-komma-niks die je nog op je spaargeld krijgt. Alles wat daarbij komt, leidt tot een soort sneeuwbal waar de Vlaamse verworvenheden in worden afgebouwd. Alles wat de Vlaamse mier heeft bijeen gespaard. En wat mij in dit land heel bezorgd maakt, is dat we samenleven met een krekel en die er belang bij heeft dat dat gebeurt.” De krekel, dat is uiteraard de Waal, dat is de socialist, de communist, dat zijn de dwaze ecologisten met hun opengrenzenlobby, dat zijn de boomminnaars en de volgelingen van de waanzinnige Greta. De krekel kickt op inflatie, beste vrienden!
Wat een harteloze en zelfs sadistische man toch, die mijnheer De Wever, zo netjes afgeborsteld en mooi in het maatpak afkomstig uit het zonnige Tirol (waar helemaal geen krekels te horen zijn, waar de mieren hele met Vlaamse choco belegde boterhammen met zich meezeulen). Een volgende droom gaat mogelijk over de uniformen van het Groot-Nederlandse leger. Dat kan en zal Tirools zijn, of zal niet zijn. In het midden van de nationale vlag een grote bruine mier.

*

Een eerste versie van deze tekst verscheen op 22 juli op facebook met als titel Een nieuw Groot-Nederland. Als rechtvaardiging voor dat politiek stuk schreef ik: “Eigenlijk probeerde ik de aandacht af te leiden van het feit dat ik alweer geen stukje van mijn reeks De nachten heb geschreven (vanwege een koortsaanval).”

DUIZEND-EN-EEN BIBLIOTHEKEN EN CINEMATHEKEN: OVER JEAN-CLAUDE CARRIÈRE EN BULLE OGIER

Bulle Ogier.

Jean-Claude Carrière is op negentachtigjarige leeftijd overleden. In Libération schreef Anne Diatkine over de begenadigde auteur dat de mensheid met hem niet één biblitoheek verliest, maar duizenden “en toutes langues et sur tous les continents, en particuliers indiens, africains, et les terres sud-américaines.” [1]
Jean-Claude Carrière werkte mee aan tientallen scenario’s van gedenkwaardige films, waaronder La Piscine en Borsalino van Jacques Deray, Taking Off van Milos Forman, The Unbearable Lightness of Being van Philip Kaufman, Die Blechtrommel van Volker Schlöndorff, La chair de l’orchidée van Patrice Chéreau, Retour à la bien-aimée van de helaas vergeten regisseur Jean-François Adam, Danton van Andrzej Wajda, Birth van Jonathan Glazer, Das weisse Band van Michael Haneke, L’Ombre des femmes van Philippe Garrel. Voorts werkte Carrière gedurende negentien jaar samen met Luis Buñuel en was hij co-auteur van zijn belangrijkste films, waaronder Belle de Jour, Le Journal d’une femme de chambre en Cet obscur objet du  désir. Hij assisteerde de Spaanse regisseur bij het optekenen van diens schitterende autobiografie Mijn laatste snik.

Jean-Claude Carrière schreef misdaad- en horrorverhalen, publiceerde een encyclopedie van stommiteiten [2], bundelde gesprekken die hij had met de Dalai Lama (Tenzin Gyatso) onder de titel  La Force du bouddhisme : Mieux vivre dans le monde d’aujourd’hui en was de vaste dramaturg van Peter Brook, een van de invloedrijkste theaterregisseurs van de 20ste eeuw. Samen creëerden zij de epische vertelling  Mahâbhârata [3]; het oorspronkelijk werk telt 12.000 bladzijden [4] . Dat zijn lang niet al zijn verwezenlijkingen, maar deze opsomming geeft je vast een idee van ’s mans interesses en activiteiten. Voldoende reden om in het middelbaar onderwijs enige aandacht te geven aan deze merkwaardige renaissance man.

Enkele dagen voor ik het nieuws van Jean-Claude Carrières dood vernam, had ik toevallig nog Le charme discret de la bourgeoisie gezien, de film van Luis Buñuel waarvoor Jean-Claude Carrière eveneens mee het scenario bedacht. Ik was al een poos ondergedompeld in J’ai oublié, de meeslepende autobiografie van Bulle Ogier, die onze geliefkoosde actrice samen met Anne Diatkine te boek stelde (ook toevallig?).  Ondanks de betreurenswaardige situatie waarin wij in ons privéleven verzeild zijn geraakt, genoot ik van deze lectuur. Door de vrolijke stijl, die sterk contrasteert met het tragische leidmotief (als ik het zo mag noemen), de dood van haar geliefde dochter, de veelbelovende actrice Pascale Ogier, is dit boek een sterk tegengif tegen de beklemmende ervaring die het lezen van De jaren van Annie Ernaux voor me was. Ik zou De jaren een andere titel geven, De ontgoocheling, of De ontnuchtering of iets dergelijks. Beide autobiografische werken bestrijken dezelfde periode in onze recente geschiedenis. Ernaux blijft daarbij veilig binnen de grenzen van Frankrijk en de wereld van de politiek, het entertainment en het consumentisme. Ogier heeft veel aandacht voor de Parijse (sub)cultuur, maar ook voor de rest van de wereld, al heeft zij vooral oog voor kunstenaars, in de eerste plaats theater- en filmmakers. Een aantal van hen krijgen een ereplaats, al gaat de meeste aandacht naar haar dochter en naar haar man Barbet Schroeder. Over Schroeders avonturen in Los Angeles, onder meer het maken van Barfly, een film over een episode in het leven van dichter Charles Bukowski, dist Bulle Ogier hilarische verhalen op.  Ook wie van het werk van Marguerite Duras, Jacques Rivette en Werner Schroeter houdt komt aan zijn of haar trekken.

J’ai oublié heeft mij zin gegeven om alles wat ik het voorbije jaar op Netflix – en andere streaming-diensten – heb gezien, meteen te vergeten. Wat was de cultuurwereld die Bulle Ogier beschrijft rijk in vergelijking met de opgewarmde, smakeloze kost die ons nu wordt voorgeschoteld. Naast de films waar de Franse actrice een rol in speelde en die in haar autobiografie ter sprake komen, herinner ik mij tientallen, mogelijk honderden andere films uit de jaren zestig en zeventig – en voor een deel de jaren tachtig – die opnieuw en opnieuw kunnen bekeken worden en blijven verrassen. Het hele oeuvre van Pier Paolo Pasolini (met als hoogtepunten Medea en Teorema), van Bernardo Bertolucci (Laatste tango in Parijs blijft zijn meesterwerk); films van Jean Eustache (La maman et la putain, Mes petites amoureuses); Marco Bellocchio (I pugni in tasca, La Cina è vicina ); Jacques Rivette (alles); Glauber Rocha (Terra em Transe, Antonio das Mortes); Rainer Werner Fassbinder (alles); Werner Schroeter (blijft er naast Malina nog iets over van zijn werk?); Daniel Schmid (La Paloma, Violanta); André Delvaux (Rendez-vous à Bray, Belle); de jonge Federico Fellini; Michelangelo Antonioni (La Notte en al zijn andere films); Jean-Pierre Melville; Eric Rohmer; de jonge François Truffaut; Stanley Kubrick; Nicholas Ray (In a Lonely Place, Party Girl); Nicolas Roeg (Performance, Walkabout, Bad Timing); Andrzej Tarkovski; Satyajit Ray; Ingmar Bergman; en natuurlijk Luis Buñuel. Dit is een korte en spontaan neergeschreven lijst. Je zal ongetwijfeld begrijpen wat ik bedoel. Of net niet. Los daarvan raad ik iedereen die interesse heeft voor de twintigste-eeuwse Europese cultuur deze autobiografie ten stelligste aan. Het is evenwel ook een melancholisch boek, wat de titel al aangeeft. Oud worden is geen kinderspel.

Peter Brook en Jean-Claude Carrière.


 [1] “Jean-Claude Carrière est mort lundi, à 89 ans, et ce n’est pas une bibliothèque que l’humanité perd, mais des milliers, en toutes langues et sur tous les continents, en particuliers indiens, africains, et les terres sud-américaines. L’énigme est sans résolution : Jean-Claude Carrière, né le 17 septembre 1931 dans la petite paysannerie de l’Hérault – «dans une maison sans livres» a-t-il écrit – était susceptible de se passionner pour tout. Etre captivé par un détail glané dans la rue, une démarche, un accent, un fragment de conversation surpris qui donnait du grain à moudre à son imagination et provoquait immédiatement une ébauche de récit.”
Anne Diatkine, Libération

[2] Dictionnaire de la bêtise et des erreurs de jugement, Guy Bechtel en Jean-Claude Carrière, Robert Laffont, 1965

 [3] À la recherche du Mahâbhârata, carnets de voyages en Inde avec Peter Brook 1982-1985, Éditions Kwok On.

[4] “Daarna zijn we ‘la grande lecture’ begonnen: je hebt ongeveer een jaar nodig om de Mahabharata volledig te lezen. Peter Brook las in het Engels, ik in het Frans. Waar die twee vertalingen contradicties vertoonden hebben we – met de hulp van een professor – naar de Sanskriet-versie teruggegrepen. Een volgende stap was zeer belangrijk: de gezamenlijke lezing van Peter Brook en mezelf, met de hulp van Marie-Hélène Estienne. Die lezing heeft zo’n acht à tien maanden geduurd. Wij lazen elke dag en stopten bij die passages die ons interessant leken, of die noodzakelijk waren binnen het verloop van het verhaal. Omgekeerd ook bij die verhalen die ons overbodig leken, die door het basisverhaal dat ons verteld was overlapt werden. Tijdens die tweede lezing zijn we al beginnen schrappen: een aantal secundaire verhalen is geëlimineerd omdat we ons vooral op de grote ‘verhaalstroom’ wilden concentreren.” Jean-Claude Carrière in een vraaggesprek met Alex Mallems, in  Etcetera, 1985-10, jaargang 3, nummer 12, p. 15

ENKELE WOORDEN OVER ANGST, VRIJHEID, GEHOORZAAMHEID EN VOORZICHTIGHEID

Een paar dagen geleden [1] schreef ik – bijna meer voor mezelf dan voor iemand anders – enkele bedenkingen over Covid-19 neer. Ik vroeg me onmiddellijk daarna af of het zinvol was om mijn steentje bij te dragen aan de discussie daarover. Ik ben namelijk geen specialist en heb geen enkele eigen mening. Erger nog: ik wantrouw mensen met een eigen mening. Tot inzichten en eventueel standpunten kom je door onderzoek, studie, gesprek, hard werken. Weinig komt uit jezelf.
Uiteindelijk vond ik het beter om deze overwegingen toch maar bekend te maken. Altijd maar zwijgen is niet bevorderlijk voor de (geestelijke) gezondheid.

Er wordt vaak beweerd dat onze federale regering ons bang maakt, dat de covid-19-maatregelen ons bang maken, dat de toon waarop de overheid en de media ons toespreken ons bang maakt. Mij maken de regering, de maatregelen en de toon waarop ik word toegesproken niet bepaald bang. Waarom niet? Omdat ik voorzichtig ben. Voorzichtigheid is een kunst die je onder de knie kunt krijgen. Omdat ik mij aan de regels houd. Ik houd mij aan de regels in de hoop dat we op die manier deze pandemie zo snel mogelijk onder controle krijgen en op die manier van de regels – die onze vrijheid inperken, dat geef ik toe – zo snel mogelijk af zullen zijn. Ik heb bijgevolg niet het gevoel dat ik streng en angstaanjagend word toegesproken. Het virus is iets om bang voor te zijn, niet de woorden van virologen, dokters en democratisch verkozen politici.

Ik las bij nogal wat mensen dat ze zich in hun vrijheid voelen aangetast. Ze vrezen zelfs dat we vanaf nu voor eens en voor altijd onvrij zullen zijn. Maar is volledige individuele vrijheid wel mogelijk? Is er niet altijd de samenhang van vrijheid en gemeenschap (of vrijheid en wet, vrijheid en staat)? Kun je vrij zijn als je je soortgenoten met je eigen vrijheid benadeelt? Is dat dan niet eerder egoïsme? Als ik mij nu aan de regels houd en voorzichtig ben is dat een keuze, een andere vorm van vrijheid. Ik doe het voor mezelf en voor jou, voor de gemeenschap.

Ik las dat dat Belgen de meest gehoorzame burgers van de wereld zijn. Dat durf ik te betwijfelen. Zijn wij zo gehoorzaam in het verkeer? Ik dacht van niet. Zijn wij met z’n allen zo gehoorzaam als we belasting moeten betalen? Hoe staan wij in de rij voor tram, trein, bus, bioscoop, theater? Op niet één plaats in het buitenland zag ik wat dat betreft zo’n chaos, zo’n ieder-voor-zich. Mogelijk zijn de Belgen – en vooral de Vlamingen – wel gehoorzaam en onderdanig als ze worden toegesproken door een Grote Leider, zeker als die het over ‘kaakslagen’ en ‘messteken in de rug’ heeft. Al mag ik niet veralgemenen. Ik ga ervan uit dat de meerderheid van mijn landgenoten niet handelt uit gehoorzaamheid en onderdanigheid maar uit voorzichtigheid en op basis van gezond verstand.

*

[1] Op 21 oktober, als reactie op een commentaar bij een zeer lezenswaardig artikel van immunologe Isabelle Meyts.

Afbeelding: Ezels, MP, augustus 2020

BEDACHTZAME VERSPREKINGEN

De dagen hangen aan elkaar met de lijm van de eentonigheid. De wereld is uit zijn voegen; rampspoed, ongenoegen, woede alom. Toch zit ik maar wat voor mij uit te staren, ternauwernood bij iets betrokken, uitgeteld, van het warme leven uitgesloten. Weinig langspeelplaten worden uit hun hoezen gehaald, weinig boeken uitgelezen, geplande teksten blijven ongeschreven. Alleen in een al aan de randen afgesleten scherf van het verleden leef ik in woorden soms wat op, in het gezelschap van een goede vriend, hij die in de herfst van 1991 uit het leven stapte. Van hemzelf, de man, blijft weinig meer over dan de overwoekerde herinneringen die ik aan hem heb en enkele boeken – verzamelingen van ooit onsterfelijke dichters, een encyclopedie van onzichtbare films – die hij me schonk. De gulle, onvervangbare vriend. Vaak denk ik nu aan Coming Down Again van the Rolling Stones, opnieuw zo toepasselijk geworden:

Coming down again, coming down again
Where are all my friends?

Soms ben ik nog boos. Zoals maandag en dinsdag over het misdadige taalgebruik van Vlaamse politici, niet die ene, meerdere. Ik uitte mijn ongenoegen op facebook en wens die weloverwogen boze woorden hier niet te herhalen. Mijn protest kreeg bijval, maar wat had ik anders verwacht? De meeste van mijn facebookcontacten (en al mijn vrienden, hoe ver weg ook) zijn beschaafde mensen. Hopelijk zijn die onzichtbare, met rede begiftigde zielen, dat zelfs allemaal. Toch zie ik ook bij sommigen in dat algoritmische universum redenen tot ongerustheid. Ik zie onder hen de wanhoop en uitzichtloosheid toenemen. Verontrustend is dat sommigen in fanatici veranderen. Zo is er een kunstenares die elke dag opnieuw beweert dat het levens verwoestende virus – 200.000 doden in de VS, 10.000 in ons land – niets bedreigends heeft, waarvoor ze uit een groot aantal onbetrouwbare bronnen ‘bewijsmateriaal’ aanvoert. Zo zijn er meer en hun aantal lijkt toe te nemen. Zelfs Van Morrison, van wie ooit werd gedacht dat hij een visionair was, is toegetreden tot de Confederacy of Dunces, om het zo oneerbiedig met die woorden van John Kennedy Toole uit te drukken. Zal ik haar, de kunstenares, ontvrienden? Ik bewonder haar werk al zo lang. De boeken met reproducties van haar schilderijen liggen en staan hier binnen handbereik. Je ontvriendt niet iemand die anders denkt, dat weet ik. Maar is het wel denken wat mensen als zij doen, of is het fanatisme, mogelijk ingegeven door angst of existentiële onzekerheid?

Soms ben ik nog bedroefd. Als ik van oude vrienden maandenlang niets hoor. Maar dan vraag ik me meteen af of ik zelf wel een levensteken geef. De sociale media hebben wat mij betreft het briefschrijven onmogelijk gemaakt. Dat was al begonnen met e-mail, maar lange tijd ben ik toch in die vorm brieven blijven schrijven, ben ik blijven doen alsof het brieven waren. Ik dacht modern en zelfs postmodern te zijn en tegelijk de stijlen en gebruiken van de negentiende eeuw – en antieker – te continueren. Soms ben ik ook bedroefd omdat ik degenen die ik niet hoor zelfs niet zie. Dat geeft mij het gevoel dat ik al niet meer besta. Op zes maanden tijd heb ik één keer mijn zoon gezien. Buitenshuis, omdat mijn huisarts dat adviseerde. Af en toe praat ik even met de buren van hiernaast, als ze hier voor de deur staan met wat boodschappen voor ons, water en bier. Een keer zaten we een middag bij hen in de tuin, te converseren en wijn te drinken, op voldoende afstand, op onze hoede. Met mijn vrouw voer ik natuurlijk ook nog gesprekken. Maar die gaan bijvoorbeeld over dat ik niemand meer zie en met niemand meer praat, dat de wereld uit zijn voegen is. Vervolgens laat ik haar Coming Down Again horen.

Soms ben ik nog ontzet. De toestand in de Verenigde Staten is explosief. In mijn jeugd en ook later was the Big Country het land van mijn dromen. Toen ik in de eerste helft van de jaren negentig eindelijk met de Greyhound door Amerika kon gaan reizen ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Elke straat, elk dorp, elke grootstad, elke staat en alle woorden die mij tegemoet kwamen en alle muziek in alle bars en clubs en platenwinkels – alles daar wond mij op en veroverde mijn hart. Nu blijft van die gigantische betovering weinig over. Sinds de tiran Trump met zijn hart van geld is opgedoken, maar eigenlijk al langer, is het een land waar ik bang voor ben. Het lijkt op een instortend rijk, ten prooi gevallen aan waanzin en zelfvernietiging, maar nog steeds gevaarlijk vanwege zijn leger, zijn nucleaire wapens.

Soms ben ik nog bezorgd. In Europa staat de enige politieke leider waar ik vertrouwen in had op het punt te vertrekken. Angela Merkel heeft er alles voor gedaan om ons met elkaar en met de rest van de wereld te verzoenen; vooral met degenen die in angst voor geweld en oorlog en in armoede naar hier komen, omdat ze denken dat het hier beter is. Ze is daar zo te zien niet in geslaagd. Zal iemand als Ursula von der Leyen zich even sterk tonen, zal zij ons weer verenigen? Zal zij een politicus met een menselijk gelaat zijn? Ze lijkt me een moedige en doortastende vrouw, maar de vijanden van de rede staan al klaar om uit hun duister moeras tevoorschijn te treden, met hun irrationele slogans en hun haatvolle monden, met hun voor het hanteren van wapens afgerichte handen.

Wou je mij iets zeggen, iets schrijven? Heb je mij iets te vertellen? Is dit leven nog de moeite waard om te leven? Is het verkeerd te denken dat de jongeren ons hebben opgegeven? Dat ze niet langer, zoals wij in het verleden deden, te rade willen gaan bij oudere, door ervaring wijzer geworden vrouwen en mannen? Dat ze ons liever kwijt dan rijk zijn? Vergis ik mij? Waarom hoor ik je stem niet? Ben je met verstomming geslagen of ben je even sprakeloos als ik? Leef je net zoals ik alleen nog maar in het verleden, in een klein deeltje daarvan, in die korte tijdspanne waarvan je denkt dat je toen alles had wat je nodig had en al de rest, auto’s en huizen en reizen naar exotische stranden en steden, overbodig was? Ik weet het niet. Ik weet niet wat we nog zijn en waar we nog zijn en waar we naartoe gaan.

*
Foto: Agnes Anquinet

LAATSTE NIEUWS

Brenda-Ann-Spencer-monday-murderer

[NACHTEN AAN DE KANT 19]

Kijk eens aan. Nu ik mijn baard en snor heb afgeschoren laat John Travolta hem groeien. Zal ik in de mode dan altijd tegendraads blijven? Blijf ik tegen wil en dank de rol van buitenstaander spelen? Ik dacht nu eindelijk eens in het gareel van mijn tijd te lopen. Onbegonnen werk. Als tiener was ik al verknocht aan the Outsiders, die beatgroep met zanger Wally Tax, de West-Europeaan met de langste haren. Was dat vanwege de naam? Dat betwijfel ik. Ik hield van de sensuele stem van Wally Tax, op zijn mooist in Summer’s Here, maar ook van zijn stijl. De stijl van een outsider. Sha-la-la.
Dat over John Travolta las ik in De Morgen. Daarin staat verder dat president Jimmy Carter gratie heeft verleend aan Patricia Hearst, de kleindochter van krantenmagnaat William Randolph Hearst. Ze was wegens terrorisme tot zeven jaar cel veroordeeld. Reeds na 22 maanden hechtenis komt ze vrij zodat ze haar huwelijksplannen kan uitvoeren: op Sint-Valentijnsdag treedt ze in het huwelijk met haar voormalige lijfwacht Bernard Shaw. Wie is die Shaw? Wat heeft ze in hem gezien? Slaat het Stockholmsyndroom opnieuw toe? Het lijkt me onwaarschijnlijk dat mijnheer Shaw de auteur is van Pygmalion; op Henry Higgins lijkt hij evenmin. Op die manier zal Patricia Hearst nooit van haar Symbionees accent afraken.

Op dezelfde pagina: meisje van 16 maakt amok in de Verenigde Staten. Wat is amok toch ook alweer? Is er een verband met Madoc, of Madocke, van de beruchte Willem, een van de schrijvers van Van den Vos Reynaerde? Dat betwijfel ik. Brenda Spencer heet de maakster van dat amok. Maandag heeft ze met een halfautomatisch .22 kaliber geweer met telescoopvizier (en 500 kogels) dat ze van haar vader cadeau had gekregen de directeur en de conciërge van een school in San Diego neergekogeld. Terwijl ze nog volop op schoolkinderen aan het schieten was vroegen twee journalisten van de San Diego Tribune haar – gelukkig via de telefoon – waarom ze dat deed. “Zomaar. Ik had er zin in. Ik heb een hekel aan maandagen. Dit maakt deze dag wat vrolijker… Ik doe het voor de lol…” Zes uur nadat Brenda Spencer het vuur had geopend gaf zij zich over aan de politie. Tijdens de schietpartij had ze marihuana gerookt, downers geslikt en “alle whisky opgedronken die er in huis te vinden was.” “Mijn papa zal trots zijn op wat ik gedaan heb met zijn kerstgeschenk.” Het surrealisme is al lang geen surrealisme meer en Nabokov zei het reeds, de realiteit imiteert de kunst.

Afgelopen nacht droomde ik dat we met Jan en Nicole naar Pisa waren gereden. Zij vonden het daar toch zo heerlijk. Vooral in Marina di Pisa, waar je lekker in de Ligurische zee kan zwemmen. Op het strand lag een aantal reusachtige tankers te roesten. Hoewel het zeewater helder was wilde ik er zelfs niet in gaan pootjebaden. Wat maakte me zo bang? De roestige zeeschepen brachten me in verwarring. Had hier een oorlog gewoed? Hadden de tankers hun giftige lading in zee geloosd? Ik wist het niet. Als verlamd bleef ik op het strand staan, niet bij machte een stap te zetten.
Een vrouw van de televisie kwam Nicole interviewen. Wat vind je van dit alles, vroeg ze. Nicoles lange blonde haren wapperden in de wind. Een teken van overgave? Er komt geen einde aan deze zee, zei ze. En wat een rioolputgeur, voegde ze er wat aarzelend nog aan toe.

pattihearst3

NOOIT MEER VLIEGEN?

dav_vivi

De laatste keer dat ik de metro nam en in een ander huis binnenging, bij een arts dan nog wel, was op 27 februari. Dat is meer dan drie, bijna vier maanden geleden. Uitzonderlijk kom ik een keer buiten voor een korte wandeling in een parkje in onze buurt. Daar probeer ik me de namen van de bomen te herinneren, maar dat lukt me niet. Dat is ooit wel anders geweest. Toch ben ik blij met elke boom die er mag blijven groeien.

Voor de rest blijf ik hier in deze woning en wacht af. Soms denk ik, zou ik geen codeïne nemen, dat zou het wachten vergemakkelijken? Dat beweert toch Townes Van Zandt in Waiting Around To Die. Voorlopig doe ik dat niet. Ik laat het bij wat wijn en bier, liefst pas na zeven uur.
Gisteren liep ik tot aan metrostation Sint-Guido. Nee, ik ging niet naar beneden, naar die donkere ruimte met infernale machines gevuld. Ik bleef bovengronds, waar ik bussen en trams voorbij zag rijden. Het viel me op dat ze al goed vol zaten, sommige passagiers hadden zelfs geen zitplaats. Op de terrassen in de buurt van het Dapperheidsplein zaten zowel oudere als jongere mensen koffie of thee te drinken en ijsjes te eten. Wat verderop leek een vrouw zich te gaan verslikken in haar hamburger. Wie krijgt zo’n grote portie frieten op, vroeg ik me af. Dat doe je beter niet. Je allerlei dingen afvragen is te vermoeiend en zinloos is het ook. Overal om me heen bespeurde ik mensen op weg ergens naartoe, de meesten zonder mondmasker; vaak liepen ze heel dicht langs me voorbij.
Ik ging eens kijken in de Wayezstraat om te zien of het autoluw maken ervan al ver gevorderd was. Nee, er was zo te zien niets gebeurd. Nog altijd dezelfde chaos en drukte en files. Het lawaai van het verkeer was onhoudbaar. Dat ik aan de stilte gewoon ben geraakt en vaak alleen nog maar vogels hoorde fluiten zit daar zeker voor iets tussen. Ook van de vogels heb ik geprobeerd me de namen te herinneren. Duif, ekster, tjiftjaf, mus, veel verder geraakte ik niet.

Wachten op wat? Ik probeer te vergeten dat de tijd vloeibaar goud is dat wegvloeit zonder dat ik er een druppel van opvangen kan. Dit zijn de laatste jaren, die de mooiste van mijn leven hadden moeten worden maar de ellendigste zijn. Daar probeer ik niet aan te denken. Ik ben nogal opgetogen over die lijstjes van me. Bijna elke dag maak ik er een. Dat is een goede remedie tegen denken, tegen piekeren, tegen somberen. Zo kan de koude realiteit minder goed naar binnen sijpelen. Als ik zo’n lijstje maak roep ik het verleden op, wat me helpt om het heden te vergeten. Het is een soort van codeïne, geloof ik, hoewel dat spul net het geheugen aantast en dat wil ik tot elke prijs vermijden.

Mijn therapie heb ik na al die jaren stopgezet. Daarover wil ik liever niet uitweiden, het is te erg en als ik erover nadenk – wat ik eigenlijk niet mag doen – heb ik soms het gevoel dat het om een nachtmerrie gaat. Die wraakroepende situatie heeft zich niet voorgedaan, lieg ik mezelf dan voor. Maar het staat allemaal al genoteerd. Ik heb er naar Cristina over geschreven. Outrageous, antwoordde ze, om haar antwoord heel kort samen te vatten.
Telefoneren doe ik niet: ik heb een telefoonfobie. Daar heeft die jarenlange therapie me niet van kunnen genezen. Van wat wel, eigenlijk? Dat weet je niet. Je weet niet hoe je je nu zou voelen als je haar [1] niet elke week was gaan opzoeken.

Het is niemands schuld dat dit de ellendigste jaren van mijn leven zijn. De hele wereld heeft ermee te kampen. Er is niemand om mij boos op te maken. Wat zou ik graag een woede-uitbarsting hebben, tegen het neokapitalisme, tegen de politici die alles verkeerd aanpakken en vooral met zichzelf en hun imago bezig zijn, tegen zelfbedrog, tegen leugens, tegen de afzichtelijke haat in onze maatschappij, tegen het zinloze consumeren, tegen domheid, tegen onverschilligheid vooral. Maar ik blijf rustig. Ben ik zelf onverschillig geworden? Als ik een vlaag van boosheid voel opkomen begin ik aan een lijstje en voeg daar wat herinneringen en soms zelfs anekdotes aan toe, al ben ik nooit goed geweest in anekdotes. Small talk is aan mij niet besteed. Op recepties stond ik tot ik voldoende dronken was steevast in een hoekje.
Vervolgens begin ik te twijfelen. Wat voor zin hebben deze lijstjes? Wat voegen ze toe aan de wereld? Zal ik ermee doorgaan tot Sint-juttemis (als de kalveren op het ijs dansen), zoals mijn facebookvriend Wim de Beuckelaer het uitdrukt? Van 1967 tot 2020 – of tot 2525: alles is mogelijk als het juiste medicijn wordt gevonden. Dexamethason zal niet volstaan. Nee, wees gerust, zo lang zal ik er niet mee doorgaan. Ik ga nooit met iets door. Ik geef altijd alles op. Nog een geluk dat ik geen wielrenner ben geworden. Het gebeurt vaak dat ik een project stopzet omdat het mij gaat vervelen. Ik verlies mijn interesse, kan me niet meer concentreren, krijg hoofdpijn. Maken we nog eens een reisje, vraag ik dan? Waarom ook niet, antwoordt A. Of beeld ik me dat in? Al gauw zitten we in de trein naar onze bestemming. Soms ook in een vliegtuig, maar dat mag niet meer. Eerst mocht het al niet meer om ecologische en ethische redenen, nu zegt Erika Vlieghe dat we niet meer mogen vliegen omdat het niet goed is voor onze gezondheid. Mevrouw Vlieghe mag ook gerust zijn. Ik denk niet dat ik nog veel zal vliegen, tenzij zoals in Your Bright Baby Blues van Jackson Browne:

This friend of mine said
Close your eyes
And try a few of these
I thought I was flying like a bird
So far above my sorrow
When I looked down
I was standing on my knees
Now I need someone to help me
Someone to help me please

Dan toch codeïne? Nee, zeker niet. Als er geen lijstjes meer zijn, zijn er nog altijd dagen als deze. De zon schijnt, het weer is zacht, straks komt er wat regen, ik denk aan mijn schaarse vrienden en ik heb deze tekst geschreven voor jou.

interieur2020

[1] Nog niet zo heel lang geleden noemde ik haar “deze begripvolle, empathische vrouw.” “Een veertigtal minuten in haar elegant gezelschap maakt me niet gelukkig maar geeft me meestal wel voldoende kracht om weer een tijdje met mezelf en mijn kleine wereld om te gaan”, voegde ik eraan toe.

EEN AANGENAAM TIJDVERDRIJF

IMG_20200409_112112-anderlecht

Waar houd ik van? Wat is me het liefst? Dat verschilt van jaar tot jaar, van dag tot dag, zelfs van uur tot uur. Zoals Johnny Winter houd ik soms van alles, soms van niets. [1] Daarom is het nogal absurd om de (pop)muziek die mijn voorkeur geniet in lijsten onder te brengen en op die manier het ene album, de ene artiest, zoveel waarde toe te kennen en de andere zoveel.

Nu is het ongeveer iets dergelijks wat ik de voorbije twee maanden (of hoe lang duurt het al?) – op vraag van mijn vriend en muziekminnaar Roen Hetzwoen en uit behoefte aan enige orde en duidelijkheid in mijn leven – heb gedaan. Het was, en blijft nog even, een mooi tijdverdrijf. Zo’n lijstje is geen Dafalgan noch een pepmiddel, maar het proces, het maken, heeft me goed gedaan. Soms voelde ik de adrenaline stromen. Ik meen dat de verteller in Lou Reeds Kicks al een moord moet plegen om iets dergelijks te voelen. Dan toch liever een lekkere opsomming.

Ik kon me al een hele tijd moeilijk concentreren waardoor lezen en schrijven quasi onmogelijk werden. Dat was al het geval na mijn ziekte in december maar is verergerd als gevolg van de pandemie. Als ik niet kan lezen en schrijven ben ik ongelukkig. Het gebeurt wel vaker dat ik het gevoel heb te verstikken in de dagelijkse herhaling, het altijd maar opnieuw moeten beginnen. In het verleden maakte ik dan een reis, om mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe ervaringen, geluiden, landschappen, beelden van mensen onderweg. Wat nu zoals je weet onmogelijk is.
Bezig zijn met muziek en met deze lijstjes bood me, een beetje als reizen, een mogelijkheid om te ontsnappen, om niet de godganse dag aan dat virus, aan besmetting, aan ziekte en dood te denken. Om al die vormen van voorzichtigheid, al die nieuwe leefregels waar we ons moeten aan houden uit respect voor onszelf en voor elkaar, enkele uren per dag te vergeten.

Mijn bedoeling was niet om bij die lijstjes voor Roen veel uitleg te schrijven. Aanvankelijk hield ik het ook zo, gaf ik alleen een opsomming van wat ik van bijvoorbeeld R.E.M. of Marianne Faithfull de beste albums vind. Gaandeweg vond ik dat dat niet volstond, dat er wat commentaar nodig was. Nog later ben ik op het idee gekomen om die stukjes uit te werken voor hoochiekoochie. Ook Roen was van mening dat ik dat moest doen. Als ze hier – vanaf morgen – verschijnen is dat mede te danken aan zijn toewijding en overtuigingskracht.

Het was me vaak een genoegen om lijstjes van andere vrienden van Roen – duidelijk stuk voor stuk melomanen – te bestuderen en hun verhalen over deze of gene elpee, dit of dat concert te lezen. Ik besef dat we veel gemeenschappelijk hebben, hoe verschillend we ook mogen zijn in smaak en karakter. Ik heb veel bijgeleerd en vooral heb ik zin gekregen om muziek die ik nog niet ken te gaan ontdekken.

De cursiefjes en anekdotes die ik als uitleg bij mijn lijstjes heb geschreven zijn in tegenstelling tot sommige van mijn literaire teksten niet voor de eeuwigheid gemaakt. Soms echter is een dag een eeuwigheid.

[Morgen de eerste lijst: de beste albums van 1967.]

[1] Op Johnny Winters elpee Second Winter staat een nummer dat I Love Everybody en een dat I Hate Everybody heet.

Foto:  Een coronawandeling in Anderlecht. MP, 9 april 2020,

1 MEI

sdr

Hoewel mijn cahiers en dagboek ongeopend op tafel liggen, maar op een andere manier dan op deze foto te zien is, blijft toch de hoop bestaan dat deze mistroostige dagen spoedig voorbij zullen zijn.
Intussen wachten we op ander nieuws dan dat over pandemieën, de vloek van het neo-kapitalisme en roofzuchtige, al dan niet waanzinnige dictators als Trump, Bolsonaro en Orbán. Nieuws over de nieuwe wereld, waar rechtvaardigheid, vrede en mededogen de norm zijn.

Er is geen alternatief: het neo-kapitalisme zal ten val worden gebracht. Het empire van de rijke parasieten stort in elkaar.

Een gelukkig een voorspoedig feest van de arbeid gewenst.

BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID: OVER NANCY PELOSI

Abbie_Hoffman_visiting_the_University_of_Oklahoma_circa_1969

“Wat het individu verstart, wat zijn machteloosheid bepaalt is de angst. Niet zozeer angst voor onderdrukking en smart als wel de angst niet langer het weinige te zijn dat men is, niet langer het weinige te hebben dat men heeft. De eerste daad die tot inlijving bij het collectivum en tot de creatieve transcendentie leidt, is niet langer bang te zijn.”
Alain Badiou, De twintigste eeuw

Niets dan respect voor Nancy Pelosi. Met het hart op de juiste plaats en als een waarachtig democraat scheur je die leugenachtige en opruiende speech van Trump, die hij ‘the state of the union’ durft te noemen (en zijn bange horigen met hem), toch aan flarden? Dat is niet alleen moedig, het is zelfs noodzakelijk. Het is een daad van verzet, van burgerlijke ongehoorzaamheid.
Van die civil disobedience, die een deel van de Amerikanen al van in de negentiende eeuw  – sinds het verschijnen van Henry David Thoreaus ‘On the Duty of Civil Disobedience ‘ – zo nauw aan het hart ligt, merk je in deze tijden van leugens, bedrog en wat werkelijk begint te lijken op dictatuur niet veel. Dat was in ze jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw wel anders. Terwijl Johnson en Nixon in vergelijking met de dictator die nu in het Witte Huis zit bijna voorbeeldige democraten mogen genoemd worden.
Waar zijn de hedendaagse Country Joe & the Fish, the Fugs, Jefferson Airplane, Angela Davis, de Yippies, Abbie Hoffman, John Sinclair, Tom Hayden, Malcolm X, Jerry Rubin, Living Theater, Black Panthers, Eldridge Cleaver, LeRoi Jones, Mario Savio, Frank Zappa, Huey Newton, enzovoort?
Vandaag hoor ik ze niet en zie ik ze niet. Maar het zou kunnen dat ik niet voldoende aandachtig ben.

Afbeelding: Abbie Hoffman visiting the University of Oklahoma to protest the Vietnam War, Richard O. Barry.

ASTRIDPARK:79 BOMEN WEG

IMG_20190828_192617

Het Astridpark krijgt zijn luister van weleer terug, lees ik in Anderlecht Contact, het krantje van de gemeente. Om alvast te beginnen met de verfraaiing hebben de gemeentediensten 79 bomen geveld. De meeste van die mooie oude bomen moesten om fysosanitaire redenen worden verwijderd, zo staat er in de mededeling. “De aannemer verwijderde 51 zieke en 9 dode bomen, terwijl 19 andere bomen moesten worden verwijderd in het kader van de werkzaamheden.”
De bomen en het struikgewas onttrokken het wanstaltige voetbalstadion, een van de lelijkste architectonische creaties ooit door mensen ontworpen, aan het zicht. Bijna dertig jaar lang kon ik naar de metro lopen zonder depressief te worden van die wanstaltige kolos. Dat is nu definitief voorbij. Bovendien heet het voetbalstadion nu ook nog eens Lottostadion. Als het zo doorgaat heet binnenkort elk stadion, elke concertzaal, elk administratief gebouw Lotto dit of dat. Wordt er iemand betaald om dergelijke namen te verzinnen? Wat ik nog niet weet is of het Astridpark nu officieel Lottopark heet, maar het zou me niet verbazen. En nog iets: je wint sneller met de loterij dan dat Anderlecht een match wint.

IMG_20190828_192640

IMG_20190828_192707

IMG_20190828_192732

 

 

EEN VREEMDE REDENERING

STEAMBOAT BILL JR.

Ring ring ring (ringtone )…
Dita: Hallo, dag Marius, hoe gaat het?
Marius: Goed… Heb je het gehoord, Dita? De Vlaamse politici hebben een akkoord bereikt over de kleur van de burgemeesterssjerp. Zowel het model in zwartgeel als dat in zwartgeelrood mag. Daarover onderhandelen ze een hele nacht, terwijl wij met zijn allen in de buurt van de afgrond rondslenteren.
Dita: Je zou ze een provincialistische mentaliteit gunnen, maar zelfs dat hebben ze niet. Het zijn dorpelingen, waarmee ik niets negatiefs over de mensen uit mijn dorp wil zeggen.
Marius: Weet je waar ze vergaderen? In Wenduine…
Dita: Ik begrijp wat je bedoelt. Als die vergadering nog lang blijft duren zullen ze hun rubberen laarzen moeten aantrekken.
Marius: Verzuipen met een zwartgele sjerp aan, het is ze gegund.
Dita: Mijn therapeut wist me te vertellen dat het moeilijker is een auto te bezitten en die niet altijd te gebruiken dan helemaal geen auto te bezitten.
Marius: Wat een vreemde redenering.
Dita: Ze zegt dat je als je nooit een auto hebt gehad, dat je die dan ook nooit nodig had. Wat je nooit nodig had mis je niet, zegt ze.
Marius: Ze schijnt niet te beseffen dat je ook al heb je geen auto toch kunt dromen van een reis door Amerika, van Oost naar West, of omgekeerd, met een auto die je niet hebt. Ik geloof dat het veel moeilijker is om geen auto te bezitten.
Dita: Dat heb ik haar ook gezegd. Ik vermoed dat ze zich schuldig voelt over haar rijgedrag.
Marius: Ze zou best eens bij een therapeut langsgaan. Schuldgevoelens zijn zo passé.
Dita: Waarom belde je eigenlijk?
Marius: Zomaar. Ik verveelde me een beetje. Ik verwacht een pakje. Wat een shit zeg, die online bestellingen. Ik vraag me af waar het nu ergens zit.
Dita: Waarom zet je geen stomme film op, iets van Buster Keaton of zo.
Marius: Daar word ik veel te triest van.
Dita: Dat geloof ik niet, Marius.
Marius: Tot gauw, Dita.
Dita: Tot gauw, Marius.

Afbeelding: Buster Keaton in Steamboat Bill Jr.

VERKOELENDE REGEN

magritte__lapleinedel'air

Zelden heeft de regen me zo in verrukking gebracht als vandaag. Toen ik weer thuis was van de supermarkt, nog nagenietend, dacht ik aan Hölderlins “verkoelende regen” en het water in de mystieke songs van Van Morrison. Vier dagen lang heb ik moedig weerstand geboden aan de hitte. Maar de verleiding om op de houten vloer te gaan liggen was groot. Wat me dan weer te fatalistisch leek. Om het half uur de handen en armen en soms ook het hoofd onder het koude water houden bracht geen soelaas. De dagen gingen nooit zo traag voorbij als de afgelopen week. Bijna wanhopig wachtte ik op het einde van die genadeloze hittegolf. Ik zal niet de enige zijn. En het ondergaan van een dergelijke hitte heeft ook iets orgastisch, als een kleine dood. Als dat een troost mag zijn.

Ik weet niet hoeveel graden het in ons appartement was, maar ook met alle ramen en gordijnen dicht in het donkerste hoekje van de minst hete kamer was het te heet en kon ik maar met moeite ademhalen.

Naar de dichtstbijzijnde metrohalte is ongeveer een kwartier lopen. Ik heb het drie keer gedaan;  het lijkt wel of je door een oven loopt. Na enkele uren koelte in de bioscopen Palace en Toison d’or en het Magritte Museum en in de koele galerijen aan de Naamsepoort moet je toch weer opnieuw de hitte trotseren. Weer de metro in en een kwartier via een omweg door een verschroeid park naar huis lopen, een slapeloze nacht tegemoet.
Maar wat een luxe dat wij deze regen hebben. Dat ons op het einde toch nog ten deel valt waar we gedurende die oeverloze dagen zo naar hebben uitgekeken.

Afbeelding: René Magritte, La plaine de l’air (1940)

REMCO CAMPERT IS NEGENTIG

remco-verjaardag 001

Op de afbeelding hierboven zie je het voorplat van Remco Camperts verhalenbundel ‘Hoe ik mijn verjaardag vierde’, verschenen bij De Bezige Bij in 1969. Vandaag viert de schrijver zijn negentigste verjaardag.
Hoewel het leven voor niemand van ons nog zo vurrukkulluk is als in de sixties (en Liesje al lang vertrokken is uit Lui Letterland) is het toch nog altijd een wonder en een lieve lust. Of om het filosofisch uit te drukken: zijn is altijd beter dan niet-zijn.

Gelukkige verjaardag, Remco Campert!

SIRENENZANG IN BRUSSEL

IMG_20190701_093324

Altijd weer als je terugkeert uit het buitenland valt het je op hoe smerig Brussel is. Je hoeft maar enkele stappen buiten het Zuidstation te zetten om al meteen te willen terugkeren naar de plek waar je vandaan komt. Brussel moet zowat de vuilste en lawaaierigste stad van Europa zijn. Bovendien blijft het een erg gevaarlijke stad. Een paar dagen geleden las ik op facebook nog dat Tom Hox, een muziekliefhebber die ik soms in de AB tegen het lijf loop, enkele dagen geleden werd overvallen, pal in het centrum van de stad. Dat is zo erg dat ik er sprakeloos van word. Bij dergelijk nieuws word je geconfronteerd met je machteloosheid, met je woede die zich niet kan manifesteren, die zich op niets concreets kan richten. Zelf ben ik in het centrum van Brussel ook meermaals overvallen en beroofd, in de jaren negentig meer dan daarna. Twee of drie keer ben ik zo in het ziekenhuis beland. Gewond, werkonbekwaam, posttraumatische shock.
Kennelijk is er niet veel veranderd. Komen ‘onze’ politici niet buiten? Maken zij de vergelijking niet met steden als Berlijn, Stockholm, Kopenhagen, Sevilla? Worden zij met hun chauffeurs van de ene vergadering naar de andere gevoerd, en tussendoor bij de escortes? Hebben zij geen oog voor de realiteit? Ruiken zij de urinestank niet? Denken zij alleen maar aan goedbetaalde postjes? Ook het vervuilende en soms dodelijke verkeer wordt geen halt toegeroepen. Nergens is het zo druk als in Brussel en in de wagens zie ik voornamelijk eenzame mannen (en wat vrouwen).

Ik hoopte dat dank zij de mooie uitslag (dacht ik) van de voorbije verkiezingen de ergste pijnpunten heel snel zouden worden aangepakt. Maar ik zie helemaal niets veranderen. Integendeel: tijdens mijn wandelingen ontwaar ik overal vuilnis en voel dreiging op elke staathoek. “Everybody on the street / has murder in his eyes”, zong Steely Dan op ‘Can’t Buy a Thrill”, zo lang geleden. Overdreven, dacht ik, maar nu denk ik er anders over. Na zonsondergang haast ik mij meestal naar huis, want mijn leven is me lief. Soms echter kan ik de lokroep van de stad niet negeren: Brussel is ook zo’n mooie stad en heeft op elke dag zoveel te bieden, ook ’s avonds en ’s nachts. Dan wil ik de sirenenzang horen en hoop ik dat ik na afloop van het laatste lied net als Odysseus ongeschonden weer naar mijn eiland zal kunnen terugkeren.

IMG_20190701_093355

Foto’s: Martin Pulaski, Brussel, juni 2019

ZERO DE CONDUITE: IMAGINAIR FESTIVAL

2011_12_31_ANTWERPEN 033

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Mogelijk is het de tijd van de kersen en van de liefde maar wel zeker is het die van de muziekfestivals. ElkE natiestaat, elke stad, elk dorp heeft zijn festival. Honderden, duizenden, miljoenen ‘muziekliefhebbers’ zwerven door Europa en de rest van de wereld op zoek naar de ultieme kick en de ultieme band. Het perfecte podium moet ergens bestaan, maar waar? Ja, waar vind je de perfecte combinatie van bands en sfeer en zonneschijn en seks? Zwerven is het eigenlijk niet, want je begeeft je doelgericht naar een of meer van die festivals. Je plant de reis, het bezoek al lang op voorhand. Sommigen moeten er hard voor werken om de entree te kunnen betalen. Het hele gedoe is inderdaad een keiharde business, er is veel geld mee gemoeid, alles moet opbrengen. De laatste idealist is omstreeks 1977 ten grave gedragen.

Ik herinner me jazz- en rockfestivals als avonturen, als happenings die net iets langer duurden dan die van de kunstenaars van die tijd. Ik heb het – natuurlijk – over de jaren zestig. Wij – het publiek van die festivals – voelden ons met elkaar en met de muzikanten verbonden. Liefde voor muziek en liefde voor elkaar en geloof in de toekomst, in een nieuwe, betere wereld, was onze drijfveer, stuurde ons naar de weide. Niet als schapen maar als kleine uitvinders, als een nieuw soort van ontdekkingsreizigers. Samen met de beat en de bands troffen we diepere gevoelens in onszelf aan, een warme kern die we ook na afloop van het evenement bleven koesteren en met elkaar delen in onze kamers van wierook en jasmijnthee en magische elpees. De rest van de wereld kende de muzikanten en muziekgroepen die we koesterden niet. Wie had er ooit van the Move gehoord, van the Increbible String Band, van Dragonfly, van doctor John the Night Tripper? Alleen wij. Voelden we ons daarom beter? Ik weet het niet: we waren anders en dat is wat we wilden zijn en worden: anders, altijd anders dan de anderen. (Natuurlijk wisten we nauwelijks wie de anderen waren. Wat we zeker nog niet wisten was dat degenen die écht anders waren op een ondenkbare manier verafschuwd en verstoten zouden worden).

De festivals van de sixties waren geen spektakel, toch niet die in onze streken. Mogelijk was Woodstock, nu bijna vijftig jaar geleden, het eerste spektakelfestival, het begin van het einde. Een einde waar maar geen eind aan komt.
De voorbije weken was ik weer eens de programma’s van die langgerekte doodstrijd aan het bekijken. Wat een ellende! Nooit zou ik me naar zo’n saaie, voorgeprogrammeerde muziekkermis begeven. Ik weet dat ik met deze woorden elitair klink en neerbuigend overkom. Maar dat maakt me niet meer uit. Dan ben ik maar elitair. Ik geloof zeker niet dat vroeger alles beter was. Geneesmiddelen tegen astma waren in de jaren zestig zeker niet beter dan nu, om maar één voorbeeld te geven. Maar popfestivals waren wel beter, echter, authentieker, meer bezield, avontuurlijker. Ze waren ook schaarser en desondanks goedkoper.

Een week of zo geleden zat ik te denken, stel dat ik zelf een muziekfestival zou organiseren en ik zou het programma mogen samenstellen, wie en wat zou ik dan kiezen? De songs die we vanavond in Zéro de conduite draaien zijn allemaal van muzikanten en bands die op mijn podia het beste van zichzelf zouden geven (met uitzondering van Dr. John).*  Muziek uit het hart – maar, gelet op de tijd waarin we leven, een reis naar een betere wereld niet verzekerd. De betere wereld moeten we zelf maken en dat is hard werk en volharden. Een betere wereld maken is geen feestje.
Gebruik je verbeelding, omring je met margrieten en klaprozen. Drink een thee of een tequila. Doe waar je zin in hebt, maar doe niemand pijn. Behandel anderen niet zoals je zelf niet behandeld zou willen worden. Geniet van de vibraties.

Let’s Make A Better World – Dr. John – Desitively Bonnaroo – Earl King  – 2:57

Peeping Tomboy – Kurt Vile – Smoke Ring For My Halo – Kurt Vile – 4:24

Luciano – Steve Gunn – The Unseen In Between – Steve Gunn – 5:54

Hell To Pay – Michael Chapman – True North –  Michael Chapman – 4:13

Snake Charmer – Patty Griffin – Servant Of Love – Patty Griffin – 2:33

Dirty White – Inara George with Van Dyke Parks – An Invitation – Inara George – 2:27

River Brine – The Low Anthem – The Salt Doll Went To Measure The Depths Of The Sea – The Low Anthem – 1:54

Son Of The Sea – Bill Callahan – Shepherd In A Sheepskin Vest – Bill Callahan  – 4:14

Cumberland Gap – David Rawlings & Gillian Welch – Poor David’s Almanack – David Rawlings – 2:56

Jubilee – Jake Xerxes Fussell – Out of Sight – Trad arr Fussell – 3:58

Stealin’ Stealin’ – Dave Alvin & Jimmie Dale Gilmore – Downey To Lubbock – William Shade – 2:59

I’ll Be Rested When The Roll Is Called – Ry Cooder – The Prodigal Son – Blind Roosevelt Graves – 3:12

Bad Year For Rock And Roll – Chuck Prophet – Bobby Fuller Died For Your Sins – Prophet/Klipschutz – 3:47

Passenger Side – Wilco – A.M. (2017 Remaster) – Jeff Tweedy – 3:34

You Were Right – Julia Jacklin – Crushing – Julia Jacklin – 2:22

Sing Me A Song – Cowboy Junkies – All That Reckoning – Cowboy Junkies – 4:21

There From Here – Phosphorescent – C’est La Vie – Matthew Houck – 5:21

Like Mary – Dream Syndicate – How Did I Find Myself Here? –  Steve Wynn – 4:57

John Saw That Number – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case, Traditional  – 4:06

Midnight Sun – Calexico Feat. Iron & Wine – Years To Burn – Burns/Convertino – 4:14

I Hope That I Don’t Fall In Love With You – 10,000 Maniacs ft. Nathalie Merchant) – Campfire Songs: The Popular, Obscure & Unknown Recordings – Tom Waits – 3:39

Not with Deserters – Iris DeMent – The Trackless Woods – Anna Akhmatova/Iris DeMent – 3:41

Anyday Woman – Iron & Wine & Ben Bridwell – Sing Into My Mouth – Paul Siebel – 2:51

Boundless Love – John Prine – The Tree Of Forgiveness – Dan Auerbach/John Prine/Pat Mclaughlin  – 3:35

Something Came Over Me – Tift Merritt – Stitch Of The World – Tift Merritt – 3:25

Albion Moonlight – William Tyler – Modern Country – William Tyler – 3:17

Spoil With The Rest – Ryley Walker – Deafman Glance – Ryley Walker – 3:42

Murmur In My Heart – Ed Harcourt – Back Into The Woods –  Ed Harcourt – 4:42

Bonus Tracks

Lover Release Me – Marissa Nadler ft. Sharon Van Etten – For My Crimes – Marisa Nadler – 2:27

I’m Less Here – Mazzy Star – Still  – David Roback, Hope Sandoval – 4:16

Trouble In Mind – Sam Amidon – The Following Mountain – Sam Amidon – 5:04

Brown-Eyed Women – Hiss Golden Messenger – Day Of The Dead – Hunter/Garcia – 4:48

From Far Away – Jeff Tweedy – Warm – Jeff Tweedy  – 3:11

Three Men Sitting On a Hollow Log – Cass McCombs – A Folk Set Apart – Unknown – 4:44

Hanging On – Drive-By Truckers – English Oceans – DBT/Patterson Hood – 4:01

Samenstelling, research en presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
*Er zijn er veel meer. Excuses aan iedereen die niet aan bod kon komen. We kunnen helaas geen vijf liedjes tegelijk draaien.  We hope that Ryley Walker is alright. Thanks to Howe Gelb & the Colorist Orchestra and to Low for the fantastic concerts in Rivierenhof, Antwerp, last Thursday.

Afbeelding: Martin Pulaski

OVER DOMHEID EN VERBLINDING

PARDON MY HEART

Je mag ze niet dom noemen. Je moet naar ze luisteren, begrip opbrengen voor hun problemen. Beseffen dat ze soms – of vaak zelfs – gegronde redenen hebben om voor een fascistische partij te stemmen. Maar zijn ze dan niet dom? Ben je niet dom als je je ophangt aan het touw dat je door je grootste vijand wordt aangereikt? Ben je niet dom als je op het glimlachend bevel van je grootste vijand ten strijde trekt tegen degene die als puntje bij paaltje komt in hetzelfde schuitje zit als jij?
Het spijt me, maar ik noem die mensen dom.
Mensen die beweren dat ze het moeilijk hebben, en dat wil ik best geloven, dat hun lonen te laag zijn om behoorlijk van te kunnen leven, dat hun pensioenen te laag zijn, dat het werk dat ze doen te hard is en te zenuwslopend, dat ze slecht behuisd zijn, enzovoort, zouden toch moeten weten hoe dat komt. Hoewel het in België en zeker in Vlaanderen nogal meevalt, is het overal ongeveer hetzelfde: de kleine groep die het geld, het bezit en de macht heeft bepaalt de arbeidsvoorwaarden. De extreemrijken, die we best van al uitbuiters en parasieten zouden noemen, zijn verantwoordelijk voor de miserabele situatie waar de harde werkers, de armen, de zieken, de werklozen terecht over klagen. Het is waar dat deze kleine groep van parasieten nogal onzichtbaar is en bijna nooit gestraft wordt voor haar misdaden, er zelfs niet voor aangeklaagd wordt. Maar anderzijds valt er niet naast te kijken. De horrorverhalen waarin personages uit die schaduwwereld opduiken zijn legio (in romans, films, theater, games, songs, krantartikels, essays, cafépraat). Het kan niet dat degenen die zo schandelijk worden uitgebuit dat niet weten. Ik kan niet geloven dat de mensen die we niet dom mogen noemen dat niet weten.
Stemmen deze mensen echter voor een partij of sluiten ze zich aan bij een beweging die voor hun belangen opkomt? Stemmen ze voor een partij die iets wil doen aan de armoede, aan het harde werk, aan het lage pensioen, aan de minuscule uitkeringen, aan de slechte behuizing, enzovoort? Nee, de meesten doen dat niet.
Zij stemmen liever voor een racistische, elitaire partij. Voor een groepje mannen in dure maatpakken van Italiaanse couturiers met overvloedig veel exquise brillantine in de haren, hun schoenen blinkend als destijds het koper in mijn moeders keuken. Voor een bende leugenaars, hun ogen vochtig van het grijnzen achter de schermen, van kijk, we hebben die dwazen weer goed liggen gehad. Zij stemmen voor ideologen van de Apocalyps, voor krijgsheren die onze samenleving willen vernietigen in naam van een verzonnen ideaal, het Arische Utopia. Deze met ‘smaak’ geklede mannen willen een leger van gehoorzame werkers en strijders, mensen die bereid zijn om vrienden, familie, vaderland, moederland, genot, plezier, dromen op te offeren voor een abjecte illusie. Hun dure campagnes zijn even perfide als die van alle would-be dictators en machtswellustelingen. Hun dure campagnes worden betaald door degenen die voor hen stemmen: de werkers, de armen, de zieken, de werklozen, et cetera. Hun dure campagnes worden met enthousiasme betaald door de kleine groep uitbuiters en parasieten die alles te winnen heeft bij een onderdanige, door woede en domheid verblinde massa die tot alles bereid is wat hun partij hen opdraagt. Een kleine groep uitbuiters en parasieten die alles te verliezen heeft bij solidariteit en gezamenlijke strijd tegen uitbuiting en onderdrukking. Die er alles voor doet opdat de bevolking maar niet zou zien dat zij de regels van het spel bepalen en de mooie wereld waar wij in leven voor eens en voor altijd vernietigen. Voor die kleine groep en voor de partij(en) die van haar het kapitaal te leen krijgen voor hun haatcampagnes en even van de macht mogen proeven – want lang duurt die niet – brengen deze verblinde en domme mensen hun stem uit.
Domme mensen zijn het en ik ben niet bereid naar hun domme ‘argumenten’ te luisteren. Niet wij moeten luisteren, zij moeten luisteren. Of liever: zij moeten eindelijk eens leren luisteren en zien hoe de regels van het spel in elkaar zitten.

Eigenlijk zou de verrotte situatie in Vlaanderen me geen hartpijn moeten bezorgen. Ik woon immers in Brussel, waar de democratie gedijt, hoewel hier lang niet alles rozengeur en maneschijn is. Mogelijk zijn de problemen hier zelfs groter.
Maar dat doet deze situatie wel, en niet weinig. Het is niet waar dat half Vlaanderen opeens fascistisch en racistisch is geworden – en Vlaams-nationalistisch al helemaal niet. De meerderheid van de Vlamingen is nog steeds democratisch, Belgisch en Europees. Daar twijfel ik geen seconde aan. Ik maak me alleen zorgen over hen omdat de antidemocraten harder kunnen roepen, meer geld hebben en gesteund worden door een aanzienlijk deel van de media.
Nee, ik ben er niet gerust in. De nabije toekomst ziet er niet goed uit. Maar ik weet eveneens dat lelijke liedjes nooit lang duren. En als ze wel te lang duren zetten we de plaat af. Dat is ook nog een mogelijkheid.

IK KENDE JE NIET, LOUISE VANDER MEERSEN

Voor Louise Vander Meersen

Ik kende je niet, kende je naam niet, Louise Vander Meersen.
Een tragisch voorval voerde je mijn leven binnen.
Een doodgewone alledaagse man,
Een van de vele racers hier in onze straten,
Reed je van het zo vaak begane pad
En slingerde je tot in niemandsland.

Ik kende je niet, kende je naam niet, Louise Vander Meersen.
Dame met het hondje, eenenvijftig jaar.
Het wandelen voor goed ten einde.
Nooit zullen wij elkaar hier nog eens ontmoeten,
Naast elkaar op een bank gaan zitten
En over onze levens praten.
Er viel, er valt zoveel te zeggen.
Alle kansen die er waren zijn er nu niet langer.
Je bent weg.

Maar nu ik je naam ken, wil ik hem ook niet meer vergeten.
Wij die hier nog zijn moeten je in ons geheugen bewaren,
Louise Vander Meersen,
Doodgereden door een dronken racer,
Zo zinloos, zo overbodig.
Wij die even kwetsbaar zijn als jij
Maar geluk hebben gehad:
Wij moeten deze wereld ten goede keren.

Voorgelezen tijdens een ingetogen wake voor Louise Vander Meersen op 21 mei 2019 aan het Verdiplein in Anderlecht. Op 10 mei werd Louise daar om vier uur ’s middags op het zebrapad doodgereden door een dronken chauffeur.

Je ne te connaissais pas, je ne connaissais pas ton nom, Louise Vander Meersen.
Un incident tragique t’a fait entrer dans ma vie.
Un homme comme un autre, ordinaire,
Un des nombreux coureurs ici dans nos rues,
t’ a renversée sur le sentier si souvent emprunté
et t’a balancée au milieu de nulle part.

Je ne te connaissais pas, je ne connaissais pas ton nom, Louise Vander Meersen.
La dame avec le petit chien, 51 ans.
Marcher c’est définitivement fini.
Jamais, nous nous verrons encore ici,
Pour s’asseoir sur un banc, l’un à côté de l’autre
Et parler de nos vies.
Il y avait, il y a tant de choses à dire.
Toutes les possibilités qui existaient n’existent plus.
Tu n’es plus là.

Mais maintenant que je connais ton nom, je ne veux pas l’oublier non plus.
Nous qui sommes encore là, nous devons te garder dans notre mémoire,
Louise Vander Meersen,
Conduite à la mort par un chauffeur-coureur ivre
Si inutile, si inutile.
Nous qui sommes aussi vulnérables que toi.
Mais qui avons eu de la chance.
Nous devons changer ce monde pour le mieux.

[Franse vertaling door de moeder van Bieke Comer.]

plantsoen 1