AAN HET TOEVAL OVERGELATEN / BEELDEN

 

leo dohmen-l' ambitieuse-1958.png
Leo Dohmen – L’ambitieuse

Raymond Depardon – Brigitte Bardot
Johan Grimonprez – Dial History
Martin Pulaski – Reflection (Rome)
François Truffaut – Domicile Conjugal
Martin Pulaski – Zelfportret met gemaskerde dame
Max Beckmann – Paris Society
Franz Radziwill – Eglise de Wehde en Frise
Joseph Severn – John Keats On His Deathbed
Roger Raveel – Herinnering aan het doodsbed van mijn moeder
Elia Kazan – Baby Doll
Martin Pulaski – Zaafrane (Tunesië)
Martin Pulaski – Reflections (Hotel Room, Umbria)
David Hockney – Man In A Shower In Beverly Hills
Michel Sima – Antonin Artaud
Fotograaf onbekend – Martin Pulaski in hotellobby (Helsinki)
Elvis Presley in Tickle Me
Domenico Di Michelino – Dante e il suo Poema
Leo Dohmen – L’ambitieuse
Harry Heirmans – Exposeert in Parbleu
Valdes Leal – Fin de la gloria del mundo
Martin Pulaski – Shoo-Bop (Building in New York)
François Lamorinière – Het sparrenbos
Yves Klein – Antropométrie (ANT 130)
Béla Utz – Vöröskatonák elöre
Nicolas de Staël – La route
Félicien Rops – Pornokrates
Man Ray – André Breton
Ken Heyman – Marylin Monroe & Arthur Miller,
Panamarenko – Zip Bangalore
Raghu Rai – Satiyajit Ray
Martin Pulaski – Reflections (Santiago de Compostela)
Kunstenaar onbekend – Voeten van de heilige Maagd
Andy Warhol – Jackie
Edward Hopper – Gas 

pornokrates.jpg
Félicien Rops – Pornokrates
Gebruik je verbeelding of google.

BEWOGEN DAGEN 5.

IMG_1828.JPG

Martin Pulaski, Zonïenwoud, 2005

Vandaag het vijfde deel van ‘bewogen dagen’. Deze fragmenten van een vertoog over alles en niets ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

41.
Beweerd wordt dat schrijven ondergeschikt is aan vriendschap en liefde. Of is het omgekeerd? De bewering, de vraag is verkeerd. Het is een wisselwerking. Schrijven gaat niet zonder vriendschap en liefde. Wat mij betreft gaan liefde en vriendschap ook niet zonder schrijven.  Een gedicht maken is vaak een daad van liefde of vriendschap, in alle betekenissen van die twee woorden. Een gesprek en een kus monden uit in een gedicht.

42.
In het dagelijks leven voel ik te veel en – schijnbaar – tegelijk te weinig. Soms lijk ik onverschillig, maar ik denk van mezelf dat ik te gevoelig ben. Om die reden heb ik me – onvrijwillig – achter dikke ‘muren’ verborgen. Muren van glas met openingen, kijkgaten, schietgaten. Een mens wil graag gezien worden, bewonderd, geliefd. Het is verlangen naar het verlangen. Als ik te weinig aandacht krijg word ik ziek.

43.
Psychologie is tijdverlies. Je kunt jezelf niet kennen – en waarom zou je jezelf per sé moeten kennen? Jezelf zitten analyseren terwijl de wereld naar de verdoemenis gaat. Dat is toch beneden alle peil.

44.
Na de weg vooruit leg je altijd noodgedwongen de terugweg af. Het is niet alleen mijn huwelijk, het ligt ook aan mezelf. Ik wil soms ontsnappen, niet uit vrije wil, niet ‘bewust’. Het overkomt me. Ik laat me gaan, val in de diepe put van de nacht. En dan duurt het lang eer ik weer tot mezelf ben teruggekeerd. Ik kan hoegenaamd niet tegen drank: er bestaat niets dat mij meer vermoeit. Gelukkig spartel ik door heel wat weken zonder zulke nachtelijke uitspattingen. Overigens heb ik er niets aan, zelfs geen catharsis, zelfs geen ‘inspiratie’. Ik weet niet waarom ik het doe. Het zal wel periodieke verslaving zijn.

45.
Ik ben naar Jan Decorte geweest. Naar zijn theater gaan is bijna altijd een intense ervaring, pure aanwezigheid, zelfverlies. Ik wilde er graag over schrijven, maar voorlopig is het me niet gelukt. Mijn woorden moeten hem en Sigrid Vinks eren, het moeten goede woorden zijn.

46.
De vraag is of een mens die vaak zwak, ziek, moe is geen belachelijk figuur slaat. Wie neemt zijn gezeur op den duur nog au sérieux? En wie gelooft hem nog als hij zegt dat hij pijn heeft of verdriet?  Zodra je erin verdwaald bent, kun je helaas nooit meer uit dat labyrint.

47.
Bob Dylans ‘Blood On the Tracks’ ligt op.
Een prachtige droevige echtscheidingsplaat. Maar of het zijn beste is, zoals zovelen beweren, betwijfel ik. Voor mij is ze niet rijk genoeg, bezweert ze niet voldoende. Wat de teksten betreft houd ik het meest van ‘John Wesley Harding’, voor de muziek en de emoties verkies ik ‘Blonde On Blonde.

48.
Snakt niet elke mens naar liefde? Krijgt niet elke mens graag aandacht? Maar sommige soortgenoten hebben meer spotlight nodig dan andere. Ik ben daar nogal dubbel in: aan de ene kant wil ik in de belangstelling staan, aan de andere kant bijna onzichtbaar zijn. Hoewel ik het niet graag toegeef heb ik al sinds mijn zeventiende gedroomd van een boek. Een boek uitgeven, dat is wat ik wil. Geloof me nu maar! Gedichten, verhalen, een boek met ideeën (zoals dat van Leopardi), om het even wat, als het maar een boek is, wat woorden op papier, met een omslag rond.

49.
Nietzsche heeft een donkere, gevaarlijke kant. Zoals sommige goeroes dat doen kan hij zoekende jongeren meeslepen in zijn denkavontuur, wat niet zonder risico’s is. Nietzsche doorgronden is niet eenvoudig. Eigenlijk moet je hem jaren lang of zelfs een heel leven bestuderen. Sommigen beschouwen hem met zijn  theorie van de übermensch als een voorloper van het nazisme. Nietzsche heeft inderdaad een aantal absurde dingen beweerd, maar daartegenover staat zoveel rijkdom en oorspronkelijkheid. Er bestaat niet een filosoof of schrijver van wie ik meer heb geleerd dan van Friedrich Nietzsche. Maar ik moet hem wel regelmatig herlezen: een verwittigd man is er twee waard, of drie.

50.
Nogal vaak bewerk ik oudere fragmenten, zoals Walt Whitman deed met zijn originele ‘Leaves Of Grass’, hoewel ik me geenszins met de meester wil vergelijken. Ik schrijf en laat rusten, herneem en herschrijf. Maar het is niet altijd revisionisme bij mij. Soms maak ik ook nog wel eens iets dat helemaal nieuw is.  Reflecties over mensen en dingen rondom me, beschouwingen over kunstenaars zoals Anselm Kiefer, over populaire cultuur, over concerten, over film en theater. Daarbij laat ik me leiden door het toeval, door mijn intuïtie. Ik schrijf over iets wat me op een bepaald ogenblik treft, wat ik opeens zie.

IMG_1482 (3).jpg

Martin Pulaski, Zelfportret met elpee van Merle Haggard en Kill Your Lover t-shirt.

 

BEWOGEN DAGEN 4.

in my room - pictures on my wall 1.jpg
Pictures on my wall, Martin Pulaski, 2006

Dit is het vierde deel van ‘bewogen dagen’. Deze overpeinzingen ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

“Je zou alleen uit liefde moeten sterven, en niet door een tragische dood. Je zou alleen vanuit die dood moeten schrijven, of alleen vanuit die liefde met schrijven ophouden, of met schrijven moeten doorgaan, allebei tegelijk.” Gilles Deleuze

31.
Als ik uitgeblust ben, moe en suf van het werk op het ministerie, doe ik niets liever dan ‘wegvluchten’ in muziek of films. Maar mijn levensgezellin gaat meestal vroeg slapen, nog meer afgepeigerd van het werk dan ik. Alleen naar een film kijken vind ik niet prettig – ik ga ook nooit alleen naar de bioscoop. Een film ervaar je, en dat moet je delen.  Nu ja, ik zit eigenlijk ook graag alleen op mijn kamer om te lezen, te schrijven en muziek te beluisteren.

32.
Het internet heeft mij gestimuleerd om zelf opnieuw dingen te gaan doen. Het lijkt wel of je er ‘positieve’ elektrische schokken van krijgt. Toen ik pas aansluiting had leek het of ik ontwaakte uit een te lang uitgevallen winterslaap.  Ons leven kan zich niet beperken tot ondergaan; wat je ondergaat moet je transformeren, je moet niet alleen maar interpreteren, je moet ook maken.

Niet alleen sporen zoeken, in bossen of in boeken, maar ook sporen achterlaten.

33.
De beste romans gaan over actieve mensen; romanhelden zijn meestal geen lezers, al zijn er uitzonderingen, zoals Madame Bovary, met wie het heel slecht afloopt. Een schitterende roman over een passieve ‘held’ is ‘De man zonder eigenschappen’ van Robert Musil. Maar hoe passief is Ulrich eigenlijk? Leeft hij niet ten volle? In Marsmans uitspraak “ik erken maar één wet en dat is leven” kan ik mij herkennen. Mijn ‘in memoriams’ gaan ook nogal eens over mensen die intens hebben geleefd.

34.
Hölderlin had het over de heilige nuchterheid, maar er bestaat ook heilige dronkenschap.

35.
Ik ben ‘verslaafd’ aan flickr, het geeft me een sterk gevoel van verbondenheid met de wereld en de mensen. Maar die band is helaas een illusie.

36.
Ik heb wat in de krant gebladerd. Ook in de boekenbijlage. Niets gelezen wat me kon boeien. Ik houd niet van dat literatuurgedoe; daar heb ik me volledig aan onttrokken.

37.
Een huis kopen of bouwen, kinderen baren en opvoeden, vechten tegen de waanzin van het huwelijk, dat is toch leven? Of niet soms? Maar is het de zin van het leven? In dat geval heeft mijn leven weinig zin.

38.
Het is nutteloos om over als/dan te piekeren, tenzij je een roman wilt schrijven.

39.
Een kinderboekenschrijfster, die toen ze nog erg jong was mijn beste vriend Jos goed heeft gekend, wilde me, naar aanleiding van een stuk van mij over Jos, graag ontmoeten. We hadden afgesproken om volgende zaterdag iets te gaan eten. Ik keek er naar uit. Een soort van blind date met een Vlaamse schrijfster! Maar ik heb het – voorlopig – afgezegd. Eten smaakt me niet zo, en ik heb weinig zin in conversatie. Toch vind ik het jammer dat ik die dame niet kan ontmoeten: zij had me wellicht veel over Jos kunnen vertellen. Ik mis hem nog elke dag. We hielden beiden bijzonder veel van schrijvers en van muziek. Hij is trambestuurder en bibliotheekbediende geweest. Hij was manisch-depressief en heeft in oktober 1991 zelfmoord gepleegd. Op het ogenblik dat hij in Leuven van een gebouw sprong  liep ik op het strand van Cadiz heel gelukkig te zijn.

40.
Het internet vervangt stilaan de boeken. Ik geef nog altijd meer om boeken dan om internet, maar voor volgende generaties wordt dat ongetwijfeld anders. Ik weet dat gedichten op hoochiekoochie en elders weinig gelezen worden, maar als ze in een dichtbundel staan en in een boekwinkel liggen worden ze dat nog minder. Een boek uitgeven is vooral een prestigezaak. Ik zou wel graag een boek uitgeven, maar ik doe er geen moeite voor. Je moet dan op televisie, in Humo, op de boekenbeurs enzovoort. Een ridicuul spektakel, toch?

IMG_3352.JPG

Gardening At Night, Martin Pulaski, 2006

 

PATTI SMITH / JUDY LINN

patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie
Patti Smith door Judy Linn

Eergisteren in de boekwinkel van het Paleis Voor Schone Kunsten en gisteren in Fnac (twee bijzonder onaangename winkels) bladerde ik in een mooi boek van Judy Linn, ‘Patti Smith 1969-1976‘. Ik geloof dat ik nooit zulke fascinerende foto’s van de zangeres-dichteres heb gezien. Ik ken Judy Linn niet, maar het lijdt geen twijfel dat zij en Patti Smith vriendinnen waren. De foto’s getuigen stuk voor stuk van een samenzweerderige intimiteit.

patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

Patti Smith & Sam Shepard.

Voor wie de meeslepende autobiografie/biografie ‘Just Kids’ van Patti Smith heeft gelezen is dit fotoalbum van Judy Linn een bijna perfecte aanvulling. Maar de foto’s zijn ook zonder het werk van de zangeres een lust voor het oog en een flasback naar de periode uit de titel.
patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

 

BEWOGEN DAGEN 3.

ingmar bergman.jpg
Ingmar Bergman, Scènes uit een huwelijk ( Scener ur ett äktenskap)

21.
Schrijven is herschrijven. Maar ik zou dit net zo goed kunnen schrappen: iedereen die het moet weten weet het.

22.
Soms lijkt het of ik uit dromen tastbare souvenirs overhoud. Een beetje zoals in Der Prinz Von Homburg, een toneelstuk van Heinrich Von Kleist. De prins droomt dat hij zijn handschoen achterlaat bij zijn geliefde; als hij ontwaakt blijkt zij werkelijk in het bezit te zijn van de handschoen. Dat is natuurlijk een romantisch thema. Ben ik dan zelf zo romantisch? Dat geloof ik niet.

23.
Vroeger dweepte ik met ‘losers’, waanzinnigen, zelfmoordenaars, wat vreemd was omdat ik zelf zo aan het leven gehecht ben (en was).

24.
Ik denk dat ik al een tiental jaren of langer in een illusie leef. De illusie van eindeloze tijd, van het zal wel komen, het zal wel beter worden, ooit. Het moet beter worden. Het echte leven moet nog beginnen. Die illusie moet ik opgeven en de realiteit onder ogen zien.

25.
Deze week dompelde ik mij onder in mijn verleden, op de vlucht voor het heden. Ik ging op zoek naar oude verhalen, foto’s, voorwerpen. Zo vond ik een brief terug van mijn eerste vrouw, met wie ik al na enkele jaren huwelijk niet meer kon leven (omdat we veel te jong waren, te naïef, te verschillend in temperament). Het was een brief die ze me geschreven had na onze scheiding, een mooie brief, teder en begripvol. Ik dacht terug aan de heerlijke dagen die we samen hadden beleefd… Na zo een tijdje zitten te dagdromen bedacht ik echter dat het geheugen uiterst selectief is. Je herinnert je alleen de verrukkelijke, de sprankelende momenten. Het donkere is misschien niet uitgewist, maar zit alleszins in een muffe zolderkamer opgesloten.

26.
Nu heb ik jasmijnthee gedronken, in een poging toegang te krijgen tot nog meer herinneringen. Zo deed Marcel, de verteller van Proust, dat toch? Toen ik jong was dronk ik inderdaad veel jasmijnthee… en toch heb ik niets gevonden. Ach, ik troost me met de gedachte dat August Strindberg al voldoende heeft geschreven over het huwelijksleven. En er zijn altijd de films van Ingmar Bergman, zoals Scènes uit een huwelijksleven.

27.
Ik ben bedachtzaam, om niet te zeggen voorzichtig. Ik koester argwaan. Maar mijn verdriet koesteren, geen sprake van. Ik wil leven, ik wil geen verdriet. Wat ik misschien wel koester is de melancholie en de kunst van de melancholie. De combinatie van melancholie en geluk, wat vaak in de muziek voorkomt, bij Gustav Mahler bijvoorbeeld, bij Schumann en Schubert, in de blues, in sommige hedendaagse popmuziek.

28.
Ik houd niet van U2. Een paar maanden geleden heb ik een cd van die groep gekocht. Ik dacht, misschien ben ik al die jaren bevooroordeeld geweest. Maar neen, ik heb geprobeerd, en ik hield er echt niet van. Meer zelfs: ik verafschuw die Britse bombastische stijl, U2, Elton John, Queen en al de rest. Ik houd meer van de ‘primitieve’ Amerikanen, met hun sentimentele countrymuziek en hun blues en hun soul en hun shakende geloof in de heer. Zelf ben ik natuurlijk door en door atheïstisch. Ik hoor nu net Howlin’ Wolf huilen, ‘I’m too young to die’, zeer primitief is dat.

29.
Alain De Botton is soms geestig. In het begin vond ik hem bijzonder goed (On Love, The Romantic Movement), maar ik weet niet of dat nu nog het geval is. Ik heb On Love op een rommelmarkt in New York gevonden. Toen had ik nog nooit van De Botton gehoord. Inmiddels is hij een mediafiguur. Voor mediafiguren sla ik meestal op de vlucht. Ik denk niet dat ik die boeken zou herlezen. Consolations Of Philosophy en Status Anxiety zijn ook geestig, maar niet bijzonder goed. Ik heb er in vorige teksten uit geciteerd omdat ik toevallig een papiertje terugvond met verwijzingen naar die pagina’s. Zo gaat dat als ik niet weet wat te doen. Alain De Botton is luchtig en charmant. Hij geeft je bovendien zin om sommige van de schrijvers die hij de revue laat passeren zelf te gaan lezen.

30.
Je moet vooral niet jaloers zijn op mijn leven en lezen. Ik heb in de jaren tachtig enkele jaren in bijna-lethargie geleefd . Mijn belangrijkste bezigheid was het kruiswoordraadsel in Humo. Terwijl ik voordien kruiswoordraadsels verafschuwde. Ik geloof dat ik alle moed had opgegeven. De jaren tachtig waren hoe dan ook een naargeestige tijd. Gelukkig heb ik me kunnen ‘herpakken’. Later zijn er nog quasi-uitzichtloze periodes geweest, maar nooit zo erg als toen. Nog altijd weet ik niet hoe ik me zo heb kunnen laten gaan.

BEWOGEN DAGEN 2.

IMG_3184.JPG
Martin Pulaski, Landschapsbureau, mei 2006

Dit is het tweede deel van ‘bewogen dagen’. Deze overpeinzingen ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

11.
Ik weet niet of ik een mooie – in de ethische betekenis – en goede mens ben. Ik doe mijn best, maar heb mijn gebreken. Ik ben egotistisch – een begrip van Stendhal – en misschien wel egoïstisch. Met psychologie loop ik niet bijzonder hoog op. Iemand als Carl Gustav Jung heeft mij nooit geboeid, het collectief onbewuste, de hele mikmak, dat vond ik te zweverig, te metafysisch. Ik ben meer geïnteresseerd in de realiteit, in wat zichtbaar is, in wat mensen – enigszins paradoxaal – in een soort van verblinding met elkaar doen, in wat toevallig gebeurt. Maar teveel realiteit kan je dan weer gek maken.

12.
Ik zou graag weer aan gymnastiek doen, of liever nog: zwemmen, maar het komt er nooit van. Nog niet zo heel lang geleden ging ik twee keer per week zwemmen, nu doe ik niets meer. Ik blijf bij de pakken zitten. Tijd om de pakken uit te pakken.

12b.
Waarom ik in nogal wat autobiografische teksten de namen verander? Deels omdat ik me afvraag of de mensen die ik opvoer wel graag hebben dat ik ze opvoer. Deels omdat ik graag namen geef, zo kan ik toch een beetje voor god spelen. Ik verzin namen of laat me beïnvloeden door film, toneel, muziek, literatuur. Er zit geen logica in. X heet in het ene geval Y en in het andere Z. Ik laat me ook wat dat betreft leiden door het toeval.

13.
Ik weet veel over populaire muziek (blues, rhythm and blues, country, soul, rock, enzovoort), maar weinig over de liefde. Een zweep, die je volgens Nietzsche nodig hebt als je bij de vrouwen gaat, bezit ik niet. Ik ben radicaal tegen geweld.

14.
Met een auto rijden? Dan wel ergens waar er weinig auto’s zijn. In de woestijn. Of over the blue highways. Ik heb vandaag veel te veel auto’s ingeademd. De oude wagens waren zo mooi. Als kind droomde ik van Cadillacs en Oldsmobiles en zo. En het Straatsburgdok, en de gebouwen van Le Corbusier (die ik nu verafschuw). Le Corbusier was – misschien onvrijwillig – een fascist.

15.
Waarom zou ik niet twijfelen? Hoochiekoochie en eigenlijk alles wat ik schrijf en meedeel is op twijfel gebaseerd. Twijfelen is bijna hetzelfde als ademhalen. Ben ik onduidelijk? Misschien wel. Ik aanvaard chaos, hoewel ik mij er soms tegen verzet. De wereld is onduidelijk, waarom zou ik dan geen onduidelijke taal spreken? Hoewel de taal mijn grootste liefde is. Mijn onduidelijke liefde. Mijn chaotische, twijfelachtige liefde.

16.
Blijkbaar kennen anderen mij beter dan ik mezelf ken. Maar waarom zou ik mezelf moeten kennen? Is dat geen onzinnige eis? Ik probeer mij te concentreren, maar het gaat niet. Ik ben ziek. Zie je, alweer geklaag… Vandaag kan ik helemaal niets schrijven. Er zijn zo van die dagen, weken soms. Alleen maar van die korte zinnetjes, die nergens naar leiden. Van die korte zinnetjes, waar ik vroeger zoveel omwegen voor maakte, als het moest zelfs via ‘gevaarlijke’ cafés aan de Midi, waar Albanese misdadigers met elkaar afrekenden, of reizen in Amerika in oncomfortabele greyhoundbussen.

17.
Ben ik een rare meneer? Ik vind mezelf geheel normaal. Sommige andere mensen vinden mij waarschijnlijk nogal bizar. Ik kan zelfs niet meepraten over den Anderlecht of Het Eiland… Ik zou wel willen, maar ik kan niet.

18.
Ben ik een goed opgevoede, beleefde man? Misschien ben ik wat vreemd, hoewel ik dat betwijfel, maar ik ben er nogal zeker van dat ik beleefd, zelfs hoffelijk ben, hoewel dat door m’n schuchterheid soms niet wordt opgemerkt. Bovendien heb ik het gevoel dat goede manieren nu geen rol meer spelen. Maar ik schud ze ook niet zo maar van me af, zoals Patti Smith dat kan, die soms op de grond spuwt. Ze doet dat overigens sierlijk, elegant bijna.

19.
Ik drink nu een tweetal liter water per dag. Je moet dat water natuurlijk ook weer kwijt, en wij zitten in een landschapsbureau, wat als ik me niet vergis een eiland wordt genoemd. Ik heb gelezen dat het idee voor zulke kantoorruimtes van Le Corbusier komt. Waar ik werk gaat zowat iedereen die het kan weg. Het is er niet vrolijk. Maar ik heb geen ambities wat dat betreft en blijf dan maar tot het bittere einde (2010).

Als gevolg van dat werken in een landschapsbureau slapeloze nachten, of slaapgestoorde nachten, met als gevolg het opgebruiken van reserves. Nu ook tot juli een ‘moeilijke’ periode op het werk. Dat gaat daar met golven. Soms is er bijna niets te doen, en dan opeens moet alles tegelijk gebeuren.

20.
De liefde is mijn grootste taal.

BEWOGEN DAGEN 1.

gedachten,autobiografie,herinneringen,aforismen,2005,2006,internet,blogs,flickr,hoochiekoochie,schrijven,spreken,eenzaamheid,lezen,zelf,ego,egoïsme,egotisme,troost,vriendschap,huwelijk,liefde,werk,ministerie,chaos,literatuur,kunst,ziekte,gezeur,drinken,feest,zelfbeeld,anderen
Martin Pulaski, Zelfportret met Jack Nicholson, 2006

Dit is het eerste deel van ‘bewogen dagen’. Deze overpeinzingen ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

1.
Ik lees nog maar weinig boeken. Er was een tijd dat ik bijna onophoudelijk las, maar nu zijn er zoveel meer dingen die om aandacht vragen. Ik bedoel voornamelijk het sirenengezang van het vermaak, maar niet alleen dat. We moeten onze schaarse tijd nuttig, zinvol en gevarieerd besteden, want hij vliegt, voor we het weten is alles voorbij.  Kon ik maar van dat gevoel af dat de tijd een vijand is, een dief. Kon ik maar in het nu leven. Van ogenblik tot ogenblik. En me er niet druk over maken of ik al dan niet lees, al dan niet reis, al dan niet liefheb of haat.

2.
Er bestaan twee soorten eenzaamheid. De positieve eenzaamheid die je rust brengt en je terugschenkt aan jezelf. Hoewel je in die toestand alleen bent met en in jezelf is hij toch niet mogelijk zonder gesprek, dialoog, vriendschap, etcetera. Uit de positieve eenzaamheid kan veel goeds ontstaan; ze is goed voor je geestelijke en fysieke gezondheid. Van ijdel gepraat krijg je hoofdpijn of oorontstekingen.

Je hebt eveneens negatieve eenzaamheid. Wanneer je je afgezonderd, geïsoleerd, buitengesloten voelt. Als er niemand is om mee te spreken, om mee te lachen. De andere, degene met wie je het gewicht van de wereld van je af kan schudden. Het feest van het samen-zijn. Als je dat allemaal mist. Dan is de eenzaamheid verlammend. Als je geen verwante zielen vindt. Als je het gevoel hebt dat de wereld er niet voor jou is. En het paradijs al helemaal niet.

In het paradijs is iedereen iedereens spiegelbeeld, niemand heeft er een eigen gedachte, een eigen woord. Maar natuurlijk bestaat er geen paradijs. Eenzame mensen zoals Dante en Milton hebben dat bedacht als troost. Ik heb Dante al lang niet meer gelezen, maar ik weet dat hij een eenzame mens was.

3.
Over de donkerte in mij kan ik weinig zeggen. Ik denk dat ik te weinig oog heb voor de mogelijkheden die het leven biedt. Ik denk dat ik me te veel bezig houd met het negatieve, met gemiste kansen. Maar een zwaar leven? Dat geloof ik niet. Af en toe zak ik nog eens door, en dan voel ik me een paar dagen ellendig, maar dat veroorzaakt geen ware donkerte. Want als ik doorzak – wat een lelijk woord – ontmoet ik nogal eens verwante zielen, en dat biedt troost. De troost van vreemden, zoals Tennessee Williams zei.

4.
Vaak blijf ik op allerlei vragen het antwoord schuldig. Laat mij nadenken, waarna ik hopelijk mijn gedachten op papier zal kunnen zetten. Het gaat niet om een paar lichtvoetige danspasjes. Ik wil tijdgebrek niet als excuus gebruiken. Maar ik doe het toch even. Ik werk nu enkele dagen thuis, waardoor mijn verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van mijn baan toeneemt. Ik werk op een laptop die geen internetaansluiting heeft, beneden in de eetkamer, en niet hier in mijn werkkamer, waar de kans om ‘afgeleid’ te worden door boeken en sirenengezang te groot is. (Ik ben de inhoud van iTunes kwijt, meer dan zesduizend liederen; ik probeer dat al twee dagen te herstellen. Kleine problemen, het dagelijks leven…).

5.
Mijn gedachten zijn chaotisch. Ik zit met beleidsnota’s in mijn hoofd die ik moet analyseren en beoordelen. Maar ook met mijn verslaving aan mijn weblog (hoochiekoochie) en flickr. Is het wel een verslaving? Ik weet het niet. Alleszins heb ik er bewust voor gekozen om met een blog te beginnen. Ik had me uit de wereld van de ‘literaire mededeling’ teruggetrokken. Schrijven deed ik nog wel, maar de resultaten bleven in de la liggen. Af en toe deed ik eens mee aan een poëziemanifestatie of zo. Mijn laatste ontgoocheling was het einde van een literair tijdschrift hier in Brussel waar ik aan meewerkte. Brutaal heette het, voor een deel mijn geesteskind. Maar sinds mei vorig jaar heb ik me op die nieuwe vorm van mededelen gestort. Laat ik het een milde verslaving noemen.

Toch nog dit: ik denk niet dat ik vanuit een soort exhibitionisme foto’s op flickr zet. Het is eigenlijk een getuigenis, een autobiografie. Elke foto is een onderdeel van dat lange verhaal dat mijn leven is. Een verhaal met lacunes, met een subtekst, vulgair en subtiel tegelijk – en alles daartussenin.

6.
Ik ben ziek geweest, gisteren de hele dag in bed, donderdag te losgelaten feest gevierd, hybris, denken dat je alles aankunt, maar het lichaam… dat zit ook vandaag nog vol gif. En straks vertrek ik voor een personeelsfeestje naar Brugge. Alweer een feest, ik heb er geen zin meer in, kan er niet tegen. Ik zou veel liever hier alleen zijn en het gif uitzweten. Maar het zij zo.

7.
Ik ben degene die jij je voorstelt, niet degene die ik ben. Jij bent degene die ik me voorstel.

8.
Zijn we vanwege onze woorden al niet verantwoordelijk voor elkaar?

9.
Ik denk dat je kunt zweven én hier blijven, met je voeten op de grond.

10.
Het is goed dat je vrienden hebt, vrienden die je kunt vertrouwen. En: waarom geen vrienden die je niet kunt vertrouwen?