RENAISSANCE (EEN SPROOKJE)

naam,geboorte,wedergeboorte,renaissance,elementen,noemen,onbezonnen,klinkers,medeklinkers

 

Je schreef je naam neer, vergat hem meteen,
in een donker boek in het donkerste zwart –
je enige, onverbloemde, onbezonnen naam.

Niemand had je ontdekt, een roos naar je genoemd.
In geen categorie, geen verzameling, geen naam-
woordenboek vond je onderdak.

Geboren? Niet in deze streken. Geen mens
bezat ogen om je onbegonnen letters te zien,
geen oren op hun frequentie afgestemd.

Alsof je anders aan de schandpaal zou staan,
zo stil zweeg je over je naam. Klinkers
noch medeklinkers verlieten je keel.

Niemand hoorde zijn klank, niet in de woestijn,
niet als echo in een vallei, niet boven de vijvers
van het verdrinken, niet in de kamers in de stad.

In het water waarin het roestige staal zingt
voor snoek, karper en riet, het water
waarboven een zwaluw de lente maakt.

Daar kwam ik roeien tussen de lelies
van mijn verdriet. Mijn roeispaan peilde diep,
mijn arm in het blauw haalde je boven.

Hoor, een alledaags wonder, herboren.
je naam die nog moet wennen aan de wind
en de zon en de vreemde seizoenen.

 

Foto: Martin Pulaski, 2011

Auteur: Martin Pulaski

Schrijver, blogger, DJ, moderne romanticus. Verslaafd aan muziek, film, boeken, kunst, steden. Radioprogramma ‘Zéro de conduite’ op Radio Centraal 106.7 fm in Antwerpen.

4 gedachten over “RENAISSANCE (EEN SPROOKJE)”

  1. Niemand had je ontdekt,
    Daar kwam ik roeien tussen de lelies
    van mijn verdriet.

    En dan lees ik, onbehoedzaam:
    ‘tussen de lelies van jouw verdriet’.
    Want hoe zit het
    met de lelies van die andere afwezige?
    Erg teder vers, Martin.
    Als abonnee van de Poëziekrant, mis ik dit
    tussen het banale parlando.
    De huis- en keukentafel’poëzie van vandaag.

    Like

  2. Dag Uvi,
    De waterlelies treuren om de afwezige, de verdronkene (zullen we maar zeggen), en de aanwezige, die zelf ook treurt, maar niet lang. Het zijn de bloemen van mijn en jouw verdriet, dat een en hetzelfde is.
    Mijn abonnement op de poëziekrant heb ik al lang geleden opgezegd.
    Zo vriendelijk dat je mij gedicht een teder vers noemt. Dat is een teder compliment.

    Like

  3. Uvi, ik vergat je nog te bedanken voor de woorden die je me schreef, een citaat van Leonard Nolens: “Men schrijft altijd voor een afwezige. Men schrijft afwezigheid. Men schrijft de afwezige die men gaandeweg wordt….”
    Uit ‘Dagboek van een dichter’ – pag. 1053 – Leonard Nolens
    “http://uvi.skynetblogs.be/”
    Die woorden stelden me in staat om er het volgende aan toe te voegen: men schrijft het ongehoorde, de ongehoorde die men gaandeweg wordt. En: men schrijft de vergeten naam, die men zich gaandeweg herinnert, om hem al gauw weer te vergeten. Of in het bovenstaande geval, zich te herinneren tot het einde van de wereld. Ars longa, vita brevis.

    Like

  4. Inderdaad klinkkras ik instemmend.
    Een tederende sprook.
    Een vers, een schildering
    van, o, wee, de moet.
    In beiden struikel ik echter over één zin.
    Het is iets ritmisch.
    ik las liever (en doe dat ook)
    “Daar kwam ik roeien tussen de lelies
    van mijn verdriet. Mijn spaan peilde diep,
    mijn arm in het blauw haalde je boven.”
    Maar,
    Martin
    penselend
    Pulaski

    Like

Reacties zijn gesloten.