MUZIEK VAN DE GRENS

WoodyGuthrie

Gisteravond luisterde je naar muziek van de grens. De tijd van Zéro de conduite is begrensd, maar de geselecteerde muziek is dat nauwelijks. Componisten, songschrijvers, muzikanten, zangers en zangeressen nemen ons mee op hun reizen en vertellen ons over hun observaties en ervaringen. Met hen ontdekken we waarom mensen op reis vertrekken, voor korte of langere tijd, voor altijd. Waarom ze op de vlucht gaan, waarom ze in een vreemd land hun heil gaan zoeken. Met hen tasten we grenzen af. We schaffen visa, paspoorten, geschikte kleren aan. Met hen steken we grenzen over. In nieuwe streken, op het platteland of in de steden voelen we ons beter, slechter, gelukkiger, eenzamer, verstoten, verwenst, met gastvrijheid bejegend. Oude dichters zoals Remco Campert zijn begaan met ons lot. We lezen zijn droeve woorden en voelen ons getroost.
Aan de grens controleert de douane onze al dan niet schaarse bagage. Sommigen van ons worden bedreigd. In het akelige grenslicht ontwaren we politieagenten met wolfachtige honden en machinegeweren. Brutale woorden, geweld, folteringen zijn geen uitzondering.

We reizen uit liefde voor de anderen. We ontmoeten zachtaardige medemensen. In Rome, in Essaouira, in Stockholm. In Barcelona ontmoeten we Catalanen die zich goed in hun vel voelen in Spanje. Ze verschillen niet van Basken of Andalusiërs.
Onze liefde voor muziek en films voert ons naar Louisiana. We verblijven dagen en nachten in New Orleans, the Big Easy. Het is er gevaarlijk, waarschuwt Geoff Dyer ons. Maar niemand probeert ons te beroven of op een andere manier kwaad te doen. Canal Street lijkt wel de veiligste straat van de wereld. Van Louisiana reizen we door naar Texas en dan de grens over naar Mexico. Luister je mee naar Border Radio? The Blasters op A1 op de jukebox. Chain Of Fools van Aretha. Mad dog Margaritas. Naar Acapulco rijden we, op zoek naar Elvis, die er zoveel plezier beleefde en naar Bob Dylan. (Wat in hemelsnaam betekent ‘soft gut’?)

Op de spooktrein van Rickie Lee Jones zit je niet voor de kicks, maar alles wat schrik aanjaagt heeft toch een grote aantrekkingskracht. The imp of the perverse. Deed Edgar Allan Poe aan grensoverschrijdend gedrag? Met dat nichtje van hem? Een voorloper van Jerry Lee Lewis, last of the rock stars. Uit Ferriday in Louisiana afkomstig. Herinner je je Great Balls Of Fire nog, de film van Jim McBride met Dennis Quaid in de rol van Jerry Lee?

We schrikken van de volstrekt onmuzikale man Van de Lanotte, die in een straatje in Laredo de hoek omkomt. Blootshoofds. Waarom draagt hij geen sombrero? Afhandelcentra hebben we nodig voor wie de Oostendse grens oversteekt zonder papieren, brult hij. Echt waar? Afhandelcentra in de koningin van de badsteden? We geloven hem niet. Keren hem de rug toe. Gaan een bar binnen, luisteren naar liedjes over Matamoros, Vera Cruz, Oaxaco. Pas op in de steegjes van Juarez, zingt een Indiaan, de kans is groot dat ze je daar de keel oversnijden. Mijn hart is in de Highlands, aldus een oude cowboy.
Twee Belgen, uit het met de dag racistischer wordende Vlaanderen, nemen ons mee naar Memphis. Bobby Bland treedt op in de club van BB King op Beale Street. Hoor mijn verdriet, zingt hij met zijn hartverscheurende stem. Ach, we zijn zo’n vreemden in dit onvriendelijke land. Het wordt al gauw duidelijk: in Amerika is het niks beter. Old man Trump legt de rede het zwijgen op. In de dorpen zitten de meeste jongeren aan de crystal meth of erger. Overal, niet alleen in Texas, worden muren opgetrokken. De wereld wordt een grote gevangenis, een krankzinnigengesticht. Waar we ook komen stoten we op grenzen. Dat horen we veel zangers zingen. Hun oude liederen zijn weer actueel geworden. Die van Leadbelly, Cisco Houston, Woody Guthrie, Joan Baez en vele andere opstandige mannen en vrouwen.

Als de stilte intreedt herinner ik me dat ik als jongeman van een wereld zonder visa, zonder paspoorten, zonder ambassades, zonder grenzen droomde. Daar droom ik tegen beter weten in nog steeds van. Zéro de conduite, bedenk ik, is een radioprogramma voor dromers.

Foto: Woody Guthrie, 1941

HET OUDE HOOCHIEKOOCHIE VERDWIJNT

twinpeaks_cooper_fork

Alle skynetblogs (vroeger Belgacom, nu Proximus) worden definitief vernietigd, dus ook mijn literair blog, hoochiekoochie. Dertien jaar van leven en werk in een klik weg!

Dat is even slikken. Het betekent dat niet alleen al mijn teksten verdwijnen (alle verhalen, gedichten, poëtisch proza, mijmeringen, schetsen, herinneringen, reisverslagen, beschouwingen over muziek en film, etcetera), maar ook alle layout, waar ik zovele jaren hard en nauwgezet aan heb gewerkt, alle foto’s, alle links, alle commentaren en mijn soms uitgebreide commentaren daarop (vooral in de beginjaren, na de opkomst van facebook is die vorm van communicatie afgenomen). En niet alleen voor mij is het een ramp. Al mijn collega-bloggers bij skynetblogs zitten in hetzelfde schuitje. Alles geofferd aan de god van de vrije markt en de vooruitgang. Voor technocratische doelstellingen en een ondernemersmissie.

Er zijn ergere dingen, maar dit is toch van het allerergste nieuws dat ik ooit heb ontvangen. Ik had er nooit bij stil gestaan dat hoochiekoochie op een dag zou verdwijnen. Naast minder geslaagde want tijdgebonden teksten staat daar het beste wat ik ooit heb geschreven (en nog zal schrijven). Voor sommige verhalen, (proza)gedichten en mijmeringen heb ik veel lof gekregen, dat verdwijnt nu ook allemaal, samen met alle andere commentaren. De door mij zeer bewonderde schrijver Geerten Meijsing (alias Joyce & Co) heeft me ooit aangeraden om voor mijn blog subsidie aan te vragen bij het Fonds voor de letteren, maar daar was ik te trots (of te bescheiden) voor.

Ik ben nu op zoek naar een mogelijkheid om dit heel stuk verleden nog te redden en opnieuw toegankelijk te maken maar ik heb weinig praktische kennis van websites en recente informatica-ontwikkelingen. Ondertussen heb ik van enkele vrienden al wel wat tips gekregen en Proximus zelf raadt aan om de overstap naar WordPress te maken. Dat zou niet zo moeilijk zijn. Maar ik heb mijn twijfels.

WELKOM IN DE WARANDE

piranesi-small.jpg

Het moet maar eens gedaan zijn met die sociale woningen in Brussel; gelijk hebt u, mevrouw Amper. Weg met de armoede en weg met de armen! Dat ze maar lid worden van De Warande.
Kijk, beste Brusselse armen, het zit zo. Wanneer u lid wordt van De Warande, krijgt u toegang tot één van de meest prestigieuze ledenclubs van Europa. Als lid mag u dit huis gebruiken als het uwe. De Warande faciliteert events en ontmoetingen. Zijn historisch salons en zalen zijn verbluffend.

De Warande organiseert zelf activiteiten! Op eigen houtje nog wel. Deze lopen als een rode draad door de Geschiedenis van het huis en maken deel uit van zijn DNA. Met een open blik op de maatschappij en haar trends en evoluties stelt de Warande elk seizoen een gevarieerd activiteitenprogramma samen. Iedereen die lid is kan zich inschrijven voor een werklunch, een debatavond, een actualunch of de maandelijkse Koffie Konnectie. Geweldig toch! Voor avondactiviteiten mag u ook gasten aanbrengen.

De activiteiten geven de leden de kans om interessante sprekers te ontmoeten en nieuwe inzichten te verwerven. Daarnaast kan de Warande ook steeds putten uit een ongelofelijk interessant publiek. De debatten zijn aan de tafels minstens even boeiend als die aan het spreekgestoelte. Door deel te nemen aan de activiteiten ontmoet u leden met dezelfde interesse als u! Waar wacht u nog op? Laat die sociale woning voor wat ze is en trek bij de Warande in! Word een gamechanger en steek iedereen de ogen uit! Gewoon doen!

EEN JAAR IN POPULAIRE MUZIEK: 2017

joni mitchell - henry diltz.jpg

De tijd van langspeelplaten en cd’s als samenhangende collecties van songs, als liederenbundels, schijnt voorbij te zijn. De strijd, die omstreeks 1965 begon met werken als ‘Aftermath’ van the Rolling Stones, ‘Bringing It All Back Home’ van Bob Dylan en ‘Rubber Soul’ van the Beatles, is gestreden en verloren. De meeste mensen die nu vinylplaten kopen doen dat om er instagramfoto’s van te maken en daar de hashtag #vinylporn aan toe te voegen. Worden albums (elpees of cd’s) nog als integrale kunstwerken beluisterd, zoals romans en kortverhalen worden gelezen of films en series bekeken? Singer-songwriter Dan Stuart, medeoprichter van de invloedrijke Amerikaanse band Green On Red, schreef er onlangs over. Hij zal geen langspeelplaten meer uitbrengen. Zijn argumentatie: “It’s ironic that with rock ‘n’ roll becoming a new kind of literature in the 60’s/70’s there was hand wringing about the “death of the novel”, but really the novel, short stories, creative non-fiction, cinema, episodic TV etc. are surviving nicely in this dopamine fueled digital world, whereas it’s the LP length record that has crashed and burned.”
Veel andere muziekliefhebbers stellen hetzelfde vast. Er komen te weinig albums uit die als coherente kunstwerken kunnen worden beschouwd. Tegelijk, en dat is misschien paradoxaal, komt er heel veel muziek op de markt. Zoveel dat het onbegonnen werk is om het allemaal bij te houden. Om er naar te luisteren. Om er zinvolle uitspraken over te doen. Waardoor al het bovenstaande ook meteen weer in twijfel dient getrokken te worden.
Ondanks deze enigszins pessimistische bedenkingen heb ik toch weer een lijstje gemaakt. Omdat ik het niet laten kan? Misschien wel. Maar ook omdat ik van deze platen werkelijk genoten heb. En ik twijfel er niet aan dat er op dit ogenblik nog heel wat meer albums van een vergelijkbare kwaliteit worden uitgepakt, op de platenspeler gelegd of in de cd-speler geschoven en met aandacht en liefde beluisterd.

  1. Hurray For The Riff Raff – The Navigator

    1 navigator.jpg

  2. Gregg Allman – Southern Blood

    2 southern-blood.jpg

  3. Sam Amidon – The Following Mountain

    3 The+Following+Mountain+LP.jpg

  4. The Dream Syndicate – How Did I Find Myself There?

    4 dream syndicate.jpg

  5. Michael Chapman – 50

    5  Michael-Chapman.jpg

  6. Jason Isbell & the 400 Unit – The Nashville Sound

    6 jason isbell.jpg

  7. Margo Price – All American Made

    7 All+American+Made.jpg

  8. The Deslondes – Hurry Home

    8 deslondes.jpeg

  9. Lee Ann Womack – The Lonely, the Lonesome & the Gone

    9 Lee Ann Womack.jpg

  10. Neil Young – Hitchhiker

    10 Neil-Young-Hitchhiker-.jpg

  11. Bob Dylan – The Bootleg Series Vol. 13 / 1979-1981

    11 trouble no more.jpg

  12. Fleet Foxes – Crack-Up

    12 fleet foxes.jpg

  13. Mount Eerie – A Crow Looked At Me

    13 mount eerie.jpg

  14. Iron & Wine – Beast Epic

    14 IronandWine_BeastEpic.jpg

  15. Tim Buckley – Greetings From West-Hollywood

    15 tim buckley.jpg

  16. Rhiannon Giddens – Freedom Highway

    16 rhiannon giddens.jpg

  17. Valerie June – The Order Of Time

    17 valerie june.jpg

  18. Michael Head And The Red Elastic Band – Adios Señor Pussycat

    18 michael head.jpg

  19. Courtney Barnett & Kurt Vile – Lotta Sea Lice

    19 courtney+barnett+cover.jpg

  20. The Rolling Stones – On Air

    20 on air.jpg

HOE IS HET ZO VER KUNNEN KOMEN MET DE WERELDGEEST?

272.JPG

Alles oké? Met wij wel, ja, dank je. Maar ik weet niet of iedereen er zo over denkt. Dat is uiteraard onmogelijk. Je weet nooit precies wat anderen over je denken. Maar soms hoor je al eens iets. En soms trek je uit wat je hoort al eens conclusies.

Het komt me voor dat je mij oké vindt zolang ik me maar met muziek bezig houd of me aan je toon in de gedaante van een romantische dromer. Als ik echter een wat politiek getinte uitspraak doe, wat niet vaak gebeurt (en ik denk dat ik dat al jaren bedachtzaam en genuanceerd doe), dan ben ik in jouw ogen, en in die van vele onzichtbare en naamloze anderen, opeens een linkse positivo. Je gaat nog niet zo ver mij erop te wijzen dat ik mijn ‘pilleke’ vergat te nemen, wat eveneens tot de mogelijkheden behoort. Ja, dat is al eerder gebeurd. Maar je noemt mij wel een linkse positivo, een naïeve en wereldvreemde dromer. Kortom, je vindt me dan niet oké.

Het eigenaardige is dat ik mijn vlucht in muziek, literatuur, kunst net een beetje wereldvreemd vind. Dat ik meer van de wereld word als ik op wereldse zaken inga. Niet dat muziek, kunst en literatuur negatieve krachten zijn, integendeel. Maar de kans lijkt me kleiner om de wereld en de realiteit dichter te benaderen via een of andere kunstvorm dan via kritisch denken. Jij echter noemt kritisch denken iets wat linkse positivo’s doen. Een pleidooi houden voor solidariteit en mededogen met ‘de anderen’ betekent voor jou dat ik me laat misleiden. Een pleidooi houden voor begrip voor vluchtelingen is dom. Want die vluchtelingen zijn lang niet allemaal vluchtelingen. Je lijkt te denken dat zij een leger vormen, een veroveringsleger. Binnen de kortste keren hebben ze van onze mooie vredelievende Westerse naties één groot kalifaat gemaakt. Wie zich niet aan de wetten van de sharia  onderwerpt belandt in een concentratiekamp. De plannen voor een islamitische endlösung voor ons, andersdenkenden, liggen al op tafel.  Dat zie ik je zo denken.

Vergeef me, maar dat vind ik nu net wereldvreemd. En stug en gesloten en eigenlijk ronduit onnozel. Het is niet nodig om meer dan drie behoorlijke geschiedenisboeken te lezen om tot dat inzicht te komen. Maar opgelet, inzicht is een typisch kenmerk voor linkse positivo’s.

Laat mij het nog even subjectief bekijken. Ik ben nooit een marxist geweest, noch een marxist-leninist, noch een maoïst. Al beweerde in de vroege dagen van dit blog een zekere Marlon Vanco – wat zou er met die moraalagent gebeurd zijn? – dat ik net wél een maoïst was. Waarom? Hij had op een foto gezien dat er in mijn appartement een poster van Voorzitter Mao aan de muur hing. Begin jaren tachtig, in New Wave Antwerpen. Een Mao die we een strikje hadden omgedaan. Elio Di Rupo moest toen nog aan zijn politieke carrière beginnen. Mijn vriendin en ik, polymorf pervers als we waren, vonden het subversief om voor het portret van de Voorzitter – met een strikje om – naaktfoto’s te maken.  Zo’n maoïst was ik. En links? Links is een hol woord. Een hol woord door uitgeholde mensen gebruikt als scheldwoord, als veroordeling, als een eerste stap in de richting van hun stappenplan voor minder democratie. Ik ben niet links en niet rechts. Een enkeling, dat is wat ik ben. Een enkeling voortdurend op zoek naar een gemeenschap. Een gemeenschap, ja. (Zeg nu niet dat ik niet weet wat een gemeenschap is, dat ik in een ivoren toren verblijf en van die dingen.)

En positief ben ik evenmin. Psychologen zouden mij een negativist, een piekeraar, een hypochonder, een melancholicus noemen. Alleszins ben ik diep pessimistisch. Ik maak me veel zorgen over mezelf, maar ook over jou, en eigenlijk over iedereen die ik ken en zelfs over iedereen die ik niet ken. Hoe is het zover kunnen komen met de wereld, met de mensen, met de wereldgeest?

Maar weet je wat? Ik geloof nog steeds dat het tij kan keren. Jazeker. Er zijn altijd tekens, er zijn altijd opflakkeringen van het goede. Dat zie, voel, hoor ik elke dag. Zelf noem ik me helemaal niets, maar mocht jij me iets willen noemen mag dat een ‘optimistische pessimist’ zijn. Dat ben ik altijd geweest, denk ik. En optimistische pessimisten zijn mij het dierbaarst, al doe ik mijn uiterste best om zoveel mogelijk anderen niet alleen het licht in de ogen te gunnen, maar te aanvaarden en te begrijpen. Of dat voldoende is weet ik niet.

Ω

[Een genuanceerd antwoord op de vraag ‘Alles oké?’ zou zo kunnen luiden: nee, zeker niet. Althans met mij niet. Zolang het met jou niet goed gaat, gaat het met mij ook niet goed.]

GEDUCHT

le-redoutable-image-1.jpg

Vanmorgen luisterde ik naar ‘50’ van Michael Chapman, de mooiste plaat van het jaar. Hoewel ik me herinner dat ik nooit meer de adjectieven ‘mooiste’ en ‘beste’ zou gebruiken. Echter, jezelf tegenspreken kan geen kwaad.
Een paar weken geleden stapte ik na zijn optreden op Michael Chapman af. Een muzikant aanspreken doe ik maar zeer zelden, maar nu kon ik niet anders. Ik vroeg me echter meteen af wat ik hem dan wel te zeggen had. En is zoveel verdriet en zoveel pijn in de wereld en er zijn nog maar zo weinig dingen die er toe doen. Muziek biedt meestal troost, maar dat is een gemeenplaats.
‘I admire your albums since the early seventies’, zei ik.
Chapman keek me onderzoekend en nogal vrolijk aan – hij had rode wijn staan drinken –  en antwoordde: ‘Well, we all have our problems, haven’t we’.
Op weg naar huis dacht ik, humor is de grootste wijsheid.

De grote zaal in Cannes moest wegens bomalarm worden ontruimd. Dat gebeurde tijdens de vertoning van de film ‘Le redoutable’ van Michel Hazanavicius. Hij gaat over Jean-Luc Godard en Anne Wiazemsky en is gebaseerd op twee schitterende autobiografische werken van de actrice/schrijfster, ‘Une année studieuse’ en ‘Un an après’. Het tweede boek beschrijft onder meer de invloed van mei 1968 op het huwelijk van Godard en Wiazemsky. Godard was een van de regisseurs die het festival van Cannes in 1968 saboteerden. (François Truffaut, Jean-Luc Godard en Louis Malle verschansten zich in het Palais des Festivals in Cannes en vroegen de stakende massa: “Faut-il arrêter le festival?”. Het festival vond uiteindelijk plaats in een afgeslankte versie.) Zou het kunnen dat hij – of Anne Wiazemsky – nu een valse bommelding heeft gedaan? Gewoon voor het plezier of om, zoals wel vaker, dwars te liggen?
Overigens verwijst de titel van de film naar een uitspraak in ‘Une année studieuse’ die Godard en Wiazemsky als een soort van code gebruikten: ‘Ainsi va la vie à bord du Redoutable.’ Le Redoutable was de eerste nucleaire duikboot van het Franse leger.

MICHAEL CHAPMAN.jpg

 

TRISTESSE ANDERLECHTOISE

DSC_0224.JPG

“…aangezien elektrische stroom kostbaar is en een in zijn eigen autonomie ingesponnen mens het best zonder dat licht kan stellen, heb ik lange nachten.”
Hermann Broch, Huguenau of de zakelijkheid

Als ik vanuit mijn werkkamer naar buiten kijk zie links van me de bomen van het Astridpark en een stukje van het stadion van Anderlecht. Aan dat stadion heb ik me jarenlang geërgerd omdat het zoveel ruimte van het park in beslag neemt. Maar die ergernis is langzaam weggeëbd. Eerst is er berusting voor in de plaats gekomen, daarna heb ik mij stilzwijgend met de mastodont verzoend. Voor mij mag het hele Astridpark nu voetbalstadion worden. Dan kan ik er ooit misschien nog eens een keer naar U2 gaan kijken, of naar Lady Gaga.
Het stadion is zowat het enige wat in deze buurt nog enige aantrekkingskracht uitoefent. Ik heb nooit van voetbal gehouden – maar ik ben er ook niet tegen. Dat zou absurd zijn. Soms gebeurt het zelfs dat ik opga in een match. Dan voel ik mij een echte Belg, een Rode Duivel, of afhankelijk van waar ik mij bevind nog iets anders, vorig jaar in Parijs bijvoorbeeld was ik nog een Portugees. Als het stadion er niet zou zijn zou deze buurt helemaal doodbloeden.  Nu zijn er nog wat supporterscafés en als er een match is staan er kraampjes met frieten en Anderlecht-parafernalia. Voor de rest is er niets en zeker niets dat me uitnodigt tot een wandeling. Ik zou op zijn minst een uur per dag moeten wandelen, niet alleen voor het heil van mijn lichaam maar zeker ook voor dat van mijn geest. (Het is zelfs dom onderscheid te maken tussen die twee). Waar echter kan ik naartoe? Het Pajottenland is pittoresk, maar om daar te geraken moet ik langs drukke steenwegen lopen en dan nog eens de ziekmakende Ring oversteken. Al die razende monsters daar beneden, meestal met maar één inzittende. Een ding is zeker: mocht ik er ooit een eind aan maken zou het niet daar zijn. Het is er veel te afzichtelijk. Stel je voor dat er leven is na de dood en dat je je alleen maar je allerlaatste indrukken zou herinneren, tot in de eeuwigheid. Geen sprake van. Als ik ooit zelfmoord zou plegen zou het op een van de Bovenwindse Eilanden zijn. Ik vermoed namelijk dat het daar mooi is. Maar vrees niet: ik wil vooral leven. Gisteren hoorde ik nog een mooi liedje, ‘Live Til You Die’ van Emitt Rhodes. Die titel is mijn levensmotto. Ik kan dan wel somber en melancholisch zijn – en dat duurt nu al een zestal maanden – , ik kan ook tevreden zijn met kleine dingen. Ik moet deze kamer niet eens verlaten. Nu zie ik bijvoorbeeld de oranje en bruine dakpannen van het huis aan de overkant van de straat en de grijze duif op datzelfde dak, die daar rustig zit. Te wachten wilde ik schrijven. Maar ik denk niet dat ze wacht, ze zit alleen maar. Kijk, nu is ze weg. Waarom zou ik hier dan niet gewoon maar wat zitten, zonder meer. Ach ja, omdat mijn huisarts me aanraadt om een uur per dag te wandelen. En hij heeft natuurlijk gelijk. Soms zie ik op Instagram foto’s van mensen die wandelingen maken. ‘My daily walk’ staat er dan onder. Je ziet beelden van het mooiste dat de aarde te bieden heeft: bloemen, bomen, schilderachtige paadjes, zachtaardige dieren, een rivier… Wat ben ik dan jaloers. Als ik wil gaan wandelen in een betoverende omgeving moet ik eerst een kwartier naar de metro door fijn stof lopen. Dan op de metro stappen, hopend dat niemand zich opblaast, en vervolgens is het nog bijna een uur tot Hermann-Debroux, waar mijn gezonde wandeling eindelijk kan beginnen. Het is goed mogelijk dat de zon schijnt als ik hier buitenkom en dat het regent als ik in metrostation Hermann-Debroux boven de grond kom. Of dat ik onderweg ergens moet uitstappen omdat die hele Hermann-Debroux in rook is opgegaan. Ik vraag me altijd af naar wie dat station is genoemd. Waarschijnlijk naar een schepen of een voorzitter van iets. Een zakkenvuller, zoals de mensen zeggen. Waarom niet naar Hermann Hesse, of liever nog naar de geniale schrijver Hermann Broch? Wie nooit iets van hem gelezen heeft raad ik ten stelligste de slaapwandelaarstrilogie aan (bestaande uit ‘Pasenow of de romantiek’, ‘Esch of de anarchie’ en ‘Huguenau of de zakelijkheid).

Mijn oplossing is: af en toe een reis maken. Op de plaats van bestemming wandel ik dan ongeveer vijf uur per dag. Zo haal ik mijn schade in en zie ik ook de schoonheid van de grotere wereld. Dan hoef ik mij niet tevreden te stellen met een dakpan of met een boek van een van de vele Hermannen. Zeker is het nooit mijn ambitie geweest duivenmelker te worden. Mijn vader was duivenmelker. Kort voor zijn dood heeft hij al zijn duiven een voor een de strot omgewrongen.

DSC_0242.JPG

Foto’s: Martin Pulaski, Anderlecht, 2008