GELDSTROOM

grosz_wintermaerchen-1

De geldstroom gaat van het rijke Vlaanderen naar de parasieten in Brussel en Wallonië zegt de NVA en blijven de ‘grote denkers’ van de Vlaamse Gedachte als een mantra herhalen. In werkelijkheid gaat de geldstroom zowel in Vlaanderen als Brussel en Wallonië – en overal ter wereld – van de armen en de middenklasse naar de rijken. Een miserabele stroom in één enkele richting. Naar wie gaan de belastingen, naar wie de opbrengsten van de handel in gas en elektriciteit? Van spectaculaire festivals, autosalons, verzekeringen, consumptietempels, halloween- en kerstmisrommel, vastgoed, huishuur?
Vanuit hun hoogte kijken de rijken samen en eendrachtig vol minachting neer op het gepeupel (wij) dat hen onderdanig aanbiedt wat zij eisen. Wie begrijpt waarom die uitbuiters zonder grenzen zo geliefd zijn en zoveel krediet krijgen?

Afbeelding: Georg Grosz, Deutschland, ein Wintermärchen

LABYRINT VAN HET TOEVAL

marienbad-sticks2

‘L’Année dernière à Marienbad’ van Alain Resnais (regie) en Alain Robbe-Grillet (scenario). Tot mijn verbazing heb ik vastgesteld dat Delphine Seyrig in 1961 ouder was dan in 1979 [1]. Zou voor sommige mensen de tijd dan toch in omgekeerde richting verlopen? Wie zal het zeggen. Alle raadsels zijn nog niet opgelost. Een aantal indrukken die deze sublieme film op me maakte, zijn me bijgebleven en zullen me bijblijven (of niet): kille zielloze mensen, strakke lijnen, gepolijst marmer, kiezelstenen, rechte paden, muren, barokke ornamenten. Trappen, trapzalen, hallen, labyrinten. Een immense leegte, nauwelijks verborgen achter de luxueuze geneugten van de bourgeoisie. Kijk daar hebben we mijn ‘Eindeloze groei van een droomarchitectuur/mijn muren’ [2]. Al deze dingen staan in die tekst, die een neerslag is van mijn barokke dagen. Nu leven we volop in de tijd van naaktheid en verlies. De tijd van wegzinken. Omgespitte aarde. Toch nog omkijken, iets vastgrijpen, denken: ‘Ik ben het niet kwijt’. Je voelt dat je bloed kouder wordt, de kleuren zijn er flets gaan uitzien, meer en meer gaat alles naar kraantjeswater smaken. Zelfs de wijn verliest zijn bouquet. Vertel me liever niets over zijn aroma, zijn neus, zijn afdronk: dat is allemaal larie. Zoek ik niet langer naar een of andere zin? Wat zou ik wel zoeken? Deze tijd – in welke richting hij gaat maakt niet uit – is die van een onmogelijke litanie. De kwalen en kwellingen zijn in aantal te groot om ze in een overzichtelijke rij te plaatsen. Het is de tijd om aan idealen te verzaken. Wat we hier doen heeft niet veel om het lijf. Ondanks onze modieuze kleren en brilletjes: niets aan het lijf, zo naakt als een pier.

Laten we voor ons vermaak even in het labyrint gaan kijken. Dat is mogelijk het hoofdthema van ‘Marienbad’. Het hotel en de tuin waar geen schaduw valt vormen een gesloten wereld waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt. Denk maar niet dat iemand een tunnel gaat graven want dan kom je bedrogen uit. Deze mensen hebben propere handen of zie je dat niet? De mondaine dame (Delphine Seyrig) kan alleen maar wegvluchten in een ander, parallel labyrint. Het eerst labyrint is waarschijnlijk dat van het leven; het tweede, waar ze alleen achterblijft met de mondaine man, haar bevrijder, is dat van de dood. Deze absurde uitweg was haar een jaar voordien, in Marienbad of in Karlsbad, wie zal het zeggen, reeds uit de doeken gedaan.
In het labyrint van de dood, als ik het zo mag noemen, worden er net als bij gewone stervelingen spelletjes gespeeld. In een spel zit altijd muziek, zeker in een kansspel. Denk maar aan John Cage. Welke geluiden zullen de elektrisch versterkte cactussen gaan voortbrengen? Dat is toch ook wel weer toevallig, dat ik nu aan John Cage denk. En niet aan John Cale, want dat had toch ook gekund. Of Brian Eno was eveneens een mogelijkheid, hij met zijn oblique strategies.
Fascinerend in ‘Marienbad’ is de speler omdat hij nooit verliest. Uiteraard, want niemand wil verliezen. Tenzij misschien als je dood bent, maar dat weet ik niet. Toen ik in de buurt was heb ik wel veel gespeeld, dat weet ik nog. Of ik nog een wil had betwijfel ik. Zijn kaartspel (dat je ook met lucifers of tandenstokers kunt spelen): vier rijen van respectievelijk 7, 5, 3 en 1 kaarten. In het totaal dus 16 kaarten, de som van de cijfers is 7. Een heilig getal. Dat hij niet kan verliezen is het fatum van deze speler. Dat hij moet winnen is zijn lot. Vloekt dat fatalisme dan niet met het toeval? Niet als je zoals Nietzsche het lot – alsof het een mishandeld paard is – omhelst. Dat de magere speler van Marienbad uiteindelijk toch zal verliezen, dat weet hij en hij zal zich daar niet tegen verzetten.

marienbad 1

[1] L’Année dernière à Marienbad ging in juni 1961 in première. 1979 was het jaar waarin deze notitie ontstond.
[2] Een proeve van ‘ander proza’, gepubliceerd in het tijdschrift Aurora.

ESPERANCE

jonge torless

In weerwil van het alles doordringende zonlicht las ik toch het verhaal ‘Espérance’ van Herman Broch en kon ik me zonder moeite in deze tekst, waar de geur van de dood in rondwaart, verplaatsen. Af en toe zag ik me op de pagina’s verschijnen, zoals in een droom tegelijk aanwezig en afwezig.

“Er viel een ogenblik stilte en het enige dat te horen was, was het dreunen van apenvuisten en het getokkel van mandolines. Toen klonk er een dompig gesis alsof de hele stad bestond uit papier en magnesium, een ontzaglijk witte vlam schoot omhoog, helder als daglicht, zo verblindend dat we nog maanden later pijn in onze ogen hadden.”

Het is inderdaad net alsof ik dit werkelijk heb gedroomd. Of eerder nog: ik zwierf echt door de straten van die verzonnen stad.

[Uit mijn dagboek, ongedateerd]
Afbeelding: Poolse poster voor Die Verwirrungen des Zöglings Törleß  (1966) van Volker Schlöndorff. Ontwerp van Kazimierz Krolikowski (1921-1994).

EDGAR ALLAN POE DOOR DE OGEN VAN J.-K. HUYSMANS

edgar allan poe

In de literatuur was hij de eerste, die onder de zinnebeeldige titel The Imp Of the Perverse grote aandacht had geschonken aan de onweerstaanbare impulsen waaraan de wil, zonder ze te kennen, is blootgesteld en die door de hersenpathologie tegenwoordig met een grote mate van zekerheid verklaard kunnen worden. Hij was ook de eerste geweest, die algemene bekendheid had gegeven aan de neerdrukkende invloed van de angst op de wilsvermogens, zoals verdovende middelen de zintuigen verlammen en pijlgif de motorische zenuwcentra vernietigt. Hij had zich op dit onderwerp, op deze versuffing van de wil geconcentreerd; hij had de werkingen van dit morele gif geanalyseerd en de symptomen van het verloop ervan beschreven: zenuwstoornissen die met angstige onrust beginnen, in beklemming overgaan en tenslotte culmineren in een ontzetting die de wilsuitingen verlamt, zonder dat het intellect, hoewel aan het wankelen gebracht, verslapt.

J.-K. Huysmans, Tegen de keer.
Vertaald door Jan Siebelink

 

LIEFDE, GEEN OORLOG

in the mood for love

Op facebook wordt – al enkele jaren, geloof ik – een spel gespeeld. Een van de vele. Je wordt verzocht om een foto te posten uit een film die je op de een of andere manier nogal geraakt heeft. Ik vermoed dat niet wordt bedoeld: de films die je voorkeur genieten, die je de allerbeste vond die je ooit gezien hebt. Voor een keer vind ik zo’n facebookspelletje boeiend. Misschien ook wel omdat ik in een homo ludens-periode ben. Ik besef opnieuw dat we zonder het spel en het speelse gedoemde creaturen zijn.
Omdat het vandaag wapenstilstand is wil ik er nog aan toevoegen dat oorlog geen spel is. Als je toch oorlog wilt spelen, mannen, speel dan stratego. Of lees Vom Kriege van Carl von Clausewitz en beperk je tot de theorie en zie die als een spel. Leg de wapens neer. Vechten gaat zo gauw vervelen.

De poster hierboven is die van een film die me nauw aan het hart ligt: In The Mood For Love van Wong Kar-Wai met Tony Leung Chiu-Wai en Maggie Cheung.
(Het lied dat Maggie Cheung zingt komt uit een andere mooie film: Clean van Olivier Assayas. Helemaal in de stijl van Mazzy Star, wat niet mag verbazen als je weet dat het een productie is van David Roback.)

ZERO DE CONDUITE: CHANGE IS NOW

the times they are a changing

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vanavond draaien we verandering, change. De keuze voor dit thema maakte ik op maandag 15 oktober, toen ik het gevoel had in een ander, een beter Brussel ontwaakt te zijn. De Brusselaars hadden voor verandering, voor een nieuwe adem, voor groen en rood gestemd. Bijna geen spoor meer van rechtse en al helemaal niet van extreemrechtse partijen. De partijen die haat zaaien en leven op angst komen bij ons niet van de grond, in tegenstelling tot in Vlaanderen en in de ons omringende landen. Wat voelde ik me blij die ochtend. Ook met het succes van de linkse beweging Change, waar ik als inwoner van Anderlecht jammer genoeg niet voor had kunnen stemmen. Maar goed: ik was blij en ik was in mijn blijdschap zeker niet alleen. Het gevoel dat een deel van de angst – in ons geval voor haat en geweld – van je afvalt, kan ik maar moeilijk beschrijven. Roger McGuinn en zijn Byrds zingen het zo mooi in Change is Now: dance to the day when fear is gone. De hele song Change Is Now drukt dat euforische gevoel van verandering uit.
Die verkiezingsuitslagen zijn natuurlijk maar een begin. Alles moet nog gebeuren. Er is heel veel te doen, heel veel goed te maken in Brussel. Maar in deze inleiding op mijn programma ga ik niet op die uiterst belangrijke details in. Het is mij om muziek, om liederen te doen.
Verandering is mooi maar velen van onze soort zijn er bang voor. Er zijn veel mensen die zelf niet willen veranderen en die zeker niet willen dat hun omgeving verandert. Of dat hun partner verandert. Er zijn talloze verhalen over angstaanjagende gedaanteveranderingen, metamorfoses. De weerwolf Bisclavret in de Lais van Marie de France is een mooi voorbeeld. Of Doctor Jekyll and Mister Hyde van Robert Louis Stevenson.
De songs die ik gekozen heb zijn er geen die de revolutie prediken. Ik ben niet zo gek op barricademuziek. Ik houd van mooie melodieën en meeslepende grooves, van songs die kleine drama’s zijn. Veel van de geselecteerde songs drukken emoties ten aanzien van verandering uit. Het zijn kleine psychologische vignetten of eenvoudige observaties en vaststellingen. Vaak gaan ze over menselijke relaties. Over liefde en angst voor verlies. Maar vergeet niet dat het toch bijna altijd liedjes zijn om op te dansen of lekker bij weg te dromen.
Geniet ervan, morgen is het misschien weer allemaal anders!

lightning-hopins

Change Is Now The Byrds – The Notorious Byrd Brothers – C. Hillman/R. McGuinn
I’m Gonna Change The World – The Animals – Animals Tracks – Eric Burdon
Everybody’s Got to Change Sometime – Taj Mahal – Taj Mahal – Sleepy John Estes
Changes, Circles Spinning – Moby Grape – Truly Fine Citizen – P.S. Lewis
Changes – Gene Clark – Flying High – Phil Ochs
The Times They Are A-Changin’ – Bob Lind – The Elusive Bob Lind – Bob Dylan
Tomorrow Just Might Change – Louie And The Lovers – The Complete Recordings – Louie Ortega
We Can Change The World – Graham Nash – Songs For Beginners – Graham Nash
Change Partners – Stephen Stills – Stephen Stills 2 – Stephen Stills
I Wouldn’t Change A Thing – Rod Stewart – An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down – Mike D’Abo
(Them) Changes – Jimi Hendrix with Buddy Miles – Live At The Fillmore East – Buddy Miles
Money Won’t Change You – James Brown – Star Time – James Brown/Nat Jones
Ain’t Nothing Gonna Change Me – Bettye LaVette – Souvenirs – D. Erwin/Lynne Farr
Something’s Changed – Sharon Jones & The Dap-Kings – 100 Days, 100 Nights – B. Mann/H. Steinweiss/N. Sugarman/S. Jones/T. Brenneck
A Change – Aretha Franklin – Aretha Now – Clyde Otis/Dorian Burton
Times Have Changed – Irma Thomas – Time Is On My Side – Van McCoy
My Baby Changes Like The Weather – Smokey Robinson & The Miracles – Going To A Go-Go – Hal Davis/Frank Wilson
A Change Is Gonna Come – Sam Cooke – The Man And His Music – Sam Cooke
Maybe I Should Change My Ways – Duke Ellington – The Duke: The Columbia Years 1927-1962 – J. Latouche/D. Ellington
You’ve Changed – Billie Holiday – Lady In Satin – C. Fischer/B. Carey
God Don’t Never Change – Blind Willie Johnson – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson
Change My Way Of Livin’ – Lightnin’ Hopkins – His Blues: 1947-1959 – Lightnin’ Hopkins
You’ve Changed – Dave & Phil Alvin – Common Ground: Dave Alvin & Phil Alvin Play and Sing the Songs of Big Bill Broonzy – William Broonzy
I Know I’ve Been Changed – John Hammond, Jr. – Wicked Grin – Traditional
Things Have Changed – Bob Dylan – Wonder Boys Soundtrack / Side Tracks – Bob Dylan
Change In The Weather – John Fogerty – The Blue Ridge Rangers Rides Again – John Fogerty
I’m Changing All Those Changes – Buddy Holly – The “Chirping” Crickets / Buddy Holly – Buddy Holly
Everything’s The Same (Ain’t Nothing Changed) – Billy Swan – The Best Of Billy Swan – B. Swan
Nothing’s Gonna Change That Girl – Hurray For The Riff Raff – The Navigator – Alynda Segarra
Changing of the Guards – Patti Smith – Twelve – Bob Dylan
Change – Green On Red – Here Come The Snakes – Dan Stuart/Chuck Prophet
Emily’s Changed – The Gun Club – Pastoral Hide & Seek – J.L. Pierce
Never Gonna Change – Drive-By Truckers – The Dirty South – Jason Isbell

irma thomas

Bonus Tracks

Do the Movin’ Change – Radio Birdman – Living Eyes – Radio Birdman
Agents Of Change – Blue Orchids – The Greatest Hit (Money Mountain) – Blue Orchids
My Ever Changing Moods – The Style Council – Café Bleu – Paul Weller
Beautiful Change – The Innocence Mission – Befriended – Karen Peris
Everything Changes – Tindersticks – Don’t Even Go There (EP) – Tindersticks
Suddenly Everything Has Changed – The Flaming Lips – Soft Bulletin – The Flaming Lips
Changing Colours – Great Lake Swimmers – Ongiara – Great Lake Swimmers
If You Change Your Mind – Rosanne Cash – King’s Record Shop – H. De Vito/R. Cash
You’re Gonna Change (Or I’m Gonna Leave) – Tom Petty – Timeless: Hank Williams Tribute – Hank Williams
A Change Of Heart – The Everly Brothers – A Date With The Everly Brothers – B. Bryant/F. Bryant
Time Changes Everything – Bob Wills & His Texas Playboys – Columbia Country Classics – Volume 1: The Golden Age – Tommy Duncan

alynda segarra

Research & presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
Afbeeldingen: Bob Dylan; Lightnin’ Hopkins; John Hammond; Alynda Lee Segarra (Hurray For The Riff Raff)

ANTWERPSE DAGEN EN NACHTEN

insignificance

Wat vooraf ging. Een visite van Willy B. en Anne. Een avondje wiezen. Een bezoek aan mijn vriend Paul R. Het wit van Herman Melville’s witte walvis. Het schipperskwartier. Jacques Lacan op televisie.


Enkele dagen later. Alsnog een film van Nicolas Roeg op televisie gezien: Insignificance, met Roegs muze Theresa Russell en verder met Michael Emil, Tony Curtis en Gary Busey. Toch wel een eigenaardige cast, als je het mij vraagt, wat je natuurlijk niet doet. Wat is Gary Busey vet geworden, zeg. Was hij nog niet zo lang geleden niet de tengere Buddy Holly in The Buddy Holly Story? En was hij in Carny – die ik zag vanwege de songs en de rol van Robbie Robertson – ook al geen magere jongen? Theresa Russell is een schoonheid als geen andere. Ze zet in deze film een overtuigende Marilyn Monroe neer, wat geen eenvoudige opdracht zal geweest zijn. Insignificance is een stuk geschiedenis van de jaren vijftig in de VS, samengebald in een hotelkamer, met exemplarische personages uit dat decennium: het filmidool Monroe, de honkbalheld Joe DiMaggio, de communistenjager Joseph McCarthy (“Are you now or have you ever been a member of the Communist Party in The United States?”) en de grote geleerde Albert Einstein. Zoals zo vaak bij Roeg ontwaar je het verleden in het heden en het heden in het verleden: de regisseur bij uitstek van de relativiteit en het kubisme met zijn vele standpunten.

Na middernacht volgde ik de belevenissen van een zwaarlijvige vrouw in Zuckerbaby van de cultregisseur Percy Adlon. Marianne (Marianne Sägebrecht) is de assistente van een begrafenisondernemer. Ze wordt verliefd op de stem van een conducteur van een metrowagen – en later ook op diens lichaam. De titel van de film verwijst naar Sugar Baby, een hit van Peter Kraus (een van mijn heel kortstondige tienerhelden) uit de vroege jaren zestig. Een fijne kitschfilm, nogal triest, met bizarre kleuren en veel chocolade.

Na de uitzending van Shangri-La [1] mijn elpees bij Pat achtergelaten en samen met hem en Jessica L. naar een feestje van de Academie in de Paradox gewandeld. Nu zie ik de Waalse Kaai eens des nachts en wat ik zie stemt mij tevreden. Eenmaal binnen in de Paradox (120 frank entree) echter ga ik me gauw vervelen. Ik drink te veel en te snel en word zat. Sta een uur of zo te lullen met Jessica. Pat is inmiddels verdwenen. Blijf alleen achter, zie wel wat bekende gezichten met wie ik wat woorden wissel maar van een echt gesprek over iets is geen sprake. De jonge mensen hier verzameld zijn mij vreemd geworden, hun muziek irriteert me, hun kleren vind ik lelijk, hun bluf en hun aanstellerij lachwekkend. Ben ik dan toch die oudere jongere geworden, die met zijn tijd niet meer mee kan? Ik probeer nog een gesprek met een meisje maar ze is Franstalig en niet bijster geïnteresseerd in conversatie. De taxi naar huis dan maar, Sugar Baby.

A. staat net op als ik thuis kom. Behoorlijk deprimerend is dat. Voel me al meteen schuldig terwijl de kater nog moet komen Met moeite hijs ik me om twee uur uit het echtelijk bed en ga nuchter de straat op, dat is nog het beste, dan kots ik het doplokaal niet onder. Ik raak heelhuids weer thuis maar de afstand lijkt drie keer zo lang. Nee, is drie keer zo lang: dat is werkelijk bestaande relativiteit.

Avond. Ik voel ik me net goed genoeg om soep te eten en wat tv te kijken. Die Ehe der Maria Braun zou het geworden zijn, maar mijn vriend Jan V. komt bellen. Fijn. ’t Is goed. We drinken liters water terwijl we onze slechte gezondheid in ogenschouw nemen en hardop dromen van reizen naar de plekken waar Nietzsche verbleef, onder meer Èze, Rapallo en Turijn. We vinden in weerwil van de werkelijkheid nog tal van onderwerpen om mee te lachen. De wandelingen van Kant zoals verteld door Thomas De Quincey in zijn verhaal ‘The Last Days of Immanuel Kant’ [2], om een voorbeeld te geven. Ik ga tevreden slapen. Morgen is alles weer beter.

Een dag later… Bij Jan Cambien doe ik mijn beklag over de uitspattingen van woensdagnacht. Het schuldgevoel daarna, enzovoort. De zelfvernietigingsdrang. Ik ben bang dat ik vanavond weer teveel zal drinken, zeg ik. Want ik heb afgesproken met de vrienden van de opleiding secretariaat-talen [3]. Hoe Jan Cambien reageert zie ik natuurlijk niet. Dat zie ik nooit. Misschien is hij wel in slaap gevallen?
Op het Dageraadsplein zien A. en ik eerst Sonja staan drentelen (zij durfde niet alleen het Zeezicht binnenstappen). Daarna de rest: Martine en haar man Werner, Hilde en Luc, Ton zonder Leny, en Cathy. Ik ben in geen al te beste stemming. Zo kalm, vinden de anderen. Toch houd ik me aan mijn voornemen zo weinig mogelijk te drinken (vier glazen bier en veel water). Praat bijna de hele avond met Ton, en met Leo S. die ook een poos aan onze tafel komt zitten. Over schrijven, boeken, tekstverwerkers. Dat laatste is nu het ding: is schrijven op een computer nog wel kunst, dat is de kwestie.
Dan is het richting een volkscafé, waar we urenlang tafelvoetbal spelen. Met Luc tegen Werner, twee tegen één, en toch de hele tijd verloren.
Wat zijn wij toch veranderd. Vroeger bleven wij in de cafés hangen, dansten de hele nacht door in extase, tot we er net niet bij neervielen. Nu schiet er alleen nog verveling over. De jaren zeventig waren één lang feest. De jaren tachtig zijn een poel van ellende en onverschilligheid. Dat is alvast mijn ervaring.



Op BBC was er een documentaire over de schilder Théodore Géricault, wiens werk ik niet goed kende. Er gaat een morbide aantrekkingskracht van uit. De schilder bracht lijken van terechtgestelden mee naar zijn atelier om de dood zo getrouw mogelijk te kunnen weergeven. Zo liet hij hoofden enige weken rotten en volgde al schilderend het ontbindingsproces. Soms bracht hij alleen maar ledematen mee (er was dan niet meer beschikbaar). Ik wil meer over hem te weten komen en Het vlot van de Medusa in het echt zien.

JEAN_LOUIS_THÉODORE_GÉRICAULT_-_La_Balsa_de_la_Medusa_(Museo_del_Louvre,_1818-19)

[1] Een radioprogramma dat ik maakte van 1982 tot 1991 op Radio Centraal in Antwerpen.
[2] The Last Days Of Immanuel Kant vonden wij buitengewoon grappig maar het is heel goed mogelijk dat De Quincey het allemaal heel serieus bedoelde. Het verhaal, als ik het zo mag noemen, kun je terugvinden in de verzameling The English Mail-Coach and other Essays.
[3] In 1987-1988 volgde ik een opleiding secretariaat-talen en informatica van de RVA in de Provinciestraat in Antwerpen. Ik dacht op die manier eindelijk werk te vinden in een of ander kapitalistisch bedrijf. De directie van het opleidingscentrum beweerde dat 99,9 procent van de leerlingen een job vond. Ik zat in een klasje van acht, zes vrouwen, twee mannen. De zes vrouwen vonden inderdaad een job.

Afbeeldingen: Theresa Russell in Insignificance van Nicolas Roeg; Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault.