AWOPBOPALOOBOP ALOPBAMBOOM

2012_11_PORTO_VOLLEDIG 336.JPG

Foto: Martin Pulaski, 2012.

Bernard, de illusie van rock & roll heb ik al lang opgegeven. Heb ik ze ooit gekoesterd? Het ging denk ik meer om een droom in verband met het geheel. Met versmelting in klanken, ritmes en woorden zonder betekenis.  Awopbopaloobop alopbamboom. Een bijna religieuze droom van eenwording, van transsubstantiatie. Een droom die leek op die van Martin Luther King en van John Lennon. Maar John Lennon zong het lang geleden al: “the dream is over”. Wat voor mij daarna bleef was een soort van leeg ritueel, hoewel dat soms gevoelens van welbehagen kan teweegbrengen, en heel af en toe diepe emoties laat opflakkeren.

Ik weet dat ik geen nar ben op het narrenschip, maar het is tegelijk heel moeilijk om dat van jezelf te beweren omdat je zelf op dat schip vaart. Je hebt ervoor gekozen om mee te varen, aan te monsteren, zo je wilt. En elke dag maak je die keuze opnieuw, als een blinde, dove, stomme, onwetende nar. Tot het schip doormidden breekt of tegen een ijsberg aan vaart. Als je het zinkende schip verlaat ben je geen nar maar een rat. Van rottigheid gesproken.

HET NARRENSCHIP

het narrenschip jeroen bosch

Van het ene land naar het andere varen wij, zoeken in elke havenstad niemand weet wat.
Reizen ons te pletter met vriend en vijand om iets te vinden dat het vinden waard is maar vinden niets.
In welke stad zullen wij ons vestigen, in welk huis in welke straat?
Wij vinden straat noch laan waar wordt gelachen en gedanst op felle rock & roll.
Alles lijkt onbewoond verklaard: gevels zwart als lava, geblinde ramen, geen levende ziel te zien.
Dan maar weer naar andere oorden vertrekken, naar ergens ver weg, naar veel verder.
Tot aan het einde van de wereld waar toch dezelfde vervloekte wereld herbegint.
Tussen dag en nacht geen verschil in onze dorre harten, gepijnigd, vol van smart.
Wind en regen om ons heen en sneeuwstorm en hagel en geselende zon op de dunne huid.
In de ogen van allen die wij aantreffen doffe ellende, ontbering, domme berusting.
Wij varen maar in het rond, verliezen ons gezond verstand, kennen niet eens de naam van ons schip. Nee, wij kennen niet eens de naam van dit schip.

BLUES VAN DE COOLE SCHLEMIEL*

50s-antwerpen (2)

Ik had een vriend in Antwerpen die reed met de tram.
Ik had een vriend in Antwerpen die reed met de tram.
Bij dageraad nog je beste maat, ’s avonds  is hij dood.

Ik had een vader die graag met hoeren whisky dronk.
Ik had een vader die graag met hoeren whisky dronk.
Kon ik maar als hem zijn, weg van dit verdomde werk.

Ik had een moeder die bij mij waakte want ik ging dood.
Ik had een moeder die bij me waakte want ik ging dood.
Weet je wat, ik leef nog altijd, ik was toch zo sterk.

Ik had een broer die onbezonnen trouwde met zijn lief.
Ik had een broer die onbezonnen trouwde met zijn lief.
Hoe gek zij mij maakte, ik trouwde bijna met haar zus.

Mijn tante Georgette was slimmer en trouwde nooit niet.
Mijn tante Georgette was slimmer en trouwde nooit niet.
Zij viel van een hoge trap en brak haar slanke nek.

Je kunt de hele wijde wereld rond reizen, beste man.
Je kunt de hele wijde wereld rond reizen, beste man.
En nog verklaren ze onder ede, je bent een grote gek.

Hoorde je ‘t nieuws op de radio, ze zeggen, hij is gek.

 Ω

*1ste take 2-3-09. Deze take (17de) vandaag.

 

MARCO FERRERI’S EL COCHECITO

El cochecito Ferreri1.jpg

El cochecito Ferreri2.jpg

Marco Ferreri, vooral bekend van La grande bouffe en Bye Bye Monkey (Ciao Maschio), is een van mijn favoriete regisseurs. Mijn voorkeur gaat echter naar zijn wat minder bekende films. Zijn meest ontroerende en ‘grappige’ werk is El cochecito, een ‘jeugdzonde’. De Italiaanse regisseur draaide de film in 1960 in Spanje, wat geen sinecure zal geweest zijn: Ferreri’s zwarte humor en anarchistische ingesteldheid waren al helemaal aanwezig in dit kleine meesterwerk. Misschien waren de fascisten van generaal Franco te dom om de radicale kritiek op hun regime te begrijpen? Een aanrader, en beschikbaar op dvd.

HERINNERINGEN AAN KEVIN AYERS

kevin1.jpg

Kevin Ayers is dood. Hoewel ik hem maar enkele keren heb ontmoet – het waren intense, onvergetelijke uren – beschouwde ik hem in mijn verbeelding als een ware vriend en in werkelijkheid als een lange afstandsvriend. ‘I have a friend I’ve never seen, he hides his head inside a dream’ zingt Neil Young in ‘Only Love Can Break Your Heart’. Het zou over Kevin Ayers kunnen gaan, en een klein beetje over mezelf.

Ik hield van zijn songs, zijn stem, zijn elegantie, zijn merkwaardige schoonheid, zijn speelsheid, zijn intelligentie. Toen ik hem ontmoette was ik nog naïef. Hij vertelde me waar the Soft Machine vandaan kwam. Van William Burroughs. Net zoals Steely Dan. Kevin Ayers vertelde me dat er logica in dromen zit. Kijk naar de bananen op zijn schaakbord (op de hoes van ‘Bananamour’).

Kevin Ayers was een muzikant met een ziel, geen showman. Dat zie je meteen op het livemateriaal dat er op YouTube voorhanden is.  Hij hield van Nico, beschouwde haar als een vrouw met talent en niet als een freak. Over haar heeft hij het mooie ‘Decadence’ geschreven. Op Ayers’ meesterwerk, ‘The Confessions Of Dr Dream And Other Stories’ uit 1974, zingt Nico mee (op ‘Irreversable Neural Damage’, een titel waar ik destijds weinig van begreep, geestelijk gezond als ik was). Op zijn platen liet hij zich begeleiden door voortreffelijke muzikanten zoals David Bedford, zijn oude vriend van the Soft Machine Robert Wyatt, de jonge Mike Oldfield, Steve Hillage, Ollie Halsall en Lol Coxhill. Niet voor niets heette zijn band ‘The Whole World’.

Syd Barrett, die hij wellicht nooit goed gekend heeft, zag hij als een ‘soulmate’ en een vriend. Voor hem zette hij het sprookjesachtige ‘Oh! Wot A Dream!’ op plaat. Een van mijn lievelingsnummers. Eens gehoord vergeet je het nooit en het is zeer geschikt als slaapliedje voor de kinderen.

Op een avond zaten we samen aan tafel. Kevin Ayers had meer aandacht voor de wijn dan voor het eten. Maar niet alleen voor de wijn. Tussen ons in stond een vaas met een warmrode roos erin; van een van haar bladeren viel een vochtdruppel in mijn glas . “Look”, zei hij, “the rose is crying in your wine”. Weinigen zien zoiets kleins, en als ze het zien zeggen ze het niet. Zeker mannen doen dat niet. Ik kende in die dagen niets van wijn. Hij vertelde me dat hij graag Gewurztraminer dronk. Daarna heb ik die vrij fruitige wijn nog jaren geregeld gedronken, tot ik me door bourbon en tequila heb laten verleiden, dranken die ik al lang weer heb afgezworen: nu is er opnieuw plaats voor wijn in mijn leven. En zeker ook voor Gewurztraminer.

Soms hoor ik Kevin Ayers in mijn dromen zingen. Why are you sleeping, zingt hij. Va pisser dans un violon, zingt hij. Stranger in blue suede shoes, zingt hij. Colores para Dolores, zing hij. Puis-je, vraag ik hem dan. En vervolgens word ik wakker, ontbijt, de zon schijnt, ik maak een lange wandeling, loop voorbij een café waar een mooie vrouw alleen aan een tafel thee zit te drinken. Zou ik haar durven vragen of ik dicht bij haar mag komen zitten? Nee dat durf ik niet, zeg ik tegen mijn spiegelbeeld.

Nog zoiets: mede dank zij Kevin Ayers ben ik nooit oud geworden. Hij was een van die kunstenaars die me hebben leren dromen, dagdromen, mijmeren… Kevin Ayers heeft me geholpen om van het leven een feest te maken, ook al krijg je soms alleen maar een naakte lunch.

Kevin Ayers is dood. Maar hij blijft mijn heel bijzondere gezel, tot het einde. Ik zal hem elke dag missen.

Ω

Op 25 juni 2006 schreef ik nog over Kevin Ayers in De roos van Kevin Ayers en op 27 juni 2006 in Gesprek met Christa Pfaffgen.