MEESTERESSEN

maitresse2.jpg

Maîtresse – Barbet Schroeder (1976)
Wat is de merel vandaag stil, zegt ze.
Vertelde ik je al over de man met de harige kont, zegt hij.
Nee, zegt ze, maar wil ik dat horen?
Hij loopt hier de hele tijd in zijn blote kont rond, zegt hij.
Zo, zegt zij.
En over de man met de bloedende buik, zegt hij.
Nee, zeg ze, bloedende buik?
Ik lig hier in een ziekenhuiskamer, zegt hij.
Ja, zegt ze, nu je het zegt.
De kleur van mijn kamerjas, zegt hij.
Wit, zegt zij, je lijkt op een boeddhist.
Ik zou hier een boek kunnen schrijven, zegt hij.
Op zo’n korte tijd, zegt zij.
Ja, zegt hij, een dun boek, dat wel.
Spannend, zegt zij.
Een boek over meesteressen, zegt hij.
De verpleegsters, zegt zij.
Hoe raad je het, zegt hij.
Normaal hebben ze nochtans veel noten op hun zang, zegt ze.
Wie, zegt hij.
De koekoek, de uil, de kraai en de merel, zegt zij.
Misschien vanwege die tweeëntwintig kinderen, zegt hij.
Zo stil, zegt zij, dat heb ik nog nooit gehoord.


EEN BLIK IN DE OGEN VAN PAUL AUSTER

paul-auster.jpg

Wat eerst opvalt zijn je ogen, nachtelijk, tweeslachtig, niets goeds voorspellend en volop nog in donker verleden maar fonkelend van overvolheid, vooral van ongehoorde woorden, als een gunstige spelling van het Lot. Toevallig is het dat wat in je boeken gebeurt. Armoede, verlies, verdwijnen in droomstraten, opgesloten zitten in lege kamers, met uitzicht op niets dan wat namen van vijanden en zielsverwanten.

De uitdrukking voorbedachten rade legt een nieuwe laag over rijp beraad. In je verbeelding is altijd mededogen aan het werk.

Wat je ziet: een boom in je tuin, in Brooklyn de wereld, in de handen van een honkbalspeler een kosmos, in je vrouw alle oude en nieuwe verhalen over halve liefde, hele liefde, zorgzaamheid, sterrenstelsels.

Uit je oude machine haal je mysterieuze juwelen – veelkleurige duiven komen uit je hoge hoed, mensen zonder verhaal, met de rug tegen de muur. Zolang boven water tot Lulu’s brug het begeeft. En dan begin je opnieuw, met je donkere ogen elke dag wat lichter.

(Over je rooksignalen hebben we het later wel eens.)

 

BESTSELLERS

IMG_5147.JPG
Lissabon, 2007

Een paar dagen geleden dacht ik terug aan een aangenaam verblijf in Palermo. Dat kwam door het toevallig terugvinden van een oude foto, waarop ik sta afgebeeld in een bus met een boek van James Ellroy. Dat was het begin van een lange reeks herinneringen aan andere oorden, vooral Europese steden waar ik ooit verbleef, bijna altijd voor meerdere dagen. Het duurt bij mij lang eer ik wen aan een nieuwe stad. Eens gewend raak ik er moeilijk weg. Ik heb veel tijd nodig.

Ik zal niet ontkennen dat ik een toerist ben: we zijn allemaal toeristen. Toch denk ik dat ik al die steden op een niet zo voor de hand liggende manier heb bezocht, niet op een door en door toeristische wijze. Zo heb ik altijd plaatsen vermeden waar de massa op afkomt. Om een voorbeeld te geven: ik ben maar een keer in het Louvre geweest, en dat was dan nog tijdens een schoolreis. Als mijn nieuwsgierigheid naar een bepaald gebouw, museum, tentoonstelling of kunstwerk erg groot is, zorg ik ervoor dat ik ga kijken als er bijna niemand is, ’s morgens vroeg, of ’s avond kort voor het sluitingsuur.

Ik ben geen beter mens dan iemand anders. Toch schrikt de massa mij af. Mijn schrik voor de massa lijkt op pleinvrees of claustrofobie. Ik ga nooit naar festivals – nog liever een dag in de hel (hoewel dat wellicht ook een massafenomeen is), heb een afkeer van blockbusters (populaire Hollywood-films dus), van bestsellers, van mega-hits. Het kan echter wel eens gebeuren dat ik me op den duur toch aangetrokken voel tot een succesroman. Twee voorbeelden: ‘In de naam van de roos’ van Umberto Eco en ‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus. Ongeveer tien jaar na publicatie van die werken heb ik ze dan toch gelezen. Of ik er plezier aan heb beleefd kan ik me niet meer herinneren. Alleszins niet zoveel als aan de verhalen van Borges, of de gedichten van Rilke.

Onlangs in Stockholm en de dagen erna heb ik een andere bestseller gelezen, ‘Nachttrein naar Lissabon’ van Pascal Mercier. Ik vind het verdacht dat ik van dat boek enorm heb genoten. Is de seniliteit dan toch ingetreden? Of is het werkelijk een goed boek? Alleszins herkende ik mezelf in meerdere passages. Zoals in deze, over het hoofdpersonage Raimund Gregorius:
“Hij was niet iemand die dol was op bezienswaardigheden. Als hij zag dat mensen elkaar ergens stonden te verdringen, bleef hij halsstarrig buiten staan; dat kwam overeen met zijn gewoonte bestsellers pas jaren later te lezen.”
Dat had ik net zo goed zelf kunnen geschreven hebben. Waarom lees ik het dan eigenlijk. Zou ik niet veel beter zelf een bestseller schrijven? Een hedendaagse versie van ‘A Tale Of Two Cities’ bijvoorbeeld. Bij mij zou dat dan over Brussel en Antwerpen gaan, maar met als hoofdthema verveling in plaats van revolutie. Zou ik er tweehonderd miljoen exemplaren van kunnen verkopen? Wat denk je?

steden, boeken, reizen, tijd, massa, toerisme, herinneringen, bestsellers,

Lissabon, 2007.

 

 

MISDAAD

jamesellroy.jpg

Geweldige kop heeft James Ellroy, schrijver van ‘The Black Dahlia’ en andere ongeëvenaarde misdaadromans. Meestal zwijg ik over mijn verknochtheid aan dat literaire genre, waarom weet ik niet, want er is helemaal niets mis mee. Het gaat niet om een ‘guilty pleasure’ of zo. Sommige misdaadschrijvers zijn even goed als Proust, Kafka of Murakami.

Wie geniet mijn voorkeur? Even nadenken. Niet over James Ellroy natuurlijk. Dat schreef ik al. Edgar Allan Poe is de eerste en de beste, vermoed ik. Daarnaast houd ik van de hard-boiled klassiekers: Raymond Chandler, Dashiel Hammett en Ross McDonald. Graham Greene is een geval apart, niet altijd misdaad, maar toch (en ik heb al zijn boeken gelezen). Georges Simenon: wat kon die man schrijven (en neuken).
Mijn vriend Jos leende me destijds alle boeken van Maj Sjöwall en Per Wahlöö uit. Nadien heb ik ze zelf aangeschaft, om ze opnieuw te lezen. En daarna weer verkocht of gewoonweg weggegooid, omdat de kaften zo lelijk waren.
Nog enkele uitstekende Amerikanen: Jim Thompson. Jim Thompson ben ik gaan lezen dankzij de geweldige en vergeten rock & roll band ‘Green On Red’: hun zanger Dan Stuart was een bewonderaar van Thompson. Een van hun elpees is naar zijn boek ‘The Killer Inside Me’ genoemd. Een paar jaar geleden vertelde Dan me dat hij van de drugs af was en nooit meer een Jim Thompson ter hand neemt. Coup de torchon is een uitstekende verfilming van een boek van Thompson. Er zijn ook zeer geslaagde verfilmingen van romans van Patricia Highsmith. De beste? ‘Der Amerikanische Freund’ van Wim Wenders. Een film die ik nooit zal vergeten. Toch zijn de boeken van Highsmith nog beter dan de films. En wie vergeet ik nu? James Cain? Wellicht is James Cain de allerbeste. Want zijn ‘Mildred Pierce’, ‘The Postman Always Rings Twice’, ‘Double Indemnity’ en ‘Serenade’ geen meesterwerken?

Lang leve de misdaad!

BLACK DAHLIA

Palermo2 (1280x865).jpg
Palermo, 23 juni 1998.

Een gloeiendhete zomerdag in Palermo. Er vielen doden bij een afrekening tussen twee families, maar dat las ik pas in ‘La Sicilia’ toen ik me al in Syracusa bevond. Wat hield ik toen van de staccato-misdaadromans van James Ellroy en wat pasten die bij dat oude eiland, Sicilië, vergeven van bloedbaden en schoonheid in verval. In elke straat in Palermo trof je nog sporen aan van bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog. Ellroys ‘The Black Dahlia’ was nog niet verfilmd, gelukkig maar. Van Ellroys zinnen kun je geen Hollywoodbeelden maken, of de schrijver zou zelf films moeten maken. Vreemd dat die verfilming zo tegenviel – ik ben lange tijd een bewonderaar geweest van Brian De Palma. Overigens had Givenchy zijn Dahlia Noir-parfum nog niet op de markt gebracht. Nog vreemder – en volledig beantwoordend aan Guy Debords idee van de ‘spektakelmaatschappij’ – dat een parfum wordt genoemd naar een in stukken gesneden vrouw.

Op de foto zit ik in een bus op weg naar de macabere Catacombe dei Cappuccini. Ondanks al de lijken daar – elk grotesk verwrongen lichaam een memento mori – voelde ik me goed op die plaats: het was er rustig en koel, heel koel.

STOCKHOLM

P1060210.JPG
Stockholm, juni 2012.

Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. De ene stad na de andere verdwijnt uit je geheugen. Hoe meer steden je bezoekt, hoe meer je er vergeet. Kerken, kathedralen, kapellen, bibliotheken, musea, rivieroevers, kanalen, pleinen, straten, stranden, cafés, restaurants, spelende kinderen in voor jou ongewone klederdracht, fabrieken, minaretten, duiven, halfdronken tooghangers die traag met hun hoofden bewegen op het droeve tempo van ‘Caroline, No’, vermoeide stierenvechters, kaartspelers, meisjes in hun blote kont, roze flamingo’s, straatmuzikanten, cocktails, busritten, hittegolven, zomerfestivals, afbladderende gevels, vleermuizen, kakkerlakken, kampvuren in barokke parken, zonsondergangen, getijden, sterrenbeelden, dat alles vergeet je. Dat alles ben je vergeten. Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. Van Stockholm blijft niets over. Helemaal niets.

AFSCHEID

1895_edvard_munch_jalousie_jealousy.jpg
Edvard Munch – Jaloezie (1895)

Afscheid nemen doet pijn aan het hart van de ziel. Aan het vlees van de ziel. Het is een donkere bedoening, het omgekeerde van een dans. Tijdens een dans benader je elkaar, beweeg je je in de richting van de andere: dansen is het genot van de ziel, het euforische ritme ervan. Zelfs een kleine dans kan wonderen verrichten, terwijl elk afscheid op een vergiftiging lijkt, op de vloek van een zwarte magiër.