LAATSTE PERZIK VAN DE ZOMER

P1010196

 

Ring ring ring (raspberry beret ringtone weerklinkt)…
Dita: Hallo, dag Marius, hoe gaat het?
Marius: Goed, goed, maar ik heb vervelend nieuws.
Dita: Ai…
Marius: Ik kan je morgen jammer genoeg niet zien. Ik kan onmogelijk naar Diest komen.
Dita: Je bent toch weer niet ziek?
Marius: Nee, eigenlijk niet. Maar ik heb hier nog een perzik liggen die ik moet opeten. Als ik dat nog een dag uitstel wordt die rot.
Dita: Dat begrijp ik. Een rotte perzik, stel je voor.
Marius: Ik dacht wel dat je het onvermijdelijke van deze situatie zou inzien.
Dita: Volgende keer beter.
Marius: Zeker, dit is mijn allerlaatste perzik.
Dita: De zomer is afgelopen.
Marius: Zo is het. Dag Dita.
Dita: Dag Marius.

Afbeelding: Martin Pulaski, Berlijn.

ZERO DE CONDUITE: RUNNING AND JUMPING

jumpin jack flash

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Genoeg geluierd, de zomer is voorbij. Tijd om in beweging te komen, te rennen, te springen, wat je maar wilt. Of gewoonweg dansen, dat mag ook. Met deze muziek op de voorgrond en zelfs op de achtergrond kom je gegarandeerd met je luie kont van de bank af. En van het dak, wie daar om zes uur nog op zit. Vanavond niets dan opgewekte songs en funky grooves uit India, San Francisco, New Orleans, Chicago, Oklahoma, Detroit, Londen, New York, Los Angeles, Belfast, Derry en Columbia in de staat Maryland. Geen depressieve jongens en meisjes vandaag, geen melancholische eenzame zielen. Maar hoe hebben we James Brown kunnen vergeten? Mysterie, maar voor de rest toch veel atmosphère.

Geniet ervan!

backstreets of desire

Jumpin’ Jack Flash – Ananda Shankar – What It Is! Funky Soul and Rare Grooves (1967-1977) – Mick Jagger & Keith Richards – 3:40

Run Paint Run Run – Captain Beefheart – Doc At The Radar Station – Don Van Vliet – 3:40

Jump Sturdy – Dr. John – Gris-Gris – Dr. John Creaux – 2:21

Jump City – Willy DeVille – Backstreets Of Desire – Willy DeVille – 5:01

Running Fast – The Meters – Fire On The Bayou – Arthur Art Neville/George Porter/Joseph Zig Modeliste/Leo Nocentelli – 1:25

Jump Back – Rufus Thomas – Jump Back With Rufus Thomas – Rufus Thomas – 2:21

Jump Sister Bessie – Otis Rush – I’m Satisfied. The 1956-1962 Cobra, Chess & Duke Sides – Willie Dixon – 2:35

Jump Me One More Time – John Lee Hooker – The Legendary Modern Recordings: 1948-1954 – Joe Josea – 2:32

Mamma Don’t Like Me Runnin’ Round – Big Joe Williams – Hand Me Down My Old Walking Stick – Big Joe Williams – 3:13

Jump Ted! – The Shufflers – The OKeh Rhythm & Blues Story 1949-1957  –  J. Burke – 2:26

Let’s Jump Tonight – Chuck Willis – Rockin’ With the Sheik of the Blues. The Okeh and Atlantic Recordings – Chuck Willis – 2:20

The Jumpin’ Bean – The Mystics – R&B Hipshakers Vol. 3 – Just A Little Bit Of The Jumpin’ Bean – The Shufflers – 2:44

bluejean bop

Jumps, Giggles & Shouts – Gene Vincent – Bluejean Bop! – Gen Vincent / Sherrif Tex Davis – 2:53

Let’s Jump The Broomstick – Brenda Lee – The Best Of Brenda Lee – Charles Robins – 2:36

Jump And Dance – The Carnabys – Maximum ’65 – Andy Andrews – 2:39

Nowhere To Run – Martha Reeves & The Vandellas – Dance Party! – Lamont Dozier/Brian Holland/Edward Holland Jr. – 2:58

I Wanna Jump – Ike & Tina Turner – The Minit Records Story – Ike Turner – 2:34

Keep On Running – The Spencer Davis Group – Eight Gigs A Week: The Steve Winwood Years – Jackie Edwards – 2:47

Run Run Run – The Who – A Quick One – Pete Townshend – 2:45

Run Run Run – The Velvet Underground – The Velvet Underground & Nico 45th Anniversary [ Deluxe Edition Vol.1] – Lou Reed – 4:22

Jumpin’ Jack Flash – The Rolling Stones – Forty Licks – Keith Richards/Mick Jagger – 3:43

Jump Into The Fire – Harry Nilsson – Nilsson Schmilsson – Harry Nilsson – 3:34

Jump Street – Boz Scaggs – Silk Degrees – D. Paich/B. Scaggs – 5:13

Come Running – Van Morrison – Moondance [2013 Remastered] – George Ivan “Van” Morrison – 2:31

Nowhere To Run – J.J. Cale – Naturally – J. J. Cale – 2:28

jane b 1

She Comes Running – Lee Hazlewood – Love And Other Crimes – Lee Hazlewood – 2:17

You Should Have Seen Me Running – New Riders Of The Purple Sage – The Adventures Of Panama Red – John Dawson – 3:02

Up Around The Bend – Creedence Clearwater Revival – Cosmo’s Factory – John Fogerty – 2:41

Run Through The Jungle – The Gun Club – Miami – John Fogerty – 4:09

Jump Boys – The Undertones – An Anthology – John O’Neill – 2:42

Run Away With You – Los Lobos – This Time – Hidalgo/Pérez – 3:06

Jump They Say – David Bowie – Black Tie White Noise – David Bowie – 4:23

No More Runnin – Animal Collective – Merriweather Post Pavilion – Animal Collective – 4:23

Run Charlie Run – The Temptations – All Directions – Foreman/C.M. King – 3:02

Runnin’ Away – Sly & The Family Stone – There’s A Riot Going On – S. Stewart – 2:57

Jump! – Van Dyke Parks – Jump! –  Van Dyke Parks – 2:03

Bone Jump – Brian Eno With John Hopkins & Leo Abrahams – Small Craft On A Milk Sea – Brian Eno – 2:22

Carnival Jump – Sandy Bull – Demolition Derby – Sandy Bull – 9:01

Jump Up – Elvis Costello – My Aim Is True – Elvis Costello – 2:09

Run Devil Run – Jenny Lewis & The Watson Twins – Rabbit Fur Coat – Jenny Lewis  – 1:09

On The Run – Link Wray – Mordicai Jones – Link Wray/Yvonne Verrocca – 5:46

ike and tina 3

Research, samenstelling en presentatie: Martin Pulaski

VOORSMAAKJE

Je zou je af kunnen vragen wat morgen het thema van Zéro de conduite wordt? Krijgen we een dertigtal liedjes over  vreemde vogels, ballet, Antwerps surrealisme, herfstmode, Franse actrices, de kleur rood, tepels, de lange omvaart, verbeeldingskracht, de kritiek van de zuivere rede, ambachten, de brexit? Of toch weer iets dat helemaal voor de hand ligt?

david lynch dnofts 2

jane b 2
Afbeeldingen: Jane Birkin; David Lynch

VERMOEIDE STRIJDERS

 

enfant secret 2

Enkele dagen geleden zag  ik L’enfant secret van Philippe Garrel, een autobiografische film uit 1979 met Anne Wiazemsky, Henri de Maublanc, Elli Medeiros en Bambou. De soundtrack is van Faton Cahen, bekend of niet bekend van de Franse progressieve-rockband Magma. In L’enfant secret vertelt Garrel een liefdesverhaal gebaseerd op zijn relatie met de zangeres Nico. De titel verwijst naar het zoontje van Nico, Ari, dat door zijn vader, Alain Delon, nooit werd erkend.
Met Philippe Garrels filmstijl ben ik vertrouwd. Ik houd van zijn zwartwit, zijn lange stiltes, zijn trage camerabewegingen, zijn schaarse maar veelzeggende dialogen, zijn herhalingen. Zoals in al zijn films doen ook in L’enfant secret de acteurs en actrices aan underacting. Geen duidelijk zichtbare emoties bij de personages, wat niet belet dat je als toeschouwer toch met ze meevoelt. De film heeft vooral door zijn ritme en het vele donker een hypnose-effect. Je raakt bedwelmd: de kleine wereld die je op het scherm ziet en hoort wordt jouw eigen kleine wereld.

Het is mogelijk dat niet iedereen intimistische films als die van Philippe Garrel zo beleeft. Sommigen zullen zich ergeren aan de tegendraadsheid en de traagheid. Toen ik er gisteravond in het sprookjesachtige Warandepark met op de achtergrond de exotische muziek van de Feeërieën nog eens over nadacht besefte ik dat ik zelf ook in zo’n kleine wereld heb geleefd, en dat – in mindere mate – nog steeds doe. Een andere omgeving, een andere stijl, dat zeker, maar er zijn nogal wat overeenkomsten met die van de donkere setting waar Garrel ons mee naartoe neemt.
Aan het einde van de jaren zeventig en zeker in de jaren tachtig leefde ik net zo geïsoleerd, net zo opgesloten in mezelf en in de zelfgekozen microkosmos van verwante zielen. In zoverre we dat zelf al kunnen kiezen. Het was de nasleep van de tegencultuur. We waren vermoeide strijders die nooit hadden gestreden maar wel de oorlog verloren.
De muziek waar ik van hield hoorde je weinig op de radio (tenzij in het onvolprezen programma Domino, leerschool van heel wat muziekminnaars). Mijn favoriete films, die van Terrence Malick, Yasujiro Ozu, Shohei Imamura, de jonge Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Jacques Rivette en die van oude meesters als Friedrich Wilhelm Murnau, Jean Epstein en Robert Bresson, zag je alleen in cinefiele filmhuizen zoals Cartoon’s en Monty in Antwerpen en in het Brusselse Filmmuseum. Ik las geen bestsellers, geen boeken van bekende Nederlandse schrijvers (en van onbekende ook maar heel weinig). Wel ging mijn liefde naar romantische auteurs: Shelley, Keats en Kleist (die ik tot de romantici rekende). Ik had een grote bewondering voor Hölderlin en voor Antonin Artaud. Ik geloof dat ik maar één Nederlandse dichter las, H. H. ter Balkt alias Habakuk II de Balker, die ik als een Captain Beefheart van de Lage Landen beschouw(de). Mogelijk ben ik enkele dichters vergeten. Maar hoe het ook zij: ik verachtte het literaire wereldje van toen. Dat van de salons en boekenbeurzen en de praatprogramma’s (het bestaan waarvan ik pas in 1984, na aanschaf van een televisietoestel, ontdekte). Ik las geen kranten. Hoewel ik enkele kunstenaars als goede vrienden beschouwde interesseerde hedendaagse kunst me weinig. Ik liftte naar Firenze, Rome, Venetië en Padua om er de grote meesters uit de renaissance te bestuderen. De mooiste herinneringen heb ik aan een kort verblijf in Tübingen, en dan vooral aan mijn bezoek aan de toren waar Hölderlin de laatste zevenendertig jaar van zijn leven sleet. Hoewel de toren die er in 1979 stond niet meer de originele was, voelde ik er toch de aanwezigheid van de grote tragische dichter. Door een raam zag ik de Neckar stromen, dezelfde en toch niet dezelfde rivier die Hölderlin zo vaak zoveel troost had geschonken. Ja, grotendeels leefde ik in de negentiende eeuw en voor de rest in het boek The Romantic Agony [1] van Mario Praz, een tijdlang mijn literair-esthetische bijbel. Mijn kijk op de renaissance was negentiende-eeuws, de manier waarop ik naar muziek luisterde was dat vermoedelijk ook.
Op een dag echter gingen misdaadromans in mijn lezend leven ook een grote rol spelen . Hoe ik daartoe gekomen ben weet ik niet goed meer. Mogelijk kwam het door mijn vele gesprekken met mijn vriend Jos. Mogelijk raakte ik eraan verslingerd nadat ik de film Hammett van Wim Wenders had gezien. Voortaan vond ik het heerlijk om de hard-boiled romans van Dashiell Hammett, Raymond Chandler, Ross McDonald en vooral James Cain te lezen; een ware verrukking als ik een kater had. Wat later kwamen Sjöwall en Wahlöö het groepje misdaadverzinners vervoegen. Die had Jos mij aangeraden, dat weet ik wel zeker. In het begin aarzelde ik nog wat, onder meer omdat die twee schrijvers, een echtpaar, zulke rare namen hadden en ook wel omdat het zo’n lelijke Zwarte Beertjes waren. Maar zodra ik er één gelezen had volgde de rest.

Van alles wat ik hier heb opgesomd komt er zo goed als niets ter sprake in L’enfant secret. En toch, en toch is er die geestelijke verwantschap met Philippe Garrel – en met andere vergelijkbare kunstenaars. Ik denk dat gevoelens van afzondering, eenzaamheid en melancholie daar de grondtonen van zijn. Net als Philippe Garrel leefde ik in die tijd in een milieu waarin waanzin, psychiatrische instellingen, zelfmoord, amfetamine en morfine schering en inslag waren in de levens van sommige van mijn vrienden, de meest tragische van de vermoeide strijders tegen de toen heersende cultuur. Noem mijn generatie niet de generatie van vrijheid-blijheid. Als er al zoiets bestaat als mijn generatie. De deelgeneratie waar ik toe behoor zou je een nieuwe verloren generatie kunnen noemen, vergelijkbaar met die uit de jaren dertig, die van F. Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway en Ezra Pound. De meesten van ons waren beautiful losers. Maar ik ben een overlever, ook al verafschuw ik die uitdrukking en ook al voel ik me nog steeds nergens thuis.

1978-1980-AURORA 15 DROMEN 001_editedb

[1] Lezers die in die dagen geen Italiaans kenden moesten hun toevlucht zoeken tot de Engelse vertaling van wat oorspronkelijk ‘La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica’. Het boek werd later in het Nederlands vertaald als ‘Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek’.

Afbeeldingen: Anne Wiazemsky en Henri de Maublanc in L’enfant secret; schrijver dezes en Agnes (toen Senga) omstreeks 1979.

NAAR HET DONKERE LAND

1978-1980-AURORA 7 001b_edited2

Voor Neil Casal en Luc Deleu

Je had je ranke handen vol goud en de dood zat op je schouders.
Wil je voor ik ga nog iets van me kopen, vroeg je.
Je mandoline misschien, zei ik.
We keken elkaar nog even aan, je glimlach in een andere richting.
Hoe ontoereikend mijn laatste woorden, dacht ik.
Daarop keerde je me de rug toe en vertrok naar het donkere land.

Afbeelding: Luc Deleu, midden op de foto. Omstreeks 1980.

IN DE ARMEN VAN DE RIJKE AARDE

kinderjaren 2 001 (5)_edited

Een ervaring is voor jou alleen maar echt als je ze in woorden hebt uitgedrukt. De ervaring moet op een wit blad of op een scherm bewezen worden. Als dat niet lukt ben je ongelukkig. Het lijkt er dan op dat je niet leeft, niet hebt geleefd. Maar als je schrijft leef je niet, dan schrijf je.

Er kunnen weken, zelfs maanden voorbij gaan zonder te schrijven. Wat hebben al die woorden nog voor zin? Elk argument is goed om de woorden uit de weg te gaan. Alleen al denken aan een zin, en dan ook nog eens aan een paragraaf, maakt je moe, geeft je goesting om weer te gaan liggen. Je wordt er moedeloos van. Je wordt moedeloos van het niet-schrijven dat niet-leven is, en je wordt moedeloos van het schrijven dat eveneens niet-leven is.

Je zou willen verdwijnen in het moment, in het daaropvolgende moment, in elk ogenblik van de tijd. Jezelf worden in wat je omringt en omvat. Zonder meer. Zonder woorden, zinnen, paragrafen. Zonder doelstellingen, ambities, zonder hunkering, zonder behoefte aan bijval. Het aaneenrijgen van woorden is altijd een vraag om liefde. Wat zou je graag door het leven gaan zonder naar liefde te verlangen. Is het mogelijk alleen maar liefde te geven? Is het mogelijk zonder liefde te krijgen en zonder liefde te geven te leven?

De bomen staan nu zo in de belangstelling. Je hebt kort na je begin vier jaar lang tussen de bomen geleefd. Je hebt er god gevonden en ook weer verloren. Je kende de namen van de bomen. Je was een gevangene van de bomen. Nog steeds ruik je hun geur, alle schakeringen ervan. De geuren die elk seizoen anders waren ruik je nog. Hoewel de bomen je gevangen hielden riepen ze dromen en verlangens bij je op. De bomen maakten je gelukkig. Ze waren de taal van de aarde, maar dat besefte je toen nog niet. Was er nog een andere, bedachte taal nodig? De bloemen in de lente waren gedichten. Als je terug zou keren naar de bomen, naar de bloemen in het bos, zou je wellicht gelukkig zijn. Weg van de woorden, weg van de vergezochte taal met al haar noodlottige stijlmiddelen. Voor altijd tussen de bomen. In de armen van de rijke aarde.

Afbeelding: Marina B. in de bossen van Rekem, omstreeks 1962

HAMBURGSE BEELDEN

In juni reisde ik per trein naar Hamburg en van daar naar Kopenhagen. Hoewel ik nog zwak was van een lange ziekte beleefde ik er mooie en intense momenten. Het heeft weinig zin die hier op te sommen. Tijdens de reis had ik te weinig energie om wat dan ook te noteren en om de hoogtepunten nu vanuit het geheugen te gaan reconstrueren, dat is niets voor mij. Ik zou zeer waarschijnlijk in clichés vervallen. Daarom liever een reeks foto’s.

IMG_20190618_163219

IMG_20190618_175727IMG_20190619_113500 franz radziwillIMG_20190620_215038

IMG_20190621_183813

Afbeeldingen: in Speicherstadt; aan de Elbe; een schilderij van Franz Radziwill; restaurant Fischerhaus; een café in Sankt-Pauli (heel wat rustiger dan in Der goldene Handschuh.)