ONBEKENDE GELIEFDE

Als ze zichzelf ontmoeten in zichzelf of uit hun lichaam stappen en zichzelf ontmoeten, ontmaskerd, in een niets, een nergens, een niemand, worden ze dan niet woedend op hun scherven, die liggen te glinsteren in de goot van een of andere vergeten stad en op wat ze zich herinneren van hun schermutselingen met god-weet-wie, allemaal tot grauwe mist herleid in het vervlogene?

Ja, je ziet het alle dagen, ze leggen nieuwe wegen aan naar het coole buiten, het zogezegd bezielende schouwspel aan de einder. Ze willen ontsnappen aan hun verhitte vaderland en moedertaal, aan het melkwit van hun woorden. Naar zeeën en ziekenpaleizen waar de roes hen het hart uit het lijf rukt, want hoe ver ze ook vliegen, hun lijf blijft hun schaduw, de opslagplaats van hun donkerste gebeden en vervloekingen.

Ik stond erbij en raadde het al. Onder hen bevond zich geen wijze uit het Oosten. Geschenken zouden zij mij niet brengen. Voor mijn redding was ik op mezelf aangewezen, op mijn heldere aanwezigheid. Voor mijn fantoompijn bestonden zachte zalven. Daarom, laat mij maar varen, met mijn wonden, waarin ik u verberg, mijn onbekende Geliefde.

JOE BOYD REVISITED

joe boyd

Bijna twee jaar geleden had ik het over de autobiografie van producer en muziekliefhebber Joe Boyd, ‘white bicycles’, die op mij toen veel indruk had gemaakt. Eigenlijk is het geen echte autobiografie, maar gaat het over de schitterende muziek die in de jaren ‘zestig en ‘zeventig werd gemaakt. Joe Boyd heeft daar zonder overdrijven een buitengewoon belangrijke rol in gespeeld en hij weet daar gevat over te schrijven, zonder overdreven zelfverheerlijking, maar ook niet vals bescheiden. Het boek is nu  – alle geïnteresseerden hebben het al lang gelezen – met een afschuwelijke titel in het Nederlands verschenen. Ik mag niet aan de vlugvlug in elkaar geflanste vertaling denken. Het gaat toch maar over popmuziek, dan mag het goedkoop. Beste muziekliefhebbers, als je geen Engels kent: leer die mooie taal dan eerst en lees vervolgens het boek in de originele versie, uitgegeven bij Faber and Faber.  Maar ik wil je er toch voor waarschuwen dat je na het lezen van die getuigenis nog meer zal beseffen hoe we vandaag met rotzooi worden overspoeld.  Als je op MySpace gaat kijken vind je al snel duizenden bands en muzikanten. Dat doet me plezier, omdat muzikanten over het algemeen niet op iedereen beginnen te schieten. (Drummer Jim Gordon, van honderden sessies en lid van Derek & the Dominos, heeft wel zijn moeder vermoord. “Mother I want to…”). Maar moeten al die jongens en meisjes zo nodig plaatjes maken? Ik weet het niet hoor. Het zal wel een onderdeel van de menselijke evolutie zijn.

Ik zit nu te luisteren naar Bon Ivers (Justin Vernon) in een schuur in Wisconsin opgenomen elpee ‘for emma, forever ago’. Gisteren op de metro heb ik de teksten al gelezen;  het zijn geen echte liedjesteksten maar impressionistische brokkelige gedichten. Bon Iver raakt me wel en soms zelfs dieper dan ik verwacht had, maar na beluistering leg ik hem op de stapel bij M. Ward, Beirut en the Mountain Goats. De grote vraag is of dit plaatje ooit de schoonheid zal krijgen die ‘Five Leaves Left’ en ‘The Late Great Townes Van Zandt’ nu hebben.  Maar nu is het tijd voor koffie.

SCHRIJVEN ALS MORANDI

schrijven,schrijvers,grieken,stijl,emoties,natuur,essentie,grieks,woorden,waarheid,mens,blues,zanger,deugd,morandi,turner
Morandi, Stilleven.

Ik heb in mijn leven maar een boek uitgegeven, Kamertjeszonden, een dichtbundel, en dan nog onder een andere naam. Naar die titel heb ik niet lang moeten zoeken, ik leende hem van Herman Heijermans. Toch koos ik hem niet alleen omdat ik die roman zo uitstekend vond – wat zeker het geval was – maar ook omdat ik het leven binnenskamers, gedichten schrijven en zo, zonde van de tijd vond. Ik zal toen ongeveer vierenveertig geweest zijn, in de zomer van mijn leven. Het rouwen om de dood van mijn vader had ik net achter de rug. Nu was het wachten op een volgende dood. Daarna zou ik nooit meer naar huis kunnen.

Van mijn hand zijn nogal wat verhalen, experimentele prozateksten en gedichten verschenen in allerhande tijdschriften. Ik som ze hier niet op, om de eenvoudige reden dat het geen belang heeft. Ik schrijf, maar ik ben geen schrijver. Dat wereldje van schrijvers hangt mij de keel uit. Hoe ze elkaar met prijzen en lofzang overladen, zeker als een cameraman in de buurt is, en elkaar elders afmaken. Ik wil die schrijvers nu niet afmaken, ze doen niemand kwaad, de meesten van hen toch niet. Alleen minachting koester ik voor ze.

Niet omdat ik niet goed schrijf zal van mij geen boek uitgegeven worden, maar omdat ik een vreemde ben in dat wereldje van de schone letteren. Ik heb er enkele jaren in vertoefd, maar ik bleef toch altijd de zoon van een schipper, zoals August Strindberg altijd de zoon van een dienstbode bleef. Je schudt dat niet van je af, het is als een lijfgeur, maar dan zilter. Je aanwezigheid roept stilte, haat, wrevel, geweld op. Soms, als ze dronken zijn, slaan ze je in je gezicht. Of ze schelden je uit, ze noemen je Judas, of onnozelaar. Ze beweren dat je geen schrijver bent. Ze zwijgen je liefst van al dood.

Nee, ik schrijf, maar ik ben geen schrijver. Ik probeer een mens te zijn. Maar ook dat lukt me niet goed. Aansluiting vinden bij de andere mensen is een zware opdracht. Waar praat je over? Over het weer? De kinderen? Mijn zoon woont ver van me vandaan en in een andere wereld. Leven we niet allemaal in andere werelden? Ik heb minachting voor schrijvers, maar waarom eigenlijk? Misschien is het wel rancune. Wat maakt het uit! Onze tijd hier op aarde is kort. Ik probeer een goede mens te zijn. Ik lees en ik luister. De bloemen, de bomen, de natuur. Wijn, vrouwen en gezang. Holle wegen, grote steden, dieren, rivieren, de zee. Altijd de zee, en de regen. Veel meer ken ik niet. De beste schrijvers zijn blueszangers, met hun eenvoudige taal en hun krachtige stemmen. De beste schrijvers zijn mensen bij wie de woorden naar binnen regenen. Ik gebruikte gisteren het woord ‘terrasje’. Dat doe je niet. Dat is verkeerd. De meeste adjectieven zijn overbodig. De essentie moet in elk woord zelf zitten. Is niet elk woord de hele taal? En woordspelingen zijn des duivels. Een tekst waar woordspelingen in staan is waarschijnlijk een aaneenschakeling van leugens. Ik loop sommige dagen gebukt onder het gewicht van mijn woordspelingen. Maar dan sta ik vermoeid weer op, een nieuwe dag is aangebroken!

De beste schrijvers zijn oude Grieken. Je hebt zo van die mensen die overal als eerste bij zijn. Alsof dat een verdienste is. De oude Grieken lezen, dat is een verdienste. Voor iemand die de oude Grieken in het oud Grieks leest, daar heb ik veel bewondering voor. Maar persoonlijk ken ik zo niemand, mezelf inbegrepen. Ik ben te oud om nu nog Grieks te leren. Enkele woorden, zoals ‘logos’ (λόγος), ‘arete’ (αρετή) en ‘alethea’ (αληθεια)) ken ik nog wel van vroeger, toen ik dacht een schrijver te zullen worden. In mijn tijd van dwaasheid, mijn tijd van nood. Een schrijver op het water, zou ik worden, op de zee van Cortez, op de zee van Homerus, op de zee van Herman Melville. Ik zou één worden met de golven, zoals de verf van Turner. Ja, mijn woorden zouden als de verf van Turner worden. Maar mijn woorden zijn zoals de verf van Morandi geworden. Ik weet niets over de wereld. Niet meer dan Morandi. Maar misschien ook niet minder.

NAAR PARAMARIBO

Na lang aarzelen besliste ik om toch maar een Duvel te drinken. Ik moest die avond naar het ziekenhuis en wist dat ik na tien uur niet meer uit bed zou kunnen. Ja, om halfzeven ’s morgens, dat gelukkig nog wel. Zo weinig mogelijk drinken, had ik me ingeprent. Maar het mooie weer, de terrasjes… Het centrum van Brussel op zijn mooist. Overal zaten toeristen en jonge mensen sterk Belgisch bier te drinken, alsof het voor hen een dagelijks gebruik was.

We gingen aan een tafeltje zitten in de PP, helemaal alleen op het terras. Alleen omdat de zon niet tot daar reikte. Waar de zon scheen zaten talloze meisjes in bloei.

Laura was voor het werk naar Gent geweest. Ze vertelde me een paar ditjes en datjes, over universiteiten, over collega’s, hoe goed ze met hen kan opschieten.

“Een collega van me vertrekt binnenkort naar…”

Op dat ogenblik schoot de naam Paramaribo me te binnen.

“Paramaribo”, zei ze.

Tussen mijn gedacht en haar uitgesproken ‘Paramaribo’ was geen tijd verlopen. Haar ‘Paramaribo’ en dat van mij vielen volkomen samen.

Al gauw zouden we weer afscheid moeten nemen, zou ik alleen in mijn hospitaalbed liggen, mijn lichaam aangesloten op een machine.

Vandaag heb ik nog wat vrouwen gekocht. Maar degene die ik echt wil bezitten is onbetaalbaar. Het schrijven zit me vandaag trouwens niet in het bloed. En geld regenen doet het ook al niet. Wat een man die ouder wordt niet allemaal moet meemaken!

SCHRIJVEN OVER MUZIEK

muziekgeschiedenis,pop,rock,popcultuur,jeugd,tijd,herinnering,ervaring,afstand,autobiografie,sixties,elvis presley,bob dylan,jimi hendrix,the rolling stones,the who,emoties,gevoelens
Rockin’ Presley EP. De eerste rock & roll plaat die bij ons thuis binnenkwam.

Misschien vinden sommige lezers van mijn weblog dat ik het nogal vaak heb over muziek uit het nabije en minder nabije verleden. Dat is inderdaad het geval. Maar ik heb daar een aantal redenen voor. Tijd, geheugen en herinnering zijn voor mij belangrijke begrippen om het leven en de wereld te begrijpen en te aanvaarden (en in sommige gevallen te verwerpen). Veel van wat ik schrijf gaat over het verleden, niet alleen als ik het over muziek heb.

Wat nu muziek betreft is mijn begaan zijn met de tijd, het verleden, de (auto)biografie niet de enige verklaring waarom ik veel minder aandacht schijn te hebben voor wat hedendaags is.

Een eerste element is dat ik meer vertrouwd ben  met oudere muziek, vooral met de periode 1960-1975, hoewel ik nadien natuurlijk ook ben blijven luisteren. Als je een goed radioprogramma wilt maken is dat essentieel:  je moet zoveel mogelijk muziek beluisteren, oude en nieuwe, bekende en onbekende.
Doordat ik meer vertrouwd ben met die ‘oudere’ muziek kan ik er meer van op een afstand over schrijven. Maar ik wil desondanks niet koel en objectief berichten. Muziek hangt samen met herinneringen, emoties, gevoelens. Bepaalde melodietjes kunnen een herinnering plots weer levendig voor de geest roepen. Op zulke momenten – als ik een lied hoor – kan ik terugkeren naar bepaalde plaatsen en gebeurtenissen in mijn leven, of het leven van mijn generatiegenoten beter begrijpen.

Songs en elpees hebben een leven geleid in mijn bestaan, zijn verhalen geworden, of op zijn minst onderdelen van verhalen. Sommige songs en elpees hebben de status van mythe gekregen, in zekere zin aan tijd en geschiedenis onttrokken. Ik heb er iets over te vertellen omdat ik er intens mee bezig ben geweest en ben. Sinds mijn zesde jaar (1956) is er denk ik geen dag voorbijgegaan zonder een of ander lied.

Ik schrijf ook liever over muziek uit het (nabije) verleden omdat ik denk dat de lezer meer heeft aan een verhaal uit de eerste hand, dan het te moeten vernemen van iemand die er zelf alleen maar heeft over horen vertellen. In dat opzicht beschouw ik mezelf als een bevoorrechte getuige, waar ik overigens geen enkele verdienste aan heb. Geheel toevallig ben ik in 1950 geboren, werd ik in 1956 uit mijn kinderslaap gehaald door Elvis Presleys ‘Don’t Be Cruel’, ontwaakte ik een tweede keer in zaligheid in 1964 met ‘She Loves You’ en ‘Twist and Shout’ van the Beatles, en ‘Tell Me’ en ‘Not Fade Away’ van the Rolling Stones, en werd ik definitief ingewijd in de nieuwe jonge wereld in 1965 met Bob Dylans ‘Like a Rolling Stone’, ‘My Generation’ van The Who en een jaar later met Jimi Hendrix’ ‘Hey Joe’.

Voor nieuwe releases zijn er overigens massa’s andere bronnen: tijdschriften als Uncut, Mojo, Wire, les Unrockuptibles,  kranten, vakbladen, en zeker ook de honderden soms uitstekende muziekblogs. Wat me niet belet om af en toe ook mijn zeg te doen over wat deze tijd voortbrengt. Maar je weet het, rock and roll never forgets!

JOHNNY JENKINS / DUANE ALLMAN: TON-TON MACOUTE

Johnny-Jenkins

Mensen die me lang geleden goed of minder goed hebben gekend zeggen bijna allemaal dat ik een hippie was. Zelfs mijn beste vrienden zeggen het. Telkens voel ik me dan min of meer gedwongen om die bewering te ontkennen. Nee, ik ben nooit een hippie geweest. Jawel, zeggen ze dan, een echte hippie. Als ze met ‘hippie’ iemand met lange haren bedoelen, dan klopt het. Maar ik bedoel met ‘hippie’ iets helemaal anders. Mensen die ‘hippie’ werden en worden genoemd gaven alles op en gingen buiten de maatschappij leven. Ze ontkenden alles wat met de gevestigde orde te maken had. Ik heb niets tegen hippies, ik vind dat ze een aantal goede dingen in gang hebben gezet, vooral op ecologisch gebied. Met zulke echte hippiezaken heb ik me nooit ingelaten.  Maar ik heb dit allemaal al eens uit de doeken gedaan, zodat ik het hierbij laat.

Ik wilde het eigenlijk over een elpee van Johnny Jenkins hebben, de unieke verzameling songs die ‘Ton-Ton Macoute’ heet. In mijn zogenaamde hippieperiode was ik een tijdlang een grote fan van Derek& the Dominoes, vooral de dubbelelpee ‘Layla And Other Assorted Love Songs’ (1970) vond ik geweldig, en aanbad ik the Allman Brothers Band, in het bijzonder de gitarist Duane Allman. Via ‘Layla’, waar Duane Allman op meespeelde, was ik bij de blues- en rockband uit Georgia terechtgekomen. In interviews vertelde Eric Clapton wat voor schitterende gitarist Duane Allman wel niet was. Hij speelde op talloze soulplaten, waarvan ik er veel kende, zonder echter te weten wie die funky gitarist was. Na het verschijnen van ‘Layla And Other Assorted Love Songs’, die ik al spoedig voor weinig geld op het Vossenplein aantrof, ging ik op zoek naar alles waar Duane Allman op meespeelde (en wat ik  kon betalen). Daardoor kwam het dat ik op een dag met ‘Ton-Ton Macoute’ naar huis ging (zeker wel drie Allman Brothers stonden op de hoes als sessiemuzikanten vermeld). Op bus 95 naar Watermaal-Bosvoorde, de mooie gemeente waar ik toen woonde, bekeek ik de donkere hoes, met de expressieve foto van Johnny Jenkins. Ik las de titels, de namen van de muzikanten, las de bijna magische naam van het platenlabel, ‘Capricorn’. Het was duidelijk dat de elpee iets met voodoo had. Na de zenuwslopende rit met de bus – aan die ritten kwam nooit een eind, zeker niet als ik nieuwsgierig was naar nieuwe muziek – legde ik de langspeelplaat meteen op mijn Lenco en ging in mijn knusse zelfgemaakte hippiecanapé zitten. Die canapé bestond uit een aantal houten kratten, met een plank op, en daarover een Perzisch tapijt gedrapeerd. Het leek een beetje op de interieurs in de film ‘Performance’ (1968), zij het minder duur en chic. Was mijn toenmalige vrouw ook een hippie? Ze had hennahaar, droeg korte doorzichtige jurkjes en had best een kleine rol kunnen spelen in die paddenstoelenfilm van Donald Cammell en Nicholas Roeg. Ze maakte heerlijke jasmijnthee.

anita pallenberg
Anita Pallenberg in ‘Performance’.

Maar ik had het over Ton-Ton Macoute van Johnny Jenkins… De elpee komt meteen op gang met  ‘I Walk On Guilded Splinters’ van Doctor John the Night Tripper. De originele versie die al buitengewoon indrukwekkend en spooky is, staat op Gris-Gris, het eigenlijk debuut van de goede doctor. Doctor John maakte in de jaren vijftig en begin zestig ook al plaatjes in New Orleans. Onder zijn echte naam, Mac Rebennack bracht hij het gedenkwaardige ‘Storm Warning’ uit en als lid van Morgus and the Ghouls was hij verantwoordelijk voor ‘Morgus the Magnificent’, allebei verschenen op het nu nog weinig bekende Ace-label van Johnny Vincent. Dr. John schreef in samenwerking met Jack Rummel een hilarische autobiografie, getiteld ‘Under A Hoodoo Moon – The Life of the Night Tripper’.

grisgris

Ik kende ‘I Walk On Guilded Splinters’ ook van op weide van Jazz Bilzen in 1969 waar Humble Pie het uitvoerde met de bezwerende achtergrondzang van Marsha Hunt. Ik kende het eveneens van op een feestje voor mijn achttiende verjaardag – maar dat is stof voor een ander verhaal. (Doctor Johns ‘Gris-Gris’ zorgde toen wel voor een natural high, met wat gin gemengd. Een uitstekend cocktail, als je het met mate tot je neemt.)
Deze Johnny Jenkins was echter uit nog veel donkerder voodoo-hout gesneden dan Mac Rebennack, en ik heb het vooral niet over zijn huidskleur, want die speelt geen rol. Dit was muziek van een bezwerende, angstaanjagende schoonheid. Als je je ogen sloot waande je je meteen in de swamps van Louisiana. De dreigende stem van Jenkins, het bezwerende achtergrondgezang van Southern Comfort, de opzwepende drumpartij van Butch Trucks, ook een brother, en de subtiele dobro van Duane Allman. Je zag de bomen met hun stammen in het water staan, overal mos aan de kruinen. In het bruine water dreigden alligators. In kleine, donkere vissersbootjes passeerden cajuns op weg naar een fais-dodo. Exotische vogels zongen en krijsten. De zwarte Indianen dansten in hun veelkleurige uitrusting op Congo Square, tot de zon opkwam… En bij zonsopgang begon de volgende  song, ‘Leaving Trunk’, oorspronkelijk van Sleepy John Estes, maar bekend dank zij de geïnspireerde versie van Taj Mahal, ook een van de grootmeesters van de ‘ontspoorde’ blues. Je opent je ogen en krijgt zin om te dansen, ook al is de tekst niet bepaald opgewekt.

“I went upstairs to pack my leavin’ trunk
I ain’t see no blues, whiskey made me sloppy drunk
I ain’t never seen no whiskey, the blues made me sloppy drunk
I’m going back to Memphis babe, where I’ll have much better luck.”

Het volgende nummer is weer voor de nacht, het gaat immers over blinde vleermuizen en moerasratten. Daarna volgt een weergaloze versie van ‘Rollin’ Stone’, waarbij Jenkins de meester zelf, Muddy Waters, overtreft. Met een glansrol voor Duane Allman op slidegitaar.

Kant twee opent met een typisch New Orleans-nummer, ‘Sick And Tired’, vooral bekend van Fats Domino en Chris Kenner, waarna Jenkins zich ‘Down Along the Cove’ (uit ‘John Wesley Harding’) geheel eigen maakt. ‘Bad News’, is een countrynummer van John D. Loudermilk, vooral bekend in de uitvoering van Johnny Cash en ook op ‘Ton-Ton Macoute’ zeer aanstekelijk. De elpee eindigt enigszins in mineur met John Lee Hookers ‘Dimples’ en nog een voodoo-song, ‘Voodoo in You’. Later heb ik de cd-versie gekocht, waar twee nogal overbodige bonustracks toegevoegd zijn. Voor geen geld van de wereld doe ik mijn vinyl-versie van de hand. De plaat is uitstekend geproduceerd door Johnny Sandlin en Duane Allman: ze klinkt alsof ze morgen nog moet worden gemaakt. Wat ‘Ton-Ton Macoute’ betekent moet je zelf maar opzoeken. Ik raad je ten stelligste aan om daarna ‘I Walked With a Zombie’ van Jacques Tourneur te bekijken, een nogal bizarre maar genadeloos mooie film, die zich in Haïti afspeelt.

duanaallman
Duane Allman

Na aanschaf van ‘Ton-Ton Macoute’ ben ik zoek gegaan naar meer informatie. Johnny Jenkins was in het begin van de jaren zestig de leider van een band die The Pallbearers heette. Otis Redding was hun chauffeur, die af en toe een stukje zong. Johnny Jenkins speelde gitaar op Reddings eerste succesnummer, de emotioneel geladen ballad ‘These Arms Of Mine’. Volgens een aantal publicisten zou Jenkins nogal wat invloed uitgeoefend hebben op de gitaartechniek van Jimi Hendrix. Johnny Jenkins stierf in 2006 in Macon, waar hij geboren was. Macon, Georgia is een gedenkwaardig oord voor de popcultuur: niet alleen de Allman Brothers en de platenbaas van Capricorn Records Phil Walden, maar ook Emmett Miller, Little Richard, Otis Redding en de helft van R.E.M. kwamen of komen uit die stad in het diepe Zuiden.

macon, georgia

 Als toemaatje de tekst van ‘I Washed My Hands in Muddy Waters’, waarin Macon, Georgia wordt vermeld. Ik heb altijd gedacht dat het van Charlie Rich was. Maar ja, wat denk ik niet allemaal. Ik denk zelfs dat ik geen hippie ben geweest… ‘Hipster’ vind ik een beter woord, maar het duidt net zo goed een hokje aan, een term waarmee mensen kunnen ingedeeld worden en van elkaar verwijderd.

I Washed My Hands in Muddy Water
(words & music by Joe Babcock)

I was born in Macon Georgia
They kept my daddy over in Macon jail
He told me if you keep your hands clean
You won’t hear them bloodhounds on your trail

Well I fell in with bad companions
Robbed a man, oh up in Tennessee
They caught me way up in Nashville
They locked me up and threw away the key

I washed my hands in muddy water
Washed my hands, but they didn’t come clean
Tried to do what my daddy told me
But I must have washed my hands in a muddy stream

Well I asked the judge now when’s my time up
He said son, oh you know we won’t forget
If you try just to keep your hands clean
We might just make a good man of you yet

Oh I couldn’t wait to get my time up
I broke out, broke out of Nashville jail
I just crossed the state-line of Georgia
Well I can hear those bloodhounds on my trail

I washed my hands in muddy water
Washed my hands, but they didn’t come clean
Tried to do what my daddy told me
But I must have washed my hands in a muddy stream

Voor de geïnteresseerden: Ton-Ton Macoute van Johnny Jenkins werd in 1997 door PolyGram op cd uitgebracht en dit jaar verscheen de cd op het Acadia-label.

ELVIS IS BACK

Heb je het laatste nieuws gehoord?
Heb je het laatste nieuws gehoord?
Sta je op je goede voet?
Sta je op je goede voet?

Elvis is terug, terug uit het graf.
Elvis is terug, terug uit het graf.
Elvis is terug, terug uit het graf.
Elvis is terug, terug uit het graf.

Alle mannen drinken terpentijn.
Alle mannen drinken terpentijn.
Allle vrouwen eten misosoep.
Alle vrouwen eten misosoep.

De kinderen kijken in hun microscoop.
De kinderen kijken in hun microscoop.
Een mooie zomer is op komst.
Een mooie zomer is op komst.

Breng me naar de brug.
Breng me naar de brug.
Breng me naar de brug.
Breng me naar de brug.

Elvis wacht bij de rivier.
Elvis wacht bij de rivier.
Het is bijna zondagavond.
Het is bijna zondagavond.

Heb je het laatste nieuws gehoord?
Heb je het laatste nieuws gehoord?
Sta je op je goede voet?
Sta je op je goede voet?