DE TWINTIGSTE EEUW: NOOIT MEER SLAPEN

“Lucide geeft Alvaro De Campos [heteroniem van Fernando Pessoa, MP] voor [het] collectieve nomadisme aan: het zich losrukken van het vertrouwde, van het gevestigd zijn. Dat is een diepzinnige en naar mijn mening juiste opmerking: wil het individu subject worden, dan moet het de vrees, de aangeboren afkeer van gevangenissen overwinnen, zeker, maar meer nog de angst elke identiteit kwijt te raken, beroofd te worden van de aan plaats en tijd gebonden sleur, van het ‘geregelde en overziene leven’.

Dat motief obsedeert de eeuw, die heel vaak wat zijn handelen en werken betreft een oproep tot moed is. Wat het individu verstart, wat zijn machteloosheid bepaald is de angst. Niet zozeer angst voor onderdrukking en smart als wel de angst niet langer het weinige te zijn dat men is, niet langer het weinige te hebben dat men heeft. De eerste daad die tot inlijving bij het collectivum en tot de creatieve transcendentie leidt, is niet langer bang te zijn.”

Toen ik deze zinnen van Alain Badiou, uit zijn ‘De twintigste eeuw’, vanavond in de metro op weg van mijn werk naar huis las, dacht ik, heb ik dat niet zelf geschreven, eens? Het lijken mijn woorden, mijn gedachten wel – en, vooral, het gaat over mijn angst, verstarring, machteloosheid. Badiou schrijft dit als lectuur van een lang gedicht van Alvaro De Campos, Ode Maritima, een gedicht dat ik zelf ook heb verslonden, wat de herkenning misschien verklaart. Maar er is meer. Zelf zou ik deze ideeën nooit hebben ontdekt bij de Portugese dichter, verblind en verlamd als ik ben door mijn angst en mijn manier van interpreteren die door die angst is bepaald.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Voornamelijk wat er staat, het citaat van Badiou, gebaseerd op Pessoa’s heteroniem (Alvaro De Campos), en de gedachte dat als ik nog ergens bij wil horen, als ik uit mijn ‘ik’ wil stappen en een ‘jij’ en een ‘wij’ worden – dat ik dan niet meer bang hoor te zijn. Waarom zou ik nog langer bang zijn? Waarom zou ik mijn angst niet schrappen?

Alain Badiou gaat daarna in op berusting, lafheid en moed. Hij noemt de Amerikaanse kunstvorm bij uitstek, de western, een gedegen, modern genre, dat in die zin “een groot aantal meesterwerken heeft opgeleverd”. Het mooiste voorbeeld in dit opzicht (dat hij niet noemt) is natuurlijk ‘High Noon’ van Fred Zinneman.

Wat Alain Badiou niet vertelt, wellicht omdat hij het niet zo goed kent, is de Amerikaanse folk, die heel vaak tegen de bij uitstek Amerikaanse liberale, kapitalistische principes indruist. Ik denk aan Pete Seeger, Bob Dylan, Joan Baez, Phil Ochs, Green On Red, Nanci Griffith, Steve Earle, Townes Van Zandt en Hope Sandoval. En honderden anderen.  (De literatuur laat ik even buiten beschouwing. Een opsomming is ook maar een opsomming. In deze laatste paragraaf wilde ik eigenlijk alleen maar de naam Hope Sandoval laten vallen, of weer oprapen.)

HOPE

Voor de rest is het dansen in het maanlicht. Of wat dacht je? Ver weg van de gevaarlijke zon. Ver weg van zonnige insecten. Van lafaards, leugenaars, van hun stoffelijke resten. Als we vergingen van de honger zouden we hun vlees niet eens willen eten, hun bloed niet drinken. Maar op straat loop ik een onbekende gitarist tegen het lijf. Hier, zegt hij, en geeft me zijn gitaar door. Ik speel tot de snaren bloeden. Ik zing met een stem die de mijne niet is. Het is de zijne, het is de jouwe.

 

 

ROMAN POLANSKI EN DE HYPOCRIETE MORAAL

romanpolanski

Dank zij de politie en de Amerikaanse Justice for All is hij vandaag wellicht de beroemdste man en zijn het zijn films die het meest worden bekeken. Dat is de goede kant van de zaak, maar de slechte kant is dat Roman Polanski nog maar een keer moet afzien, na de Holocaust, na Charles Mansons absurd geweld, na de ballingschap ten gevolge van de toenmalige (jaren 1960-1970) hypocriete moraal. In ons land zijn er onder meer Hugo Claus, Herman J. Claeys en Jef Geeraerts ‘slachtoffer’ van geweest. Maar de toenmalige hypocriete moraal is er kennelijk nog altijd, en mogelijk nog hardnekkiger, nog vicieuzer. Roman Polanski had meer dan dertig jaar geleden seks met een minderjarig meisje. Ik wil dat niet meteen verdedigen maar evenmin veroordelen, gewoonweg omdat ik er niet bij was en omdat ik weet dat een meisje van dertien seksueel volwassen kan zijn. Polanski zag (en ziet waarschijnlijk nog steeds) graag mooie, jonge meisjes, en hij had een buitengewoon goede smaak: Françoise Dorléac, Cathérine Deneuve, Sharon Tate, Nastassjia Kinksi – om de bekendste ‘veroveringen’ te noemen. Is daar iets mis mee? Dan moet je mij ook opsluiten. En veel andere mannen en vrouwen en jongens en meisjes. Dan moet je zeker Nabokovs ‘Lolita’ verbranden (als dat nog niet is gebeurd) en dan moet je vooral de porno-industrie aanpakken. Drie klikken met de muis en ik zit middenin een fistfuck-situatie, die ik niet echt wil zien. Maar kijk ik dan naar dat gedoe? Even misschien, uit nieuwsgierigheid, maar dan zoek ik verder, naar iets wat me wel interesseert of opwindt. Ik laat het aan de verbeelding van de lezer over wat dat dan wel mag wezen. Toch mogen ze van mij zoveel fistfucken als ze willen, zolang het maar niet onder dwang gebeurt.

Ik schrijf hier niet zomaar over Roman Polanski. Het is meestal niet mijn gewoonte ‘hot items’ te becommentariëren. Maar dit is een ander geval. Ik heb me lang in zekere zin met de Poolse regisseur geïdentificeerd. Mijn aangenomen naam lijkt niet toevallig op die van hem: het was een bewuste keuze. Ik heb zijn films voor het eerst op de filmschool in Brussel gezien, kortfilms, zoals ‘Amsterdam’,  ‘De dikke en de dunne’, ‘Twee mannen met een kast’ en langspeelfilms zoals ‘Het mes in het water’, ‘Cul de Sac’, en ‘Repulsion’. Ik vond het stuk voor stuk meesterwerken. Daar kwam nog bij dat mijn toenmalige vriend en medestudent, Guillaume Bijl, me elke keer als hij me zag begroette met de woorden, “Hé, Polanski, hoe gaat het met je?”. Waarschijnlijk leek ik een beetje op de regisseur (maar ik was wel een stuk jonger, en had veel minder succes bij de mooiste meisjes). Na mijn studies bleef ik Roman Polanski volgen – en ik bleef zijn werk buitengewoon vinden; films zoals ‘Rosemary’s Baby’, ‘Che?’, ‘Chinatown’, ‘Le locataire’ (waar hij zelf prachtig in acteert), ‘Tess’, ‘Death And The Maiden’, etcetera. Niet stuk voor stuk meesterwerken, maar bijna altijd beter dan het werk van zijn tijdgenoten en van zijn epigonen.

Roman Polanski is ouder nu, kwetsbaarder. Hem opsluiten is een gevaarlijke zaak. Als hij dagen, weken tussen criminelen zit, eenzaam in een cel, dan gaat hij er ongetwijfeld aan ten onder. En de kans is groot dat ik dan niet veel later een in memoriam zal moeten schrijven – en ik had me voorgenomen dat niet meer te doen. Laat om die laatste, maar vooral om alle andere hier opgesomde redenen en argumenten Roman Polanski meteen weer vrij. De man heeft in zijn leven al voldoende afgezien. Laat Roman Polanski vrij!

 

NOTITIES BIJ HET BELUISTEREN VAN ABBEY ROAD

metamorfosen

Ik zag een meisje verdrinken in de Zwarte Vijvers, een paradijsvogel vloog weg naar een onbekende zone, waar niemand van terugkeert, een engel verloor haar vleugels terwijl ze uitschreeuwde, “Engelen zijn niet van vlees en bloed!”, ik keek in de spiegel en zag mezelf in een ratelslang veranderen, ik hoorde mijn geratel diep in mijn gehoorgang, ik zag Link Wray zijn gitaar stukslaan, ik zag e.e. cummings mijn boeken verbranden en the beatles hun managers vermoorden, met elkaar converserend in Swahili, ‘Let It Be’ bleef bij een idee.

Ik zag mijn geliefden elkaar omhelzen onder een warme oorlogshemel, ik zag hen op tv, met zijn allen, hun monden gevuld met katoen en melasse, hun ogen brandden, hun ogen verbrandden vlaggen van bijtend zuur, vlaggen van zwavel, ik hoorde duivels huilen, zo dicht stonden ze bij me, nee, ze drukten me tegen zich aan, ik zag ze Utopia verwoesten, k keek mijn ogen uit, tot ik niets meer zag en niets meer wist, er was geen ruimte meer, geen tijd, ik stapte mijn eigen ratelslangenhuid binnen en kroop zo tussen naar seringen geurende witte lakens.

IK ZEI ‘JA’ AL HEEL VROEG

MB in Neerharen (2)


Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.
Maar ik zei vooral ‘nee’.
‘Laat me met rust.
Laat me niet met rust’.
“Deze wereld is jullie makelij.
Niet die van mij.
Ik ben maar een passagier.
Een niemendal.
Een strijkijzer op een operatietafel.
Ik ben geen dit en geen dat.
Een aasgier ben ik niet.
Ik heb geen naam.
Met de ene rug het beest.
Wankel in de winkelstraten
Met jullie merkwinkels
Waar al het lelijke wordt verhandeld.
Al het lelijke van de wereld.
Al het overbodige.
Aan mij heb je een lastige klant.
Een armoedzaaier.
Zie me zaaien: zint het je niet?”
Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.
Maar ik zei vooral ‘nee’.
‘Laat me met rust.
Laat me niet met rust’.
“Klimmen naar de top van de ijsberg
Is niet mijn sterkste kant.
Ik keek van boven naar beneden
En zag tinnen soldaten bloed vergieten
Voor een emmer vloeibaar goud.
Of voor een emmer stront.
Dat maakte niet uit.
Het kwam op winnen aan.
En een naam in de annalen gegrift.”
Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.
Maar ik zei vooral ‘nee’.
‘Laat me met rust.
Laat me niet met rust.’
“Van beneden naar boven keek ik
En ik zag laarzen, modieuze schoenen
Me schoppen waar het pijn deed.
Vrienden beten in het stof:
Ze kozen de zachte dood.
Alles liever dan door jullie
Uitgehongerd, uitgelachen, uitgerangeerd
Te worden.
Met woorden uit het leven uitgesloten
Te worden.
Alsof ze geen geestdriftige mensen waren
Met hun ogen glinsterend van de plannen.”
Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.
Maar ik zei vooral ‘nee’.
‘Laat me met rust.
Laat me niet met rust.’
“Ik had een schorre stem.
Ik sprak niet.
Ik zei ‘I don’t care anymore’.
Je weet maar nooit
Wie je vijanden zijn.
Maar als je naar beneden gaat,
Naar de vallei,
Dan weet je het al snel,
Wie je vrienden zijn.
Als je honger lijdt
En iemand geeft je brood
En wijn en woorden.
Ook al heb je een schorre stem
Geeft toch een vrouw je liefde.
En haar kus
Is de proef op de som.”
Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.
Maar ik zei vooral ‘nee’.
‘Laat me met rust.
Laat me niet met rust.’
“Mijn hart vanavond is gevuld met wrok.
Maar niet voor lang.
Morgen dans ik weer, een derwisj,
Morgen dans ik in de armen van sjamaan.
Morgen omhelst me mijn geliefde.
Morgen geef ik je kussen.
De kleuren en de geuren van de wereld.
Morgen ben ik er voor jou.
En voor jou.
Come rain or come shine.
Ik val voor je neer, met onbedekt hoofd
Als voor de bliksem.
Ik ben je geliefde, je bruidegom in de avond.
Je hebt vele namen, maar blijft onbekend
Als een god die nog niet is ontsluierd
Een bloem die moet ontluiken
In heel veel toekomst.
Ik ben je donker dier.
Je mededogen ben ik en jij dat van mij.
Ik ben je tijger.
Ik ben je lekkere kip.
Maar smaak ik ook goed?
Mijn hart vanavond is gevuld met wrok.”
Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.
Maar ik zei vooral ‘nee’.
‘Laat me met rust.
Laat me niet met rust.’
“Laten we nu dansen schat,
Naar de zijkant van de wereld.
Laten we dansen voor de doden
En voor degenen die nog leven
Met een vonk in hun ogen.
Eerlijke leugenaars, valse vrienden,
Bedriegers die talloos veel
kwalen helen.
Laten we nu dansen schat,
En de nacht, de dag vergeten –
Alsof zij even niet bestaan.
Evenmin als de klootzakken
Die je hart, je zenuwen verzuren.
Laten we nu dansen en bidden
Voor wat nog rest
Van het vuur in ons, het vonkje.”

 

VEEL DRUKTE OM WEINIG

discussie,hoofddoeken,griep,john fogerty,daniel lanois,shirin neshat,beatles,trixie
Shirin Neshat.

Een week die toebehoorde aan the Beatles en veel gepalaver over zin en onzin van een hoofddoekenverbod in België, of is het Vlaanderen, of alleen maar de Metropool, de tweede grootste haven van Europa. ‘Come Together’, dat heb ik de hele week gehoord. En dan was er Daniel Lanois en Trixie en Co, zwart en blank in een innige muzikale band verenigd. Iedereen kon niet anders dan uit de bol gaan, om eens een cliché te gebruiken (het was een mooie maar vermoeiende dag, met altijd de dreiging van die Amerikaanse griep ook nog eens, erg problematisch voor een hypochonder).

Helaas heb ik door heel dat gedoe, en door privé-omstandigheden geen tijd gehad om te schrijven. Mijn handen jeukten en jeuken nochtans. Hoewel ik voor een deel met mijn hoofd in het verleden zit, vind ik dit toch een bijzonder boeiende tijd om in te leven en om erover te schrijven. Maar nu moet ik naar Gent vertrekken, om het huwelijk van mijn vrienden te vieren. Ik zal hier zo spoedig mogelijk opnieuw van me laten horen.

Intussen kunt u de nieuwe langspeelplaat van John Fogerty misschien een keer beluisteren? Een meesterwerkje.

 

ZULLEN DE WESTERSE INTELLECTUELEN DAN TOCH HUN GELD MOETEN DELEN MET ARMOEDZAAIERS EN ARABIEREN?

turning my back to school (1967)

Ik hoor Clarence Carter zingen. Baby your love makes me feel so good.  Amerikaanse soul uit de jaren zestig, nooit geëvenaard. Zwarte muziek uit het diepe Zuiden afkomstig, waar in weerwil van de gekende obstakels zowel zwarten als blanken op dansten – en sommigen doen dat nog altijd. Of op ‘Thriller’, of op ‘Black President’ van Fela Kuti. Om het nog maar niet over Lil’ Kim, Beyoncé en Bobbejaan Schoepen te hebben. En muziek uit Mali, Oekraïne, Las Vegas, Genk, Cuba, Mongolië. Allemaal melodieën en ritmes waar we graag op dansen, om onze zorgen, ons verdriet, onze pijn te vergeten. Om te tonen dat we verliefd zijn, of van iemand houden. Om duidelijk te maken dat we de liefde waard zijn. Dat we mensen zijn, verschillend maar hetzelfde. Vijanden soms, maar heel vaak ook kameraden, vrienden. Lees nog eens ‘Leaves Of Grass’, en de gedichten van Majakovski, Lorca, Kavafis, Pavese. De toekomst moest toen nog beginnen, zou je kunnen zeggen. Maar is het nu anders?

Waarom dan die vijandigheid, die hatelijkheid, die egoïstische waanzin die ik in elke elke krant lees, op de radio hoor, op televisie zie, op internet in de mate van mijn mogelijkheden bestrijd? Zoals vandaag nog – of was het gisteren –  in De Standaard een opiniestuk van Benno Barnard, een zekere Sanctorum, en iemand van wie ik me de naam niet herinner. Nu, dat zal wel wederzijds zijn(gelukkig maar.) ‘Democraten’, schrijvers, filosofen, moralisten. Wijze mensen, die ons graag vertellen wie en wat we zijn en waar we naartoe gaan als we dit doen en dat laten. Mannen. Blanke mannen. Dichters, kinderen van katholieken en protestanten. ‘Atheïsten’, ‘anarchisten’, ‘progressieven’, kerels met een open geest, etcetera. Niettemin blijkt uit hun artikel dat ze zichzelf als übermenschen beschouwen, niet eens in de Nietzscheaanse betekenis, maar in die van het Arische ras, van de ‘Westerse’ beschaving, van de Bijbel en de Renaissance. Kinderen van de Verlichting. Revolutionairen die bijzonder tevreden zijn met hoe het was en hoe het is – maar, denk ik, toch zo bevreesd voor wat komen moet. Straks lopen wij allemaal met een hoofddoek rond! Ondenkbaar! Dat kan toch niet! Verbieden! “Geen enkel teken van individualiteit, overtuiging, geloof, leugens, bedrog, illusie, fanatisme meer toestaan”, schijnen deze geleerde mannen te denken.  Niets. Alleen misschien nog een beeltenis van Plato, Da Vinci, Shakespeare, Elvis, Bach en een of andere Habsburger. En Luther mag ook wel. En Freud wellicht, en Marx. Maar… Maar Maimonides dan? En de grote Arabische dichters? De Sufi? De soulzangers? Martin Luther King? Jesse Ed Davis? Jesse Owens? Sitting Bull? Shirin Neshat? De Noord-Afrikaanse vrouwen die zulke prachtige tapijten weefden,  en tegelijk de abstractie uitvonden? (En alle namen van alle mensen die nu leven en ooit hebben geleefd op deze verdoemde planeet, op deze gelukzalige planeet.)

Ik schaam me diep voor België, voor Vlaanderen, voor Antwerpen. Meisjes worden vernederd aan de schoolpoort. Iets wat voor hen een sterk symbool is moeten ze verwerpen aan de schoolpoort. Het doet me denken aan mijn jeugd, zij het niet aan de schoolpoort. 1968. Ik had lange haren en hippe kleren (een  rooskleurig fluwelen jasje, een gestreepte broek, een hemd met bloemen…) en dat werd me op ‘mijn’ Atheneum niet in dank afgenomen. Geregeld werd ik bij de prefect geroepen, die dan als een mantra herhaalde, mijnheer Pulaski, u moet naar de kapper, zoniet wordt u de toegang tot deze school ontzegd. Ik moest de symbolen van mijn ontluikende persoonlijkheid nog niet afstaan aan de schoolpoort, maar het ging al in die richting. Ik ging dan maar naar Maastricht, waar ik een handige kapper kende, om daar een centimeter van mijn haren te laten knippen en enkele provoblaadjes te kopen. En dan was het weer goed voor een paar maanden.

Het was een soort overgangsritueel, de oudere ‘heren’ moesten wennen aan het nieuwe, het andere, het ongekende, het ‘gevaarlijke’. Ze moesten wennen aan het geleidelijk aan uitwissen van hun grenzen. Er werd veel over liefde gesproken. Wat moest er dan gebeuren met hun tegenstellingen, met hun socialisme, katholicisme, atheïsme? Hoe konden ze de verdeeldheid in stand houden en de bonussen onder elkaar verdelen. Ja, hoe konden ze dat?

En nu voel je hun angstige adem in je nek. Wat zal met onze ‘cultuur’ gebeuren, met onze economie, met ons geld, met onze ‘roem’, met onze subsidies, met ons ‘volk’? Ze vinden de Vlaamse belangen belangrijker, bijna opeens, dan de belangen van de wereld en van elk levend wezen. Ze geven de voorkeur aan ‘dorpspolitiek’ en verwerpen de universele dialoog, de kritische uitwisseling van gedachten. Ze vermijden kennis en inzicht. Ze willen niets meer leren. Ze schrijven er blindelings op los. Ze zijn zo bang, beste vrienden, zo bang zijn ze, dat zich beroepen op Guy Verhofstadt om de Koran een verderfelijk boek te kunnen noemen. Terwijl het gewoonweg een boek is als alle andere, alleen wat populairder dan het egoïstisch gezeur van Barnard, Sanctorum en hun ‘geestesgenoten’. Ik denk dat dit volstaat. Dicteer dit nu maar aan mijn secretaris.

Ω

Afbeelding: Martin Pulaski op het speelplein van het Koninklijk Atheneum in Tongeren, 1967. De haren waren veel te lang, de t-shirt was ongepast. Foto: Luc Verjans (?). Regie: MB.

 

SESSIES: ZERO DE CONDUITE

wreckingcrew2

De rode draad die door deze aflevering van zéro de conduite loopt is die van sessiemuzikanten, producers, songschrijvers. Op elke geslaagde single of elpee spelen bijna met zekerheid een aantal begaafde sessiemuzikanten mee, dat was al zo in de jaren ‘vijftig – denk maar aan de uitstekende begeleiders van Elvis Presley, waarvan er sommigen gelukkig nog in leven zijn – en dat is nu nog steeds zo.
Het droeve aspect van die rode draad is dat enkele van de beste sessiemuzikanten onlangs zijn overleden, met name Jim Dickinson en Larry Knechtel. Aan hun werk zullen we vooral aandacht besteden. Daarnaast laten we jullie genieten van het muziekschrijftalent van Ellie Greenwich, die heel vaak samenwerkte met Phil Spector (en met haar man Jeff Barry). Noem haar gerust de prinses van de New Yorkse Brill Building. Als je hoort wat zij allemaal op haar palmares heeft staan val je gewoonweg achterover; niet dat ik daar naar uitkijk. Misschien voor een keer eens niet staan dansen in de keuken.

Andere  sessiemuzikanten die aan bod komen zijn Leon Russell, James Burton, Greg Leisz, Charlie McKoy, Wayne Moss, Kenneth Buttrey, Jack Nitzsche, Ry Cooder, Nicky Hopkins, Augie Meyers, George Rains en vele anderen.

Treur een beetje maar geniet vooral!

Ω

Running Down The Road – Running Down The Road – Arlo Guthrie
Laughing Boy – Randy Newman Creates Something New Under The Sun – Randy Newman
This Masquerade – Carney – Leon Russell
Well, Well – Delaney & Bonnie Together – Delaney & Bonnie & Friends
Poison Love – Doug Sahm & Friends – Doug Sahm
Never Ending Song Of Love – The Blue Ridge Riders Rides Again – John Fogerty
Where Ya At Mule – The Sun, Moon & Herbs – Dr. John (alias Mac Rebennack)
Ruby – Area Code 615 – Area Code 615
I’ve Loved Her So Long – Neil Young (remastered) – Neil Young
Don’t Doubt Yourself, Babe – Mr. Tambourine Man – The Byrds
Baby I’m-A Want You – Baby I’m-A Want You – Bread (met Larry Knechtel)
No Salt On Her Tail – The Mamas & the Papas – The Mamas & the Papas
Session Man – Face To Face – The Kinks
Out In The Streets – Do-Wah-Diddy: Words And Music By Ellie Greenwich and Jeff Barry – The Shangri-Las
Hanky Panky – Do-Wah-Diddy: Words And Music By Ellie Greenwich and Jeff Barry – The Summits
Do-Wah-Diddy – Do-Wah-Diddy: Words And Music By Ellie Greenwich and Jeff Barry – The Exciters
You Don’t Know – Go Girls – Ellie Greenwich
Da Doo Ron Ron – The Best Of The Crystals – The Crystals
Be My Baby – Phil Spector: Back To Mono – The Ronettes
River Deep – Mountain High – Phil Spector: Back To Mono  – Ike & Tina Turner
Then I Kissed Her – Today! – The Beach Boys
I Wish I Never Saw The Sunshine – Trailer Park – Beth Orton
Train From Kansas City – The Tigers Have Spoken – Neko Case
Little Girl – Cabretta – Mink Deville
When My Blue Moon Turns To Gold Again – Tiger Man (1968 sessions) – Elvis Presley
Dixie Fried – Dixie Fried – James Luther Dickinson
Spirit In The Dark – Spirit In The Dark – Aretha Franklin
Wild Horses – Singles Collection: The London Years – The Rolling Stones
The Boudoir Stomp – Jamming With Edward – The Rolling Stones
Holocaust – Sister Lovers (3rd) – Big Star
I’ve Had It – Like Flies On Sherbert – Alex Chilton
Clarkesville – The Killer Inside Me – Green On Red
Feelin’ Bad Blues – Crossroads – Ry Cooder

Zéro de conduite wordt samengesteld door mezelf.  Voor techniek en presentatie zijn Sofie Sap en Martin Pulaski verantwoordelijk.

Afbeelding: the Wrecking Crew, sessiemuzikanten verantwoordelijk voor onder meer Phil Spectors ‘Wall Of Sound’.

jim dickinson,rock,antwerpen,radio,radio centraal,zero de conduite,sessies,soul,country,blues,folk,sessiemuzikanten,producers,ellie greenwich,larry knechtel