GUN CLUB EN WOVEN HAND

gunclubmiami2

Op de achtergrond David Eugene Edwards en Woven Hand. Troost voor de eenzame vent verloren gelopen op de Vlaamse kermis. Ik spits mijn oren voor de stem van een man die kennelijk definitief aan het gewauwel is ontsnapt. Iemand die de tragedie van het bestaan en de onverbiddelijkheid van het lot heeft aanvaard maar toch niet gaat liggen in de sneeuw. Een geestesgenoot van de betreurde Jeffrey Lee Pierce, aanvoerder en bezieler van the Gun Club, wellicht de beste rockband in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Een aanrader is hun tweede album Miami, onlangs heruitgebracht. Luister toch eens naar Mother Of Earth: het is een klacht, een gebed, maar de zanger weet dat het allemaal geen zin heeft, want natuurlijk is er geen god, zoals Hölderlin, en na hem Nietzsche, al zei. Jeffrey Lee Pierce, bijna negen jaar geleden gestorven (31 maart 1996). De Vlaamse kermis vervult mij met afgrijzen. Wat willen al die leeuwtjes toch bereiken. Eigenlijk zijn het haantjes maar dat beseffen ze niet eens. Je wordt er zo moedeloos van. Brussel, Halle, Vilvoorde, jongens toch, lees eens een boek of ga naar de cinema. La chair de l’orchidée, als ik jullie een film mag aanraden, van Patrice Chéreau. (Aan die man zou het Blok nooit subsidies geven, ze zouden hem nog eerder beroven!) Of eens lekker neuken, daar is ook niets mis mee. Maar stop met het geleuter over splitsen en barsten. Stop al jullie energie liever in België, maak daar een mooi land van. Ruim al de rotzooi op. Vriendelijke mensen hebben we nodig, bezieling, verlangen, amour fou. En af en toe the blues, het maakt niet uit in welke taal, het mag zelfs die van Themroc zijn. Het land behoort aan iedereen. Woody Guthrie had gelijk.

Foto: Agnes Anquinet

ONGEWOON VERTREK

vertrek

Dit zijn mijn eerste notities op Hoochiekoochie. Heb ik iets mee te delen? Over het gevecht met duivel van de verveling. Over kopen om aan die Lucifer te ontsnappen. Vandaag gedichten van Pindaros (de uitverkorene van mijn uitverkoren Hölderlin, dat zit wel goed); nog meer gedichten, van Coleridge en Oscar Wilde; Het seksuele leven van Cathérine M. Dat laatste zal ik waarschijnlijk niet lezen. Ik heb er al fragmenten van gehoord in een voorstelling van Needcompany: No comment. Een onvergetelijke ervaring, om dat te horen en te zien, maar het heeft geen zin gegeven om het boek te lezen. Waarom koop ik het dan? Omdat ik niet goed wijs ben, zeker? Boeken zijn trouwens geen cent meer waard. Ik ben het bij De Slegte gaan vragen. Zelfs voor vijfhonderd boeken komen ze niet meer bij je thuis, vooral niet als het om romans en verhalenbundels gaat. Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier.

Gisteren ben ik op zoek geweest naar de oude tijd, dit keer in de muziek. Dat gebeurt wel vaker. Robert Nighthawk, een nogal gespleten bluesman, Earth Opera (met Peter Rowan, Richard Greene en David Grisman) en de eerste elpee van the Allman Brothers Band, uitgebracht in september 1969. Op die dag begon voor ons luisteraars de southern rock. Van Dreams heb ik altijd kippenvel gekregen, gisteravond is gebleken dat dat nog altijd het geval is.  Het nummer roept steevast herinneringen op aan een wandeling in het Zoniënwoud met mijn oude vriend E.. We hebben een kleine cassettespeler bij en opeens weerklinkt dat bijna dreigende en toch dromerige jazzy orgel en even later de machtige stem van Gregg Allman: “Just one more mornin’ / I had to wake up with the blues / Pulled myself outta bed, yeah / Put on my walkin’ shoes, / Went up on the mountain,: / To see what I could see, / The whole world was fallin’, / right down in front of me. Kippenvel en tranen van ontroering.

Toch leef ik niet voortdurend in het verleden, gelukkig maar. Een paar weken geleden zag ik Rilo Kiley en Bright Eyes in de Botanique (hoewel een paar weken geleden: dat is ook al verleden). Ook die twee bands hebben mij behoorlijk van m’n stuk gebracht, vanwege hun lyrische kracht en hun authenticiteit. En Jenny Lewis is natuurlijk een heel mooi meisje.

Foto: François Brouns