WALLY TAX EN HET VERDRIET

wally tax

Ik heb jarenlang een dagboek bijgehouden. Voor wie schreef ik al die dingen neer? Het antwoord op die vraag ken ik nog altijd niet. Wat ik wel weet is dat ik me tot iemand richtte, tot een denkbeeldige lezer, tot een onbekende maar verwante ziel. Mag ik hierbij opmerken dat ik het woord ‘ziel’ niet in een christelijke betekenis gebruik? I’m a soul man. Maar toch… Leken die ontboezemingen ook niet een beetje op in stilte bidden? Lag het noteren in die mooie ingebonden cahiers wellicht in verlengde van de persoonlijke gebeden uit mijn kinderjaren? Tot mijn dertiende ben ik namelijk gelovig geweest en, zoals talloze jongens in België, zelfs misdienaar. Het in ‘vrije verzen’ bidden tot god gaf me een gevoel van verlossing; de gebeden in het Latijn zullen veeleer een esthetische ervaring geweest zijn. Voor een kleine jongen die de grote wereld nog niet heeft ontdekt is een mis in het Latijn iets groots, een sterk en geheimzinnig ritueel. Die dagboeken staan nu netjes op een rij in een grote kast. Zeer waarschijnlijk zal niemand ze ooit lezen, of ik zou ze zelf moeten openslaan. Misschien vind ik er wel inspiratie in voor een verhaal of voor een stukje dat ik dan kwijt kan op deze openbare plek. Proza dat niet in een la terechtkomt om daar betekenisloos te liggen vergaan. En zo kom ik tot de vraag die ik van in het begin al wilde stellen: wie leest wat hier staat? Komen hier verwante zielen op bezoek? Zijn er ook toevallige bezoekers die zich ergeren aan mijn hypochondrie en mijn heldenverering? Aan mijn sentimentaliteit, mijn liefde voor americana, mijn atheïsme, mijn namenfetisjisme, mijn vrouwengekte, mijn religiositeit, mijn onvolwassenheid en onverantwoordelijkheid. Zijn er anderen die mij bewonderen om mijn rock & roll-hart, om mijn kleine cinema, om mijn litanieën, om mijn verbazing, mijn twijfels en mijn bewondering? Om mijn kleine literatuur (om een uitdrukking van Gilles Deleuze en Félix Guattari te gebruiken) en vermolmde grammatica? Of komen deze woorden rechtstreeks uit het hart in de grote leegte terecht en is het hun echo die ik hoor als ik – vooral ’s nachts net voor het slapen gaan – geluiden waarneem die ik niet kan thuisbrengen?

Gisteren wilde ik mijn verdriet bij de dood van Wladimir Tax delen met jou. Maar ben je er wel? Heb je mijn verdriet gevoeld? Heb je een cd of lp van the Outsiders opgelegd en meegezongen met Teach Me To Forget You en Touch? Liepen er tranen over je wangen? Zat je met troebele ogen voor de televisie te zoeken naar een waardig In Memoriam? Want dat had deze grote man toch wel verdiend, hij die tijdens zijn leven zo weinig erkenning heeft gekregen. Tenzij lang geleden, toen we allen jong waren, in Amsterdam, in Maastricht, in Hasselt, toen we paarse broeken droegen en bananenschillen rookten en op the Outsiders kickten en gilden als jonge meisjes. Maar wat waren nu weer precies: meiskes of jongens? Lang geleden, toen onze gebeden werden beantwoord door Bob Dylan, the Shangri Las, the Lovin Spoonful, the Rolling Stones, the Ronettes, the Who en ja, door Wally Tax en zijn Outsiders.

TEACH ME TO FORGET YOU, WALLY TAX

wally tax love in

Nederland was zo al geen bezoek meer waard en nu Wally Tax overleden is mag dat land van de kaart worden geveegd (ik maak een uitzondering voor Bergen en Schoorl, echte dichtersoorden). The Outsiders waren in het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw de ruigste en beste beatgroep van Nederland, en na the Rolling Stones en the Who, van de hele wereld. Wally Tax was hun charismatische zanger en mondharmonicaspeler.Als hij zong kreeg je meteen kippenvel. Dat is niet zomaar een gratuite bewering: ik heb het echt meegemaakt in de Teeny Club in Hasselt, omstreeks 1967. The Outsiders speelden loeihard, en produceerden zeer hoge tonen. Een week later in het Koninklijk Atheneum in Tongeren hoorde ik Ron Splinters gitaarsolo’s nog altijd nafluiten in mijn oren. Eigenlijk hoor ik dat geluid nog steeds een beetje. Maar wat ik vandaag vooral hoor is die soulvolle, tegelijk dreigende en strelende stem van Wladimir Tax. De man was ongeveer vijftig procent romanticus en vijftig procent punk. De muziek die hij schreef (samen met Ron Splinter) was emotionele, tedere en boze rock &roll. Hoe vaak heb ik niet geluisterd naar Afraid Of the Dark, Teach Me To Forget You, The Filthy Rich, Touch en natuurlijk Lying All the Time. Ik heb die platen ook niet van de hand gedaan of op zolder gelegd: ze horen bij mijn wereld. Net zoals de romans van Remco Campert, de essays van Simon Vinkenoog (die over the Outsiders heeft gepubliceerd in het boek Vogelvrij) en de platenbesprekingen van Jan Donkers – allemaal Grote Nederlandse Helden – blijken de liedjes van Wally Tax en Ron Splinter bouwstenen voor mijn bestaan te zijn geweest. “You taught me how to love you / Now better teach me how to live without you.” Het leven heeft weer wat minder zin in mij. Zo blijf ik nu zonder woorden achter tot iemand ze weer tot leven wekt. Jij?

JUDAS, PAUS JOHANNES PAULUS II EN SAUL BELLOW

Door al het gedoe in verband met de dood van die verduivelde paus zou je nog gelovig worden. Er wordt over niets anders meer geschreven. De televisie zet ik in ieder geval niet aan: dat is al Johannes Paulus II wat de klok slaat, als er tenminste geen wielerwedstrijden of voetbalmatchen gaande zijn. Voor de rest schijnt er niets meer te gebeuren. Ondanks al die drukte om niets heb ik toch kunnen lezen dat Saul Bellow overleden is. Niet meteen de beste schrijver die ik ooit heb gelezen, maar toch zeker iemand die boven de middelmaat uitsteekt. Humboldt’s Gift zal ik nooit vergeten, onder meer omdat het over Delmore Schwartz gaat (in het boek heet de dichter Von Humboldt Fleisher), en over de dood natuurlijk. Delmore Schwartz’s werk leerde ik dan weer kennen via de hoes van de eerste LP van the Velvet Underground. Het nummer The European Son was opgedragen aan de dichter. Later las ik dat Lou Reed veel had geleerd van Schwartz.

Behalve over de paus is er ook veel te doen over het Judas Evangelie. Vorige week toen ik in de file stond aan de kassa van de Delhaize begon een wildvreemde man die achter mij stond erover. En vandaag las ik zelfs fragmenten van dat Evangelie in de Standaard. Die gnostische tekst spreekt me wel aan. De bijbelse god is eigenlijk slecht en Judas is goed omdat hij Jezus heeft verraden. Als Judas Jezus niet had verraden was de heiland nooit de heiland geworden, want niet aan het kruis gestorven. En dan bevonden zich op dit ogenblik geen miljoenen pelgrims, verblinde uilen eigenlijk, in Rome. Wat vind je trouwens van dit fragment: “Zie op mij neer en hoor mij aan, omdat ik in het lege eenzame land ben” ? Ik hoor er meteen de stem van Bobby Bland bij, vooral als hij zingt “I know how it feels to be a stranger in this unfriendly land” (uit Lead Me On). Ik kon me daar altijd heel goed in herkennen, en nu blijkt dat Judas zich daar ook heel goed in zou kunnen herkennen, als hij nog zou leven. Maar hij is natuurlijk dood. Deze middag, op weg om de neurotische honger te stillen met een aantal muzikale schijfjes, zag ik arbeiders de straat betegelen. Het was lang geleden dat ik er nog bij had stilgestaan hoe belangrijk deze mensen zijn. Zonder hen zouden er geen straten zijn; zonder dergelijke echt werkende mensen zou er bijna niets zijn. Wat betekenen wij dan, wij die geen arbeiders zijn, wij die soms denken dat we veel inzicht hebben en onmisbaar zijn omdat we denken dat we veel weten of omdat we wat woorden aan elkaar kunnen rijgen? Helaas moet ik deze diepgravende overwegingen onderbreken omdat ik me klaar moet maken voor een belangrijk gesprek. Daar buiten wacht iemand op mij, aan wie ik mijn zorgen en mijn angsten kan vertellen. En daarna zien we wel weer.

MEISKES EN JONGENS

Arne Sierens en Alize Zandwijk hebben me niet teleurgesteld. Ik heb genoten van Meiskes en Jongens. Gelachen heb ik en ik ben ook wel geschrokken van die liefdeloze wereld en dat onderhuids geweld. Ik ben ook geschrokken van Katelijne Damen als jong meiske. Jongen toch, hoe speelt ze het klaar. Ze is kennelijk ook zeer bedreven in het tot scherven herleiden van (waarschijnlijk) dure serviezen. Haar zou ik niet op een feestje durven vragen, zeker niet samen met een kolonel. Niet dat ik ooit een kolonel zou uitnodigen, zeker niet een met een snor. Wat is dat toch met die snorren? Op een gegeven moment hadden alle Beatles snorren. Kijk maar eens naar de hoes van Sergeant Peppers. Maar ik wijk af. Zonder dat ik het doorheb zit ik al bijna in Hongarije. Trouwens, ik bezit niet eens een duur servies… Wat ik hier neerschrijf betekent natuurlijk niet echt veel voor de lezer die Meiskes en jongens niet heeft gezien. Ik wou alleen maar zeggen dat ik nogal opgetogen en gelouterd de KVS heb verlaten. Met dank aan de auteurs en de acteurs. En aan de buschauffeur die me zo snel naar huis voerde. Voor het slapengaan lees ik dan nog wat in Edward Bunkers Hoe word ik misdadiger, een verbluffende autobiografie. En dan gezellig de nacht weer in met Marina Yeah Yeah, omdat het kind een naam moet hebben. In die donkere landschappen van de blues zwoeg ik en zwijg ik tussen de andere benevelde agrariërs.

DIEFSTAL EN RELIGIE

supermarkt,diefstal,slechte mensen,kassa,hope sandoval,religie

Er valt weinig te zeggen. De mensen in je omgeving stellen je teleur. Waarschijnlijk stel jij hen ook teleur. De verschillen tussen jou en hen zijn zo klein dat we elkaars dubbelgangers zouden kunnen zijn. Zolang we niet in de spiegel kijken of elkaar niet horen zingen. Een paar dagen geleden had ik nog eens een paniekaanval; even dacht ik te zullen sterven. Maar een half uurtje later werd ik weer rustig en wist ik dat ik mij veel te druk had gemaakt om zeer kleine dingen. Terwijl er al een god is die zich daarover ontfermt. ’s Avonds ging ik boodschappen doen in de Delhaize. Terwijl ik naar geschikte wijn liep te zoeken – Pinot Noir uit de Elzas – besefte ik dat er toch nog iets anders aan de hand was. Je hebt van die momenten waarop de wereld plots onheilspellend wordt, zonder dat daar een bepaalde reden voor is. Wat later werden mijn vlees, brood en paddenstoelen gestolen. Ik had het plastieken zakje met daarin een deel van mijn aankopen aan de kassa laten liggen. Niet langer dan een minuut. Het kassameisje – een veel te mooi woord voor de onbeschofte sloerie – trok de schouders op en keek me beschuldigend aan. Het was haar verantwoordelijkheid niet dat ik mijn boodschappen onbewaakt achterliet. Je moet het maar durven, scheen ze te willen zeggen. Vervolgens schrapte ze me uit haar bewustzijn. Ik bestond niet langer. De vraag is of ik eigenlijk wel besta. Weet jij het, mijn dubbelganger? Maar ook al besta ik misschien niet, ik laat me door de kleine mensen niet meer van mijn stuk brengen. Ook zonder te bestaan beteken ik veel en geef ik veel betekenis. (Ook aan minuscule dingen, die mijn aandacht niet verdienen.) De kleine, slechte mensen mogen mijn vlees, mijn brood en mijn paddenstoelen hebben. Ik heb jou, aan wie ik dit vertel, en ik heb de troost van de eenzaamheid en af en toe een “mensch” die in mijn woning binnenkomt. En als al die metafysica niet helpt, leg ik een plaatje op van Hope Sandoval, of ga ik naar de cinema, of naar het theater, zoals vanavond naar de onvolprezen KVS waar Arne Sierens me ongetwijfeld zal weten te boeien en vermaken. Hij zal mijn vlees, mijn brood en mijn paddenstoelen niet stelen. Religie geeft hij mij, maar van een soort die geen enkele god en geen enkele paus me kan geven. Nu ga ik de regen in, jou tegemoet, mijn legende.

ADOLESCENTIE IN LIMBURG

tinke

Eergisteren vertelde ik Laura nog een paar dingen over mijn adolescentie in Limburg. Er waren, zoals bij Marcel Proust, twee kanten : de kant van Hasselt (mijn vrienden Jan en Luc) en de kant van Neerharen (mijn vrienden Valère, Jean-Pierre, Martin, Jean en mijn vriendinnen Anita, Linda en Sylvia). Die twee werelden liet ik niet met elkaar in aanraking komen. Er is veel te vertellen over die periode, het midden van de jaren ’60. Je had de lokroep van de ‘misdaad’ – meer bepaald spionage – ontstaan uit fantasieën over James Bond met zijn Lüger en zijn goudgelakte vriendinnetjes. In Eisden Cité toonden wat oudere, gevaarlijkere jongens mij hun fonkelende knipmessen. Zelf had ik een luchtkarabijn en een luchtpistool, waarmee ik soms wel eens op vogels en zelfs op kippen schoot. Die kakelden dan alleen maar even en dan zochten ze weer verder naar iets eetbaars in de ondankbare aarde. Gaia bestond toen natuurlijk nog niet. Dan waren er ook de verlokkingen van de Congo Bar en de Paddock waar je gin fizz en zelfs pure Gordon’s Gin kon drinken. Ik was altijd de leider van de groep in Neerharen. Maar leiders worden verraden, dat moet je erbij nemen, ook al ben je Napoleon Solo II. En toen kwam 1967: flower power en een nieuwe wending in het leven van talloze jongeren. Weegaloze jaren braken aan. Mijn achttiende verjaardag. De twee kanten kwamen voor het eerst samen: Luc, Henri, Jan, Anita en nog een ander meisje (haar naam voor altijd weg, nee, die staat wellicht in een dagboek uit die tijd). De meisjes uit Neerharen waren welkom op mijn feestje, de jongens kwamen uit Hasselt. Doctor John the Nighttripper, zoals hij toen nog heette. Die voodoo had nog nooit iemand gehoord. En niemand maar dan ook echt niemand kende White Light White Heat. Hoe dat in 1968 klonk, dat kon je aan geen mens vertellen. It’s like telling a stranger about rock and roll. Daar dansten we dan op: Doctor John, the Velvet Underground… En op Vincebus Eruptum van Blue Cheer. De vader van Anita was rijkswachter, geloof ik, of toch politieagent, Anita zelf een fan van Engelbert Humperdinck. En waarom ook niet. Op Anita’s zus Linda, een onderwijzeres, was ik verliefd, maar zij had al een verloofde. Slechts één avond heeft ze mij gegund, meer niet. Waarom maar één avond en geen twee of helemaal geen, las ik ergens. Je bent natuurlijk nooit origineel in deze tijden van walging en afgrijzen. Wist je al dat de paus dood is?

Op 7 juni vind je mij in het Koninklijk Circus, bij Mercury Rev. Er is nog niet veel veranderd. Vorige zaterdag luisterden we in Antwerpen naar liedjes van the Mamas en the Papas en the Searchers en dansten we in Gent op Jackie DeShannon en Big Star. De bruid danst nog steeds rock & roll of struikelt, blind van dronkenschap, en valt in een ondiepe put. De taxichauffeur wacht stoïcijns, of is het onverschillig, tot het stof is weggewaaid. Over de vreemde gebeurtenissen van gisteren vertel ik morgen of later, veel later. Je moet de dingen doseren. De weinig slaap die je is gegund moet je als was het een vrouw of een grote teddybeer knuffelen tot je ervan in slaap valt!

Foto: Tinke (Martin) en ik in Neerharen.

HEIMWEE NAAR ANTWERPEN

Mooi is de Schelde met de Mamas en de Papas. Boys and Girls Together. Een gelukkige verjaardag voor Koperke. En de volgende keer weer wat filosofie. Antwerpen is een fantastische stad. Hier enkele uren aanwezig zijn is een groot genot. De zon boven de rivier. Leve! Leve!

Maar straks de terugkeer in ballingschap, omringd door onverschillige en vaak gevaarlijke mensen. In the streets where everyone walks.

MR. NATURAL

Met naïeve heldenverering is niet echt iets mis. Maar het gaat wel meestal over mensen die iets hebben willen bewijzen, die iets hebben willen veranderen, die iets nieuws hebben willen maken, die iets hebben willen toevoegen aan de wereld. Terwijl de wereld laten zijn misschien het allerhoogste is. De mens die niets verwezenlijkt, niets verandert, niets toevoegt aan de wereld is dan de grootste held. Dat doet me denken aan Mr Natural van Robert Crumb. Die blijft rustig zitten toekijken terwijl rondom hem steden worden gebouwd en weer vergaan tot woestijn. Mr Natural kent het geheim van de stoïcijnse ataraxie, wat christenmensen waarschijnlijk interpreteren als rust van de ziel.

HELDEN EN HYPOCHONDERS

België is een goed land voor hypochonders. Hier is altijd wel iets wat je ziek maakt of je het gevoel geeft dat je ziek bent of binnenkort ziek zal worden. Gisteren hoorde ik dat we binnenskamers voortdurend formaldehyde, een kankerverwekkende stof, inademen en vandaag las ik in de krant dat de lucht buitensporig vervuild is. Ik had al net zo goed mijnwerker kunnen worden… Van mijnwerkers gesproken: ik heb een paar dagen geleden beslist dat Working Class Hero – in de originele versie van John Lennon – op mijn begrafenis ten gehore zal worden gebracht. Ik ben bezig aan een nieuwe lijst begrafenisliedjes… Dat is een lastige onderneming. Er is zoveel keuze. De requiems kan ik natuurlijk al elimineren, want die liggen te zeer voor de hand (ook al is het requiem van Berlioz zeer opwindend). Het is overigens de tijd van de helden: de media zijn koortsachtig op zoek naar grote Belgen, waarschijnlijk omdat er geen grote Belgen meer zijn of niemand nog durft zeggen dat hij of zij een Belg is. Ik ben alleszins een echte Belg, maar dan wel een kleine. (Tenzij na middernacht, onder invloed van voldoende wijn, of soms ook wel overdag en nuchter, maar dan in het diepst van mijn gedachten). Er is een tijd geweest dat er geen helden meer waren; het was in ieder geval niet cool en niet politiek correct om aan heldenverering te doen. Zelfs Thomas Carlyle werd om die reden fascisme – avant la lettre – aangewreven. Alleen met kunstenaars en filmsterren mocht nog gedweept worden, maar ook dat deden alleen naïeve mensen. No more heroes anymore, zoals the Stranglers al zongen. Ik heb me daar nooit om bekommerd. Voor mij zijn er altijd helden geweest, grote historische figuren, lichtende voorbeelden, kunstenaars, filosofen, schrijvers, songschrijvers… Van Alexandre Dumas, Edgar Allen Poe en Elvis Presley in mijn kinderjaren via Jean Eustache, Virginia Woolf en Friedrich Nietzsche in mijn studententijd tot Paul Auster en Gillian Welch in deze prachtige tijd waarin we nu leven. En honderden anderen natuurlijk. Lijstjes volgen later. Lijstjes maken, een mooie obsessie.

STEMMEN, ACTRICES EN ZANGERESSEN

Eindelijk nog eens genoten van een Franse film: Le goût des autres van Agnès Jaoui. Een subliem moment is de scène waarin Castella (Jean-Pierre Bacri) geraakt wordt door de ziel van het theater en tegelijk ook in vuur en vlam schiet voor de actrice Claire (Anne Alvaro). De ‘goede smaak’ wint het voor een keer van de onverschilligheid en de botte zakelijkheid. Ik denk dat het de stem van Claire is die zulke verstrekkende gevolgen heeft, de stem van Bérénice, de stem van Anne Alvaro. Deze film getuigt van veel liefde voor het theater; hij geeft je alvast zin om de werken van Racine te (her)lezen en indien mogelijk te gaan zien. Ik herinner me dat ik een tweetal jaar geleden nog zeer genoten heb van de Andromache-voorstelling van Paul Peyskens in de Bottelarij (KVS). Ik dacht toen dat ik me erg zou moeten inspannen om zo’n klassiek stuk te kunnen appreciëren, maar dat bleek helemaal niet het geval te zijn. Tragische heldinnen liggen mij wel. Eigenlijk heb ik een zwak voor zowat alle actrices en zangeressen kunnen voor mij ook niet veel verkeerd doen. De voorbij dagen heb ik nog geboeid zitten luisteren naar Uh Huh Her van PJ Harvey. Ook zij heeft iets van een tragische heldin, ook al is ze dan een 50 ft. Queenie.Voor dronken nachten word ik te oud, ook al heffen wij het glas (de tientallen glazen) op de verjaardag van een radicale breuk in onze persoonlijke geschiedenis en vieren wij ineens ook de mooiste dag van het jaar. De ellendige nasleep van zo’n feest duurt ettelijke dagen. Misschien is de tijd aangebroken van soberheid, van abstinentie, van water en eenvoudig brood. Misschien… Maar terwijl ik dit schrijf hoor ik al de belletjes rinkelen van het carpe diem. Zal ik dan toch in de voetsporen van Fernando Pessoa moeten gaan? Dat getuigt dan wel van weinig persoonlijkheid, van weinig karakter. Ja, ik weet het, ik bijt in mijn eigen staart, ik ben een oeroboeros… Voilà, zo is het weer goed geweest.

DE GEEST VAN ROCK & ROLL

marina

Tequila als medicijn tegen nostalgie en afgrijzen. De dagen na 1956, na Hongarije, na de wereldhonger van de twee verbeten broeders. Het groene loof en de dennen lachten hem toe toen hij met zijn jonge bruid de paden plat trad. Maar het sprookje bevatte ook een beproeving: verbanning in een oneindig woud. Lang voor het midden van het leven vond hij al geen uitweg. Mission Impossible. Kuifje in de hel, tussen de vijanden in nonnenkleren, die hem nog het liefst van al dood hadden geknuppeld.Een wildernis, nog zonder beschaving. Tenzij die van de zoetere huid van de jonge vrouwen voor wie hij danste als een bosgod. Je had zijn grimassen moeten zien, zijn rubberen gewrichten. Allemaal voor de witgejurkte bosmeisjes. Zij vonden hun orgasme uit tijdens zijn ontdekking van de rock & roll. Graag hadden ze hem in hun bed genomen. Maar er waren hindernissen, heilige en schijnheilige normen. Was hij niet veel te jong?

Overigens droomde hij zelf van een andere, zuivere liefde voor een meisje even ongeschonden als hij. Zo bestonden er volgens hem twee, de ene een Griekse, de andere half Hongaars. Veronica S en Henriëtte P. Was hij een vriend van de vreemden? Ja. Het kon ook niet anders. Hij was zelf een vreemde.Hij dacht, laten we maar eens écriture automatique proberen. Zoals in de naïeve tijd na 1956. Maar hij denk teveel na. Keer terug in de tijd… De tijd dat hij gekweld en gelukkig was. Een heilige die de wereld van goud zou maken, dacht hij. Hoe? Dat zou hij onderweg wel zien. Mission Impossible. Voorlopig was er toch al het lichaam, zacht en hard als koorts. Vrouwen werden zwanger en bevielen…

Niet dat alles gesmeerd liep. Ze waren geen machines, liepen niet op wieltjes. Voorlopig waren er boeken. Hendrik Conscience, Dostojewski, Tolstoj, Alexandre Dumas. Voorlopig was er rock & roll. Wat hij rock & roll noemde. Elvis Presley. Het verdriet van Connie Francis en het wild genot van Wanda Jackson. Fats Domino met zijn platte kop en New Orleans funk. The Land Of 1000 Dances. Little Richard’s oerschreeuw. De geboorte van de soul en meteen ook van de zwarte country in de stem van Ray Charles. Alles moest nog beginnen: weelderige angsten, tulpensnijdend lachen.

Weet je wat je bent? Een benevelde agrariër. Armand zei dat, en hij had gelijk. En alles wat je zegt ben je zelf. Uit rock & roll geboren. Was dat Nietzsche, die dat zei?

 

DAGEN ZONDER ZORGEN

Slapeloze nachten en dagen zonder dromen. Boeken blijven toe, poriën gesloten. Je vraagt me iets nieuws te schrijven, maar er is niets nieuws. Alleen maar klachten, zoals je ziet. Ik denk dat het beter is de dingen op hun beloop te laten; het water in de rivieren stroomt zo ook wel naar de zee. We kunnen er wel eens in zwemmen of pissen of vissen, maar veel meer is niet mogelijk. Je kunt natuurlijk net zo goed een wijsje fluiten als zwijgen of een blues aanheffen in plaats van over maagkwalen en muffe slaapkamers te zaniken. Dat kan allemaal, maar ook dat zal geen renaissance veroorzaken. Sommige mensen zijn voor kleine nachtmuziekjes geboren, anderen, zoals Matthew Barney, waar S. en ik het deze middag over hadden, voor schetterende trompetten en paukenslagen. De ene mens houdt het bij schaarste, de andere plooit zich naar overvloed.

Deze morgen hoorde ik Ray Davies nog eens zingen:You worry ‘bout yourself /What’s the use of worrying now you’re almost grown / You worry ‘bout your own / What’s the use of worrying ‘cause you’ll die alone / Times will be hard, rain will fall / And you’ll feel mighty lowBut the world keeps going round / The world keeps going round / You just can’t stop it / The world keeps going round (uit: The World Keeps Going Round). Troostende woorden zijn dat, uit de mond van een eenvoudige Britse jongeman.

FREUD EN DE MARTELAERE

Het is een mooie lentedag. Je zou kunnen gaan denken dat alles is zoals het hoort te zijn. Je hebt niet echts iets te melden, maar je voelt dat er iets smeult. Je bent niet echt tevreden en zeker ben je niet gelukkig. In cafés zoek je vreemden op om hen niets te melden en ook hier op deze vreemde plaats heb je niets te melden, tenzij misschien via een omweg, met de betekenisvolle woorden van anderen.

Bij Freud lees ik: “Ik herinnerde mij indertijd in de kliniek van Charcot te hebben gezien en gehoord dat bij personen met hysterisch mutisme het schrijven plaatsvervangend optrad voor het spreken. Zij schreven vlotter, sneller en beter dan anderen en dan voordien. Hetzelfde was bij Dora het geval geweest. Tijdens de eerste dagen van haar afonie was haar ‘het schrijven altijd bijzonder gemakkelijk afgegaan’. Deze eigenaardigheid vereist als uitdrukking van een fysiologische substituutfunctie, die door de behoefte wordt gecreëerd, eigenlijk geen psychologische verklaring; het was evenwel opmerkelijk dat een dergelijke verklaring toch gemakkelijk kon worden gevonden. (…) Het was dus mogelijk Dora’s afonie op de volgende wijze symbolisch te duiden: wanneer de man van wie zij hield afwezig was, zag zij van het spreken af; het had zijn waarde verloren omdat zij niet met hem kon spreken. Daarentegen kreeg het schrijven betekenis als het enige middel om met de afwezige in contact te komen.” Uit: “Ziektegeschiedenissen 2, Fragment van een analyse van een geval van hysterie.” (pagina 61 ev.)

Freud heeft het wat verder over de bedoeling van het ziek worden. Bijvoorbeeld een kind dat ziek wordt om de liefde van zijn ouders te krijgen, een vrouw omdat haar man te weinig naar haar omkijkt en geen geld aan haar wil uitgeven. Het klinkt eigenlijk toch allemaal geloofwaardig.

Bij Patricia De Martelaere, over de narcistische objectkeuze, de objectkeuze op grond van affiniteit met het ik. Voor Freud is het van doorslaggevend belang “omdat het, gezien de genetische prioriteit van het narcisme onvermijdelijk meespeelt in elke (ook niet narcistische, in enge zin) objectkeuze. Bovendien is ook het voor het psychisch welbevinden van de mens zo belangrijke zelfgevoel wezenlijk afhankelijk van de narcistische libido. En Freud merkte het al op: de libidobezetting van een object (het beminnen, om het wat mooier te zeggen) verhoogt het zelfgevoel niet, integendeel, de afhankelijkheid van het liefdesobject werkt bepaald vernederend voor het ik; uit een buitengewoon grote libidinale objectbezetting volgt een even buitengewone ikverarming. Wat betekent dit? Het betekent dat het ik – het narcistische ik dat we allemaal zijn – eigenlijk liever niet zou beminnen, nooit, omdat het dan in zijn zelfgenoegzaamheid wordt bedreigd en een stuk van zichzelf verliest. Maar blijkbaar is er geen ontkomen aan: we hebben objecten nodig, we moeten beminnen, ondanks onszelf. De enige mogelijkheid om althans een relatieve toestand van zelfgenoegzaamheid te herstellen (…) bestaat erin ons zo snel mogelijk door het beminde object terug te doen beminnen, en liefst in dezelfde mate als we zelf beminnen, zodat we precies evenveel van het object terugkrijgen als we erin verliezen (…). Bemind worden, wat een geruststellende zaligheid – zonder de kwellingen en onzekerheden van het beminnen erbij.” (Een verlangen naar ontroostbaarheid, pag. 86-87. )”De melancholicus is deze desperate verliefde, de minnaar die maar één keer wil beminnen en die dus, zelfs in het fortuinlijke, maar hoogst onwaarschijnlijke geval van een exclusieve wederliefde, wel compleet verlamd moet worden door de gedachte aan het mogelijke verlies van zijn object. Door de radicaliteit van zijn investering loopt hij immers het risico op een even radicaal zelfverlies, zodat hij niet anders kan dan het beminde object met al zijn kracht haten, al was het alleen nog maar omdat het zou kunnen weggaan.” (pag. 89)

DE MELANCHOLIE VAN LILIUM

Het sluimerende bewustzijn bij het begin van de lente is iets om te koesteren. Die dierlijke loomheid waarbij het verlangen naar het hart van de wereld toch al op de loer ligt. Je zal geen revolutie ontketenen, maar voor de rest is alles mogelijk. De film Sideways heeft je enigszins verzoend met je mislukkingen en heeft je heel veel zin gegeven om naar Californië te reizen en er wijn te gaan drinken. Cool jazz, zonneschijn, vriendelijke mensen en zinnenstrelende wijngaarden. Nu nog een rijbewijs halen.Ik heb de voorbije dagen met bijzonder veel genoegen geluisterd naar Short Stories van Lilium (het project van Pascal Humbert en Jean-Yves Tola uit 16 Horsepower). Zeker het nummer Sorry met gastzangers Tom Barman en Kal Cahoone klinkt aangrijpend. Tijdloze melancholie en grenzeloze begeerte op muziek gezet. Ja, woorden schieten altijd tekort als je iets over muziek wil uitdrukken.

WILHELM REICH VERNIETIGT HET KARAKTER

reich_artist_01

De eerste echte lentedag. Maar voorlopig toch een dag die weinig om het lijf heeft. Een zieke vriend met wie ik het bureau deel, met als gevolg veel geklaag, ook van mijn kant, want als hypochonder ben ik daar zeer bedreven in. Ooit was ik een wandelende encyclopedie van huidziekten. Die zijn nu al lang allemaal verdwenen, op miraculeuze wijze zou je bijna denken, want ik heb er niets tegen gedaan. Nu heeft de vijand zich geconcentreerd op mijn darmen: irritable bowel syndrome, noemt hij zich nu al een hele tijd. In deze gedaante bestrijd ik mijn vijand wel, maar nog altijd zonder resultaat. Het is een pijnlijke zaak en zeker niet prettig als je graag lekker eet en drinkt. Gisteren ben ik, door wanhoop gedreven, bij de acupuncturist geweest, in de hoop dat de naalden soelaas zullen bieden. Als dat niet werkt zal ik moeten berusten. Het is allemaal de schuld van de economie. Als we het niet druk druk druk hebben bestaan we niet voor de anderen. Die levenswijze wordt ons opgedrongen door de spektakelmaatschappij, het ‘empire’ zo je wil. Wij moeten produceren en consumeren. Dat is onze enige rol en velen onder ons denken daarin de zin van hun bestaan te kunnen vinden. Geloof het maar. We zullen pas de zin van ons bestaan vinden als we ons aan het spektakel onttrekken, het ons opgedrongen masker (of karakter) vernietigen (Wilhelm Reich) en onze identiteit heropbouwen als een nieuwe stad van liefde en vriendschap. Waar wachten we op? De toekomst lacht ons toe: het is de eerste lentedag.

FILMS DIE JE MAG GEZIEN HEBBEN

LA MAMAIN ET LA PUTAIN / JEAN EUSTACHE
FIVE EASY PIECES / BOB RAFELSON
DAYS OF HEAVEN / TERENCE MALICK
WANDA / BARBARA LODEN
BRING ME THE HEAD OF ALFREDO GARCIA / SAM PECKINPAH
THE SHOOTING / MONTE HELLMAN
CHARME DISCRET DE LA BOURGEOISIE / BUNUEL
THE SEARCHERS / JOHN FORD
HET RIJK DER ZINNEN / NAGISA OSHIMA
HEAVEN’S GATE / MICHAEL CIMINO
TIREZ SUR LE PIANISTE / FRANCOIS TRUFFAUT
NORTH BY NORTHWEST / ALFRED HITCHCOCK
VERTIGO / ALFRED HITCHCOCK
CUL DE SAC / ROMAN POLANSKI
M / FRITZ LANG
L’AVVENTURA / MICHELANGELO ANTONIONI
BLOW UP / MICHELANGELO ANTONIONI
BAD TIMING / NICHOLAS ROEG
JACKIE BROWN / QUENTIN TARANTINO
MEAN STREETS / MARTIN SCORSESE
SUNRISE / FRIEDRICH WILHELM MURNAU
LA DOLCE VITA / FREDERICO FELLINI
STRANGER THAN PARADISE / JIM JARMUSCH
ANDREJ RUBLEV / ANDREJ TARKOVSKI
L’ATALANTE / JEAN VIGO
TO BE OR NOT TO BE / ERNST LUBITSCH
DINNER AT EIGHT / GEORGE CUKOR
THE FORTUNE COOKIE / BILLY WILDER
SATURDAY NIGHT AND MORNING / KAREL REISZ
LES ENFANTS DU PARADIS / MARCEL CARNE
LOST HIGHWAY / DAVID LYNCH
POINT BLANK / JOHN BOORMAN
SINGING IN THE RAIN / STANLEY DONEN & GENE KELLY
CELINE ET JULIE VONT EN BATEAU / JACQUES RIVETTE
NIGHT OF THE LIVING DEAD / GEORGE ROMERO
OSSESSIONE / LUCHINO VISCONTI
I WALKED WITH A ZOMBIE / JACQUES TOURNEUR
ASCENSEUR POUR L’ECHAFAUD / LOUIS MALLE
NIGHT OF THE IGUANA / JOHN HUSTON
HUD / MARTIN RITT
NOSFERATU / GW MURNAU
VAMPYR / CT DREYER
OUT OF THE PAST / JACQUES TOURNEUR
TONI / JEAN RENOIR
RED SHOES / MICHAEL POWELL
LE SALAIRE DE LA PEUR / HG CLOUZOT
DU RIFIFI CHEZ LES HOMMES / JULES DASSIN
THE KILLING OF A CHINESE BOOKIE / JOHN CASAVETES
L’ANNEE DERNIERE A MARIENBAD / ALAIN RESNAIS
DILLINGER E MORTO / MARCO FERRERI
MEMENTO / CHRISTOPHER NOLAN
POSSESSION / ANDRZEJ ZULAWSKI
PERFORMANCE / DONALD CAMMEL
BUFFALO 66 / VINCENT GALLO
THE BIG HEAT / FRITZ LANG
IT’S A WONDERFUL LIFE /FRANK CAPRA
INVASION OF THE BODY SNATCHERS / DON SIEGEL
LONE STAR / JOHN SAYLES
I WANT / YOU MICHAEL WINTERBOTTOM
SUE / AMOS KOLLEK
LOST IN TRANSLATION / SOPHIA COPPOLA
1900 / BERNARDO BERTOLUCCI
SWIMMING POOL / FRANCOIS OZON
DIE EHE DER MARIA BRAUN / RAINER WERNER FASSBINDER
DER HIMMEL UBER BERLIN / WIM WENDERS
JOHNNY GUITAR / NICHOLAS RAY
TWO LANE BLACKTOP / MONTE HELLMAN
THE LAST PICTURE SHOW / PETER BOGDANOVICH
DER HIMMER UBER BERLIN / WIM WENDERS

FAMILY LIFE

family life - ken loach 4

Vorige zaterdag zag ik op televisie Family Life van Ken Loach. Ik was vergeten hoeveel indruk die film destijds (1971) op mij had gemaakt. Samen met de boeken van Ronald Laing, David Cooper, Gilles Deleuze) en Félix Guattari heeft Ken Loach mijn manier van leven en denken veranderd. Ik heb in die periode begrepen dat het gezin vaak een rampzalige invloed had op de kinderen, dat waanzin, schizofrenie (of wat men zo noemde), enzovoort, vaak het gevolg was van familiale omstandigheden, met name van de double bind (wat in Family Life uitstekend wordt aangegeven in de relatie moeder-dochter). De double bind-theorie is afkomstig van Gregory Bateson. Het gaat eigenlijk over paradoxale communicatie. De ouders geven een bepaalde boodschap aan hun kind, maar tegelijk beletten ze het om wat gevraagd wordt ook uit te voeren. Als het kind doet wat de ouders vragen, doet het iets verkeerd. Doet het dat niet dan doet het ook iets verkeerd. Het gevolg is dat het niets meer doet en apathisch wordt. Ronald Laing en David Cooper zijn inmiddels dood en vergeten, de anti-psychiatrie wordt afgedaan als een kortstondige trend die geen blijvende invloed heeft gehad en Ken Loach maakt saaie ‘realistisch’ films. That’s life?

family life - ken loach

DONDERSLAGEN BIJ BEWOLKTE HEMEL

1. Als puntje bij paaltje komt ben ik eigenlijk weg. Een lastig parket. (Uitleg na de ijstijd. Als je dan nog bereid bent om onzin te lezen).

2. Op artistiek vlak ben ik een soort van nihilist geworden. Filosofisch ben ik nog altijd op zoek naar een zin. Dat ik er geen vind zal wel invloed hebben op dat artistieke nihilisme. Hoe kun je er een schrijven als je er geen vindt?

3. Goede zinnen vind ik alleen nog bij Musil en Proust. Maar je moet er je tijd voor nemen. Een lange treinreis bijvoorbeeld. Een jaar op de kale berg.

4. Een paar jaar geleden hadden we een literair tijdschrift, getiteld Brutaal. Een vriend van me stelde voor om opnieuw iets gelijkaardigs te gaan doen. Maar dat kan niet. Don’t look back, is de titel van een film van D.A. Pennebaker over Bob Dylan (en een citaat uit een van z’n songs). Dan liever een ander tijdschrift. Rumhoer of zo (humolezers zullen dat waarderen).

5. We kennen het klappen van de zweep.

6. De mensen zijn geen wolven, Los Lobos daargelaten.

7. Weg met de metaforen (en mijn beide oren). Ha! Ha!

8. Alle macht aan de weerzin.

9. Vanavond sardientjes uit blik.

 

GUN CLUB EN WOVEN HAND

gunclubmiami2

Op de achtergrond David Eugene Edwards en Woven Hand. Troost voor de eenzame vent verloren gelopen op de Vlaamse kermis. Ik spits mijn oren voor de stem van een man die kennelijk definitief aan het gewauwel is ontsnapt. Iemand die de tragedie van het bestaan en de onverbiddelijkheid van het lot heeft aanvaard maar toch niet gaat liggen in de sneeuw. Een geestesgenoot van de betreurde Jeffrey Lee Pierce, aanvoerder en bezieler van the Gun Club, wellicht de beste rockband in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Een aanrader is hun tweede album Miami, onlangs heruitgebracht. Luister toch eens naar Mother Of Earth: het is een klacht, een gebed, maar de zanger weet dat het allemaal geen zin heeft, want natuurlijk is er geen god, zoals Hölderlin, en na hem Nietzsche, al zei. Jeffrey Lee Pierce, bijna negen jaar geleden gestorven (31 maart 1996). De Vlaamse kermis vervult mij met afgrijzen. Wat willen al die leeuwtjes toch bereiken. Eigenlijk zijn het haantjes maar dat beseffen ze niet eens. Je wordt er zo moedeloos van. Brussel, Halle, Vilvoorde, jongens toch, lees eens een boek of ga naar de cinema. La chair de l’orchidée, als ik jullie een film mag aanraden, van Patrice Chéreau. (Aan die man zou het Blok nooit subsidies geven, ze zouden hem nog eerder beroven!) Of eens lekker neuken, daar is ook niets mis mee. Maar stop met het geleuter over splitsen en barsten. Stop al jullie energie liever in België, maak daar een mooi land van. Ruim al de rotzooi op. Vriendelijke mensen hebben we nodig, bezieling, verlangen, amour fou. En af en toe the blues, het maakt niet uit in welke taal, het mag zelfs die van Themroc zijn. Het land behoort aan iedereen. Woody Guthrie had gelijk.

Foto: Agnes Anquinet

ONGEWOON VERTREK

vertrek

Dit zijn mijn eerste notities op Hoochiekoochie. Heb ik iets mee te delen? Over het gevecht met duivel van de verveling. Over kopen om aan die Lucifer te ontsnappen. Vandaag gedichten van Pindaros (de uitverkorene van mijn uitverkoren Hölderlin, dat zit wel goed); nog meer gedichten, van Coleridge en Oscar Wilde; Het seksuele leven van Cathérine M. Dat laatste zal ik waarschijnlijk niet lezen. Ik heb er al fragmenten van gehoord in een voorstelling van Needcompany: No comment. Een onvergetelijke ervaring, om dat te horen en te zien, maar het heeft geen zin gegeven om het boek te lezen. Waarom koop ik het dan? Omdat ik niet goed wijs ben, zeker? Boeken zijn trouwens geen cent meer waard. Ik ben het bij De Slegte gaan vragen. Zelfs voor vijfhonderd boeken komen ze niet meer bij je thuis, vooral niet als het om romans en verhalenbundels gaat. Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier.

Gisteren ben ik op zoek geweest naar de oude tijd, dit keer in de muziek. Dat gebeurt wel vaker. Robert Nighthawk, een nogal gespleten bluesman, Earth Opera (met Peter Rowan, Richard Greene en David Grisman) en de eerste elpee van the Allman Brothers Band, uitgebracht in september 1969. Op die dag begon voor ons luisteraars de southern rock. Van Dreams heb ik altijd kippenvel gekregen, gisteravond is gebleken dat dat nog altijd het geval is.  Het nummer roept steevast herinneringen op aan een wandeling in het Zoniënwoud met mijn oude vriend E.. We hebben een kleine cassettespeler bij en opeens weerklinkt dat bijna dreigende en toch dromerige jazzy orgel en even later de machtige stem van Gregg Allman: “Just one more mornin’ / I had to wake up with the blues / Pulled myself outta bed, yeah / Put on my walkin’ shoes, / Went up on the mountain,: / To see what I could see, / The whole world was fallin’, / right down in front of me. Kippenvel en tranen van ontroering.

Toch leef ik niet voortdurend in het verleden, gelukkig maar. Een paar weken geleden zag ik Rilo Kiley en Bright Eyes in de Botanique (hoewel een paar weken geleden: dat is ook al verleden). Ook die twee bands hebben mij behoorlijk van m’n stuk gebracht, vanwege hun lyrische kracht en hun authenticiteit. En Jenny Lewis is natuurlijk een heel mooi meisje.

Foto: François Brouns