STILTE

1. Heidegger

Het is stil.
Het blijft stil.
De rivieroever je naam.
De oceaan je naam.
De volle maan je naam.
De bars met hun Manzanilla en Mahou je naam.
Bar El Cura je naam.
Bar Central Station je naam.
Overal roept het je.
Overal waar het stil is.
Wenkt het je.
Ze wenken je.
Gebaren je.
Je krijgt tekens.

Denk je dat getekend geketend is?
Je denkt het niet?
Ze wenken je.
Ze willen zeggen.
Ze aarzelen.
Stotteren, wie, wie, wie.
Ze willen je zeggen wie je bent.
Ze willen zeggen wat je bent.
Ze vragen naar je zijn.
Je dagelijkse pijn.
Het lachen tussendoor.
Als een entr’acte.
Als een attractie.

Je denkt iets te verstaan.
Je denkt iets te begrijpen.
Of ze je verstaan?
Of ze je begrijpen?
Een vreemde taal is het.
De woorden worden niet uitgesproken.
Wit als spoken zijn ze.
Witte taal op witte pagina’s.
Witte woorden.
Uitgewiste woorden. Zoals gedachten
Weg uit het geheugen.

Het is stil.
Het blijft stil.
De stilte van een storm.
Als je niets meer hoort.
Tenzij je wilde gedachten.
De stilte van een storm
Die je een nacht wakker houdt.
De stilte van een oceaan.
Met zijn golvende razernij.
Eerst ver, dan zo nabij.

Spoken, geesten op het toneel
Verschijnen als sterren in een spektakel.
Als in een opera de volle maan.
Desdemona en Hamlet kussen elkaar.
Gelaten laten ze zich gaan op de wind.
In de wind, streng uit het Westen.
Eerst wit.
Daarna opeens veelkleurig
Zoals de baljurken van MGM-filmsterren.
Of van vlinders in een vlinder-Abu Graib.

Spoken, geesten in de wind.
En gedoofd vuur.
Verstilde adem.
Na het laatste uur de laatste tocht.
Over de laatste muur geklommen.

De stilte –
Voor de woorden.
Er is nog niets bedacht.
Seks, spoedgevallen, voetbalschoenen.
Niets.
Ook niet waar je overnacht.

De dingen zeggen geen woord.
Nee, zeker de dingen niet.
Ook al ben je in hun midden.
In hun geraas en gebral.
Ook al maken de dingen je gek
Met woorden in je hoofd.
De dingen zwijgen.

Alleen je hartslag
Neemt zienderogen toe.

2. Wittgenstein

Je empirische hart
Dat niets kan vatten
En niets vertaalt.
Heel je leven lang
Dit en dat door elkaar haalt.
Blind als het is.
Zonder een jong hoofd van jou
Om het ritme, cadans
En begrip te geven.
Om wat klein beven te schokken.
En elke schok te beleven.
Als was het een vis aan de haak
In een zwarte haven
Snakt de maan naar lichte woorden.
Of zijn het moorden
Als je ze droomt? Als je bij me komt.
Als je naam binnenregent
Regeert je vloedgolf in mijn bloed.

(17 februari 2011, Volle maan, Sanlucar de Barrameda)

Auteur: Martin Pulaski

Schrijver, blogger, DJ, moderne romanticus. Verslaafd aan muziek, film, boeken, kunst, steden. Radioprogramma ‘Zéro de conduite’ op Radio Centraal 106.7 fm in Antwerpen.

4 gedachten over “STILTE”

  1. Dag Martin,
    hoeveel stilte
    mag ik schrijven op je naam …
    zo teder als maanlicht
    zo vluchtig als rozengeur
    I never promised you anything.

    Like

  2. Goedenmorgen Martin,
    ik vermoed dat je niet altijd raad weet
    met m’n commentaren …
    lees ze telkens als een zucht, een ach …
    en andere laudatio’s.

    Like

  3. Uvi, mijn excuses. Ik reisde gedurende twee weken door Andalusië (Sevilla, Sanlucar de Barrameda en Cadiz). Ik had niet in alle hotels verbinding met internet. Misschien weet ik niet altijd raad met je commentaren… Maar alleszins verheugen ze mij zeer, en geven ze mij telkens weer moed om door te gaan met mijn werk. Vroeger werd hier veel gereageerd. Geleidelijk aan zijn de reacties afgenomen. Jij blijft me echter trouw volgen. Daar ben ik je zeer dankbaar voor. Zonder reacties lijkt het of mijn teksten in een vacuüm terechtkomen.

    Like

  4. “Misschien weet ik niet altijd raad met je commentaren… Maar alleszins verheugen ze mij zeer, en geven ze mij telkens weer moed …”
    weer moed, Martin, of is het weemoed?
    En jij weet ook wel waarom er geen (of weinig) commentaren komen.
    Jij kent het ritueel : “ik bij jou en jij bij mij”.
    Het incestueuze systeem van reciprociteit. Zelfbevrediging.
    Daarenboven: te veel schrijvers, te weinig lezers.
    Edoch, Martin, ik kom hier om jou te lezen.
    Niet opdat jij me een visite zou brengen, hoewel ik moet bekennen,
    dat ik toch ook gecharmeerd ben als er sjiek volk langskomt …
    ach, ik ben dan ook maar een modaal mens …
    PS.
    En neen, je hoeft je niet te excuseren bij ‘een roerloze reiziger’.
    Un voyageur immobile met als adagium: ‘Partir sans sortir’.

    Like

Reacties zijn gesloten.