CARPE DIEM i

janebirkin3

Morgen reizen we voor de derde keer naar Umbrië. Op mijn verjaardag, de laatste die ik nog echt wil vieren, ben ik in Spoleto, een kleine, lieflijke stad, die me dierbaar is. Het zal er regenen, en kouder zijn dan hier, maar dat maakt niet uit. Het leven is er intenser; de natuur, die de stad lijkt te omhelzen, werkt dat in de hand. In die omgeving wil ik best wel ouder worden, come rain or shine. Ik zal over de Romeinse brug lopen, die Goethe in zijn ‘Italiaanse reis’ vol bewondering beschrijft, en aan de overkant waar kruiden en wilde bloemen groeien een heidens gebed bedenken. ’s Avonds wordt er goed gegeten, truffel is de specialiteit van de streek, en de wijn uit Montefalco lest bijzonder goed de dorst. Ja, na alle voorbije ellende, kijk ik er naar uit, zoals alle mensen die op reis gaan of vakantie nemen.

Meestal ben ik ziek alvorens ik op reis vertrek, maar nu niet. Nu is mijn zoon ziek en ligt hij in een hospitaal, met een onduidelijke aandoening. Maar het gaat beter met hem, bloedanalyses wijzen op niets kwaadaardigs, en hij eet weer. We houden contact en als zijn toestand toch zou verergeren ben ik vanuit Rome snel in Parijs. Maar zijn toestand zal niet verergeren, daar vertrouw ik op.

Het zal de eerste keer in mijn leven zijn dat ik niet ga stemmen. Maar lig ik er wakker van? Nee, niet echt. Ik lig van andere dingen wakker, onnoemelijke dingen, maar niet meer van de spektakelpolitiek. Politici willen ons almaar vrijheid verkopen, en andere leuke dingen, maar we weten heel goed dat we niet vrij zijn. Zelfs vogels zijn niet vrij, zong Bob Dylan al toen hij nog heel jong was. De enige vrijheid is de dood. Dat is geen pessimistische gedachte, integendeel: we zijn niet vrij, maar wel verantwoordelijk voor onze daden. Daarom zou ik, ondanks mijn wantrouwen en vaak zelfs afkeer van het politieke circus, zeker gaan stemmen. Mijn keuze was al gemaakt: ik zou voor de groenen stemmen, wellicht voor Ecolo hier in Brussel, of anders voor Groen!: het is het minste kwaad. Zij hebben een project voor de toekomst. De financiële belangen, die bij de andere partijen zo’n grote rol spelen, en het fascisme van de zwarte partijen zullen dat project natuurlijk proberen te dwarsbomen – maar we mogen niet berusten in hun donkere macht. Elke burger in dit land moet zich verzetten tegen het wilde kapitalisme, het ‘empire’, dat blind en boosaardig vernietigt wat mooi en kwetsbaar is. Er is niet veel verschil meer tussen de traditionele en de extreemrechtse partijen: zij hanteren stuk voor stuk een nationalistisch discours. ‘Eigen volk eerst’ is de onuitgesproken slogan geworden van bijna elke politicus die graag op televisie komt. Overigens blijven de media dit oprukkend nationalisme in de hand werken. Bijvoorbeeld in hun bewieroken van extreme nationalisten als Bart De Wever, de “intelligentste en meest geliefde politicus” van Vlaanderen. Ik geloof dat iemand als Bart De Wever nog schadelijker is voor dit land en voor onze toekomst dan om het even welke Vlaams Belang-politicus. Als je die mannen al politici mag noemen, demagogisch en demonisch als ze zijn.

Ik zou vooral voor de groenen stemmen, Nederlands- of Franstalig, omdat zij de solidariteit tussen alle bevolkingsgroepen belangrijk blijven vinden, en omdat zij begaan zijn met de toekomst van onze kleine planeet. Ik ben in een bepaald opzicht een voorstander van het Carpe Diem, maar niet tegen elke prijs. Doch ik ga niet stemmen, ik onttrek me aan mijn verantwoordelijkheid, ik ga de dagen plukken. De eerste keer in mijn leven.

Mogelijk bereik ik meer met deze tekst dan met het uitbrengen van alleen maar een eenzame stem? Hoochiekoochie is toch ongelooflijk populair! Ik heb over de hele wereld verspreid duizenden trouwe lezers! Laat me dat als troost, of excuus. En over veertien dagen ben ik terug om de mogelijke schade onder ogen te zien. De schade die extremisten mogelijk aan mijn dierbaar België hebben aangericht. Geniet alvast van de mooie, lange dagen! En vergeet eros niet, Dionysos, de liefde, het verlangen, de lust, de genoegens van de zomer. Carpe Diem!

Ω

Afbeelding: Jane Birkin plukt de dag. 

 

LORD PROTECT MY CHILD

Ik had de voorbije weken en dagen weinig mee te delen. Wat heb je aan al dat gezeur en geklaag? Misschien dat iemand denkt, met mij is het zo erg nog niet, misschien voelt iemand zich getroost… Misschien herkent iemand zich in me. Maar meer dan dat gebeurt er niet. Ik voeg geen schoonheid aan de wereld toe.

Ik was gisteren zo goed als genezen van een darminfectie, die maar enkele dagen heeft geduurd, en waar ik niet al te veel last van heb gehad. Net toen kreeg ik het bericht dat mijn zoon, terug van een reis naar Japan, in zijn thuisstad Parijs in het ziekenhuis ligt met een ernstige darminfectie. Hij heeft al vier dagen niet mogen eten. Niet dat hospitaalvoedsel te vreten is, maar toch. Een mens krijgt honger en moet eten. En krijgt dorst en moet drinken. Ik maak me zorgen, ben ongerust, verward. Ik hoop dat hij snel geneest. De song van Bob Dylan, een outtake uit ‘Infidels’ (een elpee die ik destijds van mijn levensgezellin en mijn zoon cadeau heb gekregen) draag ik op aan mijn zoon, Jesse. Niet dat ik in god geloof, maar wel in de kracht van de muziek.

Het lot van mijn zoon is ongeveer het enige wat nu mijn gedachten beheerst. Mijn verbeelding is uitgeschakeld.

IN MEMORIAM JAY BENNETT

JAYBENNETT

En nu weer is Jay Bennett vriendelijk of onvriendelijk de donkerste nacht ingegaan. Nee, ik heb het al gezegd: ik schrijf niet meer over de doden. In plaats daarvan luister ik nog een keer naar ‘Summerteeth’ van Wilco, en vooral naar de nummers ‘Can’t Stand It’, ‘Shot In The Arm’, ‘I’m Always In Love’ en ‘Via Chicago’. En ook naar Jays eigen ‘The Magnificent Defeat’, met daarop het zeer mooie ‘The Palace At 4 AM’.

Thanks to Wyep for the photograph of Jay Bennett.

HET THEATER IN DE TWINTIGSTE EEUW

brecht

Ik lees een bijzonder boeiend werk van Alain Badiou over de twintigste eeuw. Hij stelt onder meer dat de vorige eeuw die “van het toneel als kunst” is. “De twintigste eeuw heeft het begrip regie uitgevonden. Hij verandert het denken over de voorstelling zelf in kunst. Copeau, Stanislavski, Meyerhold, Craig, Appia, Jouvet, Brecht, vervolgens Vilar, Vitez, Wilson en vele anderen hebben dat wat slechts de opbouw van de voorstelling was in kunst veranderd. Zij hebben een type kunstenaar doen verschijnen op wie noch de kunst van de schrijver noch die van de vertolker van toepassing is, maar die in het denken en in de ruimte een bemiddeling tussen beide tot stand brengt. Een regisseur is een denker over de voostelling als zodanig, hij steunt een zeer complexe bemiddeling over de verhoudingen tussen de tekst, het spel, de ruimte en het publiek.”

Zelf denk ik nog aan belangrijke theatermakers als Peter Brook, Christoph Marthaler, en Heiner Müller en dichter bij ons Jan Decorte, Anne Teresa De Keersmaeker, Lucas Van Der Vorst, Sam Bogaerts, Guy Cassiers, en vele anderen. In hun werk bevestigen zij de stelling van Alain Badiou. Welk belang het toneel in de 21ste eeuw zal hebben is voor mij nog niet duidelijk maar het is zeker interessant om hier in de nabije toekomst stil bij te staan.

Overigens is de twintigste eeuw, zoals iedereen weet, niet alleen de eeuw van het toneel maar vooral van de oorlog. Ook daarover vertelt Badiou in zijn boek interessante dingen. Onder meer over de slechte en de goede oorlog. De goede oorlog zou dan een eind moeten maken aan alle slechte oorlogen en het rijk van de vrede stichten. Dat is uiteraard een illusie gebleken.

 

STEALING TOMORROW FROM TODAY

redstar

Voor Bernard Dewulf

Hoe vind je de weg terug naar de woorden? Hoe vind ik de weg terug naar jou? Vertel ik je gewoonweg de waarheid over mijn dagen, over mijn tijd, over mijn leven? Dat was toch van in het begin al de bedoeling? Hoe komt het dan dat ik stil ben gevallen? Dat deze droogte blijft voortduren? Een dagboek dan maar? Alles opnieuw leren, duidelijke taal spreken, nuances, subtekst, stijl, ritme – het vermijden van fait divers en banaliteiten. Van overbodige banaliteiten, want het banale kan soms interessant zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat er niets opmerkelijks is aan het ontslag van enkele medewerkers van een krant. Er worden alle dagen mensen ontslagen. Inderdaad een banaliteit, maar in dit geval een waar dieper op in moet worden gegaan. En dat gebeurt. Op Facebook is al een groep opgericht om te protesteren tegen het ontslag van Bernard Dewulf en de andere medewerkers van De Morgen. Net zoals de financiële en de economische crisis wijzen deze ontslagen op een kapitalisme dat niet blind is, zoals soms wordt beweerd, maar doelgericht bepaalde mensen – en instellingen – vernietigt, of dat alleszins probeert. Een zeer doelgerichte machine, in handen van enkele machtige en wrede geldwolven. Of is dit weer zo’n paranoïde samenzweringstheorie?

Er is op Facebook een groep opgericht… Maar wanneer kranten het zwijgen wordt opgelegd is de tijd rijp voor verstrekkendere,meer  ingrijpende acties. Je denkt dan al gauw aan opstand, staking, sabotage, revolutie. Maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij zeker, omdat ik zwak ben en ten prooi aan – opnieuw – een zware aanval van donkere melancholie. Het is alsof mijn hoofd vol modder zit, mijn hele lichaam zit in de modder, ik kan amper ademhalen, amper bewegen. Elke poging tot een gedachte doet pijn. Ik wil echter niet klagen. Ik probeer te ontsnappen aan deze toestand door bijvoorbeeld naar een concert te gaan, zoals gisteren naar de sublieme Great Lake Swimmers in de Botanique. Maar hoe mooi het concert ook was, de pijn ging niet weg. Ja, even, toen ik aan de bar stond om een pils te bestellen en in gesprek raakte met enkele jonge mannen. Ze hadden mijn communistisch insigne gezien, in mijn knoopsgat – een kleinood dat ik ooit in Berlijn op een rommelmarkt heb gekocht. Is dat nu ernstig of is het ironie, vroegen ze (in het Frans). Ik zei dat het zowel het ene als het andere was. We lachten. Niemand van deze mensen gelooft nog in de traditionele partijen, zelfs Ecolo en Groen! gaan niet ver genoeg.  En toch lachten we. We bleven wat staan praten. We waren echte Belgen; een jongen kwam uit Antwerpen, maar sprak Frans, een andere uit Brussel, nog iemand uit Eupen en was drietalig. Niemand van ons wilde dat aan België werd geraakt: ik niet, Laura niet, en die jonge mensen nog veel minder. Maar welke doordeweekse politicus springt in de bres voor België?

Later, toen de taxi voor onze deur stopte vroeg ik aan de taxichauffeur hoeveel het was. Negentien euro, zei hij. Ik vond het nogal veel, maar was blij dat ik thuis was en gaf hem een briefje van twintig. De man reed al tweeëntwintig jaar met een taxi, ongeveer zo lang als ik voor de overheid werk. Nu het licht was in de taxi zag hij mijn communistisch insigne. Dat is wel iets bijzonders, wat jij daar je in je knoopsgat hebt zitten, zei hij. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren… Een communist die twintig euro betaalt voor een taxirit? Hij gaf me vijf euro terug. Twintig is veel te veel, zei hij. Waarna hij uitstapte en naar zijn koffer ging. Kom, zei hij, ik heb iets voor je. Het was een pamflet van de Pvda+: “Stop het politieke circus” las ik.

En zo ben ik weer in gang geschoten. Zo kom ik weer dichter bij jou. Schrijven is geen tijdverdrijf voor gecultiveerde mensen. Schrijven is een zaak van leven en dood. Schrijven is een vorm van haat en een vorm van liefde.

De titel verwijst naar de song ‘Stealing Tomorrow’ van Great Lake Swimmers.

Great-Lake-Swimmers

HERINNERINGEN BLIJVEN JE NIET LANG TROUW

 

Als de tijd je rust brengt en herinneringen.
Als je terug kunt kijken op je rijk en zijn grenzen.
Als je je hart herinnert zoals het klopte in de lente.
Schenk je dan nog een glas wijn in en drink.
Want herinneringen hebben een roes nodig

Om in te gedijen, een denkbeeldig kussen
En de geur van zweet, van gardenia’s –
Herinneringen blijven je niet lang trouw.
Je leven is afscheid nemen van namen, van

Onvergetelijke woorden, van fluwelen huid,
Van motoren en vrachten en oude rivieren.
Je leven vloeit wreed en diep naar de oceaan.
Je leven is een zachte bries, een sluimertijd,

Onopgemerkt in luxueuze huizen, waar gewikt
Wordt en gewogen en niets aan het toeval.
Voor hun dobbelen daar hebben ze je niet nodig.
Dat is goed. Als je je woede maar koestert

En de sterren, de volle maan, rode lippen,
Glinsterende ogen, vreemde liefde, waanzin,
Fietsende kinderen en vuurvogels zingen
Hun lange liederen over het stof, de aarde.