VERKOELENDE REGEN

magritte__lapleinedel'air

Zelden heeft de regen me zo in verrukking gebracht als vandaag. Toen ik weer thuis was van de supermarkt, nog nagenietend, dacht ik aan Hölderlins “verkoelende regen” en het water in de mystieke songs van Van Morrison. Vier dagen lang heb ik moedig weerstand geboden aan de hitte. Maar de verleiding om op de houten vloer te gaan liggen was groot. Wat me dan weer te fatalistisch leek. Om het half uur de handen en armen en soms ook het hoofd onder het koude water houden bracht geen soelaas. De dagen gingen nooit zo traag voorbij als de afgelopen week. Bijna wanhopig wachtte ik op het einde van die genadeloze hittegolf. Ik zal niet de enige zijn. En het ondergaan van een dergelijke hitte heeft ook iets orgastisch, als een kleine dood. Als dat een troost mag zijn.

Ik weet niet hoeveel graden het in ons appartement was, maar ook met alle ramen en gordijnen dicht in het donkerste hoekje van de minst hete kamer was het te heet en kon ik maar met moeite ademhalen.

Naar de dichtstbijzijnde metrohalte is ongeveer een kwartier lopen. Ik heb het drie keer gedaan;  het lijkt wel of je door een oven loopt. Na enkele uren koelte in de bioscopen Palace en Toison d’or en het Magritte Museum en in de koele galerijen aan de Naamsepoort moet je toch weer opnieuw de hitte trotseren. Weer de metro in en een kwartier via een omweg door een verschroeid park naar huis lopen, een slapeloze nacht tegemoet.
Maar wat een luxe dat wij deze regen hebben. Dat ons op het einde toch nog ten deel valt waar we gedurende die oeverloze dagen zo naar hebben uitgekeken.

Afbeelding: René Magritte, La plaine de l’air (1940)

REMCO CAMPERT IS NEGENTIG

remco-verjaardag 001

Op de afbeelding hierboven zie je het voorplat van Remco Camperts verhalenbundel ‘Hoe ik mijn verjaardag vierde’, verschenen bij De Bezige Bij in 1969. Vandaag viert de schrijver zijn negentigste verjaardag.
Hoewel het leven voor niemand van ons nog zo vurrukkulluk is als in de sixties (en Liesje al lang vertrokken is uit Lui Letterland) is het toch nog altijd een wonder en een lieve lust. Of om het filosofisch uit te drukken: zijn is altijd beter dan niet-zijn.

Gelukkige verjaardag, Remco Campert!

RemcoCampert1963

SIRENENZANG IN BRUSSEL

IMG_20190701_093324

Altijd weer als je terugkeert uit het buitenland valt het je op hoe smerig Brussel is. Je hoeft maar enkele stappen buiten het Zuidstation te zetten om al meteen te willen terugkeren naar de plek waar je vandaan komt. Brussel moet zowat de vuilste en lawaaierigste stad van Europa zijn. Bovendien blijft het een erg gevaarlijke stad. Een paar dagen geleden las ik op facebook nog dat Tom Hox, een muziekliefhebber die ik soms in de AB tegen het lijf loop, enkele dagen geleden werd overvallen, pal in het centrum van de stad. Dat is zo erg dat ik er sprakeloos van word. Bij dergelijk nieuws word je geconfronteerd met je machteloosheid, met je woede die zich niet kan manifesteren, die zich op niets concreets kan richten. Zelf ben ik in het centrum van Brussel ook meermaals overvallen en beroofd, in de jaren negentig meer dan daarna. Twee of drie keer ben ik zo in het ziekenhuis beland. Gewond, werkonbekwaam, posttraumatische shock.
Kennelijk is er niet veel veranderd. Komen ‘onze’ politici niet buiten? Maken zij de vergelijking niet met steden als Berlijn, Stockholm, Kopenhagen, Sevilla? Worden zij met hun chauffeurs van de ene vergadering naar de andere gevoerd, en tussendoor bij de escortes? Hebben zij geen oog voor de realiteit? Ruiken zij de urinestank niet? Denken zij alleen maar aan goedbetaalde postjes? Ook het vervuilende en soms dodelijke verkeer wordt geen halt toegeroepen. Nergens is het zo druk als in Brussel en in de wagens zie ik voornamelijk eenzame mannen (en wat vrouwen).

Ik hoopte dat dank zij de mooie uitslag (dacht ik) van de voorbije verkiezingen de ergste pijnpunten heel snel zouden worden aangepakt. Maar ik zie helemaal niets veranderen. Integendeel: tijdens mijn wandelingen ontwaar ik overal vuilnis en voel dreiging op elke staathoek. “Everybody on the street / has murder in his eyes”, zong Steely Dan op ‘Can’t Buy a Thrill”, zo lang geleden. Overdreven, dacht ik, maar nu denk ik er anders over. Na zonsondergang haast ik mij meestal naar huis, want mijn leven is me lief. Soms echter kan ik de lokroep van de stad niet negeren: Brussel is ook zo’n mooie stad en heeft op elke dag zoveel te bieden, ook ’s avonds en ’s nachts. Dan wil ik de sirenenzang horen en hoop ik dat ik na afloop van het laatste lied net als Odysseus ongeschonden weer naar mijn eiland zal kunnen terugkeren.

IMG_20190701_093355

Foto’s: Martin Pulaski, Brussel, juni 2019

ZERO DE CONDUITE: IMAGINAIR FESTIVAL

ryley-walker-2

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Mogelijk is het de tijd van de kersen en van de liefde maar wel zeker is het die van de muziekfestivals. ElkE natiestaat, elke stad, elk dorp heeft zijn festival. Honderden, duizenden, miljoenen ‘muziekliefhebbers’ zwerven door Europa en de rest van de wereld op zoek naar de ultieme kick en de ultieme band. Het perfecte podium moet ergens bestaan, maar waar? Ja, waar vind je de perfecte combinatie van bands en sfeer en zonneschijn en seks? Zwerven is het eigenlijk niet, want je begeeft je doelgericht naar een of meer van die festivals. Je plant de reis, het bezoek al lang op voorhand. Sommigen moeten er hard voor werken om de entree te kunnen betalen. Het hele gedoe is inderdaad een keiharde business, er is veel geld mee gemoeid, alles moet opbrengen. De laatste idealist is omstreeks 1977 ten grave gedragen.

Ik herinner me jazz- en rockfestivals als avonturen, als happenings die net iets langer duurden dan die van de kunstenaars van die tijd. Ik heb het – natuurlijk – over de jaren zestig. Wij – het publiek van die festivals – voelden ons met elkaar en met de muzikanten verbonden. Liefde voor muziek en liefde voor elkaar en geloof in de toekomst, in een nieuwe, betere wereld, was onze drijfveer, stuurde ons naar de weide. Niet als schapen maar als kleine uitvinders, als een nieuw soort van ontdekkingsreizigers. Samen met de beat en de bands troffen we diepere gevoelens in onszelf aan, een warme kern die we ook na afloop van het evenement bleven koesteren en met elkaar delen in onze kamers van wierook en jasmijnthee en magische elpees. De rest van de wereld kende de muzikanten en muziekgroepen die we koesterden niet. Wie had er ooit van the Move gehoord, van the Increbible String Band, van Dragonfly, van doctor John the Night Tripper? Alleen wij. Voelden we ons daarom beter? Ik weet het niet: we waren anders en dat is wat we wilden zijn en worden: anders, altijd anders dan de anderen. (Natuurlijk wisten we nauwelijks wie de anderen waren. Wat we zeker nog niet wisten was dat degenen die écht anders waren op een ondenkbare manier verafschuwd en verstoten zouden worden).

De festivals van de sixties waren geen spektakel, toch niet die in onze streken. Mogelijk was Woodstock, nu bijna vijftig jaar geleden, het eerste spektakelfestival, het begin van het einde. Een einde waar maar geen eind aan komt.
De voorbije weken was ik weer eens de programma’s van die langgerekte doodstrijd aan het bekijken. Wat een ellende! Nooit zou ik me naar zo’n saaie, voorgeprogrammeerde muziekkermis begeven. Ik weet dat ik met deze woorden elitair klink en neerbuigend overkom. Maar dat maakt me niet meer uit. Dan ben ik maar elitair. Ik geloof zeker niet dat vroeger alles beter was. Geneesmiddelen tegen astma waren in de jaren zestig zeker niet beter dan nu, om maar één voorbeeld te geven. Maar popfestivals waren wel beter, echter, authentieker, meer bezield, avontuurlijker. Ze waren ook schaarser en desondanks goedkoper.

Een week of zo geleden zat ik te denken, stel dat ik zelf een muziekfestival zou organiseren en ik zou het programma mogen samenstellen, wie en wat zou ik dan kiezen? De songs die we vanavond in Zéro de conduite draaien zijn allemaal van muzikanten en bands die op mijn podia het beste van zichzelf zouden geven (met uitzondering van Dr. John).*  Muziek uit het hart – maar, gelet op de tijd waarin we leven, een reis naar een betere wereld niet verzekerd. De betere wereld moeten we zelf maken en dat is hard werk en volharden. Een betere wereld maken is geen feestje.
Gebruik je verbeelding, omring je met margrieten en klaprozen. Drink een thee of een tequila. Doe waar je zin in hebt, maar doe niemand pijn. Behandel anderen niet zoals je zelf niet behandeld zou willen worden. Geniet van de vibraties.

Cowboy-Junkies-2018-credit-Heather-Pollock-1

Let’s Make A Better World – Dr. John – Desitively Bonnaroo – Earl King  – 2:57

Peeping Tomboy – Kurt Vile – Smoke Ring For My Halo – Kurt Vile – 4:24

Luciano – Steve Gunn – The Unseen In Between – Steve Gunn – 5:54

Hell To Pay – Michael Chapman – True North –  Michael Chapman – 4:13

Snake Charmer – Patty Griffin – Servant Of Love – Patty Griffin – 2:33

Dirty White – Inara George with Van Dyke Parks – An Invitation – Inara George – 2:27

River Brine – The Low Anthem – The Salt Doll Went To Measure The Depths Of The Sea – The Low Anthem – 1:54

Son Of The Sea – Bill Callahan – Shepherd In A Sheepskin Vest – Bill Callahan  – 4:14

Cumberland Gap – David Rawlings & Gillian Welch – Poor David’s Almanack – David Rawlings – 2:56

Jubilee – Jake Xerxes Fussell – Out of Sight – Trad arr Fussell – 3:58

Stealin’ Stealin’ – Dave Alvin & Jimmie Dale Gilmore – Downey To Lubbock – William Shade – 2:59

I’ll Be Rested When The Roll Is Called – Ry Cooder – The Prodigal Son – Blind Roosevelt Graves – 3:12

Bad Year For Rock And Roll – Chuck Prophet – Bobby Fuller Died For Your Sins – Prophet/Klipschutz – 3:47

Passenger Side – Wilco – A.M. (2017 Remaster) – Jeff Tweedy – 3:34

You Were Right – Julia Jacklin – Crushing – Julia Jacklin – 2:22

Sing Me A Song – Cowboy Junkies – All That Reckoning – Cowboy Junkies – 4:21

There From Here – Phosphorescent – C’est La Vie – Matthew Houck – 5:21

jake xerxes fusell

Like Mary – Dream Syndicate – How Did I Find Myself Here? –  Steve Wynn – 4:57

John Saw That Number – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case, Traditional  – 4:06

Midnight Sun – Calexico Feat. Iron & Wine – Years To Burn – Burns/Convertino – 4:14

I Hope That I Don’t Fall In Love With You – 10,000 Maniacs ft. Nathalie Merchant) – Campfire Songs: The Popular, Obscure & Unknown Recordings – Tom Waits – 3:39

Not with Deserters – Iris DeMent – The Trackless Woods – Anna Akhmatova/Iris DeMent – 3:41

Anyday Woman – Iron & Wine & Ben Bridwell – Sing Into My Mouth – Paul Siebel – 2:51

Boundless Love – John Prine – The Tree Of Forgiveness – Dan Auerbach/John Prine/Pat Mclaughlin  – 3:35

Something Came Over Me – Tift Merritt – Stitch Of The World – Tift Merritt – 3:25

Albion Moonlight – William Tyler – Modern Country – William Tyler – 3:17

Spoil With The Rest – Ryley Walker – Deafman Glance – Ryley Walker – 3:42

Murmur In My Heart – Ed Harcourt – Back Into The Woods –  Ed Harcourt – 4:42

Bonus Tracks

Lover Release Me – Marissa Nadler ft. Sharon Van Etten – For My Crimes – Marisa Nadler – 2:27

I’m Less Here – Mazzy Star – Still  – David Roback, Hope Sandoval – 4:16

Trouble In Mind – Sam Amidon – The Following Mountain – Sam Amidon – 5:04

Brown-Eyed Women – Hiss Golden Messenger – Day Of The Dead – Hunter/Garcia – 4:48

From Far Away – Jeff Tweedy – Warm – Jeff Tweedy  – 3:11

Three Men Sitting On a Hollow Log – Cass McCombs – A Folk Set Apart – Unknown – 4:44

Hanging On – Drive-By Truckers – English Oceans – DBT/Patterson Hood – 4:01

Julia-Jacklin-Nick-McKinlay-

Samenstelling, research en presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
*Er zijn er veel meer. Excuses aan iedereen die niet aan bod kon komen. We kunnen helaas geen vijf liedjes tegelijk draaien.  We hope that Ryley Walker is alright. Thanks to Howe Gelb & the Colorist Orchestra and to Low for the fantastic concerts in Rivierenhof, Antwerp, last Thursday.

Afbeeldingen: Ryley Walker; Cowboy Junkies; Jake Xerxes Fusell; Julia Jacklin by Nick McKinley.

OVER DOMHEID EN VERBLINDING

PARDON MY HEART

Je mag ze niet dom noemen. Je moet naar ze luisteren, begrip opbrengen voor hun problemen. Beseffen dat ze soms – of vaak zelfs – gegronde redenen hebben om voor een fascistische partij te stemmen. Maar zijn ze dan niet dom? Ben je niet dom als je je ophangt aan het touw dat je door je grootste vijand wordt aangereikt? Ben je niet dom als je op het glimlachend bevel van je grootste vijand ten strijde trekt tegen degene die als puntje bij paaltje komt in hetzelfde schuitje zit als jij?
Het spijt me, maar ik noem die mensen dom.
Mensen die beweren dat ze het moeilijk hebben, en dat wil ik best geloven, dat hun lonen te laag zijn om behoorlijk van te kunnen leven, dat hun pensioenen te laag zijn, dat het werk dat ze doen te hard is en te zenuwslopend, dat ze slecht behuisd zijn, enzovoort, zouden toch moeten weten hoe dat komt. Hoewel het in België en zeker in Vlaanderen nogal meevalt, is het overal ongeveer hetzelfde: de kleine groep die het geld, het bezit en de macht heeft bepaalt de arbeidsvoorwaarden. De extreemrijken, die we best van al uitbuiters en parasieten zouden noemen, zijn verantwoordelijk voor de miserabele situatie waar de harde werkers, de armen, de zieken, de werklozen terecht over klagen. Het is waar dat deze kleine groep van parasieten nogal onzichtbaar is en bijna nooit gestraft wordt voor haar misdaden, er zelfs niet voor aangeklaagd wordt. Maar anderzijds valt er niet naast te kijken. De horrorverhalen waarin personages uit die schaduwwereld opduiken zijn legio (in romans, films, theater, games, songs, krantartikels, essays, cafépraat). Het kan niet dat degenen die zo schandelijk worden uitgebuit dat niet weten. Ik kan niet geloven dat de mensen die we niet dom mogen noemen dat niet weten.
Stemmen deze mensen echter voor een partij of sluiten ze zich aan bij een beweging die voor hun belangen opkomt? Stemmen ze voor een partij die iets wil doen aan de armoede, aan het harde werk, aan het lage pensioen, aan de minuscule uitkeringen, aan de slechte behuizing, enzovoort? Nee, de meesten doen dat niet.
Zij stemmen liever voor een racistische, elitaire partij. Voor een groepje mannen in dure maatpakken van Italiaanse couturiers met overvloedig veel exquise brillantine in de haren, hun schoenen blinkend als destijds het koper in mijn moeders keuken. Voor een bende leugenaars, hun ogen vochtig van het grijnzen achter de schermen, van kijk, we hebben die dwazen weer goed liggen gehad. Zij stemmen voor ideologen van de Apocalyps, voor krijgsheren die onze samenleving willen vernietigen in naam van een verzonnen ideaal, het Arische Utopia. Deze met ‘smaak’ geklede mannen willen een leger van gehoorzame werkers en strijders, mensen die bereid zijn om vrienden, familie, vaderland, moederland, genot, plezier, dromen op te offeren voor een abjecte illusie. Hun dure campagnes zijn even perfide als die van alle would-be dictators en machtswellustelingen. Hun dure campagnes worden betaald door degenen die voor hen stemmen: de werkers, de armen, de zieken, de werklozen, et cetera. Hun dure campagnes worden met enthousiasme betaald door de kleine groep uitbuiters en parasieten die alles te winnen heeft bij een onderdanige, door woede en domheid verblinde massa die tot alles bereid is wat hun partij hen opdraagt. Een kleine groep uitbuiters en parasieten die alles te verliezen heeft bij solidariteit en gezamenlijke strijd tegen uitbuiting en onderdrukking. Die er alles voor doet opdat de bevolking maar niet zou zien dat zij de regels van het spel bepalen en de mooie wereld waar wij in leven voor eens en voor altijd vernietigen. Voor die kleine groep en voor de partij(en) die van haar het kapitaal te leen krijgen voor hun haatcampagnes en even van de macht mogen proeven – want lang duurt die niet – brengen deze verblinde en domme mensen hun stem uit.
Domme mensen zijn het en ik ben niet bereid naar hun domme ‘argumenten’ te luisteren. Niet wij moeten luisteren, zij moeten luisteren. Of liever: zij moeten eindelijk eens leren luisteren en zien hoe de regels van het spel in elkaar zitten.

Eigenlijk zou de verrotte situatie in Vlaanderen me geen hartpijn moeten bezorgen. Ik woon immers in Brussel, waar de democratie gedijt, hoewel hier lang niet alles rozengeur en maneschijn is. Mogelijk zijn de problemen hier zelfs groter.
Maar dat doet deze situatie wel, en niet weinig. Het is niet waar dat half Vlaanderen opeens fascistisch en racistisch is geworden – en Vlaams-nationalistisch al helemaal niet. De meerderheid van de Vlamingen is nog steeds democratisch, Belgisch en Europees. Daar twijfel ik geen seconde aan. Ik maak me alleen zorgen over hen omdat de antidemocraten harder kunnen roepen, meer geld hebben en gesteund worden door een aanzienlijk deel van de media.
Nee, ik ben er niet gerust in. De nabije toekomst ziet er niet goed uit. Maar ik weet eveneens dat lelijke liedjes nooit lang duren. En als ze wel te lang duren zetten we de plaat af. Dat is ook nog een mogelijkheid.

IK KENDE JE NIET, LOUISE VANDER MEERSEN

Voor Louise Vander Meersen

Ik kende je niet, kende je naam niet, Louise Vander Meersen.
Een tragisch voorval voerde je mijn leven binnen.
Een doodgewone alledaagse man,
Een van de vele racers hier in onze straten,
Reed je van het zo vaak begane pad
En slingerde je tot in niemandsland.

Ik kende je niet, kende je naam niet, Louise Vander Meersen.
Dame met het hondje, eenenvijftig jaar.
Het wandelen voor goed ten einde.
Nooit zullen wij elkaar hier nog eens ontmoeten,
Naast elkaar op een bank gaan zitten
En over onze levens praten.
Er viel, er valt zoveel te zeggen.
Alle kansen die er waren zijn er nu niet langer.
Je bent weg.

Maar nu ik je naam ken, wil ik hem ook niet meer vergeten.
Wij die hier nog zijn moeten je in ons geheugen bewaren,
Louise Vander Meersen,
Doodgereden door een dronken racer,
Zo zinloos, zo overbodig.
Wij die even kwetsbaar zijn als jij
Maar geluk hebben gehad:
Wij moeten deze wereld ten goede keren.

Voorgelezen tijdens een ingetogen wake voor Louise Vander Meersen op 21 mei 2019 aan het Verdiplein in Anderlecht. Op 10 mei werd Louise daar om vier uur ’s middags op het zebrapad doodgereden door een dronken chauffeur.

Je ne te connaissais pas, je ne connaissais pas ton nom, Louise Vander Meersen.
Un incident tragique t’a fait entrer dans ma vie.
Un homme comme un autre, ordinaire,
Un des nombreux coureurs ici dans nos rues,
t’ a renversée sur le sentier si souvent emprunté
et t’a balancée au milieu de nulle part.

Je ne te connaissais pas, je ne connaissais pas ton nom, Louise Vander Meersen.
La dame avec le petit chien, 51 ans.
Marcher c’est définitivement fini.
Jamais, nous nous verrons encore ici,
Pour s’asseoir sur un banc, l’un à côté de l’autre
Et parler de nos vies.
Il y avait, il y a tant de choses à dire.
Toutes les possibilités qui existaient n’existent plus.
Tu n’es plus là.

Mais maintenant que je connais ton nom, je ne veux pas l’oublier non plus.
Nous qui sommes encore là, nous devons te garder dans notre mémoire,
Louise Vander Meersen,
Conduite à la mort par un chauffeur-coureur ivre
Si inutile, si inutile.
Nous qui sommes aussi vulnérables que toi.
Mais qui avons eu de la chance.
Nous devons changer ce monde pour le mieux.

[Franse vertaling door de moeder van Bieke Comer.]

plantsoen 1

 

VROUW DOODGEREDEN IN ANDERLECHT

DSC_0067

Vrijdagmiddag omstreeks vier uur werd hier beneden op het zebrapad aan het Verdiplein een vrouw doodgereden. Een paar uur later liep ik voorbij de plaats van het ongeval. Ik was op weg naar het vlakbij gelegen metrostation Veeweide en vandaar naar de AB voor een concert van de Amerikaanse folkzanger en -muzikant Sam Amidon. Daarover later misschien meer. De straat was afgezet, er was politie, er stonden groepjes mensen in stilte te kijken. Alleen al aan die stilte kon je horen dat er iets ergs was gebeurd. Op dat ogenblik wist ik nog niet precies wat.
Even later vernam ik dat de dader dronken aan het stuur van een witte bestelwagen had gezeten en in volle vaart tegen de vrouw was aangereden. De vrouw was enkele meters verder op de rand van het plantsoen in het midden van de rotonde terechtgekomen. Er was nog geprobeerd haar te reanimeren, maar dat had niet geholpen.
Omstreeks middernacht op weg naar huis liep ik weer voorbij de plaats van het ongeval. Op de grond geheimzinnige maar toch duidelijke tekens. Hier was de vrouw aangereden. In die richting was ze geslingerd. Daar was ze weer neergevallen, haar dood tegemoet.

Was er zaterdag al meer nieuws? En gisteren? Niet veel. Alleen dat de vrouw, die daar in de buurt woonde met haar hond was gaan wandelen. Dat de bestuurder positief had geblazen en was opgepakt. Vandaag werden wat meer details bekend gemaakt. De vrouw heette Louise Vander Meersen, ze was 51, woonde alleen, werkte in een school als oppas. De hond heeft de aanrijding overleefd en werd ondergebracht in een asiel.

Waarom maakt niemand zich druk over deze tragische gebeurtenis? Waar is de verontwaardiging nu? Wat is het verschil tussen deze vrouw en die in Koekelberg, die twee maanden geleden op een zondagochtend werd doodgereden door een dronken automobilist? Toen werd er meteen actie gevoerd door buurtbewoners en verenigingen en al een dag later nam de burgemeester daar maatregelen (absurd genoeg alleen op die ene plek waar het ongeval gebeurd was, terwijl er in Brussel alleen al tientallen dergelijke onheilsplaatsen bestaan).  Hier in Anderlecht hoor je niets.

Wie was Louise Vander Meersen? Had zij familie, vrienden, kennissen? Wie is de dader, de doodrijder? Wat gebeurt er met hem? Wat gebeurt er met de hond? Welke maatregelen om de voetgangers beter te beschermen neemt de burgemeester? Want telkens als je hier de straat oversteekt riskeer je je leven. Rodeorijders zijn hier schering en inslag. Het lijkt wel of ze denken dat onze straten gewoon maar verlengstukken zijn van de Ring, die in Anderlecht drie af- en opritten heeft. Natuurlijk zijn de straten zo aangelegd om ze dat gevoel te geven. De racers krijgen alle ruimte om ons van de weg te maaien. En iedereen blijft onderdanig zwijgen. Hoe lang nog?