JOHN MARTYN: GEEN IN MEMORIAM

Op gedichtendag zwijgt voor altijd een van de dichterlijkste stemmen uit de populaire muziek. Maar ik laat de in memoriams aan anderen over. Dat was mijn voornemen: geen in memoriams meer. Daarom doe ik er het zwijgen toe en draai John Martyns beste platen.
De Engelstalige Wikipedia geeft je alle informatie die je nodig hebt. De waarheid staat op zijn elpees.

GEDICHT OM VOOR TE LEZEN OP EEN KOUDE WINTERAVOND

Je weet niet hoe moe je wel bent.
Hoe zoet je aderen stromen naar de dood.
Je bent al gauw een cijfer, ternauwernood
Geef je je calvarie nog even helemaal bloot.
Een idioot die raaskalt denkt dat hij alles weet.
Hoe zijn veters te knopen, het modieuze van zijn haarsnit,
Jackson Browne’s allerbeste plaat.
Zelfs de vorm van de letters op zijn grafsteen
Heeft hij uit het niets ontworpen.
Als je sterft, sterf je alleen.

Goud is in je hoofd, en gouden kransen, tulpen
Wegen niet zo bijzonder zwaar
Door engelen gedragen, hun vagina’s week
Van het verdriet om je vertrek.
Je bent geen onnozelaar, je bent niet gek.
Er is geen tijd voor parels, schelpen, muizenissen.
Moeder en vader lagen in een kerk.

Elk jaar leest de priester nog voor hen zijn missen.
Niet dat ik hem vervloek maar ik wil zelf beslissen
Hoe ik in de grond ga en wie aan mijn graf
Te huilen, te gillen staan zal. Of stil en laf.
Ik studeerde voor filmregisseur, voor dictator.
Mijn sterven zal mijn meesterwerk zijn.
Enige beelden en weinig dialoog,
Zoals het hoort bij gebrek aan heilige woorden.
En dan zeg je als je weer wakker wordt:

Ik ben de dader. Deze wereld van schoonheid.
Uit alle poriën muziek, verzoening, genade.
Is het geen wonder, is het geen vreselijk wonder?

EIGENSCHAPPEN VAN DE TAAL

Jules-Barbey-dAurevilly

Opgedragen aan Veronika Radovcic

Wil je mij verlaten, mijn vriend? Vergeet dan niet dat je leven een droom is. Ik ben degene die je droomt. Als ik wakker word, maar dat kan eigenlijk niet, want ik geniet van de eeuwige slaap, dan verdwijn je. Ik zal je niet meer achtervolgen met mijn moeilijke vragen, ik zal je niet meer op de proef stellen, ik zal niet meer lachen met je verdorven ras, ik zal niet meer de opstand tegen jou en je soortgenoten propageren, ik zal zwijgen. Eerst zal ik fluisterend afscheid van je nemen. Ik pluk de luizen uit je pels en wat je hebt aan gezond verstand of lumineuze ideeën neem ik van je af en schenk ik aan je vijand. Als je van het voorrecht geniet een of andere vijand te hebben. Zoniet schenk ik dat zaakje aan de Berg van Barmhartigheid. De barmhartigen en hun slaven weten meestal wat aan te vangen met een goed idee. Revolutie, fascisme, Abu Graib, je kent het wel. Meer uitleg heb je niet nodig.

Je kunt me niet verlaten, mijn vriend. Ik ben je boezemvriend, ik zit opgesloten in je hart, in een van zijn kleine kamers luister ik mee naar je wensen en verwensingen. Ik ken je diepste geheimen. Ik weet van wie je houdt en wie je verafschuwt. Ik weet dat je leven geen zin heeft. Je behoort niet tot een gemeenschap. Je bent een uitgestotene. Je bent een leugenaar die zichzelf voorliegt dat hij een goed opgevoed mens is. Je bent een barbaar. Je bent een slaaf van je driften, van je verlangens. Je zoekt naar ongehoorde woorden, maar je weet dat ik de sleutel heb van het tabernakel. Je weet dat ik de sleutel heb van je grammatica en van de kleinoden die je denkt je eigen gemaakt te hebben in je taal. Wartaal! Van in het begin had je niets te vertellen. De weinige juiste woorden heb ik je in de mond gelegd. De waarheid tegenover jouw leugens. Want wat jij wilde was aandacht, troost, genoegdoening. Je vervalste het systeem opdat de taal aan jouw verlangens tegemoet zou komen. Je bent niet meer dan een banale vervalser. Wat je ook doet, ik heb je in mijn armen, ik omhels je. Ik zeg je de waarheid. Tot je erbij neervalt. Tot je laatste ademtocht. Tot je de tocht afblaast. De tocht. Tot je bevriest in je voetsporen en zwijgt. Tot je zwijgt als het Graf.

En dan mag het aan jou zijn.

Ω

Afbeelding: Barbey d’Aurevilly

 

HELSE DAGEN, HELSE NACHTEN

 horror,metro,leven,vrijheid,avond,geld,ziekte,inleving,verslaving,dansen,werk,verbeelding,vermoeidheid,fitness,wellust,empathie,kopen,dendermonde,verstrooidheid,ochtend,bureau,consumptie,tragedie,gevangenschap,zwaarlijvigheid,goya,rede,dierlijkheid,transformaties,metamorfosen
Marlon Brando, The horror…

Vandaag verliet ik, na een week aangename gevangenschap, nog een keer mijn paleis. Vaak, en zeker in de winter, wil ik niet meer dan dat: een gevangene zijn van mezelf, in mijn eigen paleis. Of noem het kasteel, kazerne, labyrint, privé-school, wat je maar wilt, zolang je me het woord ‘gevangenis’ bespaart. Er zijn geen tralies en ik moet niet afrekenen met cipiers. Al ben ik in zekere zin natuurlijk mijn eigen opzichter. Vaak spoed ik me met tegenzin naar de metro, richting stadscentrum. Ik heb na een zevental dagen dank zij ziekte en vermoeidheid een soort dierlijk ritme teruggevonden, en een vreemde wellust heeft zich meester van me gemaakt… Of lijkt het op de rust van een schip aangemeerd in een zomerse haven, terwijl de dokwerkers in staking zijn – maar die situatie weliswaar verinnerlijkt?

Ik stap in de metro en maak me zo smal mogelijk – daarvoor doe ik aan fitness – om tussen twee omvangrijke personen in plaats te kunnen nemen. Wat worden mijn soortgenoten dik! Mij bewegen om een boek uit mijn rugzak te nemen is een ernstig avontuur. Eer het boek op de juiste bladzijde is geopend zijn we halverwege het traject. De letters trillen, wat ik lees dringt maar gedeeltelijk tot me door, maar ik kan op deze manier wel mijn omgeving vergeten. Toch blijf ik me bewust van waar ik ben. Dat ik mijn huis voorbijloop gebeurt af en toe, maar ik stap nooit in een verkeerd metrostation uit. Ach, misschien is het me wel eens overkomen, maar echt niet vaak. Van negen tot zes houdt mijn dagtaak me bezig. Ik moet mijn brood verdienen. Of dacht je dat ik van de hemelse dauw leefde?

’s Middags neem ik lange pauzes: mijn verslaving klopt in mijn aderen, in mijn slapen. Ik moet boeken gaan kopen, cd’s, films. Ik snel van de ene winkel naar de andere en koop tot ik denk, dit gaat te ver, of tot ik niet nog meer gewicht kan torsen. Dan keer ik met plastieken zakken terug naar het werk. Ik probeer zo onopvallend mogelijk naar mijn bureau te lopen, want ik schaam me voor mijn consumptiegedrag. Soms doe ik op magische wijze de schreeuwerige plastieken zakken verdwijnen. Zingend en dansend zien mijn collega’s me dan het bureau binnenkomen. Dat werkt aanstekelijk, ze beginnen ook te zingen, komen naar me toe, omhelzen me, wat ben jij toch fantastisch, roepen ze uit. Wat ben ik dan charmant! Maar lang duurt dat spelletje niet. Het is een afleidingsmanoeuvre. Ik speld hen, jou iets op de mouw.

Als de avond valt keer ik weer naar mijn kasteel, waar ik kleine porties eet van het een of ander. Daarna steek ik de kaarsen aan en schrijf een brief aan een schuldeiser of een doodgewone uitbuiter. Nooit schrijf ik nog liefdesbrieven. Zal dat er niet meer van komen? Ik vergeet de nieuwe aanwinsten te beluisteren, bekijken, lezen. Ik ben te moe, moet rusten.

Denk niet dat ik vergeten ben wat er in Dendermonde is gebeurd. Het is een tragedie. Vreselijk dat mensen en mensenkinderen zoiets moeten meemaken. Een klein beetje snijdt die Joker ook in mijn lijf. Zoals de meeste Belgen heb ik er geen woorden voor. The horror, zei Marlon Brando. Wellicht is dat het beste woord: the horror. Ik probeer me voor te stellen wat de familie van de slachtoffers voelt, wat de familie van de dader voelt, wat de dader zelf voelt. Wat hem bezield heeft, hoe lang hij al met zulke plannen rondloopt. Maar het blijft leeg in mijn hoofd. Ik kijk niet naar de nieuwsuitzendingen, wil de sensatie niet zien, de valse opwinding, het rampenvermaak. ’s Nachts zie ik andere gruwelen, transformaties en metamorfosen van wat ik overdag heb gedacht en beleefd. De slaap van de rede, je weet het. De verdomde slaap van de rede. Op sommige dagen biedt zelfs rock ‘n’ roll geen troost.

 

SAVE THE CHILDREN

I just want to ask a question
Who really cares?
To save a world in despair
There’ll come a time, when the world won’t be singin’
Flowers won’t grow, bells won’t be ringin’
Who really cares?
Who’s willing to try to save a world
That’s destined to die
When I look at the world it fills me with sorrow
Little children today are really gonna suffer tomorrow

Marvin Gaye, Save The Children

EEN NIEUWE SAMENLEVING, EEN NIEUWE MORAAL

gelijkheid,verleden,geschiedenis,leven,sixties,feminisme,kunst,nieuw,intolerantie,wereld,toekomst,ecologie,luisteren,verbeelding,cultuur,surrealisme,communisme,gemeenschap,moraal,modern,individu,samenleving,modernisme,verantwoordelijkheid,20ste eeuw,communie,realisme,revolutie,facebook,obama,rimbaud,broederschap,omwenteling,inaugurele rede,zusterschap,aanwezighied

Vandaag gingen mijn gedachten terug naar de min of meer geslaagde en gedeeltelijke en geheel mislukte pogingen  om de maatschappij, ‘het systeem’, de man, de vrouw, de verhoudingen tussen man en vrouw, de arbeidsverhoudingen, het economisch bestel, de machtsverhoudingen en zelfs het leven te veranderen. Zelf vond ik vanaf een bepaalde, enigszins bewuste leeftijd dat, zoals de surrealisten hadden gezegd, het leven moest worden veranderd. Lange tijd al houd ik me de uitspraak van Rimbaud voor ogen dat we ‘absolut moderne’ moeten zijn, wat ongetwijfeld niet hetzelfde betekent als opnieuw expo-brood eten of in stoeltjes uit de jaren ‘vijftig gaan zitten. We nemen plaats op stoelen en in zetels die het toeval ons aanwijst.

Ik kreeg zonder zelfs een kroniek of een geschiedenisboek ter hand te nemen (ik denk aan ‘1968’ van Mark Kurlansky, ‘De Russische revolutie’ van Marcel Liebman, ‘Ten Days That Shook the World’ van John Reed, de werken van Eric Hobsbawn, ‘In Europa’ van Geert Mak, ‘Timebends’ van Arthur Miller, ‘There’s A Riot Going On’ van Peter Dogget, etc.) een sterke indruk dat de hele twintigste eeuw een aaneenschakeling is geweest van pogingen tot revolutie, van werkelijke revolutie, van pseudo-revolutie (in salons en ministeriële kabinetten), van contra-revoluties, van staatsgrepen, van militaire regimes, van dictatoriale verdedigingen tegen revoluties en mogelijke revoluties, van – vanuit het zogenaamde standpunt van nationaal-socialistische revoluties en fascistische omwentelingen – etnische verplaatsingen en nooit eerder geziene etnische ‘zuiveringen’ en uitroeiingen.

Ik kreeg tevens de indruk dat de halve eeuw die ik heb meegemaakt, zonder ooit een oorlog aan den lijve te hebben ‘gevoeld’, alleen de gevolgen ervan, een verschrikkelijk, gewelddadig, ongewoon verwoestend tijdperk is geweest.

Welke rol had ik gespeeld in dit alles? Ik moest even een glas wijn drinken, twee glazen, om de vraag te laten bezinken. Vervolgens dacht ik, jongen, vergeet het maar. Er is muziek, film, kijk nog een keer naar ‘Last Tango In Paris’, een meesterwerk toch? Is er ooit iemand beter geweest dan Marlon Brando en hoe zit het nu met Maria Schneider? Of speel wat spelletjes op Facebook. Mijn vrouw kan ik niet lastig vallen: zij slaapt al. Een zware dagtaak staat haar te wachten. Zij helpt jonge mensen uit ontwikkelingslanden aan studiebeurzen in ons welvarend gebied van taalonenigheid (hoewel ik daar zelden iets van merk, tenzij bij fascistische heethoofden). Jongen, zei ik, je moet het alleen oplossen. Wat heb je gedaan?

Natuurlijk was die vraag mij ingegeven door de inaugurele rede van president Barack Obama. De tijd van intolerantie, zoals die door filmregisseur D.W. Griffith aan het begin van de vorige eeuw werd getoond, is voorbij. De tijd dat zwarten niet welkom zijn in een restaurant of café zijn voorbij. De tijd dat ik in 1968 in Maastricht aan mijn lange haren door het grind word gesleurd en met de dood bedreigd is voorbij. De tijd dat ik in het midden van de straat mijn vriend niet mag zoenen is voorbij. De tijd dat je voor een kruisbeeld of welk ander religieus symbool moet knielen is voorbij. De tijd waartegen zich Bob Dylan zo verzette (en al lang over zwijgt) is nu voorbij. Zelfs William Zanzinger is dood. Ik moet me ook niet meer boos maken op Sam Shepard, die het in zijn logboek over the Rolling Thunder Revue over Willams & Zinger had. Niemand is perfect. Sam Shepard was een goede drummer en stond aan de goede kant. Ten minste, als je er van uitgaat dat ik ook aan de goede kant stond, sta.

President Obama gaf in zijn speech de indruk dat die tijd – van pogingen tot verandering, van permanente revolutie, van intolerantie en onwetendheid – nu voorbij is. De verantwoordelijkheid voor de samenleving, die de geschiedenis ons heeft doorgegeven, ligt bij onszelf. Wij moeten het nu echt wel zelf doen.  We moeten niet alleen maar hopen, geloven, met onszelf bezig zijn, met muziek, met kunst, met vermaak en cultuur. Wat we zeker niet moeten doen is onszelf verrijken ten koste van de anderen. Wat we zeker niet moeten doen is op de anderen neerkijken, hen vernederen, miskennen, hen geheel uit het oog verliezen omdat ze bijvoorbeeld ziek of zwak zijn. Wij mensen hebben elkaar nodig. De wereld is een ingewikkeld geheel. We moeten het zelf doen. We moeten naar de anderen kijken: wat willen jullie? We moeten vriendschap sluiten. En uiteindelijk moeten we ook voor degenen die geen vriendschap willen, de fanatici, de mensen die uitgaan van bloed, bodem en geweld, moeten we voor hen op onze hoede zijn. Met onze overtuigingskracht, met onze kunst, met onze schoonheid moeten we hen voor de wereld winnen. Omdat die tegenstelling blijft moeten we een moraal hanteren, een betere moraal dan die we hadden, een waarin niet religie maar wel rede en droom een rol spelen. Waar een positieve verbeelding van een menselijke werkelijkheid in communie met het zijn (en wat voortdurend in het zijn geworteld is en eruit ontstaat) de grondslag van is. Als we die moraal niet uitvinden, vernietigen we niet alleen onze geschiedenis en alles wat we hebben vernietigd en opgebouwd maar blazen we ook alle bruggen op naar een mogelijke toekomst waarin de mensen nog aanwezig zijn.

IN MY HEART I’M AN AMERICAN: FOR BARACK OBAMA

coney island 2
With my friends in Coney Island. September 2002. Photo taken by Inge Vande Walle.

In my heart I’m an American. Since I was a child I lived in an America of the mind. Some part of me stayed in Europe and loved it. But the fire burning in me was always American. For me there was and is no difference between whites, Afro-Americans, hispanics, natives – in my mind they were always one, even though reality contradicted that ideal. Maybe now the time has come to start making the dream come true. I wish I was a real American today. Well, I’ll be with you, anyway. Time for a change.