FACEBOOK EN HET VRIENDSDSCHAPSVERZOEK VAN EEN CONSERVATIEVE AMERIKAAN

big electric chair

Dit is een waar verhaal.

Ik krijg al wel eens een vriendschapsverzoek op facebook. Soms zijn dat eenzame mensen zoals ik, of erger. Dat zijn bijna altijd individuen die ten minste gedeeltelijk dezelfde muzikale, cinematische en literaire voorkeuren hebben als ik: Paul Auster, Fernando Pessoa, Borges, Murakami, Townes Van Zandt, Bob Dylan, Hope Sandoval, Bunuel, Jean Vigo… Mijn lijst is bekend. Vaak echter zijn deze vriendschapsverzoekers rare snuiters waarvan ik me niet kan voorstellen waarom ze mij selecteren uit meer dan een miljoen facebookgebruikers, ik die beroemd noch bekend ben, zeker niet in Burkina Faso of Bangladesh. Ik noem de eerste twee landen die in mijn hoofd opkomen. Het is niet zo dat ik andere landen wil discrimineren.

Vandaag had ik een vriendschapsverzoek van een New Yorker. Ik ging eens kijken op zijn facebook. Ik las dat hij ondermeer graag wandelt, 8 mijl per dag, dat hij van’ 42 Absolute SUMMER Classic Tracks’ houdt, van Anne Murray, van Britney Spears, van Bob Dylan, van Enrique Iglesias en van The Yitzchak Helevi Band. Ik kies hier toevallig ook maar enkele namen uit wellicht duizenden. De New Yorker heeft een voorkeur voor alle stijlen, maten en gewichten. Veel lezen doet hij niet. Hij noemt een viertal titels, waaronder ‘Billy Joel: The Life and Times of an Angry Young Man’ van Hank Bordowitz. Zijn functie is Operations Manager. Ik heb er geen flauw benul van wat dat mag wezen. Dan volgt een opsomming van zijn bekwaamheden, waaronder ‘succesfull leadership abilities’, en allerlei dingen die me aan de rand van een zenuwinzinking brengen.

Vervolgens ontdek ik dat hij een conservatief is en voorstander van de doodstraf. Ik stuur hem een bericht waarin ik een aantal vragen stel: vind je dat de regering-Bush Jr. op acht jaar tijd iets goeds heeft gedaan, vind je dat de oorlog in Irak een goede zaak is, denk je dat McCain een goede president zal zijn. Ik vermeld meteen ook dat ik links en progressief ben. Hij beantwoordt mijn concrete vragen niet, maar vindt dat mensen die van verschillende sportclubs houden toch met elkaar bevriend kunnen zijn. Sportclubs! Ik antwoord dat wereldpolitiek geen sport is. Bush jr. en zijn trawanten hebben duizenden burgers in Irak en elders laten vermoorden. Ze hebben de Amerikaanse economie ontwricht en het welzijn van honderden duizenden Amerikanen in het gedrang gebracht. Ze hebben alleen maar aan hun eigen macht, aan hun eigen belangen gedacht. Ze hebben gefolterd en mensen van hun vrijheid beroofd.

De New Yorker stuurt me daarop een clipje en vraagt of ik dat toch even wil bekijken. Het betreft een Amerikaanse soldaat die een les opzegt: hoe goed president Bush zijn werk doet, hoeveel beter het nu gaat in Irak, blah, blah, blah. Hij heeft het vooral over vrijheid en de prijs die daarvoor moet worden betaald.

Ik schrijf een nieuw bericht waarin ik zeg dat de soldaat een lesje opzegt, wat overduidelijk is. Dat de regering-Bush terreur heeft gezaaid in plaats van vrijheid te brengen. Dat zij de vrijheid van haar eigen bevolking heeft uitgehold, dat zij heeft gelogen, bedrogen en gefolterd, dat zij cynisme, brutaliteit en wreedheid in de politiek heeft ingevoerd.

De New Yorker antwoordt me dat een aantal van mijn argumenten wellicht juist zijn. Hij stemt niet altijd republikeins, zegt hij. Als Hillary presidentskandidate zou zijn, zou ik voor haar stemmen, zij beschikt over staatsmanschap, zegt hij. Maar McCain is een veel betere kandidaat voor het presidentschap dan Barack Obama, voegt hij er nog aan toe, in navolging van de ‘soldaat’ in het clipje, dat ik hieronder met schroom en afgrijzen inlas. Wees gewaarschuwd: je hebt nog nooit zo slecht zien acteren en nog nooit zulke pertinente leugens horen vertellen.

Twee vragen: kan ik met deze New Yorker ‘bevriend’ zijn, ook al is het maar op facebook? Vrees je ook niet dat McCain de volgende president van de Verenigde Staten wordt? Wellicht zijn het retorische vragen.

Deze clip is een illustratie voor de leugens van het militarisme en het globaal kapitalisme van de neo-conservatieven. Lang blijft het hier niet staan. Enjoy!

Ω

Afbeelding: Big Electric Chair, Andy Warhol

MARC MOULIN R.I.P.


marc moulin

Marc Moulin was een van de beste Belgische muzikanten / componisten / dj’s. In de jaren ’70 luisterde ik vaak naar zijn programma Cap de Nuit. In die tijd was het nog normaal dat we naar Franstalige zenders luisterden. Bovendien was Marc Moulin een homo universalis. Meer krijg ik nu niet uit mijn pen geperst.

WRECKING CREW

wreckingcrew

Ik las een bericht van Denny Tedesco naar aanleiding van het overlijden van Earl Palmer en Larry Levine:

“I also want to send out our prayers to the families of  Earl Palmer and Larry Levine. Earl was one of the world’s greatest drummers and Larry was one of the world’s greatest engineers of all time. These two men helped shape the sound of Rock and Roll in the 50’s, 60’s and all the decades that followed. They were not only the best at what they did, but they were also two of the finest men I’ve met in my lifetime. My father had utmost respect for them. They will truly be missed.”

Earl Palmer was inderdaad een van de beste rock & roll-drummers. Larry Levine was een geluidsingenieur die samen met Phil Spector de Wall Of Sound uitvond. Denny Tedesco is de zoon van Tommy Tedesco, die – evenals Earl Palmer – deel uitmaakte van The Wrecking Crew. The Wrecking Crew is de benaming voor een aantal legendarisch geworden sessiemuzikanten, die op honderden, zoniet duizenden popsongs meespeelden. Vooral bekend is hun sessiewerk voor the Byrds (Mr. Tambourine Man), The Beach Boys (Pet Sounds) en Phil Spector (ongeveer alles). Denny Tedesco heeft nu een film gemaakt over zijn vader en zijn compañeros. Ik kijk er naar uit. Meer informatie over The Wrecking Crew en de film vind je hier.

Dit is een tweede prelude bij het verhaal over de dood en de vele wedergeboortes van rock & roll (en mijn liefde voor Americana).

HET ZELF EN MIJN POPULAIRE MUZIEK

moeder-vader

In verband met mijn vorige twee stukjes, niet veel meer dan lijsten eigenlijk, en de interessante commentaren daarop wil ik een aantal dingen verduidelijken.

Richard Rorty wijdt in ’Contingentie, ironie en solidariteit’ een hoofdstuk aan wat hij noemt de contingentie van het zelf. Ik wil hier niet de hele argumentatie herhalen; Nietzsche en Freud zijn wat dit betreft zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Hij sluit het hoofdstuk af met deze woorden:

“We zullen de bewuste behoefte van de sterke dichter om te demonstreren dat hij geen kopie of replica is zien als louter een speciale vorm van een onbewuste behoefte om te leren leven met de onzichtbare afdruk die het toeval hem heeft gegeven, om voor zichzelf een zelf te maken door het opnieuw te beschrijven van die afdruk in bewoordingen die, misschien slechts marginaal, de zijne zijn.”

Ik haal dit hier aan omdat ik evenmin aanneem dat wij onszelf hebben gemaakt, noch dat we alles wat we op dit ogenblik boeiend, interessant, mooi vinden, zelf hebben gekozen. Dat is gewoonweg niet zo. Wat wellicht wel mogelijk is, is dat we met wat het toeval ons heeft gegeven een nieuwe combinatie maken en indien mogelijk en wenselijk ‘ons zelf’ heruitvinden.

Om wat ik wil verduidelijken heb ik een jaar nodig, want er komt zoveel bij kijken dat ik er op zijn minst een boek aan zou moeten wijden. Maar ik zal het kort proberen te houden. En daarna zien we dan wel weer.

Ik ben opgegroeid, eerst op een binnenvaartschip, later in internaten en oubollige scholen in een nog grotendeels godvrezend Limburg. Mijn ouders waren zoals dat wordt genoemd eenvoudige mensen. Ze hadden niet eens de basisschool kunnen beëindigen. Toch sprak en schreef mijn moeder voortreffelijk Frans en was ze geïnteresseerd in boeken. Zij heeft me leren lezen toen ik vijf was. Toen ik nog jong was kon mijn vader heel goed en boeiend vertellen. Dat had hij tijdens de oorlog geleerd, in krijgsgevangenschap en daarna in het verzet. Beiden hielden van eenvoudige liedjes, ik herinner me vooral ‘J’attendrais’ (het enige liedje dat mijn vader op zijn mooie gele accordeon kon spelen), Dalida, Mario Lanza, Edith Piaf, Bobbejaan Schoepen, en zo meer. Zulke liedjes, minderwaardig dan chansons, hoorde je ook wel op de radio. Al dat brave en sentimentele gekweel heeft mijn jonge oortjes geteisterd en gevleid. Wat ik mij er nu nog van herinner is de sfeer, het gevoel – iets zachts, fluweligs, eigenschappen die David Lynch in ‘Blue Velvet’ binnenstebuiten keert. Zo was toevallig een basis gelegd voor mijn latere muzikale smaak. Sentimenteel vermaak, tranerig gekweel. Ik bedoel dit geenszins negatief. Op  de lagere school werden zulke schlagers afkeurend straatliedjes genoemd. Vreemd, want ze waren zo onschuldig. Hoewel ze bij Fassbinder iets zeer subversiefs krijgen. Maar Fassbinder kende ik toen natuurlijk nog niet. De man had zelfs nog geen films gemaakt.

mario lanza 2

Toevallig had ik niet alleen ouders maar ook nog een zes jaar oudere broer, die al gauw in de ban raakte van de muziek van de duivel: rock and roll. Ik was zes toen ik Elvis Presley ontdekte, en met Elvis Presley alle Verenigde Staten. Dat had ik aan mijn opstandige broer te danken. Een nozem, zo werd luidkeels gefluisterd. Het zou nooit goed komen met hem. En dan die rock and roll, dat vreselijk lawaai. Elvis, Fats Domino, Little Richard, Wanda Jackson en Brenda Lee. Al begreep ik niets van de seksualiteit van die nieuwe muziekcultuur, toch was ik er van in de ban. Ik hield ook veel van de twist, bij ons bekend geworden dankzij Chubby Checker, die veel braver was dan Hank Ballard, de man die de twist had ‘uitgevonden’. Er ontstond een hele nieuwe cultuur van rock and roll, expo 58, broodroosters, milkshakes, honden die Laïka werden genoemd, jukeboxen, elke maand een andere dansrage, ‘scoobidoo’ en ‘hoola hoop’. Toen Elvis naar het leger moest, Chuck Berry in de gevangenis zat en Little Richard een predikant was geworden, was het einde van de rock and roll in zicht. Brylcreemkoppen als Fabian, Bobby Vee en Frankie Avalon werden nu populair. Bij ons had je vele Franse sterretjes die Amerikaanse songs in het Frans vertaalden, onder meer Johnny Hallyday en Richard Anthony.

little richard spirituals

Vanaf mijn twaalfde beschouwde ik mezelf als een volwassene. Ik droeg een lange broek en had een polshorloge. Af en toe rookte ik stiekem een sigaret van het merk Peter Stuyvesant. Met mijn ouders en broer mocht ik zaterdags mee naar de ‘dancings’, de Orchidee en de Congo Bar. Ik kreeg dan repen chocolade of dronk Coca Cola. In een van die dansgelegenheden hoorde ik ‘Twist And Shout’ van The Beatles. Dat het een nummer van de zwarte Isley Brothers was, heb ik pas veel later ontdekt, en zelfs dat is niet de originele versie. Maar ‘Twist And Shout’ van the Beatles! Dat was mijn Damascus. De adrenaline als elektrische stroom door mijn jonge lijf. Die overrompelende stemmen, vooral die van John Lennon. Dit was niet langer de muziek van mijn broer, dit was mijn muziek.

beatles twist and shout

Een van de volgende dagen ging ik naar de plaatselijke platenzaak (ze verkochten er vooral stofzuigers en radio’s) en vond er de single ‘She Loves You’. Dat nummer heb ik wel duizend keer gedraaid. Ik veranderde mijn haarstijl, ging me anders kleden. Vooral de schoenen waren belangrijk. Nog wat later hoorde ik op onze transistorradio ‘Tell Me’ van the Rolling Stones. Dat was het! De heilige graal. Dat geluid, dat ritme, die gitaren, die stem gingen voor mij nog veel verder dan die liedjes van The Beatles. Hoe dat kwam kan ik niet verklaren, maar ik werd er veel dieper door geraakt. Ik kan het alleen maar euforie noemen. Zo begon mijn zelf zich af te tekenen door wat ik toevallig hoorde, en waaruit ik dan een keuze maakte. Zo werd mijn toekomst voor een groot deel bepaald. In 1965 gaf Bob Dylan met ‘Like A Rolling Stone’ mij volledige zekerheid dat ik had gevonden wat van mij was.

like a rolling stone

Daardoor luister ik nu nog steeds naar Engelstalige, vaak op blues gebaseerde muziek, vooral rock & roll en alles wat daar mee verwant is, of eraan is vooraf gegaan, zoals blues, rhythm and blues en country. En daardoor heb ik weinig affiniteit met klassieke muziek of muziek uit Azië, Afrika en de Slavische landen. Soms hoor ik iets in een film, zoals in het meesterwerk ‘De Muziekkamer’ van Satyajit Ray, en word ik diep ontroerd. Maar daarna grijp ik toch weer terug naar Bob Dylan of Lucinda Williams.

Over de crisis van de rock en de Westerse populaire muziek wil ik het in een volgend stukje hebben. Ik zal daarin mijn ‘liefde’ voor de Amerikaanse cultuur en subculteren onder de loep nemen.

 out of our heads

DE TWINTIG BESTE ROCKBANDS?

muziek,pop,rock,lijst,popcultuur,subjectief,bands,groepen,kinderspel,top-20

Op basis van de lijst die ik gisteren en samenstelde en rekening houdend met de reacties van Roen, Peerke, Jahsonic en Marc stel ik hieronder een voorlopige top-20 voor. Het is nog altijd mijn subjectieve lijst, maar hij is al wat democratischer tot stand gekomen dan de vorige. Argumenten ter verdediging van deze rangschikking heb ik niet. Ik baseer me op emoties, op intuïtie.

1.    The Band

2.    The Rolling Stones

3.    The Byrds

4.    The Velvet Underground

5.    Creedence Clearwater Revival

6.    The Kinks

7.    The Beach Boys

8.    Fairport Convention

9.    Led Zeppelin

10.  The Beatles

11.  Allman Brothers Band

12.  The Who

13.  The Clash

14.  R.E.M.

15.  The Flying Burrito Brothers

16.  Eels

17.  Love

18.  The Walkabouts

19.  Wilco

20.  Joy Divsion


Tot mijn spijt zijn niet in de lijst opgenomen: the Doors, Jefferson Airplane, CSNY, the Temptations, the Small Faces, Grateful Dead, Big Star, Los Lobos, Buffalo Springfield, Televison, the Ramones, Mazzy Star, Flaming Lips, Mercury Rev, Green On Red, Dream Syndicate, the Animals, New York Dolls, the Stooges, Lynyrd Skynyrd, 16 Horsepower, Talking Heads en the Undertones.

Dit zouden de beste rockbands moeten zijn. Nu wordt het stilaan tijd voor een volledige lijst, waarin bands, zangeressen, zangers, muzikanten en singer-songwriters opgenomen worden.

DE TIEN BESTE ROCKGROEPEN?

byrds

Een tijd geleden zag ik in Humo een lijstje van de favoriete rockgroepen van de onuitstaanbare Noel Gallagher, van “de meest onuitstaanbare band die ooit grammofoonplaten heeft gemaakt”. En dan de naam Oasis, kan het nog idioter? In die lijst van Gallagher stonden aleen maar Engelse bands. Je moet nogal lef hebben of geheel en al onnozel zijn.

Dit is mijn enigszins voorspelbare eigen lijst, die verandert met de seizoenen en naargelang welke wijn ik heb gedronken of net niet gedronken.

 1.      The Byrds

2.      The Beach Boys

3.      Velvet Underground

4.      The Band

5.      The Rolling Stones

6.      The Temptations

7.      The Kinks

8.      The Beatles

9.      R.E.M.

10.    Eels

Je ziet dat hier ook Engelsen tussen staan. Ik ben duidelijk geen honderd procent ‘Americanafiel’. Ik ben een heel eenvoudige hoochiekoochie man, zoals het hoort.

notorious byrd brothers

En dit is een afbeelding van de hoes van de beste elpee tot op dit ogenblik gemaakt: The Notorious Byrd Brothers, van The Byrds.