REBEL WITHOUT A PAUSE : ZELFPORTRET ZONDER ZELF

 

Opgedragen aan Rick Rubin en Def Jam (deel 1)
Opgedragen aan Eva V. (deel 2)

1.
“I need a radio inside my head”.
“Vanuit een verte lijk je op Kate Moss”,
Zegt ze.

“Veertig jaar geleden als ik wandel in een bos
Of neerlig in het struikgewas.
Je zag me nooit in een Cadillac
Maar hoe je op me geilde in mijn wit linnen pak
In Firenze gekocht zonder centen.
Een voorschot met hasjiesj als rente.”
Geen al te grote voeten, een kleine tafel
En een pen om Dante na te bootsen.
“In 1970 werd ik wakker op honderd gram
Rode Libanon.
Jongen wat werd ik ziek van dat spul.
En onze sleutels weggegooid.
Onze weg naar huis geschooid.
Mijn huid nog niet leer gelooid
Door de ellendige tijd.”
“”Je denkt toch niet dat ik over mezelf ga rijmen.
Of ben je gek of zo?
Ofwel is het teveel ofwel is het te weinig.
Een rebel, je moet wel dwaas zijn,
Een rebel in een beschaving
Waar niemand geschaafd is.””
Drink beter tequila als een nijlpaard.
Drink absint als Van Gogh en Strindberg.
Drink whisky als Warren Oates.
Maar fuck al die andere shit.
Vroeger was je misschien wit.
Nu ben je zwart en schrik je in je spiegel.
“Terminator”, zegt ze.
“Ik word nog eens een terminator,
Gonna clean up this town, pussycat,
Al die lavabo gestapo’s de keel oversnijden.”

2.
Verschil je van een reptiel
In dit moment dat twee uur duurt
En je wil zomaar iemand kussen om te kussen
(maar je bent er niet)?
Wie ben je als je in het station staat te wachten
Op de trein naar Oostende, naar Eupen?
Wie ben je als je zegt, “ik word nooit oud,
Ik heb daar het vel niet voor”?
Wie ben je eigenlijk?
Wat doe je, wat doe je met je leven?
Als je vrienden sterven, je vrienden weggaan
Voor altijd of op bedevaart naar graven
Van bewonderde schrijvers, muzikanten.
(Bidden doen ze niet, wees maar gerust.)
Ooit was er een tijd toen je je zo fijn kleedde.
Een kort jurkje, een doorkijkbloes.
Begeerde je alleen haar borsten, haar venuslippen?
Zij was goed opgevoed.
Spuwde niet op de grond maar in je gezicht.
Zo verwarrend, jongen, dat je de persoonsvormen vergat.
“Ben ik Shaft”, zei je? “Dirty Harry”?
“Ben ik Captain America, Julien Sorel”?
Of gewoon een bankbediende met je haar geknipt,
Een scheiding aan de linkerzijde?
Je vader was in het verzet, zat in een kamp.
“Maar in Duitsland vond ik mijn vrouwen en dichters,
Margareta von Trotta, Rainer Werner, Rilke, Hölderlin
En al de anderen. Ik wil zo weinig mogelijk namen noemen
In een gedicht.
In een gedicht over mijn aangezicht.
Dat ik bijvoorbeeld van Italië houd, zeg ik niet.”
Je bent eenvoud.
Een punk met drie akkoorden.
Een mogelijke dief, avonturier, dichter, cracker,
Iemand die bij financiën werkt, of subsidies geeft
Aan mannen met revolvers en zieke kinderen.
In winderige steden en aan zee
Waar iedereen alles vergeet altijd.
Je hebt de champagne en het feest begint.
Iedereen heeft respect voor je.
Anders slaan je jongens je wel op je smoel.
Niet letterlijk natuurlijk (en het zijn ook geen jongens).
Je roept namen om.
Je kunt het niet laten.
Robert Musil, Bob Dylan, Gustav Mahler,
Max Beckmann.
Zo’n soort god ben je.
Niet achterdochtig over wie je omroept.
Je bent een goedgelovige omroeper.
Een punk ben je.
Je kent maar enige namen die iets betekenen.
Schippers, zwaardvechters, Humphrey Bogarts.
De mensen zien je dronken en zeggen:
Hij is weer zat.
Ze zien niet dat je weer opstaat (anastasis).
Dat je vuistslagen krijgt van engelen
Op zoek naar geld voor crack.
Ze zien niet dat je weer opstaat
En terugkeert naar je lege landschap,
Niets dan zand met in de verte een mysterieuze toren.
Een mysterieuze toren.
Van die toren lig je wakker tot het einde.

 

KIJKEN NAAR MUZIEK

vetiver-tight_knit-2

Er is een ding dat me geruststelt. Plaatjes, ook cd’s, zitten weer in binnenhoezen, zoals het hoort. Niet alles wat wordt uitgebracht is al zo goed verzorgd, maar de tekenen zijn er: de platenmaatschappijen lijken meer op duurzaamheid en uniciteit te gaan te letten. Kennelijk willen ze duidelijk maken – bewust of domweg – dat de ‘look’ bijna even belangrijk is als de inhoud. Een vrouw kijkt toch ook niet alleen maar naar het innerlijke van een man, en vice versa – en alle mogelijke variaties op dat thema. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, wordt gezegd.  Sommige vogeltjes hebben mooie snavels; die van andere exemplaren zien er grijs en verwaarloosbaar uit. Door een menselijk oog bekeken, natuurlijk. Vandaag heb ik letterlijk beseft dat een zwaluw en een krokus de lente niet maken. Hetzelfde geldt voor die platenhoezen. Ik bedoel nu even niet de lente, maar een revolutie in de muziekindustrie. Maar de goede voorbeelden verdienen navolging. Ik ben geen downloader: alle kunstenaars en het overige personeel dat aan het ontstaan van een langspeelplaat heeft meegewerkt verdient een beloning, een loon, pecunia. Maar soms maken de platenmaatschappijen het wel erg gortig: plastic in plastic, het ene product bijna hetzelfde als het andere. Vier voor de prijs van drie. het maakt niet uit waar je van houdt. Bullshit! Elke plaat heeft een eigen identiteit, elke echt goede plaat is een kunstwerk – of het nu om populaire muziek of klassieke muziek gaat. En dat zie je ook aan de buitenkant. Enkele hedendaagse  mooie voorbeelden van hoe het moet: ‘Tight Knit’ van Vetiver, ‘Who’s Hurting Now’ van Candi Staton, ‘To Be Still’ van Alela Diane en (in mindere mate, want te ingewikkeld) ‘Merriweather Post Pavillion’ van Animal Collective. Dit zijn overigens allemaal platen die zeer waarschijnlijk mijn 2009-eindlijst zullen halen. Wat niet betekent dat cd’s die nog in plastic doosjes zitten nu opeens allemaal slecht zijn. Of de ep ‘Blood Bank’ van Bon Iver, in een bijzonder mooie hoes, een kunstwerk, maar zonder binnenhoes? Cd’s die los in kartonnen doosjes zitten raken heel snel beschadigd. Ik heb het al voorgehad met de zeer dure box ‘Songbird’ van Emmylou Harris. Een van de cd’s daarin kan ik gewoonweg niet draaien. Gelukkig heb ik de meeste songs al op andere platen, zodat ik weinig mis. Maar wees voorzichtig!

Overigens heb ik zeer genoten van het concert van Vetiver in de Botanique vorige zondag. Ik ga graag naar de Botanique. Het heeft altijd iets feestelijks, alsof je een beetje op reis bent in een land dat je tegelijk kent en niet kent. Veel concerten in de Botanique zijn kleine feesten. En elk concert is bijzonder toegankelijk, waarmee ik bedoel: betaalbaar. Je moet je zelfs geen zorgen maken als je een glas wijn of bier wenst te drinken. En na afloop van het concert kun je nog wat praten met de muzikanten. Jammer dat Bob Dylan daar niet optreedt, of Dwight Yoakam, of Amy Winehouse. Wel heb ik er ooit Television gezien en gehoord, wat ik nooit zal vergeten. Ik zal niet zeggen dat Tom Verlaine god is (want dat schijnt Eric Clapton te zijn), maar hij is alleszins een begenadigd gitarist – hij is anders dan alle anderen. Er is wel enige verwantschap met John Cippolina, Roger McGuinn en John Coltrane.

Over mijn boosheid ten aanzien van de verdeel-en-heers-politiek van sommige Vlaamse politici (net voor de regionale verkiezingen) zal ik het morgen hebben. Tenzij ik morgen nog altijd goed gezind ben. Want wat heb je aan geld? Die mannen (en sommige vrouwen) denken dat je er alles mee kunt kopen, maar iedereen met enig gezond verstand weet dat je met geld maar zeer weinig kunt kopen. Deze woorden zijn helemaal gratis. Maar als je mij wilt kopen, ik ben beschikbaar. Over de prijs zal wel lang onderhandeld moeten worden. En niet alleen Vlamingen kunnen een bod doen op mij.

HET LEVEN WAS VURRUKKULLUK

Voor Vivian Smekens

Zij waren gelukkig, zagen de Westerse hemel
En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.
En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.
Hij hield van hynmen en van de ‘Hums’
van the Lovin Spoonful.

Zo zong zij, de mooiste, die zo kon dansen
Dat je margrieten en asters vergat,
Enkele hymnen en ‘Rain Of the Roof’
En kuste hem uiteindelijk op de mond.
Het maakt hem niet bang.
Het was alsof hij een vogel was, even.
Of verse melk die overkookte.
En er waren overal kleine vogels, vogeltjes.
Ze kuste hem, en hij kon alleen nog maar lispelen
Als Thomas Rapp
Alsof hij al enigszins beroemd was.
Een droom van een groupie.
Appels aten zij toen en dronken jasmijnthee.

Uit Amsterdam als vlinders kwamen de vrienden
Geschenken brengen voor hun komende zoon.
Metaforen over de dood hadden ze nog niet bedacht.
Zelfs niet over het leven.
Zij vielen samen met hun verrukkulluk* leven
En gingen zo bijna naakt naar het voedingssalon
Waar ze Congolese koffie dronken
Waarna ze neukten als negers,
Wat toen nog niet was verboden.
Zij haatten de hele Nederlandse literatuur

Maar discussieerden over de waarde van Gerard Reve
En Harry Mulisch en werden geil van Remco Camperts
Kleine woorden en verhalen. Jan Wolkers
Had hen geleerd wat Turks Fruit was.
Maar minder bedroefd lagen zij in bed
Met Henry Miller en streelden elkaars penis, clitoris
Tot de zon hun lichamen bleekblauw kleurde.
Zij waren gelukkig, zagen de Westerse hemel

En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.
En wachtten tot wat anderen hen zouden brengen.

*zei Panda.

ELEMENTAIRE TEGENSTELLINGEN IN DE POPULAIRE CULTUUR

ry cooder

“Ze wilde jong blijven en niet door haar kinderen aan haar leeftijd worden herinnerd”. De zoon over de hippiemoeder, in ‘Elementärteilchen’ (2006), een Duitse film van Oskar Roehler gebaseerd op de roman ‘Les particules élémentaires’ (1998) van de omstreden auteur Michel Houellebecq.

Deze tijd is een tijd van onduidelijkheid, onzekerheid, morsige passies, warrige verlangens en onbestemde angsten. Een poos geleden stond ik in de Bozar, het vroegere Paleis voor Schone Kunsten, Corona’s te drinken tijdens de finissage van de  tentoonstelling ‘Boeddha’s Glimach’, over 1600 jaar boeddhistische kunst in Korea. Na het ledigen van enkele flessen – zoals altijd vrezend voor bacteriën of giftige stoffen op de schil van de citroenpartjes – begaf ik mij onwillekeurig naar de dansvloer. Vrouwelijke deejays draaiden elektro en techno, wat voor mij geen muziek is, maar wel een hoogtechnologische opeenvolging van ritmes waar je – desondanks – op kunt dansen. Niet lang echter, want het gaat gauw vervelen, zoals seks zonder liefde of geweldfilms zonder inhoud of plot. Het is zielloos machinegeluid. Ik wil hiermee niet zeggen dat in een oubollige kunstentempel geen hedendaagse geluiden mogen worden geproduceerd. Het is alleen maar verwarrend, waarschijnlijk omdat het zo kunstmatig is, zo vals. Het is duidelijk een valstrik voor jonge mensen “die niet in kunst geïnteresseerd zijn” (volgens de statistieken, die niet één kunstenaar au sérieux neemt). Wat lager in de stad, je rug naar het afschuwelijke Fortisgebouw gekeerd, ligt een andere tempel: de  AB (Ancienne Belgique voor de Vlamingen). Het bier is er onbetaalbaar, de wijn van onduidelijke herkomst (en nog veel duurder). In die exclusieve concertzaal, de inkomhal is een technologisch ‘hoogstandje’,  treden groepen op als Fleet Foxes, van wie de muziek qua stijl nauwelijks verschilt van wat in het begin van de jaren zeventig the Band, the Beach Boys, en Crosby, Stills & Nash brachten. Langharige reactionaire hippies in de AB, een coole concertzaal, die met haar programmatie al decennia lang inspeelt op nieuwe trends? Dat klopt natuurlijk niet:  Fleet Foxes is geen stel reactionaire hippies: zij spelen muziek van deze tijd, die weliswaar verankerd is in het recente verleden. Maat het contrast met wat in de Bozar gebeurt is groot. Het credo van de AB lijkt: voor elk wat wils.

De traditonalist en vermoedelijke communist Ry Cooder treedt binnenkort op in de Elizabethzaal in Antwerpen. Hoezeer ik ook van zijn werk houd (zijn eerste elpee heb ik gekocht van geld dat ik verdiend had met op straat te tekenen), ik ga er niet naartoe: de kaartjes kosten ongeveer honderd euro. Ik kan dat voorlopig nog wel betalen, maar ik weiger het. Als zelfs Dylan voor vijftig euro kan optreden, dan moet Ry Cooder dat ook kunnen. Toch heb ik mij een hele tijd afgevraagd: should I stay or should I go. Heel wat vrienden en kennissen van me gaan, en ik zal thuis zitten kniezen.

Vreemd is ook aan de ene kant de afkeer van een populaire en voortreffelijke (zij het moreel betwistbare) schrijver als de hierboven al genoemde Michel Houellebecq voor de ‘hippiecultuur’ en alles wat daar mee samenhangt en aan de andere kant de bijna gelijktijdige terugkeer van een hippie-achtig verschijnsel, dat neo-folk, weird folk, enz. wordt genoemd, maar gebaseerd is op ongeveer dezelfde principes als die van de hippies in de jaren zestig en zeventig.

Een van die principes was de terugkeer naar de natuur, wat toen ook al niet nieuw was: filosofen als Rousseau en Thoreau hadden er al tenminste een eeuw eerder voor gepleit. Een van de iconen van de rock ‘n’ roll, die dat principe trouw is gebleven is Neil Young. Hij woont op zijn ranch in Californië, met zijn paarden, ezels, geiten, kippen en cowboys. Hij is net zoals Bruce Springsteen en veel andere populaire muzikanten een peacenik, wat alleen maar toegejuicht kan worden. Maar ook bij hem zie je het winstbejag. Het principe van de vrije markt, het extreme kapitalisme, wat blijk uit onder meer de dure toegangskaarten, cd’s en dvd’s (en allerlei andere parafernalia). Tegelijkertijd wordt hij bewonderd door mensen, zoals ikzelf, die de vrije markt bestrijden, die de hoge prijzen van geluidsdragers, van concerten, van festivals niet langer aanvaarden. Neil Young zien zij als een godfather van alles wat tegendraads is, roestige snaren en ontstemde gitaren inbegrepen.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Er zijn bijzonder veel voorbeelden te vinden in de wereld rondom ons van dergelijk tegenstellingen en moeilijk te vatten culturele en economische verschijnselen. Wijst dit erop dat er iets nieuws, iets beters aan het ontstaan is, of zijn het stuiptrekkingen van een soort die zich blindelings in de afgrond stort?  Ecce homo!

 

PULASKI SKYWAY

PULASKI_SKYWAY 2

Ik ben op zolder nog eens gaan snuffelen in oude familiearchieven. Zo heb ik nu pas ontdekt dat in de Verenigde Staten in de staat New Jersey een bijzonder mooie brug naar een van mijn meer avontuurlijke voorouders werd genoemd, en wel de Pulaski Skyway. Terug op mijn kamer heb ik via google even gecheckt of deze informatie wel klopt. En ja hoor, in Wikipedia wordt de brug uitvoerig beschreven.
In mijn verbeelding zie ik Bruce Springsteen over de Pulaski Skyway racen, op weg naar de Queen of the Supermarket. En waar niet nog allemaal naartoe… De luchthaven in Newark misschien, zijn koffers gepakt voor een weekje in het lieflijke Brussel.

Met dank aan Michael Baker voor de inspiratie.

 

JE BENT HEM OP HET SPOOR GEWEEST

 

Je bent hem op het spoor geweest:
Vreemde tekens in verzadigd zand
Zijn oude vleugels het feesten moe.
In zijn kleuren liep hij voor je uit

Aan de rand van de Atlantico:
Geen vlucht meer, het fluiten vergeten.
In liefde en vrijheid ontgoocheld

Zoekt hij naar de kalmte van zijn kooi.
Naar uitdoven snakt zijn restverlangen.
Nee. Je weet het. Je wist zijn sporen uit,

Spuwt ze weg, vertrappelt ze.
Zijn laatste levenstekens weiger je.

MENTAL FINLAND

Carceri van Piranesi 2

De verwarring duurt voort. ’s Nachts en overdag, in droom en in werkelijkheid loop ik verloren in verlaten gangen. Ik zit opgesloten in ingebeelde en werkelijke cellen. Een cel is bijvoorbeeld een werkeenheid, maar mijn kamers thuis zijn soms ook cellen, hoewel er geen bewakers zijn. Ik heb dit al vaker verteld. Maar ik kan er niet aan weerstaan: ik voel me verplicht mezelf te herhalen. Woensdagavond stond ik een uur in een felverlichte, witte nooduitgang. Er was geen weg terug naar binnen, maar evenmin kon ik de gang verlaten. Uit een luidspreker klonken Finse stemmen, gezang, gebrul, geraaskal. Op wat ik dacht dat het einde was hoorde ik daverend applaus. Nu zou spoedig ook mijn ‘bevrijding’ volgen…

Diezelfde dag stond ik, na de lunchpauze, in het gebouw waar ik werk op de lift te wachten. Ik had cd’s gekocht van Antony & the Johnsons, Animal Collective, MGMT en the Temptations. Die hield ik stevig vastgeklemd, alsof iemand ze van me zou willen afnemen. Er stond nog een man te wachten. We bekeken elkaar even en dachten elkaar te herkennen van ‘ergens’. Ik wendde mijn blik af, het zal wel een vergissing zijn, dacht ik. We zijn samen nog naar Finland geweest, zei hij opeens. Dat is het, zei ik. Een week in Finland. Weet je nog wanneer dat was? Ja, dat wist ik nog. In 1993, enkele weken na de dood van mijn vader. Tijd om samen herinneringen op te rakelen hadden we niet: de lift stijgt snel. Terug in mijn cel herinnerde ik mij de man in zijn blootje aan een meer, zijn huid rood van de sauna. Zelf was ik niet in de sauna geweest, evenmin als de dame in onze delegatie. Bij haar zal de reden schroom zijn geweest, mij had de Finse gastvrouw gewaarschuwd vanwege mijn ademhalingsproblemen. Dan is het gevaarlijk voor het hart, zei ze. Vooral als je uit de hitte komt en dan in het ijskoude meer duikt. Ik herinnerde me, naast allerlei andere kleine voorvallen, waaronder autopech, een boottocht op een meer. IJskoud water stroomde het bootje in. Mijn voeten werden nat. Nooit, geloof ik, heb ik zo’n kou gehad als toen. Onderweg meerden we ergens aan waar met lauw water gevulde houten vaten stonden. Mijn voeten in dat water – zelden heb ik iets aangenamers gevoeld. Mijn sokken hingen bij een vuurtje te drogen. We aten gerookte vis.

Finnen zijn vreemde mensen. Ze zijn introvert en kunnen heel grappig zijn. Ik houd van de films van Aki Kaurismäki. Ik hoop dat ik zijn naam juist spel. Droef en grappig, zoals de Leningrad Cowboys. Vorige woensdagavond, na het hierboven beschreven voorval, was er een receptie in een schouwburg die De Bol wordt genoemd. De halve Finse gemeenschap van Brussel stond er hapjes te eten en zoals ik wijn te drinken. Ik dronk erg snel om te ontstressen, mijn hart bonsde nog altijd in mijn keel. Maar dat lukte niet. Ik werd niet dronken, niet vrolijk, niet sociaal. Ik moest weg uit ‘mental Finland’. Maar ben ik er echt aan ontsnapt?

Afbeelding: uit de ‘Carceri’ van Piranesi.