EEN UITGESTOTEN POMPOENSOEPETER

leopold flam,maatschappij,anti-maatschappij,griep,melancholie,uitgestoten,jeanne moreau,pompoensoep,eenzaamheid,slapen,wanhoop
Leopold Flam

Het is vier uur. Ik heb van elf uur tot nu geslapen. Heel even ben ik opgestaan om pompoensoep te eten. Ik voel me niet beter dan vanochtend. Op mijn vorige tekst, die nochtans in zekere zin een hulpkreet is, komt geen enkele reactie. Misschien heb ik de ernst van mijn situatie verborgen achter die speelse toets in de vorm van een konijn? Ach, ik heb geen reactie nodig, ik zal er desnoods zelf een schrijven. Ik ben niet echt alleen, rondom mij bevinden zich duizenden stemmen, niet in het minst die van Leopold Flam. En ik hoor de tachtigjarige Jeanne Moreau nog zeggen hoezeer ze de eenzaamheid (solitude) koestert.

Ziehier Leopold Flams precieze verwoording van wat ik, al stamelend, keer op keer probeer te zeggen:

“De uitgestotene blijft uitgestoten. Indien hij zich hiervan bewust wordt, komt hij tot een zeer bepaalde houding, die belangrijk voor hem wordt wat zijn historiciteit betreft. Niemand kan een bepaalde historiciteit loochenen, maar de uitgestotene weet dat hij eigenlijk tot geen enkele kring behoort, dat hij op niemand beroep kan doen, want hij is een geweigerde, eerst zonder zijn toedoen misschien, maar in elk geval bewust. Hij is een onwelkome gast, die iedereen uit de weg gaat en waarmee geen fatsoenlijke of ernstige mens wenst zich te compromiteren. Aan dit punt dient vastgehouden te worden door de uitgestotene. Indien hij iets voortbrengt, weet hij dat het op voorhand afgekeurd en geweigerd zal worden. Waarom handelt of leeft hij dan? Wenst hij zich toch te doen goedkeuren en aanvaarden juist door hen die hem afgekeurd en geweigerd hebben of doet hij beroep op anderen, die hem wel zullen begrijpen? Die anderen moeten totaal en radicaal anders zijn dan zij die hem uitgestoten hebben. Ze zijn zelf uitgestotenen en geweigerden. Zo vormt zich een stille band van uitgestoten, vervloekte, geweigerde enkelingen, met de wanhoop in het hart, er ontwikkelt zich een antimaatschappij in de maatschappij – geen misdadigers, want zij behoren tot de maatschappij.

De antimaatschappij is de negatie van de maatschappij, ze veronderstelt dus haar bestaan, zoals het lichaam door het bewustzijn verondersteld wordt. De uitgestotene ontdekt op die wijze zijn buitentijdse betekenis en hoe diep ook zijn leed moge wezen, het zet zich om in brandende activiteit, in leven en in werkelijkheid, het buiten-tijdse geschiedt in de tijd.”

Uit: Leopold Flam, ‘Zelfvervreemding en Zelfzijn’, Wereldbibliotheek, Amsterdam-Antwerpen, 1966.

OVER ZONSOPGANGEN EN GEVERFDE VOGELS

zonsopgang,zonsondergang,depressie,cinderella s ballroom,geweld,jerzy kosinski,de geverfde vogel,kwetsbaarheid,ondergang,antwerpen,wreedheid,schelde,konijn,zon
Feldhase, Albrecht Dürer.

Zelden zie ik de zon opgaan. Ik ben meer een zonsondergangmens. En al een tijd ben ik vaak in ondergangsstemming: het gaat niet goed met me en ik heb de indruk dat het evenmin goed gaat met de wereld. ’s Ochtends is mijn blik meestal nog inwaarts gekeerd, en dat duurt zo op zijn minst tot het middaguur. Ik moet grote inspanningen doen om mijn blik naar buiten te sturen, in de richting van het andere en de anderen. Toch weet ik heel goed hoe mooi zonsopgangen kunnen zijn. Want ik heb er wel meegemaakt, af en toe, als ik de hele nacht was opgebleven, vooral in Antwerpen. Dan wandelden mijn geliefde en ik na een nachtje dansen in Cinderella’s Ballroom tot aan de Schelde om de zonsopgang te voelen, dan zinderde alles in mij. Op een keer zag ik een dik konijn op de Scheldekade zitten en ik ging erop af om het te vangen, maar het vluchtte snel weg. Ik liep het nog achterna, gek als ik was, en zou me zo belachelijk hebben gemaakt als er nog iemand anders had toegekeken dan mijn geliefde.

Mensen die ‘zich belachelijk maken’ zijn vaak kwetsbare mensen. Een ‘soort’ mensen die wrede, psychisch of lichamelijk gewelddadige mensen aantrekt. Het spreekwoord ‘soort zoekt soort’ gaat niet altijd op. Nee, kwetsbare mensen moeten geen mededogen verwachten, veeleer roepen zij haat en verachting op. In een boek van Jerzy Kosinski las ik, lang geleden, over een vogel die werd gevangen en geverfd en daarna weer losgelaten. Hij werd meteen door zijn soortgenoten aangevallen en kapotgemaakt. Een kwetsbare mens is een geverfde vogel.

HELLO IN THERE : JOHN PRINE

huwelijksverjaardag,john prine,chicago,hello in there,1971,songs,popcultuur

John Prine’s ‘Hello In There’ is een van de allermooiste songs die ik ken, het is zonder twijfel het beste nummer van John Prine, en ik ken geen enkel lied dat op zulke indringende wijze de eenzaamheid van oudere mensen bezingt. De originele versie vind je op John Prine’s titelloze eerste elpee uit 1971 op het Atlantic label. Ik gebruik niet graag dat woord, maar het is zonder twijfel een meesterwerk. Velen denken dat ‘Hello In There’ van Bette Midler is. Nee, beste lezers, het is van the one and only John Prine.

We had an apartment in the city,
Me and Loretta liked living there.
Well, it’d been years since the kids had grown,
A life of their own left us alone.

John and Linda live in Omaha,
And Joe is somewhere on the road.
We lost Davy in the Korean war,
And I still don’t know what for, it don’t matter anymore.

You know that old trees just grow stronger,
And old rivers grow wilder every day.
Old people just grow lonesome
Waiting for someone to say, “Hello in there, hello.”

Me and Loretta, we don’t talk much more,

She sits and stares through the back door screen.
And all the news just repeats itself
Like some forgotten dream that we’ve both seen.

Someday I’ll go and call up Rudy,
We worked together at the factory.
But what could I say if asks “What’s new?”
“Nothing, what’s with you? Nothing much to do.”

So if you’re walking down the street sometime
And spot some hollow ancient eyes,
Please don’t just pass them by and stare
As if you didn’t care, say, “Hello in there, hello.”

 

CHAMPAGNE

 

champagne,droom,schip,verdriet,scheepvaart,schippers,stroming

Ik droomde van champagne. De droom stond, denk ik, symbool voor alles wat voorbij en verloren is. Ik bevond me op een schip, stond op het voordek te kijken naar twee flessen champagne: een hing aan een touw bengelend aan de stuurboordzijde, de andere aan de bakboordzijde van de rijnaak. De flessen waren open, maar nog vol, dat kon ik afleiden uit het schuim dat er uit opborrelde. Door de stroming kwam eerst de ene fles los, en daarna, toen er een schip uit de andere richting voorbijvoer, de andere. Een schipper op de andere aak kon die tweede fles nog opvissen, maar de champagne spoot er meteen uit, zodat de arme man er ook niets meer aan had, tenzij hij een flessenverzamelaar was.

Ik voelde me verdrietig, want ik had zeer graag een glas gedronken.

DON’T LOOK BACK: BRUSSEL IN 1969 (1)

de droom 1968

In 1968 kreeg ik een tweede ‘roeping’: ik wilde toneelregisseur worden. Dat was nu mijn grote droom. Ik had al een stuk geschreven en geregisseerd en dat heette ook ‘De droom’. Moeilijk te realiseren, omdat ik niet met meisjes mocht repeteren aan het Koninklijk Atheneum Tongeren, terwijl meisjes in de gedaante van witgeklede elfjes net zo’n belangrijke rol speelden in het stuk, met name om de vrede op de wereld te stichten. Er kwam een prins in voor en een slechte held die ik Avantokani had genoemd. Later, op een reünie van de klassen van 1969, ontmoette ik de jongen die de rol had gespeeld, hij was inmiddels burgemeester van Peer of een van die bijzondere plekken in Limburg, waar zulke voortreffelijke festivals worden georganiseerd. Een andere medeleerling van me, uit de Wetenschappelijke A, deed iets met de crematoria in Oost- en West-Vlaanderen. De zoon van de leraar fysica had, meen ik, de rol van zijn vader overgenomen. Spijbelaars waren nu dronkaards. Van al mijn vroegere leraars was alleen de leraar wiskunde, die ik zo had gehaat, nog aanwezig, de anderen waren dood en begraven.

De film- en toneelschool, het Ritcs in Brussel – nu Rits – was een geheel andere zaak. Ik dacht dat mijn studietijd daar een soort van hemelse ervaring zou worden. Toneelregisseur, bevelhebber, god! Geloof het maar… De meeste jongens (meisjes waren er nauwelijks) die meededen aan de toegangstests waren weg van kleinkunst. Weet je wat kleinkunst was? Vlamingen die Vlaamse liedjes zongen en drie akkoorden konden spelen op een goedkope gitaar. Punks eigenlijk, met een afzichtelijke ringbaard, pijprokers die zichzelf zeer au sérieux namen.

palaver emile degelin (2)

Desalniettemin waren die toegangstests voor het Ritcs een aangename ervaring. We moesten iets schrijven over een film van een Vlaamse regisseur, ‘Palaver’ van Emile Degelin, een man die later ook enkele romans zou schrijven. Een oude vriend van me uit Tongeren had me gezegd dat ik iets over de slechte techniek moest vermelden in mijn kritiek, een onbedoeld optisch effect of iets dergelijks. Misschien heb ik dat ook gedaan, maar ik heb zeker ook opgemerkt dat ik het een mooie film vond. Een dag later moesten we een toneelstuk bespreken. Ik weet niet meer precies welk stuk het was, alleszins een Griekse tragedie. Ik herinner me nog dat ik heel vlot geschreven heb over een van de heldinnen, Klytaemnestra, gespeeld door een actrice die een diepe indruk op me had gemaakt.

Een zwaardere opdracht was het filmpje dat we moesten maken. Dat moest meteen een afgewerkt product zijn; het mocht niet gemonteerd worden, daar was geen tijd en geen geld voor. We werden in ploegjes ingedeeld. Ik werd tot regisseur uitgeroepen, waarschijnlijk omdat ik het langste haar had. Een verwante ziel die ik nog maar pas had leren kennen, Leo Steculorum (nog altijd een goede vriend), wilde graag de hoofdrol spelen; dan waren er ook nog een cameraman en een scenarist. Het scenario hebben we, als ik me nog goed herinner, samen geschreven, vooral Leo en ik. De titel was ‘Nowhere Man’; het ging over een schilder die zijn levenswerk ging offeren aan de onbekende soldaat. Het feit dat we daar het mooiste zicht op Brussel hadden, had zeker bijgedragen tot de keuze van de locatie. Toen de tests afgelopen waren werden de filmpjes aan ons vertoond. De profs waren tevreden over ‘Nowhere Man’, wij vonden het echter een mislukking. Maar we hadden er hoe dan ook veel plezier aan beleefd.

Tijdens de zomer die vooraf ging aan de ingangstests hadden we een ‘werkstuk’ moeten klaarstomen. Voor mij was dat een dichtbundel geworden, waar ik echt wel op gezwoegd had (nu durf ik die gedichten niet meer lezen), getiteld ‘Vechtende Kinderen’.

Op die twee elementen, werkstuk en tests, werden we beoordeeld om toegelaten te worden tot de toch wel wat elitaire school. Velen waren niet geslaagd. Ik was en ben er nog steeds trots op dat ik wel met glans geslaagd was. Het onrechtvaardige van die hele zaak was dat die tests en die uitslagen niet bindend waren, het kwam neer op aanbevelingen. Zelfs de allerdomste idioten mochten aan de studies beginnen en een groot aantal van hen zijn ook afgestudeerd. Waarmee ik niet wil zeggen dat alleen dommeriken zijn afgestudeerd. Eigenlijk kwam het er niet zozeer op aan of je een visie had, of je creatief was, of je een kunstenaar was, maar wel dat je hard werkte.

Foto: De droom, Tongeren, 1968

VERLANGEN NAAR MARRAKECH

marrakech - café de france 2 (2)

Een zekere Inspektor G becommentarieerde deze foto vandaag op flickr. Hij herkende deze plek omdat ze voorkomt in een sequens in Nicolas Roegs ‘Bad Timing’, een van mijn favoriete films. Het is zonder meer een meesterwerk. Door die foto terug te zien heb ik grote zin gekregen om weer naar Marrakesh te gaan, een magische stad, waar ik zeer waarschijnlijk tot mijn laatste snik naar zal terug willen keren. Om weer in café de France te zitten, met uitzicht op het unieke plein Djemaa el Fna.

De schoonheid van Marrakesh zie je natuurlijk niet op de foto. Dit is gewoon een kiekje van toeristen. Ze is denk ik moeilijk in beelden en zeker niet in woorden te vatten. Het is een geheel van mensen, gezang, gebed, meer aardse stemmen, chaotische drukte, bedwelmende geuren van planten, vruchten en aarde, intense en zoete smaken, bezwerende muziek, ezels en paarden, slangenbezweerders, toeristen, avonturiers, bedelaars, gidsen, terrassen, bier drinken op de zevende verdieping van een hotel, of diep in een kelder, schoenen, tamboerijnen, gewaden, juwelen, hemelsblauw van de hemel, diep rood van de zonsondergang, schoenpoetsers, kelners, bedriegers, mannen met eerlijke, gloeiende ogen, spiegels van de ziel, voor mij onbegrijpelijke straatnamen waardoor je gemakkelijk verdwaalt, ogenschijnlijk ongenummerde huizen, fonteinen, sinaasappelbomen, palmbomen, kleine groene taxi’s, aftandse bussen, met bestemmingen als Tilburg of Groene Hoek, en thee, altijd weer thee. Januari is de maand om naar Marrakesh te gaan en je winterhuid van je af te schudden. Maar januari is bijna opgebruikt: bad timing!

marokko,marrakech,reizen,cafe de france,bad timing,nicholas roeg,cafe,film
Bad Timing – Art Garfunkel & Theresa Russel.

GEDICHT IN EEN DROOM

Ik zit met de handen in het (vettige) haar. Vorige nacht droomde ik een lang gedicht, een soort vervolg op ‘Het zwijgen van mijn vrienden’. In de droom was ik zeer tevreden over het gedicht, bovendien was het helemaal af. Bij het ontwaken nam ik niet de moeite om het te noteren. Als ik morgen helemaal wakker ben zal ik het mij nog herinneren, dacht ik. Maar dat was niet het geval. Ik herinnerde mij alleen nog een paar regels, en zelfs daarvan was ik niet zeker of het de gedroomde regels waren. Ik herinner me nog dat het gedicht geïnspireerd was door Sad Eyed Lady Of The Lowlands van Bob Dylan – en dat ik me op het einde realiseerde dat het gericht was aan een vriendin van vroeger, die al een hele tijd geleden overleden is, Renée S. heette ze, een vrouw die me zeer dierbaar was. Dit is alles wat van het gedicht overblijft:

Met haar ogen van zand van de evenaar en soms schaduw van gebladerte
Met haar stem van kermissen , keukenromans en weelderige tuinen
Met haar wierook van gewijde woorden en zeer kleine gebaren
Met haar zwart satijn en haar leer en het blonde on blonde van haar haren
Met haar lippen van Franse actrices in donkere films vol regen en hagel
Met haar borsten van zijdige huid, door mij nooit aangeraakt, zelfs niet haar tepels
Met haar liederen aan Venus, vurig als de zon in het Westen.

 

Mogelijk droom ik later wel eens een vervolg?