VANUIT EEN SLAAPTREIN

Ik droomde een warme nacht in jou Maastricht
Op een veelkleurig lonkende kaart van wegen
Waarheen ze leiden weet niemand in dit land
Gezocht: andere streken voor het verhoren
van onze gebeden gepreveld nabij diepe rivieren.

Ik droomde een koude nacht in jou Berlijn
Of was het aan de Rijn van mijn dichter
Zijn woorden dwarrelen hier neer
Waterdruppels op donker lava staal steenkool
In deze slaaptrein onderweg naar daar.

Ik droomde een zoute dag in jou toekomst
En verleden in mij in kamers met licht
Van je lichaam het mijne doorschijnend
En van vurige lust overtuigd die niemand kent
Die iedereen kent die zich plotseling

Zo bekwaamt in beminnen overal waar je
Op de huid of in zinnen een plek vindt
Die weet hoe stilte in alles kan zingen
Iedereen die je in een droom laat beginnen
tot vloeibaar goud koren honing genotsboom.

ONTSLAGEN

pulaski2006.jpg

Years Of Music Silent Againtst A Wall, Martin Pulaski, 2006

Ik ben weer thuis. Over mijn ervaringen in het ziekenhuis kan ik nog niet veel vertellen en ik heb ook die intentie niet. Op de voorpagina’s van kranten lezen we al voldoende over gebroken armen en benen. We worden overdonderd door al dat breaking news. Terneer slagen ze ons, die verdomde media. Terwijl we op z’n minst geestelijk hogerop willen geraken.

Het enige goede aan een ziekenhuis is de morfine. En sommige verpleegsters. Nee: een ziekenhuis is alleen maar goed als je er geheeld weer uitkomt. Ik was dus in een geheel goed ziekenhuis. And if you don’t believe me I’ll show you the scars.

Ik geloof dat ik er nu zes jaar jonger uitzie dan een week geleden, vandaar de foto hierboven.

Wat heerlijk om thuis te zijn op zo’n mooie lentedag.

ZOMERHAVEN

P1040326.JPG
Foto: Martin Pulaski, 2011

Schrijf je dan maar neer dat hij hier zit, de onmogelijke duiveluitdrijver?
Noem hem een misplaatste engel met een bos tulpen en een paraplu.
Augustus vult hem op met stro, zijn hersens broeiend, niet groter dan een vlo.
Dat hij hier zit, met in zichzelf dat weinige dat stenen smelten doet.
Dat hij opkijkt: daar ligt de stad die kreunt onder de voeten van vrouwen.

En vervolgens voeg je toe:
Dat hij denkt: zoveel begeerte heeft deze schaduw van kerncentrales niet verdiend.
Maar de schepen van de haven heeft een wat afwijkende mening over die topic.
Kijk maar, dames en heren.
Poederdoosmeisjes stappen uit hun ondergoed, vlijen zich neer in mijn koelte.

Dat hij hier zo traag zit, een schim bezeten van tijd, onderworpen aan schaduwgroei.
Lang geleden gevlucht voor wat speels was onder de zon, leeuwen en leeuweriken.
In open plekken was dat in donkere bossen waar nu oorlog woedt.
Waar de wereld boete doet voor hij weet niet wat precies.
Waar de aarde bloedt tot ze geen longen meer heeft en de zon geen hart.

Schrijf tenslotte zijn slotsom neer:
Topic: het begrip kenobject stamt uit de kennistheorie en wetenschapsfilosofie.
Pas sinds Immanuel Kant (1724-1804) wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen het kennend subject en de werkelijkheid als Ding an sich.
Oever 27 / 12 + 12 + 12 + 12 = 48

 

THUISKOMST

“Mes amis, je veux qu’elle soit reine!” 
Arthur Rimbaud

Herinner je in dichte mist het lied dat je voor ze zong.
Valse mannen die vriendschap met je wilden sluiten,
alsof je een veroverbare sirene was.  Die op een veilige boot
alleen maar hun ogen open sperden, hun zwarte voeten zwaar
van het bloed op het dek dat glinsterde in mediterrane zon.

Hoe jij je lippen sloot om het mondstuk van ‘n trompet,
met wat gevaarlijke funk hun solide dromen vermorzelde,
de noten op je zang rubberen kogels, scherp ijs, vlammen.
Sterk en toch zwak zag je O. in zijn droom tekeergaan
tegen die kudde zielige jagers, hun opgewonden tekort.

Op een winderige dag kwam hij je vinden. Vuil tussen de
tenen, z’n haren schaars, wild van eindeloos ontberen.
Ouderwets knielde hij voor je neer als een afstammeling
van aardige apen. Zo lang was er geen vermaak mogelijk
geweest, maar nu was de tijd rijp: je omhelsde hem weer.

Je was zijn koningin, hij je koning, je zei: “Take all of me…”

Ω

Bronnen: Odyssee (Homerus), Ulysses (James Joyce), Strangle Me With You Love (Defunkt), Royauté (Arthur Rimbaud), “Heroes” (David Bowie), Home At Last (Steely Dan), All Of Me (Billie Holiday), The Greek Myths (Robert Graves).

HERKENNING

Dit:

In de momenten van verveling (bijvoorbeeld tijdens de ochtendlijke treinreizen waarbij ambtenaren luidop hun wereldverbeterende visies verkondigen), op die momenten wis ik sms’jes. Een paar van die boodschapjes behoud ik, omdat ze een nostalgische waarde hebben. Die van toekomstige aflijvigen. Of omdat ze een mobiel nummer insluiten. Functioneel behoud heet dat. Een hoopje berichten conserveer ik vanuit een onbegrijpelijk genoegen : die met veel uitroeptekens en vraagtekens. Ik houd ze, omdat ze in  hun nietszeggende schreeuwerigheid, heel veel verdriet en onmacht verraden. Met andere woorden : ze hebben uitgeschreven emotie.

las ik hier:
lucdewaele.wordpress.com

Wat had ik dat graag zelf geschreven. Een en al herkenning. Maar vooral bewondering voor de mooie en gepaste formulering van een ogenschijnlijk doogewone vaststelling.

Met dank aan Uvi, die me op de waarde van het werk van Luc De Waele wees.