IK WIL JE BLOED PROEVEN

nastassja kinski

Ik heb slecht, donker bloed. Er zitten donkere wolken in, geruis, fijn stof dat boven de snelwegen zweeft en kleine kinderen ziek maakt en volwassenen besluiteloos in de zomer door Zuiderse straten laat slenteren. Mijn bloed is niet geschikt voor transfusie, hoe mooi ik dat woord ook zou mogen vinden, wat niet het geval is. Ik houd zelfs niet van het woord ‘bloed’. Het maakt me wee, doet me aan een scène in mijn kinderjaren denken, toen ik flauwviel nadat ik tijdens aardappelen schillen in een vinger had gesneden. Veel meer dan een schram was het niet, maar het bloedde. En even was ik weg van de wereld, was ik in de wereld van het bloed, het donkerrode, datgene waar we in ‘stilte’ naar schijnen te snakken. In de kantoren van de wereld, in het theater, in de cinema’s, in de donkere steegjes, in klaarverlichte straten, op stranden in de verblindende zon. Vuil bloed, zuiver bloed, en alles er tussenin.

Ik wil jouw bloed proeven. Ik ben een vampier. Laat me je bijten in je nek. Hoe mooier je bent, hoe lekkerder je bloed. Tot je begint te bloeden en koorts krijgt als een personage in een opera. Sentimenten. Mijn leermeester is de secretaresse, het fotomodel, en Rimbaud natuurlijk. Ik vang veel op van conversaties in coole films en in supermarkten, als iemand mij zegt hoe ik de kabeljauw moet bereiden. Met wat bloem, zegt iemand. Dat lijkt me geen goed idee. Ik houd niet van bloem. Ik vind dat vis als vis moet smaken, met wat kruiden erbij. Maar in de supermarkt is iedereen het er opeens over eens dat je de vis in bloem moet wentelen. Ik kan niet koken, zeg ik dan maar. Mijn vrouw kookt, en zij zal wel zien. Ik weet natuurlijk dat zij geen bloem gebruikt. Zij is zelf een rode bloem. Geen roos, ik weet niet welke, ik ken de naam niet. En broden kopen we bij de bakker en zelfs in de supermarkt. Bij ons in huis worden geen broden gebakken. Wij hebben geen bloem. Moderne mensen eten die dingen niet. Of soms net wel, om dwars te liggen, zoals destijds hun ‘hippie’ ouders. Vooral moet het Japans zijn, rauwe vis, sake, goed gekruid voedsel en de betere wijn uit ‘wereldlanden’, waar gevaarlijke virussen ontstaan. Alsof we niet allemaal werelden en wereldlanden zijn en virussen ons de dood voorspellen, kwaad bloed of goed bloed.

Ik eet graag aardbeien, frambozen, maar krijg er uitslag van. Eet ik ze daarom niet? Toch wel. Liever wat uitslag dan geen aardbeien of frambozen te smaken. Met hun kleur van bloed en weelde, hun belofte van lust en seksuele avonturen. ‘Een pruim’, zeiden de mensen toen ik klein was, maar een aardbei, een framboos, door het rode, het sappige, vind ik veel sensueler. Het lichte en het donkere bloed, het sap als van een ‘ongestelde’ vrouw – het donkere object van het verlangen. Want wie wil niet de vampier zijn die in haar hals wil bijten en aan haar bloederige tranen likken? De bloederige vloeistoffen van een vrouw.

Ik weet het niet. Misschien heb ik daardoor geen goed bloed en is het te donker. Het maakt me niet uit. Het leven is kort en ik wil proeven wat ik ken en niet ken. In kantoren, in donkere gangen, in theaters, in de cinema, in donkere steegjes en eigenlijk overal waar ik kom wil ik je smaken. Ik wil je smaken, je bloed, je tranen van geluk of verdriet, het verdampen van de echo op de ramen – als je weer eens onzin uitkraamt. Of net wel heel veel leugens vertelt, die geen mens gelooft, maar wel grappig zijn. Die vormen ook patronen op de ramen, of niet soms?

blood

 

BOB DYLAN IN BRUSSEL

freewheelin time

Dit schreef ik gisteren omstreeks middernacht op facebook: I enjoyed Bob Dylan so much tonight. A young man in an old man’s clothes. An eternal voice I heard once more. It will be forever among our children and their children. Bob Dylan, Bob Dylan, Bob Dylan, they will sing. And they will sing Masters Of War, and Like A Rolling Stone. In the 22nd century and on and on.

Laat dat mijn recensie van het werkelijk onvergetelijke concert van Bob Dylan & Band in Vorst op 22 april 2009 zijn. Uitgebreide analyses en ander gezeur kun je morgen in de kranten lezen (meestal steeds dezelfde nonsens) en vandaag wellicht op de blogs van Dylan-fans en Dylan-haters. Niet dat het allemaal slecht is, wat ze schrijven. Maar hoe evoceer je een mystieke ervaring? Alleen iemand als Tarkovski was daartoe in staat, zij het niet met woorden. Een goed idee: als je wil weten hoe een Bob Dylan-concert ‘overkomt’, wat het voor de aanwezigen betekent, kijk dan een keer naar Tarkovski’s Andrej Rublev.

Dit is de setlist:

s

1. The Wicked Messenger
2. It’s All Over Now, Baby Blue
3. Man In The Long Black Coat
4. Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again
5. Blind Willie McTell
6. Desolation Row
7. Honest With Me
8. Sugar Baby
9. Highway 61 Revisited
10. Ballad Of A Thin Man
11. I Don’t Believe You (She Acts Like We Never Have Met)
12. Ain’t Talkin’
13. Thunder On The Mountain
14. Like A Rolling Stone
 Encore
15. All Along The Watchtower
16. Spirit On The Water
17. Blowin’ In The Wind

 

 

“Dylan’s public, his fans and followers, create him in their own image. They expect him to be who they interpret him to be. The very mention of his name invokes his myth and unleashes an insurmountable amount of minutae about the meaning of every word he ever uttered, wrote or sang.”
Suze Rotolo, A Freewheelin’ Time.

 

 

ICARUS’ LAATSTE TANGO

 

Perfectie is de vijand van je leven.
Je zal door de modder kruipe, onbekende soldaat,
Ratel- en andere slangen eten.
Drinken zal je het bloed van valse honden
En pissen op de boeken van Robert Graves.
Je zal de maan aanbidden, ziekte en waanzin.

Het stof zal je longen vullen, het vuil en vuur,
En je mond zal vloeken, beledigen, verwerpen.
Je zal de schoonheid (een droom, een meisje in bloei,
Een bloesem van Monet) verwensen.
Je zal liggen kotsen in een goot van de hoofdstad
Zonder iets in een hemel dat troost biedt.
Je zal gelukkig zijn . Het woord ‘gelukkig’ in de mond nemen

Alsof het sap is van een perzik, een vulva.
Want je zal dansen op een wilde beat,
Elektrisch doodsgereutel, orgastisch gedrum.
Terwijl wat dwazen staan te schijten op een tango
Ruk jij de kleren van het lief haar lijf
En grijpt haar bij de borsten, de billen –
Want je weet niets van een vrouw, noch van een man.
Je weet niets van een kind. Alles dierlijk is je vreemd.
De planten, de planten, de planten.
Je bent een vreemde in een vreemd land,

Uit het donkerte neergestort terwijl niemand toekeek.
Plons, in een zwarte zee, midden in een soort Brabant.
Een kermis was gaande, een carnaval, het varkensvlees
Werd rondgedragen door gemaskerde slagersvrouwen
Terwijl het bier door de Hoofdstraat stroomde.
Daar viel je – nog nat – neer, de ultieme banneling.
Nooit meer de boot in, de raket, nooit meer naar huis.

GEMASKERD EN ANONIEM

bullleogierinlestricheurs

‘Larvatus prodeo’ schreef ik vandaag op Facebook. Het is een fragment van een uitspraak van de jonge Descartes. De verwijzing komt vaak terug in mijn notities. Waarom? Ik weet het niet. In het dagelijks leven probeer ik zo echt en waar als mogelijk te zijn. Ik houd niet van valsspelers. (Hoewel de film van Barbet Schroeder, ‘Les tricheurs’, mij nooit onberoerd zal laten – maar zijn personages zijn echte valsspelers, in casino’s en zo – dat is een groot verschil met vals spelen buiten het casino.) Om duidelijker te zijn: ik houd niet van mensen die zich anders voordoen dan ze zijn. Ik houd niet van aanstellers, bluffers, leugenaars. Of beter gezegd: ik denk dat ik niet van zulke mensen houd, want in werkelijkheid kan ik dat niet weten. Wie is waarachtig en wie vertelt leugens en speelt een rol? Bovendien, wat de zaak nog moeilijker maakt, ben ik verlekkerd op acteurs die hun rollen spelen alsof ze hen op het  lijf zijn geschreven. Alsof… Ja, alsof, omdat ik goed weet dat bijvoorbeeld Marlon Brando niet samenvalt met het hoofdpersonage in ‘Last Tango In Paris’, terwijl ik elke keer weer denk dat hij die wanhopige man is op zoek naar liefde en troost. Het is evenwel een personage, een masker.

brando

Zelf ben ik ook een personage. Lavatus prodeo. Gemaskerd ga ik door het leven, hoe naakt ik ook wil zijn, en zelfs ben. Vrienden, kennissen, onbekenden in de metro, ontmaskeren mij meteen als iemand die zo-en-zo is. Een slak zonder huis, om een frase te gebruiken, dat ben ik. En toch denk ik dat ik gemaskerd ben en wil ik mezelf van mijn masker(s) ontdoen. Het is duidelijk een verhaal van mise-en-abîme ( in het Nederlands het ‘Droste-effect’, jammer dat er van de Belgische Oude Pol niets is overgebleven).

Droste

Als kind wilde ik balletdanser worden. Ik hield ervan me te verkleden, trok de schoenen van mijn moeder aan en een sjaaltje van mijn tante Georgette – en dan danste ik op de muziek die uit de transistorradio kwam. Bobbejaan Schoepen, Will Ferdy, Perry Como, het is te lang geleden om het mij nog duidelijk te herinneren. Maar ik herinner me wel nog het heerlijke gevoel dat ik had als ik die hooggehakte schoenen van mijn moeder aan mijn voeten had. Laat anderen maar rolschaatsen zal ik hebben gedacht. Zo hield ik ook van Romy Schneider in Sissi. Het was niet alleen maar dat ik door de film(s) ontroerd werd: ik identificeerde me met het personage Sissi. Ik was Sissi. (Overigens ben ik ook Lassie, Fury, Ben Hur, Billy the Kid, Captain America en Andrej Rublev geweest – om mij tot films te beperken, de lijst mag niet eindeloos worden).

Vaslav Nijinski

Wat betekent dit allemaal? Het is alleszins iets om over na te denken. Bestaat er een zelf, een identiteit? Of veranderen wij voortdurend? Bijzonder indrukwekkend vond ik Bob Dylans uitvoering van zijn ‘When I Paint My Masterpiece’ in zijn (eigen) film ‘Renaldo and Clara’. Waarom? Omdat hij die song zong met een masker op. Overigens heeft hij veel later in zijn leven nog een film gemaakt die ‘Masked And Anonymous’ heet en is elk concert van de meester een aaneenschakeling van maskerades, vooral door de metamorfoses die zijn songs ondergaan.

backstage-with-mask

Gemaskerd ga ik door het leven, als een mens. Maar eigenlijk ben ik niets.  Eigenlijk ben ik niets zonder jou, die me zegt dat ik besta en wie ik ben. Geloof ik je echter? Ik betwijfel het. Mijn illusies zijn sterk. Toch. Het woord ‘ik’ behoort tot de taal, en zo verdwijn ik en ‘ik’ ‘zelf’ er weer in, in jouw woorden, in jouw taal. In jouw taal draag ik geen masker meer. In jouw taal ben ik onzuiver verlangen.

abc

Illustraties:

Bulle Ogier in Les Tricheurs van Barbet Schroeder.
Marlon Brando en Maria Schneider in Last Tango In Paris.
Droste Cacao
Nijinski
Bob Dylan in Renaldo and Clara
Alfabet

SPELEN IN VIRTUELE RUIMTES

glissements-progressifs-du_plaisir 2

Sommige lezers van mijn weblog, evenals vrienden en kennissen die ik in het ‘gewone’ leven ontmoet stellen me vragen over mijn ‘zwerftochten’ op Facebook. Ze lijken zich zorgen te maken over mijn geestelijke gezondheid (of mijn gezond verstand, maar dat heb ik gelukkig nooit gehad). Dat begrijp ik niet goed. Ik ben nooit een zogeheten ‘nerd’ geweest. Ik heb bij wijze van spreken talloze interesses: liefde, eros, literatuur, kunst, muziek, film, theater, etcetera. Miljoenen zijn gek op voetbal, tennis, wielrennen, racen en weet ik veel wat nog allemaal. Waarom ook niet? Dat zijn gewoonweg mijn zaken niet (behalve dat racen de lucht vervuilt en veel lawaai maakt). Hoewel een aantal personen lijkt te denken dat het een uitvinding van de duivel is, vind ik wat ik op Facebook doe een fijne en prettige tijdsbesteding. Misschien is er helemaal niets mis met duivel. Hij danst alleszins rock ‘n’ roll, zoals je op ‘Goat’s Head Soup’ van The Rolling Stones kunt horen.

Vanmorgen in de metro las ik toevallig een interessante ‘verdediging’ van het spelen in virtuele ruimten:

“Playing in virtual spaces enables individuals to discover new aspects of ‘self’, a wealth of shifting identities, and thus to experience the ideological mechanism of the production of self, the immanent violence and arbitrariness of this production/construction.”

Slavoj Zizek, Interrogating the real, p. 99.

A wealth of shifting identities, inderdaad. Ik kan het zelf niet beter en juister uitdrukken.

Ω

Afbeelding: Glissements progressifs du plaisir, Alain Robbe-Grillet.

IK HOOR THE MARVELETTES ZINGEN

postbode,antwerpen,sixties,vrijheid,pop,vriendschap,liefde,telefoon,rock,scheepvaart,popcultuur,namen,bob dylan,spelen,autobiografie,fotografie,surrealisme,tanden,eenzaam,soul,rolling stones,the beatles,k,songs,stoned,motown,nico,facebook,beach boys,barack obama,aretha franklin,brian jones,bulle ogier,francois brouns,matti b,marvelettes,jacques dutronc,les tricheurs,smokey robinson,schipperszoon,schippersleven,straatsburgdok,herbert tobias,supremes

Ik hoor the Marvelettes zingen. Er zit teveel vis in de zee en er gaat iets mis met de post. Postman, stuur me een brief! Wat gebeurt er toch met deze wereld, als de jager gevangen wordt door zijn wild? The Beatles waren gek op the Marvelettes, en op Smokey Robinson, volgens Bob Dylan de beste dichter ooit. Later vroeg hij zich af of hij niet te zat, te stoned,  was geweest en eigenlijk Rimbaud had bedoeld. Ik denk het niet. De wereld is surrealistisch of is niet. Je moet gevaarlijk leven, liefhebben als een gek en spelen. Spelen en een tricheur zijn, zoals Jacques Dutronc en Bulle Ogier. Noem ik teveel namen? Wil je dat ik persoonlijker word? Het privé-leven uitgestald. Nee. Ik ben het Noorden niet kwijt, evenmin als het Zuiden, zeker het Zuiden niet, waar zij leven die hun hoofd onder een oksel dragen.

Altijd gaat het zo: beste postbode, is er een brief voor mij? Nee. Voor jou niet, wanhopige jongen, je zou beter wat minder drinken, je stinkt uit je bek, mag ik zo eerlijk zijn? Wacht nog even, postbode, ik zal mijn tanden poetsen met mineralen, gemalen bisschoppenruggengraat, vlinderstof, op mijn gouden borstel diamanten… Maar is er geen nieuws van K.? Met de donkere ogen, met de twistende letters. Ik keek naar een portret van Nico in ‘Cocktailkleid von Oestergaard’, een foto van een onvolprezen fotograaf, Herbert Tobias.

The Marvelettes zingen nu over een playboy, maar laat die maar passeren.  K. met de donkere ogen heeft bezit van mijn gedachten genomen. Mijn telefoonnummer is “Beechwood 4-5789, any old time”. Een hese stem, en ik, mijn lichaam, afstevenend op de dood, zoals dat van iedereen die je nu kent of niet kent. Alleen weet ik wat een voorsteven is, een boot, de voorkant, het Straatsburgdok, Strawberry Fields Forever. Die dingen komen altijd terug. Een leven lang. Alles verandert maar tegelijk verandert niets. Vreemd, ik weet het. Daar aankomen, in het Straatsburgdok, met die pure popmuziek op de transistorradio, God Only Knows, Like A Rolling Stone, Reflections, en niemand die van iets weet. De freaks moeten nog vanonder de stenen komen. Dat zullen ze doen, en dan is alles om zeep (die ze zelden gebruiken). Ik ben weer een Steve Marriott, een Otis Redding, een Aretha Franklin, een Brian Jones. Nu. Niet gelukkig en niet ongelukkig, maar in het moment.

Dank aan the Marvelettes. Dank aan Barack Obama. Dank aan facebook en aan alle vrienden die me inspireren. Dank aan rock & roll. I love you, that’s the way that it goes. Forever. For sentimental reasons.

nico - herbert tobias

Afbeeldingen:
Boven: The Marvelettes
Onder: Nico – Ohne Titel (Nico im Cocktailkleid von Oestergaard) / Herbert Tobias.