HET OUDE HOOCHIEKOOCHIE VERDWIJNT

twinpeaks_cooper_fork

Alle skynetblogs (vroeger Belgacom, nu Proximus) worden definitief vernietigd, dus ook mijn literair blog, hoochiekoochie. Dertien jaar van leven en werk in een klik weg!

Dat is even slikken. Het betekent dat niet alleen al mijn teksten verdwijnen (alle verhalen, gedichten, poëtisch proza, mijmeringen, schetsen, herinneringen, reisverslagen, beschouwingen over muziek en film, etcetera), maar ook alle layout, waar ik zovele jaren hard en nauwgezet aan heb gewerkt, alle foto’s, alle links, alle commentaren en mijn soms uitgebreide commentaren daarop (vooral in de beginjaren, na de opkomst van facebook is die vorm van communicatie afgenomen). En niet alleen voor mij is het een ramp. Al mijn collega-bloggers bij skynetblogs zitten in hetzelfde schuitje. Alles geofferd aan de god van de vrije markt en de vooruitgang. Voor technocratische doelstellingen en een ondernemersmissie.

Er zijn ergere dingen, maar dit is toch van het allerergste nieuws dat ik ooit heb ontvangen. Ik had er nooit bij stil gestaan dat hoochiekoochie op een dag zou verdwijnen. Naast minder geslaagde want tijdgebonden teksten staat daar het beste wat ik ooit heb geschreven (en nog zal schrijven). Voor sommige verhalen, (proza)gedichten en mijmeringen heb ik veel lof gekregen, dat verdwijnt nu ook allemaal, samen met alle andere commentaren. De door mij zeer bewonderde schrijver Geerten Meijsing (alias Joyce & Co) heeft me ooit aangeraden om voor mijn blog subsidie aan te vragen bij het Fonds voor de letteren, maar daar was ik te trots (of te bescheiden) voor.

Ik ben nu op zoek naar een mogelijkheid om dit heel stuk verleden nog te redden en opnieuw toegankelijk te maken maar ik heb weinig praktische kennis van websites en recente informatica-ontwikkelingen. Ondertussen heb ik van enkele vrienden al wel wat tips gekregen en Proximus zelf raadt aan om de overstap naar WordPress te maken. Dat zou niet zo moeilijk zijn. Maar ik heb mijn twijfels.

WELKOM IN DE WARANDE

piranesi-small.jpg

Het moet maar eens gedaan zijn met die sociale woningen in Brussel; gelijk hebt u, mevrouw Amper. Weg met de armoede en weg met de armen! Dat ze maar lid worden van De Warande.
Kijk, beste Brusselse armen, het zit zo. Wanneer u lid wordt van De Warande, krijgt u toegang tot één van de meest prestigieuze ledenclubs van Europa. Als lid mag u dit huis gebruiken als het uwe. De Warande faciliteert events en ontmoetingen. Zijn historisch salons en zalen zijn verbluffend.

De Warande organiseert zelf activiteiten! Op eigen houtje nog wel. Deze lopen als een rode draad door de Geschiedenis van het huis en maken deel uit van zijn DNA. Met een open blik op de maatschappij en haar trends en evoluties stelt de Warande elk seizoen een gevarieerd activiteitenprogramma samen. Iedereen die lid is kan zich inschrijven voor een werklunch, een debatavond, een actualunch of de maandelijkse Koffie Konnectie. Geweldig toch! Voor avondactiviteiten mag u ook gasten aanbrengen.

De activiteiten geven de leden de kans om interessante sprekers te ontmoeten en nieuwe inzichten te verwerven. Daarnaast kan de Warande ook steeds putten uit een ongelofelijk interessant publiek. De debatten zijn aan de tafels minstens even boeiend als die aan het spreekgestoelte. Door deel te nemen aan de activiteiten ontmoet u leden met dezelfde interesse als u! Waar wacht u nog op? Laat die sociale woning voor wat ze is en trek bij de Warande in! Word een gamechanger en steek iedereen de ogen uit! Gewoon doen!

EEN JAAR IN POPULAIRE MUZIEK: 2017

joni mitchell - henry diltz.jpg

De tijd van langspeelplaten en cd’s als samenhangende collecties van songs, als liederenbundels, schijnt voorbij te zijn. De strijd, die omstreeks 1965 begon met werken als ‘Aftermath’ van the Rolling Stones, ‘Bringing It All Back Home’ van Bob Dylan en ‘Rubber Soul’ van the Beatles, is gestreden en verloren. De meeste mensen die nu vinylplaten kopen doen dat om er instagramfoto’s van te maken en daar de hashtag #vinylporn aan toe te voegen. Worden albums (elpees of cd’s) nog als integrale kunstwerken beluisterd, zoals romans en kortverhalen worden gelezen of films en series bekeken? Singer-songwriter Dan Stuart, medeoprichter van de invloedrijke Amerikaanse band Green On Red, schreef er onlangs over. Hij zal geen langspeelplaten meer uitbrengen. Zijn argumentatie: “It’s ironic that with rock ‘n’ roll becoming a new kind of literature in the 60’s/70’s there was hand wringing about the “death of the novel”, but really the novel, short stories, creative non-fiction, cinema, episodic TV etc. are surviving nicely in this dopamine fueled digital world, whereas it’s the LP length record that has crashed and burned.”
Veel andere muziekliefhebbers stellen hetzelfde vast. Er komen te weinig albums uit die als coherente kunstwerken kunnen worden beschouwd. Tegelijk, en dat is misschien paradoxaal, komt er heel veel muziek op de markt. Zoveel dat het onbegonnen werk is om het allemaal bij te houden. Om er naar te luisteren. Om er zinvolle uitspraken over te doen. Waardoor al het bovenstaande ook meteen weer in twijfel dient getrokken te worden.
Ondanks deze enigszins pessimistische bedenkingen heb ik toch weer een lijstje gemaakt. Omdat ik het niet laten kan? Misschien wel. Maar ook omdat ik van deze platen werkelijk genoten heb. En ik twijfel er niet aan dat er op dit ogenblik nog heel wat meer albums van een vergelijkbare kwaliteit worden uitgepakt, op de platenspeler gelegd of in de cd-speler geschoven en met aandacht en liefde beluisterd.

  1. Hurray For The Riff Raff – The Navigator

    1 navigator.jpg

  2. Gregg Allman – Southern Blood

    2 southern-blood.jpg

  3. Sam Amidon – The Following Mountain

    3 The+Following+Mountain+LP.jpg

  4. The Dream Syndicate – How Did I Find Myself There?

    4 dream syndicate.jpg

  5. Michael Chapman – 50

    5  Michael-Chapman.jpg

  6. Jason Isbell & the 400 Unit – The Nashville Sound

    6 jason isbell.jpg

  7. Margo Price – All American Made

    7 All+American+Made.jpg

  8. The Deslondes – Hurry Home

    8 deslondes.jpeg

  9. Lee Ann Womack – The Lonely, the Lonesome & the Gone

    9 Lee Ann Womack.jpg

  10. Neil Young – Hitchhiker

    10 Neil-Young-Hitchhiker-.jpg

  11. Bob Dylan – The Bootleg Series Vol. 13 / 1979-1981

    11 trouble no more.jpg

  12. Fleet Foxes – Crack-Up

    12 fleet foxes.jpg

  13. Mount Eerie – A Crow Looked At Me

    13 mount eerie.jpg

  14. Iron & Wine – Beast Epic

    14 IronandWine_BeastEpic.jpg

  15. Tim Buckley – Greetings From West-Hollywood

    15 tim buckley.jpg

  16. Rhiannon Giddens – Freedom Highway

    16 rhiannon giddens.jpg

  17. Valerie June – The Order Of Time

    17 valerie june.jpg

  18. Michael Head And The Red Elastic Band – Adios Señor Pussycat

    18 michael head.jpg

  19. Courtney Barnett & Kurt Vile – Lotta Sea Lice

    19 courtney+barnett+cover.jpg

  20. The Rolling Stones – On Air

    20 on air.jpg

HOE IS HET ZO VER KUNNEN KOMEN MET DE WERELDGEEST?

272.JPG

Alles oké? Met wij wel, ja, dank je. Maar ik weet niet of iedereen er zo over denkt. Dat is uiteraard onmogelijk. Je weet nooit precies wat anderen over je denken. Maar soms hoor je al eens iets. En soms trek je uit wat je hoort al eens conclusies.

Het komt me voor dat je mij oké vindt zolang ik me maar met muziek bezig houd of me aan je toon in de gedaante van een romantische dromer. Als ik echter een wat politiek getinte uitspraak doe, wat niet vaak gebeurt (en ik denk dat ik dat al jaren bedachtzaam en genuanceerd doe), dan ben ik in jouw ogen, en in die van vele onzichtbare en naamloze anderen, opeens een linkse positivo. Je gaat nog niet zo ver mij erop te wijzen dat ik mijn ‘pilleke’ vergat te nemen, wat eveneens tot de mogelijkheden behoort. Ja, dat is al eerder gebeurd. Maar je noemt mij wel een linkse positivo, een naïeve en wereldvreemde dromer. Kortom, je vindt me dan niet oké.

Het eigenaardige is dat ik mijn vlucht in muziek, literatuur, kunst net een beetje wereldvreemd vind. Dat ik meer van de wereld word als ik op wereldse zaken inga. Niet dat muziek, kunst en literatuur negatieve krachten zijn, integendeel. Maar de kans lijkt me kleiner om de wereld en de realiteit dichter te benaderen via een of andere kunstvorm dan via kritisch denken. Jij echter noemt kritisch denken iets wat linkse positivo’s doen. Een pleidooi houden voor solidariteit en mededogen met ‘de anderen’ betekent voor jou dat ik me laat misleiden. Een pleidooi houden voor begrip voor vluchtelingen is dom. Want die vluchtelingen zijn lang niet allemaal vluchtelingen. Je lijkt te denken dat zij een leger vormen, een veroveringsleger. Binnen de kortste keren hebben ze van onze mooie vredelievende Westerse naties één groot kalifaat gemaakt. Wie zich niet aan de wetten van de sharia  onderwerpt belandt in een concentratiekamp. De plannen voor een islamitische endlösung voor ons, andersdenkenden, liggen al op tafel.  Dat zie ik je zo denken.

Vergeef me, maar dat vind ik nu net wereldvreemd. En stug en gesloten en eigenlijk ronduit onnozel. Het is niet nodig om meer dan drie behoorlijke geschiedenisboeken te lezen om tot dat inzicht te komen. Maar opgelet, inzicht is een typisch kenmerk voor linkse positivo’s.

Laat mij het nog even subjectief bekijken. Ik ben nooit een marxist geweest, noch een marxist-leninist, noch een maoïst. Al beweerde in de vroege dagen van dit blog een zekere Marlon Vanco – wat zou er met die moraalagent gebeurd zijn? – dat ik net wél een maoïst was. Waarom? Hij had op een foto gezien dat er in mijn appartement een poster van Voorzitter Mao aan de muur hing. Begin jaren tachtig, in New Wave Antwerpen. Een Mao die we een strikje hadden omgedaan. Elio Di Rupo moest toen nog aan zijn politieke carrière beginnen. Mijn vriendin en ik, polymorf pervers als we waren, vonden het subversief om voor het portret van de Voorzitter – met een strikje om – naaktfoto’s te maken.  Zo’n maoïst was ik. En links? Links is een hol woord. Een hol woord door uitgeholde mensen gebruikt als scheldwoord, als veroordeling, als een eerste stap in de richting van hun stappenplan voor minder democratie. Ik ben niet links en niet rechts. Een enkeling, dat is wat ik ben. Een enkeling voortdurend op zoek naar een gemeenschap. Een gemeenschap, ja. (Zeg nu niet dat ik niet weet wat een gemeenschap is, dat ik in een ivoren toren verblijf en van die dingen.)

En positief ben ik evenmin. Psychologen zouden mij een negativist, een piekeraar, een hypochonder, een melancholicus noemen. Alleszins ben ik diep pessimistisch. Ik maak me veel zorgen over mezelf, maar ook over jou, en eigenlijk over iedereen die ik ken en zelfs over iedereen die ik niet ken. Hoe is het zover kunnen komen met de wereld, met de mensen, met de wereldgeest?

Maar weet je wat? Ik geloof nog steeds dat het tij kan keren. Jazeker. Er zijn altijd tekens, er zijn altijd opflakkeringen van het goede. Dat zie, voel, hoor ik elke dag. Zelf noem ik me helemaal niets, maar mocht jij me iets willen noemen mag dat een ‘optimistische pessimist’ zijn. Dat ben ik altijd geweest, denk ik. En optimistische pessimisten zijn mij het dierbaarst, al doe ik mijn uiterste best om zoveel mogelijk anderen niet alleen het licht in de ogen te gunnen, maar te aanvaarden en te begrijpen. Of dat voldoende is weet ik niet.

Ω

[Een genuanceerd antwoord op de vraag ‘Alles oké?’ zou zo kunnen luiden: nee, zeker niet. Althans met mij niet. Zolang het met jou niet goed gaat, gaat het met mij ook niet goed.]

GEDUCHT

le-redoutable-image-1.jpg

Vanmorgen luisterde ik naar ‘50’ van Michael Chapman, de mooiste plaat van het jaar. Hoewel ik me herinner dat ik nooit meer de adjectieven ‘mooiste’ en ‘beste’ zou gebruiken. Echter, jezelf tegenspreken kan geen kwaad.
Een paar weken geleden stapte ik na zijn optreden op Michael Chapman af. Een muzikant aanspreken doe ik maar zeer zelden, maar nu kon ik niet anders. Ik vroeg me echter meteen af wat ik hem dan wel te zeggen had. En is zoveel verdriet en zoveel pijn in de wereld en er zijn nog maar zo weinig dingen die er toe doen. Muziek biedt meestal troost, maar dat is een gemeenplaats.
‘I admire your albums since the early seventies’, zei ik.
Chapman keek me onderzoekend en nogal vrolijk aan – hij had rode wijn staan drinken –  en antwoordde: ‘Well, we all have our problems, haven’t we’.
Op weg naar huis dacht ik, humor is de grootste wijsheid.

De grote zaal in Cannes moest wegens bomalarm worden ontruimd. Dat gebeurde tijdens de vertoning van de film ‘Le redoutable’ van Michel Hazanavicius. Hij gaat over Jean-Luc Godard en Anne Wiazemsky en is gebaseerd op twee schitterende autobiografische werken van de actrice/schrijfster, ‘Une année studieuse’ en ‘Un an après’. Het tweede boek beschrijft onder meer de invloed van mei 1968 op het huwelijk van Godard en Wiazemsky. Godard was een van de regisseurs die het festival van Cannes in 1968 saboteerden. (François Truffaut, Jean-Luc Godard en Louis Malle verschansten zich in het Palais des Festivals in Cannes en vroegen de stakende massa: “Faut-il arrêter le festival?”. Het festival vond uiteindelijk plaats in een afgeslankte versie.) Zou het kunnen dat hij – of Anne Wiazemsky – nu een valse bommelding heeft gedaan? Gewoon voor het plezier of om, zoals wel vaker, dwars te liggen?
Overigens verwijst de titel van de film naar een uitspraak in ‘Une année studieuse’ die Godard en Wiazemsky als een soort van code gebruikten: ‘Ainsi va la vie à bord du Redoutable.’ Le Redoutable was de eerste nucleaire duikboot van het Franse leger.

MICHAEL CHAPMAN.jpg

 

TRISTESSE ANDERLECHTOISE

DSC_0224.JPG

“…aangezien elektrische stroom kostbaar is en een in zijn eigen autonomie ingesponnen mens het best zonder dat licht kan stellen, heb ik lange nachten.”
Hermann Broch, Huguenau of de zakelijkheid

Als ik vanuit mijn werkkamer naar buiten kijk zie links van me de bomen van het Astridpark en een stukje van het stadion van Anderlecht. Aan dat stadion heb ik me jarenlang geërgerd omdat het zoveel ruimte van het park in beslag neemt. Maar die ergernis is langzaam weggeëbd. Eerst is er berusting voor in de plaats gekomen, daarna heb ik mij stilzwijgend met de mastodont verzoend. Voor mij mag het hele Astridpark nu voetbalstadion worden. Dan kan ik er ooit misschien nog eens een keer naar U2 gaan kijken, of naar Lady Gaga.
Het stadion is zowat het enige wat in deze buurt nog enige aantrekkingskracht uitoefent. Ik heb nooit van voetbal gehouden – maar ik ben er ook niet tegen. Dat zou absurd zijn. Soms gebeurt het zelfs dat ik opga in een match. Dan voel ik mij een echte Belg, een Rode Duivel, of afhankelijk van waar ik mij bevind nog iets anders, vorig jaar in Parijs bijvoorbeeld was ik nog een Portugees. Als het stadion er niet zou zijn zou deze buurt helemaal doodbloeden.  Nu zijn er nog wat supporterscafés en als er een match is staan er kraampjes met frieten en Anderlecht-parafernalia. Voor de rest is er niets en zeker niets dat me uitnodigt tot een wandeling. Ik zou op zijn minst een uur per dag moeten wandelen, niet alleen voor het heil van mijn lichaam maar zeker ook voor dat van mijn geest. (Het is zelfs dom onderscheid te maken tussen die twee). Waar echter kan ik naartoe? Het Pajottenland is pittoresk, maar om daar te geraken moet ik langs drukke steenwegen lopen en dan nog eens de ziekmakende Ring oversteken. Al die razende monsters daar beneden, meestal met maar één inzittende. Een ding is zeker: mocht ik er ooit een eind aan maken zou het niet daar zijn. Het is er veel te afzichtelijk. Stel je voor dat er leven is na de dood en dat je je alleen maar je allerlaatste indrukken zou herinneren, tot in de eeuwigheid. Geen sprake van. Als ik ooit zelfmoord zou plegen zou het op een van de Bovenwindse Eilanden zijn. Ik vermoed namelijk dat het daar mooi is. Maar vrees niet: ik wil vooral leven. Gisteren hoorde ik nog een mooi liedje, ‘Live Til You Die’ van Emitt Rhodes. Die titel is mijn levensmotto. Ik kan dan wel somber en melancholisch zijn – en dat duurt nu al een zestal maanden – , ik kan ook tevreden zijn met kleine dingen. Ik moet deze kamer niet eens verlaten. Nu zie ik bijvoorbeeld de oranje en bruine dakpannen van het huis aan de overkant van de straat en de grijze duif op datzelfde dak, die daar rustig zit. Te wachten wilde ik schrijven. Maar ik denk niet dat ze wacht, ze zit alleen maar. Kijk, nu is ze weg. Waarom zou ik hier dan niet gewoon maar wat zitten, zonder meer. Ach ja, omdat mijn huisarts me aanraadt om een uur per dag te wandelen. En hij heeft natuurlijk gelijk. Soms zie ik op Instagram foto’s van mensen die wandelingen maken. ‘My daily walk’ staat er dan onder. Je ziet beelden van het mooiste dat de aarde te bieden heeft: bloemen, bomen, schilderachtige paadjes, zachtaardige dieren, een rivier… Wat ben ik dan jaloers. Als ik wil gaan wandelen in een betoverende omgeving moet ik eerst een kwartier naar de metro door fijn stof lopen. Dan op de metro stappen, hopend dat niemand zich opblaast, en vervolgens is het nog bijna een uur tot Hermann-Debroux, waar mijn gezonde wandeling eindelijk kan beginnen. Het is goed mogelijk dat de zon schijnt als ik hier buitenkom en dat het regent als ik in metrostation Hermann-Debroux boven de grond kom. Of dat ik onderweg ergens moet uitstappen omdat die hele Hermann-Debroux in rook is opgegaan. Ik vraag me altijd af naar wie dat station is genoemd. Waarschijnlijk naar een schepen of een voorzitter van iets. Een zakkenvuller, zoals de mensen zeggen. Waarom niet naar Hermann Hesse, of liever nog naar de geniale schrijver Hermann Broch? Wie nooit iets van hem gelezen heeft raad ik ten stelligste de slaapwandelaarstrilogie aan (bestaande uit ‘Pasenow of de romantiek’, ‘Esch of de anarchie’ en ‘Huguenau of de zakelijkheid).

Mijn oplossing is: af en toe een reis maken. Op de plaats van bestemming wandel ik dan ongeveer vijf uur per dag. Zo haal ik mijn schade in en zie ik ook de schoonheid van de grotere wereld. Dan hoef ik mij niet tevreden te stellen met een dakpan of met een boek van een van de vele Hermannen. Zeker is het nooit mijn ambitie geweest duivenmelker te worden. Mijn vader was duivenmelker. Kort voor zijn dood heeft hij al zijn duiven een voor een de strot omgewrongen.

DSC_0242.JPG

Foto’s: Martin Pulaski, Anderlecht, 2008

VOOR HET RAAM

Angela-Davis-.jpg

Zondagochtend. Ik luister naar ‘At My Window’ van Townes Van Zandt, een van de allermooiste liedjes die ik ken. De onmiskenbare stem van Townes en de viool van Mark O’Connor vervullen mij met een zeldzame warme melancholie. Ik kijk door het raam naar de koude straat, badend in het zonlicht. Boven de huizen en de bomen aan de overkant lijkt alles stil, zelfs de vogels in hun vertrouwde en toch altijd raadselachtige vlucht. Het is een goede stilte die ik hoor – tussen de noten en de woorden in het lied en daarbuiten boven de daken en de kale bomen. Het is goed als alles samenvalt, als je voelt dat het kleine ook het grote omvat.

Ik verander elke dag wat. Kleine danspassen, onzichtbaar, traag, zoals de bruine vlekjes op mijn vingers. Die veranderen ook, maar je ziet ze niet bewegen. Maar gelukkig niet zo snel als tulpen groeien, hoewel je daar evenmin beweging in ziet.

TownesVanZandt.jpg

De hele dag staat nog in het teken van de Women’s March van gisteren. Ook dat massaal protest, die vredevolle revolutie, maakt me blij – maar in dit geval zonder enige melancholische ondertoon. Een muzikaal voorbeeld van dat gevoel kan ik niet zo meteen vinden. Misschien ‘Ice Cream Man’ van Jonathan Richman? We kijken naar speeches van Ashley Judd, Madonna, Angela Davis en Robert de Niro. In weerwil van hun verscheidenheid – intens, zakelijk, intellectueel, krachtdadig – hoor ik hun stemmen samenvloeien, een koor van solidariteit ontstaan. Wat heb je aan dergelijke betogingen, schrijven sommige kranten, de eisen en verwachtingen lopen zo uiteen. Er is geen eenheid. Maar die eenheid hoor ik wel en die zit net in het verschil, in de meerstemmigheid. Zal de nieuwe president nu slecht slapen? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk herleidt hij dit wereldkoor tot een detail, tot wat dwaze vrouwenstreken.

ashley judd.jpg

Gerust ben ik er niet in. Trump is extreem narcistisch en narcisten met zoveel macht zijn gevaarlijk. Kijk maar naar Mussolini. Paus Franciscus maakte (tussen de regels) een vergelijking met Hitler. ‘Hitler heeft de macht niet gestolen. Hij werd verkozen door zijn volk en heeft dat volk daarna vernietigd’, benadrukte de paus. De mensen zeggen ‘laat ons een redder zoeken die ons onze identiteit kan teruggeven, en laat ons ons beschermen met een muur, met prikkeldraad, met eender wat, zodat de anderen onze identiteit niet kunnen afnemen. En dat is zeer erg.’
Trump heeft van leugens, bedrog en zelfbewieroking zijn handelsmerk gemaakt. De bespottelijke weelde van zijn toren, van zijn woningen, zijn kamers, zijn kleren, zijn hele hofhoudding. Hol en leeg en zinnenprikkelend zoals de inrichting en verlichting van casino’s. Wansmakelijk zoals reclame voor hamburgers en SUV’s. Zijn speech, “een eigenhandig geschreven filosofisch traktaat”, ontleende hij voor een deel aan de film ‘Avatar’, aan liedjes van Woody Guthrie, Bruce Springsteen, aan speeches van Bernie Sanders… Ik hoorde er zelfs Stalin in. Mocht ik gelovig zijn zou ik zweren: dit is de incarnatie van Satan. Alles aan hem en aan de gevaarlijke bende miljardairs met wie hij zich omringt is verachtelijk. Zullen we met hem moeten leren leven, zoals ik als kind heb leren leven met de atoombom, of zal het volk dat hem democratisch verkozen heeft hem vroegtijdig ten val brengen?
Ik weet dat ik romantisch en naïef ben, maar ik geloof dat de vrouwen ons geleidelijk aan zullen bevrijden, niet alleen van Trump maar van elke vorm van onrechtvaardigheid. Vrouwen en tedere mannen – zoals Townes van Zandt er een was, zoals Woody Guthrie, zoals Allen Ginsberg, zoals Jim Jarmusch. Alle vrouwen en alle mannen die zich geen rad voor de ogen laten draaien, dienstweigeraars, burgerlijk ongehoorzamen, gerevolteerden. Mensen zoals jij die dit leest.

we the people.jpg