CLARENCE WHITE EN ERIKSSON DELCROIX

ClarenceWhiteTuffStr.jpg

In het onvolprezen magazine Agenda (bij Brussel Deze Week) las ik in een interview met het ‘postcountryduo’ Eriksson Delcroix het volgende: “Met mijn vader speelde ik bluegrass, daarin vind je ook dat virtuoze, zoals bij de banjospeler Clarence White, maar op den duur deden we ook heel veel cajun.”
Muggenziften doe ik niet graag, maar soms kan ik het niet laten. Als je zoals Bjorn Eriksson in een country- en bluegrassband speelt zou je toch moeten weten dat Clarence White een gitaarspeler was, iemand die op zijn instrument een niveau haalde dat in populaire muziek bijzonder zeldzaam was en is. Vandaar dat hij door zijn tijdgenoten-muzikanten en door veel muziekliefhebbers zo bewonderd werd. Vandaar dat hij te horen is op ongeveer alle Americana-platen die er in laten jaren zestig, vroege jaren zeventig toe deden. En, niet onbelangrijk detail: Clarence White was gitarist van the Byrds van 1968 tot 1972, een periode waarin de groep uit Los Angeles een echte gitaarband werd. Wie ooit Clarence White en Roger McGuinn samen zag musiceren zal dat nooit maar dan ook nooit vergeten. Bovendien zijn er vijf studio-elpees die als bewijsmateriaal kunnen dienen. Rolling Stone-journalist David Fricke zei over de bijdrage van Clarence White aan the Byrds het volgende: “with his powerful, impeccable tone and melodic ingenuity, White did much to rebuild the creative reputation of The Byrds and define the road-hearty sound of the group at the turn of the ’70s”.

Het kan ook zijn dat interviewer Tom Zondervan niet goed naar zijn opname heeft geluisterd, maar dat zou al even jammer zijn. Een (muziek)journalist moet weten wat hij schrijft. Agenda heeft als magazine een uitstekende reputatie hoog te houden. Wat ik nu verwacht is dat Tom Zondervan en Bjorn Eriksson de volgende weken alle platen beluisteren waarop Clarence White zijn snaren laat sprankelen en klateren en zingen. Een mooie straf, toch?

Clarence White -The_Byrds_(1970).jpg

Foto’s: Boven: de jonge Clarence White; onder: the Byrds in 1970, Clarence White is tweede van rechts.

WAAROM IK SOMS LIEVER NIETS MEER SCHRIJF (1)

muddy waters and james cotton.jpg

Het zou me maar eens moeten overkomen dat ik het volgende zou beweren:
“Dat de blues ontstond bij Afrikaanse slaven in de Amerikaanse katoenplantages klopt ook niet helemaal. In feite waren het de blanke pioniers – Engelsen, Schotten en Ieren – die hun volkse en religieuze muziek meebrachten toen ze de plantages oprichtten in het zuiden van de States. Nadien hebben de Afrikaanse slaven daar hun eigen draai aan gegeven. Om maar te zeggen: het is allemaal één grote mix!”

Dat is een diepzinnige gedachte van Ronald Verhaegen, presentator van het radioprogramma ‘Sonar’, vorige week geopperd in het tijdschrift Humo. Er staat evenwel heel duidelijk ‘in feite’. Voor mij betekent ‘in feite’ dat het een feit is. De blues is er dank zij de blanke pioniers en slavenhandelaren, zegt de man. Er is inderdaad wel een verband tussen beide muziekvormen: het zijn muziekvormen. Er is ook een verband tussen de grotschilderingen in Lascaux en het werk van, om maar iemand te noemen, Picasso: het zijn ‘afbeeldingen’. En er is ook een verband tussen Shakespeare en mezelf: niemand weet wie wij in feite zijn.

Wat ik echter wil zeggen: het is heel goed mogelijk dat ik zelf soms ook zulke onzin neerschrijf, of me aan onzinnige replieken als hierboven bezondig. Daarom schrijf ik soms liever helemaal niets meer.

 

Foto: James Cotton en Muddy Waters

HET HYSTERISCH GEWAUWEL VAN MARTIN PULASKI

rambo

Een of andere onbelezen, onbehouwen macho nitwit heeft een aanval, niet op mij, Martin Pulaski, maar op hoochiekoochie ingezet. Het ezelsoor dat ten strijde trekt noemt zich een ‘geschoold militair’ – dat militair zou wel eens kunnen kloppen, aan zijn geschoold zijn heb ik zo mijn twijfels, maar daar kan de jongen niets aan doen – en denkt dat hij tot intelligente ‘fases’ in staat is. Hij noemt niet de schrijver, Martin Pulaski, maar ‘hoochiekoochie’ een ‘supreme (sic) hysterica’, terwijl hij het later in zijn woordenbrij (een groot deel van zijn vocabularium is geen Nederlands) over ‘de pure anale hystericus’ heeft. Het personage ‘hoochiekoochie’ is bijgevolg androgyn. Mooi zo.

De man is kennelijk geobsedeerd door hysterie, hij komt er in zijn korte woordgebraak meermaals op terug; zo heeft hij het ook ergens over ‘pure hysterische kutterij’. Wat uit bijna elk woord duidelijk wordt is dat onze soldaat een extreme vrouwenhater is. Wat hij nog het ergerlijkst schijnt te vinden aan hoochiekoochie is dat sommige ‘vrouwelijke’ vrouwen de blog graag zouden kunnen lezen. Hij gaat meteen van de veronderstelling uit dat de schrijver van hoochiekoochie daar heel bewust op uit is. De vrouwen die de teksten op hoochiekoochie (misschien) graag lezen, noemt hij ‘Misses Bean’ – ik hoop voor die dames dat hij er niets al te ergs mee bedoelt. Zelfs heb ik er geen flauw besef van wat een ‘Miss Bean’ is.

Ik kan natuurlijk niets bewijzen maar ik heb altijd alleen maar geschreven. In de eerste plaats voor mezelf, omdat ik een narcist ben, in de tweede plaats voor iedereen die me wil lezen, mannen, vrouwen, Chinezen, olifanten, samenstellers van encyclopedieën, noem maar op, omdat het me een fijn gevoel geeft als mijn teksten worden gelezen, om welke reden dan ook. Het is dus grappig dat een ‘geschoolde militair’ die mijn teksten als ‘pure hysterische kutterij’ beschouwt enige aandacht geeft aan mijn maar al te zwakke, nutteloze ‘lullerige woorden’. Alsof een generaal champagne schenkt in de groezelige drinkbeker van een naamloos soldaatje. Danke schön, Herr General!
Hoochiekoochie als een bewuste maar enigszins domme en volledig oppervlakkige strategie om de aandacht van vrouwen te krijgen?

Toevallig hoorde ik vandaag een song op de compilatie ‘The Complete Goldwax Singles, Volume 3 1967-1970’: ‘Stay Away From Brenda’. Waarom moet ik van Brenda wegblijven? Omdat zij wel eens mijn zus zou kunnen zijn. Misschien is het wat vergezocht, maar ik ben op mijn hoede. Telkens als een bewonderaarster van hoochiekoochie met mij contact opneemt ga ik alle antecedenten na: het zou wel eens een zus van me kunnen zijn. Mijn vader maakte wel eens slippertjes…

Maar dat is allemaal nog niet zo niet erg. De ‘geschoolde militair’ is van mening dat mijn ‘hysteriesch (sic) gewouwel (sic)’ van hetzelfde kaliber is als dat van Herman Brusselmans. Ik heb het niet over de vijf of zo spelfouten in twee woorden, maar over de vergelijking. Als er nou iemand in de letteren is waar ik me volkomen van distantieer is het wel deze veelschrijver. Ik heb in lang vervlogen tijden een tweetal boeken van Brusselmans gelezen en gedacht: dit is het niet. Maar benijd ik Brusselmans zijn succes, en zijn tienduizenden vrouwen? Verre van. Brusselmans doet waar hij zin in heeft. Maar vergelijk mijn teksten vooral niet met die van die herenboer van de Vlaamsche letteren. Ik heb er geen enkele affiniteit mee. (Vreemd dat ik dat hier nog eens duidelijk maak).

rimbaud

Erger nog is dat de ‘geschoolde militair’ mij het recht ontzegt om de term hoochiekoochie te gebruiken, omdat ik geen ‘echte man ben zoals John Le (sic) Hooker of Muddy Waters’. Ik ben inderdaad geen echte man, maar mag James Joyce, met wie ik me zeker niet wil vergelijken, de naam Ulysses dan ook niet gebruiken, omdat hij niet deelnam aan de Trojaanse oorlog? Overigens luister ik met overgave naar de muziek van Muddy sinds ik zelf als kleine jongen in modderig water zwom. Ik herinner me warme zomers, moerassen, door mijn vader gevangen paling, die nog kronkelde na gevild en in stukken te zijn gesneden. En zoals Muddy Waters heb ik altijd graag vrouwen gezien. Weet je wat: alles wat ik doe, zeg, schrijf is voor de vrouwen. Elk woord dat ik schrijf is voor de vrouwen. Maar de vrouwen zijn mensen zoals jij en ik. Bovendien ken ik heel wat vrouwen die mannen zijn en vice versa. They have a ticket to ride, and I don’t care!

Tenslotte wil ik benadrukken dat ik voor Lola schrijf, en voor Brenda en Brandon, en voor de weerwolven, die onder de volle maan onze straten veilig maken. Voor het gespuis, het crapuul, en de magere heiligen. Degenen die nooit verklaard zijn. Drie procent van wat ik schrijf is gestolen van James Carr, de rest komt uit oorlogsfilms en westerns, de rest komt uit de Bijbel en de taal van vissers, het bargoens van hoeren en soldaten. De rest uit toespraken van koningen en mislukte ministers. De rest fluisteren vetzakken en ‘personages’ in dagdromen en nachtmerries me in het oor. Voldoende?

rimboe

 

BOB DYLAN: A COMPLETE UNKNOWN

bob dylan,new jersey,uitstapje

Rock legend Bob Dylan was treated like a complete
unknown by police in a New Jersey shore community when
a resident called to report someone wandering around
the neighborhood.

Dylan was in Long Branch, about a two-hour drive south
of New York City, on July 23 as part of a tour with
Willie Nelson and John Mellencamp that was to play at
a baseball stadium in nearby Lakewood.

A 24-year-old police officer apparently was unaware of
who Dylan is and asked him for identification, Long
Branch business administrator Howard Woolley said
Friday.

“I don’t think she was familiar with his entire body
of work,” Woolley said.

The incident began at 5 p.m. when a resident said a
man was wandering around a low-income, predominantly
minority neighborhood several blocks from the
oceanfront looking at houses.

The police officer drove up to Dylan, who was wearing
a blue jacket, and asked him his name. According to
Woolley, the following exchange ensued:

“What is your name, sir?” the officer asked.

“Bob Dylan,” Dylan said.

“OK, what are you doing here?” the officer asked.

“I’m on tour,” the singer replied.

A second officer, also in his 20s, responded to assist
the first officer. He, too, apparently was unfamiliar
with Dylan, Woolley said.

The officers asked Dylan for identification. The singer
of such classics as “Like a Rolling Stone” and “Blowin’
in the Wind” said that he didn’t have any ID with him,
that he was just walking around looking at houses to
pass some time before that night’s show.

The officers asked Dylan, 68, to accompany them back to
the Ocean Place Resort and Spa, where the performers
were staying. Once there, tour staff vouched for Dylan.

The officers thanked him for his cooperation.

“He couldn’t have been any nicer to them,” Woolley
added.

By WAYNE PARRY Associated Press Writer

EEN UITZONDERLIJK LEVEN


Het is weer de tijd van de kalkoenen, de drie flessen wijn en een gratis, de duizenden reclamefolders vol overbodige technische snufjes, bijna gratis maar wat doe je er mee, Phil Spectors ‘A Christmas Gift For You’, de cd- en dvd-boxen, meestal dingen die je al hebt, maar desondanks koopt voor de mooie doos, en de drie extra-tracks, en de lijstjes, natuurlijk, de eeuwige lijstjes. De eeuwige lijstjes die maar een week of twee meegaan: beste boeken, beste films, beste dvd’s, beste cd’s, beste songs, mooiste vrouwen, minst vervuilende auto’s, beste momenten. In februari is iedereen die onzin weer allemaal vergeten, mede dank zij de massa’s drank tijdens de feesten en nieuwjaarsrecepties. (Tenzij, wat mij betreft, de mooiste vrouw.) Dan beginnen we aan nieuwe lijstjes, gaan we opnieuw sparen voor nieuwe overbodige technische snufjes (die nu nog moeten uitgevonden worden, maar het moet snel gaan, snel, snel).

Stop! Stop de tijd, drink een glas water. Maak een wandeling in het Zoniënwoud. Lees Don Quichot, Finnegans Wake of Ivanhoe. Leer koken. Hoe maak je goed stoofvlees? Echte kippensoep zoals grootmoeder ze bereidde? Of luister naar een trein, een vogel, het gieren van de wind. Open het raam bij volle maan. Wuif naar je geliefde. Zing een lied van Schubert of van de Zangeres Zonder Naam. Heb vertrouwen in de toekomst. Schud het cynisme, waar de media je mee vergiftigen, van je af, als een langharige hond in de zomer het water van de Zuid-Willemsvaart. Leef een uitzonderlijk leven. Word dik, vermager, dans elke dag. En vergeet vooral niet dat wij allemaal zullen sterven. Het leven is geen pretje. Het leven is een feest, als je hart sterft van het lachen of je ziel van het verdriet.

EISENSTEIN ZEG IK JE

Er kwam een auto, een auto kwam er aangereden,
Zichzelf op het spoor, op het spoor van witte karrenwielen
Van een oude boer, een oude, van zijn gereedschap moe,
Zoals de dichter zegt, zo moe, zo uitgeput, zo zonder ziel.

Verkocht in het koophuis van het Westen
Waar ook het pak van de bestuurder vandaan komt
In Gore-Tex, in zijn hoofd, voor de stoplichten,
Het einde van de wereld, Al Gore, gore seks en zielig

Zo alleen aan een postmodern stuur, een wiel op het spoor,
Stukken trein der traagheid nog in de cellen van weleer.
In beweging zitten wachten tot de motoren in beweging komen,
Ja, de aarde, de aarde mompelt hij. Er strompelt iets over de weg.

Eisenstein is het, hijzelf, hoe kan het, Eisenstein zelf.
Nee, nee, zeg ik je, niet Einstein, Eisenstein over de weg
Bijna zo dood als een pier, de weg op het spoor,
En maar monteren aan zijn tafel, op zijn stoel, zo stil.