HOOFDKWARTIER ZURENBORG

[Nachten aan de Kant 42]

Van 1977 tot 1980 woonden we in een pand in de Dolfijnstraat in de wijk Zurenborg in Antwerpen. Een fijne buurt met een mooi plein, de Dageraadplaats, een naam die me nauw aan het hart lag omdat ik het ochtendrood (Aurora) nooit méér gekoesterd heb dan in die dagen. Dat hield zeker verband met filosofie en poëzie, maar niet minder met de nachten, die mij toen zo dierbaar waren. Je weet hoe indrukwekkend een zonsopgang is als je de hele nacht bent opgebleven. Op de Dageraadplaats was toen nog een uitstekende boekwinkel en de plaatselijke slijterij viel evenmin te versmaden. Ons stamcafé was de Cereus; later tot Het Zeezicht omgedoopt. Ook Dolfijnen liggen mij nauw aan het hart, ook al omdat ze in twee van mijn favoriete songs voorkomen, The Dolphins van Fred Neil en Dolphin’s Smile van the Byrds.
Daar, in Zurenborg, ontstond het plan om ooit mijn Antwerpse nachten een tweede leven te geven. Maar dat kon ik slechts verwezenlijken door ook de dagen van werk en studie in beeld te brengen. Nu, zovele jaren later, blijkt dat er veel meer komt bij kijken dan alleen maar het reconstrueren van een specifieke tijd en plaats. Honderden dromen (en nachtmerries) en talloze herinneringen hebben sindsdien het verhaal aangevuld. In literatuur, films, muziek, kunst, op websites ontdek ik nuanceringen en nieuwe revelaties.

De foto’s hierboven maakte ik in 1977 aan de Draakplaats. De heel bijzondere torentjes op de achtergrond hebben mij altijd gefascineerd. Ze staan naast de spoorwegberm en maken deel uit van een watervoorzieningssysteem van de spoorwegmaatschappij. Mijn model is zoals zo vaak Senga, minder bekend dan de heilige Agnes, beschermheilige van verloofde stellen, van de kuisheid, van jonge meisjes en maagden en van slachtoffers van verkrachting.

EEN NIEUWE ORDE, EEN NIEUW MIERENNEST

Mijnheer De Wever heeft een nieuwe droom, zegt hij. Maar het is een oude droom, besmet met collaboratie en nazisme; eerder een nachtmerrie. In zijn verbeelding is de confederale staat Vlaanderen een voldongen feit. Dweepten in hun kinderjaren werkelijk zoveel Vlamingen met de ‘Zuidelijken’, het leger van de Confederacy (een bond van zuidelijke Amerikaanse staten), dat vocht voor de heren die een economie gebaseerd op slavernij voorstonden? Hielden zij niet meer van de in het blauw gehulde Yankee-soldaten uit het noorden, niet meer van president Lincoln dan van John Wilkes Booth? Ik herinner mij die kinderjaren en de cinema’s waarin de westerns en de oorlogsfilms werden vertoond nog goed. De nazi’s hadden maar kort tevoren het onderspit gedolven, heel wat Belgische landverraders zaten nog in de cel. Het is waar dat in de meeste westerns uit die tijd, waarin op de voorgrond maar meestal op de achtergrond de Amerikaanse burgeroorlog woedt, weinig van die slavernij is te zien. Zwarte soortgenoten leken in het Hollywood van toen sowieso nauwelijks te bestaan. Je had als kind kunnen denken dat de officieren en soldaten van het confederale leger, de grijze uniformen, echte helden waren. Zoals je aan ‘onze’ collaborateurs dapperheid had kunnen toeschrijven omdat ze aan het oostfront ‘heldhaftig’ strijd leverden tegen de bolsjewieken, ‘die ons alles zouden komen afnemen’. In mijn omgeving echter kende ik niemand die zich met foute helden identificeerde.

Van slavernij gesproken. Wie zijn voor mijnheer De Wever in zijn reëel bestaande confederatie de slaven? Dat moeten ongetwijfeld de hardwerkende Vlamingen zijn? Want buitenlanders, ‘volksvreemden’ zijn niet langer welkom in zijn nieuwe staat. En hoe zit het in zijn rijk dan met degenen die hij als vertegenwoordigers van de slogan ‘vrijheid, blijheid’ schijnt te beschouwen? De linksen, communisten, socialisten, ecologisten, babyboomers, achtenzestigers, oude hippies, anarchisten, kunstenaars, dichters, et cetera? Waar is hun plaats in zijn staat?

Maar goed, voor de voorzitter van de NVA is de Vlaamse Staat al werkelijkheid. Nu heeft hij die nieuwe (oude) droom. Hij droomt hardop van een confederatie van de Lage Landen, de Zeventien Provinciën, een Groot-Nederland. “Mocht ik kunnen sterven als Zuidelijke Nederlander, ik zou gelukkiger sterven dan als Belg”, oppert de leider. Hij is het trauma van de val van Antwerpen in 1585 te boven aan het komen en heeft nu een grote sprong voorwaarts gemaakt naar 1919 en het verdrag van Loppem. Toen werd daar een soort van staatsgreep gepleegd waarbij vliegensvlug een regering werd gevormd die – uit schrik voor een revolutie naar het model van die in Rusland in 1917 – een aantal hervormingen moest doorvoeren om de bevolking (de arbeidersklasse) te sussen. Er kwam onder meer algemeen stemrecht voor mannen. Vrouwen telden nog altijd niet mee. Mijnheer De Wever verwijst naar Loppem als model om de confederatie buiten de Grondwet af te dwingen. Met een coup. Vandaar dat hij al zeker is van die Vlaamse confederatie.

Hoe hij zijn nieuwe droom wil verwezenlijken is onduidelijk. Met overtuigingskracht zal het hem niet lukken. Veel Vlamingen, weet ik uit ervaring, lusten de Nederlanders rauw. In een Limburgs dorp, Neerharen, noemden ze mij als jongen de Hollander – dat was niet vleiend bedoeld – omdat ik hun dialect niet sprak maar een taal die enigszins op het Algemeen Nederlands leek. Denkt hij aan nog een coup om dat Groot-Nederland te verwezenlijken?

In zijn praatje over dat Groot-Nederlandse Rijk kan hij het niet laten de bevolking weer angst in te boezemen. De reders waarschuwen hem, zegt hij, dat er inflatie zal komen en de reders, die kunnen het weten. Het spaargeld van de hardwerkende Vlamingen is nu al helemaal niets meer waard en zal smelten als sneeuw voor de zon. “En de inflatie is – ook al is ze beperkt – veel hoger dan de nul-komma-niks die je nog op je spaargeld krijgt. Alles wat daarbij komt, leidt tot een soort sneeuwbal waar de Vlaamse verworvenheden in worden afgebouwd. Alles wat de Vlaamse mier heeft bijeen gespaard. En wat mij in dit land heel bezorgd maakt, is dat we samenleven met een krekel en die er belang bij heeft dat dat gebeurt.” De krekel, dat is uiteraard de Waal, dat is de socialist, de communist, dat zijn de dwaze ecologisten met hun opengrenzenlobby, dat zijn de boomminnaars en de volgelingen van de waanzinnige Greta. De krekel kickt op inflatie, beste vrienden!
Wat een harteloze en zelfs sadistische man toch, die mijnheer De Wever, zo netjes afgeborsteld en mooi in het maatpak afkomstig uit het zonnige Tirol (waar helemaal geen krekels te horen zijn, waar de mieren hele met Vlaamse choco belegde boterhammen met zich meezeulen). Een volgende droom gaat mogelijk over de uniformen van het Groot-Nederlandse leger. Dat kan en zal Tirools zijn, of zal niet zijn. In het midden van de nationale vlag een grote bruine mier.

*

Een eerste versie van deze tekst verscheen op 22 juli op facebook met als titel Een nieuw Groot-Nederland. Als rechtvaardiging voor dat politiek stuk schreef ik: “Eigenlijk probeerde ik de aandacht af te leiden van het feit dat ik alweer geen stukje van mijn reeks De nachten heb geschreven (vanwege een koortsaanval).”

EEN SIAMESE KAT

[NACHTEN AAN DE KANT 41]

Waar waren we ook alweer gebleven? In de beste tijd en in de slechtste tijd, in de mooiste stad en in de lelijkste stad, met de liefste vrouwen en de meeste verachtelijke, met de voortreffelijkste vriend en de minst betrouwbare. Het was aan de vooravond van een reis naar de Camargue, meer bepaald naar een bedevaartsoord van de zigeuners, Saintes-Maries-de-la-Mer. Al zou hun trip geen bedevaart worden.
Keren we na dit lange oponthoud terug naar die stad aan de stroom en naar dat jaar, keren we terug naar de Nachten met een droom? In dromen krijgt de werkelijkheid andere, mogelijk wel duidelijkere contouren. Het kan gebeuren dat de dromer verneemt hoe het nu echt zat met zijn verleden en wat hem verder in dit ondermaanse nog zoal te wachten staat.

Ik zie Martin de trappen aflopen naar de Pussycat, een obscure nachtclub in een vochtige kelder. Er is een party van bijzondere en ook wel onaangename zaken aan de gang. In het clair-obscur herkent Martin enkele vrienden en kennissen. In een hoekje zit een groepje Engelsen met akoestische gitaren uit Nazareth in Pennsylvania; mannen met baarden. Ze spelen hun idee van een cover van Lucifer Sam, een wonderlijke song die Martin en mij al in 1967 wist te betoveren.

Na een lang gesprek kan Rina mijn oude vriend zo ver krijgen dat hij met haar naar bed gaat. Het voorwerp waarnaar die daad is genoemd staat in het midden van een klein vertrek dat deel uitmaakt van de club. Martin voelt zich wat ongemakkelijk omdat hij niet weet wat Rina precies van hem verwacht. Maar de gedachte dat hij met haar gaat vrijen, dat zij hier zo helemaal naakt en wellustig bij hem ligt, zij aan de linkerkant, hij aan de rechterkant, windt hem op. Zeker het gevaarlijke van die situatie geeft hem een kick; dat om het even wie hier zomaar kan binnenstappen, zelfs Sandra. Rina giechelt en schijnt te genieten. In haar blik iets triomfantelijks. Ze heeft een overwinning behaald. Tell mama what you need, gilt ze niet al te luid. Hij komt klaar, maar veel stelt het niet voor. Hij heeft zin in meer. Rina ook, zegt ze. Ze spreken af: om zo laat in café X, op een paar minuten van de Pussycat.

Het verdomde feestje loopt ten einde. Alleen de Engelsen zitten nog in hun hoek Lucifer Sam ten gehore te brengen. Sandra heeft al haar kleren uitgetrokken. Bijna helemaal naakt ligt ze op een laag tafeltje in een andere hoek van de club. Alleen haar slipje heeft ze nog om haar knieën, haar benen zijn een beetje gespreid. Om het even wie mag haar nemen, roept ze met woede in haar stem. Martin kan de pot op. Ik wil je niet meer, brult ze. Hoor je dat, ik wil je niet meer.

Wat een ellende dat mijn vriend zijn schoenen niet terugvindt. Op blote voeten moet hij zich op de vuile, glibberige vloer wagen. Overal liggen glasscherven en ander afval. Erger nog is dat hij blootsvoets onmogelijk naar dat café X kan lopen. Een portier is naar hem toe gekomen; het is genoeg geweest met dat psychodrama van hem en Sandra en Rina. Ze moeten eruit en vlug wat. Martin probeert Sandra haar slipje weer aan te trekken en slaat haar één of ander kledingstuk om en zo vluchten ze naar buiten, de warme zomernacht in.

De volgende dag (of enkele dagen later). Sandra kan hem niets maar dan ook helemaal niets vergeven. Ik voel niets meer voor je, zegt ze. Zij gaat nu schilderen bij mijnheer Z. Natuurlijk is Martin jaloers, of ze nu schildert of komedie speelt of nog iets anders doet. Ze kijkt hem uitdagend aan als ze het over dat schilderen bij die Mijnheer Z heeft. Al gauw moet hij toegeven dat ze echt schildert: hij ziet het met zijn eigen ogen. Ze werkt aan een doek van ongeveer 1,50 op 2 meter, met olieverf, alles nagenoeg zo zwart als een winternacht. Ontwaart hij in dat donker geen twee contouren van lichamen, een links en een rechts?
Als Sandra die avond thuiskomt, vraagt hij hoe dat nu zit met dat doek. Welk doek? vraagt Sandra. Dat zwarte schilderij, zegt hij. Ze weet niet waarover hij het heeft. Of doet alsof? Martin heeft me al zo vaak verteld hoe goed Sandra kan liegen. Komediespelen noemt hij dat liever.

Die vrijdag gaat Martin nog eens een kijkje nemen in de studio van mijnheer Z, gelegen in de Offerandestraat, waar ooit cinema Festa was gevestigd. In de jaren vijftig zag ik er samen met mijn ouders westerns en oorlogsfilms. Later werd de cinema gebruikt als atelier voor het vervaardigen van calicots. [1] Hij ziet de Meester en zijn leerling voor een grote, langwerpige tafel staan, Z links, Sandra rechts. En inderdaad zijn ze ook nu druk in de weer. Maar van het zwarte doek geen spoor. Wel is Sandra aan het werken aan een aquarel, niet groter dan 27 op 36 centimeter. Het is een portret van Gabriella, haar hoofd afgebeeld in een mandorla. In de vier hoeken heeft Martins geliefde waar je meestal de evangelisten aantreft vier kleine zwarte kittens geschilderd.

[1] Calicots “zijn de grote geschilderde borden aan de gevel of inkompartij van de bioscoop, waarmee de lopende films werden aangekondigd. Deze calicots werden vervaardigd op doek of panelen en steeds overschilderd, waardoor er weinig originele bewaard bleven. Voor het vervaardigen van de doeken projecteerde men een beeld op het te schilderen doek of paneel. Een oude bioscoopzaal beschikte over de mogelijkheid tot projecteren van een beeld en kreeg daarom een tweede leven als atelierruimte voor het vervaardigen van calicots.” Ann Malliet

De Festa werd ontworpen door architect Leopold Van Den Broeck.

Foto’s: Martin Pulaski

IK ZAG BARBARA OPNIEUW

Nina Hoss en Ronald Zehrfeld in Barbara

Ik zag Barbara opnieuw. Ik kwam meer over haar te weten, over haar intrinsieke kwaliteiten, haar delicate volwassen schoonheid. Maar ook ontdekte ik – meer – van haar verwevenheid, haar inbedding in de stroom van de Europese cultuur. Ik had, zonder ernaar gezocht te hebben, enkele van haar bronnen ontdekt.
Dat zou het begin van een nieuw verhaal kunnen zijn. Je zou het ‘Barbara’ kunnen noemen, of ‘Ik zag Barbara opnieuw’. Maar je begint er niet aan. Het verhaal is er al; onnodig het nog een keer te herhalen. Er is in het leven al zoveel herhaling. Het komt erop aan die op tijd en stond te doorbreken. Je moet plaats maken voor momenten van verlichting.

Barbara is een film van de Duitse regisseur Christian Petzold, geboren in 1960 in Noordrijn-Westfalen. Het titelpersonage wordt vertolkt door de begaafde Europese actrice Nina Hoss, heel sterk in het uitdrukken van menselijke emoties. Over die Barbara schreef ik in 2014 in mijn stuk getiteld De anatomieles van doctor Nicolaes Tulp, waarin het vooral over het schitterende boek De ringen van Saturnus van W.G. Sebald ging. In de film van Petzold komt een scène voor waarin Barbara van haar overste – en later geliefde – een ‘lesje’ krijgt over het schilderij De anatomieles van Rembrandt. In 2014 wist ik nog niet dat Christian Petzold die les bijna in zijn geheel bij Sebald had gevonden. Ik had dat werk kort na het zien van de film gelezen en had gedacht dat het om een toevallige overeenkomst ging. Ik wist in die tijd niets over de regisseur, had nooit eerder een film van hem gezien. Daar komt nog bij dat ik in die dagen wel erg geobsedeerd was door toevalligheden. Zelfs nu nog blijf ik het toeval dat ik De ringen van Saturnus las net na het zien van Barbara fascinerend vinden.
Wat ik evenmin wist was dat het scenario van de film een bewerking was van een gelijknamig verhaal van de Oostenrijkse schrijver Hermann Broch, vooral bekend van Die Schlafwandler: Eine Romantrilogie en van Der Tod des Vergil. Hoewel ‘bekend’ een relatief begrip is: leest iemand die boeken nog, ook al zijn ze in het Nederlands vertaald?
Dat verhaal had ik nochtans ergens in de jaren zeventig gelezen in de bundel Vrouwen, een vertaling door M. Coutinho van Barbara und andere Novellen, uitgegeven bij Surhkamp in 1973. Mocht de Nederlandse uitgever de originele titel hebben aangehouden, had ik me die Barbara mogelijk wel herinnerd. Waarom krijgen vertalingen vaak van die wansmakelijke titels (denk maar aan ‘Er is geen vrouw die deugt’ als vertaling van een aantal opstellen uit Schopenhauers ‘Parerga und Paralipomena’)?
Waar ik destijds bij het lezen van de verhalen van Hermann Broch werd betoverd door de stijl, viel Barbara net daardoor me nu tegen. Het is me te poëtisch, te hoogdravend; het heeft te weinig vaart. Ik weet het: dit klinkt als heiligschennis. Maar de inhoud, onder te veel mooie woorden bedolven, is bij Broch even boeiend als bij Petzold. Het is een liefdesgeschiedenis. Een ziekenhuisarts/afdelingshoofd raakt geobsedeerd door een ondergeschikte dokter, de raadselachtige vrouw die Barbara heet. Zij blijkt een communistische terroriste te zijn, lid van een cel die een putsch voorbereidt. Na een mislukte bomaanslag pleegt ze in alle stilte zelfmoord in een hotelkamer. Petzold verplaatst het verhaal naar Oost-Duitsland. Barbara is verbannen van Berlijn – waar ze in het Charité ziekenhuis werkte – naar een saai landelijk stadje aan de Baltische Zee. Meer nog dan in Berlijn lijkt iedereen er voor de Stasi te werken. Ook haar overste, de dokter die al gauw van haar gaat houden, is een verklikker, zij het tegen wil en dank. Maar was dat niet voor vele inwoners van de DDR het geval? Barbara wil aan haar verstikkende omgeving ontsnappen en naar het Westen vluchten en heeft al concrete plannen. Haar moreel besef brengt haar evenwel tot het besluit om te blijven: ze staat haar plaats af aan een meisje dat de vlucht meer nodig heeft dan zij. Deze Barbara stapt niet uit het leven maar blijft. Mogelijk heeft Petzold – of is het toch Barbara? – zich de woorden van Albert Camus herinnerd: il faut penser Sisyphe heureux.

Waarom blijft Barbara me nog altijd achtervolgen? Moet ik toch mijn versie van haar verhaal schrijven? Waar ik vandaan kom was zij een heilige. Zou ik dat gegeven kunnen gebruiken? Elk verhaal, elke tekst is een autobiografie. Elke autobiografie is een verzinsel, zoals Barbara, de aardse en de heilige.

ZERO DE CONDUITE: DUISTER

Figure du monstre qui désole le Gevaudan.

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verruim je geest. Vernauwen mag ook. Het motto van deze show isI’ve been down on the bottom of a world full of lies / I ain’t looking for nothing in anyone’s eyes / Sometimes my burden seems more than I can bear.
Je kan dit programma via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers.

Piranesi, Le carceri d’invenzione

“Halverwege onze levensreis
bevond ik me in een somber woud,
want ik was afgedwaald van het rechte pad.”

Zo begint De Goddelijke Komedie van Dante, de grote Italiaanse dichter uit de 13de eeuw. De vertaling van deze versregels is van Jules Grandgagnage. Ik weet niet of ik van het rechte pad ben afgeweken maar ik ben al een heel eind verder gekomen op mijn levensreis dan de verteller in De Goddelijke Komedie. Vandaag zou een donker woud me vast bevallen, zeker een waar zoveel gebeurt als in het gedicht van Dante, en waar op het einde zoveel sterren fonkelen en liefde het hele universum doet bewegen. Hier in mijn straat gebeurt maar weinig. Aan de overkant woonde ooit een dichter, Maurice Carême. Zijn huis is nu een museum maar ik zie er nooit iemand binnengaan of buitenkomen. Nee, veel gebeurt hier niet. Gelukkig hebben we talloze werelden in boeken, films en muziek.

Niet met Vergilius maar met songschrijvers en muzikanten als gids gaan we vanavond op zijn minst twee uur lang de duisternis in. Mochten we verdwalen kan het heel wat langer worden. Tijd is relatief.

Vaak is duisternis onheilspellend en lonkt er als de nacht gevallen is overal gevaar. Voor je het weet zit je in de val. Gisteren –  of was het eergisteren – werd in het dorp hiernaast nog een man vermoord. Zijn moeder zwaar toegetakeld. Inbrekers van de kwalijke soort. Maar tijdens een wandeling in het Ten Bospark lachte een hoogzwangere vrouw me toe, al was dat op een zonovergoten middag.

Voor duisternis hoef je niet naar buiten en ze is er ook zonder geteisem en geboefte. Je kan thuisblijven met alle lichten aan maar in je hoofd alleen maar donkere gedachten.

Echter, niet alle duister is schrikwekkend. In het donker fonkelen de lichten van lust en liefde. Lange zomernachten vol genot waar geen einde aan komt. Tijd is relatief.

Veel schaduw en duisternis werd op muziek gezet. Dit is er een bescheiden keuze uit. Veel luisterplezier.

Gustave Doré, De Goddelijke Komedie

Wait Until Dark Scott Walker – Scott 2 – Henry Mancini – 1968

Dark Lolita – Angelo Badalamenti & Kinny Landrum – Wild At Heart – Badalamenti – 1990

Dark Days – Stuart Staples – Lucky Dog Recordings 03-04 -Staples – 2005

The Dark Is Rising – Mercury Rev – All Is Dream – Donahue/Mackowiak/Mercel – 2001

Dark Neon – Wilco – Alpha Mike Foxtrot: Rare Tracks 1994 – 2014 – Jeff Tweedy  – 2014

Home After Dark – Dan Stuart – Can o’ Worms – Dan Stuart – 1995

By The Rivers Dark – Leonard Cohen – Ten New Songs – Cohen/Robinson – 2001

The Darker Days Of Me & Him – PJ Harvey – Uh Huh Her – PJ Harvey – 2004

My Dark Ages – Pere Ubu – Datapanik in the Year Zero – 1975-1977 -Ravenstine/Thomas/Krauss/Herman/Maimone – 1996

No Dark Things – Echo & The Bunnymen – Heaven Up Here – McCulloch/Pattinson/de Freitas/Sergeant  – 1981

A Forest – The Cure – Seventeen Seconds – Tolhurst/Hartley/Smith/Gallup – 1980

Darklands – The Jesus & Mary Chain – Darklands – William Reid – 1987

Heart Of Darkness – Sparklehorse – Vivadixiesubmarinetransmissionplot – Linkous – 1995

Long Black Veil – Nick Cave & The Bad Seeds – Kicking Against The Pricks – Danny Del-Marjohn Wilkins – 1986

Big Black Mariah – Tom Waits – Rain Dogs – Tom Waits – 1985

Not Dark Yet – Bob Dylan – Time Out Of Mind – Dylan – 1997

I See A Darkness – Bonnie “Prince” Billy – I See A Darkness – Oldham – 1998

Dark Road – Richard Hawley – Lady’s Bridge – Richard Hawley – 2007

Deep Dark Hole – Los Lobos – The Neighborhood –  Hidalgo/Perez – 1990

Alone In The Dark – John Hiatt – Bring The Family – John Hiatt – 1987

Dark Night – The Blasters – Testament: The Complete Slash Recordings – Dave Alvin – 1985

Dark Water – Rainer & Das Combo – Barefoot Rock With …  – Ptacek – 1994

My Daddy Walked In Darkness – Gil Bateman – Instant Garage – Hoyt Axton – 1966

Dark Was The Night – Ry Cooder – Paris, Texas – Blind Willie Johnson, arr. Cooder – 1985

Dark Night Blues – Blind Willie McTell – R. Crumb’s Heroes Of Blues, Jazz & Country – Gary Atkinson/Blind Willie McTell – 1927

Black Cat Blues – John Lee Hooker – Saga Blues: Blues From the Motor City – B. Besman/John Lee Hooker – 1949

Dark and Dreary – Elmore James & His Broom Dusters – Blues After Hours – Josea  – 1960

The Man In The Long Black Coat – Mark Lanegan – I’m Not There – Dylan – 2007

Dark Turn Of Mind – Gillian Welch – The Harrow & The Harvest – Rawlings/Welch  – 2011

When It’s Dark – Yo La Tengo – Popular Songs – Yo La Tengo – 2009

Be Dark Night – Phosphorescent – Pride – Matthew Houck – 2007

Why Spend a Dark Night With Me? – Moondog – Moondog 2 – L. Hardin – 1970


Gustave Doré, De Goddelijke Komedie

Nawoord:

Waarom geen Darkness on the Edge of Town van Bruce Springsteen, terwijl dat toch een song is die altijd al mijn hart sneller deed kloppen? Het antwoord is simpel: ik houd al lang niet meer van het gedrum van Max Weinberg. En waarom dan geen Black Angel’s Death Song van the Velvet Underground? Ik zou het niet weten.


Samenstelling en research: Martin Pulaski

REGEN

Porto, 23 oktober 2017

Vandaag hoorde je enkele verrassende woorden en een blauwe jongen zong een nieuwe melodie, zo delicaat en breekbaar, had je zoiets al eerder gehoord? En dan was er nog Willie Nelson en een telefoongesprek en zelfs een vogel, eerlijker dan duizend politici tezamen. Meer nog? Ja. Je wandelde in de regen en dacht aan liefde en vertwijfeling. Zou je de bus nemen of lopen? Je zou lopen. In de regen lopen. De zoete regen. Dezelfde regen. Dezelfde wind. Dezelfde aarde. Die van jou en mij.

*

[Kennelijk hadden de woorden van Sam Phillips’ Same Rain zich ergens in een regenachtige plek van mijn onbewuste genesteld.]

ZERO DE CONDUITE: ELEKTRONISCHE POP

Suicide

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verruim je geest. Het motto van deze show isOoh, it’s so good, it’s so good / It’s so good, it’s so good / It’s so good / Ooh, I’m in love, I’m in love / I’m in love, I’m in love / I’m in love.
Je kan dit programma via 
streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers

Vanavond begeef ik me op een terrein waar ik al geruime tijd niet zo vertrouwd meer mee ben: dat van de elektronische popmuziek. Het wordt geen historisch of chronologisch overzicht van dat genre, maar er komen wel baanbrekers als Kraftwerk, Neu!, Brian Eno, Tangerine Dream en Frank Tovey (alias Fad Gadget) aan bod. Lange tijd liet deze muziekvorm, en zeker de Duitse variant, de zogeheten krautrock, me onverschillig. Omstreeks 1977 veranderde die houding. Ik was opgehouden met Humo te lezen en ook Rolling Stone gaf ik almaar minder aandacht. Met name Humo heeft in de eerste helft van de jaren zeventig een nefaste invloed gehad op veel Nederlandstalige popliefhebbers. Een heel rijke en vernieuwende stroming in de eigentijdse muziek werd genegeerd; soms kwamen bands en muzikanten wel ter sprake maar werd er neerbuigend over geschreven. Ook ik onderging die invloed. Het komt eropaan schrijvers en recensenten te zoeken (en vinden) die je wereld openen in plaats van hem te sluiten. In New Musical Express – en later in The Face – vond ik er zo een aantal. Vanaf 1977 kon ik de kwaliteit van sommige ‘synthesizerplaten’ hoe dan ook niet langer ontkennen. Synthpop en elektronische muziek werden opwindende alternatieven voor het geluid van de inmiddels vastgeroeste rockensembles (hoewel die zelf vaak gebruik maakten van synthesizers). Het debuut van de groep Suicide, verschenen in 1977, was een baanbreker. De plaat had op mij ongeveer hetzelfde effect als een decennium eerder White Light/White Heat van the Velvet Underground. Natuurlijk was er dat jaar ook Donna Summer’s I Feel Love, met de producers Pete Bellotte en Giorgio Moroder: drie cruciale figuren. Mogelijk gaven bij mij David Bowie en Brian Eno de doorslag om het genre werkelijk opwindend te gaan vinden. “Heroes” blijft een van de geweldigste singles ooit. Ook Brian Eno’s elpee Before and After Science blijft tot op heden een hoogtepunt van muzikale inventiviteit en sublieme melancholie. Hetzelfde geldt voor Fear of Music en Remain In Light van Talking Heads.

Al gauw kon je de synthesizer niet meer wegdenken uit de alternatieve pop. Niet op de radio en niet op de dansvloer. Jammer dat de zo belangrijke Duitse pioniers als Neu! en Kraftwerk van mij nog altijd niet de aandacht kregen die ze verdienden. Even jammer is het dat ik ergens midden de jaren tachtig opnieuw Humo begon te lezen. In die periode kwam ik in de ban van Amerikaanse gitaarbands als R.E.M., Green On Red, Dream Syndicate en Rain Parade. Opnieuw kregen de synthesizer en de drummachine een slechte naam. En zo herhaalde de geschiedenis zich. Opnieuw wendde ik me tot scribenten die mijn smaak bevestigden in plaats van op zoek te gaan naar schrijvers met een open geest. Het leven is een en al herhaling. Elke dag is het weer Groundhog Day. Overigens kwam die verdomde synthpop me inmiddels de strot uit. Human League, Soft Cell, Depeche Mode en Spandau Ballet konden me gestolen worden. Maar zo ging ook de onderstroom van dat verhaal voor mij verloren.

Niet alle voor vanavond geselecteerde songs zijn zuiver elektronisch, in sommige gevallen gaat het om mengvormen, zoals bij Prince, Snatch, Grace Jones en Pink Floyd. Sommige artiesten, zoals Talking Heads, Gary Numan en Wendy Carlos kunnen tot mijn spijt niet aan bod komen. In een volgende aflevering dan maar?


Veel luisterplezier!

Donna Summer & Giorgio Moroder

The Man-Machine – Kraftwerk – The Man Machine – Hütter/Karl Bartos/Ralf Hütter

20 Jazz Funk Greats – Throbbing Gristle – 20 Jazz Funk Greats – Throbbing Gristle

Wurlitzer Jukebox – Young Marble Giants – Colossal Youth – Stuart Moxham

Whirly-Bird – Silver Apples – Silver Apples – Simeon/Stanley

The Topless Dancers Of Corfu – Dick Hyman – Moog – The Electric Eclectics Of Dick Hyman – Dick Hyman

In Heaven (Lady In The Radiator Song) – David Lynch & Alan R Splet – Eraserhead Original Soundtrack – Lynch/Ivers

Uncertain Smile – The The – 45 Rpm  – Matt Johnson

Bird Of Beauty – Stevie Wonder – Fulfillingness’ First Finale – Stevie Wonder

Let’s Go Crazy – Prince and the Revolution – The Very Best Of Prince – Prince

I Feel Love – Donna Summer – Endless Summer – Bellotte/Moroder/Summer

Cheree – Suicide – First Album – Rev/Vega

Der Mussolini – Deutsch Amerikanische Freundschaft ‎- Alles ist Gut – Delgado/Lopez/Gorl

A Touch Of Evil – Cabaret Voltaire – Red Mecca – Watson/Kirk/Mallinder

Sequent C – Tangerine Dream – Phaedra – Peter Baumann

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is residents2.jpg

The Residents

Don’t Turn The Light On, Leave Me Alone – Can – Soundtracks – Damo Suzuki

Neuschnee – Neu! – Neu! 2 – Klaus Dinger/Michael Rother

Back To Nature – Frank Tovey (Aka Fad Gadget) – The Fad Gadget Singles – Frank Tovey

Eyes In The Center – Chrome – Red Exposure – Damon Edge/Helios Creed

Information Rain – Judy Nylon & Crucial – Pal Judy – Judy Nylon

Dead Heat – Snatch – Snatch – Nylon/Palladin

Pull Up To The Bumper – Grace Jones – Private Life: The Compass Point Sessions – Grace Jones/Dano Mano/Sly Dunbar/Robbie Shakespeare

Newtown – The Slits – Cut – Arianne Foster/Paloma Romero/Tessa Pollitt/Viviane Albertine

Histoire à suivre – The Honeymoon Killers – Les Tueurs de la Lune de Miel – Vromman

Heisse Lippen – Cluster – Zuckerzeit – Roedelius

Die Bunge – Cluster & Eno – Cluster & Eno – Eno/Moebius/Roedelius

Kurt’s Rejoinder – Brian Eno – Before And After Science – Brian Eno

V-2 Schneider – David Bowie – “Heroes” – Bowie

Nightclubbing – Iggy Pop – The Idiot – Iggy Pop

Mongoloid – Devo – Q: Are We Not Men? A: We Are Devo – Gerald V. Casale

Great Balls of Fire – The Flying Lizards – Top Ten – Hammer/Blackwell

Teddy Bear – The Residents – Our Tired, Our Poor, Our Huddled Masses – Bernie Lowe/Kal Mann/Elvis Presley

Ohrwurm – Harmonia – Musik Von Harmonia – Moebius/Roedelius/Rother

Obscured by Clouds – Pink Floyd – Obscured by Clouds – Gilmour/Waters

Judy Nylon

Samenstelling, research en montage: Martin Pulaski

HEDDA GABLER VAN JAN DECORTE

Vorige week zag ik Hedda Gabler [1], Jan Decortes magistrale filmadaptatie van Ibsens gelijknamige toneelstuk, dat in 1890 in première ging en van in het begin controversieel en nihilistisch werd genoemd. De weinig bekende film uit 1978,  is getrouw aan de oorspronkelijke tekst en toch helemaal van Jan Decorte. Het is een betoverend, met weinig andere films vergelijkbaar werk. Er zijn wel raakpunten met andere filmkunstenaars, zoals Marguerite Duras, Chantal Akerman en in bepaalde opzichten met Rainer Werner Fassbinder, maar die verwantschap ondermijnt geenszins de authenticiteit van deze Hedda Gabler. De film is traag en hypnotiserend met geweldige actrices/acteurs en een camera die van elk zichtbaar ding een mysterie maakt. Gaandeweg zie je nog maar weinig verschil tussen mensen en dingen. Personages [2] worden herleid tot gebaren, hun woorden zijn duidelijk en schaars, er vallen veel stiltes. In de dialogen lijken tussenwerpsels even veel belang te hebben als substantieven.

Bijna twee uur heb ik als lichamelijk verlamd maar innerlijk in volle beweging zitten kijken tot het ontstellende hoewel van in het begin aangekondigde einde van Hedda Gabler.

Ongeveer in het midden van de film, niet zo toevallig daar, verbrandt Hedda Gabler blad na blad met lucifers een belangrijk manuscript van Ejlert Løvborg, schrijver en alcoholist. Ze werpt de brandende pagina’s één voor één in de open haard. Maar zoals zoveel dingen gaat ook dat spelletje haar vervelen en werpt ze wat overblijft van Ejlerts levenswerk in zijn geheel in het vuur. Ik voelde deze scène in elke zenuw. Het was een lang uitgesponnen moment van zowel pijn als plezier. Pijn die voortkomt uit mededogen; kinderlijk plezier van vuurtje spelen. Wat Hedda aan het vuur toevertrouwde had wel eens een manuscript van mezelf kunnen zijn. Ik zou het verbranden uit zelfhaat, Hedda doet het uit verveling. Of is het uit alles verterende woede?

“Ik heb in dit stuk eigenlijk geen zogenaamde problemen aan de orde willen stellen. Hoofdzaak is voor mij geweest om mensen te tekenen, stemmingen en lotgevallen van mensen op basis van bepaalde maatschappelijke verhoudingen en denkbeelden.”
Henrik Ibsen in een brief van 4 december 1890 aan Moritz Prozor.

Aan het begin van de film geen geschreven titels: Jan Decorte leest ze voor, zoals Godard soms doet. Hoe vreemd dat zijn stem na al die jaren nog steeds hetzelfde klinkt. Zou dat bij mezelf ook zo zijn, terwijl ik toch denk dat ik in alles veranderd ben, zeker in mijn stem ben ik dat, denk ik.

De lange stiltes die tot nadenken stemmen en observatie aansporen. Ga je van nog langere stiltes niet dood? Nee, natuurlijk niet want hoe meer stilte hoe meer er te horen valt en hoe duidelijker de contouren worden van wat wordt uitgesproken. Goede articulatie van een pijnlijk mooi Nederlands. Waarom horen we nog maar zelden onze taal zo speels en toch afgemeten klinken? Het gemompel van een Marlon Brando blijft ons hier bespaard [3].

 De kostuums, de kapsels en het decor: van armoede betekenisvolle rijkdom maken. De claustrofobische ruimte, het snakken naar licht, naar een uitweg. In afwachting daarvan speelt Hedda Gabler mind games, van een heel ander, wreder kaliber dan die van John Lennon.

Ik vertel het verhaal niet na. Veel om het lijf heeft dat niet. Je vindt de korte inhoud onder meer in Wikipedia en in De zomer beschrijf je best op een winterdag, een keuze uit de brieven van Henrik Ibsen, uitgegeven in de reeks privé-domein.

In een andere cruciale scène zitten op de achtergrond Jørgen Tesman, de echtgenoot van Hedda, en Thea, de vriendin van Ejlert Løvborg, auteur van het verbrande manuscript, pogingen te doen om de tekst weer samen te stellen, orde te scheppen in een chaos van losse blaadjes, en te typen.

Op de voorgrond lijkt ondertussen rechter Brack, vriend des huizes, een spannend verhaal te vertellen. Het is een soort van mise en abyme; je zou je kunnen voorstellen dat hij het toneelstuk Hedda Gabler luidop aan het verzinnen is, terwijl zijzelf daar toch naast hem zit te luisteren. Je hoort onder de woorden door het geratel van de schrijfmachine. In werkelijkheid onthult Brack hoe Ejlert aan zijn eind is gekomen. Hedda Gabler zit nu gevangen in het door haarzelf ontworpen labyrint. Er is maar één uitweg.

Jan Decorte heeft doorheen de jaren samen met Sigrid Vinks baanbrekend en tegendraads theater gemaakt. Het blijft echter jammer dat er niet meer films van hem gekomen zijn. Ik denk dat er in hem een groot filmregisseur verscholen zat en nog altijd zit. Maar “you can’t have your cake and eat it”, zo wordt gezegd.

*

[1] op avilafilm.be

[2] Ibsen vond alle personages in Hedda Gabler belangrijk, ook de meid Berte. In een brief aan Kristine Steen van 14 januari 1891 schrijft hij het volgende: “Jørgen Tesman, zijn oude tantes en de meid Berte, die al lange tijd in dienst is, vormen tezamen een eenheid. Ze delen dezelfde manier van denken, dezelfde herinneringen, eenzelfde levensvisie. Voor Hedda zijn ze een vijandelijke en vreemde macht, die zich tegen het diepste van haar wezen richt. Daarom moeten zij in de voorstelling onderling harmoniëren.” Kristine Steen was een vriendin van Ibsen uit hun Bergense tijd.

[3] Geen kwaad woord over Marlon Brando, maar dat is weer een ander paar mouwen.

DONKERE KAMERS

Dit ben ik in de Lamorinièrestraat in Antwerpen. Agnes maakte de foto in 1980 of 1981. Maar wie ben ik en – vooral – wie was ik? Blijft er nog iets over van de jonge man van toen? Zeker, ik heb mijn herinneringen, maar zijn die betrouwbaar? Het zouden net zo goed verzinsels kunnen zijn, iets wat ik mezelf voorhoud, een verhaal. Ik weet nog waarom ik die bril kocht maar niet waar. Ik weet ook wie mijn haren knipte. Maar hoe was ik op het idee gekomen om ze blond te maken? En waar komen dat lelijke lichtblauwe truitje en dat nauwelijks zichtbare overhemd vandaan? En wie was die Agnes van me, wat zei ze toen ze de foto nam en – vooral – wat dacht ze? Graag zou ik willen weten welke kleren ze aanhad, of ze al dan niet gemaquilleerd was, welke schoenen, misschien was ze blootsvoets. En wat was de aard van dat fototoestel? Wij hadden toen helemaal geen camera, dus was hij van iemand anders. Mogelijk van mijn broer. Maar wie was mijn broer, waar kwam hij vandaan, enzovoort. Waarom bezat ik zelf geen fototoestel? Ik maakte erg graag foto’s en had op het Ritcs (de filmschool in Brussel) geleerd hoe je het moest doen. Ik was vertrouwd met de donkere kamer. Vandaag lijkt het erop of heel mijn leven zich in donkere kamers heeft afgespeeld.

ZERO DE CONDUITE: GHOSTS

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verruim je geest. Het motto van deze show isI’m strapped to this fucking twin bed / And I won’t get any cookies or tea / Till I stop quoting Nietzsche / And brush my teeth and comb my hair.
Je kunt dit programma via 
streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers.

Vanavond verschijnen de geesten. Als wij het zelf al niet geworden zijn na een jaar in afzondering, onze aandacht grotendeels gericht op twijgjes, postbodes, de lucht en vogelgezang, worden we het op deze dag, op 1 mei 2021: geesten. Mooi toch dat we geesten worden die liederen over geesten beluisteren, niet? Twee uur lang laten we onze van hunkeren en smachten vermoeide  lichamen links liggen (of rechts) en doen we alsof we uit niets anders bestaan dan licht en ether.

De songs die de revue zullen passeren roepen inderdaad allerlei soorten geesten op. Geesten te paard, geesten op het strand, geesten in spooktreinen, zwervende geesten, hongerige geesten en heilige geesten. Het minste wat je over deze songs kunt zeggen is dat ze bezield zijn, of in ieder geval dat hun makers dat waren. Zonder bezielde muzikanten geen muzikale geesten, en onbezielde luisteraars dreigen geen noot te zullen horen. Om dit in eenvoudige bewoordingen samen te vatten: er is musica humana nodig om musica instrumentalis te kunnen horen.

Veel luisterplezier en veel geestdrift gewenst, beste geesten van 1 mei!

Opgedragen aan Gene Taylor, overleden op 20 februari 2021.

Spirit Ditch – Sparklehorse – Vivadixiesubmarinetransmissionplot – Mark Linkous (de allerliefste geest)

My Ghost – The Handsome Family – Through The Trees – Brett Sparks/Rennie Sparks

Your Ghost – Kristin Hersh – Hips And Makers – Kristin Hersh

The Ghost On The Shore – Lord Huron – Lonsome Dreams – Lord Huron

Ghost Tropic – Songs: Ohia – Ghost Tropic – Alasdair Roberts/Jason Molina/Mike Mogis/Shane Aspegren

Ghosts – Fred Frith – Guitar Solos – Fred Frith

Ambush/Banquo’s Ghost – Third Ear Band – Music From Macbeth – Bridges/Sweeney/Buckmaster/Minns

Ghosts – Sam Amidon – The Following Mountain – Sam Amidon

Ghost of a Horse – Emily Jane White – Victorian America – Emily Jane White

Chasing Ghosts – Steve Von Till – A Life Unto Itself – Steve Von Till

Ghosts – Clint Mansell & Kronos Quartet – Requiem For A Dream – Clint Mansell

Ghost Of The Monks – William Penn & The Quakers – The Hush Records Story – Gunther

New Ghosts – Albert Ayler – New Grass – Mary Parks

Ghost Town – The Specials – Singles – Jerry Dammers

Ghost Rider – Suicide – First Album  – Martin Rev/Alan Vega

Dead Souls – Joy Division – Permanent – Joy Division

Ghost Highway – Mazzy Star – She Hangs Brightly – David Roback

Ghost On The Highway – The Gun Club – Fire Of Love – Jeffrey Lee Pierce

Ghost Band – Green On Red – The Killer Inside Me – Cacavas/Waterson/Stuart/Prophet

Ghost On The Road – Guadalcanal Diary –  Walking In The Shadow Of The Big Man – Jeff Walls

Ghosts Of Hallelujah – The Gourds – Ghosts Of Hallelujah – Kevin Russell/Jimmy Smith

Hungry Ghost – Hurray For The Riff Raff – The Navigator – Alynda Segarra

Holy Ghost – Low – The Invisible Way – Alan Sparhawk/Steve Garrington

Ghosts in My Heart – Mariee Sioux – Gift for the End – Mariee Sioux

Ghost Woman Blues – The Low Anthem – Smart Flesh – George Carter

Ghost of David – Damien Jurado – Ghost of David – Damien Jurado

The Ghost Of The Girl In The Well – Willard Grant Conspiracy – Regard The End – Robert Fisher

Ghost-Town Of My Brain – Jim White – No Such Place – Jim White

The Ghost And The Black Hat – Go-Betweens – Liberty Belle And The Black Diamond Express – Grant McLennan/Robert Forster

The Ghost Of You Walks – Richard Thompson – Action Packed: The Best Of The Capitol Years – Richard Thompson

Ghosts – Randy Newman – Guilty: 30 Years Of Randy Newman – Randy Newman

Paris 1919 – John Cale – Paris 1919 – John Cale

Ghost Train – Rickie Lee Jones – Duchess of Coolsville: An Anthology – Rickie Lee Jones

Spirits Drifting – Brian Eno – Another Green World – Brian Eno

Ghosts Of A Future Lost – Clint Mansell & Kronos Quartet – Requiem For A Dream – Clint Mansell


Research, samenstelling en montage: Martin Pulaski
Afbeeldingen: The Innocents (Jack Clayton); Carnival of Souls (Herk Harvey); Albert Ayler; Carnival of Souls.

ZERO DE CONDUITE: 1968 – TO KINGDOM COME

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verruim je geest. Het motto van deze show isWhen I feel that the world’s too much for me / I think of the Big Sky and nothing matters much to me.
Je kunt dit programma via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers.

Je weet het. Mijn Agnes heeft een zware hartoperatie overleefd. Het spreekt vanzelf dat ik dat had gehoopt en verwacht, maar uiteindelijk was het op die verschrikkelijke 1ste maart kantje boordje. Gelukkig is Agnes nu bij me in dat kleine koninkrijk van ons – waar we al dertig jaar in ballingschap leven – en herstelt ze snel. Overigens is er geen haast mee gemoeid. We hebben tijd. Er wordt niets van ons verwacht, we gaan nergens naartoe. Er is nergens iets te doen.

Ik ben nu mantelzorger. Dat woord kende ik wel, maar ik wist niet wat het inhield. Voor je hulpbehoevende geliefde zorgen is iets moois maar het gaat nu en dan ook met gevoelens van onmacht, tekortschieten, onzekerheid, gepaard. Soms voel je je zelf hulpbehoevend. Soms wil je alleen nog maar ontsnappen aan die verantwoordelijkheid. Komt daar nog bij dat ik altijd al een beetje heb willen ontsnappen, vooral aan werk, verplichtingen, verantwoordelijkheden maar ook aan onzin en onwetendheid, aan bedrog en valsheid, aan hypocrieten en praatjesmakers, aan de vaak harteloze en wrede wereld.

In deze in alle opzichten uiterst moeilijke tijd maak ik om te ontsnappen lijstjes. Als escapist ben ik op dit ogenblik tot niet veel meer in staat. Lijstjes maken is niets nieuws voor me, maar nu is het zo’n beetje een obsessie geworden. Ik maak lijstjes van de langspeelplaten die ik in dat of dat jaar memorabel vond. Zo heb ik er ook een voor het gezegende jaar 1968 gemaakt. Het is een hele lijst, hij raakt niet af, er komt geen eind aan. Mijn programma van vandaag bevat een selectie uit die lange, onaffe lijst. Soms denk ik dat 1968 het beste muzikale jaar is om in weg te vluchten. Het was op elk gebied een wonderjaar, dat zeker. Er leek een écht koninkrijk op komst, een waar iedereen gelijk zou zijn en niets verboden was en elke ziel een goede ziel en alles met alles in harmonie. Een droom om vooral vandaag te koesteren, want dat koninkrijk is verder weg dan ooit.
Veel luisterplezier!

To Kingdom Come – The Band – Music From Big Pink – Robbie Robertson

Everybody’s Got to Change Sometime – Taj Mahal – Taj Mahal – Sleepy John Estes

Sure ‘Nuff ‘N Yes I Do – Captain Beefheart & The Magic Band – Safe As Milk – Don Van Vliet/Herb Bermann

Love That Burns – Fleetwood Mac – Mr. Wonderful – Peter Green

No Expectations – The Rolling Stones – Beggars Banquet – Keith Richards/Mick Jagger

My Wild Love – The Doors – Waiting For The Sun  – The Doors

Quicksilver Girl – The Steve Miller Band – Sailor – Steve Miller

I’ve Loved Her So Long – Neil Young – Neil Young – Neil Young

Four Days Gone – Buffalo Springfield – Last Time Around – Stephen Stills

The Radio Song – Dillard & Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark – Bernie Leadon/Gene Clark

Draft Morning – The Byrds – The Notorious Byrd Brothers – Roger McGuinn/Chris Hillman/David Crosby

No One Is There – Nico – The Marble Index – Nico

Some Velvet Morning – Nancy Sinatra & Lee Hazelwood – Nancy & Lee – Lee Hazlewood

Bonnie And Clyde – Serge Gainsbourg, Brigitte Bardot & Michel Colombier et Son Orchestre – Bonnie And Clyde – Serge Gainsbourg

Life Will Pass You By – Kaleidoscope – A Beacon From Mars – C. Darrow

Shifting Sands – West Coast Pop Art Experimental Band – Part One (1967) – Baker Knight

Christine – J.K. & Co – Suddenly One Summer – Jay Kaye

Everything That Touches You – The Association – Birthday –  Terry Kirkman

Friends – The Beach Boys – Friends – Brian Wilson/Carl Wilson/Dennis Wilson/Al Jardine

Big Sky – The Kinks – The Kinks Are The Village Green Preservation Society  – Ray Davies

Cry Baby Cry – The Beatles – The Beatles (White Album) – Lennon/McCartney

Lonely Little Girl – The Mothers of Invention – We’re Only In It for the Money – Frank Zappa

Murder In My Heart For The Judge – Moby Grape – Wow – Jerry Miller/Don Stevenson

White Light/White Heat – The Velvet Underground – White Light / White Heat – Lou Reed

Misty Mountain – Silver Apples – Silver Apples – Simeon/Stanley

The Garden Of Earthly Delights – The United States Of America – The United States Of America – Joseph Byrd/Dorothy Moskowitz

America – Simon & Garfunkel – Bookends – Paul Simon

Bet No One Ever Hurt This Bad – Randy Newman – Creates Something New Under The Sun – Randy Newman

I Walk On Guilded Splinters – Dr. John – Gris Gris – Dr John Creaux/Mac Rebennack

In My Own Dream – Butterfield Blues Band – In My Own Dream – Paul Butterfield

You’ve Got My Mind Messed Up – James Carr – A Man Needs A Woman – O. McClinton

Chain Of Fools – Aretha Franklin – Lady Soul – Don Covay

Tell Mama – Etta James – Tell Mama – Marcus Daniel/Clarence Carter/Wilbur Terrell

Gypsy Eyes – The Jimi Hendrix Experience – Electric Ladyland – Jimi Hendrix

New Ghosts – Albert Ayler – New Grass – Mary Parks

Those Were The Days – Cream – Wheels Of Fire – Ginger Baker/Mike Taylor

Flower Punk – The Mothers of Invention – We’re Only In It for the Money – Frank Zappa


Samenstelling, research & montage: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: SLAPEN, DROMEN

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verander je leven. Het motto van deze show is In the land of my dreams / You’re sweeter than ever before / In the land of my dreams / You love me so much more. Je kunt dit programma via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers.

Opgedragen aan Agnes Anquinet.

Vorige zaterdag, toen ik dit programma monteerde en een korte inleiding opnam, had ik er geen idee van hoe de zware hartoperatie van Agnes zou aflopen. We hadden allebei het volste vertrouwen in het medisch team van UZ Brussel, maar hadden toch ook twijfels. Je weet maar nooit wat er kan gebeuren in zo’n operatiekamer. In hoop en angst en nog een resem andere emoties heb ik deze lijst van songs over slapen en vooral dromen samengesteld. In mijn donkerste momenten dacht ik, stel dat Agnes het niet overleeft, dan… Ja, wat dan? Dat ze deze liedjes niet meer zou kunnen horen? Ga weg, zo narcistisch was ik nu ook weer niet. En zo belangrijk vond ik deze stukjes muziek nu ook weer niet. Ik zou het programma niet hebben laten uitzenden, dat spreekt vanzelf. Dieper ben ik op die mogelijkheid niet ingegaan: Agnes moest overleven. Ik stond geen ander vooruitzicht meer toe. Al leek het dan maandag wel allemaal verkeerd te gaan. Een uiterst problematische operatie, acht uur in de operatiekamer. Ondraaglijke spanning in mijn eigen hart (en niet alleen in dat van mij).
Maar dat was maandag. Inmiddels is het tij gekeerd en ziet de toekomst er bijna rooskleurig uit. Hoewel, rooskleurig? Wat heb je aan die bleekrode tint? Het komt erop neer dat Agnes weer thuis zal zijn en dat we samen nieuwe dromen zullen kunnen dromen. Ik twijfel er niet aan dat daar prettige en rijke en zelfs wilde dromen bij zullen zijn maar dat ook nachtmerries niet zullen ontbreken. De warmte voel je alleen maar als je weet dat er ook kou is. Of zoals Ismaël, de verteller in Herman Melvilles Moby Dick, het formuleert: “Temeer, zeg ik, want om echt van lichaamswarmte te genieten, moet een klein stukje van je koud zijn; iedere eigenschap in deze wereld is immers alleen wat het is uit contrast. Niets bestaat in zichzelf.” (Vertaling Barber van de Pol).
Het idee bij deze aflevering van Zéro de conduite was dat Agnes veel zou slapen en dromen in haar ziekenhuisbed. Dat ze geen pijn zou hebben. En dat ze dan na een week van diepe en pijnloze rust op een stralende lentedag zou ontwaken. Deze liedjes vervangen de dromen die ze in mijn verbeelding – in mijn verbeelding van voor de operatie – zou hebben. Natuurlijk is de realiteit altijd anders dan de voorstelling die je je ervan maakt. Soms is dat een goede zaak.

Veel luisterplezier.

Sleep – This Heat – Deceit – This Heat

I Go To Sleep – The Pretenders – Pretenders II – Ray Davies

I Can’t Sleep – Aziza Mustafà Zadeh ft. Toots Thielemans – Jazziza – Zadeh

Land Of My Dreams – Anna Domino – East and West – Aretha Franklin

The Dream’s Dream – Television – Adventure – Tom Verlaine

Tiny Children – The Teardrop Explodes – Wilder – Julian Cope

Chasing The Dream – Sunhouse – Crazy On The Weekend – Gavin Clarke

Dreams – Clint Mansell & Kronos Quartet – Requiem For A Dream – Clint Mansell

Am I Dreaming – Jane Canada – Break-A-Way: The Songs Of Jackie De Shannon 1961-1967 – Jackie De Shannon

Johnny Angel – Shelley Fabares – Les Hits 1962 Salut Les Copains – Lyn Duddy

Dreamin’ Of You – Noreen Corcoran – Phil’s Spectre II: Another Wall Of Soundalikes – Nino Tempo

Wonderful Land – The Shadows – Les Hits 1962 Salut Les Copains – Lordan

Tout est permis quand on rêve – Lilian Harvey & Henri Garat – Les plus belles chansons du cinéma – W. R. Heymann/A. Boyer/R. Bertram/J. Cis

Dreaming A Dream – Al Bowlly with Ray Noble & His Orchestra – Pennies From Heaven – R.P. Weston/B. Lee/J. Waller/J. Tunbridge

Girl Of My Dreams – Dizzy Gillespie feat. Stan Getz – Diz & Getz – Sunny Clapp

This Time The Dream’s On Me – Russ Freeman & Chet Baker – Chet Baker & Russ Freeman Quartet – Arlen/Mercer

Nightmare – Percy Mayfield – Poet Of The Blues – Percy Mayfield

Nightmare – Artie Shaw & His New Music – Pop Music: The Early Years 1890-1950 – Artie Shaw

‘Til The Following Night – Screaming Lord Sutch & The Savages – Joe Meek: The Alchemist Of Pop – Home Made Hits & Rarities 1959-1966 – Sutch

Night Of The Vampire – The Moontrekkers – Joe Meek: The Alchemist Of Pop – Home Made Hits & Rarities 1959-1966 – LePort

Alligator Wine – Screamin’ Jay Hawkins – The Leiber & Stoller Story – Volume 2 – On The Horizon 1956 – 1965 – Jerry Leiber/Mike Stoller

Make My Dreams Come True (take 2) – Elmore James & His Broom Dusters – Blues After Hours – Elmore James

Six Dreams – The Seeds – Pushin To Hard [The Best Of The Seeds] – Sky Saxon

Dream Within A Dream – Spirit – The Family That Plays Together – Jay Ferguson

Oh! Wot A Dream – Kevin Ayers  – Bananamour – Kevin Ayers – Kevin Ayers

Gallery Of Dreams – Rosie & The Originals – Angel Baby Revisited – Unknown

Girl of My Dreams – Etta James – At Last! – Charles Clapp

Dreamer – Patti LaBelle & The Bluebelles – Sweet Inspirations: The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Dan Penn/Spooner Oldham

Circle Dream – 10,000 Maniacs – Our Time In Eden – Dennis Drew/Natalie Merchant

Series Of Dreams [Recorded New Orleans 3/23/89, Outtake From Oh Mercy] – Side Tracks – Bob Dylan

Take Care In Your Dreams – Tindersticks – No Treasure But Hope – Neil Fraser/Robert McKinna/David Boulter

Summer Of Their Dreams – Virgina Astley – From Gardens Where We Feel Secure – Virginia Astley

Reve – Françoise Hardy – La Question – Taiguara/Hardy

How Can We Hang On To A Dream – Tim Hardin – Tim Hardin 1 – Tim Hardin

The Dream Machine – John Zorn – Dreamachines – John Zorn

Please Don’t Wake Me – Cinderella – 2.Dimension Dolls, Beyond The Valley:Girls Will Be Girls –

Please wake up – Louie And The Lovers – The Complete Recordings – Louie Ortega


Samenstelling, research en montage: Martin Pulaski

DUIZEND-EN-EEN BIBLIOTHEKEN EN CINEMATHEKEN: OVER JEAN-CLAUDE CARRIÈRE EN BULLE OGIER

Bulle Ogier.

Jean-Claude Carrière is op negentachtigjarige leeftijd overleden. In Libération schreef Anne Diatkine over de begenadigde auteur dat de mensheid met hem niet één biblitoheek verliest, maar duizenden “en toutes langues et sur tous les continents, en particuliers indiens, africains, et les terres sud-américaines.” [1]
Jean-Claude Carrière werkte mee aan tientallen scenario’s van gedenkwaardige films, waaronder La Piscine en Borsalino van Jacques Deray, Taking Off van Milos Forman, The Unbearable Lightness of Being van Philip Kaufman, Die Blechtrommel van Volker Schlöndorff, La chair de l’orchidée van Patrice Chéreau, Retour à la bien-aimée van de helaas vergeten regisseur Jean-François Adam, Danton van Andrzej Wajda, Birth van Jonathan Glazer, Das weisse Band van Michael Haneke, L’Ombre des femmes van Philippe Garrel. Voorts werkte Carrière gedurende negentien jaar samen met Luis Buñuel en was hij co-auteur van zijn belangrijkste films, waaronder Belle de Jour, Le Journal d’une femme de chambre en Cet obscur objet du  désir. Hij assisteerde de Spaanse regisseur bij het optekenen van diens schitterende autobiografie Mijn laatste snik.

Jean-Claude Carrière schreef misdaad- en horrorverhalen, publiceerde een encyclopedie van stommiteiten [2], bundelde gesprekken die hij had met de Dalai Lama (Tenzin Gyatso) onder de titel  La Force du bouddhisme : Mieux vivre dans le monde d’aujourd’hui en was de vaste dramaturg van Peter Brook, een van de invloedrijkste theaterregisseurs van de 20ste eeuw. Samen creëerden zij de epische vertelling  Mahâbhârata [3]; het oorspronkelijk werk telt 12.000 bladzijden [4] . Dat zijn lang niet al zijn verwezenlijkingen, maar deze opsomming geeft je vast een idee van ’s mans interesses en activiteiten. Voldoende reden om in het middelbaar onderwijs enige aandacht te geven aan deze merkwaardige renaissance man.

Enkele dagen voor ik het nieuws van Jean-Claude Carrières dood vernam, had ik toevallig nog Le charme discret de la bourgeoisie gezien, de film van Luis Buñuel waarvoor Jean-Claude Carrière eveneens mee het scenario bedacht. Ik was al een poos ondergedompeld in J’ai oublié, de meeslepende autobiografie van Bulle Ogier, die onze geliefkoosde actrice samen met Anne Diatkine te boek stelde (ook toevallig?).  Ondanks de betreurenswaardige situatie waarin wij in ons privéleven verzeild zijn geraakt, genoot ik van deze lectuur. Door de vrolijke stijl, die sterk contrasteert met het tragische leidmotief (als ik het zo mag noemen), de dood van haar geliefde dochter, de veelbelovende actrice Pascale Ogier, is dit boek een sterk tegengif tegen de beklemmende ervaring die het lezen van De jaren van Annie Ernaux voor me was. Ik zou De jaren een andere titel geven, De ontgoocheling, of De ontnuchtering of iets dergelijks. Beide autobiografische werken bestrijken dezelfde periode in onze recente geschiedenis. Ernaux blijft daarbij veilig binnen de grenzen van Frankrijk en de wereld van de politiek, het entertainment en het consumentisme. Ogier heeft veel aandacht voor de Parijse (sub)cultuur, maar ook voor de rest van de wereld, al heeft zij vooral oog voor kunstenaars, in de eerste plaats theater- en filmmakers. Een aantal van hen krijgen een ereplaats, al gaat de meeste aandacht naar haar dochter en naar haar man Barbet Schroeder. Over Schroeders avonturen in Los Angeles, onder meer het maken van Barfly, een film over een episode in het leven van dichter Charles Bukowski, dist Bulle Ogier hilarische verhalen op.  Ook wie van het werk van Marguerite Duras, Jacques Rivette en Werner Schroeter houdt komt aan zijn of haar trekken.

J’ai oublié heeft mij zin gegeven om alles wat ik het voorbije jaar op Netflix – en andere streaming-diensten – heb gezien, meteen te vergeten. Wat was de cultuurwereld die Bulle Ogier beschrijft rijk in vergelijking met de opgewarmde, smakeloze kost die ons nu wordt voorgeschoteld. Naast de films waar de Franse actrice een rol in speelde en die in haar autobiografie ter sprake komen, herinner ik mij tientallen, mogelijk honderden andere films uit de jaren zestig en zeventig – en voor een deel de jaren tachtig – die opnieuw en opnieuw kunnen bekeken worden en blijven verrassen. Het hele oeuvre van Pier Paolo Pasolini (met als hoogtepunten Medea en Teorema), van Bernardo Bertolucci (Laatste tango in Parijs blijft zijn meesterwerk); films van Jean Eustache (La maman et la putain, Mes petites amoureuses); Marco Bellocchio (I pugni in tasca, La Cina è vicina ); Jacques Rivette (alles); Glauber Rocha (Terra em Transe, Antonio das Mortes); Rainer Werner Fassbinder (alles); Werner Schroeter (blijft er naast Malina nog iets over van zijn werk?); Daniel Schmid (La Paloma, Violanta); André Delvaux (Rendez-vous à Bray, Belle); de jonge Federico Fellini; Michelangelo Antonioni (La Notte en al zijn andere films); Jean-Pierre Melville; Eric Rohmer; de jonge François Truffaut; Stanley Kubrick; Nicholas Ray (In a Lonely Place, Party Girl); Nicolas Roeg (Performance, Walkabout, Bad Timing); Andrzej Tarkovski; Satyajit Ray; Ingmar Bergman; en natuurlijk Luis Buñuel. Dit is een korte en spontaan neergeschreven lijst. Je zal ongetwijfeld begrijpen wat ik bedoel. Of net niet. Los daarvan raad ik iedereen die interesse heeft voor de twintigste-eeuwse Europese cultuur deze autobiografie ten stelligste aan. Het is evenwel ook een melancholisch boek, wat de titel al aangeeft. Oud worden is geen kinderspel.

Peter Brook en Jean-Claude Carrière.


 [1] “Jean-Claude Carrière est mort lundi, à 89 ans, et ce n’est pas une bibliothèque que l’humanité perd, mais des milliers, en toutes langues et sur tous les continents, en particuliers indiens, africains, et les terres sud-américaines. L’énigme est sans résolution : Jean-Claude Carrière, né le 17 septembre 1931 dans la petite paysannerie de l’Hérault – «dans une maison sans livres» a-t-il écrit – était susceptible de se passionner pour tout. Etre captivé par un détail glané dans la rue, une démarche, un accent, un fragment de conversation surpris qui donnait du grain à moudre à son imagination et provoquait immédiatement une ébauche de récit.”
Anne Diatkine, Libération

[2] Dictionnaire de la bêtise et des erreurs de jugement, Guy Bechtel en Jean-Claude Carrière, Robert Laffont, 1965

 [3] À la recherche du Mahâbhârata, carnets de voyages en Inde avec Peter Brook 1982-1985, Éditions Kwok On.

[4] “Daarna zijn we ‘la grande lecture’ begonnen: je hebt ongeveer een jaar nodig om de Mahabharata volledig te lezen. Peter Brook las in het Engels, ik in het Frans. Waar die twee vertalingen contradicties vertoonden hebben we – met de hulp van een professor – naar de Sanskriet-versie teruggegrepen. Een volgende stap was zeer belangrijk: de gezamenlijke lezing van Peter Brook en mezelf, met de hulp van Marie-Hélène Estienne. Die lezing heeft zo’n acht à tien maanden geduurd. Wij lazen elke dag en stopten bij die passages die ons interessant leken, of die noodzakelijk waren binnen het verloop van het verhaal. Omgekeerd ook bij die verhalen die ons overbodig leken, die door het basisverhaal dat ons verteld was overlapt werden. Tijdens die tweede lezing zijn we al beginnen schrappen: een aantal secundaire verhalen is geëlimineerd omdat we ons vooral op de grote ‘verhaalstroom’ wilden concentreren.” Jean-Claude Carrière in een vraaggesprek met Alex Mallems, in  Etcetera, 1985-10, jaargang 3, nummer 12, p. 15

STAPELPLAATS

Voor de tijdgenoten

Hij blijft buiten adem staan voor een raam, kijkt naar binnen.

Ziet de ringen, het goud, glinsteringen, maar ziet ze ook niet.

Hun betekenis ontglipt hem, de klare taal van dat gefonkel

vindt geen plaats in zijn driftig volgestouwde stapelplaats.

Hij ontwaart een rivier en in het water hoge wolken.

Haar water dat node het land tussen de heuvels verlaat,

waar het van nut is voor mensen en dieren die komen drinken.

Toch moet het zo gaan. Alle water moet naar de zoute oceaan.

Later, als verderop het Westen de meeuwen lost, schroeit

de zon nog zijn huid, en dan het avondrood altijd eender,

altijd anders, dat hem koortsig naar verloren dagen voert,

naar vrienden die bijna vergeten waren, met hun lange haren

grijzer dan metaal, vermoedt hij. Niet gegijzeld maar mee-

gaand met de dagen alsof dat zo hoort. Eertijds lazen zij samen

woorden van goden. Maar hemel, hoe was dat mogelijk?

Van een god kun je geen letter lezen – en leven.

Zij wendden hun ogen af van de zwendel, gingen hun wegen.

Elk in hun eigen vallei waar toch altijd een eendere rivier liep.

Maar zo ver van elkaar is het vooral de klok die hen aan elkaar klinkt.

Als zij bitter de oude nacht ingaan, met pijn in de leden ontwaken.

Het zware metaal in hun knieën, in de winter een hemel

van staal, maar aan de voet van de heuvels grazende schapen

en honing in de melk als het regent of hagelt of sneeuwt.

Hij ziet weer de zomers op de kermis in het dorp, zondagen aan tafel,

kroenselenvlaai, aardbeien met slagroom, verkoelende limonade.

Moeder op haar zondags, vader met de duiven, hoort hun wilde dialect.

Buiten adem staat hij daar maar het is geen treuren wat hij doet.

Een wind steekt op, de lucht is vochtig. Er valt niets te betreuren.

De dingen gebeuren, waarom weet je niet. Leven is dwaasheid.

Niemand spreekt het geheim uit en een moord is zo gebeurd.

Of je schopt tegen een steen om hem te zien rollen

naar beneden, naar het water van de traag naar zee stromende rivier.

*

Een eerste ontwerp maakte ik op 15 juni 2008 en kreeg als titel mee: Korte stilstand. Deze versie is geschreven met een volstrekt andere kijk op de wereld dan toen- en toch dezelfde. Een van de thema’s van Stapelplaats is “Ten is niet al gout, dat daer blinckt“.

Foto: Martin Pulaski, Esztergom, 17 augustus 2008

ZERO DE CONDUITE: TELL IT TO YOUR HEART

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM en verander je leven. Het motto van deze show is For so long I thought about it / And now I just can’t live without it / This beautiful image I have of you.
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere excentrieke en wispelturige collega’s radiomakers. Opgedragen aan Agnes Anquinet.

Vanavond is er ondanks mijn eerder gedane belofte geen derde aflevering van de reeks baanbrekers in populaire muziek. De realiteit heeft zich op de zo mogelijk hardste wijze aan ons privéleven opgedrongen. Mijn geliefde Agnes lijdt aan hartfalen en moet op 1 maart een zware operatie ondergaan. (Meer details daarover vind je in enkele vorige mededelingen.) Om die reden heb ik gekozen voor een ander soort songs. Liedjes die Agnes nauw aan het hart liggen, die volgens mij troost brengen en mogelijk op die manier een helende kracht hebben. Het zijn geen doodsliederen, verre van, want er is geen dood in zicht. Deze 36 songs – vrij willekeurig en intuïtief geselecteerd –  zijn levensbevestigend. Veel van de liedjes kun je meezingen en op heel wat ervan kun je dansen. Agnes komt hier sterker uit, dat zeggen al onze vrienden en ik zeg het zelf ook. Ik weet het. Het zal goed aflopen, maar toch houden we ons spreekwoordelijke hart vast. Ondertussen hebben we als houvast muziek als die van vanavond, maar ook boeken, films en heel veel herinneringen aan een  rijk leven samen en met onze vrienden. Dit programma is ook voor jullie, vrienden, die zo met dat verzwakte hart van Agnes begaan zijn.

Veel luisterplezier!


The Beat Goes On – Sonny & Cher – The Beat Goes On – Sonny Bono

Too Busy Thinkin’ About My Baby – Marvin Gaye – M.P.G.  – N.Whitfield/J.Bradford

You’re My Remedy – The Marvelettes – The Definitive Collection – Smokey Robinson

A Love Like Yours (Don’t Come Knocking Everyday) – Martha Reeves & The Vandellas – Come And Get These Memories – Eddie Holland/Brian Holland/Lamont Dozier

Whole Lot Of Shakin´ In My Heart (Since I Met You) – Smokey Robinson & The Miracles – Away We A Go-Go – Smokey Robinson

That’s Where It’s At – Sam Cooke – The Man And His Music – J. W. Alexander/Sam Cooke

Ruler Of My Heart – Irma Thomas – Time Is On My Side – N. Neville

You, Baby – The Ronettes – Phil Spector – Back To Mono (1958-1969) [Disc 2] – P.Spector/B.Mann/C.Weil

Please Let Me Wonder – The Beach Boys – The Beach Boys Today! – Brian Wilson/Mike Love

I’m Only Sleeping – The Beatles – Revolver – Lennon/McCartney

Darlin’ Companion – The Lovin’ Spoonful – Hums Of The Lovin’ Spoonful – John Sebastian

She’s A Rainbow – The Rolling Stones – Their Satanic Majesties Request – Mick Jagger/Keith Richards

Little Wing – The Jimi Hendrix Experience – Axis: Bold As Love – Jimi Hendrix

Today – Jefferson Airplane – Surrealistic Pillow – Marty Balin/Paul Kantner

8:05 – Moby Grape – Moby Grape – D. Stevenson/J Miller

All Come To Meet Her – Skip Spence – Oar – Skip Spence

Time Is Passing – Pete Townshend – Who Came First – Pete Townshend

Andalucia – John Cale – Paris 1919 – John Cale

Little Sister – Nico – Chelsea Girl – John Cale/Lou Reed

Step Right Up – Anne Briggs – The Time Has Come – H. McCullough

Head And Heart – John Martyn – Bless The Weather – John Martyn

Chase The Blues Away – Tim Buckley – Blue Afternoon – Tim Buckley

Your Gentle Way Of Loving Me – The Byrds – Dr. Byrds & Mr. Hyde – F. Guilbeau/G. Paxton

If Not For You – Bob Dylan – New Morning – B. Dylan

Only Love Can Break Your Heart – Neil Young – After The Goldrush – Neil Young

Loretta – Townes Van Zandt – Flyin’ Shoes – Townes Van Zandt

A Song For You – Gram Parsons – GP – Gram Parsons

Secret Heart – Ron Sexsmith – Ron Sexsmith – Ron Sexsmith

Steal Your Love – Lucinda Williams – Essence – Lucinda Williams

She Is My Everything – John Prine – Fair And Square – John Prine

Heartache Spoken Here – Warren Zevon – Mr. Bad Example – Warren Zevon

A Matter Of Time – Los Lobos – How Will The Wolf Survive? – David Hidalgo/Louie Perez

Listen To Her Heart – Tom Petty & The Heartbreakers – You’re Gonna Get It! – Tom Petty

Tell It To Your Heart – Lou Reed – Mistrial – Lou Reed

Hold On, Hold On – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case

Glory – Television – Adventure – Tom Verlaine

Research, samenstelling en montage: Martin Pulaski

WAAR WAREN WE GEBLEVEN?

Martin Pulaski, Brussel, 1975

Waar waren we gebleven? Het was een ochtend in het begin van juli in het jaar 1979. Ik deed de deur open van onze woning in de Dolfijnstraat, gelegen in de Antwerpse wijk die nog steeds Zurenborg heet. Ik dacht dat ik op dat ogenblik akelige witte vogels uit een van die fantastische verhalen van Edgar Allan Poe hoorde schreeuwen, hun vleugels wel een meter breed, maar bij nader inzien bleek het geluid op te stijgen uit onze schimmelige kolenkelder, voor mij grotendeels onbekend terrein, al wist ik wel dat er geen kolen te vinden waren. In een donkere hoek trof ik vier kleine kittens aan.
We stonden toen op het punt om al liftend naar de Provence af te reizen. Onze rugzakken en ons kleine zilverkleurige tentje, als de uitrusting van stuntelige ruimtereizigers, stonden klaar voor de reis.

Terwijl ik aan het nadenken was over hoe ik verder zou gaan met mijn verhaal, of ik ook van die reis verslag zou uitbrengen, terwijl die toch helemaal niets te maken heeft met het nachtleven in Antwerpen, of dat ik meteen zou doorgaan met de geschiedenis van Gabriella, en ik mocht die kleine poesjes niet uit het oog verliezen, toen greep de realiteit in. Al was mijn kroniek toch ook de realiteit, of liever: ooit was dat alles realiteit geweest.

Want op 13 januari werd Agnes – in mijn verhaal noem ik haar Senga, de naam die zij destijds zelf zo graag gebruikte – wakker met pijn in de borst en ademnood. We dachten meteen aan covid-19 en waren danig in paniek. Omdat ik chronisch ziek ben vreesde ik ook voor mijn eigen lot. We konden ofwel naar de spoed gaan hier in het nabijgelegen ziekenhuis, of de ambulance bellen, die haar dan naar datzelfde ziekenhuis zou voeren, of we konden eerst onze huisarts raadplegen. Omdat bij covid-19 enkele uren meer of minder niet veel verschil maken, dachten we, besloten we om eerst naar de huisarts te gaan. Ook al omdat het kleine ziekenhuis hier in de buurt geen van ons beiden erg bevalt. Bovendien is het Franstalig, wat voor Agnes niet zo’n groot probleem is: zij is tweetalig. Maar toch verkiezen we het UZ in Jette, weliswaar hier ver vandaan. De huisarts sloot covid-19 uit, het was iets nog veel ernstigers, ze had dringende verzorging nodig. Ze had longoedeem, te weinig zuurstof, een veel te snelle hartslag. Ze moest meteen naar het UZ Brussel. Daar werd inderdaad longoedeem vastgesteld en hartfalen. Een dag later bleek het om een beschadiging van de mitralisklep te gaan, een van de drie hartkleppen. De nagenoeg definitieve uitspraak kwam er op 20 januari. Agnes’ hartfalen is van zo’n ernstige aard dat een openhartoperatie nodig is, of, in het allerbeste geval, een operatie via een kleinere opening (Minimaal Invasieve Mitraalklep Chirurgie, heet zoiets in medische termen). Het voordeel van de tweede ingreep is een kleinere holte in de borstkas. Welke ingreep het wordt vernemen we op 27 januari. Nog twee dagen.

Vorige donderdag is Agnes naar huis mogen komen. Onze levens hebben op 13 januari een wending genomen die ik zelfs niet in de ergste nachtmerries heb kunnen voorvoelen. Maar een nachtmerrie houdt opeens op, het echte leven gaat door. Een leven dat doorgaat, dat betekent niet alleen tragiek maar ook mogelijkheden. Een zee van mogelijkheden, om met Patti Smith te spreken, de eeuwige optimist. Agnes heeft de moed en de kracht om in elk opzicht beter te worden. Ze wordt beter.

Intussen blijft het wachten op het lot van de poesjes en hoe het met Gabriella verdergaat. Maar dat is allemaal al gebeurd en nu is nu. Ooit neem ik de draad weer op. Liever vroeger dan later.

VANDAAG

La Gomera, 14 januari 2020

Voor Agnes

Hoe ben jij daar zonder horizon

En hoe ben ik hier dan met alleen wat matte dagen

om af te tellen zonder meer

Als wat lichte sneeuw smelt op gehaaste auto’s

In het grijs getreurde verhaal van vandaag.

Wat vertelden de sterren die je niet zag daar zo uitzichtloos

Die ik niet zag vanwege veel grauwe wolken

De hemel ook nu nog donker en rafelig de rook

Uit de schoorstenen hier tegenover

Een meeuw, twee meeuwen zie ik

En dan verlies ik de draad in het licht van de lantaarns.

Weet je nog wat ik tegen je zei

Twee dagen geleden

Terwijl ik wees naar de tuin van de buren

Wat ziet die appelboom er nu doods uit

Zo zonder kruin

En die tuin van ons, wat een modderpoel

Hier groeit nooit meer gras

En we dronken nog een glas

Was het witte of was het rode

Daar wordt het sombere tafereel al vager

En zelfs een weinig vrolijk.


Vergeet die corona maar mijn liefste

Je hart is de kroon op je werk

Sterk slaat het tegen de harde gebaren van deze tijd

Sterk omhelst het nu al in het klein en nog wat smal

Een nieuw met het hoofd omhoog geheven leven.

14 1 2021

A LAST SALUTE TO PHIL SPECTOR

Photo: Dennis Hopper

Goodbye Phil Spector. Once upon a time you used to be a pop genius. Once upon a time we loved your sound more than we loved our own heartbeat. Once upon a time, when “them British bad boys the Rolling Stones” called you uncle Phil. Once upon a time when the river was deep and the mountain was high. Once upon a time when Veronica sang Be My Baby and Walking in the Rain, when Darlene Love sang He’s a Rebel. Once upon a time when You’ve Lost That Lovin’ Feeling by the Righteous Brothers on the red and yellow Philles label was the best single ever made (Or was it Tina Turner’s River Deep, Mountain High, after all?). Once upon a time, when we were dreaming. Just before the long and winding nightmare began.


Ω

Ik moest deze korte tekst in het Engels schrijven.


DE VOLKOMEN BLEEKHEID VAN SNEEUW

DIE ZOMER zagen we Gabriella opfleuren. Senga en ik werkten inmiddels allebei bij de Filosofische Kring Aurora en hadden het behoorlijk druk met de redactie van het tijdschrift en het voorbereiden van literaire middagen en avonden. ’s Avonds aten we vaak met zijn drieën in de grote keuken beneden. Na de maaltijd voerden we gesprekken, een beetje zoals destijds in de Artanstraat in Schaarbeek, maar rustiger en redelijker. Soms las ik ontwerpen van teksten of gedichten voor. Ik haalde boeken uit de rekken, we lazen elkaar fragmenten voor van Knut Hamsun, Thomas De Quincey, Peter Handke en hele stukken uit De keisnijder van Fichtenwald van de toen bij ons bewonderde Nederlandse schrijver Louis Ferron.
We beluisterden de nieuwste elpees, voor zover ons budget ons de aankoop ervan toestond. Gelukkig was er ook nog de discotheek in de Lange Nieuwsstraat, die een voortreffelijk aanbod had. Gabriella bleef zoals in de Brusselse tijd van Nico en the Velvet Underground en van Patti Smiths Horses houden, wat niet vloekte met de punkrock en new wave en zelfs niet met albums als Darkness On The Edge Of Town, waar wij toen de voorkeur aan gaven. Geregeld hoorde je in het Dolfijnhuis de elpees Desertshore, met daarop aangrijpende nummers als My Only Child en Abschied, en The Marble Index [1], met No One Is There en Frozen Warnings. Na al die jaren bleef ik een pleitbezorger van de platen van Syd Barrett en Alexander Spence, waardoor wie bij ons geregeld op bezoek kwam vertrouwd werd met hun merkwaardige, hoogst originele songs.

Soms kwam Gabriella even in mijn werkkamer binnen om naar onze boeken te kijken. Op een dag trof ze in een stapeltje nieuwe aanwinsten in mijn kamer een Nederlandse vertaling van Moby Dick aan. Ze raakte gehecht aan de roman van Herman Melville, vooral aan het hoofdstuk over het witte van de walvis. Voor mij is dat een van de hoogtepunten uit de wereldliteratuur. Het was meer dan wat ook het witte van de walvis dat mij deed verbleken. Mogelijk herkende ze de bleekheid van haar eigen huid, met de volkomen blankheid van sneeuw, in die beschrijvingen. Hield ze ook niet zo van de laatste bladzijden van Edgar Allan Poes The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket?

Kort na Gabriella’s verhuizing naar de Dolfijnstraat waren we met zijn drieën in de Monty, een zaaltje op het Zuid, gaan kijken naar de thriller Looking for Mr. Goodbar van Richard Brooks, met Diane Keaton als Theresa Dunn, een borderline-lerares op zoek naar seksuele kicks. Dat was haast een net zo beklemmende belevenis, vooral het brutale einde, als het zien van Le locataire. Weer thuis vroeg ik me af of het een goed idee was geweest. Al kon ik de verbluffende acteerprestatie van Diane Keaton, de cinematografie van William Fraker en de nagenoeg perfecte soundtrack maar niet uit mijn hoofd zetten. Een meer bedwelmende en minder ontregelende ervaring was Bob Dylans film Renaldo and Clara. Voor Gabriella was het de eerste keer; ze was onder de indruk. Van de concertfragmenten bejubelde ze vooral de uitvoering van When I Paint My Masterpiece, mogelijk mede door de verwijzing in dat lied naar een verblijf van de verteller in Brussel. Van de fictieve scènes prefereerde ze die waarin de raadselachtige hoofdpersonages Renaldo, Clara en The Woman In White elkaar het leven moeilijk maakten. Na die filmmarathon keerden we naar huis terug om een hapje te eten en een tequila sunrise te drinken. Bob Dylan had ons dorst doen krijgen en onze levenslust aangewakkerd. Hoewel het al voorbij middernacht was wilden Senga en Gabriella toch nog de stad in. Zodoende namen we een taxi naar de Cinderella om ons met z’n drieën in de wereld van de punks onder te dompelen. Zodra Police and Thieves in de versie van the Clash weerklonk haastten we ons naar de dansvloer. Later, op adem komend aan de toog, trof ik Ria Pacquée daar aan. Ze zei dat er een party was in de King Kong en stelde voor om daar naartoe te gaan. Dat deden we. Maar wat in hemelsnaam deden we in de King Kong? Dansten we op tafels, vochten we met ingebeelde leeuwen, zongen we met zijn drieën of vieren People Get Ready?

Hoewel ik er toch geregeld binnenliep herinner ik me vandaag even weinig van de King Kong als van Louis Ferrons De keisnijder van Fichtenwald. Een psychiatrische instelling, sadistische nazi’s, Heinrich Von Kleist en zijn Penthesilea, dat is het ongeveer voor het boek van Ferron. Voor de King Kong zijn de herinneringsresten nog schaarser, een bal met Raymond van het Groenewoud, een optreden van Joy Division (waarover ik alleen maar iets las), een of andere toneelopvoering. Hoe zag de ruimte eruit, waren er meerdere zalen, moest je entree betalen, was er een balie? Welk publiek kwam er over de vloer? Vast niet hetzelfde als in Cinderella’s Ballroom. Onlangs zag ik een foto van Robert, de baas van die roemruchte club aan de Stadswaag. Niemand zou het in die tijd aangedurfd hebben hem baas te noemen. Op de foto staat hij achter de toog. Hij kijkt wat verrast, een beetje boos zo lijkt het wel. Links van hem een kleine witte ventilator, rechts een groen metalen kistje en wat elpees, waaronder Funhouse van the Stooges. Het leek een beeld uit een droom. Na veertig jaar heb ik mij van Robert en van de Cinderella een geheel andere voorstelling gemaakt. Ook mijn herinneringen aan Gabriella, hoe ze was, hoe ze bewoog, haar stemgeluid, zijn vervaagd. Wat maakt dat ik me nu afvraag of wat ik hier noteer niet eerder verzinsels zijn dan een weergave van werkelijk gebeurde voorvallen. Wat benijd ik schrijvers als Eric de Kuyper, met hun glasheldere herinneringen. Of zouden zij alleen maar goed onderlegd zijn in het verzinnen van allerlei geloofwaardige details? Beschikken zij over dagboeknotities waarin alles wat ze meemaakten haarfijn staat beschreven? In mijn dagboeken bijna niets van dat alles: het zijn grotendeels klachten over mijn gezondheid en notities over boeken en films en een aanzienlijk aantal herinneringen aan dromen.

Op een van die zomeravonden was er visite van Eddy D., de man van De man in de rups. We zaten net te luisteren naar Stateless, een elpee van Lene Lovich die ik van Senga cadeau had gekregen. Haar single Lucky Number was in die dagen een hit. Ik was een beetje bang dat het niet goed zou klikken tussen Gabriella en mijn vriend, omdat zij nogal asociaal was en soms verbaal agressief werd. Maar dat viel best mee, ook later in de rumoerige Cereus, waar L.S. nog even probeerde roet in het eten te gooien, wat hem niet lukte, omdat we ons niet lieten provoceren. Eddy luisterde met aandacht naar de meanderende invallen van Gabriella, woorden die meestal weinig met onze gespreksonderwerpen spoorden maar er op een moeilijk verklaarbare wijze toch bij aansloten. In mijn dagboek lees ik dat in onze conversatie sprake was van de fenomenen torus en tokamak.

Ik was tevreden. Senga en ik hadden de juiste beslissing genomen. Ook de avond van Walter Van Rooys tentoonstelling in het Pannenhuis was er een van plezier en euforie. Walter was opgetogen over de opkomst en de interesse, mijn vrienden waren in een opperbeste stemming. Samen met Guillaume Bijl en Ria Pacquée dronken we Duvels en discussieerden we over Diane Keaton, Truman Capote en In Cold Blood. We zongen mee met Lucky Number en I Think We’re Alone Now van Lene Lovich. Dat laatste was helemaal geen new wave maar een cover van een hippieliedje van Tommy James & the Shondells. In het Pannenhuis mocht dat nog: er waren geen vaste regels. Wel vonden Greta en Toulouse het prettig als je je rekening betaalde. Al vrij snel werd de sfeer diffuus en zaten we, samen met Gabriella’s zus Lena, die nu ook in Antwerpen woonde, in de Muze, daarna in de Mok – en opeens stond ik alleen aan de toog van de Kroeg, het bruine café op de hoek van de Wolstraat en het Conscienceplein waar ik in december 1968 de allereerste keer Beggars Banquet had gehoord, wat een haast mystieke ervaring was geweest.

Vroeg in de ochtend kwam ik thuis, flink beschonken. Plotsklaps hoorde ik een vreemd geschreeuw, van vogels dacht ik eerst, ik zag ze al voor me, grote witte vogels, hun vleugels wel een meter breed. Kwam het geluid echt wel van buiten, waar op dit uur al het zichtbare de bleekheid had van sneeuw? Nee, het geschreeuw steeg uit onze kleine kolenkelder op. Met een nieuwsgierigheid die mijn tegenzin overwon ging ik de trap af. Het was er donker en rook er naar schimmel en zwammen. De grond was bedekt met rottende planken. Het geschreeuw bleek uit de donkerste hoek te komen. Na wat wennen aan de duisternis kon ik vier piepkleine kittens ontwaren. Waar was de moederpoes naartoe?

[Nachten aan de kant 40.  Juni-juli 1979]

*

[1] De titel is afkomstig uit het gedicht The Prelude van Williams Wordsworth:
And from my pillow, looking forth by light
Of moon or favoring stars, I could behold
The antechapel where the statue stood
Of Newton, with his prism and silent face,
The marble index of a mind forever
Voyaging through strange seas of thought, alone.

Foto’s: boven, Martin Pulaski; onder, Diane Keaton, fotograaf onbekend.